Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen: De Orde der Dertiende Spelen

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 3 van 3]

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
OPPERHOOFD! NEE!
De ontzag in de controlekamer is groot. Opperhoofd, een van de vooraanstaande rebellen en jarenlang spion in het Kapitool, is zojuist zonder pardon neergeschoten.
‘Opperhoofd! Leef je nog!? Kun je mij horen!? Zeg dan toch iets!’
‘Kalmeer T.G!’ antwoordt Goembario. ‘Hij is dood. We wisten allemaal dat dit zou kunnen gebeuren.’
‘Godver, waarom... WAAROM NU!?’
Woest gooit T.G het beeldscherm op de grond.
‘Wees voorzichtig met mijn spullen, wil je!?’ bijt Corneel hem toe. Boos raapt hij het beeldscherm weer op. ‘Kijk nou toch! Er zit een barst in! Hoe moeten we nu contact opnemen met Mie de Hamster!?’
‘Kan me niets schelen!’ schreeuwt T.G terug. ‘Opperhoofd had ons nog veel meer informatie kunnen geven! Verdomme, als hij ook maar iets voorzichtiger was geweest…!’
‘Nou, je wordt bedankt hoor! Als dit voorbij is mag jij een nieuw beeldscherm betalen!’
‘Rustig aan!’ komt Goembario tussenbeide. ‘Ik geloof dat hij het nog steeds doet. Iemand probeert contact met ons op te nemen…’
Nu merkt Corneel het ook. Het beeldscherm vibreert in zijn handen.
‘Neem eens op!’ reageert Pascal. ‘Misschien is het Mie de Hamster wel!’
‘Dat mag ik hopen,’ antwoordt Corneel nerveus. Hij beantwoordt de inkomende oproep, waarna er weer iemand op het scherm verschijnt. Geschokte reacties galmen door de ruimte. De persoon aan de andere kant van de lijn komt alles behalve bekend voor. Ze staan oog in oog met een zwartgeklede man, wiens gezicht wordt afgeschermd door een helm.
‘Kijk eens wie we daar hebben. Mijn oude vrienden.’

Zonder het te beseffen balt T.G zijn handen tot vuisten. Corneel breekt in zweten uit en ook Goembario’s gezicht spant zich behoorlijk aan. Dit hadden ze geen van allen verwacht.
‘Jij…’ stamelt T.G, ‘Jij bent persoon die wij zoeken!’
‘Dat heb je goed geraden,’ antwoordt Dolan met een duistere stem. ‘Het spijt me dat ik jullie bondgenoot moest vermoorden. Hij was een goede man. Jammer genoeg was hij te dom om op te merken dat ik om de hoek stond mee te luisteren.’
‘Ik hoop dat je tevreden bent!’ reageert Pascal verbeten. ‘Pas maar op! Als we jou ooit tegenkomen, dan zullen we jou wel eens even-‘
Pascal wordt onderbroken door een schampere lach. Een schampere lach waarvan T.G’s nekharen overeind gaan staan.
‘Ik? Tevreden? Mooi niet. Ik ben pas tevreden als ik jullie uit de weg geruimd heb. Ik heb jullie nooit gemogen.’
T.G herkent die minachtende manier van praten van slechts een persoon. Zijn eerdere vermoeden is bevestigd.
‘Ik heb jou nooit vertrouwd, Nalyd Rats. Ik wist wel dat jij het was.’
‘Nalyd Rats?’ Dolan klinkt verrast. ‘Wat grappig dat je me bij die naam noemt. Nalyd Rats is al bijna een jaar dood. Ik heb hem uitgeleverd aan de Kapitool. Net zoals ik dat met jullie probeerde te doen toen ik jullie op de Bannedbox afstuurde.’
‘Hou op met zo geheimzinnig doen!’ roept Pascal. ‘Wees gewoon een man en toon jezelf!’
‘Ach, waarom ook niet. Ik heb toch niets meer te verliezen.’
Tot iedereens grote verbazing brengt Dolan zijn handen naar zijn hoofd. Langzaam schuift hij de helm van zijn hoofd af. Beetje bij beetje komt zijn gezicht tevoorschijn. Een bolle kin, een klein stoppelbaardje, een brede neus… en de twee bruine ogen die T.G zo goed dacht te kennen. Zijn lichaam verstijft alsof hij door de bliksem getroffen wordt. Geen dag, geen moment, geen seconde had hij erop gerekend dat het voor hem zo vertrouwde gezicht onder de helm vandaan zou komen. Nog nooit in zijn leven had hij zich zo geschokt gevoeld. Hij kijkt recht in de ogen van niemand minder dan zijn doodgewaagde vriend.

‘WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN!?’
Van alle reacties op de onthulling in de controlekamer was die van Reina het heftigst.
‘Waarom!? Ik begrijp niet… NEE!’
Corneel brengt zijn handen naar zijn hoofd. ‘Alsjeblieft, zeg me dat dit een grapje is...’
‘Waarom zou dit een grap zijn?’ antwoordt Fisico onverschillig. ‘Ik ben nooit echt een grappenmaker geweest. Tenzij je mijn verraad als grap meetelt, natuurlijk.’
‘‘Waarom doe je ons dit aan!?’ gilt Reina emotioneel. ‘We dachten dat je dood was!’
‘Dat hoorden jullie ook te denken. Ik gebruikte een nepgeweer met rode verfmunitie om mijn zelfmoord voor de ogen van heel Panem in scene te zetten. Door de klap tegen mijn hoofd verloor ik het bewustzijn, maar mijn hart sloeg nog. Precies zoals de bedoeling was. Alleen het Kapitool wist dat ik nog leefde.’
‘Niet te geloven…’ stamelt Corneel. ‘Ik dacht dat je aan onze kant stond!’
‘Dat stond ik ook, Corneel. Lang geleden. Maar ik heb het licht gezien. Ik weet nu wie de echte verantwoordelijken zijn voor het leed waar Panem al jaren door geplaagd wordt, en dat zijn jullie. De rebellen.’
T.G kan geen  woord meer uitbrengen. Alles wat hij over Fisico dacht te weten blijkt onwaar. Ieder woord dat ooit uit zijn mond kwam was gelogen. Zijn tong ligt verlamd op de bodem van zijn mond. Door de extreme schok van de onthulling kan hij niets anders doen dan het woord aan zijn collega’s overlaten.
‘Jij…’ Goembario trilt zoals T.G hem dat nog nooit had zien doen. ‘Jij bent ons een gedetailleerde uitleg verschuldigd! Vooruit, vertel op wat jou al die tijd bezielt heeft! Nu!’
‘Wat jij wil.’ Fisico lijkt de ernst van de situatie totaal niet te beseffen. ‘Bijna tien jaar geleden maakte ik een deal met President Snow. Ik zou de namen van zoveel mogelijk rebellenleiders aan hem doorgeven, en in ruil daarvoor zou ik uiteindelijk met Lazerstraal herenigd worden, mijn grote liefde. En voordat jullie dingen gaan roepen als ‘’Maar Lazerstraal is allang dood!’’ en ‘’Ze was nog maar een kind!’’ kan ik jullie het volgende vertellen: Lazerstraal was President Snow’s verloren kleindochter. Daarom werd ze ingeloot voor de Hongerspelen, om haar terug te laten keren naar het Kapitool. Daarom werd ze bijna tien jaar lang kunstmatig in leven gehouden, opdat ze op een dag weer uit haar diepe slaap kon ontwaken. Het was niet alleen ik, maar ook hij die haar terug wilde. Gezien ons gemeenschappelijk doel besloten wij de handen ineen te slaan.’
De informatie slaat in als een bom. Veel verraste gezichten kijken elkaar aan.
‘Maar… zelfs als dat waar is, waarom zou hij haar dan nogmaals de Hongerspelen in sturen!? Waarom zou hij er dan voor zorgen dat ze alsnog vermoord wordt door een gehersenspoelde rebel!?’
‘Jullie weten echt helemaal niets, hé? Het was niet Snow, maar Admin die de dood van Lazerstraal gepland had. Hij was degene die Rinus aan het Kapitool verraadde, zodat hij hem kon gebruiken om Lazerstraal te vermoorden. Hij was degene die een brief ondertekend met Snow’s naam naar Sushi stuurde, wat tot zijn onvermijdelijke dood leidde. Het was allemaal een complot van de rebellen, en niet van het Kapitool. Jullie aaseters leven veel teveel in jullie eigen wereldje om de werkelijkheid te kunnen inzien.’
Goembario knarst zijn tanden. ‘Dit meen je niet… heb jij ons verraden vanwege één kind dat allang dood had moeten zijn!? Het belangrijke is altijd een offer waard, Fisico! Ik dacht dat jij dat als geen ander wist!’
‘Hmpf… natuurlijk ben jij van die mening. Ik zou niet anders verwachten van een ouder die zijn zoon zo erg verwaarloost dat hij in het criminele circuit belandt en zodoende verantwoordelijk is voor talloze doden.’
De woorden van Fisico verscheuren Goembario van binnen. Dit is altijd een gevoelig onderwerp voor hem geweest, en het feit dat hij ruim een half uur geleden nog een emotioneel gesprek met Klatergoud voerde over de schade die Nick heeft aangericht helpt absoluut niet. Smeetske, Marina, Sjef… allemaal slachtoffers die gespaard hadden kunnen blijven als hij Nick beter opgevoed had, zo zei Klatergoud. En gelijk had ze. Tranen springen hem in de ogen.

‘Doe even normaal, Fisico!’ schreeuwt T.G uit het niets. Goembario’s instorting zet hem weer op scherp. ‘Hoe durf je zo tegen hem te praten! Jij, die meer mensen heeft opgeofferd dan ons allemaal! Wat dacht je van Para, of Hitomi!? Voor hen was jij het ultieme voorbeeld! En ze stierven omdat jij ze de Hongerspelen in stuurde! Heb je enig idee hoe hypocriet je klinkt!?’
‘Je ziet het onderscheid niet, T.G. Mijn offers hadden tenminste een reden. Ze waren bedoeld om jullie om de tuin te leiden, jullie het idee te geven dat ik tegen het Kapitool was. En wat Para en Hitomi betreft… zij kregen hun verdiende loon. Ze hadden Lazerstraal maar beter moeten beschermen.’
De kille, monotone stem waarmee Fisico zijn woorden uitspreekt bevalt T.G helemaal niet. ‘Fisico… weet je wel wat je zegt!? Ben je gehersenspoeld of zo!?’
‘Misschien wel. Misschien niet. Maar om eerlijk te zijn kan het mij niets schelen. Ik volg immers gewoon mijn hart. Lazerstraal is de enige van wie ik ooit echt gehouden heb, en nu zij dood is zal ik niet rusten tot ik wraak heb genomen op alle verantwoordelijken voor haar lotsbestemming. Ik zal niet rusten tot alle rebellen dood zijn, en daar horen jullie bij!’
‘Ik geloof mijn oren niet… ik dacht jij beter wist…’
‘Wat valt er nog meer te zeggen? Ik ben mijn leven verschuldigd aan  Lazerstraal. Ze redde mij toen wij samen in de arena zaten. Alles wat ik doe en heb gedaan in deze wereld was voor haar. En dat zal ook zo blijven.’
‘IK VERTROUWDE JOU!’ nog nooit van zijn leven had T.G zo’n intense woede gevoeld. Zijn aderen voelen aan alsof ze ieder moment kunne barsten. ‘IEDEREEN VERTROUWDE JOU! EN JIJ VERRAADDE ONS!’
Fisico’s ogen vernauwen zich tot spleetjes. ‘Ik deed gewoon waar in geloofde, T.G. Net als jij. Je hebt het recht niet om te veroordelen wat ik heb gedaan.’
‘Oh ja?!’ schreeuwt T.G. ‘Denk maar niet dat je hier zomaar mee wegkomt. Wacht maar! Wij komen jou wel eens-‘
‘Oh ja, dat was ik nog vergeten te vertellen…’
T.G fronst een wenkbrauw. ‘Wat nu weer!?’
Een subtiele grijns verschijnt op Fisico’s gezicht. ‘Terwijl ik jullie bezig heb gehouden, is het Hendrik de Pad gelukt om jullie locatie na te trekken. Dus, als jullie basis over enkele momenten wordt opgeblazen door een kruisraket, beschouw dat dan maar als mijn afscheidswens.’
T.G spant zijn spieren aan. ‘Jij…’
Fisico grijnst breed. ‘Vaarwel, sukkels!’
Dan wordt de verbinding verbroken. Met trillende handen kijkt T.G naar het gebarsten beeldscherm, waarop nu niets anders dan sneeuw te zien is. Iedereen in de controlekamer kijkt elkaar aan met een mengeling van angst, verbazing, geschoktheid… en woede. Vooral woede. Hun grote voorbeeld heeft nooit echt bestaan.

‘Wat zou Opperhoofd toch te vertellen hebben?’
WM kijkt afwachtend naar de deur waar T.G de vergaderkamer tien minuten geleden door verlaten heeft.
‘Geen idee,’ antwoordt Jolien. ‘Maar als hij T.G direct wil spreken, dan moet het wel iets belangrijks zijn.’
‘Wie is deze Opperhoofd eigenlijk?’ vraagt Hitomi-15. ‘Jullie hebben het constant over hem, maar ik heb nog nooit van hem gehoord. Wie is hij?’
‘Ken je zijn naam niet!?’ vraagt Baby Krabs stomverbaasd. ‘Asjemenou, onder wat voor een steen leef jij!?’
‘Dat is niet mijn schuld!’ werpt Hitomi-15 beledigd tegen. ‘Mijn favoriete roddelbladen gingen nooit over oorlogshelden!’
Baby Krabs schatert van het lachen. Voor het eerst sinds de dood van Haps lijkt hij eindelijk weer in zijn oude doen. Tuffie glimlacht.
‘Het wordt tijd dat jij eens wat leert over de wereld, dametje! Opperhoofd is een oorlogsheld der oorlogshelden! Een rebel der rebellen! Een-‘
‘Ik zal het wel even verduidelijken,’ onderbreekt Tuffie vlug, merkende dat Hitomi-15 ernstig geïrriteerd begint te raken. ‘Opperhoofd is een van de vooraanstaande personen van het verzet. Men kent hem doorgaans als een oorlogsheld van het Kapitool, maar in het geheim steunt hij de rebellen al tientallen jaren. Via hem zijn de rebellen vaak aan cruciale informatie gekomen. Tevens is hij de vader van veel tributen die het afgelopen decennium aan de Hongerspelen hebben gedaan. Hiawatha uit Hongerspelen 3, WM uit Hongerspelen 4, Jihawk uit Hongerspelen 14….’
‘Dus hij stuurde zijn eigen kinderen de Hongerspelen in? Fijne vader.’
‘Ik snap wat je denkt’ reageert WM. ‘Ik vind het eigenlijk ook niet kunnen wat hij heeft gedaan, maar hij had waarschijnlijk geen keus. Waarschijnlijk was het voor hem de enige manier om een vertrouweling van het Kapitool te blijven…’
‘Tja...’ Hitomi-8 kijkt twijfelachtig voor zich uit. ‘Je weet wat de rebellen zeggen: het belangrijke is alt-‘
Een oorverdovend alarm dreunt door de hele basis. Rode lampen flitsen aan en uit, en lijken de hele kamer in een disco te veranderen. Tosti kijkt verrast in het rond, WM en Hitomi-8 klemmen hun handen om oren en Hitomi-15 springt verschikt op.
‘Wat gebeurd er!?’
‘Wat het ook is, het kan niet veel goeds zijn!’ antwoordt Jolien.
‘Wat zeg je!? Ik versta je niet!’
‘Ik zei: WAT HET OOK IS, HET KAN NIE-‘
Op dat moment vliegt de deur met harde klap open. T.G, Goembario, Corneel en Pascal staan verbeten in de deuropening, vergezeld door nog meer soldaten.
‘We zitten in de problemen!’ roept T.G. ‘Iedereen, maak zo snel mogelijk dat je hier wegkomt! We gaan ervandoor!’
‘Wat!?’ roept Tuffie, die zijn stem nauwelijks over het alarm kan verheffen. ‘Vanwaar dat ineens!? Graag een verklaring!’
‘Oh, die kan ik je zo geven!’ Corneel stapt zelfverzekerd naar voren. ‘We weten het eindelijk! We weten wie de verrader is! En we weten eindelijk hoeveel leed hij precies heeft aangericht!’
Hierop laat hij de opname van het gesprek met Fisico zien. Het is nauwelijks hoorbaar, maar het is meer dan genoeg om de boodschap over te brengen. De gemoedstoestand van alle aanwezigen slaat spontaan om in ongeloof. Niemand durfde zoiets te verwachten.
‘Jullie zien de waarheid!’ buldert T.G, die harder schreeuwt dan nodig is. ‘Fisico is nooit dood geweest! Hij heeft ons erin geluisd voor zijn eigen egoïstische doeleinden!’
Talloze ontdane reacties stijgen op uit de vergaderruimte. Zelfs Tuffie laat zijn wond wagenwijd open zakken.
‘We zijn dom geweest!’ gaat Goembario emotioneel verder. ‘Al die tijd dachten we dat hij het beste met ons voor had! Al die tijd zagen we hem als het symbool van de rebellie! Het was allemaal een smerige leugen! Een smerige truc om ons erin te luizen!’
Langzaam maar zeker, naarmate de schok van de onthulling steeds verder wegebt, laten steeds meer boze stemmen zich horen. Stemmen die overduidelijk beladen zijn met diepe walging, en het woord ‘verrader’ keer op keer herhalen. T.G voelt de adrenaline door zijn lichaam stromen. Het is duidelijk dat vrijwel iedereen zijn gevoelens deelt.
‘Al die tijd deed hij zich voor als een schijnheilige goeddoener! Al die tijd hield hij ons voor dat hij volledig te vertrouwen was! En wij trapten er met beide benen in! Hij was degene die ons samenbracht zodat hij ons aan het Kapitool kon verraden! Hij was degene die ons twee jaar geleden op de Bannedbox afstuurde, in de hoop dat wij het niet zouden overleven! Hij heeft Opperhoofd vermoord! En hij is degene die de locatie van deze basis heeft verraden aan het Kapitool, waardoor we nu ieder moment een kruisraket op ons dak kunnen verwachten!’
‘Nou, waar wachten we dan nog op!?’ schreeuwt WM. ‘We moeten hier wegwezen, en snel!’
‘Niet alleen dat!’ T.G’s gezicht straalt een en al wraakzucht uit. ‘Wij gaan dit voor eens en voor altijd afhandelen! Wij zullen het Kapitool laten zien dat wij niet zo makkelijk te verslaan zijn! En wij zullen die vuile verrader eens laten zien dat hij niet zomaar kan wegkomen met alles wat hij heeft gedaan! Breng alle geredde familieleden als de bliksem naar de hovercrafts! HET IS TIJD VOOR OORLOG!’
Het huilende alarm wordt overstegen door een luide, gemeenschappelijke kreet van strijdlust. Sommige rebellen stampen op de grond of trommelen op de tafel. WM weet niet wat hem overkomt. Misschien had hij toch beter naar Tuffie kunnen luisteren toen ze nog in de trein zaten. Hij had nauwelijks de tijd gekregen om bij te komen, of hij wordt al weer in de volgende strijd geworpen.

Binnen de kortste momenten is de hele basis een chaos. Iedereen rent alle kanten op, in een wanhopige poging om de drie resterende hovercrafts in gereedheid te brengen. De familieleden van de gestorven tributen zijn volkomen in paniek, en weten niet wat ze moeten doen.
‘IEDEREEN DIE ZIJN LEVEN LIEF IS, NAAR DE HOVERCRAFTS!’ brult Pascal. De angstige familieleden volgen direct zijn raad op. Eenmaal aangekomen in de hangar is het volop dringen. Meerdere mensen vallen in het gedrang over elkaar heen.
‘VOORZICHTIG!’
Goembario en enkele andere rebellen proberen tevergeefs de instroom goed te organiseren. Hitomi-15 kijkt geschokt toe hoe haar ouders de ouders van Necrodeus uit Hongerspelen 14 aan de kant duwen om zelf binnen te komen.
‘Waar was dat nou goed voor!?’
Haar vader kijkt haar vuil aan. ‘Wil jij hier sterven? Nee!? Doe je grote mond dan maar eens gauw dicht, jongedame!’
‘Waarom zou ik op mijn toon letten als jij die mensen zomaar aan de ka-‘
‘Doorlopen!’ bijt T.G hen toe. ‘Jullie houden iedereen op! Willen jullie soms allebei opgeblazen worden!?’
Hitomi en haar vader lopen allebei verontwaardigd door. Terwijl Jolien de ouders van Lyne uit Hongerspelen 15 naar binnen helpt, wendt T.G zich tot Corneel.
‘Wie zijn er al binnen?’
Ondanks alle chaos probeert Corneel iedereen die binnenkomt te tellen, en hij reageert gestrest als T.G hem aanspreekt.
‘Weet ik veel! Beide Hitomi’s zijn hier, Jolien is hier, Goembario is hier, Pascal is hier, Baby Krabs is hier, Tosti is hier, maar wie nog meer!? Ik ken niet iedereen bij naam!
‘Oké, dat is duidelijk… hoeveel moeten er nog komen?’
‘Dat kan ik niet met zekerheid zeggen, maar we moeten hoe dan ook haast maken. Volgens mijn berekeningen slaat de raket over vijf minuten in.
T.G kijkt op zijn horloge. ‘Kunnen we dat halen?’
‘Ik vrees van niet. We zijn met te veel. De enige manier om iedereen te redden is-‘
‘Iedereen is al gered!’
T.G kijkt de andere kant op. Vol opluchting ziet hij hoe Tuffie, WM en Klatergoud in zijn richting komen redden, met een grote groep familieleden tussen hen in.
‘Komen er nog meer mensen na jullie?’
‘Ik heb niemand anders gezien,’ antwoordt Klatergoud. ‘Wij zijn volgens mij de laatsten.’
‘Mooi zo! Kom vlug binnen! De andere twee hovercrafts zitten al vol!’
Zonder al te veel moeilijkheden worden de laatste familieleden naar binnen begeleid. T.G controleert iedereen nog een keer, en geeft dan het bevel om te vertrekken.
‘Start de motoren! Wegwezen hier!’
Zelf rent hij nog een keer naar buiten om met een grote schakelaar de poort van de hangar te openen. Ondertussen komen de eerste twee hovercrafts met een luid gebrom los van de grond. T.G snelt weer naar binnen om zijn eigen vlucht niet te missen. Kort daarna stijgt ook de laatste hovercraft op.
‘Sluit de deuren!’
Pascal drukt op een knopje, waarna de deuren zich langzaam naar binnen vouwen.
‘Is iedereen binnen?’ vraagt Jolien.
T.G knikt. ‘Ik heb niemand meer gezien. Het lijkt erop dat-‘
‘HE! WACHT OP MIJ!’
Verschrikt draait T.G zich om. Tot zijn grote afschuw ziet hij een betraande Reina de hangar in rennen. Laser volgt haar op klein afstandje, en blaft er hevig op los. T.G kan zichzelf wel schieten. Hoe heeft hij zijn twee trouwste kameraden van de rebellie over het hoofd kunnen zien?’
‘REINA! NEE!’
Hitomi-15 werpt zich naar voren. Jolien moet een arm om haar heen slaan om te voorkomen dat ze uit de hovercraft springt.
‘KEER OM! WE MISSEN NOG IEMAND!’
‘Dat kan niet!’ werpt Corneel haar tegen. ‘De raket slaat over drie minuten in! Als we nu weer landen, dan komen wij ongetwijfeld allemaal om in een vuurzee! SLUIT DE DEUREN!’
‘NEE!’ Pascal weigert Corneels bevel op te volgen. ‘Ben je gek!? Wij laten niemand achter!’
Voordat iemand hem kan tegenhouden grist hij een stuk touw van de muur en gooit het ene uiteinde ervan naar T.G.
‘Hou mij goed vast! Ik ga een gokje wagen!’
In een fractie van een seconde dringt het tot T.G door wat Pascal wil doen.
‘WACHT! DAT IS VEEL TE GEVAARLIJK!’
Maar Pascal luistert niet. Hij knoopt het touw om zijn middel en springt zonder enige twijfel naar buiten. T.G reageert snel en probeert het touw zo strak mogelijk te houden, maar kan niet voorkomen dat het touw uit zijn handen glipt als Pascals gewicht hem te veel wordt. Jolien gilt het uit.
‘NEE! HIJ VALT TE PLETTER!’
Goembario reageert in een flits en staat T.G bij door het touw strak te trekken.
‘KOM OP! SAMEN KUNNEN WE DIT!’
Doordat het touw weer goed vastgehouden wordt, zwaait Pascal nét boven de grond naar voren. Precies langs Reina en Laser. Zonder een woord uit te brengen pakt hij Reina bij haar arm. Op hetzelfde moment bijt Laser zich vast aan het touw. Door Pascals snelheid zwaaien ze met z’n drieën weer omhoog, waardoor Jolien er net in slaagt om Reina’s andere hand te pakken. Tot haar enorme schrik merkt ze echter dat ze wordt meegetrokken.
‘Help!’
Hitomi-15 wil te hulp schieten, maar iemand anders is haar voor. Tosti grijpt Jolien bij haar enkels voordat ze kan vallen.
‘Hebbes! Trek ze omhoog!’
T.G, Goembario, Jolien en Tosti beginnen alle vier tegelijk aan het touw te trekken, waarmee ze Pascal, Reina en Laser in een mum van tijd naar binnen hijsen. Met zijn sterke armen trekt Pascal zichzelf over de rand, en tilt hierbij Reina mee. T.G haast zich ter plekke om Laser een handje te helpen.
‘YEAH, LEKKER PASCAL!’
Een heuse overwinningskreet stijgt op uit de monden van de rebellen. De toeschouwende familieleden applaudisseren luidruchtig.
‘Reina!’
Zonder over haar gedrag na te denken werpt Hitomi-15 zich in Reina’s armen.
‘Ik dacht dat je er geweest was…’
‘Geloof me, dat dacht ik ook…’
Heel even overweegt Hitomi om haar hier en nu te zoenen, maar dan voelt ze hoe de ogen van Ulysess en haar vader zich in haar rug boren.
‘Sorry, ik… ik moet iemand anders nog iets uitleggen… sorry…’
‘Dat geeft niet,’ antwoordt Reina glimlachend. ‘Neem alle tijd die je nodig hebt.’
Hitomi glimlacht terug. Ondertussen ziet ze hoe Pascal, de redder van Reina, wordt omhelst door Baby Krabs.
‘Ik wist wel dat ik jou niet kwijt was! Kom bij papa, zoon!’
‘Nou, eigenlijk…’ Op het laatste moment bedenkt Pascal zich en omhelst hij Baby Krabs krachtig terug. ‘Bedankt… bedankt pa!’
Vervolgens wordt hij ook door Jolien omhelst.
‘Godallemachtig, wat ben jij dapper…’
Met een warm gevoel in zijn hart kijkt T.G toe. Dankbaarder zou hij Pascal niet kunnen zijn. Dankzij hem is iedereen weer veilig.
‘Sluit de deur, Corneel! Tijd om te vertrekken!’
‘Begrepen!’

Het gezoem van de hovercraft houdt alle aanwezigen in de cockpit stil. T.G zit uitgeput in een stoel. De gebeurtenissen van de afgelopen twaalf uur waren zo overweldigend dat hij het ook nu nog nauwelijks kan bevatten. Het ene moment leerde hij een wetenschapper van het Kapitool kennen, het moment daarna kwam hij achter de waarheid van zijn doodgewaagde vriend en uiteindelijk was hij gedwongen om samen met alle zijn rebellencollega’s op de vlucht te slaan. Trillend op zijn benen opent hij de wapenkast, en haalt er een aantal geweren uit. Hij weet wat hem nu te doen staat.
‘Wat moeten we doen met alle familieleden?’
T.G draait zich om. Achter hem zijn Klatergoud en Goembario verschenen.
‘Veel van hen zijn bang voor wat komen gaat. Ze hebben nog nooit een wapen vastgehouden. We kunnen ze onmogelijk bij onze strijd betrekken.’
T.G zucht. ‘Nee… dat kunnen we ook niet. Het spijt me als ik daarnet wat hard van stapel liep.’
‘District 8 ligt hier niet ver vandaan,’ merkt Goembario op. ‘We kunnen ze naar mijn huis brengen. Mijn kelder is ruim genoeg om aan een groot aantal mensen onderdak te bieden.’
‘Dat klinkt als een goed voorstel. Ik stel voor dat Hitomi-15, Reina, Baby Krabs en Laser bij hen blijven. Zij hebben ook bescherming nodig.’
‘En de andere winnaars?’ vraagt Klatergoud. ‘Wat doen we met hen?’
T.G staart emotieloos voor zich uit. ‘De winnaars zijn het gezicht van de rebellie. Hun steun is van groot belang. We moeten Fisico laten zien dat een winnaar zijn medewinnaars niet ongestraft kan verraden. Alleen door ons allemaal tegen hem te verenigen kunnen we hem effectief een hak zetten. Dit is een zaak van gerechtigheid.’

‘Ik kan het nog steeds niet geloven…’
Hitomi-8 is volledig aangeslagen over wat er is gebeurd.
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordt Tuffie. ‘Niemand had kunnen zien aankomen dat alles wat wij dachten te weten binnen zo’n korte tijd zo erg overhoop gehaald zouden worden.’
Hitomi knikt. ‘Ik heb Fisico nooit vertrouwd, maar dat hij zoiets zou doen… ongelofelijk gewoon…’
Een eenzame traan rolt over haar wang. WM slaat een arm om haar heen.
‘Ik weet hoe je je voelt. De wereld is een onbetrouwbare plaats waarin je vaak niet weet wat je kunt verwachten. Maar de gouden appels die het waard maken om erin te leven zijn mensen zoals jij. Mensen die je probleemloos kunt liefhebben en vertrouwen. Je wilt niet weten hoe blij ik ben dat ik jou heb leren kennen.’
Heel even voelt Hitomi zich gevleid, maar deze vreugde maakt al gauw plaats voor een brok in haar keel. Een rilling loopt over haar rug. Ze beseft dat ze WM nog altijd niet over haar geheim verteld heeft.
‘WM, ik vind het heel aardig van je dat je dat zegt, maar…’
‘Hm?’
‘Nou, ik… ik moet…’
WM lacht vriendelijk. ‘Kom nou, wat zou jij nou voor mij kunnen verbergen!?’
De verzwegen waarheid ligt op het puntje van haar tong, maar uiteindelijk ziet ze er toch van af om het te zeggen. Ze kent WM maar al te goed. Haar zwangerschap is nieuws waarmee ze hem niet wil belasten.
‘Niets,’ antwoordt ze uiteindelijk.
Tuffie glimlacht flauwtjes. ‘WM heeft gelijk. Het maakt niet uit hoeveel ongure types er op deze wereld rondlopen, we hebben altijd elkaar nog.’
‘Ja, natuurlijk…’ Hitomi wrijft ongerust over haar buik. ‘Maar wat nu? Hoe moet het nu verder?’
WM kijkt vertwijfeld de andere kant op. ‘Ik weet het ook niet, Hitomi. Ik kan alleen maar hopen dat dit zo snel mogelijk voorbij is…’
Zoemend vliegen de hovercrafts verder. De rebellen bereiden zich mentaal voor op hun laatste confrontatie. De laatste confrontatie die alle ellende in Panem voor eens en voor altijd dient te beëindigen. Vanuit de cockpit worden de eerste wapens al uitgedeeld. WM ziet Klatergoud op hem aflopen, met een kleine stapel geweren in haar armen.
‘Pak aan. Jullie zullen deze nodig hebben.’
WM fronst een wenkbrauw. ‘Moeten we hier echt aan meedoen?’
Klatergoud kijkt hem uiterst kil aan. ‘Wen maar alvast aan het idee. T.G wil hoe dan ook dat jullie meevechten.’
Dit is niet waar WM op had gehoopt. Hij had gehoopt dat hij hier zelf nog enige zeggenschap in zou hebben, maar daar lijkt het niet op. Nerveus kijkt hij van Hitomi’s bleke gezicht naar dat van Tuffie, dat stoïcijns terugkijkt. Alle drie lijken ze hetzelfde te denken. Moeten ze dit wel zomaar over zich heen laten komen?

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Ondanks dat het pas laat in de middag is, hangt er een gezellige sfeer in Toady’s cafeetje. Vanwege de aanhoudende spanningen is een grote groep Kapitoolmensen op vakantie gegaan naar District 11. Lorenzo Snow, zoon van de president en directeur van de grootste TV maatschappij van Panem, heeft daar al jaren een vakantiehuis, waar hij en een beperkte groep vrienden regelmatig onderdak zoeken. En het is dus daarom dat het, zoals nu, wel eens voorkwam dat mensen als Caesar Flickerman en Claudius Tempelsmith in het bruine zeemanscafé vrolijk mee lalden met een dronken Cansel Sert, dat Waterhap en Toad Bro vochten om de avances van TaT, en dat in een donker hoekje een bijzonder potje schaak gespeeld werd door Hans de Struisvogel en Mie de Hamster.
 
Hans neemt een grote hijs van zijn sigaar. Hij kijkt vertwijfeld naar het schaakbord. “Jouw beurt, Mie.” Mie grijnst. “Goed dan.” Hij pakt een witte pion op. “De Rebellen hebben alle familieleden in veiligheid gebracht voordat het Kapitool ze gevangen kon nemen.” Mie zet de pion een plaats vooruit. “Die actie heeft er toe geleid dat Admin na ruim 20 jaar ontmaskerd werd” werpt Hans tegen, terwijl hij de pion van het bord slaat met zijn zwarte pion. “De Rebellen hebben meer dan 20 gevangenen bevrijd uit de Bannedbox.” Een zwarte pion wordt geslagen. “En daarbij zelf evenveel mensen verloren.” Een witte loper delft het onderspit. Mie grijnst nog breder. “T.G heeft eindelijk de andere winnaars aan zijn kant gekregen.” Een van Hans’ torens wordt geslagen. Hans fronst. “Daardoor bevinden WM en Hitomi zich nu in groter gevaar dan voorheen.” Hij wil de tweede loper van Mie slaan, maar Mie houdt hem tegen. “Hoe bedoel je?” “Klatergoud.” Mie zucht. “Natuurlijk. Ga je gang.” De zwarte koningin slaat de loper van het bord. Slechts een paar stukken zijn nog over. Mie zet zijn laatste pion een stap naar voren. “De Rebellen hebben een verrassingsaanval gepland staan.” Hans slaat de pion met zijn koningin. “Het Kapitool heeft hierop gerekend met mutilanten.” Mie grijnst breed. “Die mutilanten zijn gecreëerd door professor Window, die aan de kant van de Rebellen vecht.” Met zijn witte koningin slaat Mie de zwarte koningin van Hans van het veld. Te laat ziet Mie dat zijn koningin hierdoor in positie staat om geslagen te worden door Hans. “Het Kapitool heeft Fisico.” De witte koningin wordt geslagen. Mie en Hans kijken beiden naar het steeds leger geworden schaakbord. Alleen de twee koningen en twee van de paarden staan nog op het bord. Hans neemt nog een hijs van zijn sigaar. “Goed, dit is de huidige stand van zaken.” Mie knikt. “Zowel Sven als Fisico hebben zich bekend gemaakt naar de Rebellen, maar het Kapitool weet nog niet van Sven af.” Hij verzet zijn paard. “Fisico heeft Opperhoofd gedood, waardoor de Rebellen hun twee grootste namen mist.” Werpt Hans tegen, terwijl ook hij een paard verzet. “De Rebellen zijn op dit moment onderweg naar het Kapitool, met een gigantisch leger.” Mie verzet zijn koning. “Ze hebben alle familieleden naar district 8 vervoerd, evenals enkele belangrijke Rebellen waaronder Baby Krabs.” Hans verzet zijn paard. “De Rebellen hebben Pascal.” “het Kapitool heeft Jeffrey.” “De Rebellen hebben Goembario.” “Het Kapitool heeft Hendrik.” “De Rebellen hebben T.G.” Zowel Hans als Mie zwijgt. Hans staat schaakmat. Mie grijnst breed. “De Rebellen hebben T.G.” De zwarte koning wordt van het bord afgeslagen. De witte kant heeft gewonnen.
 

Eventjes kijken Hans en Mie elkaar zwijgend aan. Dan beginnen beiden te lachen. Uit zijn zak haalt Mie een gouden pion tevoorschijn. “En de Rebellen hebben Tosti.” De witte koning wordt van het bord geslagen. Hans kijkt goedkeurend toe terwijl Mie twee gouden koningen midden op het schaakbord zet. “Het was een lang, vermoeiend proces mijn vriend, maar we zijn er bijna. Voor het einde van de dag hebben de Rebellen succesvol hun staatsgreep gepleegd, en heeft Tosti T.G uit de weg geruimd en Tuffie daarvoor weten te beschuldigen.” Hans grijnst. “Tuffie zal worden veroordeeld wegens verraad, en met een beetje geluk wordt WM voor die tijd uit de weg geruimd door Klatergoud.” “Goembario, Pascal, Jeffrey en Hendrik zullen de veldslag waarschijnlijk niet overleven.” “En de overgebleven Rebellen zullen jou als de beste kandidaat zien.” “Morgen rond deze tijd ben ik president van Panem, en jij Hoofd Peacekeeper.” Mie en Hans slaan de handen ineen. “Vertel een Hans” zegt Mie grijnzend. “Wat is je eerste, algehele indruk over deze dertiende Hongerspelen?” Hans grijnst breed terug. “Fantastisch! Het heeft alle verwachtingen overtroffen! Ja, dit een van de beste, nee wacht, dé beste hongerspelen tot nu toe!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
De peacekeeper die hem eerder feliciteerde, komt naar hem toegelopen. Hij buigt zich voorover, en fluistert in Fisico’s oor: “We moeten snel zijn Fisico. Zo dadelijk zijn we in het Kapitool, en sta je onder constante bewaking.” Fisico kijkt de Peacekeeper verbaasd aan en wil zijn mond openen om iets te zeggen, maar de Peacekeeper snoert hem de mond. “Zeg maar niets, er kijken teveel mensen mee. Gewoon antwoorden door te knikken of schudden met je hoofd.” Fisico knikt langzaam. Waar gaat dit naartoe? De Peacekeeper glimlacht. “Goed, we hebben weinig tijd, dus laat ik maar direct ter zake komen. Mijn naam is Admin. Ik ben hoofd Peacekeeper van het Kapitool, en tevens al vele jaren leider van de Rebellie. Zoals je weet is de Rebellie door het Kapitool grotendeels de kop ingedrukt, maar ik en de andere nog levende, op vrije voeten verkerende Rebellen zijn altijd actief gebleven. Mijn vraag aan jou is: zou je je bij ons willen aansluiten?”

JULI 2296

‘JIJ!’
Seneca Crane zwaait woedend zijn armen in het rond. De spelmakers kijken nerveus de andere kant op.
‘Ik wist wel dat ik jou nooit in dienst had moeten nemen! Je hebt alles verpest!’
Fisico’s hart klopt in zijn keel. Op aandringen van Admin had hij de Hongerspelen-arena gesaboteerd, en zodoende alle 36 tributen om het leven gebracht. Een beslissing waar hij nu al spijt van heeft. Niet omdat hij zich daarmee de woede van Senaca op de hals gehaald heeft, maar omdat hij zonder goede reden 36  kinderen heeft vermoord. Allemaal omdat volgens Admin het belangrijke altijd een offer waard is.
‘Ik… ik weet niet waar u het over hebt, Sen-‘
‘Spaar die smoesjes voor een ander!’
Met ferme passen stapt Seneca op hem af en grijpt hem bij zijn kraag.
‘Besef je wel wat je mij hebt aangedaan!? Dit kan ik onmogelijk tegenover President Snow verantwoorden! Hoe kan ik als hoofdspelmaker met zo’n blunder op mijn cv nog steeds mijn leven zeker zijn!?’
Terwijl hij met zijn arm zwaait, knoeit hij hete soep uit zijn mok op zijn kleren.
‘AUW, HEET! Godverde… Ik vervloek je, Fisico! Dit is eveneens jouw schuld!’
‘Kalm aan, Crane!’
Geschrokken draait Seneca zich om. In de deuropening van de controlekamer is President Snow verschenen. ‘President! Wat een aangename verrassing!’
Onmiddellijk neemt hij een overdreven beleefde houding aan.
‘Ik heb u een hoop uit te leggen, President! Ik verzeker u, ik had er niets mee te maken, de enige verantwoordelijke is-‘
‘Dat hoef je mij niet te vertellen, Crane. Ik weet best wie erachter zit.’
‘Dus ik wordt niet gestraft? Gelukkig maar!’
‘Daar zou ik maar niet zo zeker van zijn, Crane. Jij had het kunnen voorkomen als je alerter was geweest. Maar goed, ik ben hier niet voor jou. Laat me erlangs.’
‘J.. ja, onmiddellijk, president!’
Terwijl een lijkbleke Seneca zich in zijn stoel laat zakken, wendt Snow zich tot Fisico. Deze weigert hem echter aan te kijken.
‘Kijk me aan, Fisico.’
Met uiterste tegenzin laat Fisico zijn blik van de grond omhoog komen. Het gezicht van zijn grootste vijand kijkt hem venijnig aan. Hij moet zich inhouden om Snow niet ter plekke de nek om te draaien.
‘Ik herken die blik in jouw ogen. Je veracht mij. Je veracht mij vanwege wat er met Lazerstraal gebeurd is. Daarom heb jij de Hongerspelen gesaboteerd, nietwaar? Om mij te tarten.’
‘Nou, als u dat denkt, waarom laat u mij dan niet gewoon executeren!?’
President Snow lacht. ‘Nee hoor, zo kortzichtig ben ik nu ook weer niet. Vertrouw me, ik veracht jou net zo erg als jij mij, maar niet om de reden die je misschien zou verwachten. Kom maar eens mee.’
Fisico fronst een wenkbrauw. ‘Wat bent u met mij van plan? Ik laat mij niet zo makkelijk manipuleren!’
President Snow haalt een goud minipistooltje onder zijn overhemd vandaan en richt deze op hem. ‘Kom mee, Fisico. Ik wil jou iets laten zien. Iets wat jou misschien wel interesseert.’
Fisico twijfelt nog even, maar geeft uiteindelijk toe aan zijn nieuwsgierigheid. Hij volgt Snow lijdzaam de controlekamer uit, richting de lift.

‘Hier is het.’
De liftdeuren schuiven  langzaam open. Fisico kijkt zijn ogen uit. Voor hem strekt zich een lange, onderbelichte gang uit, met aan het einde een grote, metalen deur. Koude lucht komt direct in aanraking met zijn gezicht, en doet een rilling over zijn rug lopen. Hij was nog nooit eerder in de kelder van het Hongerspelen-gebouw geweest. Met Snow aan zijn zij loopt hij richting het andere uiteinde van de gang, zijn voetstappen diep galmend door de metalen muren. Eenmaal bij de deur aangekomen ziet hij een bordje. Een bordje met een tekst erop waarvan zijn nekharen overeind gaan staan.

HET GRAF VAN TOADPLAZA

‘Wat is dit voor een plek?!’
Snow grijnst. ‘Laat mij jou de geschiedenis van dit gebouw eens ophelderen, Fisico. Lang geleden, toen er van de Hongerspelen nog geen sprake was, lag op deze plek de prestigieuze Toadplaza-universiteit. Enkele jaren na de vernietiging van Toadplaza is op precies dezelfde plek het Hongerspelen-gebouw opgericht, ter herinnering aan de misdaden van de rebellen.’
‘Dus dit gebouw ligt feitelijk op een plaats van massamoord!?’
Snow knikt. ‘Dat neemt echter niet weg dat het verleden op sommige plaatsen nog steeds zichtbaar is. Achter deze deur bevindt zich het enige laboratorium dat de explosie overleefd heeft. Door de jaren heen zijn hier alle hoofdwetenschappers van het Kapitool aan het werk zijn geweest. Ook nu worden er nog steeds experimenten uitgevoerd. Veel mulitanten bedoeld voor de Hongerspelen worden hierbinnen geboren. Tevens worden de lichamen van gestorven tributen hier naartoe gebracht, zodat we erop kunnen experimenteren.’
‘En wat heeft dat te maken met wat jij mij wilde laten zien?’
‘Daar kom je snel genoeg achter.’
Snow klopt behoedzaam op de metalen deur.
‘Ik ben het, Window! Open de deur!’
‘Ik kom eraan!’
Met een luid, mechanisch kabaal schuift de deur open. Vanachter het grote metalen gevaarte komt een oudere man tevoorschijn, met lange, slordige haren, een bril en een witte jas.
‘Goedenavond, Snow. Ik moet helaas mededelen dat het experiment onsuccesvol is. De lijken vertonen tot nu toe geen-‘
‘Bewaar die informatie maar voor een andere keer, Window. Open de koelinstallatie. Ik wil deze knaap hier iets laten zien.’
Sven kijkt hem verrast aan. ‘De koelinstallatie? Maar… wilt u dan dat hij-‘
‘Daar heeft hij alle recht op. Doe maar gewoon wat ik zeg.’
Zonder te antwoorden haast hij zich naar de achterzijde van de ruimte. Ondertussen kijkt Fisico het hele laboratorium rond. De plaats is bijna net zo onderbelicht als de gang waar hij net doorheen liep. Op Sven na is het er grotendeels uitgestorven, maar hier en daar buigen enkele assistenten zich over tafels en computerschermen, waarop onbegrijpelijke dingen afgebeeld worden. Verspreid over het lab staan verschillende bedden, waarvan sommige bezet door meerdere lijken die aan allerlei ingewikkelde apparatuur gekoppeld zijn. Een misselijkmakende geur van rottend vlees bedwelmt de lucht. Fisico breekt in zweten uit. Hij heeft hier nog maar nauwelijks een minuut doorgebracht, en nu heeft hij al spijt van zijn beslissing om hier te komen. Hoe kan een mens in vredesnaam in zo’n lugubere omgeving werken?
‘Schakel de koelinstallatie uit!’
Een assistent zet een schakelaar om, waarna Sven zich klaarmaakt om een deur te openen. Een deur die doet denken aan een extreem grote vriezer. Fisico voelt zich totaal niet op zijn gemak. Er knaagt een onbehaaglijk gevoel aan hem dat hij in de val wordt gelokt. Net als hij zich wil omdraaien en wegrennen, wordt hij gewenkt door Snow.
‘Het hoeft niet lang te duren, jongeman. Hierna zal je alles begrijpen. Aanschouw de waarheid.’
Met een sissend geluid gaat de deur open. Een massale stoompluim stijgt op uit de binnenkant, en maakt de inhoud tijdelijk onzichtbaar. Fisico kijkt belangstellend toe. Langzaam maar zeker wordt in de stoom het silhouet van een mens zichtbaar. Het silhouet van een jong meisje, dat zo te zien de achttien nog niet gepasseerd is. Het silhouet van een jong meisje dat Fisico zeer bekend voor komt. Het is het silhouet van...
‘NEE!’
Fisico slaat zijn handen schreeuwend voor zijn ogen. Dit beeld kan hij onmogelijk verdragen.
‘HAAL HAAR WEG!’
‘Kalm aan, Fisico! Ik zal alles uitleggen.’
‘NEE! IK KAN DIT NIET AANZIEN! ZE IS DOOD! IK WIL HAAR LEVEND!’
‘Ze IS levend, Fisico! Haar lichaam is ingevroren. Ze wordt kunstmatig in leven gehouden.’
‘Oh ja!? Ik ben toch niet gek!?’
Hoewel hij het tegen de president van Panem heeft, let hij totaal niet meer op zijn toon.
‘Ik heb zelf gezien hoe het met haar afliep! Ze werd onder mijn neus weggesleurd door een kudde mulitanten! Hoe kun je mij mogelijk voorhouden dat ze nog leeft!? Je probeert mij gewoon te bespelen!’
‘Dat was slechts een list. Het is de bedoeling om iedereen te laten denken dat ze dood is. Maar ik verzeker jou dat ik dat nooit echt zou laten gebeuren.’
‘Laat me niet lachen! Jij bent zelf verantwoordelijk voor haar dood! Verwacht je echt dat ik jou geloof!?’
Snow grijnst breed. ‘Denk toch eens na! Ik ben verantwoordelijk voor duizenden doden. Waarom zou ik uitgerekend het leven van een veertienjarig meisje sparen?’
‘LEUGENAAR! JE HEBT HAAR NIET GESPAARD! ZE IS D-‘
‘Hou je mond, Fisico! Lazerstraal is mijn kleindochter.’

Fisico kijkt Snow aan alsof hij drie ogen heeft.
‘Nee… dat slaat nergens op…’
‘Ik zal alles uitleggen, als je mij tenminste de gelegenheid biedt om uit te praten.’
‘Het is onmogelijk! Hoe kan de president van Panem de grootvader zijn van een kind uit District 11!?’
Snow schraapt zijn keel. ‘Ik neem jou mee naar 2281, toen de spanningen tussen de districten en het Kapitool al aardig hoog begonnen op te lopen. Mijn oudste zoon, Triberius Snow, vond dat het tijd was voor verandering. Samen met zijn vrouw en pasgeboren kind verhuisde hij naar District 11 en liet hij er een huis voor zichzelf bouwen, om de banden met dat district aan te halen. Weet je wat er met hem gebeurde?’
Fisico schudt zijn hoofd.
‘Hij werd vermoord. Hij en zijn vrouw werden bloederig vermoord door barbaarse districtbewoners, die hun bezoek interpreteerden als arrogantie. En hun dochtertje? Zij werd gegijzeld en opgenomen door de districtbewoners, gedoemd om een leven te lijden dat haar onwaardig was.’
Fisico’s hersenen werken op topsnelheid. Een voor een vallen alle puzzelstukjes op hun plaats.
‘Is dat de reden dat ze werd ingeloot voor de Hongerspelen? Zodat ze weer terug kon naar haar het grondgebied van haar voorouders?’
‘Correct. Mijn tweede zoon, Lorenzo Snow, heeft haar jarenlang vanuit de schaduw geholpen. Hij heeft in het geheim de trainingen verzorgd die haar moesten voorbereiden op de Hongerspelen. Alles werd eraan gedaan om haar overwinning veilig te stellen.’
‘Natuurlijk… daarom werd ze in die kerker gestopt, nietwaar? De isolatie zou haar kans op winst vergroten.’
‘Inderdaad. Helaas kwam Crane op het briljante idee om tenminste één ander bij haar in de kerker te stoppen, opdat niemand zou vermoeden dat zij voorgetrokken werd. Een zwakkeling, een nietsnut uit een nietszeggend district, iemand die ze makkelijk zou kunnen vermoorden. Het leek een goed plan. Niets had ons voorbereid op de ongewenste effecten die dit had.’
Fisico laat zijn blik naar de grond zakken. Hij herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe hij en Lazerstraal verliefd op elkaar werden. Hoe zij de hele Hongerspelen in de kerker doorbrachten, totdat ze uiteindelijk bevrijd werden. Hoe zij, zonder het te willen of te verdienen, de andere tributen in de arena overleefden. Hoe geen van hen bereid was om te sterven, in de angst de ander in de steek te laten. Met alle gevolgen van dien.
‘Begrijp je nu waarom ik jou veracht, Fisico? Als het niet aan jou had gelegen, zou Lazerstraal weer terug in het Kapitool zijn, precies zoals dat zou moeten. Jij hebt mij mijn kleindochter afgenomen!’
‘Dat is toch niet mijn schuld!? U zei het zelf: ze leeft nog! Waar hebt u-‘
‘STILTE!’
Fisico houdt geschrokken zijn mond.
‘Denk je dat ik de wereld zomaar kan laten zien dat ze nog leeft!? Het zou de geruchten die nu al de ronde over haar gaan alleen maar hardnekkiger maken. De rebellen zouden er hun voordeel mee kunnen doen. Dat wil ik ten koste wat het kost voorkomen.’
‘Dus? Wat wilt u dan doen?’
‘Luister. Lazerstraal hield van jou. Hoezeer ik jou ook veracht, ik weiger de geliefde van mijn kleindochter iets aan te doen. Daarom doe ik jou een belofte: ik zal jou niets aandoen zolang jij deze informatie met niemand deelt.’
‘Is dat alles? Je wilde mij dit alleen maar laten weten, en meer niet?
Snow grijnst. ‘Je bent een slimme jongen, Fisico. Ik wist wel dat je zou vermoeden dat er meer achter zit. Ik wil jou een aanbod doen. Een aanbod dat ons allebei kan helpen.’
‘Ga door.’
‘Nou, kijk… jij hebt de arena gesaboteerd. Maar dat kun jij niet alleen hebben gedaan. Je moet wel met andere rebellen hebben samengewerkt om zoiets te bereiken. Daarbij vermoed ik al langer dat er rebellen in het Kapitool rondlopen. Rebellen die ik maar wat graag uit de weg wil ruimen.’
‘En wat kan mij dat schelen?’
‘Let op je woorden, Fisico. Ik kan Lazerstraal jou teruggeven. Ik kan haar uit haar slaap ontwaken. Maar dan moet je me wel iets beloven.’
Fisico kan zijn opkomende nervositeit nauwelijks verbergen. Hij voelt het verzoek van President Snow al aankomen.
‘En dat is?’
Een duivelse grijns verschijnt op Snow’s gezicht.

Aangeslagen loopt Fisico weer naar buiten. President Snow heeft hem voor een onmogelijke keuze gesteld. Wat moet hij in vredesnaam doen? Diep in zijn hart verlangt hij hevig terug naar het samenzijn met Lazerstraal, van wie hij meer houdt dan wie dan ook. Aan de andere kant kan hij het echter ook niet opbrengen om zijn collega’s van de rebellie een dolk in de rug te steken. Admin is wellicht niet de aardigste, maar hij is wel de leider van de rebellie. Zonder hem maken de districten geen enkele kans om ooit uit de ijzeren greep van het Kapitool bevrijd te worden. Maar als hij hem trouw blijft, zal hij Lazerstraal nooit meer terug krijgen. Een diepe zucht verlaat zijn mond. Is het echt nodig om tussen die twee uitersten te kiezen?
‘Ho, stop!’
Fisico draait zich om. Achter hem komt de professor die hem en Snow eerder te woord stond naar buiten gerend.
‘Huh? Wat doet u hier?’
‘Het spijt me, ik kon dit niet in het bijzijn van Snow zeggen. Ik wil jou graag helpen.’
‘Wat bedoelt u?’
Sven kijkt schichtig om zich heen. ‘Luister, misschien geloof je het niet, maar ik zie Snow net zo graag verdwijnen als jij. Hij maakt mij al veel te lang het leven zuur. Ik wil niet dat jij hetzelfde lot ondergaat.’
‘Dus u wilt zich bij mij aansluiten?’
‘Zo zou je het kunnen opvatten. Van Snow mag ik zelden het lab verlaten, dus ik kan jou helaas niet zo goed helpen als ik zou willen. Maar ik kan jou wel beloven dat ik zal helpen wanneer de gelegenheid zich voordoet. Ik stel voor dat wij onze telefoonnummers uitwisselen.’
Fisico krabt zichzelf op zijn hoofd. ‘Weet u zeker dat u zo geen gevaar loopt?’
Sven grijnst. ‘Met mij komt het goed. Vooruit, ik heb pen en papier. Schrijf het op.

JUNI 2298

‘Waarom heb je al zolang geen rebelse acties meer uitgevoerd?’
Fisico klemt zijn handen om de leuningen van zijn stoel. Hij kan Admin onmogelijk de waarheid vertellen.
‘Eh… ik dacht eerlijk gezegd dat het niet nodig zou zijn…’
‘Niet nodig!?’ Admin buigt zich naar Fisico toe. ‘Luister goed knul, ik heb jou niet voor niets gevraagd of jij je bij de rebellie wilde aansluiten. Een winnaar aan onze kant is meer dan waar ik op durfde te hopen. Bewijs jezelf nou eens!’
‘Waarom zou ik? Verwacht je soms van me dat ik de arena nog een keer saboteer?’
‘Fisico, alsjeblieft… hier hebben we het al eens over gehad. De Hongerspelen-tributen zijn toch al ten dode opgeschreven! Waar maak je je nou zo druk om!?’
‘HET ZIJN KINDEREN!’
De uitdrukking op Admin’s gezicht wordt met de seconde norser. Meteen wenst Fisico zich dat hij niet zou zijn uitgevallen.
‘Je stelt met teleur, jongeman. Het belangrijke is altijd een offer waard. Als je dat nu nog niet begrijpt, ben ik genoodzaakt drastische maatregelen te nemen.’
‘En wat houdt dat in?’
‘Ik zeg dit niet graag, maar jouw deelname is te belangrijk voor ons. Wij laten je niet zomaar gaan. Doe je niet wat wij willen, dan zal ik je moeten dwingen. Ik heb een vriend in District 6 die jou vast wel wil controleren. Ooit van Nalyd Rats gehoord?’
Fisico knikt. Nalyd Rats was een professionele bokser uit District 6, die het later wist te schoppen tot korporaal in het Leger der Peacekeepers, voordat hij uiteindelijk rebel werd.
‘Ik ken Nalyd Rats uit de tijd dat wij samen in het leger zaten. Hij heeft een hekel aan zwakkelingen. Als ik hem vertel dat jij te laf bent om een paar mensen voor een hoger doel te doden, weet ik zeker dat hij jou met alle plezier daarvoor wil straffen. Hoe zou jij het vinden als jij dadelijk een van jouw oude vrienden dood zou aantreffen? Je weet wel, jouw medewinnaars… Hoe zou je dat vinden, hm?’
De spieren in Fisico’s gezicht spannen zich aan. Admin grijnst. Hij heeft het beoogde effect teweeg gebracht.
‘Denk eraan, de Hongerspelen vinden binnenkort weer plaats. Jij bent nog steeds onze enige spelmaker. Jij bent in een betere positie om het Kapitool te dwarsbomen dan wie dan ook. Stel me niet teleur.’

JULI 2298

‘Jij hebt wat uit te leggen!’
President Snow’s gezicht staat op onweer. Fisico doet zijn uiterste best om woorden te vinden.
‘H… het spijt me, president… ik wilde niet…’
‘Schei uit met je excuusjes! Gebeurd is gebeurd. Voor de tweede keer in korte tijd heb jij de Hongerspelen verpest. Wie denk je wel dat je bent!? Ik kan Crane niet altijd de schuld geven!’
‘Geloof  me, ik wilde het eigenlijk niet doen, maar-‘
‘DAAR GELOOF IK HELEMAAL NIKS VAN!’
Fisico schrikt van deze plotselinge uitval. Snow briest.
‘Jij moet hoognodig eens de knoop doorhakken, Fisico. Wil je Lazerstraal terug hebben of niet!?’
‘Natuurlijk wil ik dat, echt waar, maar-’
‘Bewijs dat dan maar eens.’
Fisico’s lichaam trilt zoals het dat nog nooit had gedaan. Hij moet hier zo snel mogelijk weg zien te komen.
‘Nou? Waar blijven de namen!? Vertel op!’
‘Sorry, ik… ik moet er nog even over nadenken…
Snow zucht geïrriteerd. ‘Ik knijp al veel te lang een oogje voor jou dicht, weet je dat?’
‘Vertrouw me, de eerstvolgende keer dat ik hier binnenkom noem ik de naam van iedere rebel die ik ken. Ik moet gewoon… nog wat dingen voorbereiden. Ja, dat is alles.’
Snow lacht schamper. ‘Je stelt mijn geduld wel erg op de proef, Fisico. Ik zou maar opschieten als ik jou was, want ik wacht niet voor eeuwig. Wees pragmatisch. Je maakt nog kans om jezelf tegenover mij te bewijzen. Let wel: “nog”. Is dat duidelijk!?’
‘Heel duidelijk.’
Fisico staat op uit zijn stoel en wil het presidentiële kantoor uit lopen. Net als hij zijn hand op de deurklink legt, roept Snow hem terug. Zenuwachtig kijkt  hij om.
‘Van nu af aan zullen de Hongerspelen niet meer onderbroken worden. Lever je spelmakervergunning maar in. Je bent ontslagen.’

MAART 2299

‘Waarom!?’
Fisico’s knieën knikken als een gek. Admin vouwt ongeduldig zijn armen over elkaar.
‘Luister Fisico, de straten van District 6 wemelen van de zwervers. Het zou zonde zijn om hun haat tegen het Kapitool niet te uit te buiten.’
‘Maar… die mensen zijn al zo ontzettend veel kwijtgeraakt! Waarom wil je per se dat ik ze rekruteer? Het zou hun leven alleen maar erger maken!’
‘Huh? Durf jij na al die jaren nog steeds aan ons motto te twijfelen?’ Admin zet zijn handen op tafel. ‘Ook ik loop continu gevaar. Continu controleer ik wat er achter mijn rug om gebeurt om er zeker van te zijn dat ik niet ontdekt wordt. Denk je dat ik dat voor de lol doe!? Nee! Ik doe het voor een beter Panem! Het belangrijke is altijd een offer waard! Wanneer dringt dat nu eens tot jou door!?’
‘Maar… waarom de Hongerspelen? Waarom, of all places, de Hongerspelen!? Niemand verdient het om daaraan te moeten meedoen!’
‘Tja… nu jij ontslagen bent, moeten we alternatieve manieren verzinnen om de Hongerspelen te saboteren.’
‘Dat kwam omdat ik vorig jaar van jou zo nodig de arena moest opblazen!’
Admin kijkt Fisico extreem vuil aan, wetende dat hij gelijk heeft, maar niet bereid om het toe te geven.
‘Ik vertrouw het niet,’ gaat Fisico verder. ‘Waarom ben jij zo geobsedeerd door de Hongerspelen? Al sinds wij elkaar kennen, wil jij dat ik mij met niets anders bezighoudt. Ik vermoed dat er een hoger doel achter zit. Heb ik het goed?’
Admin laat zijn mondhoek licht stuiptrekken en kijkt naar beneden. Fisico moet een grijns onderdrukken. Hij zit precies in het juiste vakje.
‘Goed dan.’ Admin schraapt zijn keel. ‘Nu ik merk dat het geen zin heeft om informatie voor jou te verbergen, zeg ik het maar gewoon. Het zal je verbazen: Lazerstraal leeft nog.’
‘Wat!?’
Fisico hoeft geen moeite te doen om verrast over te komen. Uiteraard is het geen verrassing voor hem dat Lazerstraal nog leeft. Wat hem in werkelijkheid verrast is het feit dat Admin ervan weet.
‘Hoe weet je dit?’
‘Mie de Hamster heeft mij dit verteld. Hij had het er laatst over met Seneca. Blijkbaar is het zo dat Lazerstraal ergens diep in het Kapitool kunstmatig in leven wordt gehouden, en dat Snow van plan is om haar uiteindelijk uit haar slaap te ontwaken en haar opnieuw in de Hongerspelen te zetten, om de rebellen te demoraliseren.’
Fisico slikt. Lazerstraal moet opnieuw meedoen aan de Hongerspelen? Dat had President Snow niet met hem afgesproken. Het enige wat hij kan doen is hopen dat het niet waar is.
‘Ik denk dat ik het al begrijp. Jij wilt dat ik die straatkinderen de Hongerspelen instuur om Lazerstraal te laten winnen als ze weer meedoet, nietwaar? Voor de rebellie zou dat een enorme morele overwinning zijn.’
Admin zucht. ‘Fisico, jij zou dit liever moeten willen dan wie dan ook. Haar terugkeer zou niet alleen een symbool van ons verzet zijn, maar ze is ook jouw geliefde. Jij verlangt naar haar bijzijn, en zij naar dat van jou. Waarom zou je haar die gunst niet willen doen? Ze heeft nota bene je leven gered!’
‘Natuurlijk! Natuurlijk wil ik haar terug! Maar niet tegen iedere prijs!’
‘Dit kan zo niet langer, jongeman. Jij moet leren accepteren dat dit werk niet zonder offers is. Jij zult mensen in huis nemen, en ik zou er maar voor zorgen dat ze zich op niets anders kunnen concentreren dan ons doel. Als je iets ten koste wat het kost wilt bereiken, is vrijheid een doodzonde.’
‘Mooi niet! Zo ga ik niet met mensen om!’
‘Maar ik wel.’ Admin torent dreigend boven Fisico uit. ‘Denk aan wat ik eerder gezegd heb, Fisico. Ik ben Hoofd van het Leger der Peacekeepers, en ik heb overal vrienden zitten. Ik kan met jouw medewinnaars doen wat ik wil.’
De moed zinkt Fisico in de schoenen. Voor de zoveelste keer wordt hij gechanteerd. Sinds het verlies van Lazerstraal kunnen alleen zijn medewinnaars de achtergebleven leegte in zijn hart opvullen. Iets wat Admin blijkbaar maar al te goed weet. Waarom moeten de levens van zijn vrienden op het spel gezet worden? Waarom wordt hij gedwongen om straatkinderen naar de slachtbank te leiden voor een doel dat ook op een eenvoudigere manier bereikt kan worden? Opeens wordt het voorstel van President Snow wel erg verleidelijk...

‘Is dat alles?’
‘Dit is alles wat ik weet, president. Ik hoop dat u er iets aan hebt.’
Fisico probeert zijn gezicht zo strak mogelijk te houden. Zojuist had hij de namen van enkele laaggeplaatste rebellenleiders opgenoemd, in de hoop dat hij daarmee aan Snow’s eisen zou voldoen.
Snow strijkt met zijn hand door zijn baard. ‘Interessant. Zeer interessant. Ik zal er meteen troepen op uit sturen om ze op te pakken.’
Hij reikt naar de telefoon op zijn bureau, maar Fisico houdt hem tegen.
‘Vergeet u niet iets?’
Snow kijkt hem vragend aan. ‘Wat bedoel je?’
‘Ik wil u niet beledigen, maar volgens mij had u mij iets beloofd.’
Even lijkt Snow uit het veld geslagen, maar dan barst hij in lachen uit.
‘Ik geef toe, Fisico, je bent slim, maar niet zo slim als je denkt. Ik zie het wel als mensen iets voor mij achterhouden.’
Fisico verbreekt onmiddellijk het oogcontact met Snow. Hoe kan hij aan hem zien dat hij niet alles verteld heeft?
‘Ik weet wel wat er jou omgaat, jongeman. Jij hoopt dat ik Lazerstraal aan jou teruggeef als jij de namen van slechts een handjevol rebellen opnoemt, nietwaar!?’ Snow komt overeind uit zijn stoel, en slaat met zijn vuist op tafel. ‘Alle namen van rebellen die je kent, Fisico! Dat was de afspraak! Wie denk je wel niet dat je bent, om te denken dat je mij kunt omkopen met half werk!? Dat beschouw ik wel degelijk als een grove belediging!’
‘President, ik verzeker u-‘
‘STILTE!’
Fisico durft Snow niet aan te kijken. Hij heeft geen flauw idee wat hij moet doen. Als zelfs dit niet werkt, moet hij dan toch maar gewoon alle namen opnoemen?
‘Ik betwijfel of jij wel echt om Lazerstraal geeft, weet je dat? Als je echt van haar had gehouden, dan had je mij nu allang alles verteld.’
Fisico voelt de woede in zich opborrelen. Natuurlijk houdt hij van Lazerstraal. Zij redde zijn leven toen hij dreigde te verhongeren. Hij zou bereid zijn om alles voor haar te doen. Alles, behalve dit. Hoe hevig zijn hart ook naar haar verlangt, zijn collega’s van de rebellie betekenen minstens zo veel voor hem. Goembario, Opperhoofd, Baby Krabs… allemaal stuk voor stuk mensen die hij niet wil missen. Hij kan ze niet verraden.
‘Je wilt niet weten hoeveel geluk jij hebt, Fisico. Ik heb jou een eerlijk aanbod gedaan, maar jij blijft weigeren. Als het niet aan Lazerstraal had gelegen, zou jij allang in de Bannedbox vastzitten.’
‘Ik wil Lazerstraal niet tekort doen…‘
‘Oh ja!? Wel, nu is je kans om het te bewijzen. Als je al jouw rebellenvriendjes bij naam kent, kun je ze nu ook allemaal opnoemen. Het zou onzin zijn om langer te wachten.’
Fisico verkeert in een tweestrijd. Zo snel als hij kan weegt hij alle opties af. Misschien kan hij iemand verraden die hij niet mag. Als hij Admins naam zou noemen, zouden zijn medewinnaars voortaan veilig zijn. Hij zou voortaan niet meer door hem gechanteerd kunnen worden, en hij zou voortaan niet meer voor zijn vrienden hoeven vrezen. Hij staat op het punt om zijn mond open te doen, maar… nee, dat kan ook niet. Admin is de leider van de rebellie. Hij is de enige die in staat is om het Kapitool ten val te brengen. Door hem te verraden zou hij de rebellen met wie hij wel goed kan opschieten ook een dolk in de rug steken.
‘Het spijt me…’

Het is al laat op de avond als Sven Fisico eindelijk ziet aankomen. Meteen ziet hij dat er iets niet in orde is met hem.
‘Huh? Wat is er met jou gebeurd?’
Fisico’s rode gezicht kijkt hem overstuur aan.
‘Van alles. Er is van alles met mij gebeurd.’
‘Wil je het er over hebben?’
Fisico probeert zijn tranen te bedwingen, maar dat lukt hem niet echt.
‘Ik… ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen…’
‘Hoezo niet? We hadden toch afgesproken om tegen President Snow samen te spannen?’
‘Dat weet ik, maar… er is iets tussengekomen. Iets waar jij zelf bij bent geweest. Weet je nog die ene keer in het lab, toen Snow  mij Lazerstraal liet zien? Hij deed mij een belofte. Een belofte die hij zou waarmaken als ik… als ik…’
Op dat moment heeft Fisico zijn emoties niet meer controle en begint hij luid te snikken. Sven kijkt hem geschokt aan.
‘Je gaat me toch niet vertellen dat je op zijn verzoek bent ingegaan?’
‘Ik was blind, oké!?’ schreeuwt Fisico. ‘Stekeblind. Ik dacht terug aan mijn tijd met Lazerstraal, en heb toen het ondenkbare gedaan…’ door zijn hevige gesnik kan hij zijn zin nauwelijks afmaken.
Sven’s gezicht verstart. Hij wil iets zeggen, maar worden schieten hem tekort.
‘Wat voor een persoon ben ik!?’ gaat Fisico verder. ‘Ik heb enkele rebellen aan het Kapitool verraden, omdat ik mij zo nodig moest laten beheersen door Snow’s belofte. En ik was nog zo dom om erin te trappen ook! Ik krijg Lazerstraal niet eens terug!’
Sven laat zijn blik naar de grond zakken. ‘Dat viel te verwachten van iemand zoals Snow.’
‘Hij zegt dat ik Lazerstraal pas terugkrijg als ik hem alle rebellen die ik ken bekend maak. Niet dat het nog iets uitmaakt. Het leed is al geschied… meerdere mensen, beroofd van hun dromen… en hun levens…’ zijn tranen druppelen inmiddels op de grond.
Sven kijkt nog steeds naar de grond. Zijn eerste reactie is om Fisico van repliek te dienen, maar dat zou niet eerlijk zijn. Tenslotte heeft hijzelf in naam van Snow nog veel meer leed veroorzaakt…
‘Ik zal niet zeggen dat ik jou niet begrijp, maar… waarom? Hoe kun je mogelijkerwijs zulke sterke gevoelens hebben voor iemand die je slechts enkele dagen gekend hebt? Waarom zou je zo ver gaan?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordt Fisico krampachtig. ‘Het is gewoon… ik heb nooit veel liefde gekregen in mijn leven. Voor de Hongerspelen niet, nu niet… zelden. Die ene keer was een van de weinige uitzonderingen...’
‘Let op mijn woorden: laat je niet leiden door je emoties. Snow maakt daar graag van gebruik van om mee te manipuleren. Hem kennende is hij weinig goeds van plan.’
‘Dat gevoel heb ik ook. Toen ik laatst met Admin sprak, hoorde ik dat Snow van plan was om Lazerstraal aan een latere Hongerspelen te laten deelnemen. Tegen mij had hij dat nooit gezegd. Maar toch probeerde ik met hem te praten, tevergeefs…’
‘Zo zie je maar dat Snow echt niet te vertrouwen is. Je moet Lazerstraal loslaten.’
‘Maar-’
‘Ze is een herinnering, Fisico! Jij bent ouder geworden, maar zij blijft even oud als toen. Zij is nog steeds dezelfde persoon als toen, maar jij hebt je ontwikkeld. Jullie zijn te ver uit elkaar gegroeid om nog iets voor elkaar te kunnen voelen. De liefde voor het meisje op wie jij jaren geleden verliefd werd, is niets meer waard. Wat je ook doet of denkt, je bent haar niets verschuldigd. Feit.’
Fisico weet niet hoe hij moet reageren, maar voelt onbewust zijn hoofd zachtjes knikken. Sven heeft gelijk. Natuurlijk heeft hij gelijk. En toch zit het hem niet helemaal lekker.
‘Het beste wat je nu kunt doen is doorgaan met waar je aan begonnen bent. Ik heb mij bij jou aangesloten omdat ik vertrouwen in jou had, en dat vertrouwen is nog niet weg. Wetende dat jij het in je hebt om van je fouten te leren, zal ik jou vergeven. Maar onthoudt wel: geef niet toe aan het irrationele. Dat leidt alleen maar tot meer problemen.’
Fisico veegt zijn tranen weg. ‘Bedankt voor het advies…’
‘Beloof het me, Fisico. Beloof me dat je je vanaf nu alleen nog maar aan de rebellie wijdt. Het is de enige manier om onze problemen op te lossen.’
‘Beloofd.’ Fisico schudt Sven plechtig de hand. ‘Nu moet ik het ook nog aan de anderen vertellen…’
‘Bespaar jezelf die moeite. Je hebt beloofd dat je dit nooit meer zult doen, dus daar hou ik je aan. Wat we nu hebben besproken blijft onder ons, goed?’
Fisico knikt opgelucht. ‘Bedankt. Nou, laten we maar overgaan tot de orde van de dag. Heb je nog wapens bij je?’
‘Helaas niet, maar ik heb wel iets anders. Kijk maar eens in deze doos.’
Nieuwsgierig maakt Fisico de doos open. Onmiddellijk verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. Na alles wat hij heeft doorstaan, is dit precies wat hij nodig heeft. ‘Ah, wat een schattige puppy. Sinds wanneer fok jij honden?’
‘Correctie: wolven. Dit jochie hier en zijn ouders maken deel uit van een gewetenloos experiment. Snow wilde hem laten inslapen omdat hij nogal ongehoorzaam is, maar dat laat ik niet gebeuren. Mijn vraag aan jou is: wil jij hem adopteren?’

JUNI 2300

‘Hoe gaat het met jouw rekruten?’ vraagt Admin, doelende op de kinderen die Fisico in huis heeft genomen.
‘Prima. Ze maken vorderingen.’
‘Goed. Heb je ze een beetje onder controle?’
Fisico moet moeite doen om zijn walging te verbergen. Onder controle, zegt Admin. Alsof ze wilde dieren zijn. Hij ging met Admin’s opdracht akkoord vanwege zijn belofte aan Sven, maar als het aan hem had gelegen…
‘Het gaat wel. Ik heb regels voor ze opgesteld, waar ze zich te allen tijde aan dienen te houden. Gaan ze in overtreding, dan moeten ze strafregels schrijven: ‘’Het belangrijke is altijd een offer waard’’.’
‘Heel goed. Eindelijk begin je het te begrijpen.’
‘Ach, het is niets.’ Nog steeds moet Fisico zich inhouden. Hij herinnert zich hoe hij Hitomi gisteren strafte, omdat ze de deur voor een vreemdeling wilde opendoen. Een risico dat volgens Admin onaanvaardbaar was. Fisico vouwt zijn handen in elkaar. Al maandenlang speelt hij de rol van een geharde rebel, puur om de inspiratiebron te zijn die Admin wil dat hij is. Al maandenlang verleent hij zonder veel uitzonderingen zijn steun aan roekeloze en meedogenloze acties. Allemaal voor de bestwil van Panem, volgens Admin. Het uitschakelen van zijn geweten begint steeds meer zijn tol te eisen.
‘Nu ik eraan denk,’ merkt Admin op, ‘heb je er nog aan gedacht om een andere winnaar te rekruteren?’
‘Ik ben bij Tuffie langs geweest, maar hij viel niet warm te krijgen. Ook Hitomi zag het niet zitten, en aan Tosti-3 hoef ik het denk ik al helemaal niet te vragen.’
Admin snuift. ‘Nou ja, dan blijft de pijnlijkste optie over.’
Fisico fronst een wenkbrauw. ‘Wat is er mis met T.G? Ik ben beter met hem bevriend dan de andere winnaars, en ik kan mij niet voorstellen dat hij een probleem zou vormen.’
Het duurt even voordat Admin reageert. Fisico ziet zijn mondhoek stuiptrekken.
‘Ach, zoveel maakt het niet uit. Het heeft meer te maken met mijn eigen indruk van hem. Misschien is hij wel zo slecht nog niet. Ga maar eens een bij hem langs en kijk of je hem kunt overhalen.’

SEPTEMPER 2300

‘En? Hoe ging jouw eerste ontmoeting?’
T.G haalt zijn schouders op. ‘Tja, het ging wel denk ik. Toch wel verbazingwekkend, hoeveel verschillende types er bij de rebellie zitten.’
Fisico glimlacht. ‘Heb je ze enigszins leren kennen?’
‘De ene iets meer dan de andere, maar inderdaad, ik heb ze leren kennen. Met Jeanne en Goembario kan ik het beste overweg.’
Fisico merkt dat T.G ergens mee zit. ‘Eh… is er iets?’
T.G rolt met zijn ogen. ‘Nou ja… er zijn ook enkele mensen die mij wat minder goed liggen, zeg maar.’
‘Nalyd Rats, bedoel je?’
T.G knikt. ‘Onze meningen ten aanzien van de rebellie liggen ver uit elkaar. Ik heb sterk het gevoel dat hij daarom een hekel aan mij heeft.’
‘Ik weet wat je bedoelt. Ik mag hem ook niet.’
‘Hij sprak anders wel lovend over jou.’
‘Oh ja? Ik weet niet zeker of ik daar blij mee ben.’ Fisico klopt T.G op zijn schouder. ‘Laat je niet uit het veld slaan, T.G. De rebellie zit vol met dat soort mensen. Daar heb ik ook mee moeten leren omgaan. Weet in ieder geval dat je hen niet hoeft na te doen. Je kunt rebelleren op jouw eigen unieke manier.’
T.G lacht flauwtjes. ‘Jeanne en Goembario zeiden precies hetzelfde.’
‘Zie je? Je hoeft je geen zorgen te maken. Laat die Nalyd Rats maar stikken. Hij heeft geen macht over jou.’
‘Je hebt gelijk. Zo makkelijk mag ik mij niet laten ontmoedigen.’
Fisico kijkt tevreden. Tot nu toe lijkt T.G niet echt te leiden onder de druk van de rebellie. Daarmee is hij als rebel een stuk geschikter dan hijzelf. Hopelijk kan T.G de leider worden die Admin probeert voort te brengen…

1 JANUARI 2301

Fisico kan zijn ogen niet geloven. Terwijl hij de het artikel in de Kapilogus uitleest, beseft hij dat T.G niet loog toen hij over Nalyd Rats’ plan vertelde. Hij wist dat Nalyd Rats niet vies was van roekeloze acties, maar dat hij zo ver zou gaan… Het is maar goed dat hij het plan aan het Leger der Peacekeepers had doorgegeven, anders zou Jolien nu ongetwijfeld dood zijn geweest. Waarschijnlijk kan hij een eventuele deelname van Jolien aan de rebellie nu wel op zijn buik schrijven.
Plotseling gaat de bel. Fisico slikt. Dat zal Nalyd Rats wel zijn. Onmiddellijk controleert hij of Hitomi niet de deur wilt opendoen, maar gelukkig is ze nergens te bekennen. Blijkbaar heeft ze van de vorige keer geleerd. Hij ziet echter wel iemand anders: Reina komt de trap af gelopen.
‘Reina, naar boven. Je weet dat je hier niet gezien mag worden.’
‘Maar, ik dacht…’
‘Niets te maren! Naar boven! Het is voor je eigen bestwil.’
Beteuterd loopt Reina de trap weer op. Fisico voelt zich schuldig. Iedere keer dat hij Reina een vermaning moet geven, gaat er iets in hem kapot. Tenslotte heeft ze al veel meer meegemaakt dan goed voor haar is. Maar hij heeft geen keus. Hij wil niet dat zij oog in oog komt met de veroorzaker van haar lijden. Iets wat alleen maar bevestigd wordt zodra hij de deur opendoet: Nalyd Rats’ hoofd ziet zo paars van woede als een rode biet. Fisico weet al meteen wat hij gaat vragen.
‘Hallo. Ik las daarnet in de krant wat er gebeurd is.’
‘Fijn. Dan hoef ik jou tenminste niet uit te leggen wat ik hier kom doen.’
‘Laat ik duidelijk zijn: mijn huisgenoten zijn niet te koop. Voor nieuwe rekruten ben je hier op het verkeerde adres.’
‘Dat is niet waarvoor ik kom!’ Nalyd Rats brengt zijn gezicht dichterbij dat van Fisico, maar Fisico verroert geen vin. Zelfverzekerd verspert hij de ingang naar zijn huis.
‘Oké, eigenlijk wel,’ gaat Nalyd Rats verder, ‘maar dat is niet het enige. We moeten het over T.G hebben.’
‘Wat is het probleem met hem?’
De frons op Nalyd Rats’ gezicht wordt erger. ‘Was het jou nog niet duidelijk!? T.G zit hierachter! Hij heeft mijn plan aan het Kapitool verraden!’
‘Wat? Hoe kom je daar nu weer bij!?’
‘Hij was de enige die zich tegen mijn plan uitsprak. Ik kan mij niet voorstellen dat het iemand anders was.’
Fisico klemt zijn kaken op elkaar. Door de autoriteiten te waarschuwen voor de aanslag heeft hij T.G onbedoeld in gevaar gebracht.
‘Onmogelijk… T.G zou zoiets nooit doen. Ik ken hem al jaren!’
‘Is dat zo!? Nou, dan zou je inmiddels ook moeten weten wat hij in werkelijkheid is: een zwakkeling.’
‘Dat is hij niet. Beoordeel mensen niet op hun eerste indruk.’
‘Ik ken hem maar al te goed, Fisico. Hij heeft genade hoog in het vaandel staan. Ik weet niet wat jij denkt, maar als rebel is genade een zwakte om je diep voor te schamen! Admin zei het zelf ook al: “we kunnen die jongen niet gebruiken.” ’
‘Misschien. Misschien gaat hij wel iets te ver in zijn mededogen voor onze vijanden, dat wil ik best toegeven. Maar laten we wel wezen: als het andere uiterste zou jij best iets van hem kunnen leren.’
‘Pardon!?’
‘Je begrijpt me goed, Nalyd. Sterker nog, als ik moest kiezen tussen jou en T.G, dan is mijn keuze zo gemaakt.’
Nalyd Rats balt zijn vuisten. ‘Admin vertelde mij laatst hoeveel moeite het hem kostte om jou aan onze zijde te krijgen. Nu zie ik wat hij daarmee bedoelde. Je stelt met teleur, Fisico. Ik dacht dat jij beter wist dan dit.’
Fisico grijnst. ‘Mooi zo. Ik wil namelijk helemaal niet gewaardeerd worden door iemand zoals jij.’
Nalyd Rats bromt iets onverstaanbaars. ‘In dat geval kan ik jou ook waarschijnlijk op geen enkele manier overhalen om een van jouw huisgenoten aan mij af te staan.’
‘Goed geraden. Met andere woorden: je kunt beter weggaan.’
‘Dat dacht ik niet.’
Met een plotselinge uithaal duwt Nalyd Rats Fisico aan de kant. Als hij echter naar binnen probeert te glippen, komt Laser meteen de gang in gerend en springt hij grommend op Nalyd Rats af, waarna hij haastig een paar stappen achteruit doet.
‘Is dit duidelijk genoeg?’ zegt Fisico. ‘Jij noch Admin heeft macht in dit huis. Of je het er nu mee eens bent of niet, Reina, Mitchel of wie dan ook behoren jou niet toe!’
‘Je kunt niet weigeren! Ik heb nieuwe soldaten nodig!’
‘Dat is jouw eigen probleem. Laat dit een les zijn, Nalyd: handel de volgende keer minder roekeloos. Dan loop je ook niet het risico dat je manschappen verliest.’
Nalyd Rats’ woede bereikt langzamerhand een breekpunt. ‘Je wilt mij niet geven waar ik recht op heb… je verkiest een verrader boven mij… niet te geloven dat ik ooit vertrouwen in jou had…’
Fisico schrikt. Hij had eigenlijk nog willen waarschuwen, maar daar had hij niet meer aan gedacht: T.G komt de oprit opgelopen. Nalyd Rats draait zich om, en ziet zijn vijand staan. Op dat moment lijkt alles even heel snel te gaan: Nalyd Rats pakt T.G ruw vast, en breekt zijn neus. Laser zet zijn tanden in Nalyd Rats’ schouder. Op aandringen van Fisico en Laser houdt Nalyd Rats zich uiteindelijk in. Nalyd Rats probeert nogmaals om nieuwe rekruten te werven, wat wederom tot niets leidt. Hij verlaat het erf, maar niet zonder Fisico nog eens op cryptische wijze te bedreigen. Daarna verdwijnt hij uit beeld.
Godver…’ T.G houdt krampachtig een hand om zijn neus geklemd. ‘Die vent slaat hard, weet je dat?’
Fisico knikt. ‘Dat verbaast mij niks. Hij heeft vroeger namelijk gebokst.’
‘Oh ja, dat verklaart een hoop.’
Fisico ziet dat T.G pijn lijdt. Vlug helpt hij hem overeind.
‘Ik stel voor dat we naar binnen gaan. We hebben nog het een en ander te bespreken, en de kou is niet goed voor jouw neus. Hier, neem een zakdoekje.’
Terwijl T.G alvast naar binnen loopt, kijkt Fisico nog een keer om, om er zeker van te zijn dat Nalyd Rats weg is. Hij maakt zich grote zorgen. Niet alleen omdat hij zich schuldig voelt voor T.G, maar ook omdat hij duistere vermoedens heeft. Het excuus dat Nalyd Rats gebruikte om T.G van het verraad te verdenken was zo krom en zo slecht onderbouwd, dat hij vrijwel zeker weet dat er meer achter zit. Er moet een onderliggend motief voor zijn, dat voelt hij. Hij herinnert zich hoe Admin twijfelde om T.G in de rebellie op te nemen, en hij weet dat Nalyd Rats een trouwe aanhanger van Admin is. Zouden die twee samen soms iets beramen? Zouden ze een geheime agenda hebben, en past T.G daar op de een of andere manier niet in? Het is niet ondenkbaar. Wat de reden ervoor ook mag zijn, het is hem duidelijk dat iemand binnen de rebellie T.G’s aanwezigheid niet op prijs stelt. Een ongemakkelijk gevoel trekt door Fisico’s lichaam. Als zijn vermoeden klopt, mag hij de zaak niet langer afwachten. Vroeg of laat moet hij actie ondernemen.

2 OKTOBER 2301

De ochtendzon werpt haar schaduw op het Kapitool. Met een taxi rijdt Fisico richting het Hongerspelen-gebouw, waar President Snow hoogstwaarschijnlijk aanwezig zal zijn. Ergens zit het hem niet lekker wat hij nu gaat doen, aangezien het rechtstreeks tegen zijn belofte aan Sven indruist. Maar Sven is dan ook niet goed genoeg bij de rebellie betrokken om te weten wat voor een types er aan meedoen. Hij heeft nooit kennisgemaakt met Nalyd Rats, die niet alleen meer kwaad dan goed doet, maar bovendien een directe bedreiging vormt voor T.G. In de afgelopen negen maanden is Fisico’s wantrouwen jegens Nalyd Rats alleen maar toegenomen. Toen hij dit voorjaar voorstelde om een van Snow’s kleinkinderen te gijzelen, om vervolgens zijn medewerking aan zijn eigen plan op te zeggen, wist Fisico het zeker: Nalyd Rats heeft een ander doel dan het bereiken van een beter Panem. Admin vertrouwt hij ook nog steeds niet helemaal, maar voor de bestwil van de rebellie zal hij hem niet verraden. Nee, het verraden van Nalyd Rats zou voldoende moeten zijn om de rebellie  flink te verschonen. En dat is precies wat hij nu gaat doen: Nalyd Rats verraden.
Fisico stapt de taxi uit. Nalyd Rats heeft hem al meer dan genoeg ellende bezorgd. Al jarenlang volgt hij Admin’s wil klakkeloos op, om T.G en zijn andere medewinnaars tegen Nalyd Rats te beschermen. Al jarenlang misbruikt Nalyd Rats de rebellie voor zijn eigen egoïstische doeleinden. Het is mooi geweest. Vandaag is zijn laatste dag op vrije voeten. Heel even twijfelt Fisico. Moet hij hiervoor wel het Kapitool in schakelen? Kan hij er niet beter zelf een stokje voor steken? Nee, dat zou niet goed uitkomen. De ontdekking van Nalyd Rats kan een goede afleiding zijn van de aanval op de arena van Hongerspelen 11, die vanavond plaatsvindt. Zo’n kans mag hij niet onbenut laten. Maar er is nog een andere reden. Een reden waarvan hij dacht dat hij geen rol meer speelde: Lazerstraal. Ja, Lazerstraal. Door Nalyd Rats aan het Kapitool te verraden, kan hij bij Snow mogelijk nog een kans maken om Lazerstraal terug te krijgen. Kortom: het perfecte excuus om het presidentiële kantoor nog eens te bezoeken. Bij deze gedachte walgt Fisico van zichzelf. Zo’n egoïstische reden mag geen aanleiding zijn om verraad te plegen. Maar sinds de afloop van Hongerspelen 4 is Lazerstraal nooit helemaal uit zijn gedachten verdwenen. Ze blijft maar in zijn hoofd rondspoken. Door middel van een eventuele reünie kan hij wellicht een einde aan maken aan zijn onverklaarbare obsessie.
Als hij het Hongerspelen-gebouw nadert, wordt hij geconfronteerd met een onaangename verrassing: verschillende peacekeepers staan voor de deur. Een van hen komt naar voren gelopen.
‘Waar denk jij heen te gaan?’
‘Ik moet de president spreken. Laat mij er langs.’
‘Dat is dan jammer, mannetje. Geen toegang tot dit gebouw zolang de Hongerspelen gaande zijn!’
Fisico fronst een wenkbrauw. ‘Waar slaat dat nou weer op? Vorig jaar mocht ik ook gewoon naar binnen!’
‘De veiligheidsmaatregelen zijn opgeschroefd na de gijzeling drie maanden geleden. Als je binnen had willen komen, had je er maar van het begin af aan moeten zijn!’
Fisico begint nerveus te worden. Noodgedwongen probeert hij iets anders.
‘De president verwacht mij. Ik heb belangrijke informatie voor hem. U moet mij er langs laten. Het is in het belang van het Kapitool.’
De peacekeeper kijkt hem schattend aan. ‘Is dat zo?’
Fisico knikt. ‘U hebt mijn erewoord. Ik moet echt naar binnen.’
‘Prima. fouilleer hem, mannen.’
Een verstijvende gedachte schiet door Fisico’s hoofd. Hij heeft het stuk papier, waarop hij het plan voor de aanval op de arena uitgewerkt heeft, nog steeds in zijn zak zitten. Hier had hij geen moment rekening mee gehouden.
‘Wacht, dat hoeft niet! Ik zweer u dat ik-‘
Een harde stomp in zijn maag dwingt hem op zijn knieën. De peacekeeper kijkt hem gemeen grijnzend aan. ‘Dacht je nou echt dat ik mij zo makkelijk zou laten bedriegen? Wat jammer nou. Trek zijn kleren uit, mannen! Als straf voor zijn brutaliteit mag hij naakt naar huis lopen.’
‘Wacht, nee, ik… AAH!’
Fisico probeert zich te verzetten, maar hij is volkomen machteloos. Meerdere sterke armen duwen hem tegen de grond en scheuren een voor een zijn kleren van zijn lichaam. De leidinggevende peacekeeper kijkt lachend toe. Fisico voelt hoe zijn schoenen hardhandig worden verwijderd en zijn broek omlaag wordt gehaald. Vervolgens ziet hij voor zijn neus hoe zijn onderhemd kapot wordt gescheurd. Zijn gezicht loopt rood aan van schaamte.
‘Kapitein Vitom, we hebben iets gevonden!’
Vitom draait fronsend zijn hoofd. ‘Hm?’
‘Dit zat in zijn broekzak!’
Fisico krijgt bijna een hartaanval. De plannen van de rebellie liggen letterlijk en figuurlijk op straat. Recht voor de ogen van een peacekeeper. De hele actie om Hongerspelen 11 te saboteren dreigt in de soep te lopen.
‘Zozo…’ zegt Vitom gebiologeerd. ‘Ik zie dat jij belangrijke informatie van de rebellen bezit…’
‘Dit is precies waarvoor ik wilde waarschuwen!’ antwoordt Fisico, in een wanhopige poging om zichzelf te redden. ‘Dit is het bewijs dat ik wilde laten zien! Moet ik daarom nou zo erg vernederd worden!?’
‘Aha, dus zo zit het.’ Vitom drukt het stuk papier grijnzend in de handen van zijn ondergeschikte. ‘Breng dit naar Kolonel De Pad. Ik weet zeker dat hij dit interessant zal vinden.’
‘Tot uw orders.’ De ondergeschikte gaat onmiddellijk naar binnen.
‘Mag ik mijn kleren terug hebben?’ vraagt Fisico getergd.
‘Oh ja hoor, natuurlijk. In vlammen.’ Met een aansteker zet Vitom zijn jas, broek en overhemd in brand. ‘Denk de volgende keer twee keer na voordat je mij vertelt wat ik moet doen, sukkel!’ Lachend keert hij hem de rug toe.
Fisico slaat met zijn vuist op de grond. Tranen springen hem in de ogen. Dit had een succesvolle dag voor de rebellen moeten worden, maar door zijn eigen domme, egoïstische schuld is dat nu volledig om zeep geholpen. Hij had het niet hoeven doen. Hij had hier helemaal niet naartoe hoeven komen. Maar hij heeft het toch gedaan. Allemaal omdat hij zo nodig, tegen alle kansen in, nog een keer moest proberen om Lazerstraal terug te krijgen. Hij had naar Sven moeten luisteren. Verbeten komt hij overeind. In zijn onderbroek en sokken rent hij terug naar de straat, zich niets aantrekkend van alle mensen die hem vreemd nakijken. Hij heeft zijn eigen plan grotendeels verpest, maar voor degenen die eraan deelnemen is het nog niet te laat. Hij heeft nog een kleine kans om ze te redden. Als hij Nalyd Rats kan overhalen om de noodlijdende rebellen te hulp te schieten, kunnen ze misschien nog gered worden. Nalyd Rats, de grote boosdoener binnen de rebellie, de man die hij eigenlijk wilde verraden, van wiens hulp hij nu ineens afhankelijk is. Vreemd hoe de zaken soms kunnen omdraaien. Het zal niet makkelijk worden, maar hij moet een poging wagen. Hij zal T.G niet in de steek laten, net als Goembario, Baby Krabs, Haps Krabs, Pascal, de tributen van Hongerspelen 11 en nog vele anderen. Hij heeft ze overgeleverd aan de genade van het Kapitool. Nu is het aan hem om de schade zo beperkt mogelijk te houden.

3 OKTOBER 2301

Fisico stampt op zijn eigen voet van zelfhaat. Van de drie hovercrafts die Nalyd Rats had meegenomen, is er slechts één teruggekeerd. Geen goed teken. De hovercraft landt in het midden van de hangar. De deur zakt langzaam open, en onthult een schrikbarend resultaat: enkel T.G, Haps, Pascal, Jeanne, Nalyd Rats en nog een handjevol andere rebellen zijn over. Allemaal zien ze er vreselijk uit. Van de Hongerspelen-tributen is geen spoor te bekennen.
‘Zijn jullie in orde?’ vraagt Fisico aarzelend.
‘Waar lijkt het op!?’ schreeuwt Haps. ‘Mijn vader, Goembario en alle Hongerspelen-tributen zijn gedood of gevangen genomen! We zijn alles behalve in orde!’
Diep geëmotioneerd rent hij de hangar uit. Ook Jeanne en Pascal zien er slecht uit. Zonder een woord te zeggen lopen ze langs Fisico heen, achter Haps aan. En dan is er nog T.G. In zijn ogen is geen spoor van leven te bekennen. Langzaam loopt Fisico naar hem toe.
‘En jij? Ben jij in orde?’
T.G komt strompelend dichterbij. Pas nu ziet Fisico dat hij een kogelwond heeft opgelopen.
‘Je bent gewond… je hebt hulp nodig!’
Maar T.G lijkt het niets te kunnen schelen. Met levenloze ogen kijkt hij Fisico aan. ‘Bespaar je moeite. Het maakt toch niets meer uit.’
Fisico’s mond valt open van afschuw. ‘Hoezo dat?’
‘Ik heb het verpest, Fisico… onder mijn leiding is de aanval mislukt.’
Fisico’s mond valt open van geschoktheid. ‘Nee, nee… het is niet jouw schuld, echt niet…’
‘Dat is het wel!’ roept T.G. ‘Als Nalyd Rats niet was komen opdagen, zou geen van ons het overleefd hebben. En de meeste die het wel overleefd hebben, komen nu waarschijnlijk in de Bannedbox terecht, gedoemd om iedere dag gemarteld te worden. Verdomme, als ik ook maar iets daadkrachtiger was geweest...!’
Zijn ogen zijn duidelijk vochtig. Nalyd Rats brengt zijn mond dichterbij Fisico’s oor.
‘Zie je nu wat voor een zielig hoopje verdriet hij is? Ik had gewoon gelijk. Hij heeft totaal geen nut.’
Fisico negeert Nalyd Rats’ opmerking en legt zijn hand op T.G’s schouder, in de hoop hem gerust te stellen. Heel even overweegt hij om de waarheid op te biechten, om hem te vertellen wie werkelijk verantwoordelijk is voor het mislukken van de aanval. Het ligt op het puntje van zijn tong, maar op het laatste moment slikt hij het weer in. Het zou een te grote schok zijn die de gemoederen alleen maar verder zou doen verslechten. Dat wil hij T.G en de overige rebellen in hun huidige staat niet aandoen.
‘T.G, luister… je hoeft jezelf niet van alles de schuld te geven. Er zijn meerdere factoren die hierin een rol spelen. Niemand had kunnen voorzien dat ons plan verraden zou worden…’
‘Maar toch gebeurde het,’ antwoordt T.G kortaf. ‘En als gevolg daarvan is de rebellie zo goed als kansloos geworden.’
‘Nee, dat is niet waar…’
‘Maak de werkelijkheid niet mooier dan ze is. We hebben meer dan de helft van onze slagkracht verspild. We zijn veel hooggeplaatste rebellen verloren. En dat alles onder mijn leiding. Nalyd Rats heeft gelijk. Ik heb totaal geen nut.’
Terneergeslagen loopt T.G weg. Fisico kijkt hem meelevend na. Een ondragelijk besef dringt tot hem door: door zijn dwaze beslissing gisterochtend heeft niet alleen de rebellie zelf, maar ook het moraal van de resterende rebellen een enorme deuk opgelopen. Nog steeds overweegt hij om ter plekke de waarheid te zeggen, maar dat lukt hem niet. Daar is hij te laf voor. Walgend van zichzelf slaat hij handen voor zijn gezicht. Hij is de meest afschuwelijke persoon die hij kent, die op deze hele wereld rondloopt, en hij probeert zijn gedrag nog eens tegenover zichzelf te rechtvaardigen ook. Hij heeft een catastrofale fout gemaakt, en die kan hij onmogelijk goedmaken. Volledig aangeslagen zakt hij op zijn knieën. Diep van binnen verlangt hij naar troost, maar dat verdient hij niet. Hij is een lafaard, een verrader.

Profiel bekijken

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
FEBRUARI 2302

‘Ik heb goed nieuws vandaag,’ kondigt Admin opgewekt aan. ‘Snow heeft mij verteld dat hij Lazerstraal dit jaar uit haar cryo-slaap wil ontwaken en haar weer aan de Hongerspelen wil laten meedoen.’
Fisico slaakt een diepe zucht. Het lijkt erop dat Sven gelijk had: President Snow was helemaal niet van plan om hem Lazerstraal terug te geven. Hij diende enkel als een middel om de rebellen te ontmaskeren, en hij ging er vrijwel zonder bezwaar in mee. Dat maakt zijn verraad des te erger.
‘Let je wel op, Fisico?’
‘Natuurlijk. Lazerstraal keert dit jaar weer terug, en dat geeft ons de gelegenheid om het Kapitool een hak te zetten.’
‘Correctie: geeft jou de gelegenheid. Jouw inwoners moeten haar naar de overwinning leiden. ‘
Fisico zucht nogmaals. ‘Is dat echt nodig?’
Admin’s gezicht vertrekt. ‘Huh? Begin je nu alweer moeilijk te doen!?’
‘Begrijp me niet verkeerd, ik zeg dit in het belang van de rebellie. We zijn vier maanden geleden al zoveel mankracht verloren, dat ik betwijfel of het wel verstandig is om nog meer levens op te offeren. We staan er simpelweg te slecht voor.’
‘Daarom juist: we moeten het Kapitool laten zien dat wij niet verslagen zijn. We moeten een statement maken: wat er ook gebeurt, wij geven niet op. Het verlies van twee jonge rebellen is geen verspilling mits het voor een hoger doel is, en dat is het in dit geval. Het belangrijke is altijd een offer waard.’
Fisico laat zijn hoofd achterover zakken en kijkt naar het plafond. Hij geeft het niet graag toe, maar hij ziet wel degelijk heil in Admin’s plan. Met een overwinning van Lazerstraal geeft hij zowel Admin als President Snow zijn zin. Admin weet als het goed is niets over Lazerstraals achtergrond, waardoor hij wederom denkt dat een overwinning van Lazerstraal een zegen voor de rebellie is. Aan de andere kant zal President Snow blij zijn dat zijn kleindochter weer teruggekeerd is naar het Kapitool, waardoor hij hem voortaan hopelijk ook met rust zal laten. Het lijkt een aanlokkelijk idee. Voor het eerst in lange tijd verschijnt er een lach op zijn gezicht.
‘Je hebt gelijk. Sorry dat ik aan jou twijfelde.’
Admin grijnst. ‘Mooi zo. Wanneer ik meer weet, deel ik het jou zo snel mogelijk mee.’

JUNI 2302

Admin zit achter zijn bureau. De twaalfde Hongerspelen beginnen over een week. De reaping vond vandaag plaats, en momenteel zijn alle 24 tributen onderweg naar het Kapitool. Maar over Lazerstraal heeft hij nog niets gehoord. Keert ze dit jaar überhaupt wel terug? Zou hij zich soms vergist hebben?
Dan wordt er ineens op zijn deur geklopt. Verwachtende dat het Snow is, zegt hij ‘binnen’. Maar het is niet Snow die opendoet. Daar, in de deuropening van zijn kantoor, staat zijn neef. Grijnzend steekt hij zijn hand uit.
‘Wel, hallo. Het is lang geleden dat wij elkaar gesproken hebben.’
‘Te lang geleden,’ antwoordt Mie de Hamster, die zijn hand stevig aanneemt.
‘Vertel eens, denk je dat jouw districtgenoten dit jaar succes zullen hebben?’
‘Al sla je me dood. Ik geniet veel te veel van mijn vakantie om me daar zorgen over te maken.’
Admin grinnikt. ‘Wat brengt jou zo vlak voor de Hongerspelen hier? Heeft het met Lazerstraal te maken?’
‘Toevallig wel. Seneca heeft mij verteld dat er later dit jaar nog een Hongerspelen zal plaatsvinden, waaraan zij wel zal meedoen. En dat is niet het enige nieuws dat ik heb.’
Admins grijns wordt breder. ‘Nu maak je me wel heel erg nieuwsgierig. Wat ben je te weten gekomen?’
Mie gaat tegenover Admin zitten. ‘Lazerstraal is President Snow’s kleindochter.’
Admins grijns verdwijnt als sneeuw voor de zon. Zijn ogen puilen uit van verbazing. ‘Wat!?’
‘Eigenlijk is het best logisch,’ legt Mie uit. ‘Het verklaart waarom ze al die tijd kunstmatig in leven is gehouden. Snow wil haar opnieuw inloten zodat ze weer terug kan naar het Kapitool. Met andere woorden: hij wil dat ze het overleeft.’
‘Zozo… dat is me nog eens een onthulling.’
‘Sterker nog, hij is vastbesloten om haar overwinning volledig veilig te stellen. Hij heeft mij gestuurd omdat hij twee jonge peacekeepers-in-opleiding van jou nodig heeft. Die wil hij gebruiken om haar gedurende de Hongerspelen te beschermen.’
‘Dus hij wil zijn eigen mannen opofferen? De smeerlap.’ Opnieuw verschijnt er een grijns op Admins gezicht, maar nu nog breder dan eerst. ‘Hij hoeft zich geen zorgen te maken. Die peacekeepers kan ik hem zo geven.’
Mie fronst een wenkbrauw. ‘Is het nu niet ons doel geworden om Lazerstraal juist te vermoorden?’
‘Natuurlijk wel, wat denk jij? Daarom wil ik hem ook met alle plezier twee jonge peacekeepers geven. Alleen dan niet om Lazerstraal te beschermen, maar om haar te vermoorden.’
‘En hoe wil je dat bewerkstelligen? Hoe wil je twee peacekeepers ervan overtuigen om voor ons te vechten? Als Snow erachter komt, ben je nog niet jarig.’
Admin rolt met zijn ogen. ‘Ik hoef niemand te overtuigen. Het is veel makkelijker om ze te hersenspoelen.’
Mie grijnst halfslachtig. ‘Aha…’
‘In mijn jaren als undercoverrebel heb ik mijn hoge positie al vele malen in mijn voordeel kunnen gebruiken. Zo mag ik als Hoofd-peacekeeper de straffen bepalen van peacekeepers die verraad plegen. Als ik ervoor zorg dat Rinus op heterdaad betrapt wordt, kan ik hem laten hersenspoelen en hem zo voor onze eigen doeleinden gebruiken.
‘Rinus? Is dat niet die peacekeeper met wie Jeanne regelmatig contact heeft?’
Admin knikt. ‘Tot nu toe heb ik zijn verraad altijd door de vingers gezien, maar het lijkt erop dat zijn houdbaarheidsdatum binnenkort gaat verstrijken. Net als die van Jeanne, trouwens.’
‘Wat ben jij toch een achterbaks, duivels genie.’
‘Correctie: wij. Jij, Nalyd Rats, Hans de Struisvogel en ik spannen al jaren samen. We zijn allemaal achterbakse, duivelse genieën op onze eigen manier.’
Mie grijnst. ‘Maar goed, nu moeten we nog een tweede pion zien te versieren. Ik denk dat ik daar wel iets op weet. Heb jij Sushi Port nog steeds in dienst?’
‘Bedoel je de zoon van Lars Port, Snow’s voormalige raadsheer? Ongetwijfeld. Zijn gezicht zal ik nooit vergeten.’
‘Toen ik twee jaar geleden voor het laatst naar District 2 afreisde om mijn leerlingen voor de Hongerspelen geselecteerd te zien worden, bood hij zich vrijwel direct aan. Helaas was WM hem net voor.’
‘Uiteraard. Ik kan mij voorstellen dat hij dolgraag terug naar het Kapitool wilt.’
‘Als jij hem inlicht over Rinus’ eerstvolgende ontmoeting met Jeanne, zal hij hem verraden. Dan kunnen we hem meteen betrekken bij de rest van het plan. Zolang we hem niets vertellen over Lazerstraal’s verwantschap aan President Snow, moet hij makkelijk te manipuleren zijn.’
‘Klinkt goed. Ik ga het zo snel mogelijk regelen.’
Mie knikt goedkeurend. ‘Ik zal het Hans zo dadelijk ook vertellen. Zijn sterke tributen kunnen ons goed van pas komen.’
‘Klinkt nog beter. De kansen zijn in ons voordeel.’
‘Bovendien wordt Seneca wegens al zijn mislukkingen verdacht van deelname aan de rebellie. Als we Snow ervan kunnen overtuigen dat Seneca achter onze acties zit, kunnen we onopgemerkt blijven.’
‘Klinkt perfect! Op die manier kan het onmogelijk mislukken.’
Het konkelende duo geeft elkaar een high-five. Mie’s metalen hand galmt zachtjes na bij het contact.
‘Ik neem aan dat we geen van dit alles aan Fisico moeten vertellen?’
Admin lacht. ‘Dat zou gestoord zijn. Hij zou zijn pogingen om Lazerstraal te redden alleen maar intensiveren.’
Mie lacht mee. ‘Is hij nog steeds zo geobsedeerd door Lazerstraal? Wat een pedofiel.’
‘Tja… zolang ik hem aan Lazerstraal blijf herinneren, kan ik hem tenminste aan het lijntje houden.’
‘Hebben we eigenlijk nog wel iets aan hem? Als ik jou mag geloven, is hij enkel een blok aan ons been.’
‘Vergis je niet. Door de jaren heen heeft hij een nieuwe, kersverse generatie van rebellen op de been gebracht. Dezelfde rebellen die ons uiteindelijk zullen helpen om aan de macht te komen. Maar je hebt gelijk: wanneer hij niet langer van nut is, moet hij uit de weg geruimd worden. Een moment dat vroeg of laat komen zal.’
‘Hetzelfde geldt voor T.G, mag ik hopen.’

Admin wrijft over zijn kin. Hij had eigenlijk gehoopt dat T.G niet ter sprake zou komen.
‘Ik weet dat je denkt, maar ik vrees dat we hem nog iets langer nodig hebben…’
‘Waarom zouden we? Je wilt niet weten hoe teleurgesteld ik was toen ik hoorde dat hij de Bannedbox-aanval overleeft had. Had je Nalyd Rats niet geïnstrueerd om hem achter te laten als hij de kans kreeg?’
‘Dat deed ik ook, maar blijkbaar werd hij wonder boven wonder gered door Haps…’
‘Argh, die kleine gluiperd…’
Mie’s gemoedstoestand is binnen enkele seconden omgeslagen. Admin durft hem niet aan te kijken. Uit alle macht probeert hij zijn neef een beetje rede bij te brengen, maar hij kent hem goed genoeg om te weten dat hij hem beter niet boos kan maken.
‘Ik denk dat we de realiteit onder ogen moeten zien. Nu T.G nog leeft, kunnen we hem beter iets langer blijven gebruiken. Niet alleen in mijn voordeel, maar ook in dat van jou.’
‘In mijn voordeel zeg je?’ Met een ruk komt Mie overeind. Hij plaatst zijn handen op tafel. ‘Laat ik duidelijk zijn: ik weiger zijn bestaan nog veel langer te tolereren. Hij, die mij van mijn eer en mijn overwinning beroofd heeft.’
‘Maar je hoefde de Hongerspelen niet eens te winnen! Juist omdat jij meedeed, schakelde ik Tosti-2 in. Zelfs als het hem niet gelukt was om de controlekamer te vernietigen, zou ik wel iets anders bedacht hebben om jou levend de arena uit te krijgen.’
‘En ik zeg jou nogmaals dat zijn hulp niet nodig was. Sterker nog, hij heeft mij alleen maar ellende bezorgd.’
‘Ben je gek!? Met types als Para en Lucoshi erbij was het veel te gevaarlijk! Ik bedoelde het goed, echt waar…’
‘Kan me niets schelen!’
Mie begint door de ruimte te ijsberen. Admin slikt. Zo heeft hij zijn neef al lang niet meer gezien.
‘Ik weet het. Ik weet dat jij het goed bedoelde. Maar jouw goede bedoelingen hadden wel mooi tot gevolg dat ik nu hiermee rondloop.’
Mie draait zich om en trekt een deel van zijn kleding omlaag. Zijn metalen arm zit op afzichtelijke wijze, met allemaal onderdelen waarvan Admin de functie niet begrijpt, aan zijn nek en ruggengraat vastgemaakt. Een deel van het mechanisme loopt door tot aan zijn hoofd. Iets wat hij meestal afschermt met de capuchon van zijn vest.
‘Zie je dit? Dit is wat de hagelsteen die mijn hoofd raakte heeft aangericht.’
‘Tja, het spijt me heel erg daarvan, maar… het was een ongeluk. Ik had niet verwacht dat er zoiets zou gebeuren…’
‘Mijn overlevingskans was minder dan 1 procent, zo zei Professor Window. Als hij er niet voor mij was geweest, zou ik de rest van mijn leven als een kasplantje geleefd hebben. Net zoals Lazerstraal nu.’
Admin lacht nerveus. ‘Timtamtom, alsjeblieft… je hoeft het niet zo persoonlijk op te vatten…’
Mie kijkt zijn oom beledigd aan. ‘Hadden we niet afgesproken dat jij mij nooit meer bij die naam zou noemen?’
‘Ach, trek het je niet aan, ik-‘
Met een donderende klap komt Mie’s metalen vuist op tafel. Admin kan zijn angst nauwelijks meer verbergen.
‘Ik meen het, Admin. Ik wil niet geassocieerd worden met Timtamtom. Hij was zwak. Hij had drie kansen om T.G te vermoorden, maar faalde drie keer. Als hij hem destijds te pakken had gekregen, hadden wij nu veel minder hooi op onze vork gehad.’
‘Daar ben ik mij van bewust, Mie. Ik verzeker je, T.G zal sterven als de tijd rijp is. Maar eerst moet het Kapitool omvergeworpen worden.’
‘Dan mag ik hopen dat dat zo snel mogelijk gebeurt.’ Mie gaat weer zitten. ‘Als T.G’s dood binnen een jaar niet gepland is, neem ik het heft in eigen handen. Is dat duidelijk?’
‘Heel duidelijk. Dat moet haalbaar zijn.’ Admin haalt opgelucht adem. Eindelijk lijkt Mie weer een beetje tot rust te komen. ‘Heb geduld, neefje van me. Onze plannen waren vaak succesvol, en in de zeldzame gevallen dat ze mislukten, konden we altijd een alternatief bedenken. Dat zal deze keer niet anders zijn. Binnen geruime tijd zal de rebellie zegevieren, zijn President Snow, Opperhoofd, Fisico, T.G en al onze andere concurrenten dood en hebben wij, samen met Nalyd en Hans, het voor het zeggen in dit land. Precies zoals jouw overgrootvader, de belangrijkste oprichter van het Kapitool, gewild zou hebben.’
Mie geeft een subtiel knikje ter overeenstemming. ‘Goed dan. Ik stel voor dat we zo snel mogelijk aan de slag gaan. De Hongerspelen-tributen zullen zo wel arriveren, en het is beter als ik Hans voor die tijd helemaal bijgepraat heb.’
‘Zo mag ik het horen. De Vier Ruiters van Panem zijn hun opmars begonnen.’
Mie grijnst, en neemt Admins uitgestoken hand trots aan.

1 OKTOBER 2302

“Help!” Necrodeus keek om en zag dat Para weer bij bewustzijn was gekomen. Snel rende hij naar de gewonde tribuut toe. Moest hij hem doden? Para greep Necrodeus’ kraag vast. “Luister! Ik weet niet wie je bent, ik weet niet of je te vertrouwen bent, maar dit is mijn enige kans! Zorg dat Lazerstraal blijft leven! Het voortbestaan van Panem hangt van haar leven af!” Necrodeus begreep er niets van. “Hoe bedoel je?” Para kuchte en Necrodeus schrok: er kwam bloed uit Para’s mond. Para keek smekend naar Necrodeus, en zei met rochelende stem: “Je moet me vertrouwen! Zoek Hitomi, zij kan je meer vertellen.” Necrodeus knikte, terwijl Para steeds langzamer begon te ademen en zijn ogen dichtvielen. Met moeite wist Para zijn laatste woorden eruit te persen. “Alles voor jou, Fisico. Alles voor jou!” Necrodeus kuchte zenuwachtig. “Ik ehm, ik heet geen Fisico maar Necrodeus.” Para deed zijn ogen een klein beetje open en glimlachte. “Zoek Hitomi. En zorg dat Lazerstraal wint!” Toen viel Para weg, en zijn dood werd al snel bevestigd met een kanonschot.

Reina begint hardop te snikken. Mitchel vloekt binnensmonds. Demi en Tessa wenden hun hoofd af van het Tv-scherm. Fisico reageert helemaal niet. Tenminste, van buiten. Van binnen is hij volledig kapot. Het is al erg genoeg dat hij Para en Hitomi de arena in stuurde, maar nu blijken ze ook nog eens geen schijn van kans te maken: Bandaka en Sushi, twee sterke tributen die overduidelijk door het Kapitool ingezet zijn, maken constant jacht op Lazerstraal, en daarmee ook op degenen die haar willen beschermen. Zojuist is Para hun slachtoffer geworden.
‘Niet te geloven!’ roept Mitchel driftig. ‘Is dit nou waar we zo lang voor gewerkt hebben!?’
Fisico geeft geen antwoord. Hij herinnert zich de belofte die Snow hem had gedaan: Wil je haar terugkrijgen? Dan moet je er iets voor over hebben. Noem alle namen van rebellen die je kent aan mij op. Alleen dan kan ik jouw wens vervullen. Het belangrijke is altijd een offer waard, toch?’ Onzin. Geen woord ervan was gemeend. Het was allemaal een smerige leugen om hem te treiteren, om hem te straffen voor zijn rebelse daden. En hij was nog dom genoeg om erin te trappen ook. Zonder aankondiging schakelt hij de Tv uit.
‘Wat doe je nu?’ vraagt Mitchel fronsend. ‘We moeten weten hoe het met Hitomi en Lazerstraal afloopt!’
‘Ik denk dat de uitkomst al duidelijk is. Ze zijn verdoemd. Het is beter om er niet naar te kijken.’
‘Maar-‘
‘IK ZEI NEE!’
Mitchel kijkt hem diep beledigd aan, maar houdt uiteindelijk toch zijn mond. Reina is inmiddels niet meer te houden. Haar gehuil vult de aanvankelijk stille kamer met lawaai. Ook Fisico kan zijn tranen maar moeilijk bedwingen. Per slot van rekening is dit alles zijn schuld.
‘Het spijt me, Mitchel. Het is voor onze eigen bestwil dat we niet verder kijken. In die opnames is enkel leed te vinden.’
Zijn woorden zijn nauwelijks verstaanbaar onder Reina’s luide gesnik. Iets wat hem heel erg op zijn zenuwen werkt. Net als hij tegen haar wil uitvallen, staat ze op en rent ze naar boven, alsof ze zijn gedachten kon lezen. Fisico zucht opgelucht. Bijna was hij weer zijn zelfbeheersing verloren. Bijna.
‘Ik ga naar mijn kamer. Vertel Kevin maar dat hij niet voor mij hoeft te koken. Ik moet even stoom afblazen.’
‘Maar het is nog niet eens avond,’ antwoordt Tessa.
‘Dat weet ik, maar zo voelt het wel voor mij. We hebben een vermoeiende tijd achter de rug, dus misschien willen jullie hetzelfde doen. De volgende ochtend horen we wel hoe het afgelopen is. En denk eraan: niet de Hongerspelen aanzetten.’
Fisico werpt een blik naar buiten. De regen klettert al urenlang onafgebroken tegen de ramen. Alsof zijn humeur niet slechter kon worden. Met ferme passen loopt hij de trap op en slaat hij de deur van zijn slaapkamer dicht, waarna hij zich moedeloos op zijn bed laat vallen. Even later valt hij in slaap.

Wanneer hij wakker wordt, is het opvallend donker in zijn kamer. De zon zal inmiddels wel onder zijn. Hoewel hij zeker enkele uren geslapen heeft, voelt hij zich niets beter dan voorheen. Hij kan zichzelf simpelweg niet vergeven wat hij Para en Hitomi heeft aangedaan.
Op de tast begeeft hij zich naar zijn nachtkastje, waar hij een doosje met lucifers uithaalt. Deze gebruikt hij om de geurkaars aan te steken die hij van zijn moeder geërfd heeft. Zijn moeder. Al zolang als hij zich kon herinneren, leed ze aan psychische problemen. Hierdoor was ze volledig arbeidsongeschikt, en moesten hij en zijn vader voor haar zorgen. Zijn vader was echter meer geïnteresseerd in geld en werk, waardoor de feitelijke zorg voor haar meestal op hem aankwam. Jarenlang werkte hij zich uit de naad om haar te verzorgen, om het nodige geld voor haar medicijnen te verdienen. Hij zette alles op alles om haar te helpen, maar tevergeefs: haar problemen werden in de loop van de jaren alleen maar erger. Uiteindelijk zag Fisico in dat ze een verloren zaak was. Toen ze overleed aan een epileptische aanval, kwam het niet echt als een schok meer.
Nadat de zorg voor zijn moeder verdwenen was, ging hij echter gewoon door met werken; deze keer om geld voor zichzelf te verdienen. Hij werkte als conducteur op het spoorwegbedrijf van het Kapitool, waarbinnen zijn vader een hoge functie had. Zijn veeleisende vader deed echter niets om hem te steunen, waardoor hij wederom op zichzelf aangewezen was. Desondanks probeerde hij zijn taak zo goed mogelijk uit te voeren. Hij deed zijn uiterste best, zonder daarvoor veel in ruil te ontvangen. Precies zoals hij de rest van zijn leven had gedaan. Hij gaf veel, maar hij kreeg weinig.
Misschien is dat wel de reden dat hij later zo gehecht raakte aan Lazerstraal. Zij was de eerste persoon die zijn bestaan erkende, die hem de liefde schonk die hij daarvoor zelden had gekregen. Het gevoel dat hij kreeg toen zij hem redde, was bijna verslavend. Daarom bleef hij zolang vasthouden aan de vergeefse hoop dat hij haar kon terugkrijgen. Daarom bleef hij zolang hangen in zijn liefde voor haar, ondanks zijn inmiddels hogere leeftijd. Maar dat was allerminst een excuus voor wat hij zijn mederebellen had aangedaan.
Terwijl hij dat beseft, voelt hij zich hopelozer dan ooit tevoren. Zijn schuldgevoelens spelen hem al veel te lang parten. Hij zou dolgraag eerlijk willen zijn, zijn slechte daden aan zijn mederebellen opbiechten… maar dat kan hij niet. Hoe zouden ze wel niet reageren? Waarschijnlijk zou hij direct geëxecuteerd worden. De enige aan wie hij de waarheid misschien nog zou durven vertellen, is Sven Window. Ja, dat is het beste idee. Per slot van rekening reageerde hij de vorige keer ook niet heel heftig. Hij haalt zijn mobiel tevoorschijn en belt de naam ‘Toadplaza’ op. Binnen enkele seconden wordt er opgenomen.
‘Hallo Fisico. Ik ben blij dat jij mij belt, want ik moet jou iets vertellen. Iets waar ik heel erg van geschrokken ben.’
Fisico verstevigt zijn grip op zijn mobiel. Zou Sven de waarheid zelf al ontdekt hebben? ‘Nou, eh… toevallig wilde ik iets bekennen…’
‘Het is heel belangrijk. Het gaat over Bandaka.’
‘Huh? Wat is er met hem?’
‘Hij heet in werkelijkheid Rinus. Ik ben degene die hem heeft laten hersenspoelen. Begrijp me niet verkeerd, ik wist niet wat er in het vervolg met hem zou gebeuren. Het was niet mijn bedoeling om Para om te brengen.’
Fisico’s mond valt open. ‘Maar… hoe?’
‘Het was Admin. Admin gaf mij de opdracht om hem te laten hersenspoelen.’
‘Wat!?’ Waarom zou hij!?’
‘Dat is mij ook een vraag, maar aangezien Para en Hitomi volgens afspraak aan de Hongerspelen meedoen, vermoed ik dat hij jou niets verteld heeft.’
Fisico voelt zich door de grond heen zakken. Admin had hem bedrogen. Hij weet niet waarom, maar Admin wil Lazerstraal om wat voor een reden dan ook dood hebben. Het zou zomaar kunnen dat hij haar achtergrond heeft ontdekt.
‘Het spijt me dat ik jou dit niet eerder kon melden,’ gaat Sven verder, ‘maar Snow gaf mij er geen gelegenheid toe. Ik moest Crane meehelpen met de Hongerspelen.’
Fisico slaakt een diepe zucht. ‘Ach, het maakt niets uit… ik had het mij ook zelf kunnen bedenken.’
‘Hoezo dat?’
‘Ik wist allang dat Admin niet te vertrouwen was. Constant hield hij mij in een wurggreep, door te dreigen om mijn medewinnaars te laten vermoorden als ik niet deed wat hij wilde. Constant liet hij mij allerlei immorele dingen doen. In het begin verzette ik mij er nog tegen, maar naarmate de tijd vorderde liet ik het steeds vaker over mij heen komen. Ik wilde de levens van mijn medewinnaars niet riskeren, en bovendien…’ hapert Fisico, terwijl hij zijn tranen voor de zoveelste keer voelt opkomen, ‘bovendien wilde ik mijn belofte aan jou nakomen. Daarom heb ik het jou ook nooit verteld: ik wilde jou laten denken dat de rebellie het grote goed was, de enige macht in staat om de wandaden van President Snow en het Kapitool uit te wissen. Precies dezelfde leugen die ik alle andere rebellen nog steeds voorhoudt…’
‘Ik begrijp het niet… waarom zou je zo’n essentieel gegeven voor mij verbergen!? Als ik had geweten dat Admin niet deugde, zou ik jou veel beter begrijpen!’
‘Om eerlijk te zijn is dat niet het enige wat ik jou niet verteld heb…’
‘Wat!?’
Fisico houdt zijn adem in. Hij heeft lang gewacht, maar nu moet hij het vertellen. ‘Ik heb de Bannedbox-aanval verraden.’
Als Sven na een tijdje niet reageert, besluit hij maar verder te praten. ‘Aanvankelijk was ik van plan om alleen Nalyd Rats te verraden. Je weet wel, de rebel die bijna drie jaar geleden Jolien probeerde te vermoorden. Die aanslag heb ik eveneens door middel van verraad laten mislukken…’
Hij hoort Sven aan de andere kant van de lijn iets onverstaanbaars mompelen.
‘Nalyd Rats is een trouwe aanhanger van Admin. Door hem te verraden, hoopte ik mijn medewinnaars niet meer tegen hem te hoeven beschermen, en… hoopte ik bovenal dat ik Lazerstraal weer terug zou krijgen. Daarom ging ik naar het Kapitool toe. Maar ik nam de uitwerking van het plan per ongeluk mee, en… ze werd ontdekt. Om mezelf te beschermen, zei ik dat de Bannedbox-aanval het plan was dat ik wilde doorgeven. Met alle gevolgen van dien…’
Het duurt even voordat Sven reageert. Fisico weet maar al te goed wat deze stilte inhoudt. Hij heeft een van belangrijkste samenwerkingspartners teleurgesteld. Als Sven na lang wachten nog steeds niet reageert, barst hij in tranen uit.
‘Wat voor een persoon ben ik, Sven? Ik had beloofd dat geen verraad meer zou plegen, maar ik heb het toch gedaan. En niet zo’n beetje ook. Ik heb mij jarenlang laten misbruiken door twee machtswellustelingen, om mijn eigen perverse verlangens te bevredigen. Ik kan mijn eer nu nog onmogelijk herstellen.’
Nog steeds geeft Sven geen antwoord. Fisico vermoedt dat de woede zich langzaam in hem aan het opbouwen is. Hij dan ook positief verrast als hij geen enorme uitbrander krijgt.
‘Fisico… hoe slecht jouw keuzes ook waren, ik begrijp hoe je je voelt. Ik heb ook slechte keuzes gemaakt.’
‘Huh? Wat bedoel je?’
‘Lang geleden heb ik ook iets gedaan waar ik enorm veel spijt van heb. Iets wat ik jou nooit eerder heb verteld.’
Fisico houdt zich stil, daarmee aangevend dat Sven zijn verhaal mag doen.
‘Tijdens de oorlog stond ik nog steeds aan de kant van Snow. Hoewel ik diep van binnen wist dat hij een slecht mens was, bleef ik hem steunen, in de hoop dat er nog iets over was van de vriend die ik op school leerde kennen. Eigenlijk net zoals jij Lazerstraal probeerde terug te krijgen. In dat opzicht verschillen wij niet veel.’
Fisico raakt in de war. Moet hij zich hierdoor nu minder schuldig voelen?
‘Op een avond deed ik Snow een voorstel,’ vertelt Sven verder. ‘Als wij de kinderen van de rebellen zouden martelen in plaats van henzelf, zouden we misschien meer informatie uit ze kunnen lospeuteren. Ik verwachtte in alle eerlijkheid dat hij er niet mee akkoord zou gaan, maar ik had hem onderschat. Voor ik het wist waren de Hongerspelen geboren.’
Fisico kan zijn oren niet geloven. Zou Sven echt de Hongerspelen hebben bedacht? Of zou hij dit alleen maar zeggen om hem gerust te stellen?
‘Je begrijpt mij goed, Fisico. Als ik Snow destijds had gezien voor wat hij was, zou ik dat voorstel nooit gedaan hebben. Jij voelt je misschien schuldig voor wat jij gedaan hebt vanwege Lazerstraal, maar als ik niet onbedoeld de Hongerspelen had bedacht, zou jij nooit in jouw huidige situatie beland zijn. Dan zou jij nog steeds thuis zitten, zonder je ergens zorgen over hoeven te maken. Jij mag best een keer een ander de schuld geven.’

Fisico moet dit even laten inzinken. Sven had dus wel degelijk de Hongerspelen bedacht. Als het niet aan hem had gelegen, had hij Lazerstraal nooit ontmoet. Zonder hem zou hij nooit bij de rebellie betrokken geraakt zijn. En zonder hem zou hij nooit een verrader zijn geworden. Maar toch… toch kan hij hem niet de schuld geven.
‘Bedankt voor jouw eerlijkheid, Sven. Ik waardeer het dat je mij beter probeert te laten voelen, maar het heeft geen zin. Ook voor de Hongerspelen had ik het al moeilijk. Of mijn leven nu zo was gebleven of niet, had allicht weinig uitgemaakt. Bovendien was jij je niet bewust van de gevolgen van jouw voorstel. Ik daarentegen bracht willens en wetens mijn mederebellen, inclusief enkele vrienden van mij, op het randje van de afgrond. Allemaal voor mijn eigen egoïstische doeleinden. Ik wilde herenigd worden met een meisje dat veel jonger is dan ik. Hoe is dat te vergelijken met jouw simpelweg verkeerd uitgepakte bedoelingen?’
‘Wees niet zo hard voor jezelf. Als de bedenker van de Hongerspelen ben ik verantwoordelijk voor veel meer leed dan jij.’
‘Daar vergis je je zin. Voor veel mensen was de rebellie hun enige hoop. Door mij staat de rebellie er slechter voor dan ooit tevoren.’
‘Nou, ik heb anders ook-‘
‘Sven, NEE!’
Sven houdt geschrokken zijn mond. Zo had Fisico nog nooit tegen hem gepraat.
‘Verlaag jezelf niet tot mijn niveau. Dat verdien jij niet. Jij hebt jouw eer hersteld door de rebellie jarenlang in het geheim te steunen. Dezelfde rebellie die ik om zeep geholpen heb. Jouw daden steken bleek af tegen die van mij.’
Sven zucht. ‘Jij bent echt veel te onbaatzuchtig, Fisico…’
‘Nee, het is de realiteit. Voor jou is er nog hoop. Jij kunt het vertrouwen van de rebellie nog herwinnen.’
‘Je hoeft het niet op te geven…’
‘Ik zeg niet dat ik opgeef.’
Sven krabt zichzelf op zijn hoofd. Wat zou Fisico daarmee bedoelen?
‘Luister,’ zegt Fisico. ‘Voor mij is het te laat. Ik ben te diep gezonken om mijn slechte daden nog goed te kunnen maken. Daarom is het maar beter als de wereld mij gewoon ziet voor wat ik ben.’
Sven fronst een wenkbrauw. ‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Zoek contact met T.G,’ adviseert Fisico. ‘Hij is op dit moment jouw enige hoop. Hij is de held van de rebellie, en niet ik.’
‘Weet je dat zeker?’
‘Reken maar. Ik ken T.G al heel lang. Hij lijkt onzeker en schuldbewust, maar wanneer hij leert om anderen de schuld te geven van zijn problemen, is hij op zijn sterkst.’
Sven lacht. ‘Volgens mij moet jij hetzelfde leren…’
‘Vertrouw me, Sven. Mits T.G op de juiste manier gestimuleerd wordt, is hij een goede leider. Hij zal de rebellen naar de overwinning leiden, en ik zal d weg naar die overwinning voor hem uitstippelen.’
‘En hoe wil je dat doen?’
Fisico aarzelt even, maar zet zijn plan toch door. ‘Ik sluit mij aan bij President Snow, en zorg ervoor dat T.G mij rechtmatig de schuld geeft van het leed dat ik hem heb aangedaan.’
‘Nee… dat meen je niet…’
‘Jawel, Sven. De volgende dag ga ik naar het Kapitool, en probeer Snow ervan te overtuigen dat ik aan zijn kant sta. Daarna zet ik mijn zelfmoord in scene voor de ogen van heel Panem, met het doel om Admin te laten denken dat ik dood ben. Zo kan hij mij niet langer chanteren of manipuleren.
Sven kan zijn oren niet geloven. Is dit wel echt nodig?
‘Uiteindelijk,’ gaat Fisico verder, ‘als de tijd rijp is, zal ik mijzelf onthullen. Zodoende maak ik mijzelf een doelwit van alle rebellen in Panem, en daarmee ook het Kapitool. Mijn onthulling zal de lont in het kruitvat zijn die de rebellen tot een massale aanval zal doen overgaan.’
‘Maar… dat overleef je nooit! Zo drastisch hoeft het nou ook weer niet!’
‘Het is noodzakelijk. Ik vecht nog steeds voor een beter Panem, en in een beter Panem hoor ik niet thuis.’
‘Kan me niets schelen! Jij verdient beter dan dit!’
Fisico slaakt een diepe zucht. ‘Nee… ik verdien geen vergeving voor wat ik heb gedaan…’
‘Jij bent altijd een van een vooraanstaande rebellen geweest! Jij hebt de rebellie groot gemaakt! Hoe kun je jezelf zo’n onwaardig einde aandoen!?’
‘Ja, ik heb de rebellie groot gemaakt. En ik heb haar ook grotendeels weer afgebroken. Nee Sven, zo’n goeddoener ben ik nou ook weer niet. De rebellie is altijd een mengeling geweest van goede en slechte mensen, maar ik ben geen goed mens. Mijn kans om dat te worden heb ik lang geleden vergooid.’
‘Dat is niet waar…’
‘Helaas wel. Vanaf nu is T.G degene op wie je moet vertrouwen. Hij is wel echt een goed mens. Jij moet hem helpen, en hij moet mij uiteindelijk vermoorden. Mijn verdiende loon.’
Sven kan niet meer uit zijn woorden komen. ‘Je hoeft niet zo ver te gaan…’
‘Het is voor jouw eigen bestwil. Voor T.G’s bestwil. Voor de bestwil van de hele rebellie. Voor de bestwil van Panem.’
Na een lange stilte gaat Sven toch akkoord. ‘Goed, als jij het zegt…’
‘Je begrijpt natuurlijk wel dat je het hier met niemand over mag hebben. Zelfs met T.G niet. Tenminste, niet voordat ik dood ben en het Kapitool verslagen is. De rebellen moeten zich op hun missie concentreren.’
‘Begrepen.’
‘Help T.G voor zolang dat nodig is. Hij kan het Kapitool niet in zijn eentje aan, maar met jouw hulp en die van alle andere rebellen wel. Probeer hem te steunen met wapens, net zoals jij voor mij deed. En niet te vergeten: bescherm hem tegen alle ongure types die in dit land rondlopen. President Snow, Hendrik de Pad, Jeffrey Smit… en natuurlijk ook Admin. Vooral Admin. Ik heb geen idee wat hij van plan is, dus ik wantrouw hem het meest.’
‘Uiteraard. Ik zal T.G voor hem waarschuwen.’
‘Nee, je moet hem niet waarschuwen. Dat zal zijn vertrouwen in de rebellie schaden. Hij moet de rebellie als het ultieme goed zien, wat er ook gebeurt. Het is aan ons om de goede rebellen tegen de slechte rebellen te beschermen. Alleen zo kunnen we hun zelfvertrouwen op het hoogste niveau houden.’
Sven wrijft over zijn hoofd. ‘Ik geloof best dat dit plan uitvoerbaar is, maar of het ook zal slagen…’
‘Het moet slagen. Als alles volgens plan gaat, zal Panem eindelijk bevrijdt worden.’
‘Ik hoop dat je gelijk hebt… en dat jouw offer niet voor niets is…’
‘Dat hoop ik ook.’ Fisico heeft het moeilijk met zijn eigen beslissing, maar hij weet dat er geen weg terug meer is. Hij moet zichzelf neerleggen bij zijn lot. ‘Maak je geen zorgen om mij. De hoop is nog niet verloren. Zolang T.G leeft, leeft de rebellie ook nog. Doe wat je kan om hem te steunen.’
‘Goed dan,’ antwoordt Sven aarzelend. ‘Moge de kansen immer in jouw voordeel zijn.’
‘In jouw eigen voordeel, bedoel je.’ Fisico glimlacht voor het eerst in maanden. ‘Veel geluk, Sven. Ik weet zeker dat je het aankunt. En T.G ook.’ Met die woorden verbreekt hij de verbinding.

‘Zozo… dus jij wilde mij verraden…’
Verschrikt draait Fisico zich om. Daar, in de opening van zijn balkondeur, staat een korte, gedrongen gedaante die hij maar wat goed herkent.
‘Jij! Wat doe jij hier!?’
Nalyd Rats grijnst wraakzuchtig. ‘Liet ik dat niet eerder doorschemeren? Ik ben hier gekomen met enkele van mijn soldaten, om jou met geweld een van jouw huisgenoten af te nemen. Maar niets had mij voorbereid op deze belangrijke informatie. Bedankt voor jouw domheid, Fisico. Admin zal het vast op prijs stellen als ik jou elimineer.’
Fisico voelt zich als aan de grond genageld. Nalyd Rats heeft het hele gesprek met Sven afgeluisterd. Nu zit hij diep in de problemen.
‘Ja, ik heb jou proberen te verraden. Vind je het gek!? Mensen zoals jij zijn precies de reden dat ik het vertrouwen in de rebellie verloren ben!’
‘Dat bewijst alleen maar dat jij zwak bent, Fisico. Een rebellie betekent oorlog, en in oorlog komen altijd mensen om. Als je dat nu nog niet beseft, ben jij dood nuttiger voor ons dan levend.’ Hij haalt een walkietalkie tevoorschijn. ‘Soldaten, kom maar binnen!’
Op dat moment hoort Fisico hoe beneden de voordeur opengebroken wordt. Laser begint als een dolle te blaffen, en er volgen enkele schoten.
‘NEE!’
Fisico wil de gang op rennen, maar Nalyd Rats verspert hem de weg. ‘Te laat, jongetje. Jouw dagen als kopstuk van de rebellie zijn geteld. Het wordt tijd dat het stokje wordt overgedragen aan iemand die wel degelijk risico’s durft te nemen. Iemand met een professioneel verleden. Iemand die in zijn jongere jaren ook wel bekend stond als ‘’Punching Coolboy’’.’
‘Nalyd, hou dat narcisme van je in bedwang, wil je!?’
Nalyd Rats reageert nauwelijks. Hij grinnikt, en komt langzaam op hem af. In een fractie van een seconde overweegt Fisico al zijn opties. In zijn nachtkastje heeft hij nog steeds een pistool liggen. Het zal moeilijk worden om die te pakken te krijgen, maar met Nalyd Rats tegenover zich moet hij het wel proberen. In een flits grijpt hij naar het handvat van het kastje, maar zonder resultaat: Nalyd Rats beukt hem volop omver. Zijn schouder komt pijnlijk tegen de punt van het kastje, waardoor de geurkaars er vanaf valt en op het bed belandt. De lakens vatten direct vlam.
‘Hah! Dacht je soms dat ik het boksen verleerd zou zijn?’
Met de hitte van het brandende bed naast zich probeert hij zijn oriëntatie te herwinnen. Opnieuw zet Nalyd Rats de aanval in. Deze keer ziet Fisico het echter aankomen, en ontwijkt hij ternauwernood een vuistslag van jewelste. Met een harde klap slaat Nalyd Rats het nachtkastje aan diggelen. Fisico ziet het pistool tussen de brokstukken liggen, en duikt eropaf. Zijn hand wikkelt zich om het handvat, maar hij kan zich niet op tijd omdraaien: Nalyd Rats zet zijn voet op zijn arm, tilt hem met beide handen op en gooit hem languit op het brandende bed. In een reflex rolt hij er meteen vanaf, maar niet voordat zijn blouse vlamvat. Onmiddellijk scheurt hij zijn blouse van zijn lichaam, en gooit deze naar Nalyd Rats. Zonder enige moeite weert hij het brandende kledingstuk af. Fisico merkt dat hij zijn pistool heeft laten vallen. Hij raapt hem weer op, maar dan gooit Nalyd Rats het bed omver, waardoor het vuur zich snel naar de rest van de kamer verspreidt. In een wanhopige poging aan de vlammenzee te ontkomen, rolt Fisico achterover en lost hij blindelings een paar schoten, waarvan er geen een doel treft.
‘Hallo, ik sta hier!’
Voordat Fisico weet wat hem overkomt, heeft Nalyd Rats’ vuist zijn kaak al bereikt. Een tand valt uit zijn mond. Meteen daarna krijgt hij nog een stomp in zijn maag, en drukt Nalyd Rats hem tegen de muur aan. Fisico wil zijn pistool heffen, maar Nalyd Rats heeft zijn arm stevig vast. Te stevig om iets te kunnen doen.
Plotseling begint zijn slaapkamerdeur hevig te rammelen. Een luid geblaf komt erachter vandaan.
‘Laser? Laser! Hij leeft nog!’
Opnieuw krijgt Fisico een stomp in zijn maag. Nalyd Rats lacht kwaadaardig.
‘Oh jeetje mineetje, wat leuk voor je! Jouw lieve hondje leeft nog! Denk maar niet dat hij jou kan redden, haha. Ik weet nog wel wat hij mij de vorige keer aandeed, dat vuile rotbeest. Zal ik hem aan zijn staart ophangen en hem levend vellen!? Of moet ik hem met benzine overgieten en in brand steken!? Misschien doe ik het wel allebei!’
‘Dat dacht je maar…’ Met het kleine beetje flexibiliteit dat zijn arm nog heeft, richt Fisico zijn pistool op de deurklink. Hij haalt de trekker over, en blaast de deurklink vloeiend weg. Onmiddellijk vliegt de deur open. ‘Grijp hem, Laser!’
Geschokt kijkt Nalyd Rats om. Met een geweldige sprong vliegt Laser, dwars door alle vlammen heen, op hem af. Hij probeert nog weg te duiken, maar niet snel genoeg: Laser’s kaken omsluiten zijn hals. Hij wordt hardhandig naar de grond getrokken, en zijn luchtpijp wordt dichtgedrukt. Kort daarna verdwijnt de focus uit zijn ogen.

‘Laser…’
Laser gaat liefkozend met zijn snuit langs Fisico’s wang. Fisico kriebelt hem onder zijn kin.
‘Bedankt… heel erg bedankt…’
Laser kwispelt vrolijk met zijn staart. Fisico kijkt glimlachend toe, totdat een geweerschot op de overloop hem weer terug bij de realiteit brengt.
‘Kom Laser, we zijn nog niet klaar.’ Met zijn pistool in de aanslag en Laser aan zijn zij, begeeft hij zich naar de overloop. Daar treft hij twee bewapende mannen aan. Laser doodt de ene man, terwijl Fisico de andere neerschiet.
‘FISICO! LASER! HELP!’
Fisico reageert instinctief. De schreeuw van Reina komt uit de woonkamer. Hij rent de trap af, langs twee lijken van soldaten die Laser waarschijnlijk gedood heeft, en stormt de woonkamer binnen. Daar schrikt hij van wat hij ziet: in het midden van de woonkamer ligt een gewonde Mitchel, omsingeld door vier soldaten. Reina probeert ze uit alle macht tegen te houden, maar zonder resultaat.
‘Pas op, hij is gewapend! Doodt hem!’
In een flits duikt Fisico achter de eettafel, en schiet hij een van de soldaten neer. Laser reageert snel en vliegt de tweede soldaat naar zijn strot. De derde soldaat doet een poging om Mitchel te gijzelen, maar Reina verhindert dat.
‘BLIJF VAN HEM AF!’
Als een waanzinnige steekt ze op de soldaat in met een mes. De laatste soldate richt haar geweer op Reina. Fisico wil haar neerschieten, maar zijn geweer maakt enkel een klikkend geluid.
‘Shit, munitie op! REINA, KIJK UIT!’
Wederom is het Laser die de dag redt: hij klemt zijn kaken om het geweer, en gooit dit op de grond. Daarna duwt hij de soldate omver en bereid hij zich voor om haar te doden. Ze gilt het uit van angst. Net als Laser zijn tanden tegen haar keel zet, commandeert Reina hem om te stoppen.
‘Waarom doe je dat?’ vraagt Fisico. ‘Ze probeerde jou te vermoorden!’
‘Dat weet ik, maar… ik herken haar…’
Reina kijkt haar belaagster aan. Ze komt haar uiterst bekend voor. Dezelfde rode haren, dezelfde indringende blik, dezelfde dunne wangen… er is geen twijfel mogelijk.
‘Ga. En kom vooral niet terug.’
Dat laat het meisje zich geen twee keer zeggen. Zo snel als ze kan staat ze op en rent ze door de voordeur naar buiten.

Mitchel hoest een flinke klodder bloed op. Onmiddellijk raakt Reina in paniek.
‘Mitchel! Gaat het met je!?’
Mitchel schudt krampachtig zijn hoofd. ‘Wie… wie waren die mensen…?’
‘Slechte mensen,’ verzekert Reina hem. ‘Ik heb zelf ooit voor ze gewerkt. Dit weet ik omdat ik dat meisje van daarnet ook herkende. Zij leed net zo erg als ik. Wij waren allebei slachtoffers van… hem…’
Fisico komt overeind. ‘In dat geval heb ik goed nieuws: hij is-‘
Op dat moment komt het plafond naar beneden. Verschillende brandende brokstukken dreigen de woonkamer in brand te zetten. Fisico schrikt zich dood. Hij was de brand op zijn slaapkamer alweer helemaal vergeten.
‘Hoe dan ook, we moeten hier wegwezen, voordat het hele huis in de lichterlaaie staat! Reina, zoek samen met Laser naar Demi en Tessa en neem ze mee. Ik zorg voor Mitchel!’
Zonder een woord te zeggen haast ze zich de trap op. Fisico slaat Mitchel’s arm om hem heen, en loopt zo snel als hij kan naar de deur. Buiten staat kok Kevin al op hem te wachten.
‘Wat was er in vredesnaam aan de hand!? Zijn jullie in orde?’
‘Mitchel in ieder geval niet,’ antwoordt Fisico. ‘Wat doe jij eigenlijk buiten? Wij hadden jouw hulp best kunnen gebruiken!’
‘Sorry, ze waren met te veel… ik durfde ze niet tegen te werken…’
Fisico zucht geïrriteerd. ‘Snel, bel een ambulance. Mitchel heeft hulp nodig.’
‘Uiteraard.’
Terwijl Kevin een ambulance belt, hoort Fisico een explosie achter zich. Hij draait zich om, en ziet een enorme rookwolk uit zijn huis opstijgen. Een rilling loopt over zijn rug. Zouden zijn ergste vermoedens realiteit geworden zijn?
‘Reina! Laser! Waar blijven jullie!?’
Tot zijn grote opluchting komen Reina en Laser even later naar buiten. Zijn opluchting verdwijnt echter als sneeuw voor de zon als hij Reina’s betraande gezicht ziet.
‘Waar zijn Demi en Tessa?
Reina kan nauwelijks uit haar woorden komen. ‘Ze lagen op hun slaapkamers… allebei met een kogel door hun hoofd…’
Fisico slaat zichzelf voor zijn hoofd. In minder dan een dag tijd zijn drie van zijn inwoners gestorven. Alle drie door toedoen van de rebellie, waar hij al ruim zes jaar lang aan deelneemt. Dezelfde rebellie waarvoor hij ze in huis had genomen. Kortom: als hij ze nooit had opgenomen, was het nooit zo slecht met ze afgelopen.
‘Ik begrijp het niet…’ snikt Reina. ‘WAAROM OVERKOMT DIT ONS!?’
Huilend valt ze in Fisico’s armen. Ook Fisico kan moeilijk zijn tranen bedwingen. Hij had Nalyd Rats’ aanval nooit kunnen voorspellen, maar toch voelt hij zich schuldig. Hij kon zijn medebewoners niet beschermen.
‘Ik weet het niet, Reina. Echt niet. Maar ik kan jullie een ding beloven: vanaf morgen wordt alles beter.’
‘Oh ja? En hoe dan!?’
‘Luister.’ Fisico pakt Reina bij haar schouders vast. ‘Raak alsjeblieft niet van streek, maar ik moet nu iets belangrijks doen. Ik verwacht niet dat ik het zal overleven, dus reken maar niet op mijn terugkeer.’
‘Wat!? Nee, dat kun je ons niet aandoen!’
‘Het is noodzakelijk, Reina. Ik ga proberen om voor eens en voor altijd een einde maken aan de ellende waardoor dit land geplaagd wordt. Als ik het nu niet doe, kan het misschien nooit meer.’
‘Nee Fisico, ik laat je niet gaan! We moeten-‘
Reina valt stil als Fisico haar een kus op haar voorhoofd geeft. Een kus, zo anders dan alle anderen, dat ze even niet meer weet hoe ze moet reageren. Het is alsof haar zorgen via haar voorhoofd worden leeggezogen.
Fisico bedenkt zich dat hij sinds de Hongerspelen niemand meer gezoend heeft. Hij weet nog wat die zoen destijds voor hem betekende. Zou hij echt hetzelfde voor Reina voelen? Of is het maar een tijdelijke opwelling? Wat het ook is, hij heeft Reina gerust weten te stellen.
‘Heb vertrouwen in jezelf, Reina. Mijn tijd als rebel houdt binnenkort op, maar jullie moeten doorgaan. Neem contact op met T.G. Ik weet zeker dat hij bereid is om jullie verder te helpen.’
‘Maar ons onderkomen dan? Waar moeten wij zonder jou wonen?’
Alsof het zo gepland was, wordt iedereen opgeschikt door een tweede explosie. Een deel van het huis stort volledig in.
‘Mijn huis is nu toch niet meer bewoonbaar. Ik stel voor dat jullie je inschrijven bij een weeshuis. Daar zijn er genoeg van.’
‘Ik wil niet in een weeshuis wonen. Het schijnt daar vreselijk te zijn…’
‘Je kunt T.G vragen of hij jullie wilt meenemen naar District 8, al betwijfel ik of dat mogelijk is. Je kent de regels over verhuizing tussen districten…’
Reina drukt zich tegen Fisico’s borstkas aan. ‘Ach ja, dan moet het maar, he…’
‘Reina…’ Fisico kijkt haar aandoenlijk in de ogen. ‘Het spijt me. Het spijt me als ik jou ooit onredelijk behandelt heb. Het spijt me dat jij nooit naar buiten mocht. Het spijt me van Cyntia… het heeft allemaal een reden, maar dat is te ingewikkeld om uit te leggen. Ik hoop dat je er ooit zelf achter komt. En zo niet, dan hoop ik in ieder geval dat ik een goede huisgenoot voor jou was. Net als voor Demi, Tessa, Mitchel, Kevin, Para… en Hitomi. Mocht je haar nog terugzien, geef deze boodschap dan aan haar door. En aan Mitchel, als hij dit overleeft…’
Opnieuw begint Reina zachtjes te snikken, deze keer van blijdschap. ‘Natuurlijk, Fisico… natuurlijk was je een goede huisgenoot. Voor ons allemaal.’
‘Dank je…’ Fisico laat Reina los, en doet afstand van haar. De zwaailichten van de ambulance voor Mitchel komen inmiddels in beeld. ‘Ik moet nu gaan. Zorg goed voor Mitchel. Samen staan jullie sterk.’
‘Maar… wacht! Er is nog zoveel wat jij ons niet hebt verteld! Niet zo haastig!’
Voor de laatste keer draait Fisico zich om. ‘Zoals ik al zei: daar moeten jullie zelf achter zien te komen. Het is onmogelijk in woorden uit te drukken.’
‘Maar-‘
‘Nee Reina, ik kan het niet. Maar weet in ieder geval het volgende: zelfs de meest betrouwbaar ogende mensen zijn niet altijd wie ze lijken.’
‘Huh? Wat bedoel je daarmee?’
‘Vanaf nu is T.G degene die jullie moeten vertrouwen. Hij is de held van de rebellie, en niet ik.’
‘Alsjeblieft, wees eens wat minder cryptisch…’
Een diepe zucht verlaat Fisico’s mond. ‘Vaarwel, Reina. Het ga jullie goed.’
Terwijl Reina’s verwarde smeekbeden onbeantwoord blijven en de zwaailichten de verduisterde omgeving doen oplichten, rent hij richting het treinstation. Tranen springen hem in de ogen. Het zit hem enorm dwars dat hij niet eerlijk tegen Reina kan zijn. Nu al probeert hij zich haar reactie voor te stellen bij zijn onthulling als verrader. Misschien krijgt ze wel een zenuwinzinking. In dat geval verdient hij des te meer wat hij over zichzelf heeft afgeroepen. Emotioneel, maar ook vastberaden, rent hij door. In minder dan een jaar zal het voorbij zijn. Hij zal samen met het Kapitool verslagen worden, en de rebellie, de echte rebellie – zonder mensen zoals Admin of Nalyd Rats – zal een nieuwe regering in het leven roepen. Een regering die iedere burger van Panem inspraak geeft. Pas dan zal iedereen tevreden zijn. Maar voordat het zover is, moet hij eerst dood. Dood op de juiste manier, door toedoen van een rebel, het liefst T.G. Voor de rebellie zou dat de ultieme zege zijn. Eenmaal op het station aangekomen, weet hij nog net de laatste trein te pakken. Buiten adem ploft hij op een stoel neer, en haalt hij zijn mobiel tevoorschijn, om T.G nog één extra bericht te sturen. Gedurende zijn tijd als rebel heeft hij veel offers gemaakt, maar hij beloofd zichzelf: dit is het laatste offer dat hij ooit zal maken.

5 JULI, 2303

‘Vaarwel, sukkels!’
Met een brok in zijn keel verbreekt Fisico de verbinding. Het voelde alles behalve goed om Opperhoofd te vermoorden, en om zijn oude vrienden zo respectloos te behandelen. Maar het was noodzakelijk. Noodzakelijk om alle resterende rebellen tegen hem en het Kapitool te verenigen. Hopelijk slagen ze er met Sven’s hulp in om hun aanval tot een succes te maken.
‘Goed werk, Dolan,’ merkt Hendrik de Pad op. ‘Je hebt die achterlijke aaseters mooi beetgenomen. Ik denk dat het niet eens nodig is om een kruisraket te sturen. Hen kennende komen ze nu waarschijnlijk allemaal deze kant op om wraak te nemen.’
‘En aangezien wij een groot, geavanceerd mulitantenleger aan onze kant hebben, maken zij geen schijn van kans om te winnen.’
‘Precies wat jij zegt.’
Hendrik tikt met zijn voet tegen Opperhoofd’s lijk. ‘Vreemd. Ik begon bijna te vermoeden dat jij je lesje geleerd had. Blijkbaar had ik het fout.’ Zonder enige reden schiet hij nog een paar kogels door Opperhoofd’s lichaam heen. ‘Doe Pocahontas de groeten van me, pokkenhond.’
Fisico moet zich inhouden om Hendrik niet ter plekke te vermoorden. Tenslotte weet hij wat die man Opperhoofd in het verleden heeft aangedaan.
‘Uw orders, Hoofd?’
‘Keer terug naar je post en wacht mijn verdere orders af. Zodra de terroristen hun aanval openen, is het tijd voor actie. Ik verwacht dat het mulitantenleger het meeste werk zal doen, maar we mogen niets aan het toeval overlaten. Jij maakt deel uit van mijn eenheid, overigens.’
‘Goed om te weten. Ik zal er zijn als u mij nodig heeft, De Pad.’
Zonder om te kijken verlaat Fisico de ruimte.

‘En? Is het gelukt om T.G de zender te geven?’
Professor Window knikt. ‘De rebellen zullen er veel aan hebben. Nu is het enkel wachten op hun aanval.’
Fisico glimlacht. ‘Gelukkig maar. Het was een moeilijke opgave om dat ding uit Hendriks kantoor te stelen.’
Sven glimlacht terug, en laat zijn blik door Het Graf van Toadplaza glijden. Dit gruwelijke laboratorium, waar hij gedwongen het merendeel van zijn latere jaren heeft doorgebracht, is de bron van al meer dan genoeg onheil geweest.
‘Hopelijk hoef ik hier nooit meer terug te komen als dit voorbij is.’
‘Dat weet ik wel zeker. Of Snow dit nu overleeft of niet, vanaf morgen heeft hij geen macht meer over jou.’
‘Ik hoop het.’ Sven kijkt naar een van zijn kweekbuizen. De mulitanten die hierin gecreëerd worden, hadden voor de volgende Hongerspelen gebruikt moeten worden. ‘Het is inmiddels ruim een eeuw geleden dat Professor W. M. Toadplaza de oprichting van het Kapitool mogelijk maakte. Zijn genialiteit was onvervangbaar. Tot op de dag van vandaag maakt men gebruik van de technologieën die hij heeft uitgevonden. Maar zijn uitvindingen waren ten goede van de mensheid bedoeld. Hij zou zich omdraaien in zijn graf als hij zou weten voor wat voor een verkeerde doeleinden mensen als President Snow en Admin zijn technologie gebruikt hebben. Oorlog, doodstraf, de Hongerspelen… zal er ooit een einde aan komen?’
Fisico verzinkt in gedachten. Hij was blij toen Admin gisteren gedood werd, maar daarmee zijn alle rotte plekken in de appel die Panem heet nog niet verdwenen. Mensen als President Snow, Hendrik de Pad en Jeffrey Smit maken nog altijd de dienst uit in het Kapitool, en bovendien, zo weet hij inmiddels, vormen Mie de Hamster en Hans de Struisvogel ook een bedreiging. De enige kans om die rotte plekken weg te snijden doet zich in minder dan een etmaal voor, als de rebellen hun laatste, allesbeslissende aanval inzetten. Een kans die ze hoe dan ook moeten grijpen, en die Sven en hij ze hoe dan ook moeten geven.
‘Ik kan alleen maar hopen dat de mensheid deze keer wel van haar fouten leert. Maar wees gerust. Ik vertrouw erop dat Panem vanaf morgen in goede handen is, zolang wij allebei maar doen wat we moeten doen: jij moet T.G beschermen, en ik moet door zijn toedoen sterven.’
‘Ugh… ik kan jou echt niet op andere gedachten brengen, he?’
‘Probeer het maar niet. Ik heb teveel verkeerds gedaan om in het nieuwe Panem te mogen leven. Mijn enige kans op eerherstel is de dood.’
Sven zet zijn bril recht. ‘Het zijn juist mensen zoals jij die mij vertrouwen geven, Fisico. Ik vind nog steeds dat jij dit niet verdient, maar goed. Ik leg me erbij neer.’
Fisico zucht. ‘Misschien heb je gelijk. Misschien overdrijf ik een beetje. Maar na alles wat er gebeurd is, bestaat er geen andere optie meer. Mijn dood zal een enorme overwinning zijn. Misschien nog wel groter dan die van President Snow of Hendrik de Pad. Je weet wat de rebellen zeggen: het belangrijke is altijd een offer waard. Die spreuk heb ik vaak gebruikt om mijn acties naar de buitenwereld te verantwoorden, maar nu is het genoeg. Nu ben ik eens het offer, en is het belangrijke een beter Panem. Alleen zonder mij is een beter Panem mogelijk.’
Dat gezegd hebbende loopt hij naar de uitgang van het lab.
‘Waar ga je naartoe?’ vraagt Sven.
‘Ik ga naar mijn post. Als Hendrik erachter komt dat ik niet op mijn post sta, kom ik vast in de problemen.’
‘Goed dan…’ brengt Sven ongerust uit. ‘Veel geluk, Fisico. Je zult het nodig hebben.’
Fisico glimlacht. ‘Rouw alsjeblieft niet te lang om mij, Sven. Dat zou tijdverspilling zijn. Jij, net als alle andere rebellen, hebt een toekomst om naar uit te kijken. Een toekomst in een vrij Panem, zonder geweld of onderdrukking, waarin alles mogelijk is. Probeer je aandacht daarop te richten. Vertrouw me. Morgen zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Panem eindelijk zijn vrijheid kon vieren.’
Sven geeft een knikje, daarmee aangevend dat hij Fisico’s boodschap begrepen heeft. Tevreden keert Fisico hem de rug toe, en loopt hij het lab uit, richting de lift.
Terwijl hij zijn bestemming intoetst en kort daarna zijn gewicht voelt toenemen, denkt hij na over Sven’s woorden. Misschien is het inderdaad onnodig om zijn leven te geven. Misschien, heel misschien, kan het toch geen kwaad om zijn vrienden de waarheid vertellen. Dat lijkt hem echter zeer onwaarschijnlijk. Iemand zoals hij, een lafaard, een verrader… en een pedofiel, verdient het niet om te sterven als een held. Nee, hij moet de rebellen hun overwinning geven. De cruciale zege waarop ze al decennialang wachten. Nog heel even, en het wachten is voorbij.
In een ogenblik voelt Fisico zich weer lichter worden. De liftdeuren schuiven open en onthullen het dak van het Hongerspelen-gebouw, de post die Hendrik hem had toegewezen. Zodra hij een voet buiten de lift zet, wordt hij begroet door het zicht op meerdere wolkenkrabbers, die willekeurig over het Kapitool verspreid staan. Hij werpt een blik over de dakrand, en kijkt neer op talloze gebouwen. Spoedig zullen al die gebouwen een nieuwe, democratische regering toebehoren. Hij sluit zijn ogen, en voelt een frisse wind in zijn gezicht. Nog één keer fluistert hij zijn grootste wens.
‘Doe je best, T.G…’

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Dames en heren, jongens en meisjes! Ik breng u, live vanuit de Arena, de achtste editie van de Hongerspelen! Mijn naam is NickMarioUrbanus, een van de tributen en voor de komende dagen uw verslaggever!”
 
 
In de nevelige schemer zit een familie Noémie Konijnen gras te eten aan de voet van een oude eik. Het lijkt een vredige ochtend; buiten het waaien van de wind en een enkele fluitende vogel, is er geen geluid te horen. Plotseling spert het moeder konijn haar oren. Haar drie kleintjes volgen het voorbeeld. Verschrikt kijken ze achter zich: een grote, donkere gestalte komt vanuit de struiken op hen afgelopen. Het moederkonijn gaat verdedigend voor haar jongen staan; ze ontbloot haar scherpe tanden en kijkt dreigend naar de onbekende figuur, die langzaam dichterbij komt. De gestalte haalt een vreemd gevormd voorwerp tevoorschijn. Het moederkonijn zet zich af om hem te bespringen, maar de gedaante is sneller. Voordat de jonge Noémie Konijnen goed en wel beseft hebben wat er gebeurd, is het hoofd van hun moeder doorboord met een pijl. Twee van de jonkies rennen zo snel mogelijk weg, maar de derde blijft in shock toekijken hoe de figuur op haar moeder afloopt. Nu hij dichterbij komt, kan ze zien wie de moordenaar van haar moeder is. Het is een jongeman, met lang blond haar. Hij draagt een bandana, en kauwt nonchalant op een grasspriet. Hij tilt het moederkonijn op en trekt de pijl uit haar hoofd. Vervolgens haalt hij uit zijn jaszak een klein mes, waarmee hij het konijn begint te villen. Dan pas merkt hij het jonge Noémie Konijn op. Een kleine grijns verschijnt op zijn gezicht. “Kom maar hoor kleintje” zegt hij, terwijl hij zijn hand uitsteekt. “Je hoeft niet bang te zijn. Één konijn is genoeg als ontbijt.” Bang, maar ook nieuwsgierig, loopt het jonge konijntje snuffelend naar de uitgestoken hand. De jongen glimlacht, en aait haar over haar hoofd. Vervolgens klinkt er een krakend geluid, als hij de nek van het jonge Noémie Konijn omdraait. “Maar het kan nooit kwaad om de lunch ook alvast geregeld te hebben!” Terwijl hij vuur klaarmaakt om de konijnen op te roosteren, staart Ad Venture naar de lucht. “Nevel, maar weinig bewolking. En een behoorlijke oranje gloed…” Hij grijnst. “Volgens mij kan dit wel eens een hele bijzondere dag gaan worden!”
 
 
“Vind je het niet heel erg wreed, om je eigen broer zomaar te vermoorden? Vertel eens, wie leerde jou zo'n goede boogschutter te zijn? Wie was degene die jou inspireerde om aan de Hongerspelen deel te nemen? Het is niet gek, aangezien Para een vastberaden en sterke tribuut was, maar ik weet zeker, dat hij nu, in de hemel, hel of whatever, ongelofelijk veel spijt heeft van het feit dat hij van jou een waardige strijder gemaakt dacht te hebben. Ondankbaarheid van het hoogste niveau is het! Bloedverraad! Een schande!”
 
 
Een viertal Hovercrafts vliegt hoog boven het centrum van district 6. In de cockpit van de voorste en grootste Hovercraft zit Corneel, die gelijktijdig de situatie in de voormalige schuilplaats van de Rebellen in de gaten houdt, contact onderhoudt met de overige piloten en de hovercraft bestuurt. Naast hem zit T.G, die in gedachten verzonken uit het raam staart. Nog steeds kan hij nauwelijks geloven wat er allemaal gebeurd is. Fisico, zijn dood gewaande vriend, zijn dood gewaande beste vriend, bleek niet alleen nog in leven te zijn, maar was bovendien een verrader. Een spion voor het Kapitool. Wat betekende dat over T.G zelf? Fisico was degene die T.G destijds had overgehaald zich aan te sluiten bij de Rebellen. Fisico was degene die T.G alles had bijgeleerd, hem had gemaakt tot de Rebellenleider die hij nu is… T.G denkt ook aan professor Sven Window. Vlak voordat Fisico zichzelf onthulde, had Sven zichzelf ook onthuld aan T.G, als de persoon achter ‘Toadplaza”, een vertrouweling die de Rebellen al jarenlang hielp… Volgens Fisico. Fisico was de enige die al die jaren Toadplaza’s ware identiteit kende. Sven had zelf tegen T.G verteld hoe hij al die jaren contact had gehad met Fisico. Die ochtend had T.G nog volledig vertrouwen in Sven gehad, maar nu? Twijfelend denkt T.G aan het wolvenfluitje dat Sven hem gegeven had. Volgens Sven zou dat fluitje ervoor zorgen dat de mutilanten zich tegen het Kapitool keren, maar als Sven in werkelijkheid samenspant met Fisico… Wat zou er dán gebeuren als het fluitje gebruikt wordt?
T.G wordt uit zijn gedachten opgeschrikt door Klatergoud, die de cockpit binnen komt. “Wat is er?” vraagt T.G, iets feller dan hij bedoeld had. Klatergoud lijkt niet onder de indruk. “Waarom vliegen we naar district 8?” “Dat had ik toch al uitgelegd?” antwoord T.G geërgerd. “De familieleden moeten in veiligheid worden gebracht in de kelder van Goembario.” “Dat snap ik” antwoord Klatergoud, “maar waarom vliegen we dan allemaal naar district 8? 1 hovercraft met de mensen die niet meevechten was voldoende geweest. Verspillen we op deze manier geen kostbare tijd? Kunnen wij niet beter direct naar het Kapitool vliegen?” Uit zijn ooghoek ziet T.G dat Corneel aandachtig mee luistert. Hij glimlacht wrang. “En dan? Wat gaan we doen als we in het Kapitool zijn? Luister, het plan dat we gisteren hebben opgesteld is niet bepaald haalbaar meer. Er zijn teveel dingen veranderd de afgelopen 24 uur. We moeten samenkomen op een veilige plek om goed door te spreken hoe we het gaan aanpakken.” T.G wendt zich af, en staart weer uit het raam. “Dit is onze laatste kans om het Kapitool uit te schakelen. Falen we vandaag, dan zal niemand van ons dit overleven. Het moet vlekkeloos verlopen.”
 
 
“Maar goed, het is tijd dat je zult boeten. Je hebt mij en Jolien genoeg ellende aangebracht. Als je je in de eerste plaats gewoon gedragen had, had het niet zover moeten komen. Maar nee, je wilde de grote leider zijn, dus dan denk je dat je gewoon even in ons Team kunt komen om Jolien haar positie in te nemen. Ik had je nooit mogen toelaten. Het is tijd, Noémie. De hoogste tijd."
 
 
President Snow zit rustig van zijn thee te genieten als er op de deur geklopt wordt. “Kom binnen.” De deur opent, en Hendrik de Pad komt zijn kantoor binnengelopen. President Snow grijnst. “Ah, de Pad. Is er al nieuws?” De Pad knikt. “Jeffrey Smit is gearriveerd in district 6. Dolan had gelijk: de oude legerbasis van Nalyd Rats werd inderdaad gebruikt als schuilplaats voor de Rebellen.” Snow’s grijns wordt breder. “En?” Hendrik de Pad trekt een grimas. “Helaas waren de aaseters ons te snel af: toen Smit arriveerde, was de schuilplaats uitgestorven.” Snow’s grijns verdwijnt als sneeuw voor de zon. “De Pad, verzamel alle troepen. Neem contact op met district 1 en 2, en beveel ze om ook zoveel mogelijk mankracht te sturen. Stuur tevens bericht naar Sven Window.” Snow neemt nog een slok van zijn thee. “De aaseters kunnen hier ieder moment aankomen, de Pad. Vandaag wordt het oorlog.”
 
 
“Kijk eens aan, twee schattige, onbewapende tributen! Zijn jullie bang? Volgens mij zijn ze bang, JiHawk!”
“Natuurlijk zijn ze bang! De Hongerspelen is toch geen plek voor keurige jongens als zij? Weet je wat jongens, we zullen jullie helpen! We kunnen jullie zo weg uit de Arena krijgen als jullie dat willen!”
“Meen je dat echt?”
“Natuurlijk! Weg uit de Arena, rechtstreeks het graf in!”
 
 
WM, Tuffie en Hitomi-8 zitten gespannen in de hovercraft. WM kijkt om zich heen; de Rebellen lijken geen last van de spanning te hebben. Joviaal halen ze herinneringen op aan eerdere gevechten waarin ze meegevochten hebben, en noemen ze namen van Kaptitool-mensen die ze graag zouden vermoorden. Het feit dat hun leven binnen enkele uren voorbij kan zijn, lijkt ze niet te deren. Het is een instelling die WM bekend voor komt: dezelfde instelling waarmee beroepstributen de Hongerspelen Arena ingingen. WM ziet het gezicht van Chris voor zich, op het moment dat WM op het punt stond diens leven te beëindigen. Geen spoor van angst was in Chris’ ogen te bekennen. Datzelfde gebrek aan angst voor de dood had WM later ook gezien bij Rinus, LPL, Tuffie en Leticia, zijn mentortributen. En hij ziet het nu in de ogen van de Rebellen om hem heen… En de ogen van Tuffie. WM denkt terug aan het gesprek wat hij en Tuffie nog geen dag geleden hadden gehad, in de trein onderweg naar de Rebellenbasis. Hij weet dat Tuffie nog minder blij is met hun huidige situatie dan hijzelf, maar toch lijkt hij een knop om te hebben gezet. Net als in de Bannedbox. En net als in de Hongerspelen. WM kijkt naar het geweer in zijn hand. Het beeld van Jelle, dood op de grond van een koude cel, spookt door zijn hoofd. Zal hij nog meer mensen moeten vermoorden? Onschuldige mensen, die hier nooit voor gekozen hebben? Al die mensen die door zijn toedoen gedood zijn… Dark Lisa, Flappie, Jelle… Geen van hen kon er iets aan doen. Ze waren net als hij slechts pionnen in het spel dat het Kapitool speelt. En het spel dat de Rebellen spelen.
“Ah, daar zijn jullie! Sorry hoor, al die nieuwelingen lijken ook zo op elkaar…” WM kijkt op. Een gehavende, donkere man staat voor hen. Hij heeft een gigantisch litteken over zijn gezicht lopen, en een ooglapje over een vermoedelijk lege oogkas. In zijn hand draagt hij een zak, en hij kijkt met een scheve grijns naar de drie winnaars. “Kennen wij elkaar?” vraagt Tuffie onbeleefd. De grijns van de man wordt breder. “Nee, ik ben bang van niet. Nathaniel is de naam.” “Tuffie” antwoord Tuffie, en hij schud Nathaniel de hand. Hitomi-8 en WM volgen zijn voorbeeld. Tuffie kijkt Nathaniel schattend aan. “Waarom was je naar ons op zoek?” Nathaniel kijkt vluchtig over zijn schouder, alsof hij wil verzekeren dat niemand meeluistert. “Luister. Ik weet dat jullie hier tegen jullie wil zijn. Jullie vechten niet aan de kant van de Rebellen omdat jullie erin geloven, maar omdat T.G jullie ertoe dwingt. En met die instelling gaan jullie het nooit overleven.” WM fronst. “Wil je zeggen dat we beter niet mee kunnen gaan?” Nathaniel schud zijn hoofd. “Nee, absoluut niet! Jullie zijn onze enige hoop. Al die Boltz en ander gespuis… Dat zijn bikkelharde vechtmachines, nauwelijks beter dan de mensen waartegen we in opstand komen. Maar jullie…” Nathaniel kijkt WM, Tuffie en Hitomi-8 aan. “Jullie begrijpen waar het echt om gaat. Het gaat er niet om of de president Snow of T.G heet, het gaat erom dat het Kapitool de districten niet langer mag onderdrukken. Jullie moeten niet vechten omdat het moet, maar omdat jullie het zelf willen. Daarom ben ik hier, om jullie er aan te herinneren waar het echt om gaat.” Nathaniel graait in de zak die hij vastheeft. Hij haalt er een speer uit, en overhandigd die aan Tuffie. Vervolgens overhandigd hij een boog aan Hitomi-8, en een zwaard aan WM. Met grote ogen staart WM naar het zwaard. Hij herkent het direct. “Maar… maar dit is..” “Hoe kom je hieraan?” vraagt Tuffie verwonderd, terwijl hij naar de speer kijkt. “De laatste keer dat ik deze zag, zat hij in het hoofd van Ulysses geklemd.” “Ik dacht dat mijn boog vernietigd was in de bosbrand van Hongerspelen 12” fluistert Hitomi-8 zachtjes. Nathaniel glimlacht. “Dat is hij ook. Dit zijn replica’s. Zie je, voordat ik gevangen genomen werd 11 jaar geleden was ik een wapensmid. Direct na mijn bevrijding ben ik aan de slag gegaan om de wapens die jullie de overwinning bezorgden zo exact mogelijk na te maken.” “Dat is goed gelukt” zegt WM. Het zwaard voelt echt exact hetzelfde aan als het zwaard waarmee hij een jaar eerder Flappie van zijn leven beroofde. “Zie het als een aandenken. Een constante herinnering aan het doel waar jullie voor vechten. En bovendien vermoed ik dat jullie hiermee effectiever zullen zijn dan met die geweren.” voegt Nathaniel grijnzend toe. “Bedankt” zegt Tuffie. WM en Hitomi-8 knikken allebei. Nathaniel wuift het weg. “Geen dank. Admin, Opperhoofd, Nalyd Rats… Zij mochten dan wel vergeten zijn waarvoor we dit doen, maar ik niet. Ik hoop dat er na vandaag eindelijk een nieuw tijdperk aanbreekt voor Panem… Ook al zal ik dat zelf waarschijnlijk niet meer meemaken.” Weer herkend WM het gebrek aan angst voor de dood in de ogen van de doorgewinterde Rebel. En met zijn handen om het zwaard geklemd, voelt WM het eindelijk ook bij zichzelf. Als hij vandaag sterft, sterft hij om een betere wereld te maken. Niet voor T.G, of Admin of wie dan ook, maar voor de tientallen kinderen die nooit bang hoeven zijn voor de Hongerspelen.
 
 
“Een leider moet nu juist op zijn sterkst zijn. Want een goede leider herken je niet aan hoe hij het doet in de tijden dat het goed gaat, dat kan iedereen... Je herkent hem aan hoe hij handelt in de slechtere tijden, wanneer iedereen anders het opgeeft en niet meer weet hoe het verder moet. Ben jij ook zo'n leider?!”
“Denk altijd in het belang van het team... Geef het nooit op, zelfs wanner de rest dat wel doet… Bedankt dat je me daaraan herinnerde.”
“En, ben jij zo'n leider?"
"Ja, dat ben ik.”
 
 
Een voor een landen de Hovercrafts in district 8. T.G kijkt om zich heen. Het voelde vreemd om weer thuis te zijn. Eventjes voelt hij de behoefte om weg te rennen, naar zijn oude huis te gaan en te doen alsof er niets aan de hand is, maar snel schud hij die gedachte van zich af. Nog één keer zal hij de Rebellenleider moeten zijn die hij nooit had willen worden. T.G kijkt naar de grote groep mensen om hem heen. De Bolts van Generaal Rikkert. Klas AD van Corneel. De soldaten van Nalyd Rats’ groep 08-10-09. Goembario’s groep uit district 8, en Jeanne’s groep uit district 4. De wapensmokkelaars van Baby Krabs. Een handjevol “oorspronkelijke” rebellen, pas bevrijd uit de Banned Box. De familieleden van vrijwel alle tributen uit Hongerspelen 15, plus een aantal van eerdere Hongerspelen. De winnaars. En Mitchell, Reina, Cyntia, Kevin en Laser, de laatste overgeblevenen van Fisico’s groep. Al die verschillende rebellen, samengebracht tot “De Orde der Dertiende Spelen”, om onder T.G’s leiding de laatste strijd met het Kapitool aan te gaan. T.G’s gedachten flitsen naar die zomerdag 4 jaar geleden, toen Fisico op zijn stoep had gestaan. “Mijn doel is om zoveel mogelijk rebelse groeperingen van elkaar bewust te maken, zoveel mogelijk informatie met ze te delen en ze op die manier uiteindelijk te verenigen.” Met een wrange glimlach beseft T.G zich dat hij Fisico’s doel bereikt had… Ook al was dat blijkbaar nooit Fisico’s échte doel.
T.G schraapt zijn keel. Tientallen, wellicht honderden ogen kijken zijn kant op. “Mannen” Jolien kucht overdreven hard. T.G glimlacht. “En vrouwen uiteraard. Vandaag is het zover. De dag waar we al jaren naartoe werken. Vandaag zullen de Rebellen zegevieren!” Een luid gejuich klinkt. T.G voelt zijn zelfvertrouwen stijgen. “Gezien de recente dood van Admin en Opperhoofd, het verraad van Fisico en de komst van vrijwel iedere Hongerspelen winnaar, zijn de plannen lichtelijk gewijzigd. De kans dat het Kapitool op de hoogte is van ons oude plan is niet ondenkbaar, dus zullen we het iets anders aanpakken. Goembario, Klatergoud en Pascal zullen ieder een leger leiden naar verschillende delen van de hoofdstad. Het gemeentehuis, het winkelcentrum en bovenal: de woning van president Snow. Corneel en zijn team zullen versterking geven vanuit de lucht. Jullie doel is om mijn en de andere winnaars bij president Snow te krijgen. Wij zullen met hem afrekenen, aan jullie de taak om ons te beschermen en zoveel mogelijk van Snow’s volgelingen uit te schakelen. Goembario, Pascal, Klatergoud en Corneel zullen nu de namen opnoemen van de rekruten die met hen meegaan. Als je naam genoemd wordt, ga dan naar hen toe. Zodra iedereen compleet is, kunnen de Hovercrafts richting het Kapitool vertrekken!”
Terwijl de rebellenleiders hun legers verzamelen, wendt T.G zich tot de familieleden. “We kunnen niet van jullie verlangen dat jullie meevechten. In de kelder van Goembario zullen jullie veilig zijn. Onze kok Kevin gaat met jullie mee, en zal er voor zorgen dat het jullie aan niets ontbreekt. Bovendien hebben jullie Baby Krabs en Reina bij jullie. Beiden zijn doorgewinterde Rebellen, die ondanks hun verwondingen absoluut in staat zijn jullie te verdedigen in geval van nood. Enkele van jullie hebben aangegeven dat ze graag mee willen vechten…” T.G kijkt naar een klein groepje jongemannen, waaronder Elpaco. Het zijn dezelfde die zich in de Banned Box voor Peacekeepers uitgaven. “Wij zijn jullie erg dankbaar, en jullie mogen je melden bij Pascal. De rest van jullie kan Baby Krabs volgen naar het huis van Goembario; hij kent de weg. Veel succes!” De groep volgt Baby Krabs, maar T.G merkt direct op dat 1 iemand niet meegaat. “Reina, waar wacht je op?” Reina kijkt T.G beschuldigend aan. “Waarom stuur je me weg?” T.G zucht. “Reina, je bent net gewond geraakt, je kunt nu niet-” “Wat kan ik niet?” schreeuwt Reina woedend. “Denk je dat dit de eerste keer is dat ik een wond heb opgelopen? Zie je dit litteken?” Ze wijst naar een groot litteken op haar wang. “Die heb ik opgelopen toen ik op een missie was voor Nalyd Rats! En deze” ze trekt haar shirt omhoog; T.G ziet een enorme litteken, van haar linkerzij tot onder haar rechterborst. “Deze heb ik opgelopen toen ik meehielp met die aanslag in district 1 twee maanden geleden. Snap je het dan niet T.G? Jij kent mij als dat huilende meisje in de woonkamer van Fisico. Maar ik ben een soldaat. Een rebel. En ik wil iets betekenen in deze strijd! Ik kan iets betekenen in deze strijd. En ik zal iets betekenen in deze strijd!” T.G kijkt Reina recht in haar opvallend groene ogen aan. “Dat zal je zeker. Maar niet in het Kapitool. Jij bent hier nodig, Reina. Deze mensen hebben bescherming nodig, en-” T.G slikt. “En als wij het niet overleven, moeten er mensen zijn die de Rebellie voortzetten. Jij bent de enige aan wie ik dat zou toevertrouwen Reina. Dus blijf hier, zorg voor deze mensen, en hopelijk zien we elkaar snel weer.” Reina lijkt nog niet overtuigd. T.G glimlacht. “En als je het benauwd krijgt in die kelder, ga dan met Laser wandelen. Dat zal jullie beiden goed doen. Kom, ga nu.” Even lijkt Reina haar mond te openen om nog iets terug te zeggen, maar dan draait ze zich om en rent achter de andere aan. T.G zucht, en draait zich ook om. De eerste drie Hovercrafts stijgen al op. Corneel staat op hem te wachten bij de laatste. “Ben je er klaar voor?” T.G kijkt vastberaden terug. “Ja, dat ben ik.”
 
 
“Weet je, Fisico… Je hebt gelijk. We verdienen het niet. Waarom zitten we hier eigenlijk? Het had nooit zover mogen komen. Nu verwacht het Kapitool dat een van ons doodgaat, om de ander tot winnaar te kunnen bekronen. Maar dat gaat nooit gebeuren. Bij een finale verwacht het publiek natuurlijk dat de finalisten er een grote sensatie van maken, maar wij doen nu praktisch alles behalve dat. Ze zijn vast diep teleurgesteld. Nogmaals, je hebt gelijk Fisico. Wij zijn onterechte winnaars. Het zou beter zijn geweest als we nooit uit die kerker waren ontsnapt.”
 
 
Licht gespannen staart Fisico in de verte. Van de Rebellen is nog geen spoor te bekennen. Wat als ze hier helemaal niet naartoe zouden komen? Fisico begint te twijfelen. Het was altijd het plan geweest van de Rebellen om het Hongerspelen gebouw aan te vallen tijdens de staatsgreep, maar.. Plannen kunnen veranderen. Onwillekeurig voelt Fisico een lach opkomen. Dat zou een stunt zijn, als hij hier de hele dag zou staan wachten terwijl de Rebellen ergens anders hun staatsgreep doen. Net als in de Hongerspelen, toen hij en Lazerstraal alle actie misten doordat ze simpelweg ergens anders waren. Dan zou hij het wel overleven… En als alles voorbij is, zou hij T.G en de anderen kunnen uitleggen hoe het écht zit, dat hij aan hun kant staat. Er begint net een beetje hoop in Fisico op te komen, als hij ineens de stem van Hendrik de Pad in zijn oor hoort. “De aaseters zijn gespot boven district 8. Ze komen met 4 hovercrafts deze kant op. Maak je klaar, het gaat beginnen!”
 
 
“Luister, ik rebelleer nu tegen jullie. Ik ben van Team blauw, Lucoshi is van Team rood. Maar er is niets dat onze broederlijke band kan opheffen. Ik zal hem verdedigen zolang er mensen zijn die hem willen vermoorden, en als jullie daar niet mee kunnen leven – en dan bedoel ik vooral jullie, T.G, Tuffie, WM en Tosti – dan voel ik me ook niet langer geroepen om met Team blauw of Team rood mee te doen. Vanaf nu vorm ik, samen met Lucoshi, een apart team. Wij zullen samen de overwinning bereiken.”
 
 
“Hoe bedoel je, “trek aan”? Wat heeft dat nu weer voor nut?” Jolien kijkt verachtend naar het stapeltje kleren dat Pascal haar aan heeft gerijkt. Pascal haalt zijn schouders op. “Orders van T.G. Hij wil dat de winnaars zo herkenbaar mogelijk zijn.” Jolien trekt haar neus op. “Dat we onze wapens krijgen oké, maar dit slaat echt nergens op. Zijn we hier om te vechten, of om mascotte te spelen?” Pascal grinnikt. “Trek het nu maar aan.” “Maar die jas is hartstikke warm!” zegt Jolien, terwijl ze de blauwe winterjas vastpakt. “Dat was in de Arena al vervelend, maar nu? Het is hartje zomer! En hoe verwacht T.G van mij dat ik me hierin soepel kan bewegen?” Pascal glimlacht. “Volgens mij had je daar in de Arena ook geen last van. Schiet nu maar op, dalijk zijn we er al.” Mopperend begint Jolien zich om te kleden. Haar dure kleding maakt plaats voor het outfit van Team Blauw uit Hongerspelen 9. Als ze zich heeft omgekleed, kijkt ze Pascal vragend aan. “En?” Pascal knikt even serieus, maar schiet dan in de lach. Jolien moet ook lachen, en slaat haar broer op zijn hoofd. “Ik ben nu eenmaal geen 16 meer oké!” zegt ze verontschuldigend. “Mijn lichaam heeft zich geëvolueerd.” “Je hebt gewoon een dikke kont gekregen.” antwoord Pascal. “Dat komt door al dat vette Kapitooleten. Wat een luizenleventje moeten jullie winnaars hebben zeg! En wij Rebellen maar leven op water en brood!” Jolien slaat hem nog een keer, en omhelst hem vervolgens. “Ik heb je gemist Pascal” zegt ze zachtjes. Pascal knuffelt haar terug. “Ik jou ook zusje. Als dit alles voorbij is, gaan we terug naar district 5. Jij, ik, Tuffie, onze ouders… Dan wordt het weer net als vroeger.” Jolien laat hemlos, en kijkt hem glimlachend aan. “Maar eerst nog een paar dikke Kapitoolmensen afslachten!”
 
 
“O, krijg ik niet een heel verhaal over wat je allemaal voor sluwe dingen hebt gedaan? Als je niet wint, krijg je daar geen tijd meer voor, he! Maar goed, wat jij wil. Showtime.”
 
 
Door het raam van de cockpit ziet T.G langzaam de hoofdstad van het Kapitool dichterbij komen. Hij zit in de Hovercraft van Corneel, de hovercraft met de hulptroepen die de Rebellen in het veld van informatie zullen voorzien en indien nodig ter hulp kunnen schieten. Corneel houdt constant contact met de drie andere Hovercrafts, bestuurd door Yannick, Ellen en Stroossie. Zij zullen de groepen van Goembario, Pascal en Klatergoud naar hun positie brengen, en ze vervolgens van dichtbij in de gaten houden om Corneel en T.G op de hoogte te houden. Om verwarring bij de mannen van Snow te veroorzaken, zijn de winnaars ook opgesplitst over de drie groepen. Jolien is bij Pascal, WM en Tosti bij Klatergoud en Hitomi-8 en Tuffie bij Goembario. Uiteindelijk zullen ze allemaal verzamelen bij het huis van president Snow. Op dat moment zal T.G pas de hovercraft verlaten, en zichzelf in de strijd begeven. T.G beseft zich maar al te goed dat hij het minste gevaar loopt van iedereen, maar voor het slagen van het plan is hijzelf nu eenmaal onmisbaar.
De stem van Ellen klinkt uit de boxen. “Team 1 is op hun bestemming aangekomen!” T.G zucht diep. Dit is het dan. Nu is de oorlog écht begonnen.
 
 
“Oké, Adje, vlucht naar de schuilplaats. Ik kom zo.”
“Wat plan je te doen?”
“Zie je wel. Trust me, ik weet wat ik doe. Geef die bom maar.”
 
 
De kelder van Goembario is groter dan Hitomi-15 had verwacht. De groep familieleden, die naar Hitomi schat uit zo’n 40 tot 50 man bestaat, past er makkelijk in. Hitomi ziet de moeder van Lyne vriendelijk naar haar glimlachen. Ze lijkt sprekend op Lyne. Ze is natuurlijk ouder, en in plaats van golvend kastanjebruin haar heeft ze donkere krulletjes, maar ze heeft dezelfde diepblauwe ogen, dezelfde sproetjes en dezelfde stralende glimlach. Even overweegt Hitomi naar haar toe te gaan, maar als ze uit haar ooghoek haar ouders ziet kijken, besluit ze in plaats daarvan naar Reina toe te lopen, die met een chagrijnig gezicht Laser zit te aaien in een hoekje. “Mag ik erbij komen zitten?” Reina glimlacht flauwtjes. “Jij altijd.” Enigszins ongemakkelijk neemt Hitomi plaats naast Reina. “Hoe gaat het met je been?” Reina haalt haar schouders op. “Gaat wel. Goed genoeg om mee te kunnen vechten in ieder geval.” Dat laatste komt er erg fel uit. Direct beseft Hitomi waarom Reina zo chagrijnig keek: ze wilde mee naar het Kapitool. Hitomi legt een hand op Reina’s schouder. “Ik ben blij dat je hier bent. Bij mij.” Reina kijkt Hitomi glimlachend aan. Zij en Lyne hadden niet meer van elkaar kunnen verschillen. Lyne was met haar lange, golvende haren en volle rondingen het toppunt van vrouwelijkheid, terwijl Reina met haar korte, vuilblonde haar en haar magere maar gespierde lichaam bijna op een jongen lijkt. Maar toch voelt Hitomi, als ze Reina in haar heldergroene ogen kijkt, hetzelfde als ze bij Lyne gevoeld had. Langzaam buigt ze zich voorover… “Ik ga Laser even uitlaten.” zegt Reina plotseling, en ze springt op. Beteuterd kijkt Hitomi hoe Reina met Laser de kelder uitloopt.
 
 
“Mooi zo... Zo te zien waren wij allebei slachtoffer... van de explosie. Allebei kunnen we dit... waarschijnlijk niet meer winnen. Maar ik ben blij... dat ik nog een appeltje met jou kan schillen.”
 
 
“We zijn er. Allemaal uitstappen!” Gedwee gehoorzaamt WM het bevel van Klatergoud. De vliegtocht naar het Kapitool was slopend geweest. Waarom had T.G hem van al zijn vrienden verwijderd? Van Hitomi? Hij zit alleen met Tosti in het team van Klatergoud, het team dat het winkelcentrum aan zal vallen. Met andere woorden: het minst belangrijke team. Heeft T.G zo’n lage dunk van hem? Terwijl WM richting de deur loopt, hoort hij hoe Klatergoud Yannick, hun piloot, bedankt. Ineens beseft WM zich hoe weinig rebellen van Klas AD en de Boltz de gevangenisuitbraak hadden overleefd. Hij en de andere winnaars hadden écht geluk gehad tot nu toe… Maar hoe lang zal dat geluk nog duren?
WM stapt de Hovercraft uit… En stapt totale chaos in. Direct hoort hij overal schoten klinken. Ergens naast hem hoort hij een hoge gil klinken, gevolgd door het geluid van vallende stenen. Een enorme stofwolk ontstaat door het ingestorte gebouw, en WM ziet geen hand voor ogen. Er klinken nog meer schoten, en hij hoort mensen schreeuwen. Vage gedaantes bewegen om hem heen, maar hij kan door de stofwolk vijand en vriend niet onderscheiden. Meteen is hij zich pijnlijk bewust van het felblauwe Hongerspelen-tenue dat hij aan heeft. Op hoop van zegen schuifelt WM naar voren, zijn zwaard in zijn handen geklemd. Er valt iemand voor hem op de grond; tot zijn opluchting ziet hij dat het een Peacekeeper is. Ineens voelt hij dat iemand zijn arm vast grijpt. In een reflex haalt hij uit met zijn zwaard. “Kijk uit, idioot!” klinkt Tosti’s stem in zijn oor. “Ik ben het. Kom mee!” WM laat zich door Tosti mee leiden. Onderweg komt hij nog meer lichamen tegen, zowel van Rebellen als van Peacekeepers. Tosti schiet een aantal keren pijlen met zijn boog. WM ziet het zweet glinsteren in Tosti’s nek; hij is uitgedost in een dikke, rode winterjas. “Bukken!” Tosti duwt WM naar de grond, net op tijd om een vuurzee die vermoedelijk van een Rapenator afkomstig is te ontwijken. Tosti schiet direct een pijl af naar de plek waar de kogels vandaan kwamen; een kreet, gevolgd door een doffe klap, bevestigen dat hij zijn doel getroffen heeft. Ze lopen verder. Langzaam maar zeker wordt de stofwolk minder; WM kan steeds meer mensen onderscheiden, en de contouren van het winkelcentrum worden zichtbaar. Een peacekeeper komt op hen afgerend, maar wordt direct onderschept door een kogel van Halt. “WM, Tosti!” WM en Tosti kijken om; op het dak van een van de winkels staat Klatergoud. “Snel, hierheen!” Tosti kijkt vragend naar WM, waarschijnlijk om bevestiging te krijgen op de vraag of ze naar Klatergoud toe gaan. WM knikt. WM pakt zijn zwaard, Tosti zijn pijl en boog en ze springen samen over de brokstukken naar de winkel waar Klatergoud staat. “Hoe ben je boven gekomen?” roept Tosti. “Via de Gevel kun je omhoog klimmen!” roept Klatergoud terug. Tosti hurkt en vouwt zijn handen voor zich open. Hij wenkt naar WM. WM begrijpt wat Tosti bedoeld, en gaat op zijn handen staan. Tosti duwt WM omhoog. Met moeite weet WM de gevel van de winkel vast te grijpen. Hij steekt zijn hand uit naar Tosti, die hem dankbaar aangrijpt. Zodra Tosti ook op de gveel staat, steekt Klatergoud haar hand uit om WM omhoog te tillen. WM grijpt de rand van het dak vast. Hij is er bijna…
Dan lijkt alles met een gigantische knal te ontploffen.
 
 
“Laat het. Het heeft geen zin. Je krijgt me hier nooit meer uit. Ga nu maar gewoon. Dood hebben Para en Jolien toch niks meer aan je. Verdomme ga!”
 
 
“Wat gebeurd er?” T.G kijkt paniekerig naar de zenderkast in de cockpit; het signaal van Yannick is zojuist uitgevallen. Corneel kijkt T.G bleek aan. “Als het signaal het niet meer doet… Betekend dat dat de zender niet langer bestaat.” Met een aantal drukken op verschillende knoppen brengt Corneel de Hovercraft weer in beweging. “waar gaan we heen?” vraagt T.G verbaasd. “Wat denk je?” antwoord Corneel. “naar het winkelcentrum, om te kijken wat er gebeurd is!” Die vraag wordt al snel beantwoord: een gigantisch vuur brand in het winkelcentrum. De rookwolk is al van veraf te zien. De oorzaak van de vlammen kan T.G wel raden. “Ze hebben de Hovercraft opgeblazen…” T.G vloekt. “Nu moeten we dus hier blijven, om het winkelcentrum in de gaten te houden!” “Dat gaat niet” antwoord Corneel zachtjes. “We moeten het totaal overzicht houden.” “Maar Klatergoud dan? En WM en Tosti? En alle anderen?  Corneel haalt zijn schouders op. “Het belangrijke is altijd een offer waard. Ze zullen voor zichzelf moeten zorgen. Ik zal Ellen en Stroossie op de hoogte brengen, dan kunnen ze zich op zijn minst voorbereiden…” Corneel stuurt de Hovercraft terug naar het centrale punt. T.G vloekt. Hij laat één derde van zijn mannen aan hun lot over. Hopelijk gaat het bij de anderen beter…
 
 
“WAT NU!?”
“Het is voorbij, ben ik bang.”
“Samen de wereld in, samen de wereld uit.”
 
 
Raak! Grijnzend trekt Jolien de pijl uit de keel van de Peacekeeper. Stiekem heeft ze dit best gemist. Voordat ze geselecteerd werd voor de Hongerspelen, was boogschieten een grote hobby van Jolien. Nu was het wel een verschil om op fazanten en konijnen te schieten of op mensen, maar toch… Het voelt vertrouwd. Jolien kijkt naar Pascal. Hij lijkt ook in zijn element te zijn. Al schietend schreeuwt hij orders naar de overige Rebellen. Iedereen lijkt hem als een natuurlijke leider te accepteren. Jolien is trots op haar broer. Ze schiet nog een pijl af. Hij raakt een opgetutte Kapitoolvrouw in haar rug. Even voelt Jolien enige wroeging. E herinnert zich de woorden van Hans de Struisvogel, een jaar eerder: “Waarom precies is JiHawk slecht? Omdat hij onschuldige kinderen doodde? Vertel mij eens Jolien, wat precies hadden UNF en Goomuin gedaan om te verdienen dat jij ze doodde?” Jolien schudt de gedachte direct van zich af. Dit is oorlog. En net als in de Hongerspelen maakt het niet uit of iemand schuldig is of onschuldig: als je in het team van de vijand zit, ben je de vijand. Ze rent naar het lichaam van de vrouw en trekt de pijl uit haar rug. Ze kan het niet laten om op te merken dat de jurk die de vrouw draagt van hetzelfde merk is als enkele jurken in haar eigen kast. Ze denkt aan de woorden van Pascal. “Wat een luizenleventje moeten jullie winnaars hebben zeg!” Was zij eigenlijk wel beter dan deze vrouw, puur omdat zij ervoor koos om haar luxe leven in district 5 te leven in plaats van in het Kapitool. Opnieuw schudt Jolien de gedachte van zich af. Ze is nu een rebel. Tijdens haar Hongerspelen had ze misschien ook wel meer gemeen met een Hitomi of een Lyne dan met de mensen uit haar eigen team, maar dat maakte haar niet minder onderdeel van team Blauw. Net zo min als ze nu minder onderdeel is van de Rebellen, puur omdat ze door haar overwinning rijker was dan de meeste anderen.
Pascal komt haar tegemoet gerent. “Lekker bezig, zusje! Volgens mij heb je al meer man uitgeschakeld dan alle anderen bij elkaar!” Jolien kijkt quasi-beledigd. “Waarom klink je zo verrast? Omdat ik een meisje ben zeker?” Pascal grijnst. “Nou ja, meisje? Je bent geen 16 meer, weet je nog? Ik had gewoon niet zoveel souplesse verwacht van iemand met jouw gewi-” Jolien kijkt Pascal met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Leeftijd.” Verbeterd Pascal zichzelf met een knipoog. “Bukken!” Jolien en Pascal schieten allebei naar de grond, waardoor ze de kogel die op hen afkwam weten te ontwijken. “Dat was op het nippertje” zegt Jolien zuchtend. “ik zweet me trouwens echt kapot in deze jas. Moet ik hem écht aanhouden?” “Ja dat moet” antwoord Pascal. “Je hebt het zelf misschien niet door, maar voor onze soldaten is het extreem motiverend om een Hongerspelen winnares bij zich te hebben.” Jolien zucht. “Nou ja, het moet dan maar. Kom, laten we-” De adem stokt in Joliens keel als ze opkijkt. Tientallen gigantische wolven verschijnen ineens op het plein voor het gemeentehuis. Met ontblootte kaken komen ze dreigend op de Rebellen afgeslopen. Iedereen staat aan de grond genageld. “Waar wachten jullie op?” schreeuwt Pascal. Jolien hoort een lichte paniek in zijn stem. “Schiet ze neer!” Een soldaat die volgens Jolien Neuz heet vuurt een kogel op een van de wolven af, maar het heeft geen effect. De geraakte wolf huilt even, voordat hij samen met 2 soortgenoten op Neuz afspringt. Jolien wendt haar ogen af, maar het krijsen van Neuz valt niet weg te blokken. Angstig kijkt ze Pascal aan. “Het zijn mutilanten! Mutilanten die tegen kogels kunnen!” Pascal knikt. Het zweet staat op zijn voorhoofd. ‘Hier had T.G al over verteld. Hij heeft een apparaatje om de mutilanten onschadelijk te maken, maar…” Jolien begrijpt wat Pascal bedoeld. “Maar voordat T.G hier is met dat apparaat, is het voor ons te laat.” Ze pakt Pascal’s hand vast. “Wel, als we dan toch ten onder gaan, laten we dan op zijn minst zoveel mogelijk dikke Kapitoolmensen met ons meenemen!” Pascal knikt, en trekt zijn pistool. “TEN AANVAL!” brult hij, terwijl hij al schietend naar voren rent. Overal om hem heen volgen de andere Rebellen zijn voorbeeld. Jolien pakt haar boog ook weer tevoorschijn. Een van de wolfmutilanten lijkt haar gespot te hebben, en komt op haar afgelopen. Jolien slaakt een diepe zucht. Ze legt een pijl aan, richt op de wolf, spant de boog, en schiet…
 
 
“Het is fascinerend om te zien hoe je mensen kan manipuleren, als je beseft dat ze altijd de meeste waarde hechten aan hun eigen leven.”
 
 
Heel de wereld lijkt in brand te staan. Overal klinken gillende mensen, die waarschijnlijk levend verbranden. Tosti ligt roerloos op de grond. Door de impact van de explosie is hij door het raam van de winkel gevallen. Zijn gezicht bloed als een rund, en zijn benen doen pijn, maar verder valt zijn schade verrassend genoeg mee. Blijkbaar is die dikke jas toch ergens goed oor, bedenkt Tosti zich wrang. Hij kijkt naar zijn boog, die in stukken ligt. Daar heeft hij niet meer aan. Met alle kracht die hij in zich heeft, probeert Tosti zichzelf omhoog te hijsen. Door de pijn in zijn benen gaat dat moeilijker dan verwacht. Wat is er in godsnaam gebeurd? Het ene moment klom hij met WM en Klatergoud naar het dak van een winkel, en toen ineens… Tosti kijkt achter zich, naar de vlammenzee die in het winkelcentrum heerst. Hij ziet de brokstukken van de Hovercraft liggen. Aha, dat was er dus gebeurd. Niet dat het Tosti veel uitmaakt. Dit maakt zijn taak alleen maar gemakkelijker. Hij kijkt naar boven. Zouden WM en Klatergoud het er net zo goed vanaf hebben gebracht als hij? Who cares. Hans wil WM dood hebben vanwege een of andere oude vete, maar dat interesseert Tosti eigenlijk niet zoveel. Hij is hier voor Mie. Mie, zijn beste vriend, met wie hij 10 jaar geleden samen aan de beroepsopleiding begon. Mie, die jarenlang gewerkt heeft aan een plan om met behulp van de Rebellen de macht in Panem in handen te krijgen. Als ze dat voor elkaar krijgen, wordt Tosti een van de belangrijkste mensen in heel Panem. Het enige wat hij hoeft te doen, is T.G uitschakelen zodra de staatsgreep van de Rebellen gelukt is. Niets kan het succes van hun missie nog in de weg staan…
Tosti schrikt op als hij gestommel hoort. Er komt iemand de trap op gelopen! Tosti kijkt naar buiten. Via het dak vluchten is zijn enige oplossing. Hij loopt zo snel als hij kan naar het raam, maar de pijn in zijn benen is te zwaar. Hij hoort een zware mannenstem achter zich. “Ik heb zelf gezien hoe een van hen hier naar binnen viel!” Achter hem gaat de deur open. Tosti kijkt om. Vier bewapende Peacekeepers komen de kamer binnen gelopen. Vaag herkend Tosti generaal Sam als een van de Peacekeepers. “Kijk eens aan!” zegt Sam grijnzend. “Een rebelse Hongerspelen-winnaar!” “Moeten we hem executeren?” vraagt een van Sam’s collega’s. “Nee” antwoord Sam. “Ik denk dat we deze zelf nog wel kunnen gebruiken.” Grijnzend komen de Peacekeepers op Tosti af gelopen...
 
 
“Ik had je nog wel gezegd dat jij je kans goed moest gebruiken. Maar nu heb je ‘m verspild. Het is afgelopen.”
“Mooi niet. De kansen zijn nog steeds in mijn voordeel.”
 
 
Uitgeput leunt Tuffie op zin speer. De zonnehoed die de tributen van Hongerspelen 6 droegen, zit vol met gaten. Overal wordt geschoten. Ze wisten natuurlijk dat het oorlog was, maar dit… De straat waarin president Snow woont is beladen met lijken. Lijken van peacekeepers, rebellen, en toevallige voorbijgangers. De Hovercraft vanwaar Stroossie T.G op de hoogte zou houden, is met Stroossie en al geëxplodeerd. Tuffie is Hitomi en Goembario al een tijdje uit het oog verloren. Het bloed drupt van zijn speer. Van de wolfmutilanten, waar T.G hen voor gewaarschuwd had, is gelukkig nog geen spoor te herkennen, maar daar staat tegenover dat niemand minder dan hoofd-Peacekeeper Hendrik de Pad himself de troepen aanstuurt. Tuffie moet er niet aan denken dat hij oog in oog komt te staan met die creep… Een knal klinkt, en er valt opnieuw een lichaam voor Tuffie’s voeten. Tuffie herkent de jonge rebel meteen: Elpaco, de jongen uit district 11 die hem geholpen had bij de gevangenisuitbraak. Vastberaden gooit Tuffie zijn speer naar de schuldige peacekeeper om Elpaco te wreken. Met een rochelende pijnkreet stort de man ter aarde. Als Tuffie op het lijk afloopt om zijn speer terug te nemen, hoort hij ineens een bekende stem. “Tuffie!” Tuffie draait zich om, en ziet dat Hitomi-8 op hem af komt gerend. “Godzijdank ben je oké!” “Insgelijks” zegt Tuffie. Met moeite kan hij een grijns tevoorschijn toveren. “WM had het me nooit vergeven als jouw iets was overkomen.” Hij kijkt om zich heen. “Enig spoor van Goembario?” Hitomi schud haar hoofd. “Ik hoopte dat jij wist waar hij is.” “Goembario is bij het huis!” Tuffie draait zich om, en ziet Nathaniel op hen af komen. Zijn rechterarm bloed hevig op de plaats waar eerder die dag nog een hand zat. “Hij is in een 1-op-1 duel met de Pad verwikkeld. Best spectaculair hoe die oude Goembario kan vechten!” Tuffie en Hitomi kijken elkaar aan, en sprinten vervolgens richting het huis van president Snow. Onderweg kijkt Tuffie nog over zijn schouder. “Dankje, Nathaniel!” Nathaniel, die inmiddels een groepje peacekeepers beschiet, steekt grijnzend zijn duim op. Tuffie en Hitomi rennen verder naar het huis. Van afstand ziet Tuffie al dat Nathaniel gelijk had: Goembario en Hendrik de Pad zijn elkaar, zonder wapens, te lijf gegaan op de trappen van het huis. “Kom, we moeten hem ondersteunen!” zegt Tuffie. Hitomi knikt. Ze rennen verder. Ze zijn er bijna… Dan klinkt er ineens een schot. Een schot zoals alle andere schoten die constant klinken, maar Tuffie beseft direct dat dit schot anders is. Als in slow-motion draait hij zich om… En ziet Hitomi op de grond liggen. Een rode vlek verspreid zich langzaam over haar buik.
 
 
“Noémie en Sushi waren geweldig voor elkaar als broer en zus, maar hun stiefvader vond Noémie maar vreemd. Zo vreemd, dat hij geen aandacht aan haar schonk. Ik was misschien wel de enige buiten die familie die wist dat Noémie de tweelingzus was van Sushi. Enkele keren zorgden Sushi en ik ervoor dat ze naar buiten kon, de vrijheid van het leven kon proeven. De vrijheid die ze nooit van haar ouders heeft gekregen, puur omdat haar stiefvader haar niet mocht. Het verbaast mij niks dat ze zo beschadigd is geraakt.”
 
 
“Waarom blijft ze zo lang weg?” Hitomi-14 ijsbeert ongeduldig door de kelder van Goembario. “Ze zou even de hond uitlaten! Ze is al ruim een uur weg!” Haar vader kijkt haar fronsend aan. “En waarom interesseert het jou zoveel wat die meid doet?” Hitomi blijft meteen stil staan. “Wat bedoel je daarmee?” Haar vader komt naar haar toe gelopen. “We hebben jullie daarstraks wel gezien. We hebben jullie de afgelopen dagen sowieso wel bezig gezien. Waar denk je dat je mee bezig bent?” Hitomi voelt de woede in haar opkomen. Haar vader praat echter ongestoord door. “Dat je je tijdens de Hongerspelen aan een of andere meid vergrijpt was trot daar aan toe, maar als je nu nog niet ophoudt met die praktijken zullen we echt maatregelen moeten treffen.” Nu voelt Hitomi dat ze echt op ontploffen staat. “Welke praktijken? Bedoel je verliefd worden? Ik val op vrouwen, leer er mee leven!” Haar moeder bemoeit zich ermee. “Jongedame, als je nog een keer zo’n toon aan slaat tegen je vader, dan-” “HIJ IS MIJN VADER NIET EER!” schreeuwt Hitomi. Alle mensen in de kelder vallen stil. De tranen staan Hitomi in haar ogen. “Zodra dit alles voorbij is, wil ik niets meer met jullie te maken hebben! Dan proberen jullie Dylan maar uit te huwelijken, misschien dat hij wél stom genoeg is om het toe te laten. Maar ik doe wat ik wil! Het is mijn leven! En als ik een relatie wil met Reina, dan doe ik dat! We zullen trouwen, en samen gelukkig worden, en jullie heb ik daarbij niet nodig!” Woest stampt Hitomi weg. Haar vader wil achter haar aan gaan, maar hij wordt tegengehouden door Baby Krabs. “Laat haar maar even uitrazen.” Zegt Baby Krabs. De vader van Hitomi trekt zijn arm weg. “Bemoei je er niet mee, zuiplap!” Baby Krabs grinnikt. “Zuiplap? Ik? Nouja, misschien een beetje. Maar-” Hij pakt de arm van Hitomi’s vader opnieuw vast. “Wel een zuiplap die weet waar hij het over heeft. De avond voordat ik gevangen werd genomen, had ik ook ruzie met mijn zoon. Haps. Zo heette hij. Haps Krabs.” Baby Krabs grinnikt. Hitomi’s vader kijkt hem walgend aan. “Haps probeerde mij over te halen naar een afkickkliniek te gaan. Dat wilde ik niet. We kregen ruzie, en ik zei dat hij mijn zoon niet meer was.” Ineens veranderd de uitdrukking op Baby Krabs’ gezicht. Er worden tranen zichtbaar in zijn ogen. “Dat was de laatste keer dat ik hem sprak. Het laatste wat ik ooit tegen hem gezegd heb, is dat hij mijn zoon niet meer was.” De ouders van Hitomi kijken Baby Krabs met open monden aan. Hij veegt een traan van zijn wang. “Dus alsjeblieft, neem het advies van deze oude dronkenlap aan, en maak het goed met jullie dochter. Je hebt tenslotte maar 1 familie.”
 
 
“Briljant plan! Dat ziet team Zwart nooit aankomen! We blazen ze gewoon op!”
“Maar hoe zorgen we dat Lyne niet gewond raakt?”
“Daar vinden we nog wel wat op. We hebben nog even de tijd om het plan te perfectioneren. Oh, mijn broertjes worden gek van jaloezie als ze zien dat ik een heel schip mag opblazen! We waren vroeger dol op dingen laten exploderen, maar mijn moeder-”
 
 
“Hier moet het zijn.” De Hovercraft hangt stil. “Weet je het zeker?” vraagt de piloot. “Natuurlijk weet ik het zeker!” snauwt Jeffrey Smit terug. “Goembario is 2 jaar lang mijn gevangene geweest. Geloof me, dit is zijn huis.” De piloot knikt. “Maar weet je zeker dat de aaseters zich hier schuilhouden” Jeffrey begint zijn geduld te verliezen. “Luister, de hovercrafts van de aaseters zijn gespot boven district 8. En de enige 2 Rebellenleiders die in district 8 wonen, zijn Goembario en T.G. T.G’s huis hebben we opgeblazen, en daar bleek niemand te zitten. Dus moeten ze hier wel zijn. En nu ophouden met treuzelen; vuur maar af!” De piloot knikt, en drukt op een knop. Uit de hovercraft valt een bom. Met een brede grijns kijkt Jeffrey toe hoe het huis van Goembario explodeert. “Zo, en nu naar het Kapitool. Ze zullen me daar inmiddels wel kunnen gebruiken gok ik.”
 
 
“Oh, hai Ulysses! Eindelijk zijn we weer samen. Waar was je?” 
“... ick richt een speer naar u, en u bent verheugd ende opgewekt om mij te zien..” 
“Maar... ons bondgenootschap dan?” 
“In deze fase van het spel ben ick er niet helemaal van overtuigd ende zeker dat gij mij geen mes in den rug zult steken. Verder heb ick meerdere voordelen als ick u nu gewoon ter plaatse executeer. Gij moge wel ene charismatische ende intelligente manskerel zijn, bij deze heb ick dit bondgenootschap verbroken.”
 
 
WM opent zijn ogen. Wat is er gebeurd? Hij voelt een stekende pijn in zijn achterhoofd. Voorzichtig voelt hij aan de plek waar het pijn doet. Als hij zijn hand terugneemt, ziet hij dat er bloed aan kleeft. WM probeert zich te herinneren wat er gebeurd is. Hij klom samen met Tosti naar het dak van een winkel. Klatergoud stond boven. Hij was bijna op het dak, en toen… Hij weet het niet meer. WM kijkt om zich heen. Zo te zien ligt hij op het dak van de winkel. Een eindje verderop ligt Klatergoud. WM kruipt naar haar toe. Ze heeft een flinke wond op haar wang, en haar ogen zijn gesloten. “Klatergoud?” Zou ze dood zijn? Nee, WM ziet haar borst langzaam op en neer gaan. Ineens bedenkt WM zich waar ze zijn. Het Kapitool. De staatsgreep. “Klatergoud, wordt wakker! We moeten hier weg!” Hij schud haar heen en weer. “Snel, voordat ze ons te pakken krijgen!” Langzaam opent Klatergoud haar ogen. “Wat… wat is er gebeurd?” “Ik weet het niet…” antwoord WM. “Een explosie ofzo.” Klatergoud staat moeizaam op. Ze gaat met haar hand langs de wond op haar gezicht. “Hoelang hebben we hier gelegen?” WM weet het niet. “Geen idee…” Klatergoud knikt vaagjes, en loopt richting de rand van het dak. “Wat is hier gebeurd?” WM volgt haarvoorbeeld. Hij gaat naast haar staan, en kijkt naar het winkelcentrum. Alles staat in brand. Brokstukken van de Hovercraft liggen verspreid door het winkelcentrum, en overal liggen verkoolde lijken. Buiten henzelf is er geen levend wezen meer te bekennen. “Wel, we lijken nu in ieder geval buiten gevaar te zijn…” mompelt WM. Klatergoud knikt. Ze kijkt hem aan met een blik die WM niet echt kan plaatsen. “We zijn hier alleen…” WM knikt. “We moeten zo snel mogelijk naar het huis van president Snow, T.G wacht op ons!” WM kijkt om zich heen om te zien of er een manier is waarop ze naar beneden kunnen. Klatergoud verroert geen vin. Ze blijft hem aankijken. “Niemand weet wat er met ons gebeurd is. Waar we zijn. Of we nog leven…” “Ja, daarom moeten we ook zo snel mogelijk naar T.G” antwoord WM. Hij heeft een brandtrap gespot bij de winkel naast degene waar ze zich nu op bevinden. “Kom, via hier kunnen we-”
WM’s adem stokt in zijn keel als hij de koude loper van een pistool tegen zijn hoofd aan voelt…
 
 
“DIKKE STRONTZAK! WE GAAN KLIMMEN”
“Daar staat een persoon op het eiland! Wat zal hij doen!”
“WEGWEZEN! VERDWIJN!”
“PSYCHOPAAT. WAT DOE JE NOU, GEK. IK WILDE JULLIE HELPEN. GOOMUIN, JE BENT GEK IN JE HOOFD. IK KOM JULLIE NIET HELPEN. LAAT MAAR!”
“Hé baby, waarom jaag je Hitomi weg! Je weet dat ik van haar hield! Varken! Ik weet echt niet meer wat ik met jou moet... Ga maar even weg.”
 
 
Sven Window zit voor zich uit te staren op een stoel. Het laboratorium is volledig uitgestorven. Buiten hoort hij het geschiet en gegil van de oorlog die bezig is. Sven’s gedachten dwalen direct af naar 11 jaar geleden, toen de eerste oorlog nog in volle gang was. Ook toen leken de Rebellen de bovenhand te hebben… Totdat Sven zelf de Hongerspelen bedacht. Sven laat zijn gezicht in zijn handen vallen. “Het is allemaal mijn schuld” mompelt hij. “Als ik nooit op dat idiote plan was gekomen, was de oorlog nu al jaren voorbij geweest! Dan hadden alle 289 gestorven tributen nu nog geleefd!” 289. 289 kinderen waren door zijn directe toedoen dood. En een groot deel van hen was door zijn toedoen ook nog eens een moordenaar geworden. Sven staat op uit zijn stoel, en loopt naar een kluis. Het is jaren geleden dat hij deze kluis geopend heeft… Toch weet hij de code meteen. 19-08-12. De kluis gaat open, en Sven ziet het flesje staan. Het flesje, ooit ontwikkeld voor noodgevallen… Dit is een noodgeval, denkt Sven. Hij pakt het flesje eruit, en draait de dop eraf. De zoete geur van het zeldzame gif bereikt direct zijn neusgaten. Sven kijkt het laboratorium rond. De plek waar hij sinds zijn afstuderen aan Toadplaza gewerkt heeft. De plek waar hij voor Snow, zijn oude vriend, zoveel walgelijke experimenten heeft moeten uitvoeren. De plek waar hij 11 jaar lang mutilanten heeft ontworpen, om de Hongerspelen nog erger te maken en de onschuldige kinderen een nog vreselijkere dood te laten sterven. Enigszins weemoedig herinnert Sven zich alle wezens die hij ontwikkeld had voor de Hongerspelen. De gigantische vleesetende vleermuizen. De Noémie Konijnen, die later geëxporteerd werden en nu overal in het wild leven. De Leeuwmutilanten. De gigantische draak uit Hongerspelen 4, en de al even schrikwekkende Kraken uit Hongerspelen 15. En zijn grootste trots: de skeletten uit Hongerspelen 15, zo gemaakt dat ze precies op de overleden tributen leken. En bovenal de gigantische NickMariourbanus-mutilant, die niet alleen Nick’s uiterlijk, maar ook zijn stem en persoonlijkheid meekreeg. Het was een experiment waar Sven jarenlang aan gewerkt had, en het resultaat was even angstaanjagend als indrukwekkend… Ineens krijgt Sven een ingeving. Hij kan nog iets betekenen in deze strijd. Hij heeft 289 kinderen de dood in gejaagd, maar er is er 1 die hij nog kan redden voordat hij sterft! En het moet zo te doen zijn… Alle gegevens voor de Nick-mutilant heeft hij nog, hij hoeft ze alleen iets aan te passen… Hij zet het gif terug in de kluis en rent naar zijn computer. Als een gek begint hij te typen. Hij vind als nel het Nick-prototype, en vervangt de DNA0gegevens. Hij drukt op de knop… De mutilanten-maker begint te werken. Het welbekende stoom komt uit de machine… Langzaam begint zijn laatste mutilant vorm aan te nemen. Haastig rent Sven er naartoe. Is het gelukt? Ja, hij herkent haar meteen. Ze lijkt nog beter dan de Nick-mutilant, mede doordat ze op ware grootte is nagebootst. Sven glimlacht. “Luister, ga naar T.G. Vertel hem de waarheid over Fisico… En vernietig jezelf daarna direct. Fisico mag jou nooit te zien krijgen.” De Lazerstraal-mutilant knikt, en loopt het Laboratorium uit. Sven zucht diep. Nu kan hij met een rustig hart sterven. Hij loopt opnieuw richting de kluis, en haalt het gif er weer uit. In 1 slok drinkt hij het flesje leeg. Onmiddellijk voelt hij dat het gif werkt: het lijkt alsof zijn hele lichaam in brand staat. Hij valt op de grond, en na een paar laatste stuiptrekkingen blijft professor Sven Window levenloos liggen.
 
 
-WORDT VERVOLGD!-

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Jij hield mij in leven. Jij gaf mij positieve aandacht toen de Spelen voor mij op het ergste punt waren. Jij sleepte mij er door heen toen ik Dokter Leeuw had vermoord. Je hebt mij puur geholpen uit medeleven, totaal niet uit eigenbelang.”
“Eigenlijk wel uit eigenbelang. Ik kan gewoon niet zonder jou, Lyne.”
 
 
De speeltuin ligt er verlaten bij. Onkruid bedekt de versleten speeltoestellen. Een van de schommels hangt nog maar aan één touw vast. Op de andere schommel ploft Hitomi-15 neer. Ze voelt onmiddelijk de tranen opkomen. Alle emotie van de laatste tijd komt er uit. De Hongerspelen, de Rebellie, de ruzie met haar ouders... Hitomi denkt terug aan hoe het leven slechts een paar weken geleden nog was. Voordat ze werd uitgekozen om deel te nemen aan de Hongerspelen. Ze had een heerlijk leven gehad. Ze was een van de knapste en rijkste meisjes van school geweest. Ze zou gaan trouwen met de al even knappe en rijke Ulysses. In de ogen van anderen had ze alles wat een meisje van haar leeftijd zich had kunnen wensen... Maar diep van binnen was Hitomi nooit écht gelukkig geweest. Ze wilde helemaal niet meedoen aan die stomme Miss-verkiezingen. Ze hoefde helemaal niet in een huis vol bedienden te wonen. Ze wilde niet trouwen met iemand die haar ouders uitgekoze hadden. Ze wilde gewoon haar eigen leven leiden. Maar dat kon niet. Dat kon nooit. Niet toen haar ouders haar leven bepaalde. Niet toen ze door het Kapitool gedwongen werd tot de dood te vechten met andere kinderen. En niet nu, nu ze moest dansen naar de pijpen van de Rebellen. Hitomi zucht. Ze moet eigenlijk terug gaan naar de schuilplaats. Het is levensgevaarlijk om nu buiten rond te lopen, dat begrijpt ze zelf ook wel. Moeizaam stapt Hitomi op van de schomel, en begit terug te lopen. Ze kijkt op tegen het weerzien met haar ouders. Ze meent oprecht wat ze tegen hen gezegd heeft. Maar toch... Ze herinnert zich ook hoeveel ze van haar ouders gehouden heeft, vroeger. En van haar broertje Dylan. Maar als zij niet kunnen accepteren dat Hitomi niet geworden is wie zij graag wilden dat ze zou worden...
Een schok gaat door Hitomi’s lichaam. Van veraf kan ze al zien dat het foute boel is. Een gigantische rookwolk hangt boven de straat waar Goembario woont. Alsof haar leven er vanaf hangt begint Hitomi te rennen... En treft een brandende ruïne aan op de plek waar haar ouders, haar broertje, Baby Krabs en alle anderen verscholen zaten.
 
 
“Eigenlijk had ik dit liever met Lazerstraal willen doen, maar aangezien zij al dood is moet ik maar genoegen nemen met jou. Niet verkeerd.”
 “Dit is wat wij doen met vuile sletjes als jij!”
“Dit wordt een nacht om nooit te vergeten, Hitomi!”
 
 
De pijl vliegt door de lucht en land recht in de hals van de wolfmutilant. Het monster lijkt het echter niet eens te merken. Jolien vloekt, en legt een tweede pijl aan, terwijl de mutilant dreigend op haar af komt gelopen. “Dit was het dan” denkt ze, terwijl ze de pijl richt op een van de bloeddoorlopen ogen van het beest dat haar ieder moment aan flarden gaan scheuren. Nét wil Jolien de tweede pijl afschieten, als ze ineens haar naam hoort. “Jolien! Snel!” Ze kijkt omhoog, waar het geroep vandaan komt, en ziet dat de Hovercraft van Ellen boven haar hangt, met een ladder binnen handbereik vlak boven haar hoofd. Jolien grijnst, en grijpt naar de ladder. Direct wordt ze omhoog gehesen. En net op tijd, want de wolfmutilant mist haar op een haar na. Licht bevend klimt Jolien de ladder op, de hovercraft in. “Bedankt” zegt Jolien hijgend. “Dat was op het nippertje!” “Geen dank” antwoord Ellen. “T.G is onderweg om de mutilanten uit te schakelen. Weet jij waar Pascal is?” Shit, Pascal! Jolien tuurt uit het raam, over het plein. Plots ziet ze hem. Hij is in gevecht met twee verschillende wolfmutilanten. “Daar! Snel, voordat het te laat is!” Ellen draait de hovercraft bij en vliegt richting Pascal. Jolien springt de ladder weer op, en laat zich naar beneden zakken. “Pascal!” Pascal kijkt even op, maar is te druk met het afweren van de mutilanten. “Snel, pak mijn hand!” “Hoe in godsnaam?” schreeuwt Pascal schor terug. In eerste instantie snapt Jolien niet wat Pascal bedoeld, maar dan ziet ze de grote, rode vlek op de plek waar zijn rechterarm had gezeten. Jolien vloekt en roept naar boven. “Ellen, touw!” Onmiddellijk komt er een lang stuk touw naar beneden. Jolien grijpt het vast. Ze moet dit in 1 keer goed doen als ze haar broer wil redden…. Jolien slaakt een diepe zucht, en gooit. De lasso wikkelt zich om Pascal’s middel. “Ellen, nu!” De hovercraft vliegt zo snel mogelijk omhoog. Met een zucht van opluchting ziet Jolien hoe Pascal uit zijn benarde situatie bevrijd wordt. Met al haar krachten trekt ze het touw omhoog. Uiteindelijk lukt het Pascal om met zijn overgebleven arm de ladder vast te pakken. Hij kijkt haar dankbaar glimlachend aan. Jolien grijnst breed terug.
 
 
“Yeehaa! Links is superbijl, rechts is tankman, wie gaat er winnen dat hangt af de bomen Hahahah!”
 
 
Tuffie kan zijn ogen niet geloven. Geschrokken knielt hij naast Hitomi-8 neer. “Hitomi? Hitomi!?” Hitomi blijft roerloos liggen. De rode vlek op haar buik wordt steeds groter. Haastig brengt Tuffie zijn vingers naar haar hals. Een golf van opluchting gaat door zijn lichaam als hij een zwakke hartslag voelt. Tuffie kijkt omhoog, in de richting waar het schot vandaan was gekomen… En ziet Tosti staan, met een pistool in zijn hand. Met een kille, emotieloze blik staart hij neer op Hitomi. Een vlaag van woede gaat door Tuffie’s lichaam. “JIJ!” schreeuwt hij. “Wat heb je gedaan!?” Tosti antwoord niet. Hij blijft met de zelfde kille, emotieloze blik kijken naar de schade die hij zijn mede-winnares heeft aangebracht. Het valt Tuffie op dat de pupillen van Tosti gitzwart zijn, alsof ze niets zien. Ineens gaat er een schok door Tuffie’s lichaam. Hij beseft wat er aan de hand is. “Tosti! Tosti, hoor je me?” Tosti draait langzaam zijn gezicht richting Tuffie. Zijn gezicht blijft emotieloos. “Tosti, luister! Je bent gehersenspoeld! Je wilt dit niet!” Tosti reageert niet. Langzaam brengt hij zijn pistool omhoog, en richt op Tuffie. Tuffie voelt een lichte paniek opkomen. “Tosti, denk aan wat ze je aangedaan hebben! Denk aan de Hongerspelen! Denk aan hoe je in de cel gegooid bent! Denk aan Mie!” Tosti haalt de trekker over. Tuffie kan de kogel nog net ontwijken. Tuffie slaakt een diepe zucht. Er zit niets anders op. Hij haalt zijn speer tevoorschijn, en loopt op Tosti af…
 
 
“Dacht je echt dat je mij tuk had? In de Hongerspelen is doden een noodzaak. Dat gold evengoed voor Para als voor jou. Maar helaas ook voor mij. En daarom wisten jullie het allebei niet te overleven.”
 
 
“Waar gaat dat heen?” De stem van Klatergoud klinkt kil, en vol haat. WM voelt zijn hart bonzen in zijn keel. “Klatergoud, wat doe je? Waarom-” “Stil!” WM houdt onmiddellijk zijn mond. De koude loop van het pistool drukt tegen zijn slaap. “Weet je hoelang ik hier al op wacht?” vraagt Klatergoud smalend. “Op een gelegenheid om alleen met jou te zijn, zonder iemand in de buurt? Weet je hoelang ik al wacht op de kans om je te vermoorden, zonder dat iemand er ooit achter komt? Als ik T.G en de andere straks zie, zal ik vol tranen vertellen hoe ik nog geprobeerd heb je te redden. Dat de explosie je helaas fataal werd.” Klatergoud snuift. “Je zult herinnert worden als een held, maar ik weet wie je echt bent!” WM ademt zwaar. Uit zijn ooghoek ziet hij zijn zwaard liggen. Als het hem nu zou lukken om die te pakken… Klatergoud haalt het pistool van zijn hoofd, en cirkelt om hem heen, totdat ze hem recht in zijn ogen aankijkt, het pistool op hem gericht. “Hoe voelde het? Hoe voelde het, om hem zijn kans op wraak te ontnemen? Hoe voelde het om hem e straffen voor een misdaad waarvan je weet dat hij het niet gedaan had? Hoe voelde het, om hem te doorboren met je zwaard?” Ineens beseft WM waar dit over gaat. “Flappie…” Bij het horen van die naam gaat er een schok door Klatergoud’s gezicht. Tranen worden zichtbaar in haar ogen. “Hij was mijn beste vriend! Al sinds we klein waren!” Klatergoud’s stem slaat over. “Hij heeft jarenlang onschuldig vastgezeten, wachtend op de dood! Eindelijk was zijn naam gezuiverd, eindelijk had hij weer een normaal leven kunnen leiden! En toen werd hij vermoord!” De tranen lopen over Klatergoud’s gezicht, en ze laat het pistool langzaam zakken. Even denkt WM dat hij kan vluchtten, maar dan herpakt Klatergoud zich. “Door jou!” Ze brengt het pistool naar zijn voorhoofd. WM durft zich niet te bewegen, nauwelijks te ademen. Klatergoud kijkt hem recht in zijn ogen aan. Haar ogen staan vol haat. “Ze zijn allemaal dood. Flappie, Killfighter, Smeetske, Marina… Nick en Tuffie. Jij hebt Flappie niet de kans gegeven om wraak te nemen op Tuffie, maar ik heb nu wel de kans om wraak te nemen op jou.” Ze brengt haar vinger naar de trekker van het pistool. Even denkt WM dat het voorbij is, maar dan laat Klatergoud het pistool zakken. Een grijns verschijnt op haar gezicht. “Wacht, ik heb een beter plan.” Tot WM’s grote ontsteltennis loopt Klatergoud naar het zwaard, en tilt het op.  Grijnzend komt ze op hem afgelopen. “Op je knieën!” WM gehoorzaamd, en gaat op zijn knieën zitten. Klatergoud legt het zwaard tegen zijn hals. “Smeek nu. Smeek, zoals hij jou smeekte!” WM kan geen woord uitbrengen. Klatergoud duwt het zwaard harder tegen zijn hals; WM voelt de stekende pijn van het vlijmscherpe metaal. “Smeek!” Klatergoud buigt haar gezicht naar WM’s oor. “En daarna maak ik je af!”
 
 
"Jongens... Het spijt me."
"Het geeft niet, we begrijpen het. Toch?"
"Ik had nooit die speer voor me uit moeten houden, maar Noémie..."
"Het geeft niet, Adje. We hadden Noémie niet moeten vermoorden, aangezien we daarnet nog fazanten hebben gezien, maar we wisten niet dat er nog eten was. Er bleek maar één dier in de buurt te zijn, en dat was..."
"Noémie"
"Ik begrijp het wel, voor jullie was het maar een konijn, maar voor mij was ze veel meer. Ze was... ze was Noémie. Ik zal proberen weer nuttig te zijn, we hebben al nog maar drie tributen, dus als er één ook nog eens niets doet, dan kunnen we dit niet meer winnen."
 
 
“Ellen, hoor je me?” T.G tuurt naar het beeldscherm waar Corneel contact met Ellen heeft gemaakt. “Ja, ik hoor je!” antwoord Ellen. T.G glimlacht. “Hoe staat het daar nu?” Ellen kijkt moeilijk. “Jolien en Pascal zijn in veiligheid gebracht. Pascal is zwaar gewond, maar buiten levensgevaar.” Enn vlaag van opluchting gaat door T.G’s lichaam. “Goed om te horen.” “Hoelang duurt het nog voordat jullie hier zijn? Jolien en Pascal zijn dan wel buiten bereik van de mutilanten, maar we worden wel beschoten. Als je het niet erg vind eindig ik niet graag zoals Yannick en Stroossie.” T.G knikt. “We komen zo snel mogelijk.” “Kun je niet proberen nu al op het fluitje te blazen?” Daar had T.G niet over nagedacht. Sven Window had niet echt duidelijk gemaakt hoe dicht hij in de buurt van de wolven moest zijn om het fluitje te laten werken... Áls het überhaupt werkte. Na de onthulling van Fisico is T.G professor Sven steeds minder gaanvertrouwen. Maar dit is hun enige hoop. Op goed geluk haalt hij het fluitje tevoorschijn en blaast erop. Er komt geen geluid uit. Hij wendt zich tot Ellen. “Heeft het effect?” Ellen antwoord niet, maar buiten beeld hoort T.G de stem van Jolien roepen: “De mutilanten zijn gestopt met aanvallen! Ze staan nu stil, alsof ze wachten op verdere instructies.” T.G blaast nog eens op het fluitje. Een opgewonden schreeuw klinkt uit het beeldscherm.  “Het werkt! Ze vallen het Kapitool-leger aan!” T.G grijnst tevreden en steekt zijn duim op naar Ellen, die terug grijnst. “Goed, ga nu zo snel mogelijk richting het huis van Snow. Wij komen ook die kant op.” “Komt in orde, T.G!” antwoord Ellen, en ze verbreekt de verbinding. T.G gaat naast Corneel zitten. “Dat ging makkelijk.” Mompelt Corneel. T.G zucht. “Ja. Iets té makkelijk, als je het mij vraagt. Ligt het aan mij, of is het Kapitool nogal onderbemand?” Corneel haalt zijn schouders op. “Is dat een probleem?” T.G wrijft over zijn kin. “Ik weet het niet. Het is natuurlijk gunstig voor ons, maar toch... Het voelt alsof we te makkelijk winnen. We hebben zo’n klein leger vergeleken met het de mannen van Snow, ik had gewoon verwacht dat-” T.G stopt midden in zij zin. Geschrokken kijkt hij naar de deur van de hovercraft. Er wordt op geklopt. T.G kijkt naar Corneel, die met opgetrokken wenkbrauwen terugkijkt. “Klopt er nu iemand op de deur... van een vliegende Hovercraft?” vraagt hij. T.G is al even verward. “Moeten we opendoen?”Corneel grinnikt. “Misschien eerst eens kijken wie er voor de deur staat, vind je ook niet?” Hij drukt een knop in, en er schiet een beeldscherm aan. Op het scherm is de buitenkant van de Hovercraft te zien. En er staat (of vliegt eigenlijk)inderdaad een persoon voor de deur. T.G kan zijn ogen niet geloven. “Maar... Maar dat is Lazerstraal!”
 
 
"Weet je? Ik wil je best sparen. Het probleem is: Ik wil winnen. Ik wil thuis kunnen komen, ik wil presentator worden van de negende jaarlijkse Hongerspelen. Maarja, ik heb niet echt een keus. Wij, hebben niet echt een keus, Hitomi."
 
 
Zwijgend staan Klatergoud en WM tegenover elkaar. WM durft zich nauwelijks te bewegen; de punt van zijn zwaard stat nog steeds tegen zijn hals aan gedrukt. Hoe kan hij zichzelf uit deze situatie redden? Klatergoud lijkt hem niet bepaald een goede zwaardvechtster, dus het móet mogelijk zijn… Alsof ze zijn gedachten kan lezen, zegt Klatergoud plots: “Één beweging en ik duw dit zwaard door je strot!” “Dat doe je toch wel…” Klatergoud grijnst. “Dat klopt. Maar eerst wil ik je horen smeken. Smeek om je leven, zoals Flappie jou om zijn leven smeekte! Zeg het! “Geef mij de kans op eerherstel!” ZEG HET!” WM zegt niets. Zijn oog is gevallen op een vlaggenstok, die enkele meters van hem vandaan ligt. Waarschijnlijk was hij door de explosie hier terecht gekomen. Als hij Klatergoud nu af kan leiden… “Flappie was een monster.” Zegt WM. Hij ziet Klatergoud’s gezicht betrekken. Als ze nu maar niet toesteekt… “Goed, Tuffie is degene geweest die jullie klas heeft uitgemoord, maar Flappie had daar even goed schuld aan! Ik heb zelf gehoord hoe Flappie hem haakneus noemde, en hem belachelijk maakte!” Klatergoud’s ogen spuwen vuur. “Je weet niet waar je het over hebt!” snauwt ze. “Het waren Smeetske en Killfighter die Tuffie altijd pestte! Flappie had daar niets mee te maken!” “Maar hij heeft het ook niet tegengehouden!” vervolgt WM. “En jij ook niet! Niemand van jullie heeft iets gedaan, jullie hebben allemaal toegestaan dat Tuffie zo ver doordraaide dat hij een moordenaar werd!” Zijn woorden lijken effect te hebben; een schok gaat door Klatergoud’s ogen. “En daarnaast: Flappie heeft zelf toegegeven dat hij wel degelijk moorden heeft gepleegd, alleen niet degene waarvoor hij was veroordeeld! Om nog maar te zwijgen over wat hij allemaal in de Hongerspelen gedaan heeft! Hij en Nick en Tuffie en Killfighter: ze waren allemaal verdorven! En jij ook!” Bij die laatste woorden duikt WM naar de vlaggenstok. Hij weet de stok net op tijd vast te grijpen om de klap van het zwaard af te weren. WM volgt dit direct op met een uithaal richting Klatergoud. Klatergoud weet nog net op tijd af te weren met het zwaard, maar ze is wel uit balans gebracht. WM neemt een defensieve houding aan; hij wil Klatergoud niet verwonden, enkel zichzelf beschermen. Klatergoud begint woest met het zwaard richting WM te zwaaien, maar WM weet iedere klap met gemak te blokkeren. Na een wel heel mislukte poging, lukt het WM om het zwaard uit Klatergoud’s hand te slaan. Hierdoor raakt Klatergoud uit balans. Ze valt. Zonder dat WM het doorhad, waren ze tot aan de rand van het dak gekomen. Klatergoud viel 2 etages naar beneden, totdat ze met een doffe bonk en een angstaanjagende “spletsj” op de grond terecht kwam. WM durft niet te kijken. In plaats daarvan pakt hij het zwaard op, en loopt richting de brandtrap die hij eerder al had willen nemen. Tijd om richting het huis van president Snow te gaan…
 
 
"WM, ik weet waar Tuffie tot toe in staat is en jij ook. Eventueel vermoord hij jou vlak voor het einde zodat hij als enige de winnaarsglorie krijgt. Hij chanteerde je eerder om Noémie te vermoorden. De Noémie die ik voor je heb gered. Je bent mij verschuldigd dat wapen te geven, en dat weet je zelf ook."
 
 
De stenen achter Tuffie spatten uit elkaar als een tweede kogel ze raakt. Tuffie ademt zwaar. Tosti kan duidelijk niet zo goed met het pistool overweg, en Tuffie is behendig. “Domme fout van hte Kapitool” bedenkt Tuffie zich. “Ze hadden hem beter met pijl en boog kunnen laten vechten.” Tosti richt zijn wapen opnieuw op Tuffie, maar die is hem voor; in een flits steekt hij zijn speer naar voren, en doorboort de lies van Tosti’s enkel. Met een schreeuw valt Tosit op zijn knieën. Van dit onbewaakte moment maakt Tuffie gebruik door het pistool uit Tosti’s handen te slaan. Hij richt zijn speer op de nu onbewapende Tosti. “Ik zou je nu kunnen doden.” begint Tuffie. “maar dat doe ik niet.” Tosti lijkt niet te reageren. “Je bent een van ons, Tosti. We zullen je gevangen nemen, en gevangen houden, totdat we een manier vinden om je hieruit te bevrijden.” Tosti tilt zijn hoofd op, en kijkt Tuffie recht in zijn ogen aan. Even lijkt er een vage glimlach op zijn lippen te verschijnen... Dan voelt Tuffie ineens dat zijn speer hardhandig uit zijn handen wordt getrokken. Een fractie van een seconde later voelt hij een harde klap tegen zijn voorhoofd. Tuffie had hier niet op gerekend, en valt door de impact achterover. Hij kijkt op, en ziet dat de rollen nu zijn omgedraaid: Tosti heeft de speer op hem gericht, en kijkt hem met dezelfde kille, emotieloze blik aan. Tosti haalt zijn arm iets naar achter, klaar om uit te halen, klaar om Tuffie neer te steken... En dan klinkt er plotseling een knal. Voor Tuffie’s ogen lijkt Tosti’s hoofd te ontploffen. De winnaar van Hongerspelen 3 laat de speer uit zijn hand vallen, en valt op de grond neer. Tuffie kijkt naar de plek waar het schot vandaan kwam, en ziet Mie de Hamster staan, met een pistool in zijn hand. Mie knipoogt naar Tuffie, die dankbaar teruggrijnst. Vervolgens verdwijnt Mie de menigte weer in. Tuffie staat op, grijpt zijn speer terug, en volgt Mie’s voorbeeld. Hij werpt nog 1 laatste blik op Tosti. Door de impact van de kogel is er van zijn hoofd niets meer over. Liters bloed stroomt uit Tosti’s hals, en kleurt de stenen zo rood als zijn tenue.
 
 
"Hallo Tosti, lekker gezwommen?"
"Para, aan jou de eer"
"Dank je. Het spijt me, T.G. Dit is míjn overwinning.”
“T... Tosti... Z... zorg... dat je wint.”
 
 
Gespannen kijkt T.G toe terwijl Corneel de deur van de Hovercraft open. Lazerstaal stapt naar binnen. T.G kan zijn ogen niet geloven. Lazerstraal, de kleindochter van president Snow, degen waar alle problemen mee begonnen, staat voor zijn neus. Voor de tweede keer opgestaan uit de dood. Hij ziet wel direct dat er iets niet klopt aan haar. Haar ogen zijn spierwit, zonder pupillen, en ze straalt een vreemde, metaalachtige gloed uit. T.G kijkt naar Corneel. Zo te zien denken ze allebei hetzelfde: is dit een of andere truc van het Kapitool? Op dat moment opent Lazerstraal haar mond. “Ik heb een boodschap van professor Sven Window voor T.G” Professor Sven… T.G herinnert zich ineens de NickMarioUrbanus-mutilant die in een van de Hongerspelen zat. Deze Lazerstraal is dus een mutilant! Gestuurd door Sven, met een boodschap voor hem… ‘Lazerstraal’ praat verder. “Het gaat over mijn geliefde en jouw oude vriend, de Rebellenleider Fisico.” T.G snuift. “Fisico heeft ons eerder vandaag al gecontacteerd. Ik weet alles al. Hoe hij zijn dood in scène heeft gezet. Hoe hij al die jaren een verrader is geweest. Alles.” “Fisico heeft gelogen” antwoord Lazerstraal. T.G trekt zijn wenkbrauwen op. “Hoe bedoel je, gelogen?” “Fisico heeft inderdaad de plannen voor de aanval op de Banned-box uitgelekt aan het Kapitool, maar dat was een ongeluk. Hij was een spion voor de Rebellen, die zogenaamd informatie doorgaf aan president Snow. Hij wilde Nalyd Rats verraden, omdat die samen met Admin en twee anderen hun eigen agenda hadden. Daarna heeft hij zijn eigen dood in scene gezet omdat hij zichzelf een verrader vond. Hij is undercover gegaan bij het Kapitool, maar heeft ze al die tijd gesaboteerd. Hij wil zichzelf opofferen om jou te laten winnen.” T.G weet niet wat hij moet zeggen. Voor de derde keer die dag krijgt hij allerlei informatie over Fisico die hij moet verwerken. Zou het echt waar zijn wat ‘Lazerstraal’ verteld? “Waarom heeft Fisico dat niet gezegd?” “Hij wilde niet dat jij dit wist” antwoord Lazerstraal. “Hij vind zichzelf een lafaard en een verrader, en vind dat hij het verdiend om te sterven. Hij zegt dat zijn dood een grote overwinning voor de Rebellen zou lijken.” Dat klopt. Sinds Fisico zich had onthult, keek T.G nog meer uit naar zijn dood dan die van president Snow zelf. “Sven Window weet van Fisico’s ware aard af, en wil dat hij blijft leven. Hij wil dat je hem spaart.” T.G denkt even na. Als het waar is wat Lazerstraal zegt, dan moet hij Fisico inderdaad laten leven. Maar wat als dit slechts een truc is? “Ik zal het overwegen” zegt hij uiteindelijk. "Fisico was mijn beste vriend. Ik dacht dat hij dood was, en daarna dacht ik dat hij een verrader was. Ik weet niet meer wat ik moet denken nu. Maar als het waar is wat je zegt, dan geef ik Fisico een tweede kans.” De Lazerstraal-mutilant knikt. “Je moet me nu naar buiten laten. Ik moet mezelf vernietigen.” T.G knikt en kijkt naar Corneel. Die opent de deur van de Hovercraft. De Lazerstraal mutilant zweeft naar buiten. T.G gaat naast Corneel zitten en zucht diep. “Kom, we moeten gaan.” mompelt hij uiteindelijk. “Ik moet een president vermoorden.”
 
 
"KAPPEN! Wij zijn de twee sterkste spelers van de Honger Spelen. We moeten zolang mogelijk samenwerken, totdat één van ons dood is, of totdat wij samen over zijn."
"Wat dacht je van 'Nee'? Ik mag je niet, jij mag mij niet, dit is slechts een poging om mij te verraden."
"Ja, natuurlijk is het dat! Je denkt toch niet dat we met elkaar om zullen gaan? Nee, we houden het verbond open. Wij vallen elkaar niet aan, iedere keer dat we elkaar tegenkomen. Face it, niemand is sterk genoeg in dit spel om ons te vermoorden, behalve wij elkaar. We helpen elkaar als we elkaar zien, maar we gaan niet in de buurt van elkaar slapen enzo. Dat is onzin."
 
 
Op de marmeren trappen van het huis van president Snow is Goembario nog altijd verwikkeld in een gevecht met Generaal Hendrik de Pad. Beide mannen zijn hun wapens inmiddels verloren, maar het gevecht gaat onverminderd door. Goembario heeft jarenlang aan vechtsport gedaan, en heeft zelden een tegenstander tegenover zich gehad die hem aankon. Maar wat er ook over de Pad te zeggen is: hij is een waardige tegenstander. Goembario geeft Hendrik een harde klap op zijn rechteroog. Hendrik reageert daarop door Goembario in zijn milt te schoppen. Goembario klapt voorover, en voelt hoe Hendrik hem met zijn ellenboog op zijn achterhoofd ramt. Goembario weet de pijn te incasseren, en duikt voorover naar Hendrik’s benen. Hij tackelt Hendrik, waardoor deze voorover op de grond valt. Goembario springt op Hendrik’s rug en ramt hem tegen zijn achterhoofd. Hij wil net uithalen voor een tweede slag, als hij ineens wordt afgeleid door het rumoer dat in de straat is ontstaan. Zowel Goembario als Hendrik kijken op om te zien wat er aan de hand is. Tot Goembario’s schrik ziet hij tientallen, misschien wel honderden soldaten uit de Districten 1 en 2 de straat in lopen en zich in het gevecht mengen. Onder zich hoort hij Hendrik de Pad lachen. “Het is gedaan met jullie aaseters!” zegt hij smalend. “Het Kapitool zal zegevieren, zoals altijd!” Goembario grijpt Hendrik de Pad bij zijn haren, en trekt zijn hoofd naar achteren. Hij brengt zijn mond naar de oren van De Pad. “Maar helaas voor jou zal jij dat niet meemaken.” Met alle kracht die hij in zich heeft, slaat hij het gezicht van Hendrik de Pad tegen de marmeren vloer. En nog eens. En nog eens. Het bloed spettert alle kanten op. Hendrik de Pad stribbelt tegen, maar Goembario is te sterk, en na een aantal slagen blijft hij roerloos liggen. Uitgeput staat Goembario op. Het is lang geleden dat hij zoveel kracht inspanning heeft gehad. Hij draait het lichaam van Hendrik de Pad de rug toe, en kijkt de straat in. Zo’n 30 soldaten, afkomstig uit district 2, marcheren zijn kant op. Goembario maakt zich klaar voor het gevecht wat waarschijnlijk zijn einde zal betekenen, als hij ineens hun leider ziet. Het is Mie de Hamster. Een golf van opluchting gaat door Goembario’s lichaam. “Mie!” Mie de Hamster glimlacht, en steekt zijn mechanische hand op bij wijze van begroeting. “Sorry dat we wat laat zijn, we werden opgehouden.” Goembario kan zijn ogen niet geloven. “Horen de legers van district 1 en 2 bij ons?” Mie knikt. “Ze staan al jaren onder onze leiding. Wij gaan nu het huis in om de kust veilig te maken voor T.G als hij straks komt. Probeer wat uit te rusten; je hoeft niet meer te vechten.” Dankbaar knikt Goembario naar Mie, die met zijn soldaten het presidentiële huis binnen gaat.
 
 
“Ik moet toegeven professor, dat was me toch een behoorlijk gevecht. Maar blijf je niet voor eeuwig helpen. Als je zo loopt te suffen als daarnet pak ik gewoon mijn kans.”
“Natuurlijk… dat is wat ieder mens zou doen… toch? Ik liet me meeslepen door mijn emoties… dat is alles…”
“Hoe dan ook, ik moet jou feliciteren. Deze Hongerspelen waren zonder twijfel mijn beste avontuur ooit. En jij hebt daaraan bijgedragen. Het koste je wat moeite, maar wat mij betreft heb jij jezelf uiteindelijk toch bewezen als een waardige tribuut. Petje af, Necrodeus!”
“Goh… ik wist niet dat je mij nog… kon aanspreken met die naam.”
“Ach, een afscheid vereist altijd een iets formelere aanspreektitel. Alhoewel ik wel denk dat je een goede professor zou zijn geweest.”
 
 
Vanaf het moment dat de legers van districten 1 en 2 zich in de strijd mengde, was de oorlog zo goed als gewonnen. Op het moment dat Tuffie de honderden soldaten de straat in zag lopen, had hij de hoop opgegeven. Zijn verbazing was dan ook groot geweest toen District 1 en 2 zich tegen het Kapitool keerde. De gezamenlijke kracht van de Rebellen en de verse, grote legers van de beroepsdistricten was teveel voor het uitgeputte en uitgedunde Kapitoolleger. Nu rest Tuffie niets anders dan wachten tot T.G komt, zodat de oorlog definitief kan worden beëindigd met de dood van president Snow. Áls T.G überhaupt nog komt, denkt Tuffie wrang. Vooralsnog is er geen spoor te bekennen van zijn medewinnaars. Tosti is dood, en Hitomi-8 zo goed als. Tuffie kijkt naar Hitomi, die op dit moment verzorgd wordt door een vrouw die volgens hem Cyntia heet. Zou het mogelijk zijn dat Hitomi dit overleefd? Ze heeft een kogel in haar buik gekregen… Tuffie denkt aan WM. WM, die nog van niets weet. Als hij nog leeft. En Jolien, zijn Jolien, zijn maatje… Zou ze het overleefd hebben? En Pascal? Tuffie weet het niet. Hij kan slechts wachten. Tuffie kijkt de straat rond. Het vechten is gestopt. De overlevenden van het Kapitoolleger worden ondervraagd, smeken om vergeving of worden geëxecuteerd. De gewonden van de Rebellen en Districten 1 en 2 worden verzorgd, en de lichamen van de gestorvenen worden verzameld. Tuffie herkend Nathaniel, die, zoals hij zelf al voorspeld had, de strijd niet overleefd heeft. Volgens ene Mitchell was Nathaniel uiteindelijk gestorven in gevecht met 4 Kapitoolsoldaten, waaronder Generaal Vitom. Hun lichamen liggen nu naast dat van Nathaniel. Tuffie’s aandacht wordt getrokken door een man, die naar hem gebaard. Het is de opperbevelhebber van het leger van district 1, degene die hen opdracht gaf om aan de kant van de Rebellen te vechten. En een oude bekende van Tuffie. Glimlachend loopt Tuffie naar hem toe, en schud hem de hand. “Kom” zegt Hans de Struisvogel. “Laten we een blokje om maken. Weg van al deze ellende.” Gezamenlijk lopen Tuffie en Hans de straat uit, een zijsteegje in. Het begint al schemerig te worden. Tuffie kijkt Hans aan. “Wie ha ddat verwacht?” zegt hij grijnzend. “Vechten we nu zowaar aan dezelfde kant?” Hans glimlacht terug. “Ik vecht al jaren tegen het Kapitool” zegt hij. “Vanaf het moment dat ze mijn broertje de dood in stuurde.” Hans blijft stilstaan. Tuffie volgt zijn voorbeeld, en kijkt hem vragend aan. “De dag dat Ulysses stierf, heb ik mezelf beloofd dat ik wraak zou nemen op iedereen die verantwoordelijk was voor zijn dood.” Net op tijd beseft Tuffie wat Hans hiermee bedoeld. In een flits trekt hij zijn speer tevoorschijn, en weert de slag van Hans’ zwaard af.
 
 
"WM, wat doe je? Het is klaar, jij wint, waarom maak je het dan niet af?”
 "Ik wil niet nog één dode op mijn geweten hebben. Al sinds ik de genadeslag aan een hulpeloze DL heb gegeven, heb ik last van mijn geweten. Ik heb nooit iemand het leven willen ontnemen.”
"Maar WM, je had zojuist kunnen winnen. Zijn de baten dan niet wat hoger dan de last?"
"Dat dacht ik al toen ik Flappie vermoordde. Het was deels ter bescherming van mijn eigen leven, Flappie was een gewetenloze moordenaar en de wereld is waarschijnlijk beter af zonder hem dan met hem. Iemand moest hem afronden en dat kon beter ik zijn. Toch heb ik er moeite mee. Het gaat echt tegen al mijn principes in!"
"Principes of niet, het is een spel, om te winnen moet je moorden."
 
 
Het Kapitool lijkt volledig uitgestorven te zijn. WM heeft vaak door de straten van het Kapitool gezworven in de 2 jaar dat hij mentor van de Hongerspelen is geweest. Altijd was de stad levendig en druk geweest, maar nu is er geen hond te bekennen. Ergens stelt het WM wel gerust. Zijn tocht naar het huis van president Snow duurt nog lang, en is al lastig genoeg zonder dat hij constant waakzaam moet zijn. Aan Klatergoud probeert WM zo min mogelijk te denken. Gebeurd is gebeurd. WM’s oog valt op een café aan het einde van de straat. De lichten branden er, en de deur lijkt open te staan. WM trekt zijn zwaard, en loopt voorzichtig richting het café. Naarmate hij dichterbij komt, hoort hij steeds duidelijker stemmen praten. WM drukt zich tegen de muur van het gebouw aan, en kijkt voorzichtig door het raam. Een groep soldaten staat binnen. Ze hebben allemaal het herkenbare uniform van het Kapitoolleger aan. Ze zijn druk met elkaar in gesprek, en lijken totaal niet te letten op de openstaande deur. Geen wonder ook, beseft W zich. Buiten hemzelf is de omgeving volledig uitgestorven. WM probeert te horen wat de soldaten zeggen. Een bekende stem is aan het woord. “Wat hadden we voor keuze? Vanaf het moment dat De Hamster en De Struisvogel met hun legers aankwamen en de aaseters gingen steunen, maakten we geen schijn van kans meer. Snow is toch niet meer te redden, dus ik ga mezelf daar niet voor opofferen!” Een instemmend gemompel klinkt uit het café. WM is verbaasd. Jeffrey Smit is gevlucht van het gevecht? En Mie de Hamster en Hans de Struisvogel hebben de Rebellen gesteund met hun legers? Nieuwsgierig luistert hij verder, in de hoop iets over T.G te horen. Of over Hitomi… Een stem die hij niet herkend is nu aan het praten. “We hadden het kunnen weten. Die Tosti is altijd al beste maatjes met Mie de Hamster geweest.” Een andere man lacht hardop. “Ik heb Tosti te pakken gekregen, weet je dat? We hebben hem gehersenspoeld!” Jeffrey grinnikt ook. “Ah, vandaar! Toen ik bij het huis van Snow aankwam, zag ik Tosti die slet van Hongerspelen 8 doodschieten. Goed werk Sam! Mochten we dit overleven, dan-” Wat er zou gebeuren als ze dit zouden overleven, zouden ze nooit te weten komen. Generaal Sam viel bloedend op de grond, nadat het zwaard hem doorboorde. De soldaten wilde hun wapens trekken, maar de meesten hadden hun wapens verderop neergelegd, zodat ze makkelijker konden zitten, en waren dus geen partij voor WM. Zonder enige moeite stak hij ze in hun magen, sneed hun strotten open of hakte in hun lichaam. Een pure haat zoals hij die nog nooit gevoeld had gonst door WM’s lichaam, en voor het eerst heeft hij plezier in het doden. Jeffrey Smit bewaard hij voor het laatste. Hij kijkt hem recht in zijn haatdragende ogen, terwijl hij het zwaard in zijn keel steekt. Als alle soldaten dood zijn, valt hij uitgeput neer. De tranen vloeien over zijn wangen. Hitomi is dood. Dat is alles wat hij kan denken. Hitomi is dood…
 
 
"Tuffie, wij zijn de enige twee die over zijn, de laatste tributen. Een van ons zal sterven, een van ons zal overleven ter vermeerdering van zijn roem ende eer! Geen lafhartige trucjes meer, maar een eerlijk gevecht, man tegen man. Laten we beginnen."
 
 
Door het bereik van zijn speer lijkt Tuffie in het voordeel, maar Hans blijkt een verrassend goede zwaardvechter. Met een arrogante grijns op ziijn gezicht weet hij het Tuffie flink moeilijk te maken. Dit had Tuffie uiteraard kunen weten: Hans was jarenlang de trainer van de tributen uit District 1 geweest, die stuk voo stuk moordmachines waren. Maar hij had Hans zelf nog nooit zien vechten. Het verrassingseffect dat je iets goed kunt wat de meesten niet verwachten kan je in je voordeel gebruiken.... Tja. Plotseling zegt Hans “Toch jammer van T.G.” Tuffie is verbaasd. Wat bedoelt Hans daar nu weer mee? Maar al snel blijkt wat Hans ermee bedoelde: doordat Tuffie even zijn concentratie lijkt te verliezen, kan hij toesteken. Tuffie kan het zwaard nog net op tijd ontwijken, maar komt daardoor wel met zijn voet vast te zitten in ee kuiltje. Klungelig valt hij achterover. Hij probeert weer overeind te krabbelen, maar Hans houdt zijn zwaard op hem gericht. “Op ditzelfde moment wordt T.G waarschijnlijk gedood door Mie. Niets persoonlijks, maar Mie is de rechtmatige president van Panem, dus zal T.G het veld moeten ruimen. Dan zal er een nieuw tijdperk aanbreken, met Mie als president en ik als zijn rechterhand.” Hans grijnst breed. “Maar helaas voor jou zul je dat niet meer meemaken. Je hebt goed gestreden vriend. Maar ik was beter.” Hans wil de genadeklap geven, maar te laat beseft hij zich dat Tuffie nog gewapend is. Hij stoot zijn speer naar boven, recht door de keel en het hoofd van Hans heen. Hans is op slag dood. Tuffie krabbelt overeind. Het lichaam van Hans keurt hij geen blik meer waardig; hij moet T.G vinden. Zo snel hij kan rent hij terug naar de straat waar eerder nog zwaar gevochten werdt. Tot zijn immense opluchting ziet hij dat de laatste twee Hovercrafts van de Rebellen inmiddels ook gearriveerd zijn, en herkent hij Pascal en Jolien, die staan te praten met Corneel. Als hij dichterbij komt, merkt Jolien hem op. “Tuffie!” Ze vliegt hem om de hals. “Je hebt het overleefd! Ik was zo ongerust over je! Van WM hebben we niets meer gehoord, en wat is er met Hitomi-“ Tuffie kapt haar af. “Waar is T.G?” Jolien kijkt hem verbaasd aan. “Naar President Snow natuurlijk! Mie de Hamster en zijn leger hebben als het goed is alle beveiliging uitgeschakeld, dus-” “We moeten hem tegenhouden!” zegt Tuffie. “Mie wil T.G vermoorden, om zelf aan de macht te komen!”
 
 
"Sushi is sterk bewapend! Het zou slim zijn om zijn teamgenoot ook een wapen te geven. Zo staan ze sterker tegen JiHawk. Sushi is een echte teamspeler! Jammer dat hij niet de slimste is."
 
 
De voetstappen weergalmen door de grote, flamboyante hal van het presidentiële huis. Er is geen spoor van leven te bekennen. Enkel T.G, die vastberaden richting het vertrek van President Snow loopt. Om zijn schouder hangt de tas die Nathaniel hem gegeven had. T.G heeft de inhoud van de tas nog niet bekeken, maar hij weet dat er een wapen in zit. Tenslotte hadden de overige winnaars een soortgelijk geschenk gekregen. Terwijl T.G door de gang loopt, vallen zijn ogen op de levenloze lichamen van Snow’s persoonlijke bodyguards, die om de zoveel tijd opduiken. Mie en zijn leger hebben hun werk goed gedaan. T.G was ernstig verbaasd toen hij en Corneel op hun bestemming aankwamen, en zagen dat de strijd voorbij leek te zijn. Toen hij van Goembario hoorde dat Mie en Hans de Struisvogel de legers van Districten 1 en 2 hadden overgehaald om aan de kant van de Rebellen te vechten, was T.G blij verrast, maar het is nu pas dat het echt tot hem doordringt wat het betekend. Ze hebben gewonnen! Natuurlijk hebben de Rebellen wel hun verliezen geleden. Van de fracties die onder leiding van Pascal en Klatergoud stonden, zijn alleen Jolien en Pascal heelhuids teruggekeerd, en ook binnen Goembario’s leger zijn verschillende slachtoffers gevallen, waaronder Hitomi, die op sterven na dood lijkt te zijn. Maar niets van dat alles is nu belangrijk. Het belangrijke is altijd een offer waard, en het belangrijkste nu is de dood van Snow, en daarmee het definitieve eind van de oorlog. Zonder dat T.G het gemerkt heeft, heeft hij de deur van Snow’s vertrek bereikt. Hij voelt zijn hart bonzen in zijn keel, en het zweet over zijn rug lopen. Na een laatste, diepe zucht grijpt hij de klink, en opent de deur. Direct ziet hij President Snow. De president van Panem ziet er nog exact hetzelfde uit als toen hij T.G meer dan 10 jaar geleden feliciteerde met zijn overwinning in de Hongerspelen. De witgrijze haren, het harde gezicht... Het enige duidelijke verschil is de rode vlek op zijn borst, en de pijl die daar uit steekt. T.G kan zijn ogen niet geloven. Voorzichtig loopt hij dichterbij... En hoort de deur achter zich dichtslaan. In een flits draait T.G zich om, en ziet de boogschutter in de schaduw staan. Door de lichtval kan T.G het gezicht niet direct zien, maar hij ziet wel dat de kruisboog is aangespannen, en op hem gericht staat...
 
 
"Wil je wat... eten?"
"Ja graag!”
“Hier, mag je je andere duim eten!"
"Sorry, dat aanbod sla ik vriendelijk af..."
"Hier Lucoshi, ik smeek het je!"
"ALSJEBLIEFT NIET, WM! ALSJEBLIEFT NIET!"
 
 
Terwijl hij in de lift staat, zet Fisico zijn Dolan-masker af. Hij weet niet of hij zich teleurgesteld of juist opgelucht moet voelen. Heel de dag heeft hij staan wachten op het dak van de Hongerspelen-studio, en niets heeft hij van het gevecht meegekregen. Niets, behalve één kort bericht, daarnet pas. “Het is over. We hebben verloren.” De Rebellen hebben dus gewonnen... Zou Snow dood zijn? Fisico weet het niet zeker, maar het moet haast wel. Net zoals hij dood moet... Als hij op de begane grond is aangekomen, loopt Fisico uit een soort automatisme richting het laboratorium. Hij wil Sven spreken. Hem nog eens om raad vragen. Nadat Fisico zijn dood in scene had gezet, was Sven zijn enige vriend geweest. De enige persoon die hij vertrouwde... Toch is Fisico niet geheel verbaasd als hij het laboratorium binnen komt, en het levenloze lichaam van professor Sven Window ziet. Fisico begrijpt het. Hij werpt Sven een laatste blik toe, en draait zich weer om. Hij loopt richting de uitgang van het gebouw. Richting de buitenlucht. Een nieuwe wereld in, een wereld waar T.G aan de macht is. Een betere wereld. Maar wat heeft Fisico in die betere wereld te zoeken? Als hij buiten staat, vraagt Fisico zich af wat hij moet doen. Moet hij de Rebellen opzoeken? Moet hij om genade smeken, of zich juist laten doden? Of moet hij vluchten, en ergens in een of ander district een nieuw leven beginnen? Misschien kan hij wel in de wildernis gaan leven, net als Ad Venture... Fisico wordt uit zijn gedachte opgeschrikt door een geluid achter zich. Niet zomaar een geluid: gegrom. Hij draait zich om. Daar, vlak achter hem, staat het tweetal dat hij het meeste gemist heeft in zijn jaar in balingschap. Reina kijkt hem met haatdragende ogen aan en Laser heeft zijn tanden ontbloot, maar toch ka  Fisico een glimlach niet onderdrukken. Hij is blij dat hij hen nog eens kan zien. Reina beantwoord zijn glimlach echter niet. Het lijkt haar juist kwader te maken. “Hoe durf je te lachen?” roept ze. “Hoe durf je hier überhaupt nog rond te lopen, na alles wat je hebt gedaan?” Fisico ziet dat Reina moeite moet doen om haar tranen te bedwingen, maar ze houdt zich groot. In de ogen van een buitenstaander moet ze bikkelhard lijken. Een vlaag van trots gaat door Fisico’s lichaam. “Je bent een verrader!” vervolgd Reina. “Een smerige verrader! Je hebt ons allemaal misbruikt! Al die jaren dat je deed alsof je bij de Rebellen hoorde, al die jaren dat je deed alsof je om ons gaf, allemaal gelogen!” “Ik gaf écht om jullie” mompelt Fisico. Reina luistert echter niet. “Je verdient het leven niet!” Laser begint harder te grommen. Ineens voelt Fisico een lichte paniek in zich opkomen. Hij kijkt Reina recht in haar ogen aan. “Luister Reina, ik weet dat je kwaad bent, maar ik kan alles uitleggen. Ik-” Hij krijgt de kans niet om verder te praten. Terwijl één enkele traan tóch over Reina’s wang loopt, laat ze de riem van Laser los. “Attack.” In een flits van witte haren is Laser bovenop Fisico gesprongen. Hij voelt de hete adem van zijn trouwe metgezel in zijn gezicht. Alles schiet voorbij in Fisico’s hoofd. Reina, Hitomi, Para, Mitchell, Cyntia, Tessa en Demi die aan zijn tafel zitten, terwijl Kevin kookt. President Snow, die het ingevroren lichaam van zijn kleindochter onthult. Admin die hem dwingt de Arena op te blazen. T.G, die verbaasd opkijkt als Fisico en Laser ineens voor zijn deur staan. T.G, die probeert hem tegen te houden als hij zichzelf door zijn hoofd schiet bij Caesar Flickerman. En Professor Sven, die hem probeert over te halen om T.G de waarheid te vertellen. Fisico’s laatste gedachte gaan uit naar de gang van een Middeleeuws Kasteel, een eeuwigheid geleden. Hij, die ziek op de grond ligt, met zijn hoofd in Lazerstraal’s schoot, terwijl ze hem glimlachend aankijkt en geruststellende woorden fluistert. Even proeft hij de smaak weer van haar lippen op de zijne... Dan sluiten Laser’s kaken zich om zijn keel, en voelt hij Fisico niets meer.
 
 
“Ze kunnen ons niets maken, Fisico. Wat er ook gebeurd, ze kunnen onze band niet breken. Ze zullen het zeker niet leuk vinden, maar dat is hun zaak. Het beste wat we kunnen doen is verder nadenken over een plan om hier weg te komen. Er moet gewoon een manier zijn. Daar ben ik van overtuigd.”
 
 
T.G kan zijn ogen niet geloven. Mie de Hamster heeft president Snow gedood, en richt zijn kruisboog nu op hem. “Mie? Wat-” Mie grijnst. “Ik zou je eigenlijk moeten bedanken T.G. Je hebt een geweldig leger voor me bij elkaar geraapt. Dus bedankt daarvoor.”T.G begrijpt er niets van. Staat Mie tóch aan de kant van het kapitool? Maar waarom zou hij Snow dan doden? “Hoe bedoel je?” “Dacht je nu echt dat ik zit te wachten op een democratie? Die rebellen van jou waren heel erg handig om te gebruiken, maar nu het regime van Snow omver geworpen is, heb ik jullie niet meer nodig.” Mie’s grijns wordt nog breder, en hij brengt zijn kruisboog nog iets naar boven. “En jou zeker niet.” Het duizelt in T.G’s hoofd. “Wil je het Kapitool voor jezelf claimen?” Mie moet lachen. Een lach die T.G’s nekharen overeind doet staan. “Niet alleen het Kapitool, heel Panem!” Een vurige gloed glanst in Mie’s ogen. “Het behoort mij toe. Het is mijn recht! Mijn overgrootvader heeft het Kapitool opgericht. Het was onder zijn leiding dat Panem werd wat het nu is! En het zal onder mijn leiding nog grootser worden!” T.G’s hersenen werken op topsnelheid. Mie zegt dat zijn overgrootvader de oprichter van het Kapitool was. Wat weet hij over de oprichting van het Kapitool? Het was opgericht door ene W.M. Toadplaza, een briljante man. Na zijn dood nam zijn zoon het over, maar dat was een tiran, en toen kwam Snow aan de macht. En bij zijn weten waren alle afstammelingen van Toadplaza inmiddels overleden. “Dat kan niet. De laatste afstammeling van Toadplaza was-” En ineens ziet T.G het. Hij begrijpt niet hoe hij al die jaren zo blind had kunnen zijn. De weelderige haarbos was weg, en zijn gelaat volledig verminkt, maar tussen die littekens stonden dezelfde donkere ogen, en de lach van die dunne lippen was onmiskenbaar. “Timtamtom?” Mie’s gezicht vertrekt bij het horen van die naam, maar hij ontkent het niet. T.G is sprakeloos. De beroepstribuut die hem meerdere keren had willen doden, waarvan hij dacht dat hij al 10 jaar dood was, staat recht voor zijn neus. “Maar hoe-” “Admin.” Admin. Bij het horen van die naam herinnert T.G zich het bericht van de Lazerstraal-mutilant. Nalyd Rats, Admin en 2 anderen hadden hun eigen agenda… Die 2 anderen moesten dan wel Mie en Hans de Struisvogel zijn. Mie/Timtamtom verteld verder. “Admin was mijn oom aan moeders kant. Aan hem heb ik alles te danken. Hij heeft destijds het verbond met Opperhoofd en de andere Rebellen gesloten. Hij heeft mij in leven gehouden, en undercover laten gaan in het Kapitool. Hij heeft Fisico gemanipuleerd, en deze staatsgreep gepland.” Alles lijkt ineen te vallen in T.G’s hoofd. Alles was zorgvuldig gepland door Admin en Mie, om de achterkleinzoon van de grote Toadplaza weer aan de macht te krijgen. Hij, Fisico en alle anderen waren slechts pionnen… Mie’s grijns keert terug op zijn gezicht. “Je begrijpt hoe blij ik was dat uitgerekend jij de leiding over de Rebellen op je nam. Nu kan ik in één klap mijn macht verzekeren én mijn persoonlijke wraak krijgen.” Zijn persoonlijke wraak, omdat T.G de tweede Hongerspelen had gewonnen. Dat hij Timtamtom ook had gered uit de klauwen van een vleesetende plant, was Mie blijkbaar vergeten. “Straks zal ik vertellen hoe jij het helaas niet overleefd hebt, en zal ik de overgebleven Rebellen ervan overtuigen dat ik de geschikte leider voor Panem ben. En dan keren we eindelijk terug naar de gloriejaren van Toadplaza!” Mie spant zijn boog opnieuw aan, en richt hem recht op T.G’s hart. “En dan wordt het nu tijd om te doen wat ik 10 jaar geleden al had moeten doen.”
 
 
“Leticia, ben je er nog? Ik ga je redden Leticia, ik zweer het!”
“WM… hebben we gewonnen?”
“Ja. We hebben gewonnen. We gaan naar huis.”
 
 
Tuffie rent richting het huis van President Snow. Jolien, die Pascal ondersteunt, loopt achter hem aan. “Tuffie, waar heb je het over? Hoe-” “Ik heb nu geen tijd om het uit te leggen!” roept Tuffie terug. “We moeten eerst T.G redden! Bij het huis van de president vindt Tuffie Goembario. Goembario kijkt blij verrast op als hij hen ziet. “Tuffie, Jolien, Pascal! Wat goed om jullie-” “Geen tijd!” zegt Tuffie. “Is T.G al binnen?” “En Mie?” voegt Jolien toe. Goembario kijkt verbaasd. “Ja natuurlijk. Dat was toch de afspraak? Waarom-” “Kom mee” onderbreekt Tuffie hem, en hij loopt het huis in. Goembario, Jolien en Pascal komen achterhem aan. Tuffie’s hartbonst in zijn keel. Als we maar op tijd zijn...
 
 
“Ik deed dit voor mijn broertje, weet je. Pas nadat ik hem vermoord had, realiseerde ik wat ik had gedaan. Ik had mijn eigen broertje vermoord. Hoe kon ik dit in hemelsnaam goedmaken? Mijn familie zou me haten, iedereen zou een afkeer tegen me hebben. De enige manier om het echt goed te maken was het publiek duidelijk te laten maken hoe ik me voelde, en gewoon winnen. Daarom probeerde ik me altijd zo populair te maken bij het publiek, voor de camera’s.. Alles was voor Lucoshi, maar het heeft dus niet geholpen. Je hebt me verslagen. Misschien had ik T.G beter niet kunnen doden. Maar dit is eigenlijk ook wel goed. Want mijn familie zou me toch wel blijven haten. Nu hoef ik het niet meer aan hen uit te leggen. Doodgaan is eigenlijk niet zo heel erg.”
 
 
Het duizelt T.G in zijn hoofd. Als in slowmotion ziet hij hoe Mie zich klaarmaakt om de pijl af te schieten. Haast zonder er bij na te denken grijpt T.G naar de tas die Nathaniel hem had gegeven. Hij heeft de inhoud nog steeds niet gezien, maar als zijn vermoeden klopt... Het is zijn enige kans. Tosti, Hitomi en Jolien hadden een pijl en boog gekregen. Tuffie een speer. WM een zwaard. De wapens die ze gebruikten tijdens hun Hongerspelen.... Het beeld staat ng altijd op T.G’s netvlies gebrand. Pokéfan die van de heuvel afrolt, met een pijl in zijn rug. Een pijl die Timtamtom op hem had afgeschoten. En T.G die zijn spullen met zich meenam. Een bijl, een lang touw... en een paar kleine bommen. T.G had altijd al veel verstand van explosieven. En als in deze tas inderdaad dezelfde explosieven als in de Hongerspelen zitten... STNF had de explosieven met een enkele aanraking af laten gaan, en dat had een volledige bosbrand veroorzaakt. Dan moet een pijl toch ook voldoende zijn... Terwijl T.G de rugzak langzaam voor zich brengt, beseft hij zich wat dit betekend. Wat de explosie teweeg zal brengen. Hij zal Mie uitschakelen en voorkomen dat er een nieuwe dictator op staat, maar hijzelf... De stem van Fisico galmt door zijn hoofd. “Het belangrijke is altijd een offer waard”. Maar dat is het devies wat Admin en Mie hadden bedacht. De motivatie waarmee honderden onschuldigen de dood vonden in de hand van de Rebellen. Dat was niet het motto van T.G. T.G, die eigenlijk tegen zijn zin in bij de Rebellie betrokken is geraakt, maar die hun leider is geworden, die alle Rebellen bijeen bracht, die het regime van Snow omver wist te werpen... T.G is een echte Rebel. En terwijl de pijl van Mie’s kruisboog af vliegt, herinnert T.G zich de woorden die hij ooit van Opperhoofd hoorde. Vergeving en vergelding. Gift en drift. Een glimlach verschijnt op T.G’s gezicht, als hij ineens de connectie ziet die hij nooit eerder gezien heeft. De Tweede Hongerspelen was nooit écht geëindigd. Dit is de échte finale. Hij heeft gestreden, hij heeft overwonnen... Nu zal hij rusten. De pijl treft doel.
Een explosie klinkt. T.G is dood.
 
 
“Eigenlijk… wil ik… nog iets extra’s.”
“Wat dan?”

“Ik wil… een Joods kleed en een pik in mijn reet!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
JUNI 2312
 
10. 9. 8. 7. 6. 5. 4. 3. 2. 1. 0.
Zodra het startsein geklonken heeft, springt Para het water in. Hij zwemt richting de Hoorn des Overvoeds. Om zich heen ziet hij nog meer tributen richting de Hoorn zwemmen, maar uit zijn ooghoek ziet hij ook dat UNF en Pokéfan richting het bos rennen. Als Para op het eiland aan komt, ziet hij dat de wapens schaars zijn. Er wordt dan ook woest om gevochten; zo ziet hij Lennard en Raceneus strijden om hetzelfde wapen. Hij ziet ook hoe Chris zich direct weer omdraait e onbewapend wegzwemt. Para will op een wapen afduiken, maar ineens staat JiHawk voor zijn neus. Terwijl Roosjuh er met het wapen vandoor gaat, richt JiHawk zijn eigen wapen grijnzend op Para. Para wil nog vluchten, maar hij is te laat. JiHawk haalt de trekker over. Een rode vlek verschijnt op Para’s borstkas, en met een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht valt Para neer.
Een kanonschot bevestigd dat Para de eerste afvaller van de 24e Toadplaza Hongerspelen is.
 
 
“Nee!”
Teleurgesteld kijkt Sushi naar het TV scherm. “Ik wilde dat Para zou winnen! Hij is de broer van Lucoshi, die twee jaar geleden gewonnen heeft! Weet je nog papa?” Sushi’s vader glimlacht. “Ja, dat weet ik nog.” “Ik hoop dat Caesar Lucoshi dalijk interviewt.” gaat Sushi verder. “Hij zal wel teleurgesteld zijn in Para, denk je ook niet?” Sushi’s vader schudt zijn hoofd. “Para heeft zijn best gedaan. Hij had gewoon pech. Er is niets mis mee om als eerste uitgeschakeld te worden.” Sushi is het daar niet mee eens. “Jij en mama hebben wel allebei gewonnen vroeger, toch?” WM knikt. “Wanneer ga je me nou eindelijk vertellen hoe dat was?” “Als je oud genoeg bent.” antwoord WM. “De Hongerspelen waren vroeger heel anders dan nu.” Zijn achtjarige zoon luistert al niet meer; het interview van Caesar Flickerman met de zojuist uitgeschakelde Para is al begonnen. WM probeert zich voor te stellen hoe het was geweest als de Hongerspelen in zijn tijd met paintbalgeweren werdt uitgevochten. Dan hadden Sushi’s naamgenoot, en al die anderen, nog geleefd... Hij wordt uit zijn gedachten opgeschrikt door een hand op zijn schouder. “Ga je mee? Tuffie en Jolien staan al op ons te wachten met de Hovercraft.” WM knikt naar Hitomi, en wendt zich tot Sushi. “Papa en Mama moeten even weg. Tante Hitomi en Tante Reina komen op je passen, oké?” “Jaja, is goed!” zegt Sushi ongeïnteresseerd; hij is volledig in beslag genomen door de TV. WM weet dat hij niets liever wil dan ook meedoen aan de Hongerspelen als hij oud genoeg is. Hoe tijden kunnen veranderen... Hij trekt zijn jas aan en volgt Hitomi-8 naar buiten. Hitomi-15 en Reina komen glimlachend binnen. “Blijven jullie niet te lang weg?” vraagt Hitomi-15. “Ik ben bang dat ik hem anders niet meer terug geef!” Hitomi-15 was de draagmoeder van Sushi geweest, en fungeerde nu als zijn peettante. Hitomi-8 glimlacht, en roept nog een “Tot straks!” naar Sushi, maar die hoort haar niet eens meer; zijn grote idool Lucoshi heeft zojuist de studio betreden. Hoofdschuddend loopt Hitomi-8 met WM mee naar de hovercraft die op hen staat te wachten.
 

Een klein uurtje later komen WM, Hitomi, Tuffie en Jolien aan bij het gebouw. WM herinnert zich nog goed hoe mooi het vroeger was geweest. Een epicentrum van de technologie. Nu ligt Toadplaza er echter verwaarloost bij. “Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat ze het echt plat gaan gooien.” zegt Hitomi zuchtend. “Als er nu één gebouw is wat tot monument uitgeroepen zou moeten worden...” Tuffie haalt zijn schouders op. “President Snow wil alle sporen van de oude wandaden van het Kapitool wissen. Vreemd genoeg valt het volledig afschaffen van de Hongerspelen daar trouwens nog steeds niet onder.” Jolien geeft hem een zet. “Lorenzo bedoelt het goed. En de jeugd van nu is nu eenmaal dol op deze Hongerspelen. En niet alleen de jeugd trouwens. Volgens Pascal houden de Peacekeepers constat weddeschappen!” “Hoe bevalt het Pascal nu?” vraagt Hitomi. Jolien grinnikt. “Hij heeft er een beetje de pest in dat hij als enige geen pistool met twee handen kan bedienen, maar verder is hij volgens mij prima op zijn plek daar. Het is natuurlijk ook wel een eer om als Hoofd Peacekeeper te worden gevraagd.” Tuffie snuift. “Pascal is een oorlogsheld! Hij zou jaren geleden al een hoge functie moeten hebben gekregen! Net als Goembario trouwens!” WM fronst. “Goembario heeft de leiding over de grootste gevangenis van Panem. Dat is toch een prima functie?” Tuffie schudt zijn hoofd, en Jolien rolt met haar ogen. “Tuffie, we gaan deze discussie niet wéér aan. Lorenzo Snow is democratisch gekozen, en hij is een betere leider dan Panem in tijden gezien heeft. Leer dat alsjeblieft eens accepteren!” “Die geweldige leider wil anders wel onze geschiedenis uitwissen!” antwoord Tuffie bits. Er valt een lange stilte. Tuffie, Jolien, WM en Hitomi kijken allevier om zich heen, naar het verlaten gebouw waar ooit de Hongerspelen werden gecreëerd. Uiteindelijk opent WM zijn mond. “Nee. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Ze kunnen de Hongerspelen vernderen in een onschuldige spelshow, ze kunnen dit gebouw slopen, ze kunnen claimen dat het beeldmateriaal van de eerste 15 Hongerspelen verloren is gegaan tijdens de oorlog, maar ze kunnen onze gechiedenis niet wissen!” Tuffie, Jolien en Hitomi kijken hem vragend aan. WM zucht. “Ik wil het op gaan schrijven. Alles. Wat wij meegemaakt hebben. De wereld moet weten wat er vroeger in de Arena’s gebeurde. Waarom wij die oorlog gevochten hebben! Onze verhalen, maar bovenal de verhalen van al die kinderen die gestorven zijn voor het vermaak van het Kapitool! Ze moeten weten hoe T.G en Tuffie in de finale gestreden hebben. Ze moeten weten hoe Para en Lucoshi samen een nieuw team startten! Hoe Fisico en Lazerstraal verliefd werden! Hoe Ulysses opstond uit de dood! Hoe NMU de hele arena manipuleerde! Ze moeten weten hoe Adje wraak wilde nemen op WM, hoe Flappie en Tuffie hun jarenlange vete uitvochten, hoe Rinus zijn geheuge terugkreeg en hoe Hitomi en Sushi vochtten om Lyne! Ze moeten zelfs weten over Leticia en Jelle en die belachelijke All-Star spelen! En ze moeten weten hoe T.G, Fisico, Tosti, Klatergoud, Opperhoofd, Baby Krabs, Jeanne en al die anderen stierven in de strijd tegen het Kapitool!” Hitomi omhelst WM, en Jolien en Tuffie knikken goedkeurend. WM zucht. “Onze rol in deze Hongerspelen is uitgespeeld. Maar de herinneringen, hoe gruwelijk ze ook zijn, moete we koesteren. Het heeft ons gemaakt tot wie we zijn. Het heeft deze wereld gemaakt tot hoe die is! En dat mag nooit verloren gaan!” Tuffie kijkt op zijn horloge. “Goed, het lijkt me tijd om te gaan. We hebben hier niets meer te zoeken, en ik moet nog wat bespreken met Corneel.” Jolien knikt. “Je hebt gelijk, ik heb ook nog andere plannen.” Tuffie kijkt haar vragend aan. Jolien grijnst breed. “Ik heb een date met Ad Venture in de WaterhapDuck-Club!” Lachend lopen de twee naar buiten. Hitomi loop achter ze aan. “Kom je ook, WM?” “Ik kom zo” roept WM haar na. Hij kijkt nog een laatste keer het gebouw rond. “Vaarwel Toadplaza. Roest zacht.”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 3 van 3]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum