Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen: De Orde der Dertiende Spelen

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 2 van 3]

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
JULI 2295

Op dat moment ziet Fisico een vliegtoestel van het Kapitool naderen. Het land vlak naast hem, en er stappen een aantal Peacekeepers uit. Een van hen maakt een ontvangend gebaar. “Gefeliciteerd, Fisico. Jij bent de enige echte winnaar van de Hongerspelen. Je hebt jouw verblijf in het Kapitool meer dan verdiend.” Daar kwam dat woord weer. “Gefeliciteerd.” Niks gefeliciteerd, denkt hij. Hij zou hem het liefst ter plekke willen onthoofden. Maar hij is niet de persoon om zo irreëel te reageren, dus dat doet hij ook niet. Zonder een woord terug te zeggen laat hij zijn zwaard liggen, en stapt hij in. Zijn aderen zijn doorbloed met woede en haat. Hij voelt zich helemaal geen winnaar, noch heeft hij zin om terug te keren naar het Kapitool. Het Kapitool is de oorzaak van alle ellende die Panem overkomt. Alles. Ze doden onschuldige mensen om anderen daarmee angst in te boezemen, ze onderdrukken de 12 districten, die soms omkomen van de honger, terwijl de inwoners van het Kapitool zich nergens zorgen over hoeven te maken. En nu heeft het Kapitool zijn vriendin omgebracht. President Snow is vast de oorzaak. De klootzak. Wacht maar, denkt Fisico bij zichzelf. Op een dag zal hij wraak nemen. Hij weet nog niet hoe en wat en of het hem wel gaat lukken, maar hij kan het gewoon niet laten. Hij wil dat het hele Kapitool brandend aan zijn voeten ligt, met als haar inwoners dood. Hij wil President Snow’s gezicht zien, als hij zwaargewond aan zijn voeten ligt, en smeekt om gedood te worden. Hij wil zien hoe alle 12 districten zijn actie aanmoedigen en ondersteunen. Hij weet het, het is niet reëel, maar dat kan hem niets schelen. Niets kan hem nu nog iets schelen. Als hij zo dadelijk bij Caesar Flickerman zit, dan heeft hij absoluut geen zin om ook maar iets te vertellen. Hij komt de Hongerspelen totaal anders uit dan dat hij die binnenkwam, en dat zal voor altijd ook zo blijven. Terwijl het vliegtoestel opstijgt en weer terugvliegt naar het Kapitool, kijkt hij met een pijnlijk gevoel terug naar de arena.

De peacekeeper die hem eerder feliciteerde, komt naar hem toegelopen. Hij buigt zich voorover, en fluistert in Fisico’s oor: “We moeten snel zijn Fisico. Zo dadelijk zijn we in het Kapitool, en sta je onder constante bewaking.” Fisico kijkt de Peacekeeper verbaasd aan en wil zijn mond openen om iets te zeggen, maar de Peacekeeper snoert hem de mond. “Zeg maar niets, er kijken teveel mensen mee. Gewoon antwoorden door te knikken of schudden met je hoofd.” Fisico knikt langzaam. Waar gaat dit naartoe? De Peacekeeper glimlacht. “Goed, we hebben weinig tijd, dus laat ik maar direct ter zake komen. Mijn naam is Admin. Ik ben hoofd Peacekeeper van het Kapitool, en tevens al vele jaren leider van de Rebellie. Zoals je weet is de Rebellie door het Kapitool grotendeels de kop ingedrukt, maar ik en de andere nog levende, op vrije voeten verkerende Rebellen zijn altijd actief gebleven. Mijn vraag aan jou is: zou je je bij ons willen aansluiten?”



JANUARI 2296

“Wat!?”
Ongelovig kijkt Fisico Admin aan. “Dat kun je niet menen?” Admin slaakt een diepe zucht. “Luister Fisico, de kinderen die meedoen zijn toch al ten dode opgeschreven. Dan kunnen we daar toch net zo goed ons voordeel uit halen?” “Maar nu hebben ze tenminste nog een kans om te overleven! Een kans om zichzelf te bewijzen!” Admin tikt ongeduldig met zijn vingers op tafel. “1 dode meer of minder, wat maakt dat nu uit? De voordelen wegen op tegen de nadelen, Fisico! Snap het dan: maar liefst 36 kinderen zullen de Arena ingestuurd worden. Dat levert al extra weerstand op vanuit de districten. Door ze vervolgens alle 36 zonder pardon te laten sterven, direct na de start van de Hongerspelen, zal dat voor een heleboel mensen de druppel zijn die de emmer doet overlopen! En al die mensen zullen zich bij ons aansluiten!” Fisico staart naar Admin met tranen in zijn ogen. “Maar de zinloze moord op onschuldige kinderen is de hele reden dat ik überhaupt tegen het Kapitool ben! Door dit de doen, worden wij net zoals zij!” Admin plaatst zijn hand op Fisico’s schouder. “Deze actie zal er voor zorgen dat de Hongerspelen worden afgeschaft, en we voldoende mensen aan onze kant krijgen om Snow van zijn troon te stoten. Ja, er zullen nog 1 keer onschuldige kinderen sterven, maar bedenk: het belangrijke is altijd een offer waard.”



JUNI 2298

Alles leek te exploderen. De grond leek zich naar boven gerukt te worden en plantenmassa en modder spoten naar boven. Bomen en wolken ontploffen spontaan. Waarom zouden de gamemakers dit doen? Hebben we niet al genoeg pijn geleden? Zullen de tributen dit overleven? Een irritant geluid zoemde door de arena. Tosti keek op.
''Ja niemand interesseert zich in deze hongerspelen dus we blazen de boel op. Yoloooooo''


“WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN?”
Woedend stormt president Snow de controlekamer binnen, gevolgd door Admin. Een lijkbleke Seneca Crane staart met bevende handen naar het beeldscherm. “Ik- Ik begrijp er niets van. Hoe…” “Het was Fisico!” Verbaasd kijken zowel Crane als Snow naar MR. “Fisico? Maar hij… Ik bedoel… IK WIST HET!” Briesend kijkt Seneca naar president Snow. “Ik had u toch gewaarschuwd! Die jongen is een rebel!” Snow knikt langzaam, en wendt zich tot Admin. “Laat Fisico direct opsporen. En als hij gevonden wordt, dood hem dan onmiddellijk!” Admin knikt, en loopt glimlachend de controlekamer uit. Snow wendt zich weer tot Seneca. “En wat jou betreft: dit is je allerlaatste waarschuwing. Van de afgelopen 3 Hongerspelen zijn er 2 voortijdig beëindigd, en de enige die wél is afgemaakt, was zó slaapverwekkend dat we meerdere sponsoren zijn verloren. Als je het nog 1 keer verprutst, gaat de Hongerspelen van de buis, en eindig jij onder de guillotine! Hongerspelen 8 is je laatste kans Crane, dus die kan maar beter perfect worden!”



JUNI 2302

"Ah, Henk." zei Flappie geamuseerd. "Jammer dat het zo vroegtijdig voor jou aan een eind moet komen. Maar uit het diepste van mijn hart wil ik je bedanken om mijn plan af te ronden." Henk kijkt Flappie aan met een doodsbange blik. "Je bent echt het perfecte slachtoffer, Henk." gaat Flappie verder. "Je weet niet hoe hard ik begon te lachen toen ik Team Rood van op een afstand zag aankomen met jou, en je niet bleek te kunnen praten. En omdat je zo gewond bent, kun je je ook niet verzetten. Je weegt enkel wat zwaar, maar goed, we zijn er." Flappie stond met Henk voor een afgrond. "En ik dan snel die brief schrijven terwijl jij vol haat naar me zat te kijken! Maar je kon geen pap zeggen. Echt, ik weet niet wat voor onzin ik allemaal heb opgeschreven. Er is vast wel het een en het ander van waar, maar wat precies weet ik niet meer. Mijn opzet is in ieder geval geslaagd: men denkt dat ik zelfmoord gepleegd heb. Mijn eigen dood in scène zetten... waar haal ik het toch vandaan. Nu kan ik ongestoord rondlopen. Het enige dat me kan verraden is de uitslag 's avonds, waar mijn dood niet weergegeven wordt. Maar we kunnen enkel hopen dat ze zo druk bezig zijn, dat men daar geen tijd voor heeft. Men moet af en toe een gokje wagen in het leven. Ik heb helaas geen sympathie voor jou, Henk, en het kan me werkelijk ook totaal niet schelen dat je invalide bent. Je bent voor mij net zoals alle andere, een hypocriet wezen dat zich een 'mens' noemt. Niks dat waardig is om te leven. Dit heeft wel lang genoeg voor jou geduurd. Vaarwel." Flappie glimlacht nog even naar Henk, die met opengesperde ogen naar Flappie kijkt uit angst wat voor komen zal. Een klein duwtje, geen gegil, niks. Enkel een kanonschot dat binnen een paar seconden volgt. Henk is dood.

Tenminste, dat denkt hij. In werkelijkheid ligt hij in een coma, opgeborgen op een geheime plek in het Kapitool. Voordat hij de grond van het ravijn had kunnen raken, was hij door een hovercraft opgehaald en meegenomen. Het kanonschot dat geklonken had, was in scene gezet door de spelmakers. Dezelfde spelmakers die nu druk in de weer zijn met het plannen van de volgende Hongerspelen, die enkele dagen na de finale van Hongerspelen 12 zal beginnen. Allemaal een plan van het Kapitool, om de ingevroren Lazerstraal terug te brengen, en zo de Rebellen een hak te zetten. Nog diezelfde dag komt Admin aan in het verwoeste dorp van District 6. “Het is zover. Het Kapitool heeft een tweede tribuut gevonden om terug te brengen!” Fisico kijkt duister. “Goed, dan is het nu tijd om Operatie Lazerstraal in actie te zetten. Hoelang hebben we?” Admin wrijft over zijn kin. “Ze willen de volgende Hongerspelen zo snel mogelijk starten, dus ik vrees dat de reaping binnen enkele dagen zal plaatsvinden.” Fisico knikt. “Dat is geen probleem. Reina is helaas net 19 geworden en kan dus niet meedoen, maar Hitomi en Para zullen zich vrijwillig opgeven. Daarnaast begreep ik dat een van Opperhoofd’s zonen de beroepsopleiding inmiddels voltooid heeft, dus hopelijk kan die ook van pas komen. Bedankt voor de info, Admin!”



JULI 2303

Door 2 mannen wordt Ulysses de verhoorkamer ingeloodst, en geboeid op een stoel geplaatst. Voor hem staat Jeffrey Smit, een van de belangrijkste Peacekeepers. Jeffrey grijnst. “Zo, Ulysses. Dat was niet zo slim he, hoe je Hans aanviel tijdens een live-uitzending? En dat allemaal vanwege die smerige hoer van je, die voor de ogen van heel Panem is vreemdgegaan met een pot? Tut tut.” Ulysses kijkt Jeffrey nors aan. “Hij moest gewoon zijn mond houden! Niemand praat zo over mijn verloofde!” Jeffrey’s grijns wordt breder. “Ja, over je verloofde gesproken… Waar is haar familie?” Ulysses zwijgt. “Kom op, ik weet dat je weet waar ze zich bevinden. Zijn ze bij de rebellen? Want als dat zo is, dan zijn het misdadigers. En als jij ze in bescherming neemt, dan maakt dat jou ook een misdadiger. En weet je wat wij met misdadigers doen?” Ulysses zegt nog steeds niets, en staart zwijgend naar een donkere vlek op de grond. Jeffrey gebaard naar de twee andere Peacekeepers. “Jullie weten wat jullie te doen staat. Ga door tot je hem aan de praat krijgt.”

Enkele uren later komt Jeffrey weer terug de verhoorkamer in. Zwaar hijgend zit Ulysses op zijn stoel, het bloed druipend van zijn gezicht. Jeffrey grijnst breed. “Ja, dat was niet fijn he? En geloof me, dit was nog niets. Het Kapitool is gespecialiseerd in martelmethodes, weet je? Goed, vertel me nu: waar is de familie van Hitomi?” Ulysses spuugt op de grond. “Goed dan. Wat kan mij het ook schelen? Ik weiger me bij die onfatsoenlijke Rebellen aan te sluiten. Gisteren zijn ze opgehaald, door een groep Rebellen. Ik weet niet waar ze naartoe zijn.” Jeffrey’s grijns wordt breder. “Goed zo. En die Rebellen, wat kun je me over hen vertellen?” Ulysses fronst. “Het waren twee mannen, zwaar bewapend. Ze hadden bivakmutsen op, dus ik kon hun gezichten niet zien.” Jeffrey trappelt ongeduldig met zijn voet. “Is dat alles wat je ons te beiden hebt? Daar hebben we niets aan. Mannen, neem hem-” “Nee wacht!” Ulysses kijkt paniekerig naar de twee peacekeepers, die gevaarlijk dichterbij kwamen gelopen. Jeffrey steekt zijn hand op, om ze te stoppen. “Vertel?” Ulysses zucht. “Die rebellen, ze zeiden… Ze zeiden dat ze strijders waren van de Orde van de Dertiende Spelen. En dat ze orders hadden gekregen van hun leider.” Een fonkeling wordt zichtbaar in Jeffrey’s ogen. “En de naam van die leider?” “Admin. Hun leider heet Admin.”


Met een duivelse grijns kijkt president Snow naar Admin, die vastgebonden tussen 4 Peacekeepers in staat. “Kijk eens wie we hier hebben. Een van mijn trouwste onderdanen. Al jarenlang een vertrouweling. Vertel op Admin, hoelang ben jij al aangesloten bij de Rebellen?” Een trotse gloed schijnt in Admin’s ogen. “Al sinds het begin. Ik heb de Rebellen al die jaren gesteund. Nog voordat de Hongerspelen bestonden. Nog voordat ik hoofd Peacekeeper was. Ik heb al die jaren vlak onder uw neus de Rebellen gesteund, en u heeft nooit iets doorgehad!” Snow knikt langzaam. “Dat klopt. Je hebt het bewonderenswaardig gespeeld, Admin. Ik had nooit gedacht dat uitgerekend jij mij zo zou verraden. En dat maakt het verraad des te erger!” Admin snuift. “Het is te laat, Snow! De Rebellen zijn aan het winnen! Mijn dood zal daarin niets betekenen!” Snow loopt langzaam naar Admin toe. Zijn gezicht is slechts een paar centimeter van dat van Admin verwijderd. “Nee” fluistert Snow. “Jouw dood zal inderdaad weinig betekenen. Daarom zul je ook niet sterven. Tenminste, niet direct.” Admin trekt zijn wenkbrauw op. “Wat bedoel je?” Snow grijnst breed. “Ik ben iets véél leukers met jou van plan. Kijk, zolang de Rebellen niet weten dat jouw dekmantel doorbroken is, kun je héél veel voor ons betekenen.”Admin spuugt in Snow’s gezicht. “Ik zal nooit voor jou werken!” Snow lacht hardop. “O geloof me, dat zal je wel degelijk. Zie je, wij hebben zo onze manieren om mensen te laten doen wat wij willen. Herinner je je je goede vriend Rinus nog? Ook ooit een peacekeeper die zich bij de Rebellen aansloot. En toch deed hij daarna precies wat wij wilden!” Langzaam dringt tot Admin door wat Snow bedoeld. Zijn gezicht wordt lijkbleek. “Nee! Snow, dat kun je niet maken! Vermoord me!” Snow lacht nog harder, en wendt zich tot de Peacekeepers. “Neem hem mee, mannen! Jullie weten wat jullie te doen staat!” Hevig sputterend wordt Admin meegenomen. “Dit is nog niet voorbij, SNow! Je kunt dit niet winnen! De Rebellen zullen zegevieren!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
De Kapilogus, Editie 1 januari 2301

Van onze verslaggever, Hans van Petersburgen

Gisteren was een victorieus moment in de strijd tegen De Terroristen van Panem. Tijdens de Victory Tour van de negende jaarlijkse Hongerspelen in het Kapitool afgelopen oudjaarsavond vond een brute en uiterst barbaarse aanval op het treinkonvooi plaats. De laffe terroristen, die duidelijk geen enkele respect hadden voor de welwillendheid en de voorspoed die het Kapitool ons allen biedt, hadden zich aan boord van de trein vermomd als beveiligingsagenten, en begonnen bij aankomst in het Kapitool in de wilde weg te schieten. Een van deze anarchiezuchtige wildenaren probeerde zelfs het leven te nemen van Jolien Tijger, de nobele, elegante winnares van vorig jaar die in een spectaculaire laatste confrontatie de beruchte menseter-WM versloeg. Gelukkig traden onze peacekeepers daadkrachtig op, en konden ze, onder leiding van de dappere kolonel Hendrik de Pad, dit zinloze geweld op tijd een halt toe roepen. De terroristen werden tot overgave gedwongen, en zij die daartoe te arrogant waren werden ter plekke geëlimineerd. Later bleek zelfs dat ze van plan waren om op verschillende plaatsen in de trein bommen tot ontploffing te brengen, en daarmee nog meer onschuldige levens voortijdig te beëindigen. Door een vooralsnog niet-vastgestelde bron wisten onze peacekeepers echter precies waar deze bommen geplaatst zouden worden, en konden  ze zo allemaal tijdig onschadelijk maken zonder dat wij nietsvermoedende burgers er iets van wisten. Zoals gebruikelijk hebben onze beschermers weer laten zien hoe groot hun nobelheid en verantwoordelijkheidsgevoel is. Wij zijn hun onze levens voor altijd verschuldigd.


Hoofdschuddend leest T.G het artikel uit. Meestal walgt hij van de propagandistische toon van De Kapilogus, maar voor deze ene keer was hij het toch met hoofdredacteur Hans van Petersburgen eens. Hij herinnert zich wat Generaal Nalyd Rats bij hun vorige ontmoeting gezegd had: ‘Het gaat om het signaal, T.G. Als ik een trein uit District 6 het station in het Kapitool op laat rijden en hem daar laat ontploffen, kun je je voorstellen hoeveel indruk dat dan zou maken? De kranten zullen er vol van staan! Men zal weten dat het Kaptiool niet onschendbaar is! Waarom zou ik daarbij rekening houden met de levens van mensen die in de districten toch door iedereen gehaat worden!?’ De gebeurtenissen van gisteravond waren waarschijnlijk het gevolg daarvan. En het was blijkbaar helemaal fout gegaan.
Aan de ene kant bevalt het T.G wel dat Nalyd Rats door het mislukken van zijn aanslag zijn verdiende loon heeft gekregen. Aan de andere kant baart de ‘niet-vastgestelde bron’ hem grote zorgen. Het zou kunnen betekenen dat er zich een verrader onder de rebellen bevindt die hun plannen in de toekomst nog vaker zal dwarsbomen zolang hij of zij onontdekt blijft. Bovendien zal Nalyd Rats door zijn tegenslag ongetwijfeld in een erg slecht humeur zijn. Dat maakt het vooruitzicht naar de aanstaande ontmoeting des te onaangenamer.

Als de trein District 6 binnenrijdt en vaart mindert weet T.G dat hij onmogelijk onder zijn afspraak uit kan komen. Zuchtend komt hij overeind en begeeft zich naar de uitgang. Eenmaal tot stilstand gekomen opent de trein zijn deuren, en T.G wordt direct geconfronteerd met een frisse bries. Het had gesneeuwd in de noordelijke Districten, en niet zo’n beetje ook. In zijn dikke winterjas en zware sneeuwlaarzen slentert hij naar Fisico’s huis, waar de ontmoeting van vandaag zou plaatsvinden.
Zodra hij de oprit van Fisico’s huis oploopt zinkt de moed hem in de schoenen: Nalyd Rats is er al, samen met Fisico, die druk met hem overlegt, en Laser, die onbezorgd in de sneeuw aan het spelen is. Hij hoeft niet eens een stap dichterbij te zetten voordat Nalyd Rats zijn hoofd draait en hem razend aankijkt. T.G beseft meteen dat hij hier niet had moeten zijn. Hij wil zich omdraaien en wegrennen, maar voor die tijd heeft Nalyd Rats hem al bereikt en pakt hem ruw bij de kraag van zijn jas.
‘BLIJF STAAN, JIJ SMERIGE LAFAARD!’
Hij schudt T.G heftig door elkaar. Blijkbaar is hij in een wel héél slecht humeur.
‘Hé, hallo, wat heeft dit te bete-‘
‘DAT WEET JE ZELF OOK WEL!’
Nalyd Rats laat er een dreun op volgen. Laser ziet het gebeuren en zet zijn nekharen rechtop. Hij ontbloot zijn tanden en laat gedempt gegrom ontsnappen, maar Nalyd Rats negeert hem.
‘Heb je nou je zin, T.G!? Heb je nou je zin!? Mijn plan: mislukt! Mijn wapens: verspild! Ruim de helft van mijn soldaten: dood of gevangen genomen! Is dat wat je wilde!? In dat geval: GOED GEDAAN!’
‘Mijn God, waar heb je het over!? Ik ben helemaal niet-‘
‘Weet je het niet meer!? Het is ‘u’ voor jou! HOU JE KOP EN STERF GEWOON!’
Zijn vuist komt hard in aanraking met T.G’s neus. Bloedspetters spatten alle kanten op. T.G valt met een pijnlijk gezicht achterover in de sneeuw. Hij wil ontsnappen, maar de sterke greep van Nalyd Rats verhinderd dat. Hij bereid zich voor op nog een klap in zijn gezicht, totdat Nalyd Rats ineens een harde brul slaakt.
‘Fisico! Doe iets! Haal dat kutbeest van mij af!’
Laser had zijn tanden gezet in Nalyd Rats’ schouder. Fisico blijft echter beheerst.
‘Ik had hem kunnen tegenhouden als ik dat wilde. Maar ik deed het niet. Je ging te ver, Nalyd.’
‘Hoezo!? Die jongen is een verrader! Hij heeft… argh… mijn aanslag verpest!’
‘Daar is nul procent bewijs voor. Trek geen overhaaste conclusies.’
‘Oh nee!? Hij was de enige die het niet met mijn plan eens was! Hij moet het wel zijn geweest!’
‘Ik ken T.G al een lange tijd. Hij is een hoop dingen, maar geen leugenaar. Hij zou niemand van ons aan het Kapitool verraden.’
‘Wat!? Hoe kun je zo naïef zijn!? Zie je de waarheid dan niet!? Als jij hem niet zijn verdiende loon wil geven, dan… ARGH!’
Laser verstevigt zijn greep op Nalyd Rats’ schouder. Het bloed stroomt langs zijn arm omlaag en druppelt in de sneeuw.
‘Staak deze onredelijkheid nu onmiddellijk, Nalyd. Wees voorzichtig. Laser weet hoe hij een mens moet doden. Hij doet het niet gauw en niet graag, maar als je zijn vrienden bedreigt…’
Nalyd Rats zakt langzaam naar de grond van de pijn. De vrieskou verergert het bloeden steeds meer. Uiteindelijk geeft hij toe.
‘Oké… ik zal kalmeren… laat dat beest nu alsjeblieft ophouden…’
‘Prima. Laser, los.’
Laser luistert onmiddellijk naar zijn baasje en laat los. Nalyd Rats wrijft pijnlijk over zijn schouder. Allebei zijn handen zijn bedekt met bloed. Zonder aandacht te schenken aan T.G richt hij zich weer op Fisico.
‘Hoe dan ook… ik wil niet bij de pakken neerzitten terwijl de rest van de rebellen succes boekt. Je bent mij verplicht om-‘
Fisico kapt hem af. ‘Ik denk dat we uitgepraat zijn, Nalyd. Mijn huisgenoten zijn niet te koop. Ga nu.’
‘Maar… verdomme, ik moet…!’
Zodra hij nog eens de grom van Laser hoort geeft hij het op en keert hij Fisico de rug toe. Met een onvoorstelbaar chagrijnige tronie sjokt hij het woonerf uit. Bij het hek draait hij zich nog één keer om.
‘Als jij mij niet wil geven wat ik nodig heb, dan moet ik er zelf maar voor zorgen. Desnoods met geweld.’
Vervolgens verdwijnt hij uit zicht. T.G en Fisico blijven verbijsterd achter.

‘Godver…’ T.G houdt krampachtig een hand om zijn neus geklemd. ‘Die vent slaat hard, weet je dat?’
Fisico knikt. ‘Dat verbaast mij niks. Hij heeft vroeger namelijk gebokst.’
‘Oh ja, dat verklaart een hoop.’
De ijskoude wind snijdt langs zijn gezicht en veroorzaakt een nieuwe, verse pijnscheut. Heel even slaat hij dubbel van de pijn. Laser gaat liefkozend met zijn snuit langs zijn wang. Hierop brengt hij zijn hand naar Laser’s kin en begint hem zachtjes te strelen.
‘Bedankt, maatje. Je hebt mij gered.’
Laser kwispelt vrolijk met zijn staart. Fisico helpt T.G overeind.
‘Ik stel voor dat we naar binnen gaan. We hebben nog het een en ander te bespreken, en de kou is niet goed voor jouw neus. Hier, neem een zakdoekje.’
Dankbaar neemt T.G de zakdoek in ontvangst. Ondertussen lopen ze naar binnen, met Laser achter hen. Terwijl Fisico zijn jas aan de kapstok hangt ploft T.G neer op een bank, en probeert het bloeden te stoppen.
‘Wat deed Nalyd Rats hier eigenlijk. Waarom heeft hij überhaupt tot een ontmoeting opgeroepen?’
Fisico komt net de woonkamer binnengelopen. ‘Zijn reden was heel simpel: hij vond dat het verlies van zijn soldaten gecompenseerd moest worden, en vroeg mij of hij een van mijn huisgenoten mocht lenen. Ik heb hem geweigerd. Ik weet hoe hij is. Reina heeft in het verleden al eens met hem te maken gehad, en ik weet hoe dat haar beïnvloed heeft. Aan zoiets wil ik mijn huisgenoten niet wijden. Ze hebben wel betere dingen te doen.’
‘Ik ben blij dat je dat vindt. Na de vorige keer was ik even bang dat je misschien zijn kant zou kiezen.’
‘Wat bedoel je daar precies mee?’
‘Nou, kijk… “Het belangrijke is altijd een offer waard.” Zulke frasen maken mij gewoon nerveus, weet je?’
Fisico zucht. ‘Ik denk nog steeds dat het belangrijke altijd een offer waard is. Maar ik denk ook dat er een grens is die men ten koste wat het kost niet moet overschrijden. Zinloze verspilling van mensenlevens is niet waar ik voor sta.’
‘In dat geval moet ik eerlijk toegeven dat ik mij in jou vergist heb. Het spijt me.’
‘Geen probleem. Je zit nog niet zo lang bij de rebellie. Je moet waarschijnlijk nog wennen aan het idee dat er af en toe levens voor een hoger doel gegeven moeten worden. Dat had ik in het begin ook. Maar ik heb me er overheen gezet. Piekeren heeft geen zin. Zodra het Kapitool valt hoeft niemand meer te sterven.’
T.G weet dat Fisico gelijk heeft. Het belangrijke is inderdaad een offer waard. Als hij wil dat het Kapitool ooit ten val komt, dan heeft hij simpelweg geen andere keus dan regelmatig offers te maken. Het wordt eens tijd dat hij zich vermant en de waarheid accepteert. Maar toch kan hij zich er nauwelijks toe zetten. De mislukking van gisteravond heeft bewezen dat een ongeluk in een klein hoekje schuilt. Niet dat hij het erg vind voor Nalyd Rats, maar zijn soldaten die de aanslag uitvoerden hadden in principe niet hoeven sterven. En toch stierven ze.
‘Om even terug te komen op gisteren…’
Fisico fronst een wenkbrauw. ‘Ja? Wat is daarmee?’
‘De Kapilogus had het over een ‘niet-vastgestelde bron’ die de peacekeepers gewaarschuwd had. Wat vind jij daarvan? Zou het onzin zijn of heeft iemand wel degelijk het plan verraden?’
‘Daar had ik het net met Nalyd ook al over. Ik denk absoluut niet dat jij het hebt gedaan, maar ik weet zeker dat het iemand anders was. En dat is uiteraard een zeer ernstige zaak.’
‘Dat kun je wel zeggen, ja. Heb jij enig idee wie het zou kunnen zijn?’
Fisico haalt zijn schouders op. ‘Dat vragen heel veel rebellen zich af, maar ze tasten er allemaal over in het duister. Niemand heeft hard bewijs.’
‘Ik wil niet met het vingertje wijzen, maar vind je het niet verdacht dat het ineens zo erg misgaat nadat Mie de Hamster zich bij ons aansloot?’
‘Jij bent niet de enige die dat denkt. Het is ook niet ondenkbaar, maar toch betwijfel ik of hij het was. Hij zit nog amper een jaar bij de rebellie, en het is niet de eerste keer dat er zoiets gebeurt.’
‘Oh nee?’
‘Het is in het verleden meerdere keren voorgekomen dat onze plannen aan het Kapitool gelekt werden. Daarnaast kwam het vaak voor dat kleine rebellengroepjes zonder waarschuwing werden opgerold. Enkele oudere rebellen, inclusief ik, zijn hier al een tijdje van op de hoogte. Daarom proberen we ook zo voorzichtig mogelijk te zijn: we houden ontmoetingen zo klein mogelijk, delen belangrijke informatie alleen met andere leiders en gebruiken sinds kort ook wachtwoorden. Maar zelfs dat heeft in dit geval niet geholpen. Blijkbaar is de verrader prominenter binnen de rebellen dan gedacht.’
‘Oké…’ T.G kijkt twijfelachtig in het rond. ‘Wat betekent dat voor ons?’
‘Het betekent maar één ding: we moeten nóg voorzichtiger zijn. Wie deze verrader ook is, we mogen ons niet door hem laten ontmoedigen.’

Plotseling gaat Fisico’s telefoon over. T.G wil nog op Fisico ingaan, maar voordat hij dat kan doen heeft hij al opgenomen.
‘Hallo?’
T.G probeert mee te luisteren, maar hij verstaat er niet veel van.
‘Heb je het geld ontvangen? Mooi zo. Ik kom de wapens onmiddellijk ophalen.’
Dan verbreekt Fisico de verbinding. Hij wendt zich tot T.G.
‘Toadplaza heeft een nieuwe lading wapens voor mij klaargezet. Het lijkt erop dat ik even weg moet.’
‘Zal ik met jou meegaan? Ik wil wel eens zien waar je die wapens ophaalt.’
‘Het spijt me T.G, maar dat kan ik niet toelaten. Ik heb met Toadplaza afgesproken dat ik de ophaalplaats aan niemand doorgeef, en daar houd ik mij liever aan.’
‘Maar… is het niet beter als ik ook-‘
‘Nee T.G, dat kan gewoon niet.  Zoals ik al zei: we moeten zo voorzichtig mogelijk zijn. Ik wil niet dat wij in de problemen komen door onvoorzichtig te zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik vertrouw jou volkomen, maar ik moet dit alleen doen. Niet alleen voor mijn eigen veiligheid, maar ook voor die van jou.’
T.G overweegt om tegen te sputteren, maar besluit uiteindelijk om het er toch maar bij te houden.
‘Oké dan… dus ik kan weer gaan?’
‘Het spijt me om dit te vragen, maar ik heb liever dat je hier blijft zolang ik weg ben. Ik wilde namelijk ook nog wat algemene zaken met jou bespreken. Ik beloof dat ik zo snel mogelijk terugkom.’
‘Maar wat moet ik de tussentijd dan doen?’
Fisico haalt zijn schouders op. ‘Geen idee. Je kunt Laser even uitlaten. Hij is dol op de sneeuw.’
‘Laser uitlaten? Ik weet niet eens hoe-‘
Voordat hij zijn zin kan afmaken verschijnt een enthousiaste Laser voor zijn neus. Hij heeft een wandeltuigje in zijn bek.
‘Volgens mij heb je niet echt een keus,’ grinnikt Fisico. ‘Vooruit, probeer het eens. Zo lastig is hij niet.’
Vervolgens gaat hij de deur uit. T.G kijkt onzeker naar Laser.
‘Sorry maatje, maar weet niet zeker of het met jou wel gaat lukken.’
Dan zet Laser zijn voorpoten tegen de bank aan.
‘Hé! Dat mag niet! Af!’
Maar Laser luistert niet. In plaats daarvan springt hij op de bank.
‘Eraf! Nu meteen!’
‘Laser, eraf!’
Nu gaat Laser wel van de bank af. Nederig verlaat hij de kamer.
‘Wees maar niet bang. Hij kan nogal een druktemaker zijn.’
T.G kijkt op. Hij ziet Reina, het meisje dat hij de vorige keer ook zag.
‘Ik ben ook niet bang. Maar toch bedankt.’
Reina ziet de bebloede zakdoek in T.G’s hand. ‘Oei, dat ziet er heftig uit! Heb je je bezeerd?’
T.G knikt ‘Die mallotige zak van een Nalyd Rats heeft dit gedaan. Hij dacht dat ik zijn plan verraden had.’
Bij het horen van de naam ‘Nalyd Rats’ trekt er een schok door Reina’s lichaam.
‘Oké… ik zal wel even een nieuwe zakdoek pakken.’
Even later komt ze terug met een lap keukenrol.
'Dank je. Dat waardeer ik echt.'
'Graag gedaan!' antwoordt Reina opgewekt.
Even overweegt T.G om Reina naar haar verleden met Nalyd Rats te vragen, maar gezien haar gevoeligheid kan hij dat beter niet doen. Na een korte stilte hoort hij gejank uit de gang komen. Reina toont een smal glimlachje.
‘Ik geloof dat Laser een plas moet.’
T.G schudt zijn hoofd. ‘Dan zit er denk ik niets anders op. Jammer genoeg heb ik weinig ervaring met honden.’
‘Ik wel. Wil je dat ik mega?’
‘Dat is heel aardig van je, maar… jij mag het huis toch niet uit? Fisico zal je vast streng straffen als hij ontdekt dat je weg bent geweest.’
Reina glimlacht iets breder. ‘Ik en de anderen doen dit wel vaker als Fisico niet thuis is. We moeten het natuurlijk wel kort houden, maar het geeft ons tenminste een beetje vrijheid. Ik ga graag met je mee.’
T.G twijfelt nog even, maar gaat uiteindelijk akkoord. Hij kan Reina’s wens best begrijpen.
‘Mij best. Ik hoop alleen maar dat je weet wat je doet.’
‘Oh, dat weet ik, vertrouw me. Zolang wij allebei onze mond houden kan mij niks overkomen.’
Reina doet Laser zijn tuigje om, terwijl T.G alvast de deur opendoet. Fisico is vooralsnog nergens te bekennen. Samen met Laser lopen ze de deur uit, recht het spierwitte landschap in. T.G kijkt lijdzaam toe. Reina en Laser lijken de tijd van hun leven te hebben. Kon hij maar dezelfde onbezorgdheid voelen…



Laatst aangepast door T.G op za 16 jan 2016, 18:06; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
JUNI 2302
 
“Flappie Itsot!”
Er klinkt geroezemoes op het plein. Klatergoud kijkt met opengesperde mond naar het podium, waar een tweede oud-klasgenoot van haar plaatsneemt naast Tuffie. In de drie jaar dat ze hem iet gezien heeft, is Flappie veranderd. Zijn haar is lang en warrig, hij heeft flinke baardgroei, zijn huid is lijkbleek en zijn gezicht uitgemergeld. Het engste vind ze echter de blik op zijn gezicht; zijn mond is in een gemene grijns verheven, en zijn ogen kijken met een kille schittering naar Tuffie, die wat ongemakkelijk de andere kant op kijkt. Klatergoud kan het niet geloven: Flappie, de jongen die al 3 jaar in eenzame opsluiting op de dood wacht, gaat meedoen aan de Hongerspelen. Hoe is dit mogelijk?
 
 
 
JULI 2303
 
“Hier moet het zijn!”
Killfighter grijnst naar Klatergoud en Pascal. Ze hebben het gehaald! Ze gaan de opgesloten rebellen bevrijden!
“Goed, hoe krijgen we dit ding open?” mompelt Killfighter. Hij staart naar de massieve, ijzeren deur, waar een ingewikkeld, digitaal slot op lijkt te zitten. Klatergoud’s ogen schieten naar de letters die in de deur gegraveerd staan: “STRENG BEWAAKTE AFDELING”. Klatergoud fronst. Streng bewaakt? Ze zijn nog geen peacekeeper tegengekomen... Naast haar neemt Killfighter een aanloop. “Wat doe jij?” vraagt Klatergoud verbaasd. Killfighter haalt zijn schouders op. “Ik heb geen verstand van techniek, maar met brute kracht kom je vaak een heel eind.” In volle snelheid beukt hij tegen de deur aan.... Die direct opengaat. Pascal en Klatergoud schateren het uit terwijl Killfighter met een harde smak op de grond terecht komt. “De deur was gewoon open? Wtf!” Pascal rolt met zijn ogen. “We hebben niet voor niets Klas AD bij, Kill. Die mensen zijn opgeleid voor dit soort zaken.” Nors mompelend komt Killfighter krabbelt Killfighter overeind. “Goed dan, aan het werk. Waar beginnen we?” Dat was een goede vraag. Killfighter kijkt de ruimte in die achter de deur verscholen zat: een lange, kille gang, met aan weerszijden metalen celdeuren. Op goed geluk loopt Pascal naar de dichtstbijzijnde celdeur, en doet de klink hoopvol naar beneden. Met een harde klik gaat de deur van het slot, en opent het zicht tot een kleine, kille cel. Een kleine, uitgemergelde gedaante zit in een hoekje. “Moeten jullie me wéér uithoren? Geef het toch gewoon op jongens!” “Wij zijn geen peacekeepers!’ roept Killfighter.  “Wij zijn van de Bolts, een gespecialiseerde gevechtsgroep van de Rebellen! We komen jullie bevrijden!” De gedaante springt overeind, en komt naar de deur gelopen.  “Dat werd ook wel eens tijd! Ik zit hier verdomme al 2 jaar... Aangenaam, ik ben-” “Baby Krabs!” Pascal loopt naar de man toe, en omhelst hem. “Mijn god, we dachten allemaal dat je dood was!” Baby Krabs duwt Pascal van zich af. “Jaja, we hebben straks tijd voor omhelzingen. Breng me hier nu maar weg, want na 2 jaar heb ik ontzettende behoefte aan een goede borrel!” Pascal grinnikt. “Zullen we eerst de rest maar bevrijden?” Hij seint naar Killfighter en Klatergoud, die knikken en ieder naar een andere celdeur lopen. Net als bij de cel van Baby Krabs, gaan ook de andere deuren zonder moeite open. Klatergoud schraapt haar keel. “Wij zijn van De Bolts, een gespecialiseerde gevechtsgroep van de rebe-” “Klatergoud? Ben jij dat?” Klatergoud schrikt. Die stem... Ze herkent hem uit duizenden. Met grote ogen ziet ze hoe een uitgemergelde, verwilderde meester Goembario naar haar toe komt gelopen.
 
 
 
JUNI 2302
 
“Flappie!”
2 peacekeepers staan op het punt om Flappie en Tuffie de trein naar het Kapitool in te slepen, maar houden stil als ze Klatergoud’s stem horen. Met een verveeld gezicht draait Flappie zijn hoofd.
“Wat is- Klatergoud?”
De kille blik verdwijnt uit Flappie’s ogen, en eventjes herkend Klatergoud haar oude vriend weer terug in de wilde gevangene die voor haar staat. Klatergoud weet niet zeker of ze moet lachen of huilen, dus doet ze maar allebei, terwijl ze Flappie omhelst. Ongemakkelijk klopt Flappie met een hand op haar schouder. “Goed je weer te zien, denk ik?”
Klatergoud glimlacht. “Ik zou willen dat ik hetzelfde kon zeggen. Ik-”
Flappie snoert haar de mond, en graait in zijn broekzak. Hij haalt er een verfrommeld papiertje uit, en geeft het aan Klatergoud.
“Lees dit, alsjeblieft. En laat het ook aan mijn moeder lezen, als ze nog leeft. Hierna zul je alles begrijpen. Vaarwel Klatergoud.”
Klatergoud schrikt.
“Flappie, ik-”
Maar het is al te laat: Flappie verdwijnt in de trein, en daarmee voorgoed uit Klatergoud’s leven. Klatergoud kijkt naar het papiertje dat Flappie haar gegeven had. Wat zou het zijn? Ze loopt weg van de menigte die op het dorpsplein verzameld is. Zonder er erg in te hebben, beland ze in de speeltuin waar zij en Flappie als kinderen altijd speelden. Ze opnet het papiertje. Het is een brief. Nieuwsgierig begint Klatergoud te lezen.
 
Dag Itsot,
 
Je hebt inmiddels waarschijnlijk al wel begrepen dat ik degene ben die de Peacekeepers heeft ingelicht over het wapen. Hoewel het idee dat jij nooit zou weten waarom dit gebeurd is me ergens wel aanstaat, denk ik dat ik je gezien onze geschiedenis toch wel een verklaring schuldig ben. Zie je, mijn vader is erachter gekomen dat wij zijn wapenvoorraad plunderde, en ook wat er gebeurd is met Meester Danny. Je zult begrijpen dat ik alle schuld op jou heb geschoven. Maar mijn vader geloofde me duidelijk niet. Dus was het tijd voor zwaardere maatregelen. Ik moest mijn vader laten inzien dat jij daadwerkelijk het bloeddorstige monster bent waarover ik hem vertelde, en tevens moest ik van jou afkomen. En de oplossing was vrij simpel. Ik heb haakneus verteld over het geweer dat jij in bewaring had. Hem voorgesteld wraak te nemen op Smeetske, Killfighter en de rest. En die idioot deed precies wat ik van hem vroeg! En jij was nog zo stom om eme het geweer niet alleen uit te lenen, maar het vervolgens ook nog eens terug te nemen. Een domme fout, Flappie. Je zou me inmiddels toch beter moeten kennen. Ik vind het jammer dat onze ‘vriendschap’ zo moet eindigen, maar je zult begrijpen dat ik geen andere keus heb. Het heeft geen zin om iemand deze brief te laten lezen, iedereen denkt tenslotte dat ik gek ben geworden van verdriet. Maar mocht je tóch op het idee komen mij te verraden, bedenk dan dat wij niet de enigen zijn die de schietpartij overleefd hebben. En het zou toch wel héél jammer zijn als ik jouw geliefde Klatergoud een bezoekje zou moeten brengen.
 
Tot in het hiernamaals,
 
Nick
 

Ps: Mocht je televisie hebben daar, raad i je aan om de Hongerspelen te volgen. Ik beloof je dat het spectaculair wordt. 

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
DISTRICT 4, 2 APRIL 2301

Het is inmiddels 19:00 als T.G en Goembario bij het afgesproken restaurant aankomen. Het geklingel van de deurbel bevestigt plechtig hun binnenkomst. Jeanne zit al aan een van de tafeltjes, en overlegt met een jongen van ogenschijnlijk 17 jaar oud.
‘Ik denk dat je nu beter kan gaan. De majoor zal vast kwaad worden als je je te laat meldt.’
‘Dat wilde ik ook net zeggen. Veel geluk, Jeanne. Ik hoop dat alles volgens plan zal gaan.’
‘Geen zorgen Rinus, ik heb er vertrouwen in. Ik spreek je later nog wel.’
Met een knipoog neemt ze afscheid. Rinus kijkt haar nog één keer bewonderend aan voordat hij zich omdraait en langs de twee nieuwe gasten naar buiten loopt. T.G kijkt hem schattend na.
‘Wie was die Rinus? Is hij een bondgenoot van jou?’
‘Ja, hij is de peacekeeper over wie ik de vorige keer sprak. Hij licht mij in over de peacekeeperactiviteiten in dit district.’
‘Ik hoop dat het hem lukt om onontdekt te blijven,’ zegt Goembario.
‘Precies, daarom moet hij nu ook weg. Maar maak je niet druk. Zolang hij zijn plichten nakomt zou hij veilig moeten zijn.’
‘Over veiligheid gesproken, weet je zeker dat we hier veilig kunnen overleggen?’
‘Reken maar. Mijn oom runt dit restaurant. Peacekeepers mogen hier in kostuum niet komen.’
‘Goed om te weten.’ T.G neemt  naast Goembario plaats aan Jeanne’s tafeltje.
‘Hoe is het ermee, Jeanne?’ vraagt Goembario. ‘Doe je goede zaken?’
‘Mwa, het gebruikelijke. De laatste maanden is er niet veel bijzonders gebeurd. Dankzij Rinus krijg ik meer dan genoeg wapens binnen.’
‘Mooi zo. Heeft Fisico al iets laten weten? Hoe laat zou hij komen?’
‘Hij zou eigenlijk om precies dezelfde tijd als jullie komen, maar je kent hem: hij is zelden op tijd. Ik denk niet dat we met het bestellen op hem hoeven te wachten.’
Al gauw komt er een ober bij hen langs en biedt hun iets de drinken aan. In de tussentijd praten de drie rebellen over onbelangrijke dingen, en even later komt de ober terug om de drankjes op tafel te zetten. Tegelijkertijd wordt de menukaart uitgedeeld. T.G fronst een wenkbrauw wanneer zijn ogen het menu afgaan.
‘Hebben ze hier echt alleen maar vis?’
Goembario knikt. ‘Hoezo? ben je er allergisch voor?’
‘Nee, ik lust het eerlijk gezegd gewoon niet.’
Jeanne grijnst. ‘Dan vrees ik dat je in het verkeerde district bent. Vis is dagelijkse kost hier.’
‘Nou ja, dan moet het maar hè.’
‘Probeer anders de zalmschotel met peterselie eens uit. Dat is mijn oom zijn specialiteit.’
‘Ach, waarom niet.’
T.G weet nu al dat het eten niet zijn hoogtepunt van de avond gaat worden. Hij is dus ook enigszins opgelucht als hij de deurbel nog eens hoort klingelen. Jeanne lacht de twee nieuwe gasten vrolijk toe.
‘Fisico! Je bent welgeteld twee minuten eerder dan vorige keer!’
‘Tja, ik had niet zoveel te doen vandaag. Dat is op zich al verbazingwekkend.’
‘Hoe dan ook, ik ben blij dat je er bent. Ook leuk jou weer eens te zien, Haps.’
T.G kijkt de nieuwkomer verrast aan. ‘Zo te horen ken ik nog steeds niet iedereen. Aangenaam, mijn naam is T.G.’
Haps neemt T.G’s uitgestoken hand hartelijk aan. ‘Heel aangenaam, mijn naam is Haps Krabs, de zoon van Baby Krabs. Ik geloof dat je hem al eens gezien hebt.’
‘Dat heb ik inderdaad.’
T.G herinnert zich Baby Krabs nog van de vorige keer: het slordige haar, het ongeschoren gezicht en de verwarde blik. Hij kan zich moeilijk voorstellen hoe deze normale, op het oog beschaafde jongeman de zoon van die afzetter kan zijn.
‘Waar is jouw vader eigenlijk? Waarom komt hij zelf niet?’
‘Hij moest naar het ziekenhuis vanwege alcoholvergiftiging. De kans bestaat dat hij een nieuwe lever moet krijgen.’
‘Oh jee, het spijt me dat te horen. Hopelijk leert dit hem om zijn ongezonde gewoonten te veranderen.’
Haps staart sip voor zich uit. ‘Daar hoop ik al heel lang op. Maar hij heeft nooit naar mij geluisterd.’
Goembario klopt hem op zijn schouder. ‘Wees gerust, jongen. Ik weet zeker dat hij genoeg geld heeft om zo’n dure operatie te betalen. En als hij daarna weer aan de drank gaat, dan moet je het hem simpelweg verbieden. Als dat de enige manier is om hem van zijn drankverslaving af te houden, dan is er geen andere keus.’
‘Ik weet het Goembario, maar zo simpel is het helaas niet. Hij drinkt voornamelijk om zijn ervaringen uit het verleden te vergeten. Als ik hem van het drinken afhoud, dan…’
‘…vrees je dat hij weer depressief wordt,’ maakt Goembario zijn zin af.
Haps knikt.
‘Ik wil niet respectloos klinken,’ komt Fisico tussendoor, ‘maar ik stel voor dat we dit even parkeren. Begrijp me niet verkeerd, ik hoop dat alles goedkomt met jouw vader, maar we hebben belangrijke zaken te bespreken. Ik weet zeker dat Baby Krabs momenteel in goede handen is. Gaat het lukken het overleg te starten?’
‘Bedankt voor jullie medeleven. Inderdaad, laten we ter zake komen. We zijn hier immers niet voor niets.’
‘Ga gerust zitten,’ biedt Jeanne aan. ‘Onze bestellingen zijn ook nog niet gearriveerd, dus jullie hoeven waarschijnlijk niet veel langer dan ons te wachten.’

In een mum van tijd staan alle bestellingen op tafel.
‘Wauw, snelle service hier!’ merkt Haps op.
Jeanne glimlacht. ‘Precies. Daarom leek het mij ook een goed idee om hier onze ontmoeting te houden.’
T.G kijkt met een onsmakelijk gezicht naar de zalmschotel voor hem, terwijl de rest gretig zijn of haar gerecht begint op te peuzelen. Met enorme tegenzin snijdt hij een stukje zalm af en stopt het in zijn mond. Hij vind het helemaal niet lekker, maar probeert dit zo min mogelijk te laten merken.
‘Voordat we ons laten afleiden door deze overheerlijke culinaire hoogstandjes, hoe zijn we precies van plan om de aanstaande Hongerspelen te boycotten?’
Fisico slikt gauw zijn kabeljauw door. ‘Daar heb ik meerdere ideeën voor. Allereerst is er het idee om een van Snow’s kleinkinderen te gijzelen. Dat was eigenlijk Nalyd Rats’ idee, maar wegens het verlies van zijn soldaten heeft hij zijn medewerking opgezegd.’
‘Dus nu verwacht hij van ons dat wij zijn vuile werk opknappen?’
‘Waarschijnlijk wel, maar daar gaat het niet om. De gijzeling is slechts Fase 1 van het plan.’
T.G ziet een gijzeling eigenlijk niet zitten, maar aangezien hij zichzelf de vorige keer beloofd dat hij zich zou vermannen moet hij dat ook doen. Hij heeft al meer dan genoeg te klagen gehad.
‘En wat is Fase 2 dan precies?’
‘Dat is het interessantste deel. Via Mie de Hamster heb ik vernomen dat Seneca Crane, na het mislukken van de vijfde en zevende Hongerspelen, altijd extra voorbereidingen treft voor een ‘reserve’ Hongerspelen, mocht het nog eens fout aflopen. Hiermee kunnen wij mogelijk ons voordeel doen. Als wij de eerste Hongerspelen kunnen boycotten, dan kunnen wij meteen de nodige zaadjes planten om de tweede ook te laten mislukken.’
‘En wat betekent dat voor ons?’ vraagt Goembario. ‘Hoe gaan wij dit alles tot uitvoering brengen?’
‘Het volledige plan is nogal ingewikkeld, dus ik heb het op papier uitgewerkt. Laat mij het uitleggen.’
In een ogenblik haalt Fisico een verfrommeld stuk papier uit zijn zak tevoorschijn. Hardop begint hij te lezen.
‘Voor een optimale slagingskans moeten alle stappen zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd worden. Ten eerste moet een vrijwilliger naar het Kapitool afreizen om samen met een groepje vechters om een familielid van President Snow te gijzelen en te eisen dat de Hongerspelen afgelast worden. Admin en Opperhoofd zullen erop toezien dat zoveel mogelijk rebellen levend kunnen ontsnappen. Tegelijkertijd moet de gijzeling als een afleiding dienen voor de nodige research naar de locatie en de organisatie van de reserve-Hongerspelen. Mie de Hamster zal hiervoor de verantwoordelijkheid nemen.’
Fisico stopt even met lezen.
‘Zoals ik daarnet oplas hebben we een vrijwillige gijzelnemer nodig. Wie wil die taak op zich nemen?’
T.G’s plichtsgevoel doet hem overwegen om zijn hand op te steken, maar Jeanne is hem voor. Iets waar hij diep van binnen alleen maar blij mee is.
‘Ik zal doen wat ik kan, Fisico. Er zijn vast wel een paar rebellen in dit district die mij hierin willen steunen.’
‘Heb je geen hulp nodig?’ vraagt Haps Krabs. ‘Ik kan wel voor een paar goede vechters zorgen als je wilt.’
‘Ik waardeer jouw toewijding, maar dat lijkt mij niet praktisch. De sterke vechters hebben we nodig voor Fase 2.’
Goembario wordt nieuwsgierig. ‘Maar wat houdt Fase 2 nu eigenlijk in?’
‘Ik hoopte al dat je dat zou vragen.’
Fisico gaat door met lezen.
‘Het is de bedoeling om de door Mie de Hamster verkregen informatie te gebruiken bij het dwarsbomen van de reserve-Hongerspelen. Om te beginnen slopen een aantal van ons het Tv-signaal naar de arena. Zolang het signaal dood is hebben wij de kans om een grootschalige aanval op de arena uit te voeren en alle tributen te redden. Om deze operatie tot een succes te maken hebben we zoveel mogelijk mankracht en wapens nodig. Uit alle districten zullen rebellen gerekruteerd moeten worden. Misschien zullen er doden vallen, maar de belangen wegen op tegen de nadelen. Dit is oorlog.’

Iedereen kijkt Fisico aan met een mengeling van ontzag en geschoktheid. T.G weet even niet wat hij moet zeggen, en Jeanne en Haps lijken hetzelfde te denken. Uiteindelijk is het Goembario die de stilte verbreekt.
‘Laat ik eerlijk zijn: ik waardeer jouw ambitie absoluut Fisico, maar ik betwijfel of dit zal slagen. De gevolgen van zo’n massale aanval zijn niet te overzien. Waarom zouden we zoveel mensen opofferen om een groep van slechts 24 jongeren te redden? Net nu we er sterker voor staan dan ooit tevoren?’
‘Daarom juist,’ beargumenteert Fisico. ‘Juist omdat we er zo sterk voor staan kunnen we dit riskeren. Het aantal rebellen is groter dan ooit. Als we het nu niet doen, dan lukt het misschien nooit meer.’
‘Maar hoe wil je zo’n groot leger bij elkaar verzamelen?’ vraagt Haps. ‘Waarom zouden mensen hieraan mee willen doen, wetende dat ze het allemaal misschien niet overleven?’
‘Begrijp me niet verkeerd, iedere overlevende is voor mij een zegen. Daarom is het ook van het grootste belang dat het Tv-signaal wordt onderbroken. Zolang niemand ziet wat er in en rond de arena gebeurt kunnen wij veel eenvoudiger onze gang gaan.’
Jeanne knikt aarzelend. ‘Ik weet niet zeker of we een directe confrontatie met de peacekeepermacht kunnen voorkomen. Alleen als alles volgens plan gaat kunnen we het aantal slachtoffers hopelijk zo laag mogelijk houden. Wat er ook gebeurd, we  zullen met uiterste voorzichtigheid moeten handelen.’
‘Nog meer dan dat,’ voegt Fisico toe. ‘Dit is mogelijk onze grootste operatie ooit. We moeten met perfectie handelen. En die perfectie kunnen we alleen bereiken als we allemaal ons best doen. Zijn jullie daartoe bereid?’
‘Voor de rebellie doe ik altijd mijn best,’ zegt Haps vastberaden. ‘Ik ken meer dan genoeg goede vechters. Als ik hen kan overhalen om mee te doen maken we al iets meer kans. Mijn vader kent waarschijnlijk nog veel meer van dat soort mensen. Ik zal het er met hem over hebben als hij weer beter is.’
Goembario wrijft over zijn achterhoofd. ‘De risico’s zijn groot, maar het is niet onhaalbaar. Met een strak plan en zoveel mogelijk gemotiveerde vechters moeten we een heel eind kunnen komen. Een succes zou geweldig zijn voor ons moreel.’
‘Ik kan jullie niet genoeg bedanken,’ glimlacht Fisico. ‘Ondanks jullie twijfels zijn jullie toch bereid om te helpen. Ik beloof dat ik ook mijn uiterste best zal doen.’
‘Altijd,’ antwoordt Jeanne. ‘We zijn jou een hoop verschuldigd.’
T.G zit al zo lang stijf van verbijstering dat hij het smerige stukje zalm in zijn mond nu pas weer in de gaten krijgt. Hij kokhalst, en rent gauw naar het toilet. Goembario kijkt hem fronsend na.
‘Wat is er? Moet je overgeven?’
‘Blijkbaar was die zalmschotel toch geen succes,’ grinnikt Jeanne.

Een moment later komt T.G weer terug. Zuchtend gaat hij weer aan tafel zetten.
‘Het spijt me, maar ik heb geen honger meer. Zeg maar tegen de kok dat hij zijn best heeft gedaan.’
‘Geen probleem. Mijn oom krijg je niet zo snel op de kast.’
‘Hoe dan ook, kan ik jou om een gunst vragen, T.G?.’
‘Vraag maar raak. Ik hoop dat ik iets voor jullie kan betekenen.’
Fisico schraapt zijn keel. ‘We hebben een persoon nodig om de aanval op de arena te leiden, en het lijkt mij het beste als dat iemand is die door iedereen herkend wordt. Iemand die mensen kan inspireren. Iemand zoals een Hongerspelen-winnaar.’
‘Bedoel je nu jezelf of mij?’
‘Jou natuurlijk. Ik heb nauwelijks iets gedaan in mijn Hongerspelen. Jij daarentegen hebt met bloed, zweet en tranen voor je leven gevochten. Jij weet beter dan iedereen waarom we deze strijd vechten.’
T.G staart vertwijfeld naar de zalmschotel voor zich. Dit had hij niet verwacht.
‘Nou, eigenlijk… zo bijzonder was het niet. Ik heb tegen mijn wil moorden gepleegd en ik ben mijn beste vriend verloren, maar dit land wemelt van de mensen die erger hebben meegemaakt.’
‘Jouw gezicht wordt tenminste door iedereen herkend. Dat is altijd handig als leider.’
‘Maar hoe moet ik een groep van pak ‘m beet duizend man leiden? Mijn Hongerspelen-ervaringen hebben geen nut op het slagveld. Wat verwacht je precies van me?’
‘Onderschat jezelf niet. Jij hebt al zes jaar leiding gegeven aan Hongerspelen-tributen uit jouw district. Dat is langer dan welke andere districtbewoner dan ook.’
‘Ja, alleen met weinig succes.’
Fisico buigt zich naar T.G toe. ‘Ik denk niet dat je het begrijpt, T.G. Jij hebt het misschien niet door, maar mensen hebben respect voor jou. Jij bent de eerste Hongerspelen-winnaar. Een van de eerste slachtoffers van het sadisme van het Kapitool. En wonder boven wonder overleefde jij het. Geloof het of niet, maar jij bent wel degelijk een inspiratie voor veel rebellen. Misschien nog wel meer dan ik. Daarom is jouw deelname aan de rebellie ook zo belangrijk. Jij zou een perfecte leider voor hen zijn, en denk terug aan wat ik gezegd heb: we moeten met perfectie handelen. Het is noodzakelijk dat jij dit doet. Voor ons allemaal.’
T.G kijkt naar zijn handen. Hij wil Fisico graag van dienst zijn, maar de zware taak waarmee hij nu opgezadeld wordt overdondert hem compleet. Waarom kijken mensen zo naar hem op? Hij is slechts een van de vele slachtoffers van het Kapitool. Waarom is uitgerekend hij degene die het verschil moet maken? Waarom hebben mensen zoveel vertrouwen in hem? Zelf heeft hij weinig vertrouwen in zijn kwaliteiten. Hij twijfelt sterk of hij de missie wel tot een goed einde kan brengen.

‘Wat een leuk restaurantje is dit!’
‘Dat zei ik toch? Kom, laten we een vrij tafeltje zoeken.’
T.G ontwaakt uit zijn overpeinzingen als hij deze stemmen hoort. Verbaasd kijkt hij naar de twee zojuist binnengekomen gasten.
‘Huh? Had je nog meer mensen uitgenodigd?’
Fisico schudt zijn hoofd. ‘Nee, dit is gewoon toeval. Een zeer onwaarschijnlijk toeval.’
Een paar tafeltjes verderop nemen Tuffie en Jolien, allebei Hongerspelen-winnaars, plaats naast de ingang. Een ober komt onmiddellijk naar hen toegelopen. Haps kan zijn ogen niet geloven.
‘Jolien? Ongelofelijk dat ik haar hier zomaar tegenkom!’
‘Ken je haar?’ vraagt Jeanne.
‘We hebben bij elkaar op school gezeten. We hadden zelden contact met elkaar, maar ik kan mij haar vriendengroepje nog goed herinneren. Tuffie, Para… En Pascal, haar broer. Hem ken ik wel goed. Hij vroeg mij laatst of ik hem een plekje in onze nieuwe rebellengroep, De Bolts, kon verzekeren. Als ik Jolien van hem vertel, dan springt ze vast een gat in de lucht!’
Jeanne grijnst. ‘Hoor ik nu goed dat je een potentiële rekruut op het oog hebt?’
Haps knikt enthousiast. ‘Misschien wil Tuffie ook wel meedoen. Ik ga het hun direct vragen!’
‘Heb maar niet al teveel verwachtingen,’ komt Fisico tussendoor. ‘Ik ben zelf al eens langs Tuffie geweest, en hij heeft mij geweigerd. Met Jolien kun je het echter nog proberen.’
‘Ik weet zeker dat ik haar kan overhalen. Je zult zien.’
Haps stapt zelfverzekerd op het tafeltje van Tuffie en Jolien af. Pas als hij vlakbij is krijgt Jolien hem in de gaten.
‘Haps? Ben jij dat?’
‘De enige echte. Hoe gaat het ermee?’
Nu kijkt Tuffie ook op.
‘Huh? Haps? Dat is lang geleden.’
‘Hallo Tuffie! Hebben jullie het naar je zin hier?’
Jolien glimlacht. ‘Wat een toeval dat wij jou hier tegenkomen. Ja hoor, het gaat wel goed met mij. De Hongerspelen blijven nog steeds mijn nachtmerries domineren, maar ze worden gelukkig al wat zeldzamer. Hoe gaat het met jou?’
‘Eerlijk gezegd niet zo goed, maar dat kun jij misschien veranderen als je zo vriendelijk zou willen zijn om iets voor mij te doen.’
Joliens glimlach wordt breder. ‘Nu maak je me nieuwsgierig! Wat kan ik voor jou doen?’
‘Nou ehm… het gaat over de rebellie.  Wij zijn namelijk van plan om binnenkort een grootschalige operatie uit te voeren, en ik vroeg mij af of jij misschien...’
Haps valt stil wanneer hij ziet hoe Joliens gezicht vertrekt. Ook in Tuffie’s ogen wordt een wantrouwige blik zichtbaar.
‘Laat me raden: jij moest dit van Fisico vragen, nietwaar?’
‘Om eerlijk te zijn niet. Hoezo?’
‘Kom op, je denkt toch niet dat ik hem niet gezien zou hebben? Is één andere Hongerspelen-winnaar niet genoeg voor hem?’
Nu krijgt ook Jolien in de gaten wie er nog meer in het restaurant zitten. Heel even maakt ze oogcontact met T.G, maar die kijkt snel weg. Haps probeert zijn verhaal te hervatten.
‘Zoals je ziet doet T.G ook mee. Sterker nog, hij gaat de hele operatie leiden. Je kent hem waarschijnlijk wel, dus het leek mij geen gek idee om jou-’
‘Wat denk jezelf?’ roept Jolien verontwaardigd uit. ‘Een groep rebellen probeerde mij ruim drie maanden geleden nog te vermoorden! Waarom zou ik met zulke mensen willen samenwerken?’
‘Geloof me Jolien, daar had ik niets mee te maken, ik-‘
‘En wat dan nog!? Het bewijst alleen maar dat jullie elkaar niet onder controle hebben. De krant staat dagelijks vol van berichten over rebellen die elkaar bevechten!
‘Maar Jolien, je moet weten dat jouw br-‘
‘Probeer mij niet om te kopen! Ik doe niet mee met de rebellie, en daarmee uit.’
‘Maar… Jolien, Pas-‘
‘Wat zei ik daarnet!? Ik doe niet mee!’
Mag ik even-‘
‘Ik zei: NEE! Wil je nu alsjeblieft weggaan!?’
Goembario en Jeanne kijken grinnikend toe. Teleurgesteld wendt Haps zich tot Tuffie. ‘Ik denk dat ik het jou niet eens hoef te vragen.’
‘Dat heb je goed geraden. Ik zou het erg op prijs stellen als je ons vanaf nu met rust laat.’
Haps druipt af en loopt terug naar de andere rebellen.
‘Nou, dat viel toch tegen,’ grijnst Jeanne.
Haps zakt mokkend terug op zijn stoel. ‘Ach, het viel te proberen. Het is niet alsof zij mijn enige opties waren.’
Precies,’ gaat Fisico akkoord. ‘We kunnen dezelfde vraag nog aan genoeg andere mensen stellen. Ik stel voor dat we daar zo snel mogelijk mee aan de slag gaan.’
‘Tenzij we nog een nagerecht willen,’ stelt Jeanne voor. ‘Wie heeft daar zin in?
T.G kijkt haar opgewekt aan. ‘Graag. Ik heb wel trek in iets zoets na die smerige vis.’
‘Oh, maar de nagerechten bestaan ook uit vis. Heb je wel eens van visroom gehoord?’
T.G trekt een vis gezicht. ‘Oké, laat maar zitten. Ik ga wel even een luchtje scheppen.’
Ook Goembario slaat het aanbod af. ‘Ik moet op mijn dieet letten. Voorlopig neem ik even geen toetjes.’
‘Prima. Fisico en Haps, jullie willen vast wel iets extra’s, toch?’
Fisico en Haps knikken lekkerbekkend. Ondertussen gaan T.G en Goembario naar buiten.

T.G kijkt uit over de uitgestrekte haven. Hier en daar dobbert een visser op het water, en langs de kust liggen veel boten verankerd. Vergeleken met District 8 is dit een enorme verademing. De afzichtelijke, lawaaierige textielfabrieken in zijn district zijn een hel om dichtbij te wonen.
‘Hé T.G, hier in de buurt zit volgens mij een dolfinarium. Lijkt het jou leuk om daar eens langs te gaan? Er schijnt een beroemde dolfijnenstuntster te werken.’
‘Ik vind het anders wel relaxt zo aan de kade. Ik wacht liever tot de rest klaar is met eten.’
‘Wat jij wil. Ik ga even kijken.’
Terwijl Goembario in een steegje verdwijnt gaat T.G op een bankje zitten. Een frisse, ontspannende zeewind waait in zijn gezicht. Het is lang geleden dat hij zijn hoofd zo leeg kon maken. De rebellie gaf hem altijd wel wat te doen. Net als hij zijn ogen wil sluiten hoort hij plotseling een stem. Dezelfde stem als degene die hij een paar minuten geleden nog hoorde.
‘Hallo.’
Enigszins verstoord kijkt hij op. Tuffie is naast hem komen staan.
‘Hallo… alles goed?’
‘Dat wilde ik eigenlijk aan jou vragen. Ik zag jou daarnet weglopen, dus ik dacht jou wel even te kunnen spreken.’
T.G haalt zijn schouders op. ‘Moeilijk te zeggen. Ik heb zo mijn ups en downs.’
Tuffie komt naast hem zitten. ‘Is het waar wat Haps zei? Ga jij inderdaad een grootschalige operatie leiden?’
T.G weet even niet wat hij moet antwoorden. Officieel had hij nog niet met het voorstel ingestemd, maar hij voelt zich alsof hij geen andere keus heeft.
‘Daar komt het wel op neer, ja. We zijn van plan om de volgende Hongerspelen te boycotten.’
Tuffie schudt zijn hoofd. ‘Het betreurt mij dat te horen. Ik had gehoopt dat je wat meer respect voor jezelf zou hebben.’
‘Geen reden tot zorgen. Ik weet waar ik aan begonnen ben.’
‘Nee T.G, dat weet je niet. Hoe langer je met de rebellie meedoet, hoe groter de kans dat het jouw dood wordt. Daar ben je je bewust van, toch?’
‘Dat risico moet iedere rebel voor lief nemen. Ik nam ook dat risico toen Fisico mij bij de rebellie betrok. In het begin had ik er moeite mee, maar sinds kort heb ik het leren accepteren. Ik doe dit immers voor een beter Panem.’
‘Maar het heeft geen zin. Geen enkele rebellie heeft tot nu toe voor verandering gezorgd. De enige manier om om te gaan met de ellende die ons allemaal overkomt is door te doen alsof het niet bestaat. Dat klinkt misschien wreed, maar het is echt de enige manier. Een rebellie is geen betere optie.’
‘Waarom niet? Ik neem aan dat je het zelf nooit meegedaan hebt.’
‘Nee, maar ik hoor wel vaker over duistere praktijken die zich binnen de rebellie afspelen. De aanslag op Joliens leven is slechts één daarvan. Wat dacht je van alle berichten over uitbuiting en mishandeling door rebellen? Als jij voor een beter Panem wil vechten, dan bewandel je het verkeerde pad.’
T.G laat zijn blik naar de grond zakken. Hij denkt aan Nalyd Rats. Een man die ongetwijfeld meer kwaad dan goed doet.
‘Ja, sommige rebellen zijn lang niet zo goed als ze zelf geloven. Iets wat heel pijnlijk is om te zien. En ja, daar zou ik dolgraag iets aan willen doen. Maar dat kan niet. De rebellie wemelt van dat soort mensen. We zijn van hen afhankelijk. Deels, uiteraard.’
‘Als dat zo is, wat doe je dan nog onder die mensen?’
T.G schrikt een beetje van Tuffie plotselinge stemverheffing. ‘Wat bedoel je?’
‘Waarom zou je met zulke mensen willen samenwerken? Waarom zou je willen vechten voor een vals goed?’
‘Omdat ik niet denk dat het een vals goed is. Voor veel mensen is de rebellie hun enige hoop. Ik voel me verplicht om hen te steunen, om hun verwachtingen waar te maken. Ik wil ze laten zien dat ik ze erken en dat ik voor ze sta. Ik doe wat ik denk dat goed is, en de rebellie is mijn manier om dat te laten zien. Net zoals iedere andere échte rebel dat doet.’
T.G spreekt zich uit zonder er helder bij na te denken. Het verbaast hem dat de woorden zo makkelijk over zijn tong rollen. Tuffie slaakt een diepe zucht.
‘Ik bewonder jouw idealisme, maar ik denk niet dat je jezelf dit moet aandoen. Hoop leidt vaak tot teleurstelling.’
‘Misschien. Misschien ben ik een dwaas. Maar ik kan niet zomaar stoppen met waar ik aan begonnen ben, hoe graag ik het soms ook wil. De rebellie is haast mijn levensplicht geworden.’
Tuffie komt overeind. ‘Ik wil alleen maar zeggen T.G, ik doe dit voor jou. Ik weet dat jij een goed hart hebt, en ik wil niet dat jij jezelf verliest.’
‘Ik zal het proberen. Dat is alles wat ik kan beloven.’
Op dat moment komt Jolien naar buiten.
‘Tuffie! het eten is er! Kom je terug?’
Nog één keer kijkt Tuffie om naar T.G.
‘Hoe dan ook, ik wens je veel succes. Mocht je ooit iemand nodig hebben om mee te praten: ik ben altijd beschikbaar.’
‘Dank je, dat is heel aardig van je.’
‘Geen probleem. Winnaars beschermen elkaar nu eenmaal. Ook tegen henzelf.’
Zodra Tuffie de deur achter zich dichtdoet staat T.G uit het bankje op. Hoewel Tuffie het bepaald niet met hem eens was voelt hij zich verrassend gemotiveerd. De sceptische woorden die hij zojuist aangehoord heeft hebben hem herinnerd aan het hogere doel waar hij voor vecht.
‘Allemachtig, zijn die veelvraten nu nog niet klaar?’
T.G kijkt om. Goembario is weer teruggekomen.
‘Oh, hallo. Tja, misschien vonden ze het toetje wel zo lekker dat ze nog een hebben genomen.’
‘In dat geval stel ik voor dat we ze daar snel wegslepen, anders kunnen ze straks niet meer opstaan.’
‘Goembario…’
Voordat Goembario de deur van het restaurant kan openzwaaien draait hij zich om.
‘Ja?’
‘Wat vind jij eigenlijk? Denk jij dat ik de aanval op de arena zou moeten leiden?’
Goembario kijkt vertwijfeld. ‘Ik zal eerlijk zijn: als je zo erg aan jezelf twijfelt moet je er niet aan beginnen. Fisico zal iets anders moeten verzinnen.’
‘Dat is het ‘m nou juist: ik denk dat het een vergissing was om aan mezelf te twijfelen.’
Goembario fronst een wenkbrauw. ‘Huh? Vanwaar deze plotselinge verandering van gedachten?’
‘Ik weet het eigenlijk niet. Het is gewoon… als ik het niet doe, wat dan wel? Verspil ik dan een kans om de bevolking van Panem tegen het Kapitool te verenigen?’
Goembario’s ogen worden groot van verbazing. Hij heeft geen flauw idee waar T.G deze motivatie vandaan heeft.
‘Daar, jongeman, kunnen we alleen achter komen door het te proberen. Weet in ieder geval dat ik jou onder iedere omstandigheid zal volgen.’
T.G glimlacht. ‘Bedankt voor je steun. Ik zal de aanval leiden.’

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Klatergoud? Ben jij dat?” Klatergoud schrikt. Die stem... Ze herkent hem uit duizenden. Met grote ogen ziet ze hoe een uitgemergelde, verwilderde meester Goembario naar haar toe komt gelopen.  Klatergoud kan haar ogen niet geloven. “M- Meester Goembario? Wat doet u nou weer hier?” Goembario glimlacht. “Diezelfde vraag kan ik jou ook stellen. En noem me alsjeblieft geen Meester, of u.” Klatergoud knikt; ze staat er nog steeds versteld van dat haar oude gymleraar een van de opgesloten rebellen bleek te zijn. “Hoelang zat u- ik bedoel, zat je al bij de rebellen? En hoe ben je hier terecht gekomen? Heb je-” Goembario kapt haar af. “Dat komt later wel. Laten we eerst de rest bevrijden.” Goembario kijkt rond. “Is dat Killfighter?” Klatergoud knikt. “Kill en ik zijn tegelijk begonnen bij De Bolts.” Goembario glimlacht. “Ik ben trots op jullie. Nou, laten we opschieten!” Licht verdwaasd loopt Klatergoud naar de volgende celdeur. Achter zich hoort ze hoe Goembario Baby Krabs begroet. Zullen ze nog meer oude bekenden tegenkomen hier?
 
 
“Nee!”
Met tranende ogen keek Lauwra naar het beeldscherm. Haar oudere broer BLF was zojuist op live televisie verdronken. “Hij kan niet dood zijn! Het mag niet!” Lauwra balde haar vuisten. “Die smerige SM64! Hij had hem kunnen redden! Hij had-” Tranen verschenen in Lauwra’s ogen. “Hij had maar 1 arm. Hij kon er niets aan doen. Niemand kon er iets aan doen. Niemand... behalve het Kapitool.” Ze draaide zich om, en keek naar haar ouders, die al die tijd verstijfd op de bank hadden gezeten, sprakeloos van verdriet wegens de dood van hun zoon. “Ik zal BLF wreken, papa en mama. Ik sluit me aan bij de Rebellen. En ik zal niet rusten tot het Kapitool gestopt is. Dat beloof ik!”
 
“Is er al iets te zien?” Ongeduldig tuurt Opperhoofd naar de beeldschermen waarop Arne, Liesbeth en Lauwra aan het werken zijn. “Zijn ze al binnen? Loopt alles zoals gepland?” “Pascal, Killfighter en Klatergoud zijn zo te zien nu de Rebellen aan het bevrijden! Vooralsnog geen oponthoud daar.” Antwoord Arne, zonder van zijn beeldscherm op te kijken. Opperhoofd knikt tevreden. “En de anderen?” “Haps en Truckerwouter zijn neergeschoten door peacekeepers.” Antwoord Lauwra. “De winnaars wisten te ontkomen, maar-”
Een knal klinkt. Zonder zelfs maar een zucht valt Lauwra op de grond. In haar achterhoofd zit een bloederig gat dat duidelijk door een kogel gemaakt is. Verschrikt kijkt Opperhoofd op; minstens 12 gewapende peacekeepers komen op hen af...
 
 
“AAAAAAH!!!! NEE! LAAT HET STOPPEN! IK WEET ÉCHT NIETS, DAT ZWEER IK! Ik- AAAAAH!!!!”
Met een simpele haal sneed de beul het tweede oor van zijn gevangene eraf. Prinses Baby wilde haar ogen dicht doen, omdraaien, wegrennen, wat dan ook. Maar de peacekeepers dwongen haar om te blijven kijken naar haar vader, die genadeloos gemarteld werd. Iemand had hem verraden aan het Kapitool, gezegd dat haar vader wel eens wat voor de Rebellen deed. En n probeerde het Kapitool zoveel mogelijk informatie uit hem te krijgen, voordat ze hem zouden executeren. Haar vader bloedde inmiddels als een rund, vol met sneeën, verschillende lichaamsdelen afgehakt. Het was verreweg het meest walgelijke dat Prinses Baby ooit gezien had. Dit kón het Kapitool niet maken. Dit was onmenselijk. Haar vader zou sterven, puur omdat hij wel eens boodschappen had doorgegeven voor de Rebellen. Maar zij zou zijn naam hooghouden, en zich écht aansluiten bij de Rebellen. Voor haar vader, die nu een pijnlijke dood moest sterven.
 
“Wat was dat?”
Generaal Rikkert spert zijn oren bij het horen van de knal. Steve en Trizz staan meteen in positie, maar de leden van Klas AD lijken niet onder de indruk. “Geen zorgen, Rikkert.” mompelt Corneel vanachter zijn beeldscherm. “Op de beveiligingsbeelden is niets te zien, dus wij zijn voorlopig buiten gevaar.” Rikkert blijft de gang waar de knal vandaan kwam argwanend in de gaten houden. “Hebben jullie inmiddels alweer beeld van de winnaars?” Yannick schud zijn hoofd. “Er moeten camera’s hangen, maar om de een of andere reden krijgen we ze niet uitgeschakeld.” Rikkert zucht. “En hoe loopt het bij Pascal en de rest?” “Goed!” antwoord Prinses Baby. “Zo te zien hebben ze iedereen bevrijd. Ze zijn nu opweg hiernaartoe, dus-” Een tweede knal klikt. Harder dit keer. Prinses Baby’s hoofd lijkt te exploderen; het bloed spat alle kanten op. Twee bewapende peacekeepers doemen op uit de duisternis...
 
 
“Maar waarom dan?”
Liesbeth rolde met haar ogen.
“Omdat we dat verplicht zijn! Snap je het dan niet? Wij zijn twee van de slimste mensen van dit district! Wat zeg ik, van heel Panem! Dat moeten we toch inzetten voor de goede zaak?”
Arne haalde zijn schouders op.
“Voor de goede zaak, ja. Maar de Rebellen zijn criminelen!”
Liesbeth schudde haar hoofd.
“Dat is wat het Kapitool wil dat we denken! De Rebellen zijn helden, en ze kunnen onze technologische kennis goed gebruiken!”
Arne leek nog steeds niet overtuigd. Liesbeth sloeg haar armen om zijn nek.
“Doe het dan voor mij. Alsjeblieft”
Arne grijnsde.
“Nou vooruit dan. Als jij je graag wil aansluiten bij die flierefluiters, waarom ook niet?”
Liesbeth grijnsde tevreden terug, en zoende Arne.
“Je bent geweldig!”
 
Opperhoofd beseft zich direct dat hij snel moet denken. “Ah, zijn jullie daar eindelijk! Ik ben hier helaas ongewapend, maar ik heb dit tuig lang genoeg bezig kunnen houden!” De peacekeepers komen op hen afgelopen. “Opperhoofd?” Opperhoofd herkent de stem van Sam, een van de voornaamste peacekeepers. “Wat doet u in godsnaam hier met die rebellen?” Opperhoofd zwijgt even; de radars in zijn hoofd loeien als een gek. “Ik werd door Snow ingelicht over het verraad van Admin. Zodra ik het hoorde, ben ik hierheen gekomen, ik wil hem graag persoonlijk duidelijk maken wat ik van hem vind, als je begrijpt wat ik bedoel. En toen stuitte ik op deze 3 indringers!” Arne en Liesbeth luisteren zwijgend toe. Opperhoofd keurt ze geen blik waardig; zijn positie binnen het Kapitool, en daarmee zijn rol binnen de Rebellie, staan immers op het spel. “Nou, waar wachten jullie nog op?” buldert hij richting de peacekeepers. “Executeer die twee!” Arne en Liesbeth kijken verschrikt naar Opperhoofd, maar hij weigert terug te kijken. Het belangrijke is altijd een offer waard... Twee schoten klinken vlak achter elkaar, en de twee techneuten vallen dood neer. Opperhoofd schraapt zijn keel. “Voordat jullie kwamen, heb ik het een en ander uit ze los weten te peuteren. Ze probeerde mij ervan te overtuigen dat ze hun ‘verzetshelden’ willen bevrijden, maar ik ben er vrij zeker van dat dat slechts een dekmantel is: ze willen moordenaars en dergelijke bevrijden, om de veiligheid die het Kapitool garandeerd te schande te maken. Dus schiet op, ga naar de derde verdieping!”
 
 
Uitgeput stortte Trizz neer op het station. Zij en Steve hadden al uren gerend; het begon alweer bijna licht te worden.
“Weet je zeker dat dit een slim plan was?”
Steve kwam hijgend naast haar zitten.
“Absoluut. Nalyd Rats is een tiran; ik wilde absoluut niet nog langer blijven!”
Trizz knikte langzaam.
“Daar ben ik het mee eens hoor. Maar wat nu? Gaan we nu als brave burgers verder door het leven?”
Steve grijnsde.
“Dat nooit! Eens een rebel, altijd een rebel niet waar? Ik zat te denken... Tomi heeft veel goeds verteld over Fisico. Misschein kunnen we naar hem toe?”
Trizz schudde hevig haar hoofd.
“Die is veel te dikke maatjes met Nalyd Rats. Vandaar dat Tomi überhaupt bij ons was!”
Steve knikte langzaam.
“Maar wat dan?”
Trizz dacht even na.
“Herinner je je Baby Krabs nog? Die dronkenlap?”
Steve knikte.
“Wel, ik hoorde hem eens met Nalyd Rats praten over de verzetsgroep van zijn zoon. Misschien kunnen we die opzoeken!”
Steve grijnsde.
“Dat klinkt als een plan! Goed, op naar district 7 dan maar!”
 
Onmiddelijk begint Rikkert ordens te bulderen. “Steve, Trizz: jullie zij twee van mijn beste vechters. Laat zien wat jullie waard zijn, en verdedig de rest tot je er bij neer valt! Corneel: jij en jouw mannen moeten zorgen dat de anderen hier zo veilig mogelijk doorheen komen! Enkele van onze belangrijkste mensen zijn zojuist bevrijd, zij MOETEN overleven! Hopelijk weet Killfighter de weg door het geisergebied nog! Ikzelf zal naar de winnaars gaan, en ze op eigen houtje verdedigen tegen de peacekeepers. GO!”
Terwjl Rikkert de gang inrent waar de winnaars eerder onder leiding van Haps Krabs in waren gegaan, rennen Steve en Trizz naar de peacekeepers. Beiden trekken ze een pistool, en schieten de twee agenten dood. Direct verschijnen er echter nog 3 agenten. Steve weet er 1 direct neer te schieten, maar trizz heeft minder geluk; kreunend valt ze op de grond, met een bloedende wond aan haar been. Steve rent naa haar toe en neemt haar pistool over. Gewapend met twee pistolen beschiet hij de twee peacekeepers, die vurig terugvechten. Als een wilde rent Steve op de peacekeepers af, en begint karateschoppen af te vuren, terwijl hij ook nog steeds schiet. 1 Peacekeeper weet hij te raken, maar de ander is hem te snel af: met een harde bonk valt Steve levenloos op de grond. Met haar laatste krachten haalt Trizz een werpmes uit haar achterzak. Ze gooit het naar de overgebleven peacekeeper, die op datzelfde moment zijn wapen op haar richt. Het werpmes treft doel, nauwelijks een seconde nadat de kogel een einde maakt aan Trizz’ leven.
 
 
Voorzichtig liep Rikkert richting de restanten van het huis. Het vuur was inmiddels gedoofd, maar er dwaalde nog steeds rook rond. Voordat hij het ‘huis’ binnenstapte, keek hij nog een keer om zich heen. Zouden er nu echt geen collega’s van hem komen? Rikkert had van de bakker gehoord dat het huis in brand stond, maar hij kon toch moeilijk de enige peacekeeper zijn die hiervan op de hoogte was? Toen hij had vastgesteld dat er echt niemand meer aan kwam, slaakte hij een diepe zucht en liep naar binnen. Het plafond van het huis was ingestort, dus het was moeilijk om zich een weg te banen. Zouden de bewoners aanwezig zijn geweest op het moment van de brand? Op die vraag kreeg Rikkert snel antwoord: een zacht gesnik klonk van achter uit het huis. Rikkert sperde zijn oren. “Hallo? Is daar iemand?” Er kwam geen antwoord. Op hoop van zegen baande Rikkert zich een weg door de brokstukken. Al snel vond hij wat hij zocht... En het was een vreselijk aanzicht. Twee verkoolde lichamen lagen onder de brokstukken, en bij hen zat een jongetje van hooguit een jaar of 4. Het jongetje had duidelijk enkele schaafwonden opgelopen, maar was zo te zien aan de brand ontsnapt. En nu zat hij huilend bij de lichamen die waarschijnlijk ooit zijn familie waren. Voorzichtig komt Rikkert dichterbij. “Rustig maar, het komt wel goed. Wat is er gebeurd?” Het jongetje kijkt Rikkert met verschrikte ogen aan. “Papa en mama dood!” Het jongetje begon weer te huilen. Ongemakkelijk sloeg Rikkert een arm om hem heen. “En weet je ook hoe dat gebeurd is? Waarom er brand is ontstaan?” Het jongetje knikt zachtjes en veegt zijn tranen weg. “Papa deed verzet, en toen deden pieskiepers vur maken!” Rikkert schrok. De peacekeepers hadden dit aangericht? Zijn eigen collega’s? Ze hadden 2 mensen gedood, en een onschuldig jongetje wees gemaakt, vanwege het verzet? Rikkert schraapte zijn keel, en stond op. “Luister jochie, ik zorg ervoor dat ik de mannen te pakken krijg die dit gedaan hebben! En ik zal er voor zorgen dat jij een veilige plek krijgt om te wonen, waar de peacekeepers je niet kunnen vinden!” Het jongetje keek hem dankbaar aan. “Dankuwel meneer!” Rikkert glimlachte, en haalde iets uit zijn zak. “Wat is dat?” Het jongetje keek gebiologeerd naar het mysterieuze voorwerp. “Dat is een panfluit. Ik heb hem ooit van mijn grootvader gekregen, maar nu mag jij hem hebben. Leer erop spelen, dat zal je kalmeren.” Het jongetje glimlachte breed en pakte de panfluit met beide handen aan. Rikkert tilde het jongetje op, en verliet met hem de restanten van het huis. Hij wist niet waar hij naartoe zou gaan, maar 1 ding wist hij wel: zolang hij leefde, zou hij er alles aan doen om te voorkomen dat nog meer mensen slachtoffer werden van het Kapitool.
 
Direct nadat Generaal Rikkert de gang richting de cellen voor Hongerspelen-familie is ingerend, ziet hij dat het foute boel is: 5 gewapende Peacekeepers komen op hem afgelopen. Rikkert trekt direct zijn pistool, en begint te schieten. Terwijl vijf geladen geweren proberen hem te raken, weet Rikkert 2 peacekeepers uit te schakelen. Hij wordt geraakt in zijn been, en stort neer. “Stop!” Rikkert herkent de stem direct. “Schiet hem nog niet neer! Het is eerst tijd voor een reünie!” Rikkert hoort de zware passen op hem aflopen. Een koude hand trekt zijn hoofd naar achteren, en hij kijkt recht in het gezicht van Vitom, zijn leermeester toen hij nog een peacekeeper opleiding deed. “Dag Rikkert.” zegt Vitom grijnzend. “Lang niet gezien! Dus de geruchten zijn waar? Je hebt je inderdaad aangesloten bij de Rebellen?” Rikkert spuugt Vitom in zijn gezicht. “Al vanaf het moment dat jij opdracht gaf mensen levend te verbranden!” Vitom grijnst. “Ah ja, dat herinner ik me nog! Nou, in dat geval kan ik geen passendere dood voor je bedenken dan dit!” Tot zijn afgrijzen ziet Rikkert hoe Vito een heupflacon tevoorschijn haalt. Hij voelt de warme, plakkerige drank over zijn gezicht stromen. Met een nog bredere grijns haalt Vitom een lucifer tevoorschijn. “Hoe poëtisch dit. Vaarwel, Rikkert!” Heel even voelt Rikkert de afschuwelijke, brandende pijn. Daarna wordt alles zwart.
 
 
“Jongens! Kijk eens wat ik gevonden heb!” Enthousiast (en licht zwalkend) kwam Sjef Schottel aangerend met een camera. Flappie keek met opgetrokken wenkbrauwen zijn kant op. “Een camera? Nou en?” Sjef rolde met zijn ogen. “Laten we een groepsfoto maken! Om ons allerbeste klassenfeest ooit voor altijd te onthouden!” Met lichte tegenzin ging de hele klas in positie staan. Smeetske en Killfighter duwde ruw Poros en Petran opzij om vooraan te kunnen staan. Marina en Klatergoud volgde hen. Sjef ging in positie staan om de foto te maken, maar Killfighter hield hem tegen. “Wacht! Haakneus!” Tuffie, die wat afzijdig in een hoekje stond, keek verbaasd op. Killfighter gebaarde naar hem. “Kom op man, jij hoort er ook bij!” Blij verrast ging Tuffie naast Marina staan, die haar neus optrok. Nick grijnsde. “Goed plan, Sjef! Zo kunnen we ons bij onze reünie over 30 jaar tenminste herinneren hoe knap we vroeger waren!” “In dat geval: ga toch maar weer weg haakneus. Sjef, kom erbij staan, haakneus maakt de foto wel!” Sjef grinnikte, en gaf de camera over aan Tuffie, die verdrietig voor de groep ging staan. Smeetske schraapte zijn keel. “Goed, iedereen klaar? Say cheese!”
 
“We zijn er bijna jongens! Kom op, rennen!”
Wonder boven wonder had Killfighter de volledige groep door het geisergebied weten te leiden. Twee van de bevrijdde Rebellen werden levend verbrand, maar het belangrijkste was dat Baby Krabs en Goembario, twee van de belangrijkste rebellenleiders, nog leefde. Klatergoud loopt samen met Killfighter en Corneel voorop; Corneel heeft og steeds een beeldscherm in zijn handen, waarmee hij zo goed en zo kwaad als mogelijk een gestage ontsnapping kon regelen. Pascal loopt samen met Yannick en Ellen achteraan; Pascal om de acherhoede te beschermen, Yannick en Ellen om zoveel mogelijk deuren achter zich te kunnen vergrendelen, om de kans op een aanval te verkleinen.  Tussen hen lopen de 23 Rebellen die ze hebben weten te bevrijden. Klatergoud kijkt naar Killfighter; zodra ze aankwamen bij het centrale punt, en Corneel kort de situatie had uitgelegd, had hij direct de leiding genomen. Inmiddels zijn ze aangekomen bij de laatste deur. Corneel weet hem zonder moeite te openen, en ze komen in de hal van de eerste verdieping, vanuit waar ze via de lift terug in de Hovercraft konden gaan. Corneel drukt enkele knoppen in en de deur van de lift gaat open. Hij stapt zelf als eertse in, maar Killfighter en Klatergoud blijven aan de kant staan. “Iedereen de lift in!” roept Killfighter. Baby Krabs springt de lift in, gevolgd door Goembario, dan Cyntia, Nathaniel, en alle anderen. Yannick en Ellen volgen ook, totdat alleen Pascal, Killfighter en Klatergoud nog over zijn. “Dames gaan voor.” zegt Pascal met een glimlach. Klatergoud glimlacht terug. Ze hebben het gehaald! Het is ze gewoon gelukt om 23 gevangenen te bevrijden! Ze loopt naar de lift... Maar net op het moment dat ze in wil stappen, voelt ze een hevige pijn in haar zij. Tegelijkertijd klinkt er een knal. Klatergoud valt op de grond...
 


De aula is volgeladen met leerlingen, leraren, ouders en andere mensen uit het district, maar toch is het doodstil. Klatergoud kijkt naar de grote tafel die in het midden van de aula staat. 25 brandende kaarsjes staan daar op een rij, terwijl op een groot scherm boven de tafel foto’s van de slachtoffers voorbij komen. Meester Bert. Sjef Schottel. Jorijn, Poros, Petran... Marina. Smeetske.
 


"Dames en Heren! Het einde van deze Hongerspelen is bijna hier!" Hitomi draaide zich om. NickMarioUrbanus kwam op haar af gerent met een zwaard in een hand, en een drietand in de andere. Hitomi deed haar ogen dicht. Ze ontspande en wachtte af op het zwaard in haar nek en de drietand in haar lichaam. Maar het kwam niet. Ze opende haar ogen. Daar lag NickMarioUrbanus, met een pijl in zijn keel.
 


"Geef mij de kans WM. Geef mij de kans op eerherstel!", liet Flappie er nog uit. Maar het was te laat. WM haalde uit. Een kanonschot klonk. Flappie was dood.


 
“Dood me, Nick!” “Wat zeg je?” “Dood me! Je bent een mutilant! Als je nog kunt praten, dan kun je me ook doden! Dood me!” Het hoofd van Nick grijnsde breed. “Met alle plezier, haakneus!”


 
“Schiet op!”

Klatergoud voelt hoe Pascal haar optilt, en de lift induwt. Nog even vangt ze een glimp op van Killfighter, die levenloos op de grond ligt in een plas bloed. Dan komt de lift in beweging, en voor ze het weet gaan de deuren weer open en ziet ze de Hovercraft. Iedereen stapt zo snel mogelijk de lift uit, totdat Pascal als laatste de deur sluit. De Hovercraft stijgt meteen op. Klatergoud kijkt rond; tot haar verbazing en immense opluchting ziet ze dat ook Opperhoofd heeft weten te ontsnappen Hij is diep in gesprek met Goembario. Ze ziet hoe Baby Krabs intens gelukkig een borrel drinkt, hoe Corneel probeert contact te krijgen met T.G, en hoe Yannick en Ellen druk in de weer zijn om het lot van de achtergebleven rebellen en winnaars via de bewakingsbeelden te ontdekken. En ze voelt hoe Pascal troostend een arm om haar heen slaat, terwijl de tranen in haar ogen springen. Killfighter had een kogel voor haar opgevangen. Zij had moeten sterven, maar hij had haar leven gered. En nu is hij dood. Net als Flappie, en Smeetske, en Marina en Nick en Tuffie. Net als iedereen uit haar oude klas. 5 jaar geleden hadden ze op een schoolfeest een klassenfoto gemaakt. “Zo kunnen we ons bij onze reünie over 30 jaar tenminste herinneren hoe knap we vroeger waren!” En nu was Klatergoud de enige van hen die nog leefde. Terwijl de Hovercraft richting district 6 vliegt, waar T.G en de anderen ongeduldig op de komst van de Rebellen staan te wachten, denkt Klatergoud aan WM, de winnaar van Hongerspelen 12. De jongen die Flappie gedood had. Hij en de andere winnaars waren nog steeds ergens in de gevangenis. Hoe zouden ze ooit ontsnappen? En als het ze zou lukken... Zou Klatergoud WM dan ooit kunnen vergeven voor wat hij gedaan had?

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
HET KAPITOOL, 2 OKTOBER 2301

Jeanne hoorde geen kanonschot helaas (ze was dankbaar geweest als nu een kanonschot klonk), maar ze hoorde ook geen schot van een boog achter zich. Jihawk was dus toch puur gefocust op Necrodeus geweest. Alhoewel ze geen schoten van Jihawk meer hoorde... misschien was hij ver genoeg weggerend en wilde Jihawk het niet riskeren om meer pijlen te verliezen? In ieder geval leefden zowel zij en Jihawk nog, en was Necrodeus voorlopig verzwakt.

President Snow kijkt tevreden naar zijn Tv-scherm. Dit hebben ze toch weer mooi voor elkaar gekregen. 24 intelligente mensen, 24 potentiële rebellen, samen met elkaar in een arena totdat er slechts eentje overblijft. Hopelijk is dat genoeg om de rebellen een les te leren. En zelfs als dat niet zo is, dan zullen ze in ieder geval 23 potentiële rebellen minder overhouden. Het is van het grootste belang dat iedere verdachte sterft. Vooral Jeanne, een vrouwelijke tribuut die hem al vanaf het begin opvalt. Hij weet niet waarom, maar hij vertrouwt haar niet. Alsof hij haar eerder heeft gezien. Alsof zij betrokken was bij de gijzeling van zijn kleinzoon…
Dan gaat het scherm plotseling op zwart.
‘Wat is dit nu weer!?’
Admin, die ook in Snow’s kantoor aanwezig is, probeert een verklaring te geven.
‘Dit lijkt op een mechanisch defect. Ik stel voor dat u-‘
Voordat hij zijn zin kan afmaken stormt Snow zijn kantoor uit. Briesend komt hij de controlekamer binnen.
‘CRANE!’
Seneca kijkt hem lijkbleek aan. ‘n… Nee wacht, dit was niet mijn schuld! Alstublieft, doe mij niets-‘
‘Jij zit diep in de nesten, Crane. Ik heb je een laatste kans gegeven, en die heb je nu verspild! Jij gaat eraan!’
‘Crane heeft gelijk, president. Kalmeer alstublieft.’
Snow draait zich om. Achter hem staat Hendrik de Pad, kolonel van het leger der peacekeepers en de second-in-command van Admin. Zijn strakke gezicht, verduisterd door de pet op zijn hoofd, staart kil voor zich uit.
‘Hoe kun je dat zeggen!?’ sist Snow. ‘Dit is al de zoveelste keer dat hij het verprutst heeft!’
‘Geloof me president, ik zie zijn incompetentie maar al te goed in, maar deze keer heeft hij niets misdaan. Het waren de aaseters.’
‘Inderdaad De Pad, ik heb ook wel door dat de rebellen hierachter zitten. Maar als Crane tenminste de hersenen had gehad om zijn personeel te controleren, dan was dit niet gebeurd! Het is wel degelijk zijn schuld!’
Admin komt erbij staan. ‘Ik ben het met de president eens. Dit is een zeer ernstige zaak. De rebellen onder ons moeten onmiddellijk ontmaskerd en naar behoren gestraft worden.’
Hendrik de Pad schudt zijn hoofd. ‘Generaal, ik verzeker u, deze ruimte is volledig rein. De rebellen hebben ditmaal van buitenaf toegeslagen: ze hebben de Tv-antenne van de arena gesloopt en zijn nu hoogstwaarschijnlijk van plan om de deelnemende tributen te bevrijden.’
President Snow fronst een wenkbrauw. ‘Hoe weet jij dit allemaal zo precies?’
‘Een van mijn ondergeschikten ontving afgelopen middag een brief. Een brief met cruciale informatie over een rebels plan om de Hongerspelen te saboteren. Maakt u zich maar geen zorgen over de situatie: ik heb Jeffrey Smit, een van mijn beste mannen, er al op uitgestuurd om de tributen gevangen te nemen en naar de Bannedbox te brengen. Daar zullen ze blijven tot de dreiging van de rebellen ongedaan gemaakt is.’
Admin wordt spierwit. Dit kan niet waar zijn. Blijkbaar heeft de verrader onder de rebellen alweer toegeslagen.
‘Mooi zo, kolonel. Breng mij er naartoe. Ik wil er graag persoonlijk op toezien dat alles goed verloopt.’
‘Nee Admin, jij kunt beter hier blijven,’ komt President Snow tussendoor. ‘Het beschermen van het Kapitool is jouw hoogste prioriteit. Laat de rebellen maar aan De Pad over. Ik weet zeker dat hij bekwaam genoeg is.’
Admin spant zijn spieren aan. Ook dat nog.
‘Geen probleem, president. Kolonel De Pad is een trouw man. U kunt op hem rekenen.’
‘Bedankt voor uw vertrouwen. Ik zal die terroristen met plezier laten zien wie de baas in dit land is.’
Zonder zich om te keren verlaat Hendrik de Pad de controlekamer. Admin kijkt hem trillend na. Nog nooit moest hij zoveel moeite doen om zich in te houden. Hun plan dreigt rampzalig af te lopen.

Met een ernstig gezicht keert Goembario terug naar de tijdelijke uitvalbasis van de rebellen in District 6, waar de aanval op de arena georganiseerd werd. Bij zijn binnenkomst merkt T.G meteen dat er iets niet in orde is.
‘Huh? Nu al terug?’
‘Het is niet gelukt. De peacekeepers waren er eerder dan wij. We konden onmogelijk bij de arena in de buurt komen.’
‘Wat?! Maar wie heeft dan…!’
‘Ik weet wat je denkt. Iemand heeft ons plan verraden. Alweer.’
‘Verdomme, waarom…!’
T.G vliegt met zijn handen naar zijn hoofd. Hier had hij geen moment rekening mee gehouden.
‘Wat moeten we nu doen? Het is toch niet te geloven dat de operatie nu al mislukt is!?’
‘Theoretisch gezien is er nog een kans. Ik heb zojuist een nieuwsbericht meegekregen over dat de tributen naar de Bannedbox gebracht zullen worden. We kunnen daar onze aanval openen.’
‘De Bannedbox?’ T.G slaat zichzelf voor zijn hoofd. ‘We hebben het over de zwaarst beveiligde gevangenis van Panem! Zelfs met ons huidige aantal rekruten komen we daar misschien niet eens in!’
‘Ja, het zal waarschijnlijk een enorme slachtpartij worden, maar dat werd al onvermijdelijk toen ons plan werd verraden. Als we het nog niet willen opgeven hebben we geen andere keus. Wat vind jij dat we moeten doen? Jij bent immers de leider.’
T.G twijfelt, maar probeert dit niet te laten merken.
‘Waar zijn jouw rekruten? Zijn ze nog steeds in de buurt?’
‘Ze staan buiten, bij de hovercraft. Ze wachten op zekerheid van jou. Veel van hen zijn in verwarring over wat ze moeten doen.’
Dit besef brengt T.G alleen maar meer aan het twijfelen. Hij moet snel een besluit nemen, maar dat kan hij niet.
‘Hallo T.G, ben weer terug!’
T.G ontwaakt uit zijn overpeinzingen als hij de stem van Baby Krabs hoort. Achter hem komen Haps, Pascal en nog een hoop andere rekruten de basis binnengelopen.
‘Asjemenou, ik had verwacht dat de aanval al begonnen zou zijn! Ik en mijn groep hebben de Tv-antenne inmiddels al een half uur geleden opgeblazen. Als we niet snel zijn is het allemaal voor niets geweest!’
‘Luister Krabs, we hebben een probleem,’ zegt Goembario, en hij legt hem de situatie uit. Maar Baby Krabs lijkt niet onder de indruk.
‘Nou en? Dan vallen we toch gewoon de Bannedbox aan? We hebben wapens en mankrachten zat! We kunnen vechten!’
‘Maar… de Bannedbox is een zeer gevaarlijk doelwit! Het zou idiotie zijn om daar als kippen zonder kop binnen te komen vallen en…’
Plotseling pakt Baby Krabs T.G bij zijn schouders vast, en kijkt hem recht in de ogen aan. T.G schrikt.
‘Wat zeur je nou? Jij bent de leider! Jij moet het goede voorbeeld geven! Een goede leider herken je niet aan zijn houding in goede tijden. Nee, een goede leider herken je juist aan zijn houding in slechtere tijden! Hij laat zich niet ontmoedigen door tegenslagen! Mijn rekruten doen dat ook niet. Zij zijn hier gekomen om te vechten voor waar ze in geloven, en zo nodig hun leven te geven voor de vrijheid van de tributen, die mogelijk de rest van hun dagen in de vreselijkste hel op aarde doorbrengen als wij nu geen actie ondernemen. Kom op, stel ons niet teleur en laat zien wat je waard bent! Jij bent de leider!’
Zijn speech wordt luid toegejuicht door zijn soldaten. De schrik zit nog in T.G’s benen. Hij had absoluut niet verwacht dat Baby Krabs zo serieus kon zijn.
‘Baby Krabs heeft gelijk,’ voegt Goembario toe. ‘Fisico had niet voor niets vertrouwen in jou. Hetzelfde geldt voor veel andere rebellen. Ik geloof ook dat jij dit kunt, maar je moet het zelf inzien. We zitten er al te diep in om nu nog op te geven. Niets had ons kunnen voorbereiden op het feit dat Jeanne voor de Hongerspelen ingeloot zou worden, en deze cruciale seconden zijn haar enige kans op redding.’
T.G herpakt zichzelf. Hij mag de rebellen niet tekort doen met zijn onzekerheid. Het is tijd om te knoop door te hakken.
‘Hij heeft inderdaad gelijk. We moeten ervoor gaan.’ Even pauzeert hij. ‘Vertel jullie rekruten dat ze hovercrafts weer in kunnen. We gaan naar de Bannedbox, want… het belangrijke is altijd een offer waard!’
T.G moet deze laatste woorden met zoveel moeite uitspreken dat hij ze enkel kan schreeuwen. Het effect wordt echter meteen duidelijk: alle aanwezige soldaten juichen hem luidkeels toe. Goembario glimlacht, en Baby Krabs klopt hem hartelijk op zijn schouder.
‘Mannen, het lijkt erop dat onze leider zijn ballen heeft teruggevonden. Je hebt hem gehoord: op naar de hovercrafts!’
T.G weet nog steeds niet zeker of het wel goed zal aflopen, maar dat kan hem weinig meer schelen. Nog nooit heeft hij zich zo gemotiveerd gevoeld. Een gevoel dat hij liever nog even blijft houden. Voordat hij zelf ook gaat spreekt hij Haps nog even aan.
‘Bedank je vader maar als dit voorbij is. Ik had zijn peptalk echt nodig.’
Haps glimlacht. ‘Het zou je verbazen hoe inspirerend hij kan zijn als hij nuchter is. Het komt niet vaak voor, maar hij heeft het wel in zich. Dat is precies waarom we hem respecteren.’
T.G glimlacht terug. ‘Veel geluk. Ik ga ook maar eens een wapen pakken.’

DIE NACHT, IN DE BUURT VAN HET KAPITOOL

Overal klinken explosies. Kogels vliegen in het rond. Rebellen en peacekeepers bevechten elkaar uit alle macht. De slag om de Bannedbox is in volle gang.
‘BLAAS DE INGANG OP! WE GAAN LEKKER!’ roept Baby Krabs.
Een soldaat gooit een granaat naar de ijzeren deuren die de gevangenis verzegelen. Met een enorme knal ontstaat er een  groot gat.
‘Mooie worp!’ merkt T.G op. ‘Baby Krabs, jouw eenheid gaat met mij naar binnen om de tributen te bevrijden! Goembario, jouw eenheid blijft bij de ingang en houdt de bewakers bezig!’
‘Begrepen!’
Goembario geeft het bevel door aan zijn eigen rekruten. Vervolgens schakelt hij met zijn vechttechnieken moeiteloos meerdere bewakers uit, en vergeet hij tegelijkertijd niet om af en toe te schieten. T.G kijkt hem vertrouwd toe.
‘He, waar wacht je nog op? Naar binnen die handel!’
‘Je hebt gelijk, Krabs. Iedereen naar binnen!’
De groep van Baby Krabs wurmt zich een voor een door het gat in de deur, met T.G als laatste. Zodra iedereen binnen roept T.G iedereen bijeen.
‘Onze opdracht is nu om de gevangen genomen tributen, inclusief Jeanne, te bevrijden. Ik weet niet veel over deze gevangenis, maar ik weet wel dat vanaf de eerste verdieping de eerste cellen beginnen. Wanneer we daar aankomen moeten we zoveel mogelijk cellen openen en kijken of de tributen er in zitten. Zo niet, dan…’
‘…Doden we ze,’ maakt Baby Krabs zijn zin af. T.G aarzelt even, maar stemt toch toe.
‘Ik neem de eerste verdieping wel voor mijn rekening,’ stelt Haps voor. ‘Dat kunnen jullie alvast verder kijken.’
‘Perfect. We splitsen vanaf hier op. De ene helft gaat met mij mee, de andere met Haps. Vorm twee groepen!’
In een mum van tijd hebben alle soldaten zich verdeeld. Ergens is T.G wel blij dat Baby Krabs bij hem zit.
‘Veel geluk, zoon. Ik zie je zo terug!’
‘Geen probleem, pap! Ga vast vooruit!’
Al gauw dringen ze met zoveel mogelijk man de lift binnen. Tot nu toe gaat alles opvallend soepel. Het gebrek aan weerstand bij de ingang zal daar zeker aan hebben bijgedragen.
‘Zeg, Krabs…’
Baby Krabs kijkt vragend op.
‘Waarom stelde je voor om alle irrelevante gevangenen te doden? We kunnen ze toch ook gewoon-‘
Baby Krabs plaatst abrupt een vinger tegen zijn mond. ‘Toon jezelf niet zo zwak, T.G. Ik heb jou al twee keer moeten helpen sinds het begin van de aanval, en dat zou niet nodig hoeven zijn. Geloof niet in mij, die in jou gelooft. Geloof niet in Fisico, die in jou gelooft. Je moet in jezelf geloven.’
T.G wrijft beschaamd een hand over zijn achterhoofd.
‘Mijn excuses. Ik zit ook nog niet zo lang bij de rebellie als jij.’
Baby Krabs barst in lachen uit. ‘Gast, heb je jezelf wel door? Nu doe je het weer!’
T.G wordt onderhand rood van de schaamte. Verschillende rekruten beginnen te grinniken.
‘Ach, het niet alsof ik zo perfect ben. Ik kan niet wachten op mijn volgende borrel zodra dit voorbij is!’
‘Nou, in ieder geval bedankt dat je speciaal voor deze gelegenheid nuchter wilde blijven.’
‘Graag gedaan, maar dit is dan wel een uitzondering, hé. Nuchter zijn is vermoeiend, weet je!’
Na een tijdje bereikt de lift de tweede verdieping. De deuren gaan langzaam open, maar Baby Krabs wil er te snel doorheen lopen en knalt tegen het metaal aan. Een van zijn rekruten helpt hem vlug overeind.
‘Gaat het?’
‘Geen zorgen, vriend! Waar heb ik mijn zwaard laten vallen?.’
‘Je hebt geen zwaard bij je. We vechten met geweren.’
T.G’s eerste reactie is om te lachen, maar zijn rap opkomende medelijden verhindert dat. Blijkbaar hebben al die jaren van alcoholverslaving zijn hersenen behoorlijk aangetast.

In het hoofdkantoor van de Bannedbox is iedereen in rep en roer. Alex Neushoorn, de gevangenisdirecteur, heeft geen flauw idee wat hij moet doen.
‘Kun jij verklaren waarom de rebellen de tweede verdieping zo makkelijk konden bereiken?’ vraagt Jeffrey.
Alex laat zijn ogen panisch de ruimte rondflitsen. ‘We moest ik dan doen? Deze gevangenis is niet op zo’n massale aanval berekend. Het zijn er teveel!’
‘En hoe ga jij het Kapitool uitleggen dat de rebellen in de zwaarst bewaakte gevangenis van Panem konden inbreken vanwege jouw laksheid, Neushoorn?’
‘Wat!? Nee, ik heb niets misdaan! Niemand had kunnen voorspellen dat de rebellen zo brutaal zouden zijn! We hebben hulp nodig, en gauw!’
‘Gelukkig voor jou komt die ook. Kolonel De Pad is onderweg met een extra leger. Hij zal orde op zaken stellen.’
Alex haalt opgelucht adem. ‘Dus alles komt goed?’
‘Met de gevangenis in ieder geval wel. Of dat ook voor jou geldt… dat zullen we nog wel eens zien.’
Terwijl Alex het zweet uitbreekt neemt Jeffrey contact op met zijn superieur. Hij haalt een walkietalkie tevoorschijn.
‘Kolonel, hoelang nog?’
‘Nog een paar minuten. Beveel jouw mannen om zich naar de begane grond te begeven. Mijn eenheid zal op het dak landen. De overige hovercrafts zullen bombardementen in de omgeving uitvoeren. Maak je geen zorgen. We gaan die vervelende aaseters uitroeien en de Bannedbox in zijn voormalige glorie herstellen.’

‘T.G! We hebben ze gevonden! Ze zijn hier!’
Een van de rekruten heeft zojuist een celdeur geopend waar een bekend gezicht uit komt gelopen.
‘W… wie zijn jullie?’
‘Wij zijn van de rebellen. Wij komen jullie redden.’
De jongen kijkt schichtig om zich heen. ‘Met hoeveel man zijn jullie?’
De rekruut fronst zijn wenkbrauw. ‘Eh… ik denk met ongeveer vijftig man?’
‘Wist je dat vijftig het equivalent is van-‘
‘Ja hoor, dit is overduidelijk Coolboy. Dat betekent dat de andere tributen niet ver kunnen zijn. Open nog meer deuren!’
Onmiddellijk volgen de rekruten T.G’s bevel op. Een voor een komen de gevangen genomen tributen uit hun cellen tevoorschijn.
‘Goed je weer terug te zien, Jeanne!’
Baby Krabs omhelst haar zonder zich in te houden. Jeanne bloost.
‘Ik heb jou onderschat, Krabs… blijkbaar ben je toch niet zo nutteloos als ik dacht.’
‘Huh? Waarom zo ondankbaar? Ik ben anders speciaal om jou te kunnen redden nuchter gebleven, hoor!
Jeanne giechelt. ‘Nou, zelfs nuchter ben je nauwelijks anders dan gebruikelijk.’ Ze pikt een traantje weg. ‘Bedankt voor alles. Jullie hebben het gered.
‘Goed, nu we weer compleet zijn stel ik voor dat we hier zo snel mogelijk de benen nemen. Het Kapitool zal in de tussentijd vast niet hebben stilgezeten, dus-‘
Alsof het zo gepland was wordt iedereen plotseling opgeschikt door een oorverdovende knal die het hele gebouw doet trillen. Verschillende ramen springen kapot, waarbij enkele rekruten gewond raken. Sommige tributen raken in paniek.
‘Wat was dat!?’ roept iemand.
T.G voelt zijn hartslag versnellen. ‘Het kwam van buiten. Goembario is in gevaar! Kom op, maak allemaal dat je hier wegkomt! Bescherm de tributen tegen iedere prijs!’

De deuren van het hoofdkantoor vliegen open. Hendrik de Pad komt zelfverzekerd binnengemarcheerd. Zowel Jeffrey als Alex Neushoorn draait opgewekt zijn hoofd.
‘Kolonel! We verwachten u al!’
Voordat hij meer kan zeggen wordt Alex door twee peacekeepers vastgegrepen.
‘Hé, wat heeft dit te bete-‘
Zonder pardon knalt Hendrik een kogel door zijn knie. Vervolgens wordt hij hard op de grond gegooid.
‘In plaats van smoesjes  te verzinnen kun je maar beter eens jouw eigen situatie evalueren. Alex Neushoorn, de eerste gevangenisdirecteur in de geschiedenis van de Bannedbox die een groep rebellentuig tot de tweede verdieping liet komen. Dat is niet iets om trots op te zijn, of wel soms?’
‘Kolonel, ik verzeker u, ik heb gedaan wat ik ko-‘
‘Hou toch op met die onzin.’ Hendrik trekt hem dichter naar zich toe. ‘Luister goed niksnut, ik heb hier tijdens mijn peacekeeperopleiding stagegelopen. Als ik het mij goed herinner liggen hier ergens Vygannine-kanonnen opgeslagen, die in het geval van uiterste nood gebruikt mogen worden. Waar liggen ze?’
Alex kijkt Hendrik geschokt aan. ‘Vygannine?! Maar kolonel, dat is een zeer gevaarlijk zuur! Het kan iedereen binnen deze gevangenismuren doden! Zouden uw soldaten niet genoeg zijn om de rebellen te verslaan?’
Hendrik reageert met een trap tegen zijn kogelwond. ‘Zelfs de kleinste nalatigheid kan fatale gevolgen hebben. Denk jij überhaupt na over de toekomst!?’
Hij laat er nog een trap op volgen. Alex schreeuwt het uit van de pijn. Sommige peacekeepers reageren geschokt, maar Jeffrey kijkt grinnikend toe.
‘Ik vraag het niet nog een keer. Laat mij de Vygannine-opslag zien. En snel, voordat ik jou nog meer pijn doe!’
‘J… Ja kolonel, nu meteen!’



Laatst aangepast door T.G op ma 29 aug 2016, 22:32; in totaal 2 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Hitomi kijkt om zich heen. Vrijwel heel de legerbasis is verzameld op het plein. Hitomi schat dat er zo’n 200 tot 300 Rebellen om haar heen staan. Allemaal ijken ze naar het plafond, dat ieder moment open kan gaan. T.G had bericht gekregen van Corneel: de gevangenisuitbraak was geslaagd, en de Rebellen waren nu onderweg naar hier. Niemand wist hoeveel Rebellen er waren bevrijd, en wie de gevangenisuitbraak hadden overleefd. Hitomi kijkt naast zich, waar Reina met een verbeten gezicht naar het plafond staart. Reina was al jaren betrokken bij de Rebellie, zo had ze Hitomi verteld. Verschillende bekenden van haar zaten dan ook in de gevangenis. Hitomi zelf is vooral benieuwd of de Rebellen erin waren geslaagd Ulysses te bevrijden.
 
Op dat moment klinkt er gerommel; langzaam schuift het pafond open, en een grote Hovercraft wordt zichtbaar. Jolien grijpt onwillekeurig T.G’s arm vast, en kijkt verwachtingsvol naar de Hovercraft, die langzaam neerdaalt. Als het voertuig de grond bereikt heeft, opent de deur. Een gedaante stapt uit. In een fractie van een seconde heeft Jolien zich in zijn armen geworpen. “Pascal! Je leeft nog!” Pascal glimlacht, en strijkt met zijn hand door Jolien’s hare. “Lang niet gezien zusje! Jolien laat Pacal los, en kijkt glunderend hoe hij op T.G afstapt. Ze schudden elkaar de hand. “Is alles gelukt” Pascal kijkt bedenkelijk. “We hebben 23 Rebellen weten te bevrijden, maar helaas zijn we bijna evenveel man verloren. Rijwel alle rekruten van de Boltz en las AD hebben het niet overleefd, inclusief Generaal Rikkert.” T.G knikt langzaam. “En de winnaars?” Pascal zucht. “Over hun lot is ons niets bekend. Ze kunnen nog in leven zijn, maar ze zijn niet met ons teruggekeerd.” Pascal slaat een arm om Jolien heen, terwijl T.G zachtjes vloekt. Dan vermand T.G zich weer. “Goed, iedereen was bekend met de gevaren. Het be;langrijke is altijd een offer waard, en in dit geval was de bevrijding het belangrijkste. Hebben jullie Goembario en Baby Krabs weten te bevrijden?” Pascal knikt. T.G glimlacht goedkeurend. “Mooi zo. Stuur ze, zodra ze opgelapt zijn, naar mij toe. En laat Corneel ook komen. Ik neem aan dat Opperhoofd direct naar het Kapitool gevlogen is?” Pascal knikt opnieuw. “Hij moets wel, de inbraak is niet bepaald onopgemerkt gebleven.” “Goed, dan spreek ik hem later wel. O e voor ik het vergeet: kom zelf ook.” Pascal trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik?” T.G glimlacht. “Je hebt je inmidels wel bewezen, Pascal. En nu Generaal Rikkert er niet meer is, zal iemand anders de leiding over de Boltz op zich moeten nemen.” Pascal staat even met zijn mond vol tanden, maar herstelt zich snel. “Dank je, T.G!” T.G knikt, en loopt weg. Pascal loopt terug naar de Hovercraft. Jolien wenkt enkele vrouwen, en volgt Pascal de Hovercraft in, waar de 23 bevrijdde Rebellen wachten op medische zorg.
 
 
Ondertussen is Opperhoofd aangekomen bij het raadshuis, in de hoofdstad van het Kapitool. President Snow staat hoogstpersoonlijk op hem te wachten. Hij grijnst breed, en spert zijn armen open. “Opperhoofd! Goed je te zien!” Opperhoofd glimlacht, en schud Snow de hand. “Insgelijks, president. Ik ben zo snel mogelijk hierheen gekomen.” Snow knikt bedachtzaam. “Ja, die situatie in de gevangenis... Vertel eens, wat weet jij ervan?” Opperhoofd haalt zijn schouders op. “Niet zo veel, vrees ik. Toen ik er aankwam, ontdekte ik een drietal Rebellen in de hal. Ikzelf kon weinig doen, maar gelukkig kreeg ik al snel versterking van een groep Peacekeepers. Generaal Sam verdacht mij zelfs nog even van verraad op het moment dat hij me daar aantrof.” Opperhoofd lacht hardop, maar Snow lijkt er de humor niet van in te zien. “Na het incident met Admin zou ik nergens meer van staan te kijken, Opperhoofd.” Opperhoofd schraapt zijn keel. “Dat begrijp ik, president. Nou goed, er bleek dus een handjevol Rebellen bezig te zijn met een uitbraak. Een groot deel van hen is uitgeschakeld, maar helaas hebben ze weten te ontsnappen. En met hen verschillende prominente gevangenen.” President Snow knikt langzaam. “Dus ze hebben andere Rebellen bevrijd... Wat denk je dat hun plan is?” Opperhoofd fronst zijn voorhoofd. “Ik vermoed dat ze een leger willen opbouwen, president. Maar voorlopig den ik dat u zich geen zorgen hoeft te maken. De Rebellen zijn behoorlijk wat rekruten verloren bij hun laatste grote aanval. Tel daar de dood van leider Fisico verleden jaar bij op, en nu de arrestatie van Admin... We hebben duidelijk de overhand op dit moment. Het zou wel héél dwaas van ze zijn om nu een grootschalige aanval voor te bereiden.”
 
 
“Overmorgen?” Goembario kijkt verschrikt naar T.G. “Maar dat is praktisch zelfmoord! T.G, jullie hebben zojuist de grootste gevangenisuitbraakin de geschiedeni bewerkstelligd. Het Kapitool is meer op hun  hoede dan ooit tevoren! Wij daarentegen... We zijn nauwelijks voorbereid! Hoe zie je dit voor je?” T.G glimlacht. “Je onderschat ons, Goembario. We plannen dit al maanden. Luister: júist nu verwacht het Kapitool niet dat we iets zullen doen. Precies om de redenen die jij net opnoemt. En daarom is dit hét perfecte moment! Als we langer wachten, heeft het Kapitool tijd om zich voor te bereiden. Ze weten immers dat we iets van plan zijn.” Goembario knikt langzaam. “Goed dan. Wat is precie shet plan?” “Corneel houdt het overzicht vanuit de lucht, en zorgt dat we allemaal op de hoogte blijven van de stand van zaken. Baby Krabs en Pascal leiden legers naar het hoofdstation van de TV. Zie het als een afleidingsmaneuvre: we moeten zoveel mogelijk Peacekeepers naar het verkeerde deel van het Kapitool sturen. Ondertussen leid jij een leger naar het huis van Snow. Jullie vallen iet aan, maar zijn er slechts om de kust veilig te maken. Het is jouw taak om ervoor te zorgen dat Jolien en ik Snow zelf te pakken kunnen krijgen.” Pascal verslikt zich. “Jolien? Jij wilt haar meenemen naar het gevaarlijkste deel van de missie?” T.G knikt. “Herinneren jullie je wat Fisico gezegd heeft toe ik me aansloot bij de Rebellen? Hongerspelen winnaars horen het boegbeeld van de Rebellie te zijn. Jolien verdient het om erbij te zijn.” “En Hitomi dan? Waarom neem je haar niet mee?” T.G zucht. “Hitomi’s Hongerspelen is nog geen dag geleeden beëindigd. De Hongerspelen beïnvloeden haar op dit moment nog teveel. Ze is er mentaal niet klaar voor om verder te gaan.”
 
 
“Hitomi!” Verbaasd kijkt Hitomi om. Een langze, magere jongen met een bril komt op haar afgelopen. “Uhm.. Hoi?” De jongen bekijkt haar van top tot teen. “Hmm, op tv leek je knapper.” Hitomi kijkt verontwaardigd terug. “Wie ben jij eigenlijk?” De jongen grijnst breed, en steekt zijn hand uit. “Stroossie is de naam. District 7.” Wantrouwig schudt Hitomi Stroossie’s hand. “Wat moet je van me?” Stroossie haalt een schaakbord tevoorschijn. “Kun je schaken?”
 
“Nog laatste woorden, Necrodeus?” “Nou, mag ik nog een schaakanalogie doen?” “Wat.” “Nou, soms is een speler helemaal bezig met het zo snel mogelijk uitschakelen van een ander schaakstuk. Uiteindelijk lukt het hem… maar heeft hij helemaal niet in de gaten dat zijn eigen schaakstukken vrij voor de aanval staan. Dan heeft hij wel de koningin van zijn opponent gepakt… maar ineens staat hij zelf schaakmat.”
 
Hitomi schudt haar hoofd. “Nee, en als je het niet erg vind heb ik ook geen behoefte om het te leren.” Ineens grijpt Stroossie Hitomi bij haar keel. “Jij hebt Necrodeus vermoord, Hitomi! Iedereen ziet jou misschien als een onschuldig slachtoffer, maar ik ben het niet vergeten. Ik ben iet vergeten hoe je arrogant lachtte nadat je hem had neergestoken. Je bent een moordenaar, Hitomi. En moordenaars horen hier niet!” Hitomi voelt de druk op haa keel steeds groter worden. Ze ziet Stroossie’s ogen maniakaal schitteren achter zijn bril. Op dat moment klinkt er ineens een andere stem. “Laat haar los Stroossie, of ik ruk je kop hoogstpersooonlijk van je romp!” Stroossie kijkt nog een keer naar Hitomi, maar als hij de punt van het mes in zijn rug voelt laat hij los, en rent zonder nog maar 1 woord te zeggen weg. Hitomi wrijft over haar keel, en kijkt dankbaar naar Reina, die Stroossie woest aankijkt met een mes in haar hand. “D- dank je.” Reina kijkt Hitomi aan en glimlacht. “Geen dank. Hoe haalt die idioot het in zijn hoofd? Ik meld dit zo snel mogelijk aan T.G; met een beetje geluk laten ze hem ter plekke excecuteren. Hé, gaat het wel?” Hitomi knikt, maar kan niet voorkomen dat er tranen in haar ogen verschijnen. Reina omhelst haar. “Trek het je niet aan, Hitomi. Anderen weten niet hoe het is om mee te doen aan de Hongerspelen. Stroossie niet, je ouders niet... Maar jij weet het wel. En jij weet ook dat je een goed mens bent. Zolang je dat niet vergeet, maakt het niet uit wat anderen van je vinden.” Hitomi kijkt Reina dankbaar aan. “Reina, ik wil je bedanken. Voor alles.” Reina glimlacht, en veegt een traan van Hitomi’s wang. Hitomi’s hart bonsde in haar keel. Ze voelde haar handpalmen zweten. Reina’s gezicht was slechts enkele millimeters van het hare verwijderd. Hitomi kon ieder sproetje op Reina’s gezicht tellen. Langzaam sloot Hitomi haar ogen. Ze voelde de warme adem van Reina in haar gezicht…
 
“Jij hield mij in leven. Jij gaf mij positieve aandacht toen de Spelen voor mij op het ergste punt waren. Jij sleepte mij er door heen toen ik Dokter Leeuw had vermoord. Je hebt mij puur geholpen uit medeleven, totaal niet uit eigenbelang.” “Eigenlijk wel uit eigenbelang. Ik kan gewoon niet zonder jou, Lyne.”
 

Vlak voordat hun lippen elkaar raken, draait Hitomi haar gezicht weg. “Ik kan dit niet. Het spijt me, Reina. Ik ben- Lyne- Het spijt me!” Zonder op antwoord te wachten draait Hitomi zich om en rent weg. Reina blijft bedeesd achter.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
De groep van T.G en Baby Krabs haast zich terug naar de lift. Buiten klinken meerdere harde knallen, die de muren beetje bij beetje doen afbrokkelen.
‘Waar zijn ze mee bezig!?’ roept een rekruut. ‘Ze vernietigen hun eigen gevangenis!’
‘Zolang wij hier niet levend uitkomen maakt hun dat waarschijnlijk niets uit,’ antwoordt T.G. ‘Kom op, nog een klein stukje! Daar is de lift al!’
Ineens lijkt alles te ontploffen. Talloze brokstukken vliegen door de lucht.
‘Iedereen, zoek dekking!’
De muur aan een kant van de gang stort volledig in. Twee soldaten krijgen een brokstuk op hun hoofd en sterven ter plekke.
‘DAAR ZIJN ZE! DAAR ZIJN DE AASETERS! GEEF ZE IETS OM OP TE DINEREN!’
Voor T.G er erg in heeft vliegen de kogels om zijn oren. Overal om hem heen vallen rekruten als dominostenen om.
‘IEDEREEN, IN DE LIFT! SNEL!’
De deuren van de lift gaan tergend langzaam open, terwijl alle tributen zich een voor een naar binnen dringen. Tegelijkertijd proberen de rebellen terug te vuren met alles wat ze hebben, maar hun slagkracht weegt niet op tegen de betere bewapening van de peacekeepers. Zonder naar de stapel van gestorven soldaten voor de liftdeuren te kijken begint T.G ook met schieten, maar zijn Rapenator blijkt moeilijker te controleren dan toen hij ermee oefende.
‘ZO IS HET GENOEG!’
Baby Krabs dringt zich naar voren, en schiet in een keer meerdere peacekeepers dood. Hierbij wordt hij geraakt in zijn arm.
‘Krabs, gaat het?!’ reageert T.G bezorgd.
‘Laat je niet afleiden! ‘Iedereen naar binnen! De liftdeuren moeten weer dicht!’
‘Had je gedroomd! Ik laat jullie niet ontsnappen!’ Hendrik de Pad haalt een Vygannine-kanon tevoorschijn.
‘Wat is dat voor een ding?’ vraagt STNF, een andere tribuut.
‘Geen tijd voor vragen! DEUREN DICHT! NU!’ brult T.G, harder dan hij eigenlijk zou willen.
Met een harde dreun drukt een rekruut de sluitingsknop in. Langzaam gaan de deuren weer dicht.
‘Pak aan, klootzakken!’
Hendrik opent vuur. Uit de loop van het kanon wordt een dikke, donkerrode vloeistof gespoten die op bijna onnatuurlijke wijze richting de sluitende liftdeuren spettert. Op commando van T.G springen de soldaten vlug aan de kant, maar sommige tributen zijn niet snel genoeg: Coolboy, Fruitschaler en STNF worden volop geraakt. Onmiddellijk begint hun huid enorm te sissen, terwijl ze het uitschreeuwen van de pijn.
‘Iemand… HELP ME!’ schreeuwt Fruitschaler.
‘Geen zorgen, wij zijn er voor je!’
Henk en enkele soldaten proberen de getroffen tributen te helpen, maar zodra ze hen aanraken begint hun eigen huid ook te sissen. De donkerrode vloeistof verspreid zich als een infectie over hun lichaam.
‘Argh…! het verspreid zich! AAARGH!’
Hun huid lost volledig op, totdat hun botten zichtbaar worden. Langzaam komen hun stuiptrekkingen tot stilstand. Een helse geur verspreidt zich door de lift. T.G wendt zijn hoofd vliegensvlug af.
‘W… wat is dat voor een monsterlijk spul!?’ brengt hij walgend uit.
‘Ik… ik denk dat ik het eerder heb gezien,’ antwoordt Jelle, weer een andere tribuut. ‘Het heet Vygannine. Een uiterst schadelijk zuur dat zich als een infectie over iedere vochthoudende substantie verspreid en alles vloeibaar maakt. Mijn broer heeft het gebruik ervan wel eens gedemonstreerd op een misdadiger. Aan de ene kant vond ik het best fascinerend, maar aan de andere kant-‘
‘Jezus, nu dat weer! Kom op, we moeten hier zo snel mogelijk weg!’
Dat is echter niet mogelijk. De liftdeuren zijn al gesloten. De bedwelmende geur dwingt iedereen om zijn neus en mond af te dekken. Tot T.G’s grote afschuw verspreid het hevig schuimende zuur zich verder via de wanden van de lift en bereikt uiteindelijk het plafond. Het geluid van scheurend metaal vult de ruimte, waarna de lift hevig begint te schokken.
‘Shit! De liftkabel! Het zuur tast de liftkabel aan!’
‘Godverdomme, we zijn er geweest!’
‘Hou je goed vast jongens!’
Meteen daarna klinkt er een harde knak en dondert de lift in volle vaart naar beneden. Iedereen schreeuwt het uit, maar binnen enkele seconden komt de lift met een harde klap op de begane grond tot stilstand. Sommige rekruten weten zich overeind te houden, anderen komen ongelukkig in het zuur terecht en sterven een gruwelijke dood. De rest neemt haastig afstand van hun wegterende collega’s.
‘Maak de deur zo snel mogelijk open, voordat dat spul ons allemaal oplost!’
Baby Krabs schiet enkele gaten in de deur, en gebruikt deze om de deur open te trekken. T.G en verschillende rekruten helpen mee. Na één harde, gezamenlijke ruk komt er direct beweging in en kunnen enkele angstige tributen zich naar buiten wurmen.
‘Voorzichtig! Je weet maar nooit wat je aantreft!’
Uiteindelijk gaat de deur ver genoeg open om iedereen naar buiten te laten. Alle rekruten maken dat ze wegkomen. T.G en Baby Krabs gaan als laatste.
‘Godzijdank, ik dacht even dat ik mijn huid zou verliezen,’ hijgt Jeanne.
‘Dat mag je best letterlijk nemen,’ grinnikt Necrodeus, haar verloofde.
‘Wees blij dat jij niet opgelost bent, reageert een van de rekruten boos. ‘Het is aan ons te danken dat jij nog leeft!’
Necrodeus wil iets terugzeggen, maar T.G komt snel tussenbeide.
‘Geen tijd voor bakkeleien! Kom, we moeten verder!’
‘T.G? Hoor ik dat goed?’
T.G kijkt verrast op. ‘Goembario? Ben jij dat?’
Goembario komt hijgend dichterbij. ‘Zoek een andere uitweg! Bijna al mijn rekruten zijn al dood! De peacekeepers zitten mijn op de hie- ARGH!’
‘Goembario! Nee!’
Een kogel heeft zich zojuist door Goembario’s been geboord. Vastberaden zet hij nog enkele stappen, maar hij valt om wanneer hij T.G bereikt.
‘Kijk eens wie we daar hebben. Onze schattige rebelse vriendjes.’
T.G schrikt zich dood. ‘Wie is daar?’
Een eenheid van peacekeepers komt statig naar binnen gemarcheerd. Jeffrey Smit blaast grijnzend de rook van zijn geweer weg.
‘Of het nou rebellen of tributen zijn, ik laat geen mens door mijn vingers glippen. Jullie kunnen nergens heen.’

T.G raakt in paniek. ‘Verdomme, dat was onze enige ontsnappingsroute! Wat moeten we nu doen!?’
‘Dit is geen tijd voor paniek, T.G!’ sommeert Baby Krabs. ‘We moeten een weg naar buiten vechten!’
‘Dat dacht ik niet,’ lacht Jeffrey gemeen. ‘Als jullie het wagen om ook maar één schot af te vuren stuur ik jullie allemaal tegelijk naar de hel.’
‘Jeffrey! Daar ben je!’
Jelle rent enthousiast naar zijn broer toe.
‘Hé! Waar denk jij heen te gaan!?’ roept  Jeanne verontwaardigd.
Jelle reageert echter niet. Hij laat zijn redders doodleuk in de steek.
Ik wist dat ik op jou kon vertrouwen, Jeffrey! Wat ben ik blij om jou weer te z-‘
Jeffrey werkt hem hardhandig tegen de grond. ‘Denk maar niet dat ik jou zal ontzien, broertje. Je mag van geluk spreken dat we een onofficiële winnaar van Hongerspelen 11 nodig hebben, anders zou jij er ook zijn geweest.’
‘Schiet die verrader neer, ugh,’ zegt Jihawk.
‘Ben je gek!?’ werpt T.G tegen. ‘Als we dat doen overleven we dit sowieso niet!’
‘Goed werk Smit, we hebben ze ingesloten. Precies volgens plan. Vooruit, iedereen naar beneden!’
T.G draait zich verschrikt om. Achter de groep is Hendrik de Pad komen opdagen, samen met zijn eenheid van peacekeepers, die zich met een touw door de liftschacht een voor een naar beneden laten glijden. In een mum van tijd zijn ze van alle kanten omsingeld.
‘Op mijn teken openen wij gezamenlijk vuur, en brengen wij deze terroristische invasie voorgoed ten einde. Iedereen, in positie!’
Alle peacekeepers richten hun wapens op de overgebleven groep rebellen. T.G sluit zijn ogen. Dit is het dan. Hij heeft gefaald.
‘Drie… twee… één…’

Op dat moment klinkt er een explosie. Het plafond stort in. Talloze brokstukken leggen de hele centrale hal in puin. Een groot aantal peacekeepers, inclusief Hendrik, wordt bedolven. Jeffrey is compleet overdonderd. Een tweede groep rebellen komt door het gat in het plafond naar beneden gesprongen.
‘Heeft er iemand hulp nodig?’ Haps Krabs en Pascal laten hun blik triomfantelijk de ruimte rond gaan.
Baby Krabs applaudisseert lachend. ‘Perfecte timing, zoon! We konden wel wat hulp gebruiken!’
De rest van de rebellen applaudisseert luidruchtig mee. Jeffrey klemt zijn kaken op elkaar.
‘Jullie hebben de kolonel gehoord! Open vuur!’
Voor de zoveelste keer vliegen T.G de kogels om de oren. Deze keer zijn de rebellen echter in het voordeel. Gemotiveerd door hun onwaarschijnlijke redding zijn ze weer volledig op dreef. T.G schiet ijverig mee.
‘Breng de tributen naar buiten! We zijn er bijna!’
Een bijna onnatuurlijk hard gebrul doorklieft de ruimte. Hendrik de Pad duwt alle brokstukstukken van zich af en komt weer overeind. Ieder hoekje van zijn gezicht straalt pure haat uit.
‘STA DAAR NIET ZO TE STAAN! DOOD ZE!’
Met uiterste felheid gooit hij een brokstuk richting Haps, die hem hard in zijn rug raakt. Meteen daarna rent hij op hem af en geeft hem een paar flinke klappen.
‘Ik zal jou eens laten zien wat het betekent om met het Kapitool te sollen!’
Hij richt het Vygannine-kanon op Haps’ hoofd, maar voordat hij kan vuren wordt hij overvallen door een barrage van kogels. Ondanks de bescherming van zijn bepantserde kleding loopt hij een paar pijnlijke verwondingen op.
‘BLIJF VAN HEM AF! NIEMAND KOMT AAN MIJN FAMILIE!’
Met een boze blik die zelfs Hendrik niet kan evenaren schiet Baby Krabs er hevig op los. T.G kijkt ongelovig toe. Hoe kon hij deze man ooit zo erg onderschatten?
‘Argh, jij…!’
Hendrik verandert van doelwit en vuurt een dikke klodder Vygannine op Baby Krabs af. Baby Krabs probeert nog weg te duiken, maar kan niet verhinderen dat de donkerrode substantie over zijn schietarm heen komt. Hij negeert de pijn en stormt ongekend snel op zijn vijand af. Hendrik kan de aanval niet op tijd ontwijken: Baby Krabs boort zijn besmette vuist volop in  zijn gezicht. Terwijl Hendrik languit op de grond valt zakt hij in van de pijn.
‘PAP! NEE!’
Ook Hendriks gezicht begint weg te smelten. Afgeleid door de pijn trekt hij zo snel mogelijk een zilverkleurig neutraliserend geneesmiddel uit zijn zak en brengt het op zijn gezicht aan.
‘IEMAND, DOE IETS! MIJN VADER GAAT DOOD!’
Pascal krijgt lucht van de situatie, en snelt naar Baby Krabs toe. Haastig trekt hij een mes uit zijn zak.
‘Huh? Wat ga je doen!?’
‘Zijn arm er af snijden. Dat is de enige manier om hem te redden.’
‘Wat? Nee, laat dat! Je kunt hem niet… AAH!’
Jeanne pakt Haps bij zijn armen en trekt hem naar achteren.
‘Wees realistisch! Het zuur zou zich naar de rest van zijn lichaam verspreiden!’
Pascal knikt goedkeurend en zwaait zijn mes naar beneden. Zonder veel gedoe komt Baby Krabs’ arm los van zijn lichaam en veranderd eenmaal op de grond in een vieze vloeibare massa. Baby Krabs lijkt zich echter niet beter te voelen. Hij blijft zwaar ademend zitten.
‘We moeten hem hier wegkrijgen! Snel!’ Haps kan zijn paniek niet langer voor zich houden. Hij slaat zijn vaders’ arm om zijn schouder. ‘Jeanne, jij neemt Goembario mee! Hij mag ook niet achterblijven!’
‘Begrepen!’ Jeanne tilt Goembario van de grond en slaat zijn arm om haar schouders heen.
‘Je hoeft dit niet te doen, Jeanne… zolang ik nog kan lopen moet ik-.’
‘Wees niet zo streng voor jezelf. Je wordt al oud. Als rebel is het mijn plicht om jou te helpen.’
Jeffrey ziet hoe Jeanne met Goembario probeert te ontsnappen. Hij richt zijn geweer op haar, maar net als hij de trekker wil overhalen stort een onbekende gedaante zich bovenop hem, waardoor hij zijn doelwit op een haar na mist en Jeanne’s wang schampt. Geschrokken kijkt ze om.
‘Necrodeus! Waar ben je mee bezig!? Maak dat je hier wegkomt!’
Necrodeus grijnst. ‘Ach, ik heb mij bij mijn lot neergelegd. Ik droom er al jaren van om een peacekeeper voor rot te slaan.’
‘Dit is geen tijd om stoer te doen! Kom mee!’
‘Pas goed op ons kind, schatje! Verspil mijn offer niet!’
In een fractie van een seconde wordt hij door meerdere peacekeepers neergeschoten.
‘NECRODEUS! NEE!’
In haar afschuw laat ze Goembario per ongeluk vallen, maar T.G kan hem nog net op tijd opvangen.
‘Maak je niet druk om hem! Hij heeft zijn keuze gemaakt!’
Zachtjes snikkend keert Jeanne het lichaam van zijn verloofde de rug toe. Jeffrey komt geïrriteerd overeind.
‘Godver, wat een kutjoch...’
‘Onze weg naar buiten is open!’ roept T.G. ‘Iedereen, terug naar de hovercrafts. Geef niet op!’
In overeenstemming met T.G’s bevel beginnen alle rekruten zich terug te trekken.
‘Luister goed, mannen: zolang wij peacekeepers zijn, mogen wij het tuig beter bekend als rebellen niet vergeven! Achter ze aan!'
Hendrik de Pad mengt zich weer in het gevecht. Zijn soldaten kijken hem angstig aan. De Vygannine heeft de linkerzijde van zijn gezicht compleet verwoest. Zijn lippen zijn voor de helft weggebrand en de holte achter zijn oogkas is gedeeltelijk zichtbaar.
‘Kolonel! Bent u… in orde!?’ vraagt een peacekeeper.
‘Schei uit met die nutteloze bezorgdheid! De aaseters dreigen te ontsnappen!’
Met zijn Vygannine-kanon in zijn ene hand en een Rapenator in zijn andere zet hij woedend de achtervolging in. Hij heeft er meer dan genoeg van.

Als een stroom zwermende mieren rennen alle rebellen naar buiten, zo ver mogelijk bij de gevangenis vandaan. Een eindje verderop staan twee van hun hovercrafts op hen te wachten.
‘Iedereen naar de hovercrafts! Maak voort!’
Boven hun hoofden vliegen drie hovercrafts van het Kapitool. Onmiddellijk laten ze een paar bommen vallen. Enkele rekruten en tributen worden dodelijk geraakt.
‘RENNEN! REN VOOR JE LEVEN! NOG EEN KLEIN STUKJE!’
Terwijl ze steeds dichterbij komen worden ze getrakteerd op een onaangename verrassing: hun hovercrafts worden vernietigd.
‘Fuck, nu zijn we echt verloren!’
Binnen de kortste keren worden ze door de eenheden van Hendrik en Jeffrey ingehaald. Een nieuwe kogelregen overspoelt hen. Wanhopig beginnen de rekruten terug te schieten.
‘Wat moeten we nu doen, T.G?’ vraagt Pascal.
T.G’s hersenen slaan volledig op tilt. Hij heeft Pascal altijd gekend als een dappere, zelfverzekerde jongeman, maar nu valt zelfs hij terug op zijn gebrekkige daadkracht. Cruciale daadkracht die hij kan opbrengen noch vinden. Hij wil een beslissing nemen, maar dat lukt hem niet. Er lijkt nu echt geen uitweg meer mogelijk.
Jeffrey grijnst. ‘We drijven ze in het nauw kolonel, de overwinning is nabij!’
‘Juich niet te vroeg, Smit! Ik heb rekening gehouden met een mogelijk ontsnappingsscenario, maar dat betekent niet dat we onze druk kunnen verminderen! Houd ze bezig en wacht op mijn teken!’
‘Tot uw orders!’
Hendrik neemt contact op met zijn hovercrafts. ‘Bommenwerpers, concentreer jullie munitie op de rebellen. Op mijn teken!’
Plotseling klinkt er twee explosies kort na elkaar.
‘Wat krijgen we-’
Twee van de Kapitool-hovercrafts zijn getroffen door een raket. In de verte komen drie onbekende hovercrafts aan vliegen. T.G kijkt vol verbazing toe.
‘Wel heb je ooit! Wie zijn dat!?’
‘Geen idee,’ antwoordt Jeanne glimlachend, ‘maar het lijkt erop dat de kansen vandaag in ons voordeel zijn.’
De twee getroffen hovercrafts zakken steeds sneller richting de grond en storten met veel lawaai neer.
‘Waar wachten jullie nog op!?’ schreeuwt Hendrik gefrustreerd in zijn walkietalkie. ‘Schiet terug, idioten!’
Er breekt een luchtgevecht uit tussen de twee groepen hovercrafts. Een van de rebellen-hovercrafts wordt neergeschoten, maar vrijwel direct daarna moet ook de laatste Kapitool-hovercraft het ontgelden. De rebellen juichen harder dan ze tot dan toe hadden gedaan. Hendrik gromt van woede.
‘BESCHIET DIE TERRORISTEN MET ALLES WAT WE HEBBEN! ALLES!’
De andere peacekeepers volgen zijn voorbeeld. Voor hopelijk de laatste keert heft T.G zijn geweer.
‘Hou vol! Onze redding is nabij!’
De hovercrafts landen in de buurt van het vuurgevecht. Zodra de deuren omlaag zakken wordt een gezicht zichtbaar dat T.G’s vreugde als sneeuw voor de zon moet verdwijnen.
‘Nalyd Rats!? Wat doe jij hier!?’
‘Begrijp me niet verkeerd, T.G! Ik ben hier niet omdat ik dat zo graag wil. Ik ben hier alleen maar omdat de rebellen onder jouw leiding blijkbaar verdoemd zijn! Kom op, iedereen naar binnen! Ik wil niet nog een hovercraft verliezen!’
Al terugschietend begeven de rekruten zich langzaam richting de hovercrafts. T.G legt zich lijdzaam neer bij Nalyd Rats’ opmerking. Hoe veel pijn het hem ook doet, hij kan alleen maar toegeven dat hij gelijk heeft. Hij is momenteel hun enige hoop op ontsnapping.
‘Goed dan. Iedereen naar binnen, vlug!’
Jeanne en Pascal snellen zich bij Nalyd Rats naar binnen. Haps heeft het aanzienlijk moeilijker, met Baby Krabs op zijn schouder.
‘Rats, mijn vader is er slecht aan toe! ‘Kan hij eventueel noodhulp krijgen?’
Nalyd Rats kijkt hem onwijs vuil aan. ‘Nu moet jij eens goed luisteren, jongeman! Ik ben een generaal, dus-‘
‘Bespaar me die titels voor een andere keer! Mijn vader bloedt langzaam dood! Kan hij geholpen worden of niet!?’
Nalyd Rats slaat met zijn vuist tegen de metalen wand om Haps niet onmiddellijk een dreun te geven.
‘De andere hovercraft heeft een medische installatie. Dat moet genoeg zijn, verdomme!’
In een oogwenk brengt Haps zijn vader naar de tweede hovercraft. T.G levert Goembario bij dezelfde hovercraft af. Ondertussen werpt hij een blik op de enige vier overgebleven tributen, die langs hem heen naar binnen glippen: Jihawk, Lennard, Tuffie en Sushi. Minder dan een derde van het oorspronkelijke aantal. Ja, hij heeft onmiskenbaar gefaald.
‘Goed, bijna iedereen is binnen, dus ik sluit de deuren!’
‘Prima, ik kom zelf ook naar binnen!’
T.G wil net naar binnen stappen wanneer hij voelt hoe een kogel zich in zijn zij boort. Vol ongeloof valt hij achterover. Uitgerekend op het allerlaatste moment moet hem dit zo nodig overkomen.
Goembario wil te hulp schieten, maar de pijn in zijn been verhindert dat.
‘T.G! Trek jezelf omhoog!’
‘Heb je mij eerder niet gehoord!? Ik laat jullie niet ontsnappen!’
Hendrik de Pad richt zijn Vygannine-kanon op T.G.
‘T.G!’ Jeanne gilt het uit.
Nalyd Rats slaat zichzelf voor zijn hoofd. ‘Dit duurt te lang, ik vertrek!’
‘Zeker weten van niet! T.G komt gewoon met ons mee!’
Haps reageert in een flits. Hij springt uit zijn hovercraft en vuurt zijn laatste kogels af. Een van zijn kogels raakt het Vygannine-kanon, die meteen uit elkaar spat. Hendrik neemt noodgedwongen afstand van de donkerrode brei voor zijn voeten. Haps wordt onder vuur genomen door meerdere peacekeepers, maar hij schiet ze allemaal neer. Hij tilt T.G opvallend snel van de grond en wil zich omdraaien om weer in te stappen, maar de hovercraft met zijn vader is al aan het opstijgen.
‘Haps, kom hier naar binnen! Het is nog niet te laat!’
Haps volgt onmiddellijk Pascals advies op en springt met T.G’s hulp omhoog naar de stijgende hovercraft.
‘GEEN DENKEN AAN!’
Net als Haps zich aan de hovercraft vastgrijpt komt Hendriks kogel in zijn schouder terecht.
‘Dit meen je niet…’
HOU VOL HAPS, IK HEB JE!’
Pascal duikt op Haps af en trekt hem naar binnen, terwijl Jeanne zich ter plekke haast om T.G op te hijsen. Zodra Haps en T.G volledig binnenboord zijn sluit de deur zich achter hen. Een fikse kogelregen bombardeert de metalen afsluiting, die ondanks alle belasting stevig op zijn plaats blijft zitten. De hovercraft stijgt eindelijk op en vliegt weg. De rebellen hebben het overleefd, maar de sfeer is alles behalve goed.

Haps houdt pijnlijk een hand om zijn schouder geklemd.
‘Rats, wat deed je in vredesnaam!? Ik wilde bij mijn vader blijven!’
‘Dat is dan jouw eigen schuld, mannetje! Mijn hovercrafts kunnen die constante kogelregen niet voor eeuwig weerstaan! Als je bij hem had willen blijven, dan had je niet naar buiten moeten springen! Wees blij dat je hier nog naar binnen kon!’
‘Hoezo niet!? T.G’s leven stond op het spel!’
‘Kalmeer!’ komt T.G tussenbeide, die moeite moet doen om zijn stem te verheffen. ‘Het komt vast wel goed met Baby Krabs. De andere rekruten kunnen hem verzorgen.’
‘Kunnen we hem communiceren?’ vraagt Pascal zich af.
‘Dat kunnen we,’ bevestigt een van Nalyd Rats’ vrouwelijke soldaten. ‘Kom maar mee naar de cockpit.’
Nalyd Rats fronst een wenkbrauw. ‘De cockpit? Dat is verboden toegang, Dark Lisa!’
‘Generaal, deze soldaten komen net uit een gevecht. Ze maken zich vast grote zorgen over hun collega’s.’
Nalyd Rats mompelt iets onverstaanbaars, maar biedt verder geen weerstand. Haps rent naar de cockpit en spreekt iets in de microfoon.
‘Kan iemand aan de andere kant mij horen? Ik wil weten hoe het met mijn vader is!’
‘Haps, ben jij dat? Jouw vaders toestand is stabiel. Zijn wonden worden momenteel behandelt.’
‘Gelukkig maar. Hoe ben jij er aan toe, Goembario?’
‘Voorlopig houd ik het nog wel uit zonder behandeling. Ik kan al weer een beetje lo-‘
Een laatste, oorverdovende knal doet de lucht trillen. De hovercraft wordt heftig door elkaar geschut. T.G komt de cockpit binnengestrompeld.
‘Wat is er nu weer aan de hand!?’
Haps en Pascal kijken geschokt uit het raam.
‘NEE! DIT MAG NIET MOGELIJK ZIJN!’
Nu ziet T.G het ook. De andere hovercraft, degene met Goembario, Baby Krabs en de bevrijde tributen, is in brand gevlogen en stort gewelddadig neer. Nalyd Rats vloekt.
‘Ik had me hier nooit mee moeten bemoeien…’
Haps schreeuwt het uit van ontroering, Pascal stampt woedend op de grond en T.G staart futloos voor zich uit. Dat ontbrak er ook nog aan. Met een diep gevoel van hopeloosheid laat hij zich via de muur omlaag glijden. De gebeurtenissen van het afgelopen uur hebben hem voor het leven getekend. Hij had de rebellen naar een belangrijke overwinning moeten leiden, maar in plaats daarvan is precies het tegenovergestelde gebeurd. Hij probeert zichzelf ervan te overtuigen dat het niet allemaal aan hem ligt, dat niemand had kunnen voorzien dat hun plan verraden zou worden. Maar toch voelt hij zich schuldig. Neerslachtig laat hij zijn hoofd in zijn handen zakken. Fisico had hem overschat. Nooit meer wil hij zoiets doen. Nooit meer.

Tevreden aanschouwt Hendrik de Pad het brandende schouwspel voor zich. Het zicht op de vernietigde hovercraft heeft hem enigszins tot bedaren gebracht.
‘Mooi schot, Smit. De andere soldaten kunnen nog wat van jou leren.’
Jeffrey legt zijn bazooka naast zich neer. ‘Dank u, kolonel. Alles ter handhaving van de orde.’
‘Ik zal met Admin overleggen dat de Bannedbox onder jouw gezag komt te vallen. Ik vertrouw erop dat jij een geschiktere gevangenisdirecteur zou zijn dan die achterlijke Neushoorn.’
‘Nogmaals, dank u. Zetten we de achtervolging in op de resterende rebellen?’
‘Dat is helaas niet mogelijk, aangezien we geen hovercrafts meer ter beschikking hebben. We zullen ze spoedig genoeg opsporen. Stuur jouw mannen naar het wrak. Ik wil alle overlevende rebellen uitgehoord hebben.’
‘En de tributen? Wat doen we met hen?’
‘Zij zijn nutteloos voor ons. Maak ze af.’
Terwijl Jeffrey op pad gaat draait Hendrik zich om naar Jelle, die door twee peacekeepers wordt vastgehouden.
Jelle kijkt angstig op. Hendriks verminkte gezicht doet de rillingen over zijn rug lopen.
‘W… wat gaat er nu gebeuren?!’
Hendrik buigt zich naar hem toe. ‘Luister goed knul, ik mag jou niet. Jij bent niets vergeleken met jouw broer. Als het aan mij had gelegen was jij allang dood geweest, maar de politiek vereist nu eenmaal dat één van de tributen blijft leven. Daarom heb ik een verassing voor jou. Wees Jeffrey er maar dankbaar voor. Breng hem naar Professor Window, mannen! Hij heeft een afspraak met de hersenspoelmachine!’
‘Wat!? Nee, dit kan niet! Jeffrey zou mij dit nooit aandoen! Laat met los! Aaah!’
Hendrik werpt nog één laatste, verbeten blik op de ontsnappende hovercraft. Hij balt zijn vuist zo hard dat zijn hand wit wegtrekt. Op een dag zal er in Panem totale orde heersen. Dat belooft hij zichzelf.

De Kapilogus, Editie 3 Oktober 2301

Van onze verslaggever, Hans van Petersburgen

Nog nooit sinds het einde van de oorlog heeft Panem zoveel reden tot vreugde gehad. Afgelopen nacht deed een coalitie van rebellen een brute inval in de Bannedbox, met de bedoeling om de gevangen genomen tributen van Hongerspelen 11 hun uitverkorene kans op eeuwige rijkdom en roem te ontnemen. De tributen werden gedwongen om zich bij de rebellie aan te sluiten, en degenen die niet wilden meewerken werden ter plekke vermoord. Om het nog erger te maken deden de rebellen na deze gruwelijke ontvoering een poging om de hele gevangenis te vernietigen, en zo alle criminelen die er worden vastgehouden te bevrijden. Met gebruik van bommen en een gevaarlijk chemisch wapen dat uit de gevangenisvoorraad gestolen werd richtten ze enorm veel schade aan. Gelukkig voor ons allemaal stuurde onze redder in nood Admin zijn trouwe volger Hendrik de Pad erop uit om orde op zaken te stellen en daarmee een einde te maken aan deze terroristische invasie, die het hele land op zijn kop had kunnen zetten. De terroristen werden tot de laatste man geëlimineerd, waarmee hun dreiging en slagkracht sterk afgenomen is. Dat is echter niet het einde van het verhaal. De vrijgemaakte informatie uit gevangen genomen rebellen hebben het leger der peacekeepers in staat gesteld om klopjachten over het hele land uit te voeren en nog meer terroristen uit te schakelen. Panem staat aan de vooravond van een grondige reiniging, en daar zijn wij onze toegewijde ordehouders uiteraard zeer dankbaar voor. Moge hun heldendaden voor altijd onthouden worden.



Laatst aangepast door T.G op zo 26 jun 2016, 12:58; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Haha, dachten jullie dat ik aan de kant van die man sta? Geloof mij maar, jullie kunnen mij goed gebruiken.”, zegt Tosti met een kleine glimlach. WM opent zijn mond om iets te zeggen, maar op dat moment klinkt er een enrm abaal. Het lijkt alsof de wereld instort: Het ene na het andere pistoolschot galmt door de gevangenis. Er worden bevelen geroepen, en WM hoort mensen pijnlijke kreten slaken. “Wat is er in godsnaam aan de hand?” WM kijkt vragend naar Hitomi en Tosti, maar het lijkt erop dat zij ook geen idee hebben wat er gebeurt. “Ik weet het niet” mompelt Tosti. “Maar dit is foute boel. Ik denk dat we...” Voordat Tosti zijn zin kan afmaken, vliegt de deur aan het einde van de gang open. Zeker 10 bewapende Peacekeepers komen binnegelopen. WM gaat direct beschermend voor Hitomi staan. Hij ziet hoe twee van de Peacekeepers direct hun wapens tevoorschijn halen, maar ze worden direct tegengehouden door een grote man, die waarschijnlijk hun leidinggevende is. “Stop! Dit zijn winnaars! Die mogen niet gedood worden! Orders van de president zelf!” Teleurgesteld laten de peacekeepers hun wapens weer zakken. “Wat moeten we dan met ze doen?” De leidinggevende Peacekeeper kijkt Hitomi, WM en Tosti even schattend aan, en grijnst dan. “We nemen ze mee naar het Kapitool. Dan kan Snow zelf beslissen wat hij met ze wil doen.” Paniekerig kijkt WM naar Tosti, terwijl de peacekeepers driegend op hen af komen gelopen. Wat moesten ze nu doen?
 
Plotseling klinkt er een knal, en valt een van de Peacekeepers neer. Zijn kameraad trekt direct zij wapen, maar wordt ook neergeschoten. WM kijkt om, en ziet Tuffie aan komen rennen, met een geweer in zijn hand. “Waar wachten jullie op? Schiet ze neer!” roept hij, terwijl hij een derde Peacekeeper uitschakelt. De Peacekeepers hebben inmiddels ook hun wapens getrokken, maar lijken niet zeker te weten wat ze moeten doen. Terwijl Hitomi ook een wapen trekt, en Tuffie Tosti van een pistool voorziet, blijft WM stokstijf stil staan. De Peacekeepers doen simpelweg hun werk. Net als zijzelf. Hen vermoorden was niet alleen zinloos, maar simpelweg onmenselijk. Met lede ogen ziet WM toe hoe de drie ander winnaars de overige Peacekeepers uitschakelen. Binnen no-time zijn ze omringt door lijken. Tuffie kijkt woest naar WM. “WM, ik weet dat je dit niet graag doet, maar het is verdomme oorlog! Je kunt ons niet allemaal laten sterven, puur vanwege jouw principes!” WM antwoord niet, maar draait zijn hoofd weg. Hitomi loopt naar hem toe en pakt zijn hand. “Goed, wat doen we nu?” Tuffie wenkt naar de cel achter zich. “Er zitten daar een stuk of 20 familieleden van Hongerspelen-deelnemers. Laten we die eerst bevrijden, dan bedenken we daarna wel een ontsnappingsplan.” Tosti kijkt verbaasd. “Hoe bedoel je? Jullie gaan me toch niet vertellen dat jullie geen otsnapping hebben voorbereid?” Tuffie zucht. “Dat hebben we wel, Tosti. Maar ik vrees dat ons plan een beetje in de soep is gelopen. Als wij al 10 Peacekeepers op ons af hebben gekregen, dan zal het bij de rest niet veel beter zijn gegaan. Nee, ik vrees dat we we iets anders moeten bedenken. Kom!”
 
Even later lopen WM, Hitomi, Tosti en Tuffie met een grote groep uitgemergelde gevangenen richting het Geisergebied. De meesten van de gevangenen waren familieleden van de tributen uit de vijftiende Hongerspelen; hoewel de Rebellen alle familieleden van de laatste 6 in veiligheid hadden gebracht, hadden ze er niet op gerekend dat ook de families van reeds overleden tributen zouden worden opgepakt. Een paar van de gevangenen zaten echter al langer in de cel, zoals de ouders van Jolien en Pascal, die door Tuffie joviaal begroet werden, en het zusje van WM’s oude mentorkind Rinus. Geen van deze mensen had ooit interesse getoont in aansluiting bij de Rebellie... Net als de winnaars zelf. WM wist niet wat hij zou doen zodra ze uit de Banned Box waren ontkomen. Zouden hij, Hitomi en Tuffie zich aansluiten bij T.G en de andere Rebellen? Of zouden ze zo goed e zo kwaad mogelijk proberen het normale leven weer op te pakken, nu hun taak erop zit?
 
WM wordt uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door een zware stem. “Waar gaat dat heen?” Een groep van 5 Peacekeepers komt op hen afgelopen. Elpaco, de oudste broer van Tosti uit Hongerspelen 15, kijkt even vragend naar Tuffie voordat hij antwoord geeft. “Orders vanuit het Kapitool, meneer! De winnaars mogen niet gedood worden, dus worden zij en enkele andere gevangenen overgeplaatst naar een andere locatie.” De voorste Peacekeeper, die volgens de gevangenen Generaal Sam heet, trekt bedenkelijk zij wenkbrauw op. “Een andere locatie? Dit is de best bewaakte gevangenis van Panem!” Elpaco schraapt zijn keel. “Er is hier anders zojuist wel een gigantische uitbraak gepleegd! We moeten deze gevangenen wel overplaatsen, anders zijn de aaseters binnen no-time terug!” Generaal Sam knikt goedkeurend. “Goed dan. Waar gaan ze heen?” “District 12, meneer!” Generaal Sam knikt nogmaals, en voorzichtig loopt de groep verder.
 
Zodra ze buiten zicht van de Peacekeepers zijn, grijnst Tuffie tevreden. “Ongelofelijk! Het heeft gewoon gewerkt!”

Op aandringen van Tuffie hadden enkele gevangen mannen de uniformen van de neergeschoten Peacekeepers aangetrokken. Tuffie’s plan was om te doen alsof deze ‘Peacekeepers’ op bevel van President Snow de overige gevangenen transporteerden naar een andere gevangenis. Een gewaagd plan, maar het had gewerkt. Nu loopt de groep langzaam richting de uitgang van de gevangenis. Een enkele keer komen ze Peacekeepers tegen, maar telkens weer geloven ze het verhaal. Zonder enige moeite weet de volledige groep de Banned Box te verlaten, waarna ze hun reis kunnen voortzetten naar het station.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
DISTRICT 8, 2 OKTOBER 2302

Zonder echt op te letten staart T.G naar zijn Tv-scherm. Als hij nog steeds een trainer was geweest zou hij nu in het Kapitool staan, paraat om zijn pupillen op wat voor een manier dan ook naar de overwinning te leiden. Aanvankelijk was hij blij toen hij dat niet meer hoefde te doen. Nooit meer zou hij zijn jongere districtgenoten naar de slachtbank hoeven leiden. Nooit meer zou hij herinnerd hoeven worden aan de moorden die hij in de arena had gepleegd. Wat een naïeve gedachte was dat. Hij dacht dat de rebellie hem in staat zou stellen om mensen te helpen, maar het tegendeel is waar gebleken. Na de mislukking van de aanval op de Bannedbox is hij nooit meer echt de oude geweest. Nacht in nacht uit werd hij geplaagd door slapeloosheid, wakker gehouden door piekergedachten en schuldgevoelens die hem continu probeerden te wurgen. Soms kan hij zich niet eens meer voorstellen hoe het is om gelukkig te zijn. Zelden verlaat hij nog zijn huis, maar zelfs als hij dit doet is het puur uit noodzaak. Buiten de rebellie om heeft hij nauwelijks contact met anderen. Zijn leven staat al een jaar lang op een eenzame, vreugdeloze automatische piloot. Een automatische piloot waarvan hij niet weet hoe hij die moet uitschakelen.

Plotseling klinkt er een harde knal. Lazerstraal slaakt een gil en valt met een harde klap op de grond. Verschrikt draait Bandaka zich om en ziet Sushi staan. ‘Waar wacht je nog op!?’ vermaant hij Bandaka. ‘Kom op, doe het! Ze is een gevaar voor Panem!’ Bandaka’s blik schuift terug naar Lazerstraal, die nu met een bloedende wond in haar rug op de grond ligt. De kogel van Sushi’s jachtgeweer was dwars door haar torso heengegaan. Er komt een stroompje bloed uit haar mond. ‘Doe… het…’

T.G zet vlug de Tv uit. Dit wil hij niet zien. Het was al erg genoeg dat Lazerstraal, die zeven jaar lang kunstmatig in leven gehouden werd, opnieuw in de arena terecht kwam om aan nog een Hongerspelen mee te doen, maar nu bleek haar dood ook nog eens nagenoeg onvermijdelijk te zijn: Bandaka, een sterke tribuut met een onbekende achtergrond, was speciaal in de arena gezet om Lazerstraal te vermoorden. Het is allemaal een grote schijnvertoning. Hoofdschuddend loopt hij de kamer uit, richting zijn balkon. De regendruppels spetteren speels op zijn gezicht, maar dat kan hem niets schelen. Futloos kijkt hij naar de fonkelende lichten in de duisternis, richting de kern van District 8, waar tot laat in de nacht fabrieken actief blijven. Hij slaakt een diepe zucht. Hoe zou Fisico hier in hemelsnaam op reageren? Fisico. Hij is er mentaal het afgelopen jaar al helemaal op achteruit gegaan. Sinds de mislukking van de bevrijding van de tributen heeft hij constant een kort lontje en is hij harder tegen zijn huisgenoten dan ooit tevoren. Zo strafte hij Demi een keer omdat hij was vergeten een bordje af te wassen en mepte hij Cyntia in haar gezicht omdat zij opmerkte dat het onbeleefd was om te schreeuwen. Cyntia verliet daarna zonder nog iets terug te zeggen het huis, en sindsdien heeft niemand ooit meer wat van haar gehoord. De kans is groot dat ze gepakt is. Hoe zou Fisico in zo’n staat met het definitieve verlies van Lazerstraal omgaan? T.G heeft nooit echt goed begrepen waarom Fisico altijd zo geobsedeerd was door Lazerstraal, maar de laatste tijd vertrouwde hij zijn motief steeds minder. Hij twijfelt of het wel een goed idee was om zich bij hem aan te sluiten.

T.G gaapt. Het is inmiddels 02:00 ‘s nachts, dus hij kan maar beter een poging tot slapen doen. Net als hij zijn telefoon weer wilt wegstopen voelt hij het apparaat ineens trillen. Hij kijkt nogmaals, en ziet dat er een bericht is binnengekomen. Van Fisico.

Beste T.G,

Ik wil jou bedanken voor alles wat jij de afgelopen jaren hebt gedaan. Je bent echt een onmisbare hulpbron geweest. Wetende dat de rebellie zonder jou nooit zo groot had kunnen worden vertrouw ik erop dat jij mijn werk alleen kan voortzetten. Ik heb na vannacht besloten om er voorgoed een einde aan te maken. Morgen dring ik de studio van Ceasar binnen, en laat ik voor de laatste keer de vastberadenheid van de rebellie zien. Ik weet dat het onverwacht komt, maar zie geen andere optie meer. Zodoende wil ik jou ook vragen om voortaan de zorg voor mijn huisgenoten op je te nemen. Laser, Mitchel, Reina, Demi, Tessa en (als ze nog wint) Hitomi behoren jou nu officieel toe. Het spijt me dat ik jou hier zo mee moet overvallen, maar zoals ik al zei: ik zie geen andere optie meer. Iemand moet nu eindelijk eens een einde maken aan deze walgelijke vertoning. Slechts één in de geschiedenis van de Hongerspelen is het ooit gelukt om uit de arena te ontsnappen en de controlekamer op te blazen. Die geschiedenis zal zich vanmiddag herhalen. Hopelijk.

Met vriendelijke groet,
Fisico

Ps.: voel je alsjeblieft niet verantwoordelijk voor het mislukken van de Bannedbox-operatie. De enige schuldige daaraan is de verrader in ons midden. Vroeg of laat zal hij zijn verdiende loon krijgen. Dat beloof ik je.


T.G wordt spierwit. Hij wist dat Fisico al een tijdje niet meer in orde was, maar nu lijkt hij echt volledig door te draaien. Dit is waanzin. Pure waanzin. Zijn moeheid is als sneeuw voor de zon verdwenen. Zo snel mogelijk grist hij zijn jas van de kapstok en haast zich naar buiten, hopende dat hij Fisico nog op tijd kan tegenhouden.

Op dat moment klonk er een hels kabaal vanuit het publiek. Mensen gilden, en brokstukken vlogen door de lucht. In de muur van de studio was een gat ontstaan. Een gewapende gedaante stapte naar binnen. Eerst leek iedereen te schrikken, maar de schrik veranderde al snel in enthousiasme toen de gedaante in het licht stapte. Onder luid applaus van het publiek stapte Fisico, die winnaar van Hongerspelen 4, leider van de rebellen. Hij richtte zijn wapen op Caesar, die enigszins bleek werd. “Fisico! Wat een verrassing!” Caesar probeerde te glimlachen, maar Fisico’s gezicht bleef kil terugkijken. “Hou op met je sappige gepraat! Hou op met de gruwelen van de Hongerspelen te verschuilen achter felle kleuren en slechte grappen! Jullie!” Fisico richtte zijn geweer op Jolien en Tuffie. Tuffie ging beschermend voor Jolien staan. “Hoe durven jullie hier in de studio te gaan zitten? Hoe durven jullie je medewerking te verlenen aan dit ‘vermaak’? Jullie weten nota bene hoe het is!” Tuffie en Jolien zeiden niets terug. Fisico richtte zijn geweer weer op Caesar, die smekend zei: “Fisico, alsjeblieft. Het is gewoon mijn werk! Ik-” “Hou je kop!” Fisico laadde zijn pistool, en stond op het punt om de trekker over te halen, toen een tweede gedaante zich op hem stortte. “Fisico, niet doen! Dit heeft geen zin!” Een tweede golf van applaus gonsde door het publiek toen zij T.G, de winnaar van Hongerspelen 2, herkenden. T.G probeerde Fisico zijn wapen af te pakken. “Waarom doe je dit nu man? Denk je nu echt dat dit indruk zal maken? We hebben Hongerspelen geboycot, laten beëindigen, de Arena laten ontploffen. Niets heeft geholpen. Dat zal deze actie ook niet doen! Caesar is inwisselbaar: voor hem 20 andere presentatoren!” Het leek tot Fisico door te dringen. Langzaam bracht hij de loop van het geweer naar zijn eigen hoofd. T.G schrok. “Wat doe je nu?” Fisico haalde diep adem. “Caesar is inwisselbaar. Ik niet.” Het drong tot T.G door wat Fisico bedoelde. “Ik ben een winnaar. De winnaars mogen niet sterven. De dood van een winnaar is zo’n beetje het ergste wat het Kapitool kan overkomen!” “Het is het niet waard Fisico!” “Het belangrijke is altijd een offer waard.” Jolien buigt zich naar Tuffie en fluisterd “Lazerstraal is nooit dood geweest. Fisico heeft nooit gewonnen!” Maar Fisico hoort het niet. Hij sluit zijn ogen, en haalt de trekker over…

13 NOVEMBER

T.G is aan het koken. Met de grootst mogelijke moeite probeert hij zichzelf enthousiast te maken voor de lasagne cannelloni die momenteel in de oven staat, zijn favoriete gerecht. Het heeft echter weinig zin. Niets lijkt tegenwoordig nog zin te hebben. De afgelopen zes weken heeft hij vaker zelfmoordneigingen gehad dan ooit tevoren. Niet dat Fisico buitengewoon belangrijk voor hem was, maar toch heeft zijn dood hem diep geraakt. Hij was misschien wel de enige hoop op een vrij Panem. Nu hij er niet meer heeft het moraal van de rebellen een flinke deuk opgelopen. Diep van binnen wil T.G het voortouw nemen, ervoor zorgen dat hij het voorbeeld wordt dat Fisico eerst was. Maar hij kan het niet opbrengen. Keer op keer denkt hij terug aan zijn eigen mislukkingen. Hoe hij talloze mensen, tributen en rebellen gelijk, de dood in leidde. Hoe hij Goembario en Baby Krabs in de handen van het Kapitool speelde, waar ze waarschijnlijk voor de rest van hun levens gemarteld zouden worden. Zelfs de rebellie, die hij ooit als zijn levensplicht beschouwde, lijkt nu volledig nutteloos te zijn geworden. Misschien moet hij er maar gewoon mee stoppen.

T.G schrikt op van een blaf. Laser komt smekend de keuken in gelopen.
‘Laser, nee! Jij mag niet in de keuken komen!’
Laser luistert echter niet. Zachtjes jankend komt hij dichterbij.
‘Eruit!’
T.G knipt met zijn vingers. Nu lijkt zijn boodschap wel tot Laser door te dringen. Beteuterd verlaat hij de keuken. T.G leunt tegen de muur aan. Hij was Laser alweer vergeten uit te laten. Als hij zijn nieuwe huisdier niet snel mee naar buiten neemt ligt er binnen de kortste keren waarschijnlijk weer een drol op de deurmat. Met tegenzin zet hij de oven uit en haalt hij Laser’s wandeltuigje uit de kast.
‘Hier, jongen.’
Laser komt direct aangelopen. Als iemand die nooit eerder huisdieren gehouden heeft vindt T.G het nogal vreemd om er nu ineens wel eentje te hebben. Hij kon zich voorheen nooit echt goed voorstellen wat voor een meerwaarde een huisdier had, hoe Fisico met die wolfshond zijn huis kon delen. Zelf vond hij Laser altijd maar een luidruchtige, opdringerige aanwezigheid. Maar de laatste tijd, zeker hij hem sinds de dood van Fisico in huis heeft genomen, is hij hem meer gaan waarderen. Op moeilijke momenten was Laser vaak zijn enige troost. Hij gaf hem een reden om te blijven volhouden, om niet toe te geven aan alle negatieve emoties waardoor hij continu geplaagd wordt. Dat neemt echter niet weg dat hij Laser nog niet altijd even goed onder controle heeft. Het komt niet vaak voor dat hij direct naar hem luistert, en vaak moet hij zijn uiterste best doen om assertief te blijven. Assertief blijven. Dat was Reina’s advies. Iets wat vanwege zijn emotionele schade ook niet altijd even makkelijk lukt. Maar als Reina het kan, dan moet hij het ook kunnen.

T.G bewandelt het pad, met Laser aan zijn zij. Na een tijdje komen ze langs een vijver. T.G is hier wel vaker geweest: een van de weinige mooie plaatsen van District 8, met enige vorm van natuurschoon. Vroeger, toen hij nog in het weeshuis woonde, ging hij hier ’s winters vaak met zijn huisgenoten schaatsten. Erg goed was hij er nooit in, maar het vulde hem wel met een bepaald gevoel van geluk dat hij al jaren niet meer gevoeld heeft. Hevig terugverlangend naar die goede oude tijd ploft hij op een bankje neer. Nostalgie is zonder twijfel een van de sterkste geluksbrengers. Een koele bries doet het water rimpelen en waait in zijn gezicht. Langzaam sluit hij zijn ogen… opeens krijgt hij een deja vu. Bijna anderhalf jaar geleden, toen hij met zijn rebellencollega’s in District 4 ging uiteten, had hij precies dezelfde ervaring. Hij herinnerde zich hoe hij daarna Tuffie tegenkwam, die hem verzekerde dat hij altijd op zijn steun kon rekenen. Dat is wat hij nodig heeft: steun. Slechts de steun van zijn medewinnaars kan hem uit de diepte helpen. Hij leeft al veel te lang in een sociaal isolement. Hoopvol haalt hij zijn telefoon uit zijn zak en belt hij Tuffie’s nummer.
‘Hallo, met wie spreek ik?’
‘Eh… hallo, wat is er met Tuffie gebeurd?’
T.G reageert verbaasd op de vrouwenstem die hem aanspreekt. Zou Tuffie soms een nieuw nummer hebben?
‘Hé, T.G! Ik vroeg me al af wanneer je weer eens van je zou laten horen! Wist je nog niet dat ik tegenwoordig met Tuffie samenwoon?’
T.G loopt rood aan van schaamte. ‘Nee, dat wist ik nog niet. Sorry, ik heb de laatste tijd weinig sociaal contact.’
Jolien lacht vriendelijk. ‘Volgens mij wordt het tijd dat wij elkaar weer eens zien.’
T.G kan het niet geloven. Het is lang geleden dat hij iemand sprak die niets met de rebellie te maken had. Deze woorden vormen de eerste stap uit zijn isolement. Voor het eerst in wat lijkt eeuwen voelt hij weer een glimlach op zijn gezicht verschijnen.
‘Dat is precies wat ik wilde voorstellen. Wanneer hebben jullie tijd?’

DISTRICT 7, 14 NOVEMBER

Wanneer T.G de trein uitstapt  is het alsof hij een andere dimensie betreedt. Afgezien van zijn Victory Tour was hij nog nooit eerder in District 7 geweest, en de plaats komt op geen enkele manier overeen met zijn toch al vage herinnering. Zo’n uitgestrekt, dichtbegroeid naaldbos had hij nog nooit met eigen ogen gezien.
‘Laser, kom.’
Met opvallend goede zin wandelt hij het station uit, richting het adres van Tuffie en Jolien. Laser hobbelt vrolijk achter hem aan.
Bij aankomst voelt T.G zich direct aangetrokken door het idyllische zicht: voor zijn neus staat een mooi, houten huis, versierd met meerdere kunstwerken en omringd door een tuin waarin vele exotische planten groeien. Een grote, luxe auto staat op de oprit geparkeerd, en op de deurmat zit een lapjeskat die bezig is haar vacht te verschonen. Zodra Laser de kat opmerkt loopt hij er direct op af.
‘Laser, nee!’
Maar Laser luistert niet. Hij loopt op zijn dooie gemakje richting de kat, die gewoon rustig blijft zitten.
‘LASER!’
T.G haast zich achter Laser aan, vrezend dat hij het huisdier van Tuffie en Jolien volledig aan stukken zal scheuren. Zijn angst blijkt echter onterecht: zodra Laser zijn snuit enthousiast in de vacht van de kat steekt, krijgt hij meteen een tik op zijn hoofd. Jankend verstopt hij zich achter T.G’s benen. De kat blaast, en zet een hoge rug op. T.G, enigszins verbaasd dat het kleinere dier zichzelf zo makkelijk kon verweren, kijkt Laser streng aan.
‘Dat krijg je ervan!’
Op dat moment gaat de deur open.
‘Ik dacht al, wat hoorde ik nou! Hallo!’
T.G glimlacht nerveus. ‘Hallo! Sorry, mijn nieuwe huisdier weet zichzelf nog niet altijd goed te gedragen.
Jolien lacht. ‘Maak je geen zorgen, Kika laat graag merken dat ze de baas in huis is. Ze laat niet met zich sollen!’
‘Ik wist niet eens dat jullie een huisdier hadden. Om nog maar te spreken van die rare planten in jullie tuin.’
‘Ja, die zijn van Tuffie. Hij is dol op tuinieren.’
‘Interessant.’ T.G glimlacht. ‘Het is leuk jou weer eens te zien, Jolien.’
Jolien glimlacht terug. ‘Insgelijks, kom maar mee. Tuffie schenkt ons vast wel iets te drinken in. We hebben elkaar een hoop te vertellen.’

‘…En toen we eindelijk dachten dat we het gered hadden werd de andere hovercraft neergeschoten, waardoor de missie op het laatste moment alsnog in de soep liep. Niet in staat om onze kameraden te helpen verlieten wij het slagveld. Uiteindelijk is de hele operatie dus voor niets geweest.’
Tuffie slaakt een diepe zucht en Jolien kijkt T.G meelevend aan.
‘Wat vreselijk…’
‘Dat kun je wel zeggen ja. Dat is ook een van de redenen  dat ik jullie weer eens wilde spreken: ik wilde mijn hart luchten, en ik dacht aan wat Tuffie mij anderhalf jaar geleden zei, dus…’
‘Net wat ik dacht.’ Tuffie vouwt zijn armen over elkaar. ‘T.G, ik heb dit eerder gezegd: deelname aan de rebellie leidt alleen maar tot pijn en teleurstelling. Dat hebben jouw traumatische ervaringen inmiddels wel bewezen. Doe jezelf een lol en stop er gewoon mee. Voor je eigen bestwil.’
‘Dat kan ik niet.’
‘Hoezo niet? Fisico is dood en de rebellie is zo goed als verslagen. Je hebt niets meer om voor te vechten.’
‘Ja, Fisico is dood. Maar zijn wil is dat niet. Hij heeft mij specifiek de opdracht gegeven om zijn werk voort te zetten. Ik kan zijn vertrouwen in mij niet zomaar schaden. Hij was mijn vriend.’
‘Is dat zo?’ Tuffie staat op uit zijn stoel. ‘Als hij echt jouw vriend was, dan zou hij jou nooit als een pion in zijn plannen gebruikt hebben. Dan zou hij jou altijd trouw zijn gebleven in plaats van zichzelf recht voor jouw ogen door het hoofd te schieten. En dan zou hij jou nooit opzadelen met een nog grotere last dan al het geval was. Denk eens na, T.G! Jij bent die man niets verschuldigd!’
‘Het is niet wat je denkt!’
‘Kalmeer, allebei!’ roept Jolien. ‘Tuffie, dit zou een gezellige gelegenheid moeten zijn. Wees toch niet zo hard voor hem!’
Tuffie gaat weer zitten. ‘Mijn excuses. Ik liet me even meeslepen.’
‘Het is al goed,’ reageert T.G. ‘Ik weet wat je denkt. Er gaan veel geruchten de ronde over Fisico. Hij was ook zeker niet perfect, maar toch was ik bereid hem te volgen. En ik volgde hem vrijwillig. Hij was… mijn enige hoop – nee, Panem’s enige hoop – op vrijheid.’
‘Ik begrijp het niet. Waarom heb jij zoveel vertrouwen in hem? Wat maakte hem zo speciaal voor jou?’
T.G zucht. ‘Hij heeft mij het licht laten zien. Hij bleef in iedere situatie, onder iedere omstandigheid geloven in de kracht van de rebellie. Hij is degene die mij hoop heeft gegeven op een weg uit de neerwaartse spiraal waarin Panem zich al decennialang bevindt. Ik weet het niet, hij had gewoon… iets unieks.’
‘Het is makkelijk om vertrouwen te hebben in het idealistische type. Maar het zou dwaas zijn om te denken dat zij altijd gelijk heeft. Het spijt me dat ik dit zo moet zeggen, maar ik denk in alle eerlijkheid dat Fisico waanideeën had. Om nog maar te zwijgen over zijn vermeende pedofilie. Weet jij daar trouwens meer van?’
T.G haalt zijn schouders op. ‘Hij had meerdere kinderen in huis, en die hebben het daar nooit over gehad. Als hij echt een pedofiel was, dan zouden ze hem waarschijnlijk allang ontvlucht zijn.’
‘Hoe is het eigenlijk met zijn huisgenoten afgelopen?’ vraagt Jolien. ‘Hoor je nog steeds van ze?’
‘Zij zijn naar een weeshuis overgeplaatst. Ik kon ze niet meenemen naar mijn eigen district. Eens in de zoveel tijd kom ik ze opzoeken om te kijken hoe het met ze gaat. Helaas brengen ze het er allemaal niet zo goed van af. Ik ben niet de enige die persoonlijk onder het verlies van Fisico lijd.’
‘Dat kan ik mij voorstellen,’ zegt Jolien meelevend. ‘Misschien kunnen wij jou helpen! Wij Fisico’s huisgenoten ook af en toe bezoeken, om eens een voorbeeld te noemen. Gewoon om jou te ontlasten.’
Tuffie fronst een wenkbrauw. ‘Ik wil niet harteloos overkomen Jolien, maar dat zijn niet jouw zaken. Die mensen maakten  en maken nog steeds deel uit van de rebellie. Ik zou niet willen dat jij-‘
‘Hoe kun je dat zeggen!?’ onderbreekt Jolien hem beledigd. ‘Het maakt niet uit aan wie ze geallieerd zijn, mensen in nood kun je geen hulp weigeren, en al helemaal niet als er kinderen tussen zitten. Schaam jezelf!’
Tuffie houdt verbijsterd zijn mond.
‘Ik waardeer jouw sympathie Jolien,’ antwoordt T.G. ‘Maar ik kan het best alleen. Ik doe het al zes weken zo.’
‘T.G, alsjeblieft… laat mij jou helpen. Ik weet hoe jij je voelt.’
‘Huh? Vanwaar dat?’
‘Jij gaf echt om Fisico, nietwaar? Daarom heb jij de verantwoordelijkheid voor zijn huisgenoten overgenomen. Daarom heb jij zijn hond geadopteerd. Ik weet hoe jij je voelt. Ik voel mij precies hetzelfde over Kika.’
‘Die kat, bedoel je?’
Jolien knikt. ‘Ze betekent veel voor mij. Ze was immers nog maar een kitten toen Para haar in huis nam…’
T.G kijkt naar de grond. ‘Oké… ik ben dus niet de enige winnaar die een huisdier van een vriend geërfd heeft.’
Jolien pikt een traantje weg. ‘Para hield van dieren, weet je… Hij nam regelmatig dieren uit het asiel mee om beter voor ze te kunnen zorgen. Kika was slechts een van hen. Gelukkig was zij de enige toen Para samen met mij… met mij…’
‘De Hongerspelen ingestuurd werd,’ maakt T.G haar zin af.
Jolien snikt. ‘Daarom wil ik jou helpen, T.G! Als jij hulp nodig hebt – en ik weet dat jij dat nodig hebt – dan wil ik die aanbieden. Niet alleen voor jou, maar ook om te doen wat ik denk dat goed is. Net zoals Para dat zou doen.’
T.G glimlacht nerveus. ‘Je geeft me niet echt een keus, he?’
Tuffie grinnikt. ‘Ze drijft graag haar zin door, vind je ook niet? Dat gebeurde precies zo toen ze Kika meenam naar mijn huis, wetende dat ik allergisch ben voor katten.’
‘Ach, kom op, zo gemeen ben ik toch niet?’ zegt Jolien, lachend en huilend tegelijk.
‘We hadden haar ook aan Hitomi kunnen geven. Zij houdt ook van katten.’
‘Nee. Het is mijn plicht om haar te verzorgen. Zij is het enige overblijfsel van Para’s goede wil.’
‘Hou je van haar?’ vraagt T.G. ‘Ik bedoel, voel je echt een band met haar?’
‘Ze is absoluut een eigenwijsje, maar ik hou zeker van haar. Hoezo eigenlijk? Heb jij problemen met Laser?’
‘Ik denk dat ik gewoon nog een beetje aan hem moet wennen. Hij kan zeker lastig zijn, maar tegelijkertijd stelt zijn aanwezigheid mij vaak gerust. Hij is er altijd voor mij als ik het moeilijk heb, geeft mij altijd dingen om te doen… zonder hem zou ik nu misschien niet eens meer leven.’
‘Dat vind ik nogal verontrustend klinken.’ Jolien staat op en legt een hand op T.G’s schouder. ‘Of je het nou wilt of niet T.G, jij hebt overduidelijk steun nodig. Mocht jij ooit ergens hulp mee nodig hebben, dan kun je altijd contact opnemen. Wij zijn er voor je. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Vertrouw ons.’
T.G verbaast zich over Joliens voornemen. ‘Ik dacht dat jij de rebellie niet vertrouwde…’
‘Ja, dat doe ik ook niet. Niet helemaal. Maar ik heb jou wel altijd vertrouwd, T.G. Jij bent onze vriend, en vrienden helpen elkaar nu eenmaal, wat het ook mag kosten. Oh, en mocht je Haps ooit nog tegenkomen, zeg hem dan ik spijt heb van mijn uitval bij onze laatste ontmoeting.  Ervan uitgaande dat hij nog leeft, tenminste.’
‘Ja, hij leeft nog.’ T.G heeft Haps toevallig nog twee weken geleden gezien. Ook hij is diep aangeslagen over de dood van Fisico.
‘Goed dan.’ Tuffie staat eveneens op. ‘Ik begrijp dat jouw slechte herinneringen jou behoorlijk dwarszitten, T.G. Als jij die alleen kunt verwerken door jouw werkzaamheden voor de rebellie voort te zetten, dan ben ik bereid om jou te helpen. Begrijp me niet verkeerd, ik neem dit besluit niet omdat ik het Kapitool zo graag de oorlog wil verklaren. Ik doe dit enkel voor jou. En voor Jolien. Vooral voor Jolien. Para was ook mijn vriend, en hij zou niet willen dat zijn geliefde hetzelfde overkwam als hijzelf.’
Jolien straalt. ‘Eindelijk zie je eens het licht! Bedankt, Tuffie!’
T.G is volkomen in verlegenheid gebracht. Dit was helemaal niet zijn bedoeling. Hij wilde alleen maar zijn oude vrienden weer eens zien. In plaats daarvan heeft hij echter twee nieuwe potentiële rebellen gerekruteerd. Twee potentiële rekruten die zomaar twee nieuwe potentiële slachtoffers zouden kunnen worden. En dat zonder het eigenlijk te willen. Zijn gezicht trekt wit weg. Hier moet hij onderuit zien te komen.
‘Eh… ja, dankjewel. Zou ik misschien even jullie toilet mogen gebruiken?’
‘Natuurlijk, ga maar.’
T.G haast zich de kamer uit.

Tuffie kijkt Jolien streng aan. ‘Waarom deed je dat nou? Dit zal hem niet helpen.’
Jolien reageert verontwaardigd. ‘Wat!? Natuurlijk zal dit hem helpen! Snap je dan niet dat hij-’
‘Daar heb ik het niet over. T.G is een vriendelijk, maar vrij onzeker type. Jouw aanmoediging werkt alleen maar averechts. Hem kennende zal hij zich waarschijnlijk verplicht voelen om onze hulp te accepteren, maar van binnen maakt het hem alleen maar onzekerder.’
‘Maar we kunnen hem toch niet zomaar in de steek laten? Jemig, waarom ben je toch altijd zo sceptisch!?’
‘Je begrijpt het niet, he? Het is niet mijn bedoeling om hem te ontmoedigen. Ik weet hoe hij in elkaar zit.’
‘Oh ja? Je komt anders over alsof je totaal geen vertrouwen in hem hebt.’
‘Vergis je niet. Ik meende ongetwijfeld een deel van wat ik zei, maar ik heb wel degelijk vertrouwen in T.G. Hij heeft bewezen dat het Kapitool niet zo onaantastbaar is als ik voorheen dacht. Hij heeft niet voor niets een inbraak in de Bannedbox weten te organiseren. Het enige wat ik doe is hem de juiste stimulans geven.’
Jolien lijkt er niets meer van te snappen. ‘Maar… hoe?’
‘Nou, kijk… is het jou ooit opgevallen dat T.G vaak tegendraads reageert op wat anderen hem zeggen of adviseren?’
‘Inderdaad, nu je het zegt…’
Tuffie grijnst. ‘Psychologie is een wonderlijk middel.’



Laatst aangepast door T.G op zo 22 mei 2016, 00:13; in totaal 2 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Opperhoofd werd geboren op 12 Oktober 2257, in district 1, als enig kind van een gepensioneerde militair. Op 13 jarige leeftijd stopte Opperhoofd zijn studie om zich aan te sluiten bij het leger. Al snel behaalde hij de titel Korporaal, en tegen zijn 18e was hij al benoemd tot Sergeant. Het was rond diezelfde tijd dat Opperhoofd trouwde met Pocahontas, de op dat moment 15 jarige dochter van Opperhoofd’s bevelhebbende Kolonel. Een jaar later, terwijl Opperhoofd gepromoveerd werd tot Eerste Luitenant, baarde Pocahontas hun eerste zoon. Hij werd Hiawatha genoemd, naar Opperhoofd’s grootvader. In de jaren daarna werd er ieder jaar een nieuw kind geboren. Watermeloentje, Windowsfan en Tijgerlely groeiden stuk voor stuk op in een warm gezin, met een zorgzame moeder en een succesvolle vader. Pocahontas was in verwachting van een vijfde kind toen zij, op een zomeravond in 2280, door Peacekeepers genadeloos onthoofd werd. Opperhoofd had het op dat moment reeds geschopt tot Kolonel in het leger, maar had eerder die dag een woordenwisseling gehad met de dienstdoende Generaal, en werd daarvoor afgestraft met de dood van zijn vrouw en ongeboren kind. Tot verbazing van zijn omgeving, was Opperhoofd echter al snel weer aan het werk. Sterker nog: na enige tijd had hij een nieuwe vriendin, de 17 jarige Nakoma, met wie hij in 2283 in het huwelijk trad. Een jaar later baarde Nakoma hun eerste kind, een zoon die JiHawk genoemd werd. Dochter Zilverslang en zoon Powatan volgde in de komende jaren, en Opperhoofd schopte het uiteindelijk tot Generaal, de hoogst haalbare titel in het leger van District 1. Op het oog leek hij de moord op zijn vrouw en kind volledig vergeten.
 
Maar niets was minder waar. Vanaf de brute moord op Pocahontas, was Opperhoofd’s trouw beginnen wankelen. Niet langer was zijn hoogste doel om uiteindelijk Admiraal van het Kapitoolleger te worden; hij wilde wraak. Wraak op de mensen die zijn gezin verwoest hadden. In het geheim begon Opperhoofd contact te zoeken met gelijkgezinden. Door zijn hoge rang in het leger was hij in staat tussen de districten te reizen, wat hem de mogelijkheid gaf om bondgenoten te vinden. Toad/Yoshi-fan, een ingenieuze uitvinder uit district 11. Nathaniel, een bikkelharde hoefsmid uit district 7. Nalyd Rats, een jonge korporaal uit district 6. En Admin, een ambitieuze Peacekeeper uit het Kapitool. Samen vormden zij de leiders van de opstand. In stilte verzamelden ze volgelingen, planden ze hun acties. Tot in 2285 de oorlog uitbrak. Het leger dat de Rebellen hadden opgebouwd was indrukwekkend, en door de aanwezigheid van TY-Fan’s technische expertise, Opperhoofd’s gevechtsexpertise en Admin’s inside informatie, leken de Rebellen de overhand te hebben in de oorlog. In 2292 leken de Rebellen definitief te winnen. Hoewel TY-Fan, Nathaniel en verschillende andere belangrijke Rebellen in gevangenschap zaten, waren de Rebellen nog altijd in de meerderheid. Bovendien had Admin zich inmiddels omhoog weten te werken tot Hoofd Peacekeeper, en daarmee een van de voornaamste vertrouwelingen van President Snow zelf, waardoor het Kapitool werkelijk geen schijn van kans maakte tegen de Rebellie.
 
En toen kwamen de Hongerspelen.
 
Van alle daden die het Kapitool was dit verreweg de gruwelijkste. 24 Rebellen, waaronder Nathaniel en TY-Fan, moesten toekijken hoe hun kinderen een strijd op leven en dood uitvochten. TY-Fan’s zoon Tosti, die de eerste Hongerspelen won, werd een jaar later genadeloos teruggestuurd om alsnog te sterven. Gevangen genomen Rebellen braken, en smeekten de Peacekeepers hun kinderen vrij te laten in ruil voor belangrijke informatie. Vrije Rebellen stapten uit het Verzet om hun kinderen te beschermen, al was dit vaak tevergeefs indien het Kapitool hen wel verdacht van Rebelse activiteiten. De oorlog was over, en het Kapitool had gewonnen.
 
Maar Admin en Opperhoofd gaven zich geen van beiden gewonnen. Admin bleef het Kapitool van binnenuit saboteren. Een grootse aanslag, uitgevoerd door TY-Fan’s zoon, was de eerste stap, gevolgd door vele anderen. Ondertussen besloot Opperhoofd het anders aan te pakken. Hij werd al lang verdacht door het Kapitool hoewel er niets te bewijzen viel en hij vrijgesproken werd. Maar hij weigerde het Kapitool de bovenhand te geven, en liet zijn kinderen zichzelf daarom vrijwillig opgeven voor de Hongerspelen. Hij zorgde dat ze stuk voor stuk een optimale training kregen, en stuurde ze vervolgens de Arena in. Het Kapitool zag dit als ultieme bevestiging dat Opperhoofd wel degelijk aan hun kant stond, en binnen enkele jaren werd hij alsnog benoemd tot Admiraal van het Kapitool-leger. Ook Admin leek te denken dat Opperhoofd was overgestapt, maar Opperhoofd verzekerde hem dat dat niet het geval is. De dood van 3 van zijn kinderen was simpelweg een middel voor een hoger doel. Het was de instelling waarmee alle overgebleven Rebellen te werk leken te gaan. Waar de oude Rebellie teerde op het streven “Vergeving en vergelding”, zag de ieuwe, veel kleinere Rebellie slechts 1 manier: “Het belangrijke is altijd een offer waard.”
 
 
Zwijgend staart Opperhoofd door het raam naar de “verhoorkamer”. President Snow staat naast hem, evenals raadsheer Kees Hond. Hendrik de Pad, die zojuist door Snow is benoemd tot Hoofd Peacekeeper, is samen met 2 collega’s in de verhoorkamer. Bij Admin. Admin, jarenlang dé rots in de branding van de Rebellie. Onschendbare Admin, die de eerste oorlog leider van de Rebellen was zonder ooit opgepakt te worden. Sterker nog: die het voor elkaar kreeg om Hoofd Peacekeeper te worden. Admin, die als enige de Rebellie nooit had laten varen. Admin, die Fisico had gerekruteerd en daardoor de nieuwe Rebellie mogelijk had gemaakt. Admin, die op dit moment gehersenspoeld wordt.Opperhoofd zucht. Elmo en Weegee, de twee Rebellen die stom genoeg waren geweest om Admin´s naam te laten vallen in het bijzijn van Ulysses, waren genadeloos geëxecuteerd vanwege hun fout. Maar dat hielp niets. Admin is er niet mee gered. In het beste geval wordt Admin nu een simpele, hersenloze slaaf van het Kapitool. In het ergste geval zal Admin het Kapitool op de hoogte brengen van alle geheimen van de Rebellen. Dat kan niet gebeuren. Dat mag niet gebeuren. Opperhoofd wrijft over zijn kin. Er zit maar 1 ding op. En dat moet zp snel mogelijk gebeuren.
 
Opperhoofd doet alsof zijn telefoon gaat, en loopt weg. Snow kijkt niet eens op; met een brede grijns staart hij naar Admin, wiens ogen steeds waziger worden. Zodra Opperhoofd buiten gehoorafstand is, toets hij het nummer in. Ongeduldig luistert hij hoe de telefoon over gaat.
“Opperhoofd?” klinkt de stem van T.G aan de andere kant.
“Luister” zet Opperhoofd haastig. “Ik heb niet veel tijd. Admin wordt op dit moment gehersenspoeld. We moeten koste wat kost voorkomen dat het mis gaat. Kun je wat mankracht missen op dit moment?”
“Als het moet dan moet het. Aar heb je ze nodig?”
Opperhoofd grijnst. “Het huis van Snow. Zo snel mogelijk. En laat Corneel onmiddellijk de bewakingscamera’s van het raadshuis hacken!”
“Komt voor elkaar.”
T.G hangt weer op. Opperhoofd zucht, en rent vervolgens terug naar de verhoorkamer.
“President!”
Snow kijkt om.
“Wat is er?”
Opperhoofd probeert bezorgd te kijken.
“De aasgieren! Ze staan op het punt uw huis aan te vallen!”
De mededeling bereikt het beoogde effect: Snow raakt direct in paniek.
“Wat? Dan moeten we daar onmiddellijk heen! De Pad! De Pad!”
Als een bezetenen bonkt Snow op het raam van de gehoorkamer. Hendrik de Pad kijkt verbaasd op.
“Meekomen, onmiddellijk!”
Hendrik de Pad lijkt de boodschap te begrijpen, en stormt de verhoorkamer uit. Terwijl Snow en Hendrik er vandoor gaan, roept Opperhoofd ze na: “Ik bewaak Admin wel in de tussentijd!” Hij krijgt geen antwoord.
 

Direct schakelt Opperhoofd tot actie over. Hij haalt zijn pistool tevoorschijn en schakelt de twee achtergebleven Peacekeepers uit. Vervolgens richt hij zich op Admin. Die staart wezenloos voor zich uit. De hersenspoeling is nog niet compleet, waardoor Admin op dit moment niet meer is dan een leeg omhulsel, zonder herinneringen, zonder gedachten. Opperhoofd richt zijn pistool tussen Admin’s ogen. Onwillekeurig denkt hij terug aan hun allereerste ontmoeting, de eerste keer dat Opperhoofd het Kapitool bezocht. Het was enkele maanden na de dood van Pocahontas. Hij zag Admin, toen nog een jonge hond, stiekem twee bedelaars geld toestoppen, recht onder de neus van nietsvermoedende collega-Peacekeepers. Direct had Opperhoofd geweten dat dit de man was die hij zocht voor het verzet. En nu stonden ze hier. Opperhoofd en Admin, Rebellenleiders van het eerste uur. De meest succesvolle infiltraten in de geschiedenis van Panem. Beiden waren ze er van overtuigd geweest dat de eerste oorlog hun dood zou worden. Maar ze hadden een heldendood verwacht. Dit... Dit hadden ze niet zien aankomen. Opperhoofd in ieder geval niet. Hij herinnerde zich ineens het oude motto van de Rebellie. “Vergeving en vergelding”. Het was gebasseerd op het oude geloof dat mensen na hun dood beoordeeld werden pp hoe ze geleefd hadden. Wie goede dingen deed werd beloond door eeuwige rijkdom f andere materiele giften. Wie slecht deed, werd gestraft door middel pijn of vernedering. De Rebellen zagen zichzelf als de gulden middenweg: ze moorden, ontvoerden, plunderden... Maar ze deden dit voor een goede zaak. Daarom zouden Rebellen als ze stierven zowel de gift als de drift van God ontvangen. Op je sterfbed vragen om vergeving en vergelding was het ultieme teken dat een persoon zich verenigde met de gedachtegang van de Rebellen. Door de loop der jaren werd dit vervangen door “Het belangrijke is altijd een offer waard”, een nieuw streven dat de Rebellen als het ware vrijsprak van alle schuld, waardoor ze roekelozer en gewetenlozer konden handelen. Opperhoofd kijkt naar Admin. Hij was degene die het nieuwe motto invoerde. En hoewel Opperhoofd een man van de oude stempel was, was hij het er in dit geval mee eens. Admin heeft in zijn leven zóveel goeds gedaan voor de Rebellie... Dat hij geen vergelding hoeft te krijgen. Hem wacht slechts vergeving. Opperhoofd haalt de trekker over. De kogel raakt Admin precies tussen zijn ogen. Met een doffe klap valt zijn lichaam op de grond. Admin is dood.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
‘Ze zijn niet dood, toch?’
Joliens stem wordt gekenmerkt door een ondertoon van diepe bezorgdheid. T.G draait zijn hoofd weg.
‘We hebben alles gedaan wat we konden, maar er is geen spoor van ze te bekennen. Ik vrees dat we moeten uitgaan van het ergste.’
‘Maar… jij had het beloofd, T.G! Jij had beloofd dat ze levend zouden terugkeren!’
‘Ja, dat had ik. Het spijt me.’
Jolien balt haar handen tot vuisten. Een traan rolt over haar wang.
‘Is dat alles wat je kunt zeggen!? ‘Het spijt me!?’ Ze waren mijn vrienden! Jouw vrienden!’
Met ferme passen stapt ze op T.G af, maar Pascal houdt haar tegen.
‘Kalmeer zusje, ik weet zeker dat hij er net zo erg onder lijdt als jij.’
‘Hij heeft gelijk.’ T.G wendt zich weer tot Jolien. ‘Zodra we het Kapitool omver hebben geworpen en deze strijd voorbij is mag je mij naar alle hartenlust martelen, vermoorden of wat dan ook, en waarschijnlijk zou het mij niet eens iets kunnen schelen. Maar niet nu. Niet nu we ons op de laatste drempel  richting de overwinning bevinden. Spoedig genoeg zullen al deze offers tot het verleden behoren. Spoedig genoeg.’
Even lijkt het alsof Jolien Pascal aan de kant wil duwen en hem alsnog gaat aanvallen, maar in plaats daarvan keert ze hem de rug toe en loopt ze terneergeslagen weg. Pascal kijkt haar lijdzaam na.
‘Ze vergeeft het je heus wel. Haar licht ontvlambare humeur dooft meestal net zo snel weer uit.’
‘Ik betwijfel of dat deze keer zo zal zijn.’ T.G kijkt op zijn horloge. ‘Het is al avond. Wat denk jij? Moet ik enkele soldaten ‘s nachts de wacht laten houden, voor het onwaarschijnlijke geval dat ze wel terugkeren?’
‘Het is het proberen waard. Zolang hun dood nog niet bewezen is weiger ik de hoop op te geven.’
‘Ik heb er eerlijk gezegd weinig vertrouwen in. Corneel volgt het Kapitool-nieuws al uren non-stop, maar daar wordt hij niet veel wijzer van. Hij vermoedt dat het Kapitool de dood van Tuffie, Hitomi en WM bewust geheim houdt om Hongerspelen-fans te misleiden.’
‘Laten we maar aannemen dat hij het fout heeft, oké? Wanneer zou Opperhoofd eigenlijk terugkomen? Misschien kan hij ons meer vertellen. Hij heeft ze immers voor het laatst gezien.’
T.G schudt zijn hoofd. ‘Dat gaat helaas niet lukken. We hebben zojuist nog even contact gehad, en hij vertelde mij dat hij in ieder geval vandaag niet meer terug kan komen. De nieuwe Hoofd-peacekeeper heeft  een legertop georganiseerd, en daar moet hij verplicht bij aanwezig zijn. Hopelijk kan de volgende dag ons meer antwoorden verschaffen.’

‘Goedenavond iedereen. Ga zitten.’
De meeste aanwezige peacekeepers nemen plechtig plaats. Opperhoofd daarentegen ploft chagrijnig neer op zijn stoel. Het was al erg genoeg dat hij gedwongen was om Admin, zijn bloedeigen collega en vriend, te vermoorden, maar nu moet hij ook nog eens de bevelen van zijn grootste vijand in het hele leger der peacekeepers opvolgen. Hij kent Hendrik de Pad maar al te goed: een man van dezelfde generatie als hij, maar dan met een nóg succesvollere carrière. Iemand die vanwege zijn extremistische gedachtengoed en meedogenloze handelswijzen al jarenlang de voorkeur geniet van veel hooggeplaatste Kapitool-politici. En tevens de verantwoordelijke voor de dood van zijn eerste vrouw, Pocahontas.
‘Laat ik beginnen met de mededeling dat ik na afloop van deze top een buffet voor jullie geregeld heb. Een buffet ter gelegenheid van mijn promotie. Ik reken erop dat jullie ook daarbij aanwezig zijn.’
Opperhoofd vloekt inwendig. Nu moet hij nog langer wachten voordat hij weg kan.
‘Maar eerst neem ik het nieuwe militaire beleid met jullie door. De recente gebeurtenissen hebben bewezen dat onze veiligheidsmaatregelen ernstig te wensen overlieten. Admin, de smerige aaseter die meer dan een decennium als Hoofd-peacekeeper fungeerde, werd vandaag pas ontmaskerd. Tegelijkertijd wisten de rebellen in de Bannedbox in te breken en enkele prominente gevangenen te bevrijden. Om nog maar te zwijgen over de aanslag op Snow’s huis en de indekkende moord op Admin. Met dit zwakke systeem zal het Kapitool nooit sterk blijven. Iets wat ik jaren geleden al inzag.’ Hendrik spreidt zijn armen. ‘Ik ben blij dat ik vandaag tot Hoofd-peacekeeper ben benoemd. Blij om ons Kapitool, ons Panem, sterker te kunnen maken dan ooit tevoren. Blij dat ik jullie kan presenteren met mijn plan om de aaseters voor eens en voor altijd uit te roeien. Ik noem dit plan ‘Operatie Weerwolven’.’
‘En wat houdt dit plan precies in?’ vraagt Jeffrey.
‘Het plan bestaat uit drie fasen: Provocatie, Ontregeling en Insluiting. Het is van het grootste belang dat deze fasen vlekkeloos in elkaar overgaan. Fase Twee mag niet in werking treden voordat we zeker weten dat Fase Eén is afgerond. De bedoeling is om de terroristen de valse indruk te geven dat ze de overhand hebben. Ze zullen een aanval op het Kapitool voorbereiden en hierdoor beetje bij beetje het Kapitool infecteren. Hun aantal zal groeien totdat ze een punt bereiken waarop ze besluiten om in actie te komen. Dit alles is onderdeel van Fase Provocatie.
‘En wij moeten onopgemerkt controleren wie het Kapitool binnenkomt en verlaat, neem ik aan?’
‘Correct, Smit. Zodra genoeg rebellen zich in het Kapitool verzameld hebben is het tijd voor fase twee: Ontregeling. Onze troepen, bijgestaan door een horde van bloeddorstige mulitanten die onverwacht worden losgelaten, zullen opsporen waar de terroristen zich bevinden en ze uit elkaar drijven. Ik heb Professor Window al de opdracht gegeven om zijn beste creaties voor ons beschikbaar te stellen en zo mogelijk nog nieuwe mulitanten te kweken. Hem kennende zal hij ons niet teleurstellen.’
‘Dus wij gaan zij aan zij vechten met mulitanten?’ merkt Vitom lachend op. ‘Nu snap ik waarom het plan Operatie Weerwolven heet.’
Hendrik slaat hard met zijn wapenstok op de tafel voor hem, waarop Vitom gauw zijn mond houdt. Opperhoofd moet zich inhouden om niet te lachen. Waarschijnlijk verwachtte Vitom dat Hendrik net zo laconiek op zijn brutale opmerkingen zou reageren als Admin.
‘Fase drie is vanzelfsprekend Insluiting. De opgejaagde rebellen zullen hun toevlucht zoeken in omringende gebouwen. Gebouwen die speciaal voor de beslissende strijd uitgerust zullen worden met een aantal dodelijke vallen, zoals bommen of gifgassen. Momenteel zijn enkele van onze soldaten bezig om vallen te plaatsen in alle gebouwen die ik op deze kaart gemarkeerd heb. Dit zijn de gebouwen waar de rebellen naartoe gedreven moeten worden, zodat ze de genadeklap toegediend kunnen krijgen. Door middel van deze maatregelen zullen de grootste vijanden van onze beschaving stelselmatig en tot op de laatste man geëlimineerd worden. Met andere woorden: Panem staat aan de vooravond van een grondige schoonmaakbeurt.’
Floris Bakker, een van de oudste peacekeeperleiders, steekt gretig zijn hand op.
‘Mag ik u vragen hoe wij de burgers op tijd gaan waarschuwen wanneer Fase Ontregeling in werking treedt? Hoe moeten we hen beschermen tegen de gevaren van het slagveld?’
‘Het is van het grootste belang dat onze voorbereidingen tot op het laatste moment geheim blijven. We waarschuwen niemand.’
‘Wat? Dat meent u toch niet!?’
‘We vechten een oorlog, Bakker. Burgerslachtoffers zijn noodzakelijke offers.’
‘Ik protesteer hiertegen! In al mijn dienstjaren heb ik nog nooit zo’n krankzinnig plan gehoord! Wat zullen onze families wel niet-‘
Een lange, droge knal galmt door de ruimte. Floris valt dood op de grond. Opperhoofd doet zijn best om niet te kijken.
‘Ik denk dat ik mijn punt nu wel gemaakt heb,’ zegt Hendrik emotieloos, terwijl hij zijn geweer wegstopt. ‘Later zal ik jullie nog inlichten over de details van het plan. Nu is het tijd voor het volgende agendapunt. ’
Achter in de ruimte gaat een deur open. Een echoënd geluid van subtiele voetstappen wordt hoorbaar. Opperhoofd probeert te zien wie er binnenkomt, maar het lukt hem niet goed om over de hoofden van zijn collega’s heen te kijken. Pas als de gedaante naast Hendrik gaat staan kan hij hem nader identificeren.
‘Bij deze wil ik jullie voorstellen aan Dolan, onze nieuwste onofficiële rekruut.’
Verschillende aanwezigen reageren verrast. Op het toneel is zojuist een mysterieus figuur tevoorschijn gekomen, gekleed in een zwart peacekeeperkostuum met een helm op zijn hoofd. Opperhoofd’s hersenen beginnen als een razende te kraken. Het is al jaren een gewoonte van het Kapitool om zulke zwarte kostuums te verstrekken aan zogenaamde ‘Duistere Helden’: een persoon die officieel geen bevoegde peacekeeper is, maar door een of andere heldendaad het respect van het Kapitool verdiend heeft en daarvoor beloond wordt met een ‘vrije’ positie in het leger. Omdat vrijwel alle Duistere Helden nooit een vooropleiding hadden gevolgd of ook maar enige vorm van gevechtstraining hadden gehad, zorgden ze tijdens missies vaak voor een hoop onnodige moeilijkheden, en werden ze doorgaans na enkele dagen weer naar huis gestuurd. Opperhoofd heeft nooit begrepen wat het Kapitool precies met die belachelijke ‘beloning’ wil bereiken. Waarschijnlijk is het pure propaganda.
‘Waarom nemen we nog steeds Duistere Helden aan!?’ vraagt Vitom verbouwereerd. ‘Ik dacht dat Snow wel van zijn eerdere fouten geleerd zou hebben!’
‘Vergis je niet, Ulder. President Snow heeft zijn keuze deze keer goed overwogen. Sterker nog, Dolan heeft waarschijnlijk meer voor dit land gedaan dan velen van jullie.’
Opperhoofd fronst een wenkbrauw. Een stemmetje in zijn hoofd dwingt hem om vanaf nu extra alert te zijn.
‘Luister goed. Dolan weet maar al te goed wat zijn taak inhoudt. Door de jaren heen heeft hij gevochten, gedood en vernietigd. Geloof het of niet, maar het is de waarheid. Jarenlang heeft hij talloze mensen naar de slachtbank geleid. Mensen die dachten dat hij aan hun kant stond, maar zich uiteindelijk door hem verraden zagen. Ik heb het hier over niemand minder dan de rebellen.’
Talloze verbaasde reacties stijgen op uit de menigte van peacekeepers. Opperhoofd voelt zijn hart sneller kloppen. Dit had hij niet zien aankomen.
‘W… wacht, bedoelt u dat deze man een rebel is!?’ vraagt Sam.
‘Dat was hij. Totdat hij uiteindelijk het licht zag en besloot om ons over de activiteiten van de aasgieren in te lichten. Dankzij hem hebben we door je jaren heen de rebellen op meerdere momenten een hak kunnen zetten. Dankzij hem konden we de aanval op de Bannedbox twee jaar geleden afslaan. En dankzij hem konden we Admin vandaag ontmaskeren. Begrijpen jullie nu hoe belangrijk Dolan voor ons was en nog steeds is? Hij is misschien wel dé redder van Panem!’
Opperhoofd’s ogen worden groot van geschoktheid. Niets had hem voorbereid op het feit dat hij vandaag oog in oog zou komen te staan met de grootste boosdoener binnen de rebellen. Het afgelopen jaar had hij zijn bestaan nauwelijks kenbaar gemaakt, maar nu duikt hij toch weer op. De mislukking van Bannedbox-operatie 1 is Opperhoofd alles behalve vergeten, en nu blijkt Admin ook nog eens door hem verraden te zijn. Als Admin door deze mysterieuze man verraden is, dan loopt hij hetzelfde risico. Het zweet breekt hem uit. Hij wendt zijn gezicht van Dolan af, hopende dat hij zo niet herkend  kan worden.
‘Dolan, he?’ vraagt Jeffrey zich hardop af. ‘Ik heb nog nooit van een rebel bij die naam gehoord. Het is een schuilnaam, nietwaar?’
‘Correct. Uit vrees voor wraakacties wenst hij zijn ware identiteit verborgen te houden. Volgens hem lopen er nog meer aasgieren in het Kapitool rond, wat een goed bewijs is voor de recente aanvallen. De ontmaskering van Admin was slechts het topje van de ijsberg. We hebben nog veel werk te doen als we het Kapitool volledig van deze plaag willen verlossen.
Sam lijkt niet overtuigd. ‘Maar hoe kunnen wij iemand wiens identiteit ons onbekend is vertrouwen? Als we niet voorzichtig zijn verraad hij ons misschien wel!’
Deze opmerking lijkt Hendrik in het verkeerde keelgat te schieten. Zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes.
‘Laat ik bij dezen iets duidelijk maken: ik verbied jullie om vanaf nu nog aan Dolan te twijfelen. Besef je wel tegen wie je het hebt!?’
Zonder zich in te houden smijt Hendrik zijn wapenstok door de ruimte. Meerdere peacekeepers slaan haastig hun armen om hun hoofd.
‘Je mag van geluk spreken dat ik jouw blunder in de Bannedbox door de vingers heb gezien. Wie weet waar onze vier winnaars nu wel niet uithangen. Als het niet aan jouw domheid had gelegen, dan hadden we ze nu te pakken gehad!’
Sam weet niet hoe hij moet reageren. ‘Mijn excuses, ik… ik wilde niet… ik wilde u niet beled-‘
‘DENK DAN VOORTAAN TWEE KEER NA VOORDAT JE JE GROTE BEK OPENTREKT, IDIOOT!’
‘Na… Natuurlijk, Hoofd!’
Sam moet zijn best doen om zijn koelte te bewaren. Hendrik briest.
‘Ik wil geen klachten meer horen. Dolan moet en zal aan jullie zijde meevechten. Ik garandeer jullie dat zijn aanwezigheid van doorslaggevende betekenis zal zijn. En zodra hij zijn nut bewijst, dan kun je in schaamte aan deze avond terugdenken en je realiseren dat je er volledig naast zat. Dat geldt voor iedereen. Ben ik duidelijk!?’
‘Ja, Hoofd!’
‘IK HOOR JULLIE NIET!’
‘JA, HOOFD!’
‘Prima, zo mag ik het horen.’ Hendrik vertoont een zeldzame, subtiele grijns. Opperhoofd moet zich inhouden om hem niet meteen naar de keel te vliegen. Diezelfde tevredenheid toonde hij ook toen hij hem 23 jaar geleden aansprak op de executie van zijn zwangere vrouw. ‘Ik hoop dat je je lesje geleerd hebt,’ zei hij toen. Ja, dat had hij zeker. Hij leerde toen dat het Kapitool zijn trouw niet waard was.
‘Nog vragen?’
Niemand steekt zijn hand op.
‘Mooi zo.’ Hendrik klapt in zijn handen. ‘Iedereen, naar het buffet. Eet goed. Dat is een bevel. Vanavond is jullie laatste gelegenheid om te rusten. Morgenochtend staan jullie allemaal om acht uur op jullie posten. En wees op tijd, want ik ben er om jullie te controleren. We hebben een zware week voor de boeg. Moge de kansen immer in ons voordeel zijn.’
Terwijl de rest van de aanwezigen uit zijn stoel opstaat werpt Opperhoofd nog een vluchtige blik op Dolan, die samen met Hendrik de ruimte verlaat. Wonder boven wonder is hem het lot van Admin bespaard gebleven, maar toch voelt hij zich niet veilig. Er klopt iets niet. Waarom zou Dolan Admin wel verraden hebben, maar hem niet? Heeft Dolan hem nog niet gezien? Zou Dolan hem simpelweg niet herkennen? Of zou er meer achter zitten? Hij weet het niet zeker, maar dat laatste lijkt hem het waarschijnlijkst. Hij herinnert zich nog de dag dat Pocahontas vermoord werd: het gebeurde zonder aankondiging of waarschuwing. In de eerste instantie had hij niet eens op consequenties gerekend. Ook nu kan hem hetzelfde overkomen. Misschien wordt hij dadelijk wel onverwacht in de boeien geslagen of komen zijn collega’s hem ’s nachts van zijn bed liften. Of erger: zijn familie loopt gevaar. Misschien heeft Hendrik al soldaten op pad gestuurd naar District 1, klaar om zijn familie de marteldood te laten sterven... Opperhoofd’s gezicht wordt spierwit. Het zijn allemaal wilde speculaties, maar toch wil hij geen enkel risico nemen. Hij weet waar Hendrik toe in staat is. Zodra hij de buffetzaal binnenloopt laat hij zijn blik grondig de ruimte rondgaan, op zoek naar een mogelijke ontsnappingsroute. Zoals hij al verwachtte staan er beveiligers voor de uitgang om te voorkomen dat soldaten ongeoorloofd de zaal verlaten. Hij laat zich hier echter niet door ontmoedigen. Hij moet en zal hier zo snel mogelijk zien weg te komen. Zo niet, dan zou het wel eens slecht met hem kunnen aflopen…

‘En?’ vraagt Goembario. ‘Hoe gaat het met hem?’
T.G staart sip voor zich uit. ‘Niet zo goed. Hij heeft geen woord meer uitgebracht sinds ik hem het slechte nieuws verteld heb.’
Pascal klopt hem op zijn schouder. ‘Het is niet jouw schuld. Haps was een rebel in hart en nieren. Hij zou het niet erg vinden om zo te sterven.’
‘Inderdaad,’ voegt Klatergoud toe. ‘Ik weet zeker dat Haps niet voor niets is gestorven. Hij zou zich zonder twijfel opofferen om zijn collega’s te beschermen. Net zoals Killfighter dat voor mij heeft gedaan.’
T.G zucht. ‘Dat weet ik, maar… hoe zit het met Baby Krabs? Ik heb hem nooit zo somber gezien. Als hij zo blijft, dan betwijfel ik of hij over twee dagen wel mee kan doen.’
Goembario knikt begrijpend. ‘Het is altijd moeilijk voor een vader om het verlies van zijn zoon mee te maken. Ik ervoer precies hetzelfde toen ik Nick op het scherm neergeschoten zag worden, ook al weet ik inmiddels hoe hij was…’
Klatergoud’s mond valt open. ‘Wat!? Jij… ben jij serieus…’
Goembario schrikt. Nu kan hij zijn geheim niet langer voor haar bewaren.
‘Het spijt me dat ik jou dit nog niet eerder verteld heb. Ja, ik ben de vader van Nick. Die ene Nick.’
Klatergoud slaat haar hand voor haar mond. Tranen worden zichtbaar in haar ogen, terwijl ze enkele stappen achteruit zet. Uiteindelijk draait ze zich om en rent ze weg.
‘Excuseer mij even,’ zegt Goembario haastig. ‘Ik heb haar het een en ander uit te leggen.’ Snel rent hij achter haar aan.
‘Dat was wel een hele ongelukkige timing,’ merkt Pascal op.
‘Alsof we nog niet genoeg aan ons hoofd hadden.’ T.G schudt zijn hoofd. ‘Ik denk dat ik maar naar bed ga.’
‘Nu al? Het is pas tien uur.’
‘Tegenwoordig duurt het bijna drie uur voordat ik in slaap val. Ik kan maar beter zo vroeg mogelijk naar bed gaan als ik morgen enigszins uitgerust wil zijn.’
Pascal haalt zijn schouders op. ‘Wat jij wil. Ik houd in ieder geval de wacht.’
‘Prima. Maak me maar wakker als er iets opvallends gebeurt.’

Met een diepe zucht laat T.G zich in zijn kleren op bed vallen. Nu wordt het wachten totdat hij eindelijk in slaap valt. Iets wat met alle zorgen aan zijn kop waarschijnlijk niet goed gaat lukken. Vanochtend had hij nog goede hoop dat alles goed zou komen, maar de grote verliezen bij de aanval op de Bannedbox, de ontmaskering van Admin en het onbekende lot van zijn drie medewinnaars hebben zijn humeur behoorlijk beschadigd. Hij probeert zo goed mogelijk met alle tegenslagen om te gaan, maar van binnen maakt het hem kapot. Op de momenten dat hij alleen is merkt hij dat veruit het beste. Hij sluit zijn ogen en probeert vergeefs te slapen, totdat hij uiteindelijk zijn telefoon hoort overgaan. Chagrijnig neemt hij op.
‘Hallo? Zijn Tuffie, Hitomi en WM al terug?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt, maar ik wil je graag spreken.’
T.G herkent de zware stem aan de andere kant van de lijn niet. Hij controleert het nummer, maar dat komt hem ook niet bekend voor.
‘Eh… sorry, wie bent u?’
‘Mijn naam wordt later nog wel duidelijk. Eerst wil ik weten of jij het ziet zitten om mij te ontmoeten.’
‘Huh? Een ontmoeting met iemand die ik niet ken? Waarom zou ik?’
‘Omdat de rebellen waarschijnlijk veel aan mij hebben. Sterker nog, ik heb jouw voorganger door je jaren heen op meerdere manier geholpen.’
T.G kan zijn oren niet geloven. ‘De rebellen? Mijn voorganger? Waar hebt u het over? Beseft u niet dat het Kapitool kan meeluisteren!?‘  Plotseling beseft hij wie de man aan de andere kant van de lijn wel eens zou kunnen zijn. ‘Wacht even… bedoelde u zojuist Fisico?’
‘Jazeker bedoelde ik hem. Mijn wapens kwamen hem altijd goed van pas.’
Als een razende komen T.G’s gedachten op gang. Hij herinnert zich een van zijn gesprekken met Fisico.
‘Toadplaza? Wat is dat?’
‘Dat is een illegale wapenhandel die wapens uit het Kapitool via geheime netwerken verkoopt aan klanten in de districten. Niemand weet precies wie erachter zit en hoe hij of zij toegang heeft tot de wapenvoorraad in het Kapitool, maar het wordt steeds vaker gebruikt. De oprichter gebruikt een speciaal telefoonnummer dat niet wordt afgetapt wordt door het Kapitool, en benut deze om zijn wapens te distribueren.

Een rilling loopt over T.G’s rug. Als hij Fisico mocht geloven is deze man volkomen te vertrouwen, maar toch voelt hij zich niet helemaal op zijn gemak.
‘Goed dan… waar en wanneer wenst u mij te ontmoeten?’
‘Het station van District 6, om 6 uur s’ ochtends. Oh, en komt alsjeblieft alleen. Ik doe dit met gevaar voor eigen leven.’
‘Begrepen. Ik zal er zijn.’

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zwijgend zit de groep in een afgesloten coupé. Van de eerste euforie na de geslaagde ontsnapping is weinig meer over. Iedereen lijkt zich hetzelfde af te vragen: wat nu? WM kijkt naar Tuffie. Hij had tot nu toe de leiding op zich genomen, en besloten om naar District 12 te gaan. Maar waarom? De enige plaats waar ze veilig zullen zijn, is bij de Rebellen in district 6. Dat niet iedereen binnen deze groep het eens is met de Rebellen, is niet van belang. Het belangrijkste is nu om iedereen in veiligheid te brengen. Bovendien betekent het schuilen bij de Rebellen niet dat ze ook mee zouden doen met de acties van de Rebellen. WM besluit het er maar op te wagen. “Tuffie?” Tuffie, die afwezig uit het raam had zitten staren, kijkt verbaasd op. “Ja?” WM kucht. “Kan ik je even spreken? Onder vier ogen?” Tuffie trekt zijn wenkbrauw op, maar knikt dan. Samen lopen ze naar de hal naast de coupé.
 
Tuffie kijkt WM vragend aan. “Wat is er?” WM aarzelt even. Hij is er zelf niet ees zeker van of dit wel een slim plan is, dus hoe moet hij Tuffie ooit overtuigen? “Ik zat te denken... Is het wel slim om naar District 12 te gaan?” Tuffie trekt zijn wenkbrauw op. “Hoe bedoel je?” WM zucht. “Kijk Tuffie, we reizen rond met een groep ontsnapte gevangenen. Wijzelf zijn op dit moment waarschijnlijk enkele van de meest gezochte personen in Panem. We moeten onderduiken, en zo snel mogelijk. Bovendien...” WM kijkt door het raamvan de deur naar de coupé. “Kijk eens hoe ze er aan toe zijn. Sommige van deze mensen hebben jaren vastgezeten. We kunnen ze toch niet helemaal naar District 12 meezeulen?” Tuffie zwijgt. Hij staart ook door het raam. Zijn ogen glijden langs Ulysses, wiens gezicht hevig toegetakelt is; de ouders van Necrodeus uit Hongerspelen 14, bleek en uitgemergeld; de jongere broers van Adje uit Hongerspelen 15, bang en hulpeloos zonder hun ouders. Hij kijkt naar Tosti, die met een stalen gezicht voor zich uit staart, en Hitomi, die eruit ziet alsof ze ieder moment kan overgeven. Tuffie zucht. “Wat stel jij dan voor?” WM kijkt Tuffie aan, en ziet aan zijn blik dat hij al weet wat er gaat komen. “De Rebellen hebben een streng bewaakte  ondergrondse schuilplaats. Het was de bedoeling dat we de bevrijdde gevangenen daar naartoe zouden brengen. We kunnen daar onderdak vinden Tuffie.” Tuffie knikt langzaam. “Daar heb ik heus wel over nagedacht. Maar ik ken T.G. Als we daar naartoe gaan, ziet hij dat als een teken dat we aan zijn kant staan.” ‘Staan we niet aan zijn kant dan?” “Begrijp me niet verkeerd” zegt Tuffie, terwijl hij met zijn hand over zijn stoppelbaard strijkt. “Ik ben het ook niet eens met hoe het Kapitool nu is. Maar zo is de wereld nu eenmaal. Er zal altijd verschil zijn tussen arm en rijk. Er zullen altijd mensen aan de macht staan, die die macht gebruiken om het volk te onderdrukken. Daar veranderd de Rebellie niets aan. Het enige wat er veranderd, is dat President Snow vervangen wordt door President T.G, of President Opperhoofd of wat dan ook. Die hele oorlog is zinloos, en kost alleen maar een heleboel levens.” Wm knikt. “Ik begrijp je punt. Maar de oorlog is een feit. Daar veranderen we niets aan. We kunnen ons er buiten houden, ten koste van de gezondheid en veiligheid van de mensen die we horen te beschermen, of we kunnen de Rebellen gebruiken, ook al gaat het tegen onze principes in. Het is slechts de vraag wat je belangrijker vind.” Tuffie staart weer door het raam. De moeder van Jolien uit Hongerspelen 12 zit met haar arm om een groene Hitomi, die zo te zien zojuist heeftover gegeven. Tuffie glimlacht. “Volgens mij gaat het niet zo goed met je vriendin, WM. Ga maar naar haar toe.” “Maar-” “Ga.” WM zucht, en stapt de coupé terug in. Tuffie volgt hem niet. Terwijl WM naar Hitomi toe loopt, vraagt hij zich af wat Tuffie zal doen...
 
 
Gapend komt T.G zijn bed uit. Het is pas half vijf in de ochtend. Veel te vroeg om op te staan. Met een wrange glimlach bedenkt T.G zich dat hij vroeger precies hetzelfde dacht als hij vroeg moest opstaan. Het enige verschil was dat hij toen vroeg moest opstaan om naar school te gaan. Niet om een onbekende wapenhandelaar te ontmoeten, een dag voordat hij de grootste aanslag op het Kapitool ooit zou leiden. Slaperig kleed T.G zich aan, en loopt naar buiten. Hij heeft nog een uur de tijd om naar het station te gaan. Ijd genoeg om nog even snel iets te eten. Of in ieder geval een kop koffie te drinken. Hij loopt naar de kantine. Kok Kevin is zo te zien nog niet wakker. Dan moet hij het zelf maar doen. Terwijl T.G gapend het koffiezetapparaat aanzet, hoort hij achter zich een deur open gaan. Klatergoud komt binnen gelopen.
“O, hoi T.G. Jij ook al wakker?”
T.G haalt zijn schouders op.
“Zoiets. Wat doe jij zo vroeg al op?”
Klatergoud kijkt he schattend aan.
“Ik kan jou hetzelfde vragen.”
“Ik moet zometeen naar een belangrijke afspraak.”
Klatergoud trekt haar wenkbrauwen op.
“Wat voor afspraak?”
“Dat is geheim.”
Klatergoud kijkt even licht beledigd, maar haalt dan haar schouders op.
“Ach ja, waarom zou je mij ook iets vertellen? Het is niet alsof ik morgen voor de zoveelste keer mijn leven voor jou op het spel ga zetten ofzo...”
T.G bromt.
“Zodra ik meer weet, ben jij de eerste die het hoort, nou goed?”
Klatergoud grijnst.
“Dat lijkt er meer op! Doe mij ook maar een bak.”
T.G zet een tweede kopje onder het apparaat. De geur van koffie bereikt zijn neusgaten. Heerlijk, precies wat hij nu nodig heeft. Hij loopt met de twee koppen naar de tafel waar Klatergoud al aan is gaan zitten.
“Alsjeblieft” zegt T.G. Hij gaat tegenover Klatergoud zitten. “Vertel, wat brengt jou al uit je bed op dit vroege uur?”
Klatergoud haalt haar schouders op.
“Ach, ik kon gewoon niet slapen.”
T.G fronst.
“Heeft dat iets te maken met wat Goembario gisteren zei? Dat Nick zijn zoon is?”
Klatergoud opent haar mond om antwoord te geven, maar wordt onderbroken door T.G.
“Sst. Hoorde je dat?”
Klatergoud kijkt verbaasd. T.G loopt richting de deur van de kantine. Dat geluid... Het klonk alsof er een bel ging. Iemand wil naar binnen. En aangezien bij zijn weten alle Rebellen al binnen zijn, kan dat wel eens een probleem betekenen.
 
Zonder een woord rent T.G de kantine uit. Een verbaasde Klatergoud volgt hem. Bij de ingang van de ondergrondse schuilplaats vind T.G Pascal en twee andere Rebellen die volgens hem Neuz en Halt heten. Alledrie staren ze gespannen naar het plafond. Pascal ziet T.G aankomen. “Wat moeten we doen?” T.G staart twijfelend naar boven. “Het kan een valstrik zijn. Dan zeg ik dichtlaten. Aan de andere kannt: waarom zouden Peacekeepers beleefd aanbellen als ze ons na al die jaren eindelijk hebben weten te traceren? Misschien is het Opperhoofd wel ofzo. Laten we ze binnen laten. Het is een gevaarlijke gok, maar... Alles wat we doen is gevaarlijk. En we zijn goed bewapend.” Pascal knikt, en drukt op een knop. Langzaam schuift het plafond open. Een ladder daalt naar beneden. Een voor een komen gedaantes naar beneden geklommen. En al na de eerste gedaante, ziet T.G dat het goed zit: hij herkent Tuffie. Een groot gevoel van opluchting gaat door T.G heen. Niet alleen omdat het geen valstrik van het Kapitool is, maar ook omdat de winnaars ongedeerd zijn. En zo te zien zijn ze erin geslaagd behoorlijk wat familieleden te redden. Pascal omhelst Tuffie en loopt vervolgens naar zijn ouders, terwijl Tuffie op T.G afloopt. Breed grijnzend steekt hij zijn hand uit, die door T.G met een nog grotere grijns wordt geschud. “We dachten: laten we maar eens een bezoekje brengen aan die oude aaseter!” T.G grinnikt. “Hoe zijn jullie weten te ontkomen?” Tuffie haalt zijn schouders op. “Lang verhaal. En voordat ik dat kan uitleggen, moet ik je eerst aan iemand anders voorstellen.” Tuffie kijkt om. T.G volgt zijn blik, langs een glimlachende WM en een bevende Hitomi... Naar Tosti. T.G’s blik verstart. Wat doet Tosti in de Rebellenbasis?
 
Vol walging keek T.G om zich heen. Hij vond het vreselijk om weer terug te zijn. Terug in het Kapitool, terug in de studio. Hij herinnerde zich de vorige keer nog maar al te goed. Hoe hij al zijn belevenissen opnieuw moest ervaren. Hoe het publiek joelde en applaudiseerde, telkens als er op beeld iemand gedood werd. Hoe Caear Flickermann vol enthousiasme had aangekondigd dat er zeker een volgende Hongerspelen zou komen. En nu was hij terug. Niet omdat het moest. Als winnaar van de Hongerspelen genoot T.G privileges die geen ander in Panem bezat. Nee, T.G was terug om de nieuwe winnaar bij te staan. Hoevaak had hij wel niet gehoopt dat er iemand was geweest die hem begreep, die hetzelfde had meegemaakt als hij? Hij moest deze nieuwe jongen de steun geven die hij zelf had gemist.
 
Admin, de Hoofd Peacekeeper, kwam de studio ingelopen. Naast hem liep de jngen die T.G herkende van tv. Tosti was zijn naam. Achttien jaar, leider van Team Rood, beroepstribuut, en winnaar van Hongerspelen 3. Glimlachend liep T.G naar Tosti toe, en stak zijn hand uit. Tosti schudde T.G’s hand, maar glimlachte niet terug. “Ik zal jullie even alleen laten.” zei Admin glimlachend. Hij liep weg. Een ongemakkelijke stilte viel. T.G besloot de stilte maar te doorbreken.
“Probeer je er niets van aan te trekken.”
Tosti keek verbaasd.
“Wat bedoel je?”
“Van wat er zometeen in de studio gebeurd. Probeer alles zoveel mogelijk langs je heen te laten gaan. Als je dat niet doet, herbeleef je ieder moment. Hoe moeilijk het ook is, probeer de gebeurtenissen uit de Arena te vergeten.”
Tosti trok zijn wenkbrauw op.
“Veregeten? Man, waar heb je het over? Dit was de gaafste periode van mijn leven! Hier heb ik bijna 2 jaar naar uitgekeken! Proberen het langs me heen te laten gaan? Man, ik ga genieten van ieder moment!”
T.G stond met zijn mond vol tanden. Bedoelde Tosti nu...
“Maar zit je er dan niet mee dat je onschuldige mensen gedood hebt? Dat 23 anderen zijn vermoord, puur voor het vermaak van het publiek?”
Tosti lachtte.
“Niet alleen voor het vermaak van het publiek hoor, ik heb me zelf ook uitstekend vermaakt! De enige die ik kende was jouw naamgenoot T.G, die kwam uit hetzelfde district als ik. Irritant kutjoch was het. Ik heb er spijt van dat ik hem niet zelf heb kunnen doden. Wat de rest betreft... Ik ken die mensen niet. De meeste waren watjes, jankende kinderen die te bang waren om te vechten voor hun leven. En de rest had zich net als ik vrijwillig opgegeven. Ik heb geen medelijden met Para of Lucoshi. Als ze harder hadden getraint, waren ze beter geweest en hadden ze kunnen winnen. Maar feit is dat ik de beste was. En als je me nu wilt excuseren, ik wil graag genieten van mijn welverdiende roem.”
Met die woorden keerde Tosti T.G de rug toe.
 
Vol afschuw kijkt T.G naar Tosti, die grijnzend terugkijkt. Ze hadden elkaar na hun eerste ontmoeting, nu bijna 10 jaar geleden, nooit meer gesproken. Tosti kwam als enige winnaar nooit opdagen als andere voormalige winnaars bijeen kwamen. Tosti werd pas mentor toen T.G daar mee stopte. Terwijl T.G zich langzaam omhoog werkte binnen de Rebellen, volgde Tosti een gelijkwaardig pad binnen het Kapitool. Hij werd mentor, en later spelmaker van de Hongerspelen. Als enige winnaar woonde hij in het Kapitool zelf. Naar het schijnt had hij een vrij sterke relatie met President Snow zelf. En nu staat hij hier, in de Rebellenbasis. Alles aan T.G schreeuwt dat het een fout is, dat hij Tosti nu ter plekke moet executeren. Maar dat doet hij niet. In plaats daarvan wendt hij zich tot Tuffie. “Tuffie, ik moet nu weg, maar zodra ik terug ben verwacht ik een uitgebreide uitleg. Neuz en Halt, neem Tosti voorlopig mee naar mijn kantoor. Zorg dat hij daar blijft! Pascal en Klatergoud, jullie begeleiden de winnaars en familieleden naar hun kamers.” Zonder op antwoord te wachten, klimt T.G de trap op naar buiten, op weg naar het station. Met een pijnlijk gevoel beseft hij zich dat zijn koffie onaangeroerd in de kantine staat.
 
Terwijl Pascal enkele andere Rebellen uit bed trommelt om te helpen met het verzorgen van de nieuwe lading ontsnapte gevangenen, kijkt Klatergoud met een schuin oog naar WM. Het beeld van een jaar geleden, van WM die met een zwaard Flappie’s leven beëindigd, en hem daarmee niet alleen zijn leven, maar ook zijn kans op wraak op Tuffie ontnam, krijgt ze maar niet van haar netvlies. WM heeft zijn arm om Hitomi, die ontzettend bleek ziet. Klatergoud bedenkt zich dat Hitomi Nick heeft vermoord. De moordenaars van Nick en Flappie, nu een gelukkig koppel... Vreemd hoe het leven kan lopen. En nu moest zij, de enige overlevende van haar oude klas, die twee moordenaars naar hun warme bed brengen. Ze zou dalijk alleen met ze zijn. Het ideale moment om... Klatergoud schudt de gedachte van haar af. WM en Hitomi horen nu bij de Rebellen. Ze staan aan haar kant. Wat er in het verleden is gebeurd, doet er niet toe. Ze loopt op de twee winnaars af. “Kom mee, dan breng ik jullie naar jullie voorlopige huis.”
 
Terwijl ze achter Klatergoud aanlopen, blijft WM bezorgde blikken naar Hitomi werpen. In eerste instantie dacht hij dat ze simpelweg wagenziek was. Maar nu ze op de vaste grond staan, is Hitomi nog steeds niet lekker. Zou het door de spanning komen? Zou haar geweten haar kwellen, na de moorden op “onschuldige” Peacekeepers? WM wist het niet. En wat hij ook probeerde, Hitomi beantwoorde zijn vragen niet. Stilzwijgend loopt ze achter Klatergoud aan. Voor een klein appartemment blijft Klatergoud staan. “Hier is het.” Hitomi loopt meteen naar binnen. WM wil Klatergoud bedanken, maar die kijkt hem verrassend kil aan, en loopt weg. Wat heeft iedereen ineens? Heeft hij soms iets verkeerd gedaan?  WM weet het niet. Hij loopt het appartement in. Hitomi is al in bed gaan liggen. Ondanks dat het 5 uur ’s ochtends is, heeft hij zelf inmiddels ook wel behoefte aan slaap. Het was een lange dag geweest. Stilletjes kleed hij zich uit, en gaat gaat naast Hitomi liggen. Het lijkt erop dat ze al in slaap is gevallen. Zuchtend draait WM op zijn andere zij, en valt langzaam ook in slaap.
 

Na ongeveer een halfuur, durft Hitomi eindelijk op te staan. Het zachte gesnurk van WM naast haar, bevestigd dat hij inmiddels in ee diepe slaap is. Stilletjes kruipt Hitomi uit bed, en loopt naar de badkamer van het appartement. Ze gaat voor de spiegel  staan en haalt even diep adem. Vervolgens haalt ze iets uit haar achterzak. Ze was eerder die dag langs de apotheek geweest. Nog voordat T.G ineens voor hun deur stond. Toen het er nog op leek dat zij en WM hun rustige leventje konden voortzetten. Met ingehouden adem trekt Hitomi haar slipje uit en gaat boven de WC hangen. Haar hart bonst in haar keel. Wat hoopte ze eigenlijk? Alle symptomen wezen erop, maar wie weet... Zou ze het willen? Gisteren was die vraag makkelijker geweest. Maar nu? Het is oorlog. En zij en WM zitten er midden in. Stel dat een van hen overlijdt? Al Hitomi’s overpeinzingen komen tot stilstand als ze naar het staafje kijkt. De kleurstrip, die eerder nog wit was geweest, kleurt felblauw. Hitomi snakt naar adem. Dus toch. Ze staart naar de openstaande deur, waarachter WM nietsvermoedend ligt te slapen. Wat moet ze nu? Hoe moet ze, uitgerekend nu, uitgerekend hier, vertellen dat ze zwanger is?

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
Met een reeks luide galmen geeft de klok van het stationsgebouw aan dat het 6 uur is. In de duisternis van de nog niet opgekomen zon maakt het toch al afvallige gebouw een onheilspellende indruk. Misselijk van de spanning loopt T.G naar binnen. Moet hij hier de mysterieuze Toadplaza ontmoeten? Hij heeft geen enkel idee wat hij kan verwachten. Hij probeert zichzelf ervan te overtuigen dat alles onder controle is, maar het idee dat hij nu iemand gaat ontmoeten die niemand anders dan Fisico heeft gezien bezorgt hij behoorlijk de kriebels. Is deze man wel echt te vertrouwen?
Laser loopt gehoorzaam achter hem aan, geen flauw benul hebbend van de mogelijk hachelijke situatie waar ze zo in terecht komen. Ondanks alle moeilijkheden die T.G’s leven op zijn kop gezet hebben is er altijd nog Laser, die hem continu eraan herinnert hoe het is om volledig zorgeloos te zijn. Hij zou graag wat vaker met hem willen optrekken, maar door alle hectiek in verband met de rebellie komt hij daar zelden aan toe. Bovendien lopen er op de rebellenbasis meerdere mensen rond die allergisch zijn voor honden, wat hem noodzaakt om Laser voor het grootste deel van de dag in een geïmproviseerd huis aan de oppervlakte opgesloten te houden. Veel te eenzaam voor zo’n sociaal dier. Gelukkig geeft Reina hem te eten en laat ze hem vaak uit, waardoor hij al met al niet verwaarloosd wordt. Op Fisico’s oude huisgenoten na is Laser voor veel rebellen echter een doorn in het oog. Een keer, toen Reina vanwege een zenuwinzinking Laser niet kon uitlaten, had T.G Pascal weten over te halen om het te doen, maar die kwam na een paar minuten boos terug. ‘Als ik vandaag iets geleerd heb, dan is het wel dat ik nooit een hond wil!’ had hij gezegd. Geen succes. T.G is dan ook blij als hijzelf de nodige aandacht aan Laser kan geven.
Maar was het wel een goed idee om hem nu bij zich te hebben? Puur uit paranoia voor een eventuele slechte afloop had hij zijn trouwe wolfshond meegenomen. Hiermee gaat hij tegen de eis van Toadplaza in, en dat maakt hem ergens alleen maar nerveuser. Hoe zou erop gereageerd worden?
Plotseling begint Laser ongecontroleerd te blaffen. T.G schrikt.
‘Laser, af!’
Heel even lijkt Laser zijn commando te begrijpen, maar na een paar seconden begint hij toch weer lawaai te maken. Een vaag besef dringt tot T.G door. Laser ruikt waarschijnlijk een derde persoon. Ze zijn niet alleen.
‘Welk deel van ‘kom alsjeblieft alleen’ begrijp jij niet!?’
Daar komt het antwoord al. Een diepe, minachtende stem weergalmt door de stationshal. Ondanks de rilling die over zijn rug loopt blijft T.G beheerst en draait hij zich naar links. Daar, leunend tegen de muur, staat een donkere gedaante, gehuld in een hoed en een lange jas. Het kleine beetje licht dat door de ramen naar binnen sijpelt onthult een barse uitdrukking op zijn gezicht. Laser gaat volkomen tekeer.
‘LASER!’
Maar Laser luistert niet. Blijkbaar heeft T.G Laser toch niet zo goed onder controle als hij dacht. Zijn hart voelt aan alsof het onder stroom staat. Hij heeft de hele ontmoeting in gevaar gebracht en hierdoor zal hij vast en zeker in de problemen komen.
‘Rustig.’
De mysterieuze man knipt met zijn vingers. Laser wordt direct stil.
‘Het is lang geleden sinds ik jou heb gezien, vriend.’
T.G kijkt verbaasd toe hoe Laser zich onverwachts en enthousiast in de armen van de man werpt.
‘Wacht eens even… kent u die hond?’
‘Het is een wolf, welteverstaan. Geen tijd voor vragen nu. We moeten maken dat we wegkomen. Laser’s geblaf zal vast de aandacht van een paar peacekeepers hebben getrokken. Volg mij.’
Dat laat T.G zich geen twee keer zeggen. Zo snel mogelijk rent hij achter de man aan. Zoals gebruikelijk lijken zijn zorgen weer volledig voor niets te zijn geweest. Het feit dat deze man Laser kent en zelfs zijn naam weet heeft zijn onzekerheden grotendeels uitgewist.

Al gauw rennen ze een onopvallend steegje in. Achter hen verzamelen verschillende peacekeepers zich op het station.
‘Poeh poeh, dat was op het nippertje.’
Voordat hij zich kan omdraaien krijgt hij een mep in zijn gezicht.
‘Auw… waar was dat goed voor?’
‘Schaam jezelf, jongeman. Besef je wel hoe fout dit had kunnen aflopen? Per slot van rekening  hoor ik hier niet eens te zijn!’
‘Sorry, ik heb… ik denk dat ik gewoon vertrouwensproblemen heb.’
‘Laat een excuus maar achterwege. Ik stel voor dat we ter zake komen.’
‘Ja, ik ook.’ Voor het eerst kan T.G zijn nieuwe kennis goed bekijken. De man draagt een bril een heeft een gerimpeld gezicht. Aan zijn lange, grijze haren te zien, die onregelmatig onder zijn hoed uitsteken, heeft hij waarschijnlijk zijn beste tijd al gehad. ‘Wie bent u eigenlijk?’
‘Mijn naam is Sven Window. Aangenaam.’
De onthulling stoot T.G tegen zijn borst. Dit had hij niet aankomen.
‘Ik ken die naam. Bent u niet die ene professor van het beruchte wolvenexperiment? U voedde een jongen op in een wolvenreservaat om de ontwikkeling van zijn gedrag te bestuderen. Dezelfde jongen die later in de Hongerspelen eindigde. Sta ik nu echt oog in oog met diezelfde wetenschapper?’
‘Correct.’
T.G wil reageren, maar voordat hij de woorden in de mond kan nemen plaatst Sven een vinger op zijn mond.
‘Ik weet wat je gaat zeggen. Het is typisch menselijk om overhaaste conclusies te trekken bij kennisneming van een andermans slechte daden. Ik heb niet voor niets een onderscheiding in psychologie.’
T.G weet niet wat hij moet zeggen. ‘Maar… ik dacht…’
‘Zelf zou ik nooit aan zo’n experiment beginnen. Alles was in opdracht van President Snow.’
‘Oké… dat kon ik natuurlijk niet weten.’
‘President Snow houdt mij al jaren onder de duim. Hij noemt mij zijn vriend, maar hij behandelt mij als een stuk oud vuil. Enkel ter bevrediging van zijn ongezonde nieuwsgierigheid heb ik talloze keren mijn geweten moeten uitschakelen.’
T.G knikt begrijpend. ‘Ik geloof dat u daarin niet de enige bent.’
‘Nee, dat ben ik niet en ik wil ook niet de indruk wekken dat ik dat denk. Maar ik was wel zijn eerste slachtoffer. Al sinds de middelbare school gaan wij met elkaar om. Die tijd kan ik mij nog goed herinneren. Allebei hadden wij een grote passie voor wetenschap en allebei hadden wij de ambitie om na het behalen van ons eindexamen naar Toadplaza te gaan, destijds de grootste en meest prestigieuze universiteit van het Kapitool. Ik werd aangenomen, maar Snow had minder geluk.’
‘Ik kan mij voorstellen dat hij dat niet leuk vond.’
‘Dat is nog zacht uitgedrukt. Na zijn afwijzing veranderde onze verhouding aanzienlijk. Hij gedroeg zich kil en afstandelijk tegenover mij. Ik vermoed dat hij jaloers op mij was.’
‘Maar jullie bleven wel met elkaar in contact, toch?’
‘Jazeker, maar niet op een gewenste manier. Vanaf het moment dat zijn politieke carrière van start ging begon hij aan de lopende band misbruik van mij te maken. Keer op keer gaf hij mij de opdracht tot ondenkbare experimenten of dwong hij mij om advies te geven voor zijn obscure praktijken. Het wolvenexperiment met Duck is slechts een voorbeeld daarvan. Maar het schokkendste van alles was nog wel de dag dat Toadplaza werd opgeblazen.’
‘Volgens de schoolboeken werd die aanslag gepleegd door rebellen, maar bedoelt u nu te zeggen dat Snow… nee, dat kan niet…’
‘Ik vrees van wel,’ verzucht Sven. ‘Honderden ijverige studenten, allemaal weggevaagd van de aardbodem . Het was een van de grootste tragediën die het Kapitool ooit heeft gekend.’
T.G’s mond valt open. ‘Godallemachtig…’
‘De ware toedracht van de aanslag is nooit boven water gekomen, maar het gaf het Kapitool wel een excuus om harder op te treden tegen iedere vorm van oppositie. Diep van binnen heb ik altijd al vermoed dat er meer achter zat.’
‘Maar… waarom deed u dan niets!? Zoiets is krankzinnig!’
‘Ja, dat weet ik. En ja, daar heb ongelofelijk veel spijt van. Jarenlang overtuigde ik mijzelf ervan dat President Snow gewoon beschadigd was, dat hij gefrustreerd was omdat hij zijn droomfunctie niet kon vervullen. Jarenlang heb ik hem gesteund en geadviseerd, hopende dat er nog iets over was van de jongen met wie ik op school bevriend raakte… ik had beter moeten weten. Ik had eerder moeten beseffen dat hij gewoon een monster is. Als ik dat eerder beseft had, dan… dan...’
‘Wat is er?’
Sven slaakt een diepe zucht. Zijn gezicht ziet er spontaan nog ouder en versletener uit dan al het geval was.
‘Jaren geleden, toen de oorlog nog aan de gang was, adviseerde ik hem over een nieuwe methode om de rebellen aan te pakken. Ik stelde voor dat, aangezien we onze rebellengevangenen niet aan de praat konden krijgen door ze te martelen, we hun kinderen zouden kunnen martelen. Ik bedoelde er eigenlijk niets mee. Ik verwachtte niet dat hij zo ver zou gaan als het martelen van kinderen. Mijn enige doel was om hem te kalmeren. Maar hij bleek mijn voorstel als een serieuze optie te zien. Toen wist ik dat ik een catastrofale fout had gemaakt.’
T.G brengt zijn hand naar zijn hoofd. ‘Nee… zeg me alsjeblieft dat u een grapje maakt…’
‘Helaas niet. Het bestaan van de Hongerspelen is mijn schuld.’

Een pijnlijke stilte volgt. T.G heeft moeite om Sven aan te kijken. Hoe moet hij nu reageren? Het is moeilijk te geloven dat al zijn nare herinneringen aan de Hongerspelen blijkbaar aan deze oude man te wijten zijn.
‘Maar daarom ben ik ook hier,’ zegt Sven na een tijdje. ‘Juist om mijn fout recht te zetten heb ik Fisico de voorgaande jaren gesteund. Ik voorzag hem van wapens en gaf hem advies. Dat is wat ik nu ook wil doen. Alsjeblieft, T.G… als je mij wilt vergeven, dan kunnen we samen richting een oplossing werken. Samen kunnen we Panem van Snow’s ijzeren greep verlossen. Ik smeek jou om mij te vertrouwen.’
‘Ik begrijp dat u niet wist wat u zei,’ zegt T.G, niet helemaal oprecht. ‘En ik ben ook van mening dat degene die de trekker overhaalt de belangrijkste schuldige is. Mijn grootste zorg is echter hoe alle andere rebellen of slachtoffers van de Hongerspelen hierop zouden reageren.’
‘Dat is ook de reden dat ik maar zo huiverig ben om contact op te nemen met de rebellen. Ik wil simpelweg niet riskeren dat ze bij toeval achter de waarheid komen. Zoals de zaken nu liggen wordt ik al door velen veracht, maar de kennis dat ik verantwoordelijk ben voor de Hongerspelen… het zou mij in een klap tot de meest gehate man van het land maken. Ik zou nergens meer veilig zijn.’
‘U bent niet de enige undercoverrebel, hoor. Wellicht wist u het nog niet, maar Opperhoofd werkt ook al heel lang met ons samen. Hij licht ons in over militaire activiteiten.’
‘Dat is mij geen verrassing. Ik had al sterke vermoedens over hem. Ik heb ontelbare keren overwogen om het hem te vertellen, maar… ik kan het niet. Ik durf het niet. Niet aan iemand wiens kinderen jaar in jaar uit in de Hongerspelen gestorven zijn...’
‘Dat was zijn eigen keuze Sven, maakt u zich maar geen zorgen.’
‘Zelfs al zou hij het mij vergeven, zelf kan ik het niet.’
T.G kijkt Sven meelevend aan. Ook hij kan het hem moeilijk vergeven dat hij door zijn vergissing gedwongen was om te moorden. Maar hij lijkt er wel heel erg onder te lijden. Hij is bij lange na niet de enige schuldige aan de gruwelen van de Hongerspelen. Misschien kan hij hem maar beter een kans geven.
‘Hoe het ook zij, weet in ieder geval dat ik u wel vergeef, Sven. Zonder uw geheime steun zou de rebellie nooit zo groot zijn geworden. Ik weet zeker dat u kunt helpen.’
Langzamerhand komt er meer leven in Sven’s gelaatsuitdrukking. Zijn oude, gerimpelde gezicht maakt plaats voor oprechte vreugde. Uiteindelijk glimlacht hij alsof hij dat nog nooit eerder had gedaan.
‘Mijn dank is groot, T.G. Fisico zou trots op jou zijn geweest.’
T.G kijkt vertwijfeld naar de grond. ‘Tja… hij was een grote inspiratie voor mij.’
‘Hij heeft mij ook veel over jou verteld. Hij had veel vertrouwen in jou.’
‘Ik weet eigenlijk niet waarom. Voor zover ik weet heeft de rebellie veel meer aan hem gehad dan aan mij.’
Sven lacht. ‘Als jij de rebellen naar de overwinning wilt leiden, dan moet je ten eerste leren jezelf niet zo te onderschatten.’
Laser blaft enthousiast mee.
‘Zie je? Zelfs Laser is het er mee eens!’
T.G glimlacht verlegen. ‘Tja… het is een slimme jongen, vind je ook niet?’
Sven knikt. ‘Hij komt uit hetzelfde experiment als Duck. Hij was een van zijn broers.’
‘Oh, meent u dat? Dus hij is wel degelijk een wolf… hoe is hij eigenlijk bij Fisico terecht gekomen?’
‘Zoals je waarschijnlijk wel weet heb ik veel districten afgereisd om Duck aan het publiek te tonen. Het was uiteraard een opdracht van Snow, maar ik buitte deze gelegenheid altijd uit om Fisico te ontmoeten. Stiekem hoopte ik dat Duck aan hem kon meegeven, dat ik die arme jongen een kans kon geven om zich normaal te ontwikkelen… maar dat zou de woede van Snow ontketenen. Daarom liet ik een van de wolven uit het reservaat ontsnappen. Dat was het minste wat ik voor een dier in gevangenschap kon doen.’
T.G kriebelt Laser onder zijn kin. ‘Ik hoop dat hij zijn familie niet al te veel mist.’
‘Als hij zou weten hoe het met Duck afgelopen is, dan zou hij de verantwoordelijken ongetwijfeld aan stukken schuren. Ik hoop dan ook dat wij hem gerechtigheid kunnen doen.’
‘Net als alle andere slachtoffers van het Kapitool,’ voegt T.G toe. ‘Dus… wat gaan we nu doen? Hebt u nog wapens meegenomen?’
Sven grijnst. ‘Jouw instelling bevalt mij wel, jongeman. Ik moet je teleurstellen, maar ik heb wel iets anders meegenomen.’
Plotseling haalt hij een zendertje uit zijn zak tevoorschijn. T.G neemt het verbaasd aan.
‘Wat is dit voor een ding?’
‘Probeer het eens uit, zou ik zeggen. Druk maar op het rode knopje.’
T.G doet wat Sven zegt, maar er gebeurd niets. Even denkt hij dat hij in de maling genomen wordt, maar dan valt Laser’s reactie hem ineens op. Hij spitst zijn oren en schakelt om naar een staat van uiterste alertheid.
‘Huh? Wat…’
‘Deze zender zendt een ultrasonisch geluid uit dat voor mensen onhoorbaar is, maar voor wolven niet. Voor hen klinkt het als een roep om hulp, waardoor je letterlijk van iedere wolf op je pad een bondgenoot kunt maken.’
‘En hoe gaat dat ons helpen?’
‘Ik hoopte al dat je dat zou vragen. De nieuwe Hoofd-peacekeeper heeft mij gevraagd om een leger van wolfmulitanten te creëren die zijn soldaten tijdens een mogelijke strijd in het Kapitool zullen bijstaan. Ik kan je vertellen dat hij mij er eeuwig dankbaar voor was. Wat hij echter niet weet is dat ik deze wolfmulitanten gecreëerd heb uit het DNA van de wolven waar ik samen met Duck en Laser op geëxperimenteerd heb. Met andere woorden: ze communiceren op precies dezelfde manier als gewone wolven.’
Langzaam dringt het tot T.G door wat Sven bedoelt. Het liefst zou hij er nuchter op reageren, maar hij kan niet voorkomen dat er een brede, zelfverzekerde grijns op zijn gezicht verschijnt.
‘Met nog meer andere woorden: met dit ding kunnen we het tij binnen luttele seconden keren.’
‘Correct.’ Sven klopt T.G op zijn schouder. ‘Nou, waar wacht je nog op? Dit zijn de laatste loodjes. Bereid je voor op het einde.’
T.G schudt Sven plechtig de hand. ‘Ik kan u oprecht niet genoeg bedanken.’
‘Zo mag ik het horen. Ga nu maar gauw terug. Jouw bondgenoten zullen zich vast afvragen waar je blijft.’
‘Inderdaad. Ik zal aan u denken als ik hopelijk binnen enkele dagen de aanval open.’
‘Veel succes, partner. Als je mijn hulp nodig hebt, dan kun je altijd contact opnemen.’

T.G staat op het punt zich om te draaien en terug te keren naar de basis, maar dan herinnert hij zich zijn gesprek met Klatergoud.
‘Trouwens… mag ik de andere rebellen over onze ontmoeting vertellen, of moet ik het geheim houden?’
Sven zucht. ‘Dit blijft een gevoelige kwestie voor mij. Ik weet namelijk niet zeker of alle rebellen net zo vergevingsgezind zijn als Fisico en jij. Waarschijnlijk zien velen van hen mij ondanks alles nog steeds als een van President Snow’s belangrijkste aanhangers. Wat ook niet geheel onterecht is, natuurlijk.’
‘Maar u hebt het tegendeel toch bewezen? U hebt ze jarenlang voorzien van wapens! Is dat niet genoeg om uw fouten goed te maken?’
‘Misschien… maar durf het er niet op te wagen. Een verkeerde daad weegt vaak zwaarder dan duizend goede daden. Zeker als het gaat om gevoelige onderwerpen als de Hongerspelen. Geloof me T.G, ik waardeer jouw begrip, maar jij bent een van de weinigen die het begrijpt. Die het écht begrijpt. Ik ken genoeg rebellen om te weten dat ze niet allemaal even goedaardig zijn.’
‘Ja, ik ook…’ T.G merkt een zekere waarschuwing in Sven’s stem op. Hij vraagt zich af wie hij dan precies gekend heeft dat hij zo erg op zijn hoede is, dat hij zo onwillig is om de waarheid bekend te maken… hij wil zijn mond opendoen, maar Sven is hem voor.
‘Ach, laat ook maar zitten. Het zou onzin zijn om het nog langer te verbergen. Je mag het  jouw collega’s doorvertellen.’
‘Geen probleem. Ik hoop dat zij u net zo dankbaar zijn als ik.’
‘Ja, dat hoop ik ook. Mocht ik Opperhoofd nog tegenkomen, dan zal ik hem ook de waarheid vertellen. Ik kan mijn duistere geheimen immers niet voor eeuwig buiten het daglicht houden.’
T.G geeft een goedkeurend knikje. ‘Over daglicht gesproken, de zon komt al op. We kunnen maar beter weggaan voordat we samen gezien worden.’
‘Je hebt gelijk. ik moet terug naar het Kapitool. Hendrik de Pad komt waarschijnlijk controleren of ik al aan het werk ben.’
‘Prima, dan laten we het hierbij. Ik ga weer terug naar mijn basis.’
‘Nogmaals, veel succes jongeman. Voor Panem.’
‘Insgelijks. Tot ziens.’

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
T.G loopt peinzend richting de basis van de Rebellen. Het gesprek met Sven Window heeft hem aan het denken gezet. Het zou inmiddels niet meer als een schok moeten komen dat een van de meest vooraanstaande personen binnen het Kapitool in het geheim de Rebellie steunt; tenslotte gingen Admin, Opperhoofd en Mie de Hamster hem reeds voor. En het zou inmiddels ook niet meer als een schok moeten komen dat iemand die zo nou betrokken was bij de Hongerspelen in het geheim de Rebellie steunt; T.G zelf was nota bene jarenlang trainer geweest, en Fisico zelfs Spelmaker. Maar toch... Sven Window had de Hongerspelen bedacht. Sven Window was de directe aanleiding van al T.G’s trauma’s geweest... En toch is het T.G wel duidelijk geworden dat Sven te vertrouwen is.
 
Tosti’s daden voor het Kapitool verbleken eigenlijk in vergelijking met Sven. Moet T.G Tosti een tweede kans gunnen? Hij kende de winnaar van Hongerspelen 3 eigenlijk nauwelijks. T.G had Tosti’s Hongerspelen niet heel uitvoerig gevolgd; daarvoor was alles toen nog te vers. En buiten hun eerste ontmoeting hadden de twee elkaar nooit meer gesproken. Het was puur die eerste indruk, gecombineerd met Tosti’s carrière binnen het Kapitool, die T.G zo tegen staat. En dat is niet genoeg om iemands ware intenties op te baseren. T.G zucht. Was het stom van hem geweest om Tosti direct als een gevangene te behandelen? Moet hij zijn excuses aanbieden? Hij weet het niet.
 
Fisico had T.G ooit verteld over zijn eerste ontmoeting met Tosti. “Een eigenaardige jongen. Heel anders dan jij en ik. Tosti heeft zich vrijwillig opgegeven. Hij wilde meedoen. Hij vind de Hongerspelen geweldig. Daarom wil hij zich niet bij ons aansluiten.” Fisico had niets gezegd over Tosti’s politieke standpunt. Hij had alleen gezegd dat Tosti zich niet wilde aansluiten omdat hij de Hongerspelen leuk vond. Afwezig aait T.G Laser over zijn hoofd. “Was je baasje er nog maar, Laser” zucht hij. “Die zou weten wat hij moest doen. Ik ben hier helemaal niet voor gemaakt. Morgen moet ik de grootste aanslag op het Kapitool in de geschiedenis leiden. En ondertussen moet ik me druk maken over de geheimzinnige spion binnen de Rebellie, over onze eigen spion in het Kapitool, en over een mede-winnaar die ik om oppervlakkige redenen niet vertrouw. Ik zal blij zijn als alles afgelopen is, Laser.” Zuchtend belt T.G aan bij de Rebellenbasis.
 
Tuffie is degene die de deur opent. Verbaasd kijkt hij toe hoe T.G de ladder af komt geklommen. “T.G? Waar kom jij nu weer vandaan?” T.G schud zijn hoofd. “Dat komt straks wel. Eerst móet ik de koffie drinken die ik vanmorgen besteld heb.” Met opgetrokken wenkbrauwen volgt Tuffie T.G en een kwispelende Laser naar de kantine, waar Klatergoud, inmiddels vergezeld door Goembario, zit te wachten. Zo te zien waren de twee in diep gesprek, maar als Klatergoud T.G binnen ziet omen, vliegt ze meteen overeind. “Ah, daar ben je! Vertel op!” T.G zucht. “Dalijk, eerst koffie.” Klatergoud kijkt verbaasd naar Tuffie, die zijn schouders ophaalt. Ondertussen ploft T.G op een van de stoelen neer, met een warme kop koffie in zijn hand. “Goed, dat had ik even nodig. En om jullie vragen te beantwoorden: ik was op het station. Ik had een ontmoeting met iemand. Wie dat is, zal ik jullie straks vertellen. Maar ik vind dat alle Rebellenleiders daarbij aanwezig moeten zijn, dus zorg dat Baby Krabs, Pascal en Corneel over een uur in mijn kantoor zijn. En laat de Hongerspelen winnaars ook maar komen.” Klatergoud wil haar mond open doen om nog iets te zeggen, maar T.G is haar voor. “Ja Klatergoud, jij mag ook komen.” Tevreden volgt Klatergoud Goembario en Tuffie naar buiten, om de benodigde mensen in te lichten.
 
 
Hitomi-8 slentert door de straten van het verrassend grote complex waar de Rebellen zich schuilhouden. Nadat ze ontdekt had dat ze zwanger is, lukte het haar niet meer om in slaap te komen. Om WM zijn nachtrust wel te gunnen, besloot ze maar wat te gaan wandelen. Het is opvallend rustig in de Rebellenbasis, zeker als je je bedenkt dat de aanslag op het Kapitool morgen gepland staat. “Stilte voor de storm”, bedenkt Hitomi-8 zich. Plots wordt haar aandacht getrokken door iets anders. Op een bankje, even verderop in de straat, zit haar naamgenote, de kersverse winnares van Hongerspelen 15. Niet bepaald tot Hitomi-8’s verbazing lijkt Hitomi-15 te huilen. Hitomi-8 herinnert zich nog goed hoe zijzelf in de dagen na de finale, waarin ze NMU doodde en daarmee de Hongerspelen won, te pas en te onpas in huilen uitbarstte. Ze besluit Hitomi-15 maar even te troosten. Tenslotte had zij destijds ook veel troost gevonden bij Tuffie, die tenminste begreep wat ze allemaal had meegemaakt in de Arena. Hitomi-8 gaat naast Hitomi-15 op het bankje zitten. “Last van flashbacks?” Geschrokken kijkt Hitomi-15 op. Het is pas op dat moment dat Hitomi-8 zich beseft dat ze elkaar nog niet eerder ontmoet hebben. Glimlachend steekt ze haar hand uit. “Hoi Hitomi. Ik ben... Hitomi.” Hitomi-15 glimlacht. “Ik weet wie je bent. Ik keek de hongerspelen vroeger ieder jaar. Jij was veruit mijn favoriet.” Hitomi-8 voelt dat ze licht bloost. “Waarom was je aan het huilen?" Hitomi-15 bijt op haar lip. “Het is...” Ze stopt even. Ze kent Hitomi-8 pas net. Waarom zou ze háár vertellen wat haar dwars zit. Maar da kijkt ze haar naamgenote aan. Met een schok beseft Hitomi-15 zich dat het meisje naast haar, ondanks dat ze de Hongerspelen 4 jaar eerder gewonnen had, nog steeds jonger is dan zijzelf. Alles wat Hitomi-15 heeft meegemaakt, maakte Hitomi-8 mee toen ze pas 12 was. Ineens komt alles eruit. “Ik heb mensen vermoord en iedereen vind dat maar normaal maar dat is niet zo en Sushi en Lyne en zoveel anderen verdiende het veel meer om te winnen dan ik en ik heb Lyne verraden maar ik hou van haar maar mijn ouders geloven het niet en willen niet dat ik lesbisch ben en nu is Ulysses hier en voel ik me schuldig vanwege Lyne en ik voel me dan weer schuldig tegenover Lyne vanwege Reina en ik voel me schuldig tegenover Reina omdat ik nog van Lyne hou en dus niets met haar kan beginnen en iedereen hier is zo lief maar straks gaat iedereen dood en blijf ik alleen over en dat wil ik niet ik wil gewoon dat alles weer wordt zoals het was en ik wil Lyne terug en ik wil Reina ook en ik wil dat mijn ouders gewoon begrijpen wie ik ben en ik wil de Hongerspelen voor altijd vergeten en-”
 
Jolien probeert haar lach in te houden als ze de twee Hitomi’s ziet. Hitomi-15 blijft maar door ratelen, terwijl Hitomi-8 met een steeds zorgelijker gezicht probeert wijs te maken uit wat er gezegd wordt. Om haar vriendin uit haar lijden te verlossen, kucht ze. Hitomi-15 houdt meteen haar mond.  Jolien glimlacht. “Sorry dat ik jullie stoor, maar T.G heeft opdracht gegeven om alle Rebellenleiders en winnaars te verzamelen in zijn kantoor. Geen idee waarom, maar het zal wel belangrijk zijn. Beide Hitomi’s knikken, en staan op. Hitomi-15 veegt haar tranen weg. Jolien gaat naast Hitomi-8 lopen. “Het is een lief meisje hoor” fluistert ze. “Alleen voelt ze nogal veel op het moment.” Hitomi-8 glimlacht. “Ach, volgens mij waren wij precies hetzelfde op dat moment.” Jolien grinnikt. “Daar zit wat in. Zeg, hoe is het eigenlijk met jou? Ik hoorde van Tuffie dat je je niet zo goed voelt?” Hitomi-8 twijfelt eventjes. Moet ze Jolien vertellen wat er aan de hand is? Dat ze als zestienjarige op de vooravond van een grote oorlog waarin zowel zij als haar kersverse vriend in betrokken zijn, zwanger is? Maar nog voordat ze iets kan antwoorden, hoort ze haar naam geroepen worden.
 
WM rent op Hitomi-8 af. “Waar was je? Ik schrok me kapot toen ik wakker werd en jij niet naast me lag!” Hitomi-8 omhelst WM zachtjes. “Het spijt me, maar ik kon niet slapen dus ben ik maar eventjes gaan wandelen.” WM kijkt haar bezorgd aan. “Voel je je nog steeds niet lekker? Misschien moeten we er een dokter bijhalen, dan-” Hitomi-8 legt een hand op zijn mond. “Ik heb geen dokter nodig. Ik weet wat er aan de hand is. Ik-” “Hé tortelduifjes!” Tuffie komt aangelopen. “Bewaar dat geflikflooi maar voor in je eigen tijd, T.G wacht!” Hitomi-8 zucht. “Ik vertel het je straks wel. Kom.” Hitomi-8 en WM volgen Tuffie, Jolien en Hitomi-14 naar het kantoor van T.G, waar Goembario, Baby Krabs, Pascal, Corneel, Klatergoud en Tosti al zitten te wachten. Laser ligt kwispelend aan de voeten van T.G, die aan het hoofd van de tafel zit. Hij kijkt toe hoe de laatkomers hun plaats innemen, en staat dan op.
 
Ad Venture is de enige nog levende winnaar die hier niet aanwezig is, bedenkt T.G zich als hij de tafel rondkijkt. Fisico zou trots op hem zijn. T.G schraapt zijn keel. “Goed mannen.” Klatergoud kucht overdreven. “En vrouwen, sorry. Eerder deze ochtend heb ik een ontmoeting gehad met professor Sven Window. Hij is degene geweest die ons de afgelopen jaren onder de naam Toadplaza van wapens heeft voorzien. Maar dat is niet het enige.” Hij haalt de zender uit zijn zak. “Window gaf me ook dit. Hiermee kunnen we de Wolf-mutilanten die het Kapitool wil inzetten, aan onze kant krijgen. 1 druk op deze knop, en het volledige mutilantenleger keert zich tegen het Kapitool.” Er wordt opgewonden geroezemoesd in het kantoor. T.G glimlacht. “Jullie begrijpen hoe belangrijk dit is. En daarom wil ik ook dat jullie dit allemaal weten. Sven Window is een naam die de geschiedenis in moet gaan als een van de grootste Rebellenstrijders aller tijden.” Er klinkt instemmend gemompel. “En dat brengt me bij jou” zegt T.G, iets killer dan hij wilde, terwijl hij zich tot Tosti wendt. Die kijkt hem met een stalen gezicht terug aan. “Hoe zal jouw naam de geschiedenis ingaan, Tosti?”Tosti grijnst. “Waarschijnlijk als de winnaar van de 3e Hongerspelen. Echt zo’n typisch Triviant-antwoord.” Tuffie en Pascal grinniken, maar T.G kan er niet om lachen. “Ik meen het serieus Tosti. Sta je aan de kant van de Rebellen? Of moeten we je ter plekke executeren?” Tosti rolt met zijn ogen. “T.G, denk eens na. Wie was mijn mentor? Wie heeft mij altijd begeleid, zowel voor als na de Hongerspelen? Wie heeft mij een baan in het Kapitool gegeven?” T.G knikt langzaam. “Mie de Hamster.” Tosti grijnst. “Precies!  Ik heb de afgelopen jaren voor Mie gespioneerd binnen het Kapitool. Kom op man, je weet toch dat ik, voordat Mie zich bij jullie aansloot, niets meer met de Hongerspelen te maken wilde hebben? Dat was een gepasseerd station. Nee, ik ben alleen trainer en spelmaker geworden vanwege Mie. Vanwege jullie!” T.G wil antwoorden, maar hij wordt onderbroken. De deur van het kantoor vliegt open. Reina staat hijgend in de deuropening.
 
Hitomi-15 voelt een rilling door haar lichaam gaan, terwijl Laser vrolijk tegen Reina opspringt. T.G kijkt verbaasd. “Reina? Wat doet jou denken dat je hier zomaar binnen kunt komen stormen, tijdens een belangrijke vergadering?” Reina zucht. “Het spijt me T.G, maar dit is belangrijk! Yannick en Ellen hebben zojuist contact gemaakt met Opperhoofd, en hij zegt dat hij jou heel dringend mot spreken!” Zonder iets te zeggen, springt T.G overeind. Corneel, Pascal en Goembario volgen zijn voorbeeld. Allevier volgen ze Reina naar het kantoor van Corneel, waar Yannick en Ellen druk in de weer zijn met allerlei apparatuur. T.G vliegt haast naar ze toe.“Hebben jullie nog contact met hem? Ik móet Opperhoofd spreken!” Yannick schud zachtjes zijn hoofd, en Ellen overhandigd een beeldscherm aan T.G. Over T.G’s schouders kijken de andere 3 Rebellenleiders mee. Een opname van het eerdere gesprek met Opperhoofd verschijnt in beeld. Opperhoofd staart hen aan vanaf het scherm. Hij kijkt haastig om zich heen.
“Is T.G aanwezig?”
Er volgt een korte pauze, waarschijnlijk het moment waarop Yannick of Ellen antwoord gaf.
“Ik moet hem dringend spreken! Ga hem halen!”
“Dit is het moment dat ik jou ging halen.” fluistert Reina. T.G sist, om aan te geven dat ze stil moet zijn. Op het scherm lijkt Opperhoofd ergens van te schrikken.
“Shit, daar komt iemand aan! Goed, vertel T.G dat er inderdaad een spion is binnen de Rebellie. Hij noemt zichzelf Dolan, om zijn ware identiteit verborgen te houden, maar ik ben er achter gekomen wie hij is! Het is-”
Op dat moment klinkt er een knal. Rode spetters verschijnen op het scherm. Met zijn mond vol tanden staart T.G naar het scherm. Opperhoofd was uit beeld verdwenen. Iemand had hem neergeschoten, vlak voordat hij kon zeggen wie de verrader is. Opperhoofd is dood.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
OPPERHOOFD! NEE!
De ontzag in de controlekamer is groot. Opperhoofd, een van de vooraanstaande rebellen en jarenlang spion in het Kapitool, is zojuist zonder pardon neergeschoten.
‘Opperhoofd! Leef je nog!? Kun je mij horen!? Zeg dan toch iets!’
‘Kalmeer T.G!’ antwoordt Goembario. ‘Hij is dood. We wisten allemaal dat dit zou kunnen gebeuren.’
‘Godver, waarom... WAAROM NU!?’
Woest gooit T.G het beeldscherm op de grond.
‘Wees voorzichtig met mijn spullen, wil je!?’ bijt Corneel hem toe. Boos raapt hij het beeldscherm weer op. ‘Kijk nou toch! Er zit een barst in! Hoe moeten we nu contact opnemen met Mie de Hamster!?’
‘Kan me niets schelen!’ schreeuwt T.G terug. ‘Opperhoofd had ons nog veel meer informatie kunnen geven! Verdomme, als hij ook maar iets voorzichtiger was geweest…!’
‘Nou, je wordt bedankt hoor! Als dit voorbij is mag jij een nieuw beeldscherm betalen!’
‘Rustig aan!’ komt Goembario tussenbeide. ‘Ik geloof dat hij het nog steeds doet. Iemand probeert contact met ons op te nemen…’
Nu merkt Corneel het ook. Het beeldscherm vibreert in zijn handen.
‘Neem eens op!’ reageert Pascal. ‘Misschien is het Mie de Hamster wel!’
‘Dat mag ik hopen,’ antwoordt Corneel nerveus. Hij beantwoordt de inkomende oproep, waarna er weer iemand op het scherm verschijnt. Geschokte reacties galmen door de ruimte. De persoon aan de andere kant van de lijn komt alles behalve bekend voor. Ze staan oog in oog met een zwartgeklede man, wiens gezicht wordt afgeschermd door een helm.
‘Kijk eens wie we daar hebben. Mijn oude vrienden.’

Zonder het te beseffen balt T.G zijn handen tot vuisten. Corneel breekt in zweten uit en ook Goembario’s gezicht spant zich behoorlijk aan. Dit hadden ze geen van allen verwacht.
‘Jij…’ stamelt T.G, ‘Jij bent persoon die wij zoeken!’
‘Dat heb je goed geraden,’ antwoordt Dolan met een duistere stem. ‘Het spijt me dat ik jullie bondgenoot moest vermoorden. Hij was een goede man. Jammer genoeg was hij te dom om op te merken dat ik om de hoek stond mee te luisteren.’
‘Ik hoop dat je tevreden bent!’ reageert Pascal verbeten. ‘Pas maar op! Als we jou ooit tegenkomen, dan zullen we jou wel eens even-‘
Pascal wordt onderbroken door een schampere lach. Een schampere lach waarvan T.G’s nekharen overeind gaan staan.
‘Ik? Tevreden? Mooi niet. Ik ben pas tevreden als ik jullie uit de weg geruimd heb. Ik heb jullie nooit gemogen.’
T.G herkent die minachtende manier van praten van slechts een persoon. Zijn eerdere vermoeden is bevestigd.
‘Ik heb jou nooit vertrouwd, Nalyd Rats. Ik wist wel dat jij het was.’
‘Nalyd Rats?’ Dolan klinkt verrast. ‘Wat grappig dat je me bij die naam noemt. Nalyd Rats is al bijna een jaar dood. Ik heb hem uitgeleverd aan de Kapitool. Net zoals ik dat met jullie probeerde te doen toen ik jullie op de Bannedbox afstuurde.’
‘Hou op met zo geheimzinnig doen!’ roept Pascal. ‘Wees gewoon een man en toon jezelf!’
‘Ach, waarom ook niet. Ik heb toch niets meer te verliezen.’
Tot iedereens grote verbazing brengt Dolan zijn handen naar zijn hoofd. Langzaam schuift hij de helm van zijn hoofd af. Beetje bij beetje komt zijn gezicht tevoorschijn. Een bolle kin, een klein stoppelbaardje, een brede neus… en de twee bruine ogen die T.G zo goed dacht te kennen. Zijn lichaam verstijft alsof hij door de bliksem getroffen wordt. Geen dag, geen moment, geen seconde had hij erop gerekend dat het voor hem zo vertrouwde gezicht onder de helm vandaan zou komen. Nog nooit in zijn leven had hij zich zo geschokt gevoeld. Hij kijkt recht in de ogen van niemand minder dan zijn doodgewaagde vriend.

‘WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN!?’
Van alle reacties op de onthulling in de controlekamer was die van Reina het heftigst.
‘Waarom!? Ik begrijp niet… NEE!’
Corneel brengt zijn handen naar zijn hoofd. ‘Alsjeblieft, zeg me dat dit een grapje is...’
‘Waarom zou dit een grap zijn?’ antwoordt Fisico onverschillig. ‘Ik ben nooit echt een grappenmaker geweest. Tenzij je mijn verraad als grap meetelt, natuurlijk.’
‘‘Waarom doe je ons dit aan!?’ gilt Reina emotioneel. ‘We dachten dat je dood was!’
‘Dat hoorden jullie ook te denken. Ik gebruikte een nepgeweer met rode verfmunitie om mijn zelfmoord voor de ogen van heel Panem in scene te zetten. Door de klap tegen mijn hoofd verloor ik het bewustzijn, maar mijn hart sloeg nog. Precies zoals de bedoeling was. Alleen het Kapitool wist dat ik nog leefde.’
‘Niet te geloven…’ stamelt Corneel. ‘Ik dacht dat je aan onze kant stond!’
‘Dat stond ik ook, Corneel. Lang geleden. Maar ik heb het licht gezien. Ik weet nu wie de echte verantwoordelijken zijn voor het leed waar Panem al jaren door geplaagd wordt, en dat zijn jullie. De rebellen.’
T.G kan geen  woord meer uitbrengen. Alles wat hij over Fisico dacht te weten blijkt onwaar. Ieder woord dat ooit uit zijn mond kwam was gelogen. Zijn tong ligt verlamd op de bodem van zijn mond. Door de extreme schok van de onthulling kan hij niets anders doen dan het woord aan zijn collega’s overlaten.
‘Jij…’ Goembario trilt zoals T.G hem dat nog nooit had zien doen. ‘Jij bent ons een gedetailleerde uitleg verschuldigd! Vooruit, vertel op wat jou al die tijd bezielt heeft! Nu!’
‘Wat jij wil.’ Fisico lijkt de ernst van de situatie totaal niet te beseffen. ‘Bijna tien jaar geleden maakte ik een deal met President Snow. Ik zou de namen van zoveel mogelijk rebellenleiders aan hem doorgeven, en in ruil daarvoor zou ik uiteindelijk met Lazerstraal herenigd worden, mijn grote liefde. En voordat jullie dingen gaan roepen als ‘’Maar Lazerstraal is allang dood!’’ en ‘’Ze was nog maar een kind!’’ kan ik jullie het volgende vertellen: Lazerstraal was President Snow’s verloren kleindochter. Daarom werd ze ingeloot voor de Hongerspelen, om haar terug te laten keren naar het Kapitool. Daarom werd ze bijna tien jaar lang kunstmatig in leven gehouden, opdat ze op een dag weer uit haar diepe slaap kon ontwaken. Het was niet alleen ik, maar ook hij die haar terug wilde. Gezien ons gemeenschappelijk doel besloten wij de handen ineen te slaan.’
De informatie slaat in als een bom. Veel verraste gezichten kijken elkaar aan.
‘Maar… zelfs als dat waar is, waarom zou hij haar dan nogmaals de Hongerspelen in sturen!? Waarom zou hij er dan voor zorgen dat ze alsnog vermoord wordt door een gehersenspoelde rebel!?’
‘Jullie weten echt helemaal niets, hé? Het was niet Snow, maar Admin die de dood van Lazerstraal gepland had. Hij was degene die Rinus aan het Kapitool verraadde, zodat hij hem kon gebruiken om Lazerstraal te vermoorden. Hij was degene die een brief ondertekend met Snow’s naam naar Sushi stuurde, wat tot zijn onvermijdelijke dood leidde. Het was allemaal een complot van de rebellen, en niet van het Kapitool. Jullie aaseters leven veel teveel in jullie eigen wereldje om de werkelijkheid te kunnen inzien.’
Goembario knarst zijn tanden. ‘Dit meen je niet… heb jij ons verraden vanwege één kind dat allang dood had moeten zijn!? Het belangrijke is altijd een offer waard, Fisico! Ik dacht dat jij dat als geen ander wist!’
‘Hmpf… natuurlijk ben jij van die mening. Ik zou niet anders verwachten van een ouder die zijn zoon zo erg verwaarloost dat hij in het criminele circuit belandt en zodoende verantwoordelijk is voor talloze doden.’
De woorden van Fisico verscheuren Goembario van binnen. Dit is altijd een gevoelig onderwerp voor hem geweest, en het feit dat hij ruim een half uur geleden nog een emotioneel gesprek met Klatergoud voerde over de schade die Nick heeft aangericht helpt absoluut niet. Smeetske, Marina, Sjef… allemaal slachtoffers die gespaard hadden kunnen blijven als hij Nick beter opgevoed had, zo zei Klatergoud. En gelijk had ze. Tranen springen hem in de ogen.

‘Doe even normaal, Fisico!’ schreeuwt T.G uit het niets. Goembario’s instorting zet hem weer op scherp. ‘Hoe durf je zo tegen hem te praten! Jij, die meer mensen heeft opgeofferd dan ons allemaal! Wat dacht je van Para, of Hitomi!? Voor hen was jij het ultieme voorbeeld! En ze stierven omdat jij ze de Hongerspelen in stuurde! Heb je enig idee hoe hypocriet je klinkt!?’
‘Je ziet het onderscheid niet, T.G. Mijn offers hadden tenminste een reden. Ze waren bedoeld om jullie om de tuin te leiden, jullie het idee te geven dat ik tegen het Kapitool was. En wat Para en Hitomi betreft… zij kregen hun verdiende loon. Ze hadden Lazerstraal maar beter moeten beschermen.’
De kille, monotone stem waarmee Fisico zijn woorden uitspreekt bevalt T.G helemaal niet. ‘Fisico… weet je wel wat je zegt!? Ben je gehersenspoeld of zo!?’
‘Misschien wel. Misschien niet. Maar om eerlijk te zijn kan het mij niets schelen. Ik volg immers gewoon mijn hart. Lazerstraal is de enige van wie ik ooit echt gehouden heb, en nu zij dood is zal ik niet rusten tot ik wraak heb genomen op alle verantwoordelijken voor haar lotsbestemming. Ik zal niet rusten tot alle rebellen dood zijn, en daar horen jullie bij!’
‘Ik geloof mijn oren niet… ik dacht jij beter wist…’
‘Wat valt er nog meer te zeggen? Ik ben mijn leven verschuldigd aan  Lazerstraal. Ze redde mij toen wij samen in de arena zaten. Alles wat ik doe en heb gedaan in deze wereld was voor haar. En dat zal ook zo blijven.’
‘IK VERTROUWDE JOU!’ nog nooit van zijn leven had T.G zo’n intense woede gevoeld. Zijn aderen voelen aan alsof ze ieder moment kunne barsten. ‘IEDEREEN VERTROUWDE JOU! EN JIJ VERRAADDE ONS!’
Fisico’s ogen vernauwen zich tot spleetjes. ‘Ik deed gewoon waar in geloofde, T.G. Net als jij. Je hebt het recht niet om te veroordelen wat ik heb gedaan.’
‘Oh ja?!’ schreeuwt T.G. ‘Denk maar niet dat je hier zomaar mee wegkomt. Wacht maar! Wij komen jou wel eens-‘
‘Oh ja, dat was ik nog vergeten te vertellen…’
T.G fronst een wenkbrauw. ‘Wat nu weer!?’
Een subtiele grijns verschijnt op Fisico’s gezicht. ‘Terwijl ik jullie bezig heb gehouden, is het Hendrik de Pad gelukt om jullie locatie na te trekken. Dus, als jullie basis over enkele momenten wordt opgeblazen door een kruisraket, beschouw dat dan maar als mijn afscheidswens.’
T.G spant zijn spieren aan. ‘Jij…’
Fisico grijnst breed. ‘Vaarwel, sukkels!’
Dan wordt de verbinding verbroken. Met trillende handen kijkt T.G naar het gebarsten beeldscherm, waarop nu niets anders dan sneeuw te zien is. Iedereen in de controlekamer kijkt elkaar aan met een mengeling van angst, verbazing, geschoktheid… en woede. Vooral woede. Hun grote voorbeeld heeft nooit echt bestaan.

‘Wat zou Opperhoofd toch te vertellen hebben?’
WM kijkt afwachtend naar de deur waar T.G de vergaderkamer tien minuten geleden door verlaten heeft.
‘Geen idee,’ antwoordt Jolien. ‘Maar als hij T.G direct wil spreken, dan moet het wel iets belangrijks zijn.’
‘Wie is deze Opperhoofd eigenlijk?’ vraagt Hitomi-15. ‘Jullie hebben het constant over hem, maar ik heb nog nooit van hem gehoord. Wie is hij?’
‘Ken je zijn naam niet!?’ vraagt Baby Krabs stomverbaasd. ‘Asjemenou, onder wat voor een steen leef jij!?’
‘Dat is niet mijn schuld!’ werpt Hitomi-15 beledigd tegen. ‘Mijn favoriete roddelbladen gingen nooit over oorlogshelden!’
Baby Krabs schatert van het lachen. Voor het eerst sinds de dood van Haps lijkt hij eindelijk weer in zijn oude doen. Tuffie glimlacht.
‘Het wordt tijd dat jij eens wat leert over de wereld, dametje! Opperhoofd is een oorlogsheld der oorlogshelden! Een rebel der rebellen! Een-‘
‘Ik zal het wel even verduidelijken,’ onderbreekt Tuffie vlug, merkende dat Hitomi-15 ernstig geïrriteerd begint te raken. ‘Opperhoofd is een van de vooraanstaande personen van het verzet. Men kent hem doorgaans als een oorlogsheld van het Kapitool, maar in het geheim steunt hij de rebellen al tientallen jaren. Via hem zijn de rebellen vaak aan cruciale informatie gekomen. Tevens is hij de vader van veel tributen die het afgelopen decennium aan de Hongerspelen hebben gedaan. Hiawatha uit Hongerspelen 3, WM uit Hongerspelen 4, Jihawk uit Hongerspelen 14….’
‘Dus hij stuurde zijn eigen kinderen de Hongerspelen in? Fijne vader.’
‘Ik snap wat je denkt’ reageert WM. ‘Ik vind het eigenlijk ook niet kunnen wat hij heeft gedaan, maar hij had waarschijnlijk geen keus. Waarschijnlijk was het voor hem de enige manier om een vertrouweling van het Kapitool te blijven…’
‘Tja...’ Hitomi-8 kijkt twijfelachtig voor zich uit. ‘Je weet wat de rebellen zeggen: het belangrijke is alt-‘
Een oorverdovend alarm dreunt door de hele basis. Rode lampen flitsen aan en uit, en lijken de hele kamer in een disco te veranderen. Tosti kijkt verrast in het rond, WM en Hitomi-8 klemmen hun handen om oren en Hitomi-15 springt verschikt op.
‘Wat gebeurd er!?’
‘Wat het ook is, het kan niet veel goeds zijn!’ antwoordt Jolien.
‘Wat zeg je!? Ik versta je niet!’
‘Ik zei: WAT HET OOK IS, HET KAN NIE-‘
Op dat moment vliegt de deur met harde klap open. T.G, Goembario, Corneel en Pascal staan verbeten in de deuropening, vergezeld door nog meer soldaten.
‘We zitten in de problemen!’ roept T.G. ‘Iedereen, maak zo snel mogelijk dat je hier wegkomt! We gaan ervandoor!’
‘Wat!?’ roept Tuffie, die zijn stem nauwelijks over het alarm kan verheffen. ‘Vanwaar dat ineens!? Graag een verklaring!’
‘Oh, die kan ik je zo geven!’ Corneel stapt zelfverzekerd naar voren. ‘We weten het eindelijk! We weten wie de verrader is! En we weten eindelijk hoeveel leed hij precies heeft aangericht!’
Hierop laat hij de opname van het gesprek met Fisico zien. Het is nauwelijks hoorbaar, maar het is meer dan genoeg om de boodschap over te brengen. De gemoedstoestand van alle aanwezigen slaat spontaan om in ongeloof. Niemand durfde zoiets te verwachten.
‘Jullie zien de waarheid!’ buldert T.G, die harder schreeuwt dan nodig is. ‘Fisico is nooit dood geweest! Hij heeft ons erin geluisd voor zijn eigen egoïstische doeleinden!’
Talloze ontdane reacties stijgen op uit de vergaderruimte. Zelfs Tuffie laat zijn wond wagenwijd open zakken.
‘We zijn dom geweest!’ gaat Goembario emotioneel verder. ‘Al die tijd dachten we dat hij het beste met ons voor had! Al die tijd zagen we hem als het symbool van de rebellie! Het was allemaal een smerige leugen! Een smerige truc om ons erin te luizen!’
Langzaam maar zeker, naarmate de schok van de onthulling steeds verder wegebt, laten steeds meer boze stemmen zich horen. Stemmen die overduidelijk beladen zijn met diepe walging, en het woord ‘verrader’ keer op keer herhalen. T.G voelt de adrenaline door zijn lichaam stromen. Het is duidelijk dat vrijwel iedereen zijn gevoelens deelt.
‘Al die tijd deed hij zich voor als een schijnheilige goeddoener! Al die tijd hield hij ons voor dat hij volledig te vertrouwen was! En wij trapten er met beide benen in! Hij was degene die ons samenbracht zodat hij ons aan het Kapitool kon verraden! Hij was degene die ons twee jaar geleden op de Bannedbox afstuurde, in de hoop dat wij het niet zouden overleven! Hij heeft Opperhoofd vermoord! En hij is degene die de locatie van deze basis heeft verraden aan het Kapitool, waardoor we nu ieder moment een kruisraket op ons dak kunnen verwachten!’
‘Nou, waar wachten we dan nog op!?’ schreeuwt WM. ‘We moeten hier wegwezen, en snel!’
‘Niet alleen dat!’ T.G’s gezicht straalt een en al wraakzucht uit. ‘Wij gaan dit voor eens en voor altijd afhandelen! Wij zullen het Kapitool laten zien dat wij niet zo makkelijk te verslaan zijn! En wij zullen die vuile verrader eens laten zien dat hij niet zomaar kan wegkomen met alles wat hij heeft gedaan! Breng alle geredde familieleden als de bliksem naar de hovercrafts! HET IS TIJD VOOR OORLOG!’
Het huilende alarm wordt overstegen door een luide, gemeenschappelijke kreet van strijdlust. Sommige rebellen stampen op de grond of trommelen op de tafel. WM weet niet wat hem overkomt. Misschien had hij toch beter naar Tuffie kunnen luisteren toen ze nog in de trein zaten. Hij had nauwelijks de tijd gekregen om bij te komen, of hij wordt al weer in de volgende strijd geworpen.

Binnen de kortste momenten is de hele basis een chaos. Iedereen rent alle kanten op, in een wanhopige poging om de drie resterende hovercrafts in gereedheid te brengen. De familieleden van de gestorven tributen zijn volkomen in paniek, en weten niet wat ze moeten doen.
‘IEDEREEN DIE ZIJN LEVEN LIEF IS, NAAR DE HOVERCRAFTS!’ brult Pascal. De angstige familieleden volgen direct zijn raad op. Eenmaal aangekomen in de hangar is het volop dringen. Meerdere mensen vallen in het gedrang over elkaar heen.
‘VOORZICHTIG!’
Goembario en enkele andere rebellen proberen tevergeefs de instroom goed te organiseren. Hitomi-15 kijkt geschokt toe hoe haar ouders de ouders van Necrodeus uit Hongerspelen 14 aan de kant duwen om zelf binnen te komen.
‘Waar was dat nou goed voor!?’
Haar vader kijkt haar vuil aan. ‘Wil jij hier sterven? Nee!? Doe je grote mond dan maar eens gauw dicht, jongedame!’
‘Waarom zou ik op mijn toon letten als jij die mensen zomaar aan de ka-‘
‘Doorlopen!’ bijt T.G hen toe. ‘Jullie houden iedereen op! Willen jullie soms allebei opgeblazen worden!?’
Hitomi en haar vader lopen allebei verontwaardigd door. Terwijl Jolien de ouders van Lyne uit Hongerspelen 15 naar binnen helpt, wendt T.G zich tot Corneel.
‘Wie zijn er al binnen?’
Ondanks alle chaos probeert Corneel iedereen die binnenkomt te tellen, en hij reageert gestrest als T.G hem aanspreekt.
‘Weet ik veel! Beide Hitomi’s zijn hier, Jolien is hier, Goembario is hier, Pascal is hier, Baby Krabs is hier, Tosti is hier, maar wie nog meer!? Ik ken niet iedereen bij naam!
‘Oké, dat is duidelijk… hoeveel moeten er nog komen?’
‘Dat kan ik niet met zekerheid zeggen, maar we moeten hoe dan ook haast maken. Volgens mijn berekeningen slaat de raket over vijf minuten in.
T.G kijkt op zijn horloge. ‘Kunnen we dat halen?’
‘Ik vrees van niet. We zijn met te veel. De enige manier om iedereen te redden is-‘
‘Iedereen is al gered!’
T.G kijkt de andere kant op. Vol opluchting ziet hij hoe Tuffie, WM en Klatergoud in zijn richting komen redden, met een grote groep familieleden tussen hen in.
‘Komen er nog meer mensen na jullie?’
‘Ik heb niemand anders gezien,’ antwoordt Klatergoud. ‘Wij zijn volgens mij de laatsten.’
‘Mooi zo! Kom vlug binnen! De andere twee hovercrafts zitten al vol!’
Zonder al te veel moeilijkheden worden de laatste familieleden naar binnen begeleid. T.G controleert iedereen nog een keer, en geeft dan het bevel om te vertrekken.
‘Start de motoren! Wegwezen hier!’
Zelf rent hij nog een keer naar buiten om met een grote schakelaar de poort van de hangar te openen. Ondertussen komen de eerste twee hovercrafts met een luid gebrom los van de grond. T.G snelt weer naar binnen om zijn eigen vlucht niet te missen. Kort daarna stijgt ook de laatste hovercraft op.
‘Sluit de deuren!’
Pascal drukt op een knopje, waarna de deuren zich langzaam naar binnen vouwen.
‘Is iedereen binnen?’ vraagt Jolien.
T.G knikt. ‘Ik heb niemand meer gezien. Het lijkt erop dat-‘
‘HE! WACHT OP MIJ!’
Verschrikt draait T.G zich om. Tot zijn grote afschuw ziet hij een betraande Reina de hangar in rennen. Laser volgt haar op klein afstandje, en blaft er hevig op los. T.G kan zichzelf wel schieten. Hoe heeft hij zijn twee trouwste kameraden van de rebellie over het hoofd kunnen zien?’
‘REINA! NEE!’
Hitomi-15 werpt zich naar voren. Jolien moet een arm om haar heen slaan om te voorkomen dat ze uit de hovercraft springt.
‘KEER OM! WE MISSEN NOG IEMAND!’
‘Dat kan niet!’ werpt Corneel haar tegen. ‘De raket slaat over drie minuten in! Als we nu weer landen, dan komen wij ongetwijfeld allemaal om in een vuurzee! SLUIT DE DEUREN!’
‘NEE!’ Pascal weigert Corneels bevel op te volgen. ‘Ben je gek!? Wij laten niemand achter!’
Voordat iemand hem kan tegenhouden grist hij een stuk touw van de muur en gooit het ene uiteinde ervan naar T.G.
‘Hou mij goed vast! Ik ga een gokje wagen!’
In een fractie van een seconde dringt het tot T.G door wat Pascal wil doen.
‘WACHT! DAT IS VEEL TE GEVAARLIJK!’
Maar Pascal luistert niet. Hij knoopt het touw om zijn middel en springt zonder enige twijfel naar buiten. T.G reageert snel en probeert het touw zo strak mogelijk te houden, maar kan niet voorkomen dat het touw uit zijn handen glipt als Pascals gewicht hem te veel wordt. Jolien gilt het uit.
‘NEE! HIJ VALT TE PLETTER!’
Goembario reageert in een flits en staat T.G bij door het touw strak te trekken.
‘KOM OP! SAMEN KUNNEN WE DIT!’
Doordat het touw weer goed vastgehouden wordt, zwaait Pascal nét boven de grond naar voren. Precies langs Reina en Laser. Zonder een woord uit te brengen pakt hij Reina bij haar arm. Op hetzelfde moment bijt Laser zich vast aan het touw. Door Pascals snelheid zwaaien ze met z’n drieën weer omhoog, waardoor Jolien er net in slaagt om Reina’s andere hand te pakken. Tot haar enorme schrik merkt ze echter dat ze wordt meegetrokken.
‘Help!’
Hitomi-15 wil te hulp schieten, maar iemand anders is haar voor. Tosti grijpt Jolien bij haar enkels voordat ze kan vallen.
‘Hebbes! Trek ze omhoog!’
T.G, Goembario, Jolien en Tosti beginnen alle vier tegelijk aan het touw te trekken, waarmee ze Pascal, Reina en Laser in een mum van tijd naar binnen hijsen. Met zijn sterke armen trekt Pascal zichzelf over de rand, en tilt hierbij Reina mee. T.G haast zich ter plekke om Laser een handje te helpen.
‘YEAH, LEKKER PASCAL!’
Een heuse overwinningskreet stijgt op uit de monden van de rebellen. De toeschouwende familieleden applaudisseren luidruchtig.
‘Reina!’
Zonder over haar gedrag na te denken werpt Hitomi-15 zich in Reina’s armen.
‘Ik dacht dat je er geweest was…’
‘Geloof me, dat dacht ik ook…’
Heel even overweegt Hitomi om haar hier en nu te zoenen, maar dan voelt ze hoe de ogen van Ulysess en haar vader zich in haar rug boren.
‘Sorry, ik… ik moet iemand anders nog iets uitleggen… sorry…’
‘Dat geeft niet,’ antwoordt Reina glimlachend. ‘Neem alle tijd die je nodig hebt.’
Hitomi glimlacht terug. Ondertussen ziet ze hoe Pascal, de redder van Reina, wordt omhelst door Baby Krabs.
‘Ik wist wel dat ik jou niet kwijt was! Kom bij papa, zoon!’
‘Nou, eigenlijk…’ Op het laatste moment bedenkt Pascal zich en omhelst hij Baby Krabs krachtig terug. ‘Bedankt… bedankt pa!’
Vervolgens wordt hij ook door Jolien omhelst.
‘Godallemachtig, wat ben jij dapper…’
Met een warm gevoel in zijn hart kijkt T.G toe. Dankbaarder zou hij Pascal niet kunnen zijn. Dankzij hem is iedereen weer veilig.
‘Sluit de deur, Corneel! Tijd om te vertrekken!’
‘Begrepen!’

Het gezoem van de hovercraft houdt alle aanwezigen in de cockpit stil. T.G zit uitgeput in een stoel. De gebeurtenissen van de afgelopen twaalf uur waren zo overweldigend dat hij het ook nu nog nauwelijks kan bevatten. Het ene moment leerde hij een wetenschapper van het Kapitool kennen, het moment daarna kwam hij achter de waarheid van zijn doodgewaagde vriend en uiteindelijk was hij gedwongen om samen met alle zijn rebellencollega’s op de vlucht te slaan. Trillend op zijn benen opent hij de wapenkast, en haalt er een aantal geweren uit. Hij weet wat hem nu te doen staat.
‘Wat moeten we doen met alle familieleden?’
T.G draait zich om. Achter hem zijn Klatergoud en Goembario verschenen.
‘Veel van hen zijn bang voor wat komen gaat. Ze hebben nog nooit een wapen vastgehouden. We kunnen ze onmogelijk bij onze strijd betrekken.’
T.G zucht. ‘Nee… dat kunnen we ook niet. Het spijt me als ik daarnet wat hard van stapel liep.’
‘District 8 ligt hier niet ver vandaan,’ merkt Goembario op. ‘We kunnen ze naar mijn huis brengen. Mijn kelder is ruim genoeg om aan een groot aantal mensen onderdak te bieden.’
‘Dat klinkt als een goed voorstel. Ik stel voor dat Hitomi-15, Reina, Baby Krabs en Laser bij hen blijven. Zij hebben ook bescherming nodig.’
‘En de andere winnaars?’ vraagt Klatergoud. ‘Wat doen we met hen?’
T.G staart emotieloos voor zich uit. ‘De winnaars zijn het gezicht van de rebellie. Hun steun is van groot belang. We moeten Fisico laten zien dat een winnaar zijn medewinnaars niet ongestraft kan verraden. Alleen door ons allemaal tegen hem te verenigen kunnen we hem effectief een hak zetten. Dit is een zaak van gerechtigheid.’

‘Ik kan het nog steeds niet geloven…’
Hitomi-8 is volledig aangeslagen over wat er is gebeurd.
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordt Tuffie. ‘Niemand had kunnen zien aankomen dat alles wat wij dachten te weten binnen zo’n korte tijd zo erg overhoop gehaald zouden worden.’
Hitomi knikt. ‘Ik heb Fisico nooit vertrouwd, maar dat hij zoiets zou doen… ongelofelijk gewoon…’
Een eenzame traan rolt over haar wang. WM slaat een arm om haar heen.
‘Ik weet hoe je je voelt. De wereld is een onbetrouwbare plaats waarin je vaak niet weet wat je kunt verwachten. Maar de gouden appels die het waard maken om erin te leven zijn mensen zoals jij. Mensen die je probleemloos kunt liefhebben en vertrouwen. Je wilt niet weten hoe blij ik ben dat ik jou heb leren kennen.’
Heel even voelt Hitomi zich gevleid, maar deze vreugde maakt al gauw plaats voor een brok in haar keel. Een rilling loopt over haar rug. Ze beseft dat ze WM nog altijd niet over haar geheim verteld heeft.
‘WM, ik vind het heel aardig van je dat je dat zegt, maar…’
‘Hm?’
‘Nou, ik… ik moet…’
WM lacht vriendelijk. ‘Kom nou, wat zou jij nou voor mij kunnen verbergen!?’
De verzwegen waarheid ligt op het puntje van haar tong, maar uiteindelijk ziet ze er toch van af om het te zeggen. Ze kent WM maar al te goed. Haar zwangerschap is nieuws waarmee ze hem niet wil belasten.
‘Niets,’ antwoordt ze uiteindelijk.
Tuffie glimlacht flauwtjes. ‘WM heeft gelijk. Het maakt niet uit hoeveel ongure types er op deze wereld rondlopen, we hebben altijd elkaar nog.’
‘Ja, natuurlijk…’ Hitomi wrijft ongerust over haar buik. ‘Maar wat nu? Hoe moet het nu verder?’
WM kijkt vertwijfeld de andere kant op. ‘Ik weet het ook niet, Hitomi. Ik kan alleen maar hopen dat dit zo snel mogelijk voorbij is…’
Zoemend vliegen de hovercrafts verder. De rebellen bereiden zich mentaal voor op hun laatste confrontatie. De laatste confrontatie die alle ellende in Panem voor eens en voor altijd dient te beëindigen. Vanuit de cockpit worden de eerste wapens al uitgedeeld. WM ziet Klatergoud op hem aflopen, met een kleine stapel geweren in haar armen.
‘Pak aan. Jullie zullen deze nodig hebben.’
WM fronst een wenkbrauw. ‘Moeten we hier echt aan meedoen?’
Klatergoud kijkt hem uiterst kil aan. ‘Wen maar alvast aan het idee. T.G wil hoe dan ook dat jullie meevechten.’
Dit is niet waar WM op had gehoopt. Hij had gehoopt dat hij hier zelf nog enige zeggenschap in zou hebben, maar daar lijkt het niet op. Nerveus kijkt hij van Hitomi’s bleke gezicht naar dat van Tuffie, dat stoïcijns terugkijkt. Alle drie lijken ze hetzelfde te denken. Moeten ze dit wel zomaar over zich heen laten komen?

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Ondanks dat het pas laat in de middag is, hangt er een gezellige sfeer in Toady’s cafeetje. Vanwege de aanhoudende spanningen is een grote groep Kapitoolmensen op vakantie gegaan naar District 11. Lorenzo Snow, zoon van de president en directeur van de grootste TV maatschappij van Panem, heeft daar al jaren een vakantiehuis, waar hij en een beperkte groep vrienden regelmatig onderdak zoeken. En het is dus daarom dat het, zoals nu, wel eens voorkwam dat mensen als Caesar Flickerman en Claudius Tempelsmith in het bruine zeemanscafé vrolijk mee lalden met een dronken Cansel Sert, dat Waterhap en Toad Bro vochten om de avances van TaT, en dat in een donker hoekje een bijzonder potje schaak gespeeld werd door Hans de Struisvogel en Mie de Hamster.
 
Hans neemt een grote hijs van zijn sigaar. Hij kijkt vertwijfeld naar het schaakbord. “Jouw beurt, Mie.” Mie grijnst. “Goed dan.” Hij pakt een witte pion op. “De Rebellen hebben alle familieleden in veiligheid gebracht voordat het Kapitool ze gevangen kon nemen.” Mie zet de pion een plaats vooruit. “Die actie heeft er toe geleid dat Admin na ruim 20 jaar ontmaskerd werd” werpt Hans tegen, terwijl hij de pion van het bord slaat met zijn zwarte pion. “De Rebellen hebben meer dan 20 gevangenen bevrijd uit de Bannedbox.” Een zwarte pion wordt geslagen. “En daarbij zelf evenveel mensen verloren.” Een witte loper delft het onderspit. Mie grijnst nog breder. “T.G heeft eindelijk de andere winnaars aan zijn kant gekregen.” Een van Hans’ torens wordt geslagen. Hans fronst. “Daardoor bevinden WM en Hitomi zich nu in groter gevaar dan voorheen.” Hij wil de tweede loper van Mie slaan, maar Mie houdt hem tegen. “Hoe bedoel je?” “Klatergoud.” Mie zucht. “Natuurlijk. Ga je gang.” De zwarte koningin slaat de loper van het bord. Slechts een paar stukken zijn nog over. Mie zet zijn laatste pion een stap naar voren. “De Rebellen hebben een verrassingsaanval gepland staan.” Hans slaat de pion met zijn koningin. “Het Kapitool heeft hierop gerekend met mutilanten.” Mie grijnst breed. “Die mutilanten zijn gecreëerd door professor Window, die aan de kant van de Rebellen vecht.” Met zijn witte koningin slaat Mie de zwarte koningin van Hans van het veld. Te laat ziet Mie dat zijn koningin hierdoor in positie staat om geslagen te worden door Hans. “Het Kapitool heeft Fisico.” De witte koningin wordt geslagen. Mie en Hans kijken beiden naar het steeds leger geworden schaakbord. Alleen de twee koningen en twee van de paarden staan nog op het bord. Hans neemt nog een hijs van zijn sigaar. “Goed, dit is de huidige stand van zaken.” Mie knikt. “Zowel Sven als Fisico hebben zich bekend gemaakt naar de Rebellen, maar het Kapitool weet nog niet van Sven af.” Hij verzet zijn paard. “Fisico heeft Opperhoofd gedood, waardoor de Rebellen hun twee grootste namen mist.” Werpt Hans tegen, terwijl ook hij een paard verzet. “De Rebellen zijn op dit moment onderweg naar het Kapitool, met een gigantisch leger.” Mie verzet zijn koning. “Ze hebben alle familieleden naar district 8 vervoerd, evenals enkele belangrijke Rebellen waaronder Baby Krabs.” Hans verzet zijn paard. “De Rebellen hebben Pascal.” “het Kapitool heeft Jeffrey.” “De Rebellen hebben Goembario.” “Het Kapitool heeft Hendrik.” “De Rebellen hebben T.G.” Zowel Hans als Mie zwijgt. Hans staat schaakmat. Mie grijnst breed. “De Rebellen hebben T.G.” De zwarte koning wordt van het bord afgeslagen. De witte kant heeft gewonnen.
 

Eventjes kijken Hans en Mie elkaar zwijgend aan. Dan beginnen beiden te lachen. Uit zijn zak haalt Mie een gouden pion tevoorschijn. “En de Rebellen hebben Tosti.” De witte koning wordt van het bord geslagen. Hans kijkt goedkeurend toe terwijl Mie twee gouden koningen midden op het schaakbord zet. “Het was een lang, vermoeiend proces mijn vriend, maar we zijn er bijna. Voor het einde van de dag hebben de Rebellen succesvol hun staatsgreep gepleegd, en heeft Tosti T.G uit de weg geruimd en Tuffie daarvoor weten te beschuldigen.” Hans grijnst. “Tuffie zal worden veroordeeld wegens verraad, en met een beetje geluk wordt WM voor die tijd uit de weg geruimd door Klatergoud.” “Goembario, Pascal, Jeffrey en Hendrik zullen de veldslag waarschijnlijk niet overleven.” “En de overgebleven Rebellen zullen jou als de beste kandidaat zien.” “Morgen rond deze tijd ben ik president van Panem, en jij Hoofd Peacekeeper.” Mie en Hans slaan de handen ineen. “Vertel een Hans” zegt Mie grijnzend. “Wat is je eerste, algehele indruk over deze dertiende Hongerspelen?” Hans grijnst breed terug. “Fantastisch! Het heeft alle verwachtingen overtroffen! Ja, dit een van de beste, nee wacht, dé beste hongerspelen tot nu toe!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 2 van 3]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum