Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen: De Orde der Dertiende Spelen

Ga naar pagina : 1, 2, 3  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 3]

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
19 AUGUSTUS 2292

President Snow slaat woest met zijn hand op tafel.
“Ik heb er verdomme schoon genoeg van! Wat we ook doen, wat we ook bedenken, die rebellen zijn ons keer op keer te vlug af! Het is alsof ze informatie van binnenuit krijgen!”
Snow kijkt gevaarlijk de kleine kamer rond. Hoofd-Peacekeeper Admin schraapt zijn keel.
“President, ik geloof niet hard dat iemand van ons de informatie aan de Rebellen door zou spelen.”
“En toch weten ze al onze plannen! Wie kan mij uitleggen hoe?”
Niemand antwoord. Snow briest.
“Crane!”
Seneca Crane, de jonge technisch specialist van President Snow, kijkt geschrokken op.
“Ja president?”
“Hoe vorderen de martelingen?”
Seneca slikt; hij heeft op verzoek van de president verschillende moderne martelwerktuigen ontworpen, maar niets lijkt de gevangen rebellen van hun stuk te brengen.
“President, we hebben werkelijk waar alles geprobeerd, maar ze laten geen woord los! Het maakt niet uit hoeveel onmenselijke pijn we ze laten lijden!”
“DAN PROBEER JE HET NIET HARD GENOEG!”
Iedereen schrikt van de gevaarlijk rood aanlopende president, die zijn glas water kapotslaat op de tafel. Kees Hond, de eerste raadsheer van president Snow, schenkt voorzichtig een nieuw glas in.
“Misschien pakken we het verkeerd aan.”
Iedereen kijkt verbaasd naar Sven Window, een professor en goede vriend van Snow.
“Hoe bedoel je?” vraagt president Snow.
Sven glimlacht.
“Kijk, tot nu toe hebben we altijd geprobeerd de rebellen te laten spreken door hen zelf te martelen. Maar dat heeft geen effect. We hebben het hier over mannen die bereid zijn te sterven voor een hoger doel nota bene.”
“Ga door.”
“Wel, als we ze écht willen raken, moeten we onze focus wellicht verleggen. President Snow, u heeft toch een dochter?”
President Snow knikt trots.
“De mooiste en slimste vrouw van heel Panem!”
Sven glimlacht.
“En hoe zou u reageren als uw dochter in gevaar is?”
“Hoe bedoel je?”
“Kijk, veel van de rebellenleiders hebben ook kinderen. En iedereen weet dat ouders tot het uiterste zullen gaan om hun kinderen te beschermen! Dus wat nu als we niet de rebellen zelf, maar hun kinderen martelen? Ik weet zeker dat dat ze wel aan de praat zal krijgen!”
Een brede glimlach verschijnt op Snow’s gezicht.
“Sven, je bent geniaal!”


Zwijgend kijkt Admin toe hoe 24 gevangenen de bioscoopzaal in worden gebracht door peacekeepers. De meesten van hen zijn grote, gehavende mannen. Bij sommigen zijn duidelijk de sporen van marteling zichtbaar. Verbaasd nemen de gevangenen plaats op de luxe bioscoopstoelen.
“Wat is dit?” vraagt een donkere man met slechts 1 oog. “Eerst wordt ik wekenlang gemarteld, en nu gaan we gezellig naar een film kijken?”
President Snow, die voorin de zaal staat, glimlacht vals.
“Geloof me Nathaniel, deze film zal je nog lang bij blijven!”
Hij geeft een seintje aan Seneca Crane, die de tv aan zet. Een schok gaat door de zaal als ze op beeld hun eigen kinderen zien, in zwarte uniformen staand op metalen platen rondom een grote Hoorn. Rechtsboven staat een teller, die aftelt van 10 naar 0. Linksboven staat “Live”. President Snow grijnst breed.
“Mag ik jullie presenteren: de Hongerspelen.”


Opgewonden rent Seneca het kantoor van president Snow binnen.
“Nog nooit van kloppen gehoord?”
Seneca grinnikt.
“Excuseer me, president. Ik ben gewoon zo opgewonden!”
President Snow zucht diep en kijkt Seneca aan.
“En waarover ben je precies opgewonden, Crane?”
Seneca grijnst.
“Heeft u het dan nog niet gehoord? De Hongerspelen zijn een gigantisch succes! De peacekeepers kunnen over niets anders praten! Ze proberen constant van dienst te wisselen omdat iedereen de wacht wil houden in de bioscoopzaal! Er schijnen zelfs weddenschappen te zijn over wie er als laatste overblijft!”
Snow trekt zijn wenkbrauwen op.
“En waarom precies ben je opgewonden over het feit dat de peacekeepers hun werk niet goed doen?”
Seneca rolt zijn ogen.
“Begrijpt u het dan niet? Dit kan een succes worden! Wat nou als we ieder jaar een Hongerspelen organiseren, maar dan niet alleen voor de gevangenen, maar voor heel Panem? Op die manier kunnen we niet alleen de districtbewoners eraan herinneren dat er niet met ons te spotten valt, maar kunnen we tegelijkertijd de Kapitoolbewoners een evenement bieden om ieder jaar naar uit te kijken!”
Snow lijkt onder de indruk, maar heeft toch nog zijn bedenkingen.
“En ben je niet band dat het na een jaar gaat vervelen? Ik bedoel, het is 1 keer leuk om een stel nietsnutten pogingen te zien doen elkaar te vermoorden, maar daarna wil het publiek wel wat anders lijkt me.”
“Daar heb ik al over nagedacht! We kunnen van alles verzinnen om het interessant te houden! We kunnen de kinderen uit de rijkere districten gaan trainen, zodat ze meer kans maken op de overwinning. We kunnen ieder jaar een volledig nieuwe arena bouwen, met gevaarlijke elementen om het de kinderen nog moeilijker te maken! Misschien dat we ooit op een dag de kinderen kunnen opdelen in teams, zodat er meer conflict ontstaat! Met de moderne technologie kunnen we allerlei dieren muteren tot bloeddorstige monsters, en die op de tributen afsturen! We kunnen rijke connecties de kans geven om hun favoriet te sponsoren! We kunnen er hele talkshows omheen maken, zodat men de kinderen al een beetje leert kennen voordat ze de Arena in gaan! We kunnen de winnaar rijkelijk belonen, zodat kinderen zich wellicht vrijwillig zullen opgeven! We kunnen-“
“Zo is het wel genoeg!”
Snow zucht diep. Hij staat op vanachter zijn bureau, en loopt langzaam naar Seneca.
“Ik bewonder ja ambitie, Crane. Maar vertel me, wat heeft dit alles te maken met het in de kop drukken van de rebellie? Dat was tenslotte het eerste doel van die hele Hongerspelen!”
Seneca grijnst.
“Maar dat heeft ook effect gehad! Vanmiddag is een man volledig doorgeslagen, toen zijn zoon Nick gedood werd in de Arena. Hij beloofde ons alles te vertellen als we Nick maar weer in veiligheid brachten! Ik heb technologie gebruikt om de illusie te wekken dat Nick terug tot leven was gewekt, en die dwaas heeft de namen van zeker 10 rebellenleiders genoemd!”
Snow knikt goedkeurend.
“Zo mag ik het horen. Laten we dit afspreken, Crane: zolang jij mij ieder jaar dichter bij het uitroeien van de rebellie brengt, mag jij je stomme tv programma maken. Ik zal je in contact brengen met Caesar Flickermann, die heeft tenslotte meer verstand van dat soort zaken dan jij en ik.”
Seneca knikt dankbaar.
“Dank u, president. Ik zal u niet teleurstellen!”


Tosti had nog een plan. Als dat mislukte... Dan was hij dood. Simpel. Hij lag op zijn rug in het gras. Het rode gras. Hij opende zijn mond en de woorden kwamen er krakerig uit: "Je kunt me nu vermoorden. Ik ben weerloos. Net zoals Roosjuh toen." Die woorden troffen doel. Oshi verstijfde. "Ja, ik heb het ook gezien. Je was niet de enige. Blijkbaar vond je haar toch niet echt aardig he? Anders zou je haar niet zo koelbloedig vermoorden. Ze was weerloos. Eigenlijk best laf, vind je niet?" Ook deze woorden troffen doel. Oshi kon niks meer uitbrengen. "Het was met een speer, dat weet ik nog. Toevallig dezelfde speer als die je nu net op mij gegooid hebt? Heb je gewoon de speer uit haar lijf gerukt en verder gegaan?" Dit was zijn kans. Oshi dacht nu niet meer aan hem. Hij pakte zijn zwaard en met zijn laatste krachten boorde hij het in het enige onbeschermde deel van Oshi; zijn hals. Het zwaard kwam er aan de andere kant weer uit en Tosti wist dat de strijd gestreden was. Hij had gewonnen!


Met een verbeten gezicht kijkt Tosti naar de drukte op het plein. Het lijkt alsof heel District 11 zich heeft verzameld, hier, waar ieder moment de “reaping” van de Hongerspelen kunnen beginnen. Tosti kijkt naar TaT, de hevig opgemaakte Kapitoolvrouw die de twee deelnemers uit zijn district bekend zal maken. Hij kijkt ook naar de kinderen om hem heen. Volgens de regels die Caesar Flickermann op tv bekend had gemaakt, zouden uit ieder district 2 kinderen tussen de 12 en de 18 worden gekozen als tributen voor wat hij de “Eerste jaarlijke Hongerspelen” noemde. Tosti weet wel beter. In ruil voor een flinke som geld, en het sparen van zijn eerder gevangen genomen vader, had Tosti moeten beloven niemand in te lichten over de échte eerste Hongerspelen.
Doordat tosti er met zijn gedachten niet bij is, mist hij bijna de reaping. Hij ziet nog net hoe UNF, een magere jongen van nauwelijks 13, bevend het podium op komt gelopen. Het publiek applaudisseert. Tosti ziet naast zich een meisje dat volgens hem Lazerstraal heet opgelucht zuchten. Hij begrijpt wel waarom: er is nog maar 1 plaats over, wat de kans verkleint dat zij die plaats zal krijgen. Hij probeert zich voor te stellen hoe het zou zijn als hij zelf hier had gestaan als mogelijke tribuut. Toen hij destijds de Arena in werd gestuurd, had hij geen idee gehad wat hem te wachten stond. Hij was gewoon op een dag ontvoerd, en pas op het laatste moment was hen verteld wat de bedoeling was.
Er klinkt een luid applaus. Tosti neemt aan dat dit betekend dat de tweede tribuut bekend is gemaakt. Nieuwsgierig kijkt hij naar het podium, maar hij ziet niemand naar voren lopen. Verbaasd kijkt hij om zich heen, en hij ziet vrijwel iedere persoon op het plein naar hem kijken. TaT schraapt haar keel en zegt licht geïrriteerd:
“Ik herhaal: de tweede tribuut is Tosti de Jong!”


Met een tevreden gevoel loopt Tosti terug naar zijn kamer. Zojuist waren de interviews met Caesar Flickermann. Caesar had Tosti allerlei vragen gesteld, maar hij weigerde antwoord te geven. Behalve dan toen Caesra vroeg hoe Tosti ervoor wilde zorgen dat de anderen hem niet zouden vermoorden. Hij had gelachen, en gezegd:
“Door te zorgen dat ze me niet zullen zien.”
Als Tosti zijn kamer binnen komt, ziet hij dat Admin ongeduldig op hem staat te wachten. Tosti grijnst.
“Wat vond je van mijn interview?”
Admin schud zijn hoofd.
“Jij idioot! Denk je dat dit allemaal een spelletje is? Je kunt niet zomaar hinten naar ons plan!”
Tosti kijkt een beetje beschaamd naar de grond.
“Ik dacht gewoon…”
“Je dacht helemaal niet, dat is het probleem!”
Zuchtend neemt Admin plaats op Tosti’s bed.
“Luister Tosti. We zijn al een heel jaar bezig met het plannen van deze actie. Als ons plan slaagt, is het de grootste aanslag op het Kapitool in de geschiedenis! Tot nu toe hebben je vader en ik je constant kunnen helpen, maar als je straks de Arena in gaat zal het echt allemaal op jou aankomen! Ben je in staat het uit te voeren?”
Tosti slikt eventjes, maar heft dan zijn hoofd op en kijkt Admin recht aan.
“Ja, dat ben ik.”
Admin glimlacht.
“Mooi zo. Goed, morgen is de grote dag, dus laten we nog 1 keer het plan doornemen. In deze ketting zit het mechanisme waarmee je de lift kunt besturen…”


Nu was het tijd. Het was nacht, als het goed was, en hij zou deze nacht doodgaan. Toen hij het zich gerealiseerd had, vond hij het niet zo moeilijk meer. Eerst was een moeilijk gedeelte, de deur ongemerkt laten ontploffen. Zo zacht mogelijk gooide Tosti een bommetje naar de deur. De ontploffing was veel te hard. Nu maar hopen dat er niemand wakker was... Maar nee, gelukkig niet. Nu kwam het zware werk. de zakken dynamiet door het gebouw verspreiden. Hier zou hij zeker een paar uur mee bezig zijn. Hij had daarom een geweer meegenomen uit het magazijn. Voor het geval dat. Gelukkig was ook de afgelopen uren niets gebeurd en al het dynamiet stond op zijn plek. tosti liep naar de controlekamer. Nu zou het gebeuren. Hij zou doodgaan, na een Hongerspelen overleefd te hebben. Zijn hart bonsde in zijn keel, toen hij zachtjes de deur opendeed. Niemand merkte hem op. Allemaal doodop, na zo'n nacht werken, leek hem. Tosti had nog 3 zakken dynamiet over en had dat aan zijn lichaam gebonden. Tosti richtte en schoot door het hoofd van een belangrijk uitziend man. Nu had hij de volle aandacht. Meteen renden er mensen op hem af, en werden er geweren gericht. Na nog een paar keer geschoten te hebben, wist hij dat een kogel naar hem toegeschoten was. De tijd ging opeens heel langzaam, hij zag de kogel op zich afkomen... Hij zag ook zijn leven voorbijschieten. Hoe blij hij was dat hij de vorige Hongerspelen had overleeft.. En verder zijn district. Zijn vrienden, familie, zijn hele leven. Hiermee zou hij hen redden. Met een laatste lach spatte Tosti uiteen, en daarmee het hele gebouw. Hij zou nooit weten wat hij teweeg zou brengen. Tosti was dood.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
WM was zenuwachtig. De loodzware Spelen van afgelopen jaar, die hij ternauwernood had gewonnen, zaten nog diep in zijn geheugen gegrift. Het afgelopen jaar is hij voornamelijk enorm depressief geweest. Nachtmerries, zelfmoordneigingen, fobieën, het was allemaal een gevolg van die vreselijke Spelen. Zonder zijn vriendin, Hitomi, had hij het waarschijnlijk niet gered. WM wist dat hij een vreselijke mentor was geweest voor zijn pupillen, hij heeft ook nooit mentor willen worden. Maar hij moest. “WM, ben je er wel bij? Zometeen moeten we in een actie komen!”, zegt Hitomi naast hem. Samen zaten ze in de hovercraft, naar de meest zwaar bewaakte gevangenis van Panem. Het was al de tweede inbraak in deze gevangenis, na de mislukte poging van twee jaar geleden. Toen werd er een poging gedaan om alle nog levende tributen te bevrijden. Tevergeefs. Bijna alle gevangen genomen tributen werden vermoord, alsmede een groot deel van de rebellen. Jelle en Jeanne waren de enige overlevenden. Jeanne, een rebel in hart en nieren, werd later alsnog vermoord, waardoor de tegen de rebellen gekeerde Jelle de ‘officiële’ winnaar van de elfde spelen werd. WM kent Jelle goed, en WM kan het niet laten om lichte medelijden met die jongen te hebben. Wegens een aanvaring met Caesar in het interview van de elfde spelen hebben ze een gruwelijke hekel aan elkaar gekregen, en Caesar laat geen kans onbenut om Jelle voor paal te zetten.

“En dat was Baby Krabs! Geef allemaal een hartelijk applaus aan hem!”, roept Caesar euforisch. Een groot applaus volgt voor de opvallend ogende jongen. “Dan zijn we nu aanbeland bij de laatste paar tributen, de tributen van district 12. Geef een hartelijk applaus aan… Jelle Smit!” Jelle komt zenuwachtig het podium op, en begroet Caesar mild. “Dus, Jelle, normaal gesproken hebben wij geen verwachtingen van tributen uit district 12. Wat denk jij er van. Ga jij het tegendeel bewijzen?” “Natuurlijk! Dat hoort bij mijn familie!” “Natuurlijk, we houden allemaal van je broer, Jeffrey, generaal van het meest prestigieuze leger van Panem. Hoe ga jij laten zien dat jij net zo geweldig bent!” “Nou, ik durf te zeggen dat ik een stuk slimmer ben dan Jeffrey, dus misschien…” “Je denkt toch niet echt dat je zo slim bent als je geweldige broer?” “Sorry, het komt er wat verkeerd uit, ik wil niet zeggen dat ik beter ben, maar…” “Nou, we horen het, district 12 brengt dit jaar een erg zelfverzekerde tribuut!”. “Nee eikel, dat maak jij er van, maar ik wil iets heel anders zeggen!”. Iedereen kijkt geschokt naar Jelle, die het zojuist waagde om Caesar live op de nationale televisie te beledigen. Caesar kijkt hem verontwaardigd aan. “Nou… In ieder geval heb je een bijzondere instelling. Geef een hartelijk applaus aan de jongen die dit jaar gaat dienen als slachtvoer, wat ook belangrijk is: Jelle!”. Het publiek lacht hard, en Jelle loopt rood aan. Dit gaat hem niet populair maken.

WM, Hitomi en Tuffie zitten met zijn drieën in een schip, vol getrainde rebellen. De drie winnaars hebben werkelijk waar geen idee wat ze te wachten staat. Zij zijn immers hier niet voor getraind, wat is het nut van hen mee laten doen? Ineens komt Opperhoofd, vader van veel gestorven tributen en tevens een van de grootste machtshebbers bij de Rebellen, binnen. “Mensen, ik heb goed nieuws. Ik ben zojuist gebeld door T.G, en ze hebben de winnares van de vijftiende spelen in veiligheid gebracht bij haar familie!” Een groot applaus volgt. “Tijd om de volgende, belangrijke overwinning te boeken. Zoals jullie weten zitten er veel onschuldige gevangenen in de grootste gevangenis van Panem, de Bannedbox. Het is onze taak om deze onschuldige gevangen te bevrijden, nu de Revolutie begonnen is. We hebben lang getraind voor deze missie, nu is het tijd voor actie. Misschien gaan er doden vallen, maar we zullen er alles aan te doen om dat te voorkomen. Vandaag, gaan we vechten!” Terwijl iedereen juicht, kijkt WM wat verdwaasd om zich heen. Wat moeten Hitomi, Tuffie en hij hier dan? Naast hen zijn er twee aanwezige rebellengroepen, Klas AD en de Bolts. Klas AD is een hackersgroep, de Bolts zijn een vechtgroep. De leider van hackersgroep Klas AD, een oudere, kleine man, staat nu op een toespraak te houden. “Goedendag iedereen. Ik zal mij aan de Bolts en de winnaars voorstellen. Mijn naam is Corneel.” “De vriend van Sushi’s vader, Wasabi?”, vraagt een Bolt. “Exact. Wij zijn hier aanwezig om jullie te ondersteunen in deze reddingsactie, door het systeem zo veel mogelijk onschadelijk te maken. Op die manier kunnen jullie veilig door de gevangenis heen gaan, zonder vernietigd te worden door alle vallen die gezet zijn. Mijn team bestaat uit Arne, Ellen, Noemie, Lauwra, Liesbeth, Yannick en Prinses Baby.” Het in totaal achtkoppige team wordt hartelijk geapplaudisseerd door de rest. Vervolgens staat de leider van de Bolts op, een gespierde, knappe man. “Beste AD’ers, Bolts, ik ben Generaal Rikkert, generaal van het leger der Bolts, een van de sterkste en meest getrainde vechtgroepen van de Orde der Dertiende Spelen.” Het viel WM al gauw op dat hij een charismatisch, maar licht narcistisch overkomen had. “Ik hoef niet veel te vertellen denk ik. Een massale aanval op deze gevangenis zou nooit werken, dat ging de vorige keer mis. Wij zijn een kleine groep specialisten, getraind om zo snel en effectief mogelijk onze missies te kunnen doen. Onze groep bestaat uit Kill-Fighter, Klatergoud, Trizz, Pascal, Truckerwouter, Steve en Haps Krabs.” Ook het andere achtkoppige team krijgt een applaus.

Ineens zijn alle ogen op Tuffie, WM en Hitomi gericht. Geen van de drie heeft een duidelijke opdracht gekregen. Wat moeten zij hier doen? Tot verbazing van Tuffie en WM staat uitgerekend Hitomi op. “Wel… mijn naam is Hitomi en ik heb de achtste Hongerspelen gewonnen. Eigenlijk hebben we geen idee waarom wij hier zijn, aangezien we gisteren pas gevraagd zijn, maar… we zullen jullie zoveel mogelijk proberen te helpen!” Iedereen kijkt wat verbaasd over en weer. “Dat is heel handig, we kunnen altijd lokaas gebruiken!”, zegt een van de Bolts sarcastisch. “Mond houden Kill-Fighter!”, zegt Rikkert hierop geïrriteerd. Opperhoofd licht vanaf hier toe. “We hebben jullie bij dit team gehaald omdat de eerste verdieping ingericht is door een jonge technicus, die jullie beter zullen kennen als Secena Crane. We weten zeker dat de indeling van deze verdieping dezelfde structuur heeft als een van de arena’s.” “Waarom wij drie dan?”, vraagt Tuffie. WM vroeg zich dit ook al af, zeker omdat hij weet dat Opperhoofd een hekel heeft aan WM, aangezien hij hem verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn zoon Jihawk in de veertiende spelen. “Ik ben al eens eerder binnen geweest.”, zegt Opperhoofd, die lange tijd als dubbelspion heeft gewerkt voor Snow. “Ik herkende het vaag van een van de Spelen, maar ik kon niet mijn vinger leggen op welke. Het is niet een van de Spelen waaraan mijn zoon heeft meegedaan, en er waren minimaal vier vlakken, dus het kunnen niet de negende spelen zijn geweest. Dat houdt HS6, 7, 8, 11 en 12 over. Jelle werkt voor het Capitool, en Letitia inzetten is zo goed als waardeloos omdat zij nauwelijks iets van haar arena heeft kunnen zien.” “Dus wat wij moeten doen is de Bolts door de eerste verdieping leiden, als dat mogelijk is?”, vraagt Tuffie. “Exact. Vanaf daar zal Klas AD hopelijk het systeem gehackt kunnen hebben, waardoor voor de andere verdieping geen begeleiding nodig is.” “Moeten wij dan nog iets doen?” “Jullie kunnen, onder strikte commando’s van de Bolts en Klas AD, eventueel nog helpen met verdere, simpele taken waar wij extra mankrachten voor moeten gebruiken.” Tuffie, Hitomi en WM knikken. “We zijn er over 15 minuten”, zegt Opperhoofd.

“Ik mag hopen dat het ingedeeld is naar een van onze Spelen, anders zijn wij zo goed als nutteloos…”, zegt Hitomi. “Dat zijn jullie toch al.”, horen ze een spottende stem zeggen. Vervolgens blijkt het dat twee van de Bolts voor hun neus staan. WM herkent een van de twee als Kill-Fighter, de knul die er net al een sarcastische opmerking maakte. “Jullie zij er enkel voor de publiciteit, kindjes, dus ik weet echt niet waarom wij jullie moeten beschermen. Toch, Trucks?” “Hehe, tuurlijk, kinderen die alleen nog maar met kinderen hebben gevochten, waardeloos, hehe.” Hitomi staat op het punt om kwaad te worden, maar WM houdt haar tegen. “Hoe durven ze! Zij hebben geen idee wat wij hebben meegemaakt!”, fluistert ze naar WM. “Ze zijn het niet waard, laat het gaan en richt je op je rol.”, zegt hij haar terug op een geruststellende manier. “Heren, ik begrijp dat jullie aan ons twijfelen, maar geloof mij: wij gaan jullie versteld laten staan.”, antwoordt Tuffie rustig, met een kleine grijns. Kill-Fighter wil hierop antwoorden, maar ineens merkt hij op dat Rikkert achter hem staat. “Kill, Trucker, ik wil jullie er op attenderen dat wij hier zijn om te vechten, niet om te pesten. Dus ga terug naar je positie, NU!”. Kill-Fighter en Truckerwouter druipen af, terwijl Rikkert kort in gesprek gaat met WM, Hitomi en Tuffie. “Winnaars, excuseer mij voor het gedrag van Kill-Fighter. Het is een uitstekende soldaat en een excellente teamspeler, maar in de omgang is het een moeilijke jongen.” “Maakt niet uit, het zullen ook de zenuwen zijn.”, zegt Tuffie, die opvallend op zijn gemak is tussen dit alles. “Luister, ik verwacht veel van jullie, niet voor niets waren jullie toentertijd de sterksten in de Arena. Volg onze orders, help ons waar nodig en ik beloof jullie: alles komt goed. Leer overigens de namen van jullie teamgenoten kennen, die kunnen jullie wel nodig hebben.” WM kreeg ter plekke een de-ja-vu, dit alles voelde aan als de start van de twaalfde spelen.

Een kwartier later landt de hovercraft bij de gevangenis. Rikkert neemt gelijk de leiding. “Allemaal naar binnen, go, go! Allemaal de lift in, zodat we aankomen op de eerste verdieping!” Alleen Arne, Lauwra, Liesbeth en Opperhoofd blijven achter, om goed een overzicht te kunnen geven van alles wat er gebeurd. WM en Hitomi stappen tegelijkertijd als laatsten de lift in, die ze van de Hovercraft de gevangenis in leidt. “Daar gaan we weer.”, zegt WM tegen haar. “Op naar een nieuwe overwinning.”, zegt Hitomi terug. Ze houden elkaars hand vast, en vlak daarna verschijnen ze boven, waar ze gelijk in een slagveld belanden. “SCHIET DIE BEWAKERS GELIJK DOOD!”, commandeert Rikkert. Moeiteloos worden de vier bewakers, die nog niemand hebben kunnen waarschuwen, doodgeschoten. “Yannick, kraak die deur!”, schreeuwt Corneel naar Yannick. Hij rent op de deur af, is twintig secondes bezig met een computersysteem en vlak daarna opent het. Een gevangene komt de deur uit. “SCHIET HEM DOOD KILL, AAN HEM HEBBEN WE NIKS!” WM kan eigenlijk niet geloven hoe wreed er wordt omgegaan met de nutteloze gevangenen, maar hij moet gewoon toezien hoe de gevangene wordt doodgeschoten. “NAAR BINNEN NAAR BINNEN, VOORDAT ER MEER BEWAKERS KOMEN!”, commandeert Rikkert. WM en Hitomi, die beiden geen idee hebben wat er gebeurt, rennen naar binnen, net als alle anderen. “Wat… wat gebeurt hier?”, schreeuwt Hitomi huiverend naar WM. “Het is net de Hoorn… maar dan met geweren!”, roept hij terug. Binnen deze cel komen de rebellen even tot adem. “Is iedereen er?”, vraagt Rikkert. “Nee, Noemie is geraakt. Ze is waarschijnlijk overleden.”, zegt Ellen nogal koeltjes. Corneel schudt zijn hoofd. “Verdomme, nu al… Ach, we kunnen gewoon verder. Mensen, we zijn vanaf hier in de meest centrale cel. Hier zit ergens een geheime deur, waar vanaf we door een paar geheime ruimtes naar de tweede verdieping kunnen komen.” Hitomi kan zich toch niet inhouden, en begint met vragen. “Waarom zit die plek er?” “Het is simpelweg een geheime ontsnappingsruimte voor bewakers, voor het geval er paniek uitbreekt.” “En wie was die crimineel?” “Een of andere verstandelijk gehandicapte seriemoordenaar. Iemand die nooit zou uitvinden dat er vanaf hier een mogelijkheid tot ontsnapping is.”. De antwoorden van Corneel waren duidelijk. “Vanaf hier hebben we jullie nodig, aangezien de ontsnappingsruimtes vol vallen zitten. Hij is echter zo ingedeeld dat hij lijkt op de arena’s van een van de Spelen… laten we hopen dat het een van jullie arena’s is, anders gaan er doden vallen."


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
3 JULI 2300

Plots werd hij door iemand vastgegrepen. Hij voelde hoe een sterke arm zijn eigen armen op zijn rug hield en de andere was rond zijn keel geslagen. "Hallo JiHawk" hoorde hij zijn belager in zijn oor fluisteren. Het was WM. JiHawk wou om hulp roepen, maar WM had zijn arm te strak om zijn keel geslagen, en hij kon geen woord uitbrengen. "Dus het is waar dat jullie die lieflijke Hitomi op me af hebben gestuurd om me in de val te lokken?" ging WM verder. "Slim, ze is immers het meest capabel van jullie allemaal. Maar het is ook heel erg laf. Jullie zijn drie lafaards. Jij, die onbeduidende Lucoshi en die zielige Adje. Heb je daar iets op te zeggen?". JiHawk zou wel iets gezegd hebben als hij daartoe de kans had gehad, maar het enige wat hij kon was een heel zwak piepgeluidje uitbrengen. "Jammer" zuchtte WM "Sterf dan". Toen verstrakte hij zijn greep rond JiHawks nek. JiHawk probeerde tegen te spartelen, maar het had geen nut. WM was gewoon te sterk. Langzaam voelde hij de kracht uit al zijn ledematen verdwijnen. Zwarte vlekjes dansten voor zijn ogen en werden steeds groter, tot tenslotte heel de wereld zwart was...

‘Nee! Dit kan niet waar zijn!’
T.G kijkt met lede ogen naar het grote scherm, waarop te zien is hoe Jihawk, zijn pupil, gedood wordt door WM. In frustratie slaat hij met zijn platte hand tegen de muur. ‘Waarom, Jihawk!? Je had hem kunnen zien aankomen!’
‘Schreeuwen heeft geen zin. Het zal hem niet tot leven brengen.’
Een rilling loopt over T.G rug als hij de ijzige hand van zijn medetrainer op zijn schouder voelt. Mie de Hamster, trainer van District 2, kijkt hem stoïcijns aan. Een man met sterke spieren, een kaal hoofd, meerdere littekens op zijn gezicht en een los vest met een cappuchon die hij altijd op heeft. Zijn linkerarm is hij ooit onder onbekende omstandigheden verloren, waardoor hij nu met een metalen prothese rondloopt. Slechts weinigen hebben kennis van zijn achtergrond, maar zijn onverschillige houding bezorgt T.G altijd de kriebels.
‘Je moet de zaken accepteren zoals ze zijn, T.G. WM was gewoon de betere van de twee. Jihawk derfde terecht het onderspit.’
T.G duwt Mie’s metalen hand van zich af. ‘Je hebt het recht niet dat te zeggen. Jihawk droeg enorm veel bij aan zijn team. WM daarentegen wilde zijn hele team van het begin af aan al dood hebben!’
‘De Hongerspelen zijn een slagveld. Vrienden maken doe je maar op het schoolplein.’ Mie vouwt zijn armen nonchalant over elkaar.
T.G heeft er even genoeg van. Sinds zijn overwinning in de Hongerspelen van zeven jaar geleden had hij de verantwoordelijkheid op zich genomen om de tributen van District 8 te trainen. Hij had helaas al gauw in de gaten dat hij er zelf veel beter vanaf kwam dan al zijn opvolgers. Keer op keer moest hij toekijken hoe zijn pupillen afgeslacht werden door de sterkere tributen, vaak leerlingen van Hans de Struisvogel en Mie de Hamster. Ook nu is dat het geval. Aanvankelijk was hij trainer geworden omdat hij de kinderen van zijn district wilde helpen de Hongerspelen te overleven zoals hij zelf had gedaan, maar tot nu toe lijkt hij ze alleen maar onbedoeld de dood in te sturen. Eigenlijk wil hij niets liever dan nooit meer naar het Kapitool terug te hoeven keren.
‘Ik ga naar huis,’ merkt T.G op. ‘Ik heb hier nu toch niets meer te zoeken. En ik weet niet zeker of ik ooit nog wel terugkom.’
Mie grijnst. ‘Dat is een opmerkelijk toeval. Ik houd er hierna ook mee op. Vanaf volgend jaar neemt Tosti mijn taak over.’
T.G kijkt verrast op. ‘Meen je dat nou? Vind je het soms saai worden om jouw tributen alleen maar succes te zien hebben?’
Mie laat een subtiel lachje ontsnappen. ‘Geloof me T.G, ik heb wel betere dingen te doen dan moordmachines opleiden voor dit nutteloze spel.’
T.G weet niet wat niet wat hij van deze opmerking moet vinden. Zonder nog een woord te zeggen verlaat hij de ruimte en begeeft hij zich richting het treinstation.

Terwijl de regen tegen treinramen klettert denkt hij terug aan zijn eigen ervaringen in de Hongerspelen. Hij had ontzettend veel geluk gehad. Er waren talloze keren waarop hij bijna gedood werd, maar iedere keer kroop hij door het oog van de naald. Zijn grootste geluk was echter de genade van Tuffie, zijn tegenstander in de finale. Kort voor het einde had hij hem kunnen doden, maar hij wilde hem een eerlijke kans geven. En die kans benutte hij door hem te doden. Iets wat T.G zichzelf nooit echt heeft kunnen vergeven.  Tijdens zijn bezoek aan District 6 in verband met de Victory Tour kwam hij erachter dat Tuffie zijn hele familie verloren had en dat hij daarom misschien wel dood wilde, maar toch voelde het achteraf oneerlijk om zo te winnen. Toen hij op die wankele rots voor zijn leven vocht stond hij daar totaal niet bij stil.

Als T.G het trottoir van zijn huis betreedt merkt hij dat het tuinhekje openstaat. Vreemd. Die liet hij altijd gesloten achter zich als hij weg was. Mogelijk was hij opengewaaid bij die storm van daarnet. Met deze gedachte in zijn hoofd haalt T.G de huissleutel achter zijn vogelhuisje vandaan en loopt hij naar binnen. Na enkele stappen hoort hij uit het niets een blaf. Volledig van zijn stuk gebracht kijkt hij in het rond. Tot zijn grote verrassing komt er ineens een wolfshond uit de woonkamer tevoorschijn. Een hond die hij maar al te goed herkent.
‘L… Lazer? Wat doe jij hier?’
Vrolijk springt Lazer tegen hem op. ‘Nee Lazer, af!’ Maar Laser luistert niet. T.G heeft weinig ervaring met honden, en weet niet goed hoe hij er een moet commanderen.
‘Laser, hier!’ hoort hij een bekende stem zeggen. Laser reageert meteen. Hij wordt weer rustig en loopt terug naar zijn baasje.
‘Je bent vroeger terug dan ik had verwacht, T.G.’ Op dat moment wordt T.G geconfronteerd met zijn indringer. In de deuropening naar zijn woonkamer staat Fisico, spelmaker en tevens winnaar van de vierde Hongerspelen.

‘Je had mij van tevoren wel even kunnen vertellen dat je langs zou komen,’ moppert T.G lichtelijk, terwijl hij op de bank gaat zitten. Fisico neemt plaats tegenover hem, in een bruine leren stoel.
‘Het spijt me dat ik jou zo moest overvallen. Maar ik wilde jou onder vier ogen spreken, en ik wist niet precies waar je zou uithangen.’
‘In het vervolg moet ik maar gewoon de sleutel bij me houden,’ zucht T.G. ‘Maar goed, als je iets wil bespreken, dan kan dat toch ook via de telefoon?’
‘Niet echt. De telefoonverbinding wordt afgetapt door het Kapitool, en ik wil niet riskeren dat mijn plan ontdekt wordt.’
T.G’s begint al iets te vermoeden. ‘Bedoel je te zeggen dat je een rebelse agenda hebt?’
Ik zal er geen doekjes om winden,’ antwoordt Fisico. ‘Ik heb een doel, en om dat doel te bereiken heb ik bondgenoten nodig. Mensen die ik kan vertrouwen. Mensen zoals jij.’
T.G moet dit even laten inzinken. Hij wacht nog altijd met smart op de dag dat het Kapitool valt, maar de afgelopen jaren hebben laten zien dat rebellieën meestal weinig succes hebben. Zijn blik dwaalt even af naar Laser, die geïnteresseerd naar twee vogels in zijn kruidentuintje zit te kijken.
‘Hoe wilde je dit aanpakken? Een rebellie is niet niks. Er is wapentuig en mankracht voor nodig. Hoe denk je dat alles te kunnen krijgen?’
‘Dat is precies waarom ik jou wilde vragen,’ antwoordt Fisico. ‘Iedere toevoeging aan mijn groepje  van volgers is mooi meegenomen. Bovendien kennen wij elkaar al een lange tijd. Ik weet hoe jij je voelt over de Hongerspelen. Met onze gecombineerde kracht kunnen we er een einde aan maken.’
T.G staart bedenkelijk voor zich uit. ‘Ik zou het graag met je eens zijn Fisico, maar ik heb zo mijn twijfels. Een rebellie is gevaarlijk. Als het mislukt, dan zal het alleen maar tot onnodig bloedvergieten leiden. Ik wil niet nog meer onbedoelde slachtoffers maken dan ik de afgelopen jaren al heb gedaan.’
Dan begint Laser ineens te blaffen, waar T.G licht van schrikt.
‘Kun je hem niet stil houden?’
Fisico knipt soepel met zijn vingers, waar Laser meteen naar luistert. T.G vraagt zich af hoe Fisico dat voor elkaar krijgt.
‘Volgens mij is Laser het niet met jouw mening eens,’ grinnikt Fisico. ‘Maar serieus, vergis je niet: de rebellen staan er beter voor dan je misschien zou denken. Ik begrijp jouw zorgen, maar je weet dan ook nog niet alles.’
T.G trekt een wenkbrauw op, wat ervoor zorgt dat Fisico’s mond in een grijns verandert.

‘Laat mij jou de situatie uitleggen. In bijna alle districten zijn ondergronds meerdere rebellengroepen actief. Deze groepen kunnen afzonderlijk weinig bereiken, maar als je ze nader tot elkaar brengt wordt hun slagkracht al gauw een stuk groter. Dat is waar ik al een tijdje mee bezig ben. Als winnaar heb ik toestemming om vrij tussen de twaalf districten te reizen. Mijn doel is om zoveel mogelijk rebelse groeperingen van elkaar bewust te maken, zoveel mogelijk informatie met ze te delen en ze op die manier uiteindelijk te verenigen. Daarnaast werk ik thuis in District 6 inmiddels aan mijn eigen kleine rebellengroepje, bestaande uit slachtoffers van het Kapitool of mensen die op straat leven. Samen met hen focus ik mij voornamelijk op mogelijke boycots tegen Hongerspelen. Ik zit er tot over mijn oren in, en hoe graag ik het ook allemaal zelf zou willen regelen besef ik dat ik het niet veel langer alleen aankan. Dat is eigenlijk mijn belangrijkste reden om bij jou aan te kloppen. Zie jij het zitten om mij te steunen?’
T.G kan zijn oren niet geloven. Dat er af en toe wat tekenen van verzet boven water komen is hem geen verrassing, maar hij had nooit gedacht dat er zo’n complex netwerk van rebellengroepen bestaat. Fisico moet zich hier wel heel erg in verdiept hebben dat hij dit allemaal uitgevogeld heeft. Het aanbod om aan de rebellie mee te doen klinkt nu een stuk aantrekkelijker, maar toch knaagt er nog iets van onzekerheid aan hem.
‘Zelfs met al die steun zal het een hels karwei worden om het leger en de technologische voorsprong van het Kapitool te bevechten. Ik acht President Snow best in staat om hele districten met de grond gelijk te maken als het erop aan komt. Is er geen manier om dat te voorkomen?’
‘Ah, dat was ik je nog vergeten te vertellen.’ Fisico schraapt zijn keel. ‘In het Kapitool zijn namens de rebellen een aantal spionnen actief. Als het Kapitool een grootschalige aanval plant, dan worden we daarover ingelicht en hebben we tijd om ons voor te bereiden. Op die manier hebben ze het verzet tijdens en na de oorlog meerdere keren van de ondergang gered.’
‘Wie zijn die spionnen eigenlijk? En hoe konden ze in vredesnaam in het Kapitool infiltreren?’
‘De details van hun infiltratie ken ik niet, maar ik ken ze wel bij naam. Onze belangrijkste infiltrant is Opperhoofd. Een voormalige rebelstrijder die zich aan het einde van de oorlog aansloot bij het Kapitool, maar ons in het geheim nog steeds trouw is. Het is zijn taak om ons in te lichten over zaken omtrent het leger en militaire doelwitten in het algemeen. De tweede naam is Admin, het hoofd van de peacekeepers. Vanwege zijn functie is hij meestal niet in staat om iets voor ons te doen, maar hij heeft in het verleden blijkbaar meerdere malen geholpen de Hongerspelen te saboteren. En toevallig is er sinds een paar weken een derde spion bijgekomen. Het gaat om Mie de Hamster.’
T.G’s onderkaak zakt bijna tegen de grond als hij dat hoort. ‘Mie? Die griezel? Meen je dat echt!?’
Fisico knikt bevestigend. ‘Inderdaad. Vanwege zijn goede contacten met Seneca Crane dient hij momenteel als bron voor technische ontwikkelingen binnen het Kapitool. Hij kan ons informeren over moderne technieken waar men in de districten niet bekend mee is.’
‘Dat verklaart waarom hij zijn taak als trainer zo abrupt stopte.’ T.G kijkt ongelovig naar de grond. ‘Waarom is hij zo plotseling overgelopen? Weet jij daar iets van?’
‘Om eerlijk te zijn niet. Maar wat zijn motivatie ook was, onthoud het volgende: een man die vecht voor een hoger doel is bij vlagen genoodzaakt iemand anders te zijn dan wie hij werkelijk is. Hij staat nu aan onze kant, en dat is de hoofdzaak. Hij heeft ons al voorzien in zeer belangrijke informatie, dus ik garandeer je dat hij te vertrouwen is.’
'Welke informatie?'
Fisico pauzeert even. Zijn ogen verraden zijn moeite met T.G's vraag.
'Lazerstraal leeft nog.'
T.G's onderkaak zakt zo'n beetje door de grond heen. 'Wat!? Hoe is dat nou mogelijk!?
Fisico probeert een traan onderdrukken. 'Ik weet niet hoe of waarom, maar ze leeft nog. Het Kaptiool heeft haar sinds die noodlottige dag kunstmatig in leven gehouden. Ze licht momenteel in een diepe slaap, en ik hoorde van Mie dat Seneca van President Snow de opdracht heeft gekregen om haar in een toekomstige Hongerspelen weer te laten deelnemen en te vermoorden, als bewijs van de absolute macht van het Kaptiool. Daarom ben ik zo vastberaden om de Hongerspelen te boycotten. Als we haar die ene keer in leven kunnen houden, dan zou dat voor de rebellen een gigantische morele overwinning zijn.'
T.G is volkomen verbluft. 'Oké... wat is er nog meer dat ik niet weet?'
'Volgens mij heb ik jouw interesse gewekt.' Fisico steekt zijn hand uit. ‘Dus, T.G… heb ik jouw medewerking?’

Het duurt even voordat T.G reageert. Aan de ene kant ziet hij het als een geweldige kans om een einde te maken aan de Hongerspelen en de absolute macht van het Kapitool. Aan de andere kant maakt hij zich grote zorgen over de risico’s. Als het plan in de soep loopt, dan zal het enkel in nog meer leed resulteren. Maar dan bedenkt hij zich dat het volk nu ook al ernstig lijdt onder de tirannie van President Snow. De omstandigheden in veel districten zijn onmenselijk. Iets wat niet veel langer zo kan.
‘Het spijt me, Fisico.’
Fisico’s gezicht vertrekt.
‘Het spijt me dat ik zolang getwijfeld heb. Je hebt mijn medewerking.’
Plechtig schud hij Fisico’s hand. Vervolgens komt Laser enthousiast op de twee mannen af en duwt hij zijn poot tegen de omsloten handen van T.G en Fisico aan.
‘Wat wil hij nu weer?’
Fisico glimlacht. ‘Het is een slimme jongen. Hij weet dat jij nu voortaan bij ons hoort. Laser, poot!’
Lachend neemt T.G het pootje van Laser aan.



Laatst aangepast door T.G op za 09 jul 2016, 15:26; in totaal 4 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
VOORJAAR 2297

“Het einde is nabij, gij vermaledijde schurk!”
Met een triomfantelijke glimlach op zijn gezicht spoort Ulysses zijn paard aan. Het sneeuwwitte dier hinnikt, en galoppeert sierlijk naar voren, waar Ulysses’ aartsvijand EragonElkan staat. Ulysses trekt zijn degen en steekt deze naar voren uit. EragonElkan kijkt hem met een verbeten gezicht aan. Ulysses komt steeds dichterbij. Nog 5 meter. Nog 4. Nog 3. Nog 2… Plotseling verschijnt er een gigantische zwarte rookwolk. Ulysses’ paard steigert, waardoor Ulysses achterover valt en in het zand belandt. Als hij opkijkt, ziet hij dat EragonElkan is verdwenen.
“Vervloekt!” schreeuwt hij uit. “Ick was vergeten dat deze duivelse schobbejak magische krachten bezit ende beheerst!”
Ulysses wendt zich tot zijn paard, dat enigszins onrustig staat te trappelen.
“Kom hier, mijn trouwe ros ende goede vrind!” Ulysses steekt zijn arm uit en aait het dier over haar hoofd. “Wij zullen die schavuit ene andere keer wel te grazen nemen! Maar laat ons nu eerst richting den Herberg gaan, voor ene verweende pint!”

“Het is zomaar een bijzonder type, die broer van jou!” zegt Seneca Crane, terwijl het publiek rondom hem hardop lacht. Hans de Struisvogel glimlacht.
“Dat is hij zeker. Altijd al geweest ook. Iets teveel ridder romans gelezen als kind. Idioot”
Seneca grinnikt. Hans zeikt zijn jongere broer altijd af, maar Seneca weet dat zijn goede vriend ontzettend veel om Ulysses geeft. Sinds de dood van hun ouders zo’n 3 jaar geleden hadden de broers alleen elkaar nog. Hans strijkt met zijn hand over zijn sikje.
“Ik ben trouwens verbaasd dat je kon komen kijken. Hoor jij nu niet druk in de weer te zijn met de Hongerspelen?”
Seneca zucht.
“Hou alsjeblieft je mond. Dit is mijn eerste vrije dag in 3 maanden tijd. Snow zegt dat dit mijn laatste kans is.”
Hans grinnikt.
“Opzich best begrijpelijk, na dat drama van vorig jaar. Hoelang duurde het, 2 uur?”
Seneca kijkt Hans chagrijnig aan.
“Dat was niet mijn schuld! Die ondergrondse Arena was een ideetje van Fisico. Ieder ander zou gelyncht zijn als hij zo’n blunder was begaan, maar meneer de Hongerspelen-winnaar mag doen en laten wat hij wil. Ik had Snow nog zo gewaarschuwd dat ie jongen te jong is om Spelmaker te worden, maar hij wilde er niets van horen! En nu hebben we de districten op ons dak gekregen, omdat alle 24 tributen na 2 uur bedolven waren onder het puin!”
Hans grinnikt weer.
“Tja, het was best wel gedoemd te falen ja.”
“Dat kan best zijn, maar ik mag nu de problemen oplossen! Snow heeft destijds toestemming gegeven voor de Hongerspelen, mits we daarmee de Rebellen in toom konden houden. En zoals je begrijpt is dat niet bepaald gelukt.”
Hans knikt bedenkelijk.
“En hoe wil je dat gaan oplossen?”
Seneca slaakt een diepe zucht.
“De voornaamste opstanden kwamen uit district 6 en 8, niet geheel toevallig 1 van de districten waar ons wonderkind uit komt. Om ze te straffen, sturen we 3 tributen uit die twee districten de Arena in. En de Arena wordt zwaarder. Minder eten, meer gevaar. We gaan een vergiftigd meer aanleggen, er komen geisers, en we zijn bezig met een studie naar paddo’s, zodat we zowel eetbare als giftige in de Arena kunnen verspreiden. 2 jaar geleden weigerden de finalisten om met elkaar te vechten, dus als zij elkaar niet meer willen vermoorden, zullen wij een handje moeten helpen.”
Plotseling begint het publiek hard te applaudisseren. Seneca en Hans kijken verbaasd op, en zien dat de buigingen begonnen zijn.
“Shit!” vloekt Hans. “De finale gemist!”
Nadat de acteur die EragonElkan speelde zijn applaus in ontvangst heeft genomen, komt Ulysses naar voren. Stralend kijkt hij naar de menigte, die uit hun dak gaat voor hun ster.
“Die jongen heeft een natuurlijk charisma” zegt Seneca, terwijl ook hij applaudisseert. “Heeft hij wel eens een TV-carrière overwogen?”
Hans glimlacht.
“Hij staat liever in het theater. Nouja, het liefste zou hij écht een heldhaftige ridder zijn die de schurken verslaat, maar theater komt dicht genoeg in de buurt.”
Terwijl Hans naar Ulysses knipoogt, ziet hij niet dat een duivelse grijns op het gezicht van Seneca verschijnt.


TWEE MAANDEN LATER

“ULYSSES!”
Hans staat aan de grond genageld. Verbijsterd kijkt hij naar zijn 5 jaar jongere broer, die al even geschokt terugkijkt.
“Hoe kan dit?” zegt Ulysses. “Ik heb me helemaal niet opgegeven!”
Hans begrijpt er ook niets van. In voorgaande jaren stuurde District 1 alleen getrainde beroepstributen naar de Hongerspelen. Hijzelf had nog wel eens geholpen met het trainen van de zogenaamde “moordmachines”. Terwijl hij Ulysses aanspoort om het podium betreden, probeert Hans te beseffen wat er gebeurd is. Dat was niet zo moeilijk te raden. Seneca. Hans knarst met zijn tanden. Seneca had Ulysses zien optreden, had gezegd dat Ulysses een natuurlijk charisma had dat goed op tv zou passen. Seneca had ervoor gezorgd dat Ulysses werd uitgekozen als 1 van de tributen van District 1.Woedend loopt Hans naar Archibald, de mentor van District 1.
“Waar slaat dit op? Ulysses is hier helemaal niet voor getraind! Waren je beroepstributen soms op?”
Archibald, een kleine, stokoude man, schud zuchtend zijn hoofd.
“In tegendeel. Opperhoofd was woest toen hij hoorde dat zijn oudste dochter dit jaar niet mee kon doen omdat Ulysses haar plaats had ingenomen.”
“Maar kun je er dan niets tegen doen? Zeg dat er een foutje gemaakt is, dat Tijgerlely zich graag wil opgeven!”
Archibald zucht diep.
“Dat gaat niet, Hans. Als het Kapitool wil dat Ulysses meedoet, dan doet hij mee.”
Hans voelt de woede in zich stijgen.
“Goed, dan verwacht ik van jou dat je hem de beste training geeft die er is! Steek al je tijd in hem! Ik kan Ulysses niet verliezen!”
Archibald zucht opnieuw, en kijkt naar de lucht.
“Luister Hans. Ik ben 82. De enige reden dat ik heb ingestemd mentor te worden, is omdat de tributen die ik onder mijn hoede krijg al volop getraind zijn voordat de Hongerspelen beginnen. Ik ben niet meer zo vitaal als vroeger, ik geef ze slechts morele support.”
Hans kan zijn oren niet geloven. Ulysses zal volledig ongetraind de Arena in worden gestuurd. Rechtstreeks naar de slachtbank.
“Dan doe ik het!”
Archibald kijkt verbaasd.
“Hoe bedoel je?”
“Als jij Ulysses niet wilt trainen, dan doe ik het! Vertel het Kapitool maar dat je met pensioen gaat, en dat ik jouw taak als mentor van District 1 op me neem!”
Archibald glimlacht.
“Weet je dat zeker Hans? Weet je zeker dat je jaar in jaar uit tijd en energie wilt steken in het begeleiden van jonge kerels, jongens die nog aan het begin van hun leven staan, van alles kunnen bereiken, om ze vervolgens keer op keer te zien sterven? Weet je heel zeker dat je dat aan kunt?”
Hans slikt even, maar kijkt vervolgens vastberaden naar Archibald.
“Ja, ik weet het zeker. Ik laat Ulysses niet zomaar aan zijn lot over!”


Het is de laatste trainingsdag als Hans Ulysses even apart neemt.
“Goed broertje, dit is het dan. Erop of eronder.”
“Vreesch niet mijn broeder, ick zal u niet teleurstellen!”
Hans grinnikt.
“Uiteraard niet. Je competitie bestaat uit domme krachtpatsers en nietszeggende slappelingen. Je ehbt de overwinning al zo goed als binnen.”
Ulysses glundert trots. Hans glimlacht naar hem, maar van binnen voelt hij een ijzige kou. Hoewel het hem redelijk gelukt was om Ulysses enige behendigheid met wapens te leren, bleef zijn broertje er toch een show van maken. Dat kon hem wel eens de kop gaan kosten.
“Weet je alles nog wat ik je geleerd heb?”
Ulysses knikt.
“Het water uit den poel is vergiftigd ende verderfelijk, en dient ten allen tijden onberoerd gelaten te worden. Het water uit den geisers kan afgekoeld worden, aldoende het drinckbaar zal zijn.”
Hans knikt tevreden.
“En de paddo’s?”
Ulysses fronst.
“Den ‘Volvariella volvacea’ ende Cantharellus cibarius’ zijn eetbaar, en kan ick herkennen aan den witte danwel gele kleur. Den ‘Inocybe erubescens’ is giftig ende bruin en dient gemeden te worden. Den ‘Deborilius Hepotatos’ dient niet gegeten te worden, maar heeft wel ene geneeskrachtige functie. En tot slot is daar den ‘Plottus Forshadowus’, waarvan ik den functie ben vergeten.”
Hans grinnikt.
“Metaal. De ‘Pluttus Forshadowus’ kan metaal verzwakken. Onthoud dat, het kan van pas komen indien een van je tegenstanders een helm of harnas draagt. Goed, als het goed is ben jij de enige tribuut die informatie heeft over de Arena, dus gebruik deze zoveel mogelijk in je voordeel.”
Ulysses knikt. Hans slaakt een diepe zucht, en kijkt zijn jongere broer aan.
“Dan is nu het moment gekomen waarop we afscheid moeten nemen.”
“Treur niet, mijn broeder! Wij zullen elkander spoedig weer zien! Enckel ben ik dan reeds ondergedompeld in roem ende rijckdom ende eer!”
Hans grinnikt, en omhelst Ulysses.


Na de onverwachte aanval van WM en Para op Ulysses, probeerde Ulysses zich naar de rivier te brengen. Dit ging ontzettend moeizaam, want hij had een aantal zware wonden opgelopen. Hij heeft best veel geluk dat hij nog leefde. Hij moest wel nog wat vinden op het bloedspoor dat hij achterliet. Toen kreeg Ulysses een idee. Hij had nog de "Deborilius Hepotatos" bij zich, die hij had geplukt. Ulysses wist dat de paddo geneeskrachtige functies had als je er zalf van maakte. Hij was vrij zeldzaam. Het was ook de enige paddo van zijn soort die hij zag op het paddoveld. Verder had hij enkel nog drie eetbare paddo's mee, waarmee hij het een aantal dagen zou uithouden. Erg goed vult het niet, maar het is beter dan niks. Hij had ook nog een andere paddo mee. Hij wist dat de paddo niet giftig was, maar hij was de functie van de paddo vergeten.


“Dat was Cansel Sert met “Ik wil een elfje zijn”! Nu snel terug naar de studio, waar Caesar Flickerman op de vooravond van de langverwachte finale met enkele experts terugblikt op alweer de 6e editie van de Hongerspelen” “Dank je, Lorenzo!” Een oorverdovend applaus klinkt uit het publiek terwijl Caesar Flickerman zich richt op de camera. “Welkom terug bij de Hongerspelen! Voor de break zag u hoe Lennard bezweek onder de giftige gassen die een deel van de Arena vulden! Voordat we gaan kijken naar de ontknoping, gaan we eerst even terugblikken op alles wat er de afgelopen dagen in de Arena gebeurd is. Welke tributen zijn er gestorven? Wie waren de meest spraakmakende figuren? En wie zal de Arena dit keer levend verlaten? Bij mij in de studio zitten 3 bekende gasten. Ik stel ze even aan U voor!” Caesar loopt naar de bank, waar de drie experts zitten. “De eerste is niemand minder dan hoogstaand professor, en tevens bedenker van de Hongerspelen: dr. Sven Window!” Een beleefd applaus klinkt voor professor Sven, die een bescheiden knikje geeft naar het publiek. “Onze tweede gast is iemand die al jaren lang mentor is van district 7, maar nu eindelijk een finalist te pakken heeft: TGL!” TGL zwaait vrolijk naar het publiek. Caesar richt zich tot de laatste gast. “En tot slot, een man die dit jaar Archibald de Puppy opvolgde als mentor van district 1, maar bovenal bekend staat als de broer van publieksfavoriet Ulysses: Hans de Struisvogel!”

“En met die woorden zijn we aan het einde van onze terugblik. Zo meteen gaan we kijken naar de finale, maar laat mij eerst eens vragen: wie hopen jullie dat er wint?” Professor Sven kijkt bedenkelijk. “Beide kandidaten zijn sterk en hebben goed gespeeld, maar ik denk dat het nu toch tijd wordt voor een overwinning uit district 1, dus ik zeg Ulysses.” Het publiek applaudisseert luid. “En jij, TGL?” TGL glimlacht. “Dat lijkt me duidelijk. Tuffie is constant onderschat, maar heeft een volledig arsenaal aan wapens weten op te bouwen. Hij zal winnen.” Het publiek klapt opnieuw. Caesar grinnikt. “Ik neem dat ik jou niet eens hoef te vragen wie je hoopt dat er wint, Hans?” Hans glimlacht flauwtjes. “Ulysses is niet alleen mijn mentorkind, hij is mijn broer. Sinds onze ouders stierven toen ik 19 was, hebben we alleen elkaar nog. Hij moet winnen.”


Ulysses stond te hijgen. Het was voorbij! Hij liep naar de helling en klom die op. Hij pakte Tuffie's speer op. "Je hebt goed gestreden vriend, maar ik was beter" riep hij uit. Hij ging bovenaan de helling staan om toch eens te kijken of hij Tuffie's lijk nergens kon zien. Hij keek over de rand.
Hij keek in de rivier maar zag niets. Hij draaide zijn hoofd naar beneden... Daar stond Tuffie, tegen de rand van de helling gedrukt. Te laat besefte Ulysses dat hij nog geen kanonschot gehoord had. Tuffie stootte met zijn speer naar boven, recht door de keel en het hoofd van Ulysses. Hij was op slag dood. Nu pas klonk het laatste kanonschot.
Tuffie krabbelde de helling weer op. De speer was door het stuk van zijn borstplaat gegaan dat bij zijn gevecht tegen WM was verzwakt, maar had het nog genoeg tegen gehouden om niet recht door zijn lijf te gaan. Het moest zijn hart op een haar na hebben gemist.


TWEE JAAR LATER

Hans kan zijn ogen niet geloven.
“Wat doe jij hier?”
Tuffie glimlacht.
“TGL heeft een flinke griep te pakken gekregen, dus hij vroeg me of ik dit jaar voor hem wil invallen.”
Hans knarst met zijn tanden. Het is de eerste keer sinds Tuffie’s victory tour dat hij oog in oog staat met de moordenaar van zijn broer.
“Als je maar weet dat ik zal winnen, Tuffie! Mijn tributen WM en Tosti zijn waarschijnlijk de sterkste vechters in de Arena, terwijl die zwakkelingen van jou niet eens een voldoende wisten te scoren!”
Tuffie grijnst.
“Schijn bedriegt, Hans. Ulysses heeft bewust een lagere score gehaald. Het verrassingseffect dat je iets goed kunt wat de meesten niet verwachten kan je in je voordeel gebruiken. Aardige jongen, die Ulysses. Misschien dat ik hem kan overhalen om “chique ende ouderwets” te praten, als een klein eerbetoon naar je lieve broertje?”
Terwijl Tuffie lachend wegloopt, probeert Hans zich in te houden hem niet ter plekke te vermoorden. “Ik zal hem eens wat laten zien” denkt hij. “Zodra ik WM en Tosti spreek, zal ik ze vertellen dat het doden van Goomuin en Ulysses de eerste prioriteit heeft!”


EEN JAAR LATER

“Ben je er klaar voor?”
Pokéfan en Tosti knikken. Hans glimlacht.
“Mooi zo. Pokéfan, jij eerst!”
Pokéfan zucht, en loopt de beoordelingsruimte in. Hans wendt zich tot Tosti.
“Tosti, denk eraan wat ik gezegd heb. Een hoge score halen is niet van belang. Je kunt natuurlijk weer een wapen in handen nemen dat je goed ligt, een 11 scoren en redelijk gevaarlijk overkomen voor de andere tributen, maar dat heeft weinig tot geen nut, behalve sponsorgifts ontvangen, maar zelfs dat krijgen de meesten niet. Integendeel, het verrassingseffect dat je iets goed kunt wat de meesten niet verwachten kan je in je voordeel gebruiken.”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
De winnaars, de Bolts en een gedeelte van Klas AD gaan de volgende ruimte binnen. De ruimte waar de winnaars een rol in zouden moeten spelen. WM kijkt om zich heen, maar herkent niets van zijn eigen Spelen. Hierop stoot hij Hitomi aan. “Herken jij dit?”, fluistert hij. Hitomi gebaart van niet. Kort is WM enorm bang, totdat Tuffie ineens wat door krijgt. “Ik herken dit!”, roept hij euforisch. “Wat is het, Tuffie?”, vraagt Rikkert. “Volgens mij is dit het gebied met de geisers… Maar dan net iets anders. Door dat stuk kon je in mijn arena alleen maar heen als je precies wist waar je moest lopen.” “En die manier weet jij?” “Ja, dat zal ik nooit meer vergeten.”, zegt Tuffie. Rikkert en Corneel knikken. “Best, dan ben jij onze hoop op dit stuk. Jij moet ons dit stuk begeleiden.”, stelt Corneel. Tuffie slikt even wegens de verantwoordelijkheid die hij nu krijgt. “Maar… wat als ik een foutje maak? Dan zijn we de lul!”, zegt Tuffie. Rikkert zucht. “Dat zijn nou eenmaal risico’s die we moeten nemen.”, stelt hij. Corneel is het hier niet mee eens. “Nee, als Tuffie voorop loopt en een foutje maakt, sterft hij waarschijnlijk ter plekke, en hebben we geen gids meer. Iemand anders moet voorop lopen.” “Je hebt gelijk. Is er een soldaat die Tuffie genoeg vertrouwt en voorop wil lopen, nauw luisterend naar de commando’s van Tuffie?”, vraagt Rikkert aan de Bolts. Geen van de Bolts lijkt dit te willen riskeren, totdat Kill-Fighter opstaat. “Best, ik wil wel Tuffie vertrouwen.” Kill-Fighter en Tuffie gaan voorop, terwijl Rikkert de rest van de commando’s geeft. “Iedereen, het is de bedoeling dat we Tuffie en Kill stap voor stap gaan volgen, tenzij je hier ter plekke verbrand wil worden. Snappen jullie dat?” Iedereen knikt, en vervolgens gaat iedereen op een rijtje staan om de route van Tuffie te volgen. WM en Hitomi staan helemaal achteraan, allebei enorm zenuwachtig, wegens de angst dat Tuffie de route niet zo goed zou weten als hij zelf denkt. Zenuwen die later voor niks bleken te zijn. Na een spannend stuk om de ‘geisers’ heen weet het team van de Rebellen de overkant te bereiken. Iedereen haalt opgelucht adem, en Tuffie wordt volop bedankt. Lang rusten kan niet, omdat Rikkert snel zijn ploeg weer toespreekt. “Waarschijnlijk hebben de bewakers ondertussen in de gaten dat er iets niet klopt, dus we moeten vanaf hier snel zijn. Neem die trap naar boven, ik neem aan dat de achterbleven groep van Klas AD ondertussen de beveiliging daar heeft uitgeschakeld.”

Iedereen klimt de trap op, en de rebellen belanden in een ruimte met veel aansluitende gangen. Rikkert geeft vervolgens de taakverdeling door. “Luister iedereen, er zijn hier een flink aantal gevangenen waarvan het niet onze opdracht is om ze te redden. Wij zijn hier om slechts een beperkt aantal gevangenen te redden. Ik zal bij deze de taakverdeling bekend maken: Kill-Fighter, Klatergoud, Pascal, jullie gaan door Gang 12, hier zitten alle gevangen genomen Rebellen. Redt er zo veel mogelijk!” “Ja baas!” “Truckerwouter, Haps Krabs, jullie gaan door Gang 7. Hier zullen alle Hongerspelen-gerelateerde gevangenen zich bevinden. Neem Hitomi, WM en Tuffie mee, ze zullen misschien nog van pas komen.” “Ja baas.”. Ook WM knikt zijn hoofd plichtmatig, maar echt begrijpen wat hij moet doen doet hij niet. Haps Krabs, een jonge, lange vent, neemt gelijk de leiding, wanneer het groepje de gang in rent. “Trucks, winnaars, volg mij, ik leg zometeen uit wat jullie moeten doen.”. Tuffie, WM, Hitomi en Truckerwouter volgen hem hierna. “Wie zijn de HS-gerelateerde gevangenen?”, vraagt Hitomi. “Waarschijnlijk de familieleden van tributen uit dit jaar. Misschien zijn er nog een paar andere gevangenen, misschien niet.”, is het antwoord van Haps Krabs. Het vijftal rent de gang door, totdat er een “KIJK UIT!” uit de mond van Hitomi komt. Te laat, WM kan alleen maar toekijken wanneer twee bewakers beginnen met schieten. Haps Krabs en Truckerwouter worden gelijk doodgeschoten, en WM raakt in paniek. “Die anderen mogen we niet doodschieten, arresteer ze!”, schreeuwt een bewaker naar de ander. Tuffie reageert hierop paraat en schiet eenvoudig de twee bewakers neer. “Niet als ik jullie eerst neerschiet.”, roept Tuffie. Vervolgens ontploft hij van woede. “WM, Hitomi, wat deden jullie daar in godsnaam! Als jullie parater hadden gereageerd hadden we ze kunnen redden!”, schreeuwt hij. “Sorry, ik probeerde te schieten, maar alles ging mis.”, is het excuus van Hitomi. WM, nog volledig in shock van wat er net is gebeurd, kan nauwelijks een antwoord formuleren. “Nou… Ik… Ehm…”. Tuffie zucht. “Hier hebben we niks aan. We moeten gewoon verder gaan.” “Maar Tuffie, er zijn net twee van onze ploeggenoten doodgeschoten! Het is te gevaarlijk!”, wil Hitomi concluderen. “Dat kan wel, maar zoals je hoorde: ze gaan ons toch niet doodschieten omdat we winnaars zijn. Daarbij, als we nu afhaken zijn zij voor niets gestorven. We moeten verder gaan!”

Tuffie, Hitomi en WM, zonder begeleiding, rennen verder naar het einde van de gang, waar twee deuren staan. Tuffie leest hardop wat er staat. “Een cel voor familieleden… en een cel voor tributen?” “Vast voor de tributen van HS11, nu zit er niemand denk ik.”, antwoordt WM. “Het zal wel, ik vind dat we er toch een kijkje moeten nemen. WM, jij kijkt in de cel voor ‘winnaars’, Hitomi, jij houdt de wacht. Ik bevrijd wel de familieleden.” WM en Hitomi, allebei onder de indruk hoe Tuffie de leiderspositie op zich heeft genomen, knikken. WM weet dat hij nu een kort stuk onafhankelijk moet opereren. Snel loopt hij nog naar Hitomi toe. “Ik… zie je zo.”, zegt WM. “Tot zo”, zegt Hitomi. Ze geven elkaar een snelle kus, en vervolgens rent WM de cel voor winnaars binnen. WM vraagt zich af waarom hij in vredesnaam die cel naar binnen gaat. Hitomi, Jolien en Leticia zijn veilig, Jelle en Tosti hebben de boel allang verraden en niemand weet waar Adje is. Wie zou hij daar moeten redden? Straks is het een val. WM stapt een grote, kaal uitziende ruimte binnen. “Hallo? Is daar iemand?”, roept WM. “Help mij! Help mij!”, roept een bekende stem. “Wie ben je?”, schreeuwt WM, zoekend naar de om hulp roepende persoon. “Ik ben hier!”, roept de gevangene. WM volgt de stem, en hij vindt een persoon die hij absoluut niet had willen vinden. Het is Jelle.

“Hoi WM… kom je je medewinnaar redden?”, roept Jelle giechelend. “Mond dicht Jelle, je bent alleen maar een winnaar omdat je ons hebt verraden.”, zegt WM. “Dat is niet waar!”, schreeuwt Jelle. “Jullie hebben ons verraden! Het is belangrijk voor Panem dat het Capitool aan de macht blijft, en jullie slechteriken houden dat tegen! Daarom zijn wij genoodzaakt jullie te bestrijden, totdat jullie je overgegeven hebben aan onze macht!” WM is licht verward. Waarom is Jelle geforceerde zinnen aan het opdreunen? Hij klinkt als een propaganda-video… “Jelle, jij hebt ook in de Arena gezeten. Misschien niet zo lang als ons, maar jij snapt toch ook dat dit fout is? Jij wil toch ook niet dat er kinderen vermoord worden?” “De meeste rebellen begrijpen het nut niet van de Hongerspelen, maar het zijn hun wandaden waarom we deze Spelen houden! Dat proberen ze te verbergen, maar in werkelijkheid is het de schuld van de rebellen dat er Hongerspelen gehouden worden! Daarom zijn zij in werkelijkheid de vijand!” “Dat slaat nergens op… waarom doe je zo raar? En waarom ben je hier?” “Ik ben hier voor een speciale missie… dus ik laat mij niet redden door jou!”, roept Jelle. WM is licht verbaasd over wat Jelle allemaal roept, maar uiteindelijk negeert hij het maar gewoon. Hij is het niet waard. “Best, dan niet. Blijf maar hier gevangen zitten voor je ‘speciale missie’. Ik ben weg.” “Nee, blijf!”, schreeuwt Jelle. “Waarom zou ik? Niemand wil jou redden…” “Omdat ik weet waar ze is!” “Wie is ‘ze’.” “Ik bedoel Noémie.”

WM schrikt. Jelle kan de waarheid niet spreken… “Je liegt!”, schreeuwt WM. “Je weet toch dat er sommige tributen kunstmatig in leven gehouden zijn na hun zogenaamde dood, toch?” “Ja, Henk en Lazerstraal. Verder niemand, dat is allang bekend.” “Dat komt omdat we het heel goed geheim gehouden hebben… maar ik ben spelmaker, dat weet je toch?” “Ja, dus?” “We hadden een plan gemaakt om een Spelen te houden waarin Noémie terug zou komen… Daarvoor is deze cel, snap je? Hier zitten alle kunstmatig in leven gehouden tributen!”, zegt Jelle trots. Het gegeven dat Noémie nog in leven zou kunnen zijn maakt WM emotioneel, maar hij wil het niet geloven. “Dat kan niet, ik geloof je niet… Ze is in mijn armen gestorven…”, roept WM. “Dat dacht jij… maar je zal haar nog een keer moeten zien sterven. Tenzij je mij laat helpen, tenzij we samen op zoek gaan naar Noémie.” “Ik… ik… Nee! Ik geloof je niet!”, roept WM voor een laatste keer. “Hmm, best. Maakt mij het uit, ik moest je gewoon langer hier houden. Kijk eens achter je.”, zegt Jelle spottend. WM kijkt achter zich, en hij ziet iemand in de deuropening staan. Een grote man, die een om hulp schreeuwende Hitomi in zijn handen vast houdt.
“Goed bezig, broertje!”, roept de vreemde man. Jelle giechelt. “Ik heb de slechteriken voor je gepakt! Ben je trots op mij, Jeffrey?” Ineens weet WM wie de man is die Hitomi gevangen heeft genomen. Jeffrey, de grote broer van Jelle, een van de grootste en belangrijkste mannen van Panem, en een van de meest trouwe volgers van President Snow. “Laat haar los!”, schreeuwt WM. “Dacht het niet. Laat je geweer vallen, of ik schiet een kogel door de kop van je vriendinnetje. Hou hem onder schot, Jelle.” Jelle zet zijn geweer op het hoofd van WM, die hierdoor niks kan. “Hehe, ik kwam hier om een belangrijke gevangene op te wachten, maar blijkbaar bieden nog veel meer winnaars zich als gevangene aan. Prima, hoor.” “Waarom wil je ons in vredesnaam gevangen nemen? Je hebt niks aan ons.”, roept WM. “Integendeel, we kunnen jullie goed gebruiken. Het is voor het Capitool erg fijn als de winnaars aan onze kant staan, snap je. Dat is goede propaganda voor ons.” “Wat bazel je, we staan helemaal niet aan jullie kant.” “Nog niet.”, zegt Jeffrey onheilspellend. “Maar we hebben in deze gevangenis gewoon de technieken om jullie te hersenspoelen. Net als ik met Jelle, mijn broertje, heb gedaan, 2 jaar geleden.” “Je hebt je eigen broertje gehersenspoeld?”, vraagt WM. “Ach, ja… we moesten iemand van de tributen in leven houden, nadat jullie de Spelen hadden gesaboteerd voor ons. Door jullie sneue reddingsactie ging dat helaas mis, en bleef Jeanne in leven. Gelukkig heeft jouw ‘pupil’ dat voor ons opgelost.”, zegt Jeffrey grijnzend, verwijzend naar Bandaka. Vervolgens laat Jeffrey Hitomi los. “Alvast welkom in jullie cel. Zometeen krijgen jullie nog extra gezelschap, maar geniet alvast hiervan.” Luid lachend loopt Jeffrey weg, en Hitomi, WM en Jelle zijn samen achtergelaten in een cel. Jeffrey vergeet echter dat WM nog een geweer heeft.

WM en Hitomi kijken angstig naar elkaar. “Hopelijk worden we zo nog gered door Tuffie.”, zegt WM. “Vast niet, Jeffrey beloofde ons ‘extra gezelschap’. Dat moet Tuffie zijn…” Op dat moment begint Jelle ineens manisch met lachen. WM wil eigenlijk medelijden hebben met Jelle. Hij heeft hem nooit echt gemogen, maar het is geen wonder dat Jelle zich zo gek gedraagt. Hij weet nog hoe Bandaka zich gedroeg nadat hij gehersenspoeld was. Jelle rent vervolgens op Hitomi af, en hij grijpt haar beet. “Jelle, laat mij los!”, schreeuwt Hitomi. “Hihi, ik dacht het niet!” Jelle trekt zijn geweer, en legt hem tegen het hoofd van Hitomi aan. “Jelle, niet doen! Laat haar los!”, schreeuwt WM angstig. “Dat kan niet… Snap je het dan niet… ZE IS HET KWAAD! ZE MOET STERVEN!” Hitomi probeert zich los te weken, maar Jelle’s grip is te sterk. “WM, doe iets! Help mij!” WM is in dubio. Hij heeft zijn geweer nog, maar om Hitomi te redden, moet hij Jelle doodschieten. Dat terwijl hij zichzelf beloofd had nooit meer iemand te vermoorden. Maar anderzijds, als WM nu niet ingrijpt, schiet Jelle misschien wel Hitomi dood. Dat mag ook niet gebeuren. “Hihi, ik begin met aftellen hoor! 3…2…1…” Hitomi sluit haar ogen, en een knal volgt.

Hitomi doet haar ogen open, en ze merkt op dat ze los is. Naast haar ligt het lichaam van Jelle. WM, totaal in shock, kijkt naar haar. “Ik… ik… had nooit…” Hitomi omhelst hem. “Ik wilde nooit meer moorden, nooit meer onschuldige mensen vermoorden.”, zegt WM verdrietig. “Maar… anders had hij mij vermoord…”, zegt Hitomi. “Ik weet het, maar Jelle kon er niks aan doen. Hij kon niet meer nadenken.” Hitomi omhelst WM. Een omhelzing die enorm lang lijkt te duren. Totdat de celdeur open gaat, en Jeffrey gaat met een gevangene naar binnen. Ineens merkt Jeffrey op dat er iets niet klopt. “Wat is hier gebeurd? Jelle! Wat hebben ze gedaan!” In de verwarring wurmt de gevangene zich los, die vervolgens Jeffrey bewusteloos slaat. “Haha, die voor je! Ik ben vrij!”, schreeuwt de gevangene. Hitomi en WM volgen de gevangene en rennen snel de deur uit, waar ze zien wie hen zojuist bevrijd heeft. “Tosti… wat doe jij hier nou weer?”, vraagt Hitomi. “Ze hebben alle Spelmakers gevangen genomen omdat er een hovercraft van de rebellen de Arena binnen heeft kunnen komen. Seneca hebben ze gelijk vermoord, maar omdat ik een winnaar ben mocht dat bij mij niet ofzoiets. Stom van ze, nu ben ik vrij. WM, Tosti en Hitomi rennen de cel uit en sluiten hem, terwijl een bewusteloze Jeffrey er nog in zit. “Jullie zien er goed uitgerust uit… Zijn jullie bezig met een bevrijdingspoging?”, vraagt Tosti. “Jawel, maar ik weet niet of het de bedoeling is dat we jou redden. Je hoort immers bij President Snow.”, zegt Hitomi brutaal. “Haha, dachten jullie dat ik aan de kant van die man sta? Geloof mij maar, jullie kunnen mij goed gebruiken.”, zegt Tosti met een kleine glimlach.


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
LENTE 2291

De zon straalt aan de wolkloze, helderblauwe hemel. Na een koude winter, beginnen de bomen langzaam maar zeker weer te bloeien. Een eekhoorn graaft haastig zijn eikeltjes op, terwijl een roodborsje boven hem vrolijk tjilpt. Ondanks de aanhoudende oorlog met het Kapitool, ziet District 8 er vredig uit. In een oude speeltuin zijn twee kinderen aan het schommelen. De een is een meisje, de ander een jongen, beiden 7 jaar oud. Ze schateren van het lachen, om een mop die de jongen net verteld heeft. Plotseling klinkt er een vrouwenstem.
“Klatergoud, kom je naar huis? Het eten is klaar!”
Klatergoud stapt van de schommel af en huppelt naar haar moeder. Terwijl ze aan haar moeders hand richting huis loopt, draait ze nog even om.
“Zullen we morgen weer naar de speeltuin gaan?” vraagt ze aan haar beste vriend, die nog op de schommel zit.
“Ja is goed!” antwoord Flappie Itsot.


ZOMERVAKANTIE 2296

Ongemakkelijk kijkt Klatergoud naar Flappie, die ongecontroleerd aan het huilen is. Haar moeder komt aanlopen met een kopje thee, die Flappie met trillende handen aanpakt.
“Dankuwel” mompelt hij haast onverstaanbaar. Klatergoud’s moeder glimlacht.
“Goed, vertel nu nog eens rustig wat er gebeurd is.”
Flappie neemt een slok van zijn thee. Verdrietig kijkt hij naar zijn voete.
“Papa en mama hadden weer ruzie.”
Klatergoud voelt medelijden voor haar beste vriend: de ouders van Flappie hadden altijd ruzie. Ze was blij dat háár ouders nooit ruzie maakten. Flappie gaat verder met zijn verhaal.
“Mama schreeuwde dat ze weg zou gaan, dat ze er genoeg van had. En toen sloeg papa haar weer. Mama huilde dat hij moest ophouden. Hij luisterde niet. Papa was weer dronken. Hij wilde mama nog een keer slaan, maar ik hield hem tegen. En toen werd hij boos op mij. Papa wilde mij ook slaan. En toen-”
Flappie begint weer te huilen. Klatergoud’s moeder slaat troostend een arm om hem heen.
“Vertel verder, wat gebeurde er toen?”
Flappie veegt met zijn hand zijn tranen weg.
“Er lag een mes op het aanrecht. Ik heb dat gepakt, en heb papa neergestoken. Hij begon heel erg te bloeden. Volgens mij- Volgens mij is hij dood.”
Klatergoud schrikt. Heeft Flappie zijn eigen vader vermoord? Ze wist dat Flappie’s vader altijd dronken was, en hem en zijn moeder vaak mishandelde, maar toch...
“Wat gaat er nu met me gebeuren?”
Flappie kijkt met grote ogen naar Klatergoud’s moeder, maar Klatergoud ziet dat haar moeder het antwoord niet weet. Afwezig strijkt ze met haar hand door Flappie’s haren.
“Ik weet het niet, jongen. Ik weet het echt niet.


EERSTE SCHOOLDAG 2296

Zenuwachtig loopt Klatergoud het klaslokaal binnen. Dit was het dan. Haar eerste dag op de Middelbare School! Ze kijkt de klas rond. Ze ziet vooral mensen die ze niet kent, maar ook een paar bekende gezichten. Helemaal vooraan zit Sjef Schottel, die op de basisschool ook bij haar in de klas zat. En dat opgemaakte meisje bij het raam kan wel eens Marina zijn. En daar, achter in de hoek... zit Flappie! Alle zorgen vallen van latergoud’s schouder als ze haar vriend ziet. Vrolijk loopt ze naar hem toe. Flappie merkt haar nu ook op, en zwaait naar haar. Klatergoud ploft neer op de stoel naast Flappie.
“Ik ben zo blij dat jij hier ook bent! Ik was al bang dat ik vrienden met Sjef zou moeten worden!”
Flappie grijnst.
“Ik had geen idee dat er zoveel mensen van onze leeftijd in dit district leefde joh! Ik dacht dat onze oude klas wel zo’n beetje alles was!”
Klatergoud lacht.
“Natuurlijk niet idioot! Weet je hoe groot District 8 wel niet is?”
Flappie grinnikt. Klatergoud is blij dat hij weer kan lachen.
“Zit je taakstraf er alweer op?”
“Ssst!” Flappie kijkt haar chagrijnig aan. “Niemand hoeft te weten wat er gebeurd is oké? En nee, ik moet nog twee weken rommel prikken.”
Klatergoud glimlacht. Flappie had geluk gehad. Klatergoud’s moeder had voor de rechtbank verklaard dat Flappie zijn vader in een impuls uit zelfverdediging had neergetsoken, en daardoor hoefde hij niet naar de gevangenis. Klatergoud kijkt de klas nog eens rond. Een kleine, bleke jongen komt de klas binnengelopen. Als de jongen langs een tafel loopt waar twee grote, knappe jonens aanzitten, ziet Klatergoud hoe een van de jongens zijn voet uitsteekt, waardoor de kleine jongen struikelt en plat op de vloer terecht komt. De twee jongens schateren, terwijl de kleine jongen verdrietig overeind krabbelt.
“Kijk in het vervolg uit waar je loopt, haakneus!”
‘Haakneus’ reageert niet en wil verder lopen, maar de tweede jongen gooit een propje naar zijn hoofd. Terwijl te twee jongens weer beginnen te lachen, komt de leraar binnengelopen.
“Killfighter, Smeetske: genoeg nu! Jullie willen toch niet op de eerste dag al nablijven? Laat die jongen met rust. Tuffie, ga maar langs Nick zitten.”
Tuffie glimlacht dankbaar naar de leraar, en neemt plaats naast een kleine, blonde jongen.


REAPING 2297

Gespannen staat Klatergoud op het pein, waar de reaping voor de zesde Hongerspelen plaatsvind. Vanwege de opstanden binnen District 8, werden er dit jaar 3 kinderen uitgekozen. Stel je voor dat zij er 1 van zal zijn! Ze moet er niet aan denken. Ze buigt zich naar Flappie, die naast haar staat.
“Wat zou jij doen als je naam nu georpen wordt?”
Flappie haalt zijn schouders op.
“Als het is, dan is het zo. Ik zou in ieder geval een voorsprong hebben op de anderen qua kills.”
Flappie grijnst, maar Klatergoud vind het geen leuke grap. Ze kijkt Flappie woedend aan, waardoor die zich haastig excuseert.
“Sorry, flauwe grap. Laten we hopen dat we er allebei nooit achterkomen wat we zouden doen als we werden uitgekozen.”
Klatergoud glimlacht, en kijkt naar het podium. Lazerstraal, een 15 jarig meisje dat ze vaag kent van school, voegt zich bij de andere twee tributen. De presentatrice van de reaping wendt zich tot het publiek.
“Dit zijn ze dan, de drie tributen die de eer van jullie district dit jaar mogen verdedigen! Zijn er nog vrijwilligers die in hun plaats de arena willen betreden?”
“Ja, haakneus hier zou zich graag opgeven!”
Klatergoud draait zich om. Ze ziet hoe Killfighter en Smeetske elkaar een high five geven. Tuffie kijkt ze verschrikt aan; hij ziet eruit alsof hij ieder moment in tranen uit kan barsten. Naast zich hoort ze Flappie roepen:
“Let maar niet op die idioten mevrouw! Ze lullen maar wat!”
Klatergoud kijkt trots naar Flappie, die grijnzend zijn duim opsteekt naar Tuffie.
“Wat dapper van je om zo voor Tuffie op te komen!”
Flappie haalt zijn schouders op.
“Ach, die jongen kan er ook niets aan doen. Ja, hij is niet moeders mooiste, maar daarom hoeft hij nog niet gepest te worden.”
Klatergoud wil iets terugzeggen, maar iemand anders is haar voor.
“Hoorde ik dat nou goed daarnet, Itsot? Heb jij ooit iemand vermoord?”
Klatergoud kijkt achter zich en ziet NickMarioUrbanus, een klasgenoot van hen. Ze ziet Flappie’s gezicht betrekken; buiten haar wist niemand wat er met Flappie’s vader gebeurd was. Nick grijnst echter.
“Dat is best wel badass man! Die Smeetske en Killfighter vinden zich misschien wel stoer, maar zíj hebben nooit iemand vermoord! We moeten eens een keer chillen!”
Flappie grijnst.
“Moeten is dwang, Nick. Maar ik vind het prima, ik heb toch geen ene fuck te doen in de vakantie.”
“O geloof me, ik weet genoeg om te doen!”
Klatergoud voelt een rilling over haar rug bij de toon waarop Nick dit zegt. Ze heeft hem nauwelijks gesproken het afgelopen schooljaar, maar ze voelt gewoon dat er iets niet klopt aan die jongen. Ze hoopt maar dat Flappie zich niet teveel met hem inlaat...


EERSTE SCHOOLDAG 2297

Met een brede glimlach loopt Klatergoud richting het lokaal. De zomervakantie was eindelijk afgelopen! Ze had zich kapot verveelt. Flappie was wel 1 keer bij haar thuis geweest, maar de rest van de tijd bleek hij liever met Nick door te brengen. En buiten Flappie had Klatergoud eigenlijk niet zoveel vrienden. Als ze de klas binnenkomt, ziet ze Flappie op de oude vertrouwde plek achter in de hoek zitten... Maar háár stoel is bezet door Nick. Enigszins teleurgesteld zoekt ze een lege stoel uit. Al snel komt Tuffie naast haar zitten. Klatergoud voelt zich enigszins ongemakkelijk; ze heeft niet tegen Tuffie, maar ze wil liever niet teveel met hem geässocieerd worden. Ze is dan ook enigszins opgelucht als ze Marina’s stem hoort:
“Oprotten Haakneus! Dat is mijn plek!”
Tuffie vliegt geschrokken van de stoel af, waarna Marina, nog heviger opgemaakt dan het jaar daarvoor, plaatsneemt naast Klatergoud. Ze begint direct een verhaal tegen haar te vertellen, maar Klatergoud luistert niet echt. Ze kijt naar Tuffie, die wordt beetgenomen door Smeetske en Killfighter.
“Ha die haakneus! Heb je ons gemist?”
Tuffie kijkt naar de grond. Hij antwoord niet. Illfighter grijpt hem bij zijn kraag.
“Waar zijn je manieren gebleven haakneus? Geef antwoord op zijn vraag!”
Tuffie zucht; Klatergoud ziet tranen in zijn ogen verschijnen terwijl hij zachtjes knikt. Killfighter grijnst naar Smeetske.
“Hoor je dat, Smeetske? Haakneus heeft je gemist!”
Smeetske kijkt Tuffie walgend aan.
“Gadverdamme! Ik heb altijd al gedacht dat het een flikker was!”
Smeetskte duwt tuffie ruw tegen de grond, waarna hij en Killfighter lachend hun plaatsen innemen. Klatergoud werpt een blik aar achteren; tot haar grote schok ziet ze Nick en Flappie grijnzend naar Tuffie kijken.
“Wel? Wat vind je?”
Klatergoud kijkt verdwaasd naar Marina.
“Uhm... Sorry, ik was eventjes afgeleid.”
Marina kijkt naar de kant waar Klatergoud zojuist heen staarde, en grijnst.
“Ahh, je hebt een oogje op Smeetske! Wel dat komt goed it, ant ik nodigde je net uit o straks na school met mij, Smeetske en Killfighter te gaan chillen!”
“Ik weet niet of-”
“Mooi zo!” marina slaat haar arm om Klatergoud heen. “Het wordt tijd dat je die enge Flappie achter je laat en bij de populaire mensen komt! Je hebt de potentie absoluut, we moeten je gewoon even refreshen!”


SCHOOLFEEST 2298

“En daarom wil ik deze toost uitbrengen op Meester Danny en zijn vrouw. Dat zij moge rusten in vrede.”
Een luid gejoel klinkt terwijl Sjef Schottel een sarcastische buiging maakt.
“En dan nu: partytime!”
Sjef loopt naar de platenspeler en zet een gave housetrack op. De klas gaat meteen los. Normaal gesproken werden de klassenfeesten gecoördineert door hun mentor, maar aangezien Meester Danny twee weken eerder zelfmoord had gepleegd, was er nu niemand om toezicht op ze te houden. Smeetske en Killfighter komen breed grijnzend op Klatergoud en Marina afgelopen. Smeetske fluit tussen zijn tanden terwijl hij Klatergoud van top tot teen bekijkt.
“Wow, Klatergoud! Looking good!”
Klatergoud giechelt.
“Dankje! Dit heeft Marina gedaan.”
Smeetske grijnst.
“In dat geval heeft Marina wel een beloning verdient!”
Hij haalt een flesje bier achter zijn rug vandaan. Marina slaakt een gilletje.
“Wat! Hoe zijn jullie daar nu weer aangekomen?”
Killfighter grijnst terwijl hij Klatergoud ook een flesje overhandigd.
“Dat moet je aan Nick en Flappie vragen! Vraag me niet hoe ze het voor elkaar hebben gekregen, maar ze hebben zeker 5 kratten weten te regelen!”

Klatergoud kijkt de zaal rond om te zien of ze Flappie ergens kan vinden. Daar staat hij, naast de draaitafel. Met Nick. En 5 kratten bier. Klatergoud loopt naar hem toe. Nick ziet haar als eerste, en fluit naar haar. Klatergoud draait met haar ogen, en wendt zich tot Flappie.
“Hoe komen jullie aan dat bier?”
“Gewoon” Flappie grijnst naar Nick. “Voor onbepaalde tijd geleend uit de slijterij!”
Klatergoud kan haar oren niet geloven.
“Jullie hebben het gestolen?”
Flappie haalt zijn schouders op.
“We wilden het wel kopen hoor, maar dat mocht niet omdat we te jong waren.”
Klatergoud wil iets terugzeggen, maar Nick is haar voor.
“Wat moet je?”
Klatergoud kijkt naast zich, en ziet Tuffie staa.
“Ik ehm... Zou ik ook een flesje mogen?”
Nick grijnst.
“Sorry knul, dit is alleen voor de grote jongens!”
Tuffie kijkt smekend naar Flappie. Die kijkt emotieloos terug.
“Wat nou? Je hebt hem toch gehoord? Pak maar een ranja, haakneus!”
Tuffie wil beteuterd weglopen, maar struikelt over het uitgestoken been van Smeetske, die net aan komt lopen. Terwijl Nick en Flappie hardop lachen, grijnst Smeetske naar Klatergoud.
“He Klatergoud! Zin om te dansen?”
Klatergoud kijkt schattend naar de uitgestoken hand van Smeetske.
“Vooruit dan maar!”
Smeetske grijnst, en sleept haar mee de dansvloer op. Uit haar ooghoek ziet Klatergoud Killfighter en Marina grijnzend naar hen kijken.
“He Sjef!” roep Killfighter. “Zet eens een slownummer op voor onze torelduifjes!”
Sjef steekt grijnzend zijn duim op, en onmiddelijk galmt een zwijmelnummer van Cansel Sert oor de speakers. Smeetske trekt Klatergoud dicht tegen zich aan, en kijkt haar diep in de ogen. Klatergoud voelt hoe haar wangen rood worden. Achter Smeetske ziet ze Flappie met een emotieloze blik naar he kijken. Klatergoud grijnst, en pakt Smeetske vol op zijn mond.


3 JUNI 2299

De klas is rumoerig, maar Meester Bert doet geen moeite om het rumoer te stoppen. Snotterend van de verkoudheid praat hij in zijn monotone stem verder.
“Verder wil ik jullie er op wijzen dat het nuttigen van alcoholische dranken op het schoolfeest morgen teen strengste verboden is.”
Smeetske buigt zich naar Klatergoud.
“Dat zullen we nog wel zien. We moeten ons éénjarig jubileum toch vieren!”
Klatergoud glimlacht. Niet te geloven dat zij en Smeetske morgen alweer een jaar samen zijn!
“Wat ben je aan het tekenen, haakneus?”
Klatergoud kijkt naar Killfighter, die naast de tafel van Tuffe staat. Tuffie probeert zijn tekening af te schermen, maar tevergeefs: Killfighter heeft het velletje al weggepakt. Schattend kijkt hij naar de tekening.
“Wat is dit voor een mislukte vogelverschrikker? En wat the fuck is een Raggel?”
“Er staat Rachel, analfabete idioot.” zegt Marina zuchtend. Killfighter grijnst.
“Rachel? Toch niet Rachel Dark he? Die brugwup? Geil jij op jonge meisjes, haakneus?”
Tuffie loopt rood aan en wil de tekening uit Killfighters handen grissen, maar Killfighter is veel langer dan hij en houd de tekening ver boven Tuffie’s hoofd.
“Pedofilie is verboden, haakneus! Ik zal je een gunst doen en deze voor je vernietigen, dan heeft de politie tenminste geen bewijs van je zedendelict!”
Met lede ogen moet Tuffie aanzien hoe Killfighter de tekening verscheurt. Iets in Klatergoud wil ingrijpen, maar ze kan het niet. Killfighter is de beste vriend van Smeetske. Als zij nu voor Tuffie opkomt... Laat hij haar waarschijnlijk stikken. Met een triomfantelijke grijns strooit Killfighetr de papiersnippers uit op Tuffie’s tafel. Tuffie kijkt hem hatelijk aan.
“Klootzak!”
Killfighter kijkt Tuffie dreigend aan.
“Wat zei je daar?”
“Ik zei-”
“Genoeg nu!”
Meester Bert slaat hard met zijn hand op tafel. Tuffie is meteen stil.
“Ik ben dat constante gezeik van jullie spuugzat! Killfighter, Ha- Tuffie, jullie zijn allebei tot maandag geschorst!”
“Maar ik heb niets gedaan!” schreeuwt Tuffie.
“Niets mee te maken! Ik wil jullie de rest van de week niet meer zien! Ook niet op het schoolfeest!”

Na de les loopt Klatergoud met Smeetske en Marina naar Killfighter toe, die bij de poort van de school staat te wachten.
“Kut dat je niet naar het schoolfeest mag man.” zegt Marina.
“Dat kun je wel zeggen” gromt Killfighter nors. Smeetske legt zijn hand op Killfighter’s schouder.
“Ach man, zo’n ramp is het niet. We mogen niet eens alcohol drinken, dus-”
“He haakneus!’
Killfighter loopt woest naar Tuffie, die even verderop loopt. Tuffie draait zich geschrokken om.
“Zou je je excuses niet eens aanbieden? Dankzij jou ben ik nu geschorst!”
Tuffie haalt zijn schouders op.
“Dat is je verdiende loon, teringlij-”
Voordat Tuffie zijn zin af kan maken, wordt hij door Smeetske op zijn gezicht geslagen. Klatergoud houdt haar adem in; door de klap valt Tuffie achterover. Killfighter springt direct boven op hem, en slaat hem in zijn maag. Tuffie slaakt een kreun. Klatergoud hoort Marina naast zich lachen, terwijl Smeetske Tuffie tussen zijn benen schopt. Killfighter pakt Tuffie’s hoofd en wil hem tegen de stoep aanrammen.
“HOU OP!”
Klatergoud pakt Killfighters arm vast. Hij wil haar van zich af schudden, maar Smeetske komt tussenbeiden.
“Je hebt gelijk. Hij is het niet eens waard. Kom Killfighter, we gaan wel chillen bij mij thuis.”
Killfighter werpt Tuffie nog een hatelijke blik toe.
“Daar kom je weer goed vanaf, haakneus!”
Terwijl Klatergoud achter Smeetske, Killfighter en Marina aanloopt, ziet ze nog hoe Nick naar de trillende Tuffie toeloopt en hem overeind helpt. Wat latergoud niet meer ziet is hoe Nick vervolgens iets in Tuffie’s oor fluistert, waarna er een duivelse grijns op diens gezicht verschijnt.


4 JUNI 2299

“Volgens mij moet je de formule eerst differentiëren, en dan pas- HATSJOE!”
Meester Bert kijkt Klatergoud zuchtend aan.
“Je bent ziek, Klatergoud. Griep. Dat heert nogal momenteel. Itsot heeft zich vanmorgen ook al ziek gemeld. Doe jezelf een lol, en ga gewoon naar huis.”
Klatergoud knikt, en loopt snotterend naar de deur. Smeetske werpt haar een bezorgde blik toe, maar Klatergoud geeft hem een geruststellende knipoog, waarna hij zich grijnzend weer op de les concentreert. Klatergoud loopt door de gang richting de uitgang. Ze denkt aan het schoolfeest, dat die avond is. Zal ze dat nu ook moeten missen? Het is haar jubileum met Smeetske!
Plots wordt ze uit haar overpeinzingen opgeschrikt door een harde knal.


5 JUNI 2299

De aula is volgeladen met leerlingen, leraren, ouders en andere mensen uit het district, maar toch is het doodstil. Klatergoud huilt zachtjes in de armen van haar moeder. Ze kijkt naar de grote tafel die in het midden van de aula staat. 25 brandende kaarsjes staan daar op een rij, terwijl op een groot scherm boven de tafel foto’s van de slachtoffers voorbij komen. Meester Bert. Sjef Schottel. Jorijn, Poros, Petran... Marina. Smeetske. Een hoge snik ontsnapt uit Klatergoud’s keel. Haar moeder drukt haar nog steviger tegen zich aan, terwijl ze met haar handen over haar hoofd aait. Meneer van Vliet, de directeur van de school, loopt naar voren met een microfoon in zijn handen.
“Met geen woorden valt natuurlijk te beschrijven hoe vreselijk de gebeurtenis van gisteren is. 25 onschuldige mensen, in de bloei van hun leven, zij gestorven vanwege deze zinloze daad. Maar er is nieuws wat uw verdriet wellicht iets kan verzachten. Het lijkt erop dat de dader gepakt is.”
Klatergoud laat haar moeder los en kijkt met een verbeten gezicht naar Meneer van Vliet. Ze hebben de dader te pakken. Ze weten wie de massamoord gepleegd heeft. Meneer van Vliet zucht diep.
“Zojuist heb ik bericht gekregen dat Flappie Itsot is opgepakt wegens verdenking van moord.”


REAPING 2299

Walgend loopt Klatergoud weg van het plein, waar de reaping voor de achtste Hongerspelen plaatsvindt. NickMarioUrbanus was zojuist uitgekozen als 1 van de tributen. Klatergoud kon het niet geloven. Ze had Nick niet altijd gemogen, maar ze was niet vergeten hoe hij Tuffie had geholpen, de dag voor de schietpartij. En daarnaast wist iedereen dat Nick sinds de dood van vrijwel heel zijn klas, en de ter dood veroordeling van zijn beste vriend, zijn verstand volledig was verloren. Het was haast triest om te zien hoe de jongen die altijd zó slim en gehaaid was nu was gereduceerd tot een soort imbeciel, die zichzelf presentator van zijn eigen leven waande.
Zonder het te beseffen is Klatergoud naar de speeltuin gelopen. Tranen komen in haar ogen als ze terugdenkt aan vroeger, toen zij en Flappie hier altijd samen speelden. Klatergoud neemt plaats op een van de schommels. Wat had Flappie er in godsnaam toe gedreven om hun hele klas dood te schieten? En hoe zou het nu met hem zijn, eenzaam opgesloten in een zwaarbewaakte cel, wachtend op de dood waarvan hij weet dat die gaat komen, maar waar hij nog 5 jaar op zou moeten wachten.
“Mag ik erbij komen zitten?”
Klatergoud kijkt op, en ziet Killfighter. Ze glimlacht.
“Natuurlijk.”
Killfighter gaat op de andere schommel zitten. Hij staart met een verbeten gezicht voor zich uit.
“Hoe kunnen ze dit in godsnaam maken? Hoe kunnen ze Nick de Hongerspelen insturen? Hoe kunnen ze überhaupt nog een Hongerspelen houden, na alles wat er gebeurd is?”
Klatergoud antwoord niet. Ze is enigszins verbaasd over Killfighters reactie.
“Ik dacht dat jij de Hongerspelen geweldig vond?”
Killfighter zucht.
“Dat vond ik ook. Maar ik zag toen niet... Voor mij was het gewoon een spelletje. Ik besefte me nooit echt dat het echte, levende mensen zijn die daar worden vermoord.”
Klatergoud knikt.
“Ik begrijp wat je bedoeld. Ik denk dat niemand zich dat beseft, tenzij een bekende meedoet.”
“Of als ze meemaken wat wij hebben meegemaakt.”
Killfighter strijkt met zijn handen door zijn haar.
“Ik heb geruchten gehoord, weet je? Er wordt gezegd dat de Rebellen weer aan het hergroeperen zijn. We kunnen ze opsporen. Ons bij hen aansluiten.”
Klatergoud denkt even na. Aan de ene kant wil zij ook dat de Hongerspelen ophouden, dat er geen onschuldige levens meer worden verspild. Maar tegelijkertijd...
“Ik weet het niet. Ik weet niet of ik wel in dat gevaar wil leven. Ik wil gewoon dat- dat alles weer normaal wordt.”
Klatergoud kan er niets aan doen: de tranen lopen over haar wangen. Killfighter legt zijn hand op haar knie.
“Dat snap ik, Klatergoud. Maar het wordt niet meer normaal. Nooit meer. Nick zit in de Arena. Flappie is ter dood veroordeeld. Smeetske, Marina en de rest zijn dood. Alleen jij, ik en haakneus zijn nog over.”
Klatergoud veegt haar tranen weg.
“Je hebt gelijk. We moeten iets doen. We moeten de rebellen zien te vinden.”
Killfighter glimlacht, en staat op.
“Ik wist dat ik op je zou rekenen. Ik laat het je horen als ik meer weet!”
Terwijl Killfighter wegloopt, ziet Klatergoud hoe hij een dikke jongen die langskomt laat struikelen.
“Killfighter!’ roept ze hem kwaad na.
Killfighter draait zich om.
“Wat nou? Jij wilde toch dat alles weer normaal werd?”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
31 JULI 2300

T.G staat al een tijdje te wachten. Volgens zijn horloge is het 18:15, maar Fisico is nog steeds niet thuis. Hij heeft al een paar keer aangebeld, maar de enige reactie die hij krijgt is van Laser, die een paar keer blaft alvorens gekalmeerd te worden door een stem die T.G niet bekend voorkomt. Er is dus iemand binnen, maar die wil blijkbaar niet opendoen. Hij herinnert zich wat Fisico hem bij hun laatste ontmoeting had verteld: Daarnaast werk ik thuis in District 6 inmiddels aan mijn eigen kleine rebellengroepje, bestaande uit slachtoffers van het Kapitool of mensen die op straat leven. Samen met hen focus ik mij voornamelijk op mogelijke boycots tegen Hongerspelen. Zou hij zich inladen met deze mensen? Zo ja, hoeveel zouden het er zijn? Winnaars van de Hongerspelen werden altijd beloond met een mooi, groot huis. Groot genoeg om illegaal onderdak te bieden aan een selecte groep mensen. Misschien is dat wel de reden dat ze niet opendoen: ze willen niet door de peacekeepers ontdekt worden.
‘Hallo. Fijn dat je er al bent.’
Met een ruk draait T.G zich om.
‘Jemig, Fisico, ik schrik me dood. Waar bleef je zolang? Ik dacht dat we hier een kwartier geleden afgesproken hadden.’
Fisico lacht flauwtjes. ‘Mijn excuses. Als je net zo’n druk programma hebt als ik, dan vergeet je wel eens wat.’
‘Maakt niet uit. Zeg, klopt het dat er andere mensen binnen zijn?’
Fisico’s gezicht vertrekt. ‘Dat klopt. Maar hoe kan jij dat weten? Dat hoort niet zo duidelijk te zijn.’
‘Nou, ik heb een paar keer aangebeld, en iedere keer hoorde ik een aantal stemmen reageren.’
‘Dat is absoluut niet de bedoeling. Hoe dan ook, kom binnen. Ik heb jou het een en ander te laten zien.’

T.G veegt zijn voeten af aan de deurmat en loopt achter Fisico aan naar binnen. In de woonkamer zit een jongen met slordig, bruin haar, die op het oog zo’n veertien jaar oud is. Hij vergezelt Laser bij zijn mand.
‘Hallo! Ik vroeg me al af waar je bleef!’
Fisico kijkt zijn medebewoner streng aan. ‘Je hebt een grote fout gemaakt, Para. Niemand buiten de deur mag weten dat jullie hier leven. Besef je wel wat er had kunnen gebeuren als er een peacekeeper voor de deur had gestaan!?’
Para kijkt beteuterd voor zich uit. ‘Het spijt me Fisico, maar Laser kon zich niet inhouden toen de bel ging, dus ik moest hem kalmeren. Vergeef mij alsjeblieft.’
‘Dat is geen excuus. Ik heb je verteld wat je moet doen als Laser luidruchtig wordt. Je moet assertief optreden .’
‘Dat deed ik ook, maar ik kon niet verhinderen dat…’
‘Niks te maren! Ga naar je kamer. Je krijgt vanavond geen eten. Herhaal de boodschap net zolang totdat hij tot je doordringt. Ben ik duidelijk?’
‘Heel duidelijk.’ Para druipt af en verlaat de woonruimte. T.G kijkt hem meelevend na.
‘Was het wel nodig om hem zo streng te straffen?’
Fisico snuift. ‘Hun onderdak hier is niet zonder tegenprestatie. Ik heb ze nodig voor de rebellie, en daarom dienen ze zich aan bepaalde regels te houden.’
‘Dat begrijp ik, maar kan het niet ook wat milder?
‘Je zei het de vorige keer zelf: een rebellie is niet zonder risico’s. Als we willen dat ons plan slaagt, dan moeten we streng voor elkaar zijn. Dat geldt voor hen meer dan ieder ander, want ze wonen hier illegaal en ik kan diep in de problemen komen als ze ontdekt worden. Als Hongerspelen-winnaar is mijn leven misschien veilig, maar dat maakt mij nog niet onschendbaar.’
T.G haalt zijn schouders op. ‘Oké dan, als jij het zegt. Maar goed, waar wenste je mij over te spreken?’
‘Dat zal ik je zo uitleggen. Eerst is het tijd voor een kennismaking. Oké, jullie mogen je nu vertonen!’
Uit verschillende hoeken van het huis komen kinderen, tieners en volwassen mensen tevoorschijn. Ze zijn nogal armzalig gekleed, maar ze zien er gezond uit.
‘Ik wil jullie voorstellen aan T.G. Hij is net als ik een Hongerspelen-Winnaar, en hij heeft zich aangesloten bij de rebellie. Jullie kunnen hem vertrouwen.’
‘Hallo T.G!’
Een meisje van naar schatting dezelfde leeftijd als Para stapt op T.G af en begroet hem hartelijk. T.G glimlacht vriendelijk terug.
‘Goedenavond. Aangenaam kennis te maken.’
‘T.G, dit is Hitomi. De anderen heten Demi, Cyntia, Mitchel14, Reina en Tessa.’
De andere bewoners groeten beleefd terug. Geen van hen is echter net zo openhartig als Hitomi.
‘Zijn dit de leden van jouw rebellengroepje?’ vraagt T.G.
Fisico knikt. ‘De meesten van hen wel. Sommigen van hen wel. Iedereen ouder dan 14 jaar heeft toestemming om met mij mee te werken. Iedereen daaronder helpt mij simpelweg in het huishouden. Momenteel zijn alleen Demi en Tessa dat, maar zij zullen spoedig oud genoeg zijn om hun grenzen te verleggen.’
T.G bekijkt de nieuwe gezichten. Hij ziet Demi en Tessa, twee kinderen die naar zijn schatting ongeveer net rijp zijn voor de middelbare school. Hij ziet Mitchel14,  een oudere man met een mank been en een gehavend oog. Hij ziet Reina, iets ouder dan Hitomi, die aan de blik in haar ogen te zien meer meegemaakt heeft dat goed is voor iemand van haar leeftijd. En dan is er nog Cyntia, een vrouw die zich tot nu toe alleen maar afzijdig heeft gehouden. Allemaal stuk voor stuk slachtoffers van de Kapitoolse tirannie.
‘Dus… hoor ik vanaf nu bij dezelfde club?’
‘Niet helemaal. Het is beter voor deze mensen als ze niet aan teveel nieuwe gezichten hoeven te wennen. Ik had eerlijk gezegd andere plannen voor jou.’
‘Wat dan precies?’
‘Laten we op een ander moment maar verder praten,’ onderbreekt Reina de twee Hongerspelen-veteranen. ‘Kevin zal nu wel zo’n beetje klaar zijn met het eten, en Cyntia heeft de tafel al gedekt.’
‘Wat jij zegt,’ valt Fisico bij. ‘We zullen onze plannen tijdens het eten verder bepreken.’
‘Wacht eens even, waar is Para eigenlijk?’ vraagt Hitomi.
Fisico zucht. ‘Ik heb hem moeten straffen. Hij zit momenteel op zijn kamer.’
Hitomi schudt haar hoofd. ‘Dan zal het wel zijn verdiende loon zijn. Maar goed, het is etenstijd.’

Even later zit T.G samen met Fisico en nog acht anderen aan een grote tafel. Het rendiervlees is met veel zorg en moeite door kok Kevin bereid, maar niemand heeft tijd om er echt van te genieten. Er worden druk zaken gedaan.
‘Dus jullie willen Lazerstraal uit haar comaslaap bevrijden?’ T.G kauwt halfslachtig op een stukje vlees.
‘Was dat maar zo makkelijk,’ reageert Mitchel vurig. ‘Ze wordt ergens diep in het Kapitool gevangen gehouden. Daar kom je zelfs met de sterkste wapens niet zomaar bij.’
‘Dus wat is jullie plan B?’
‘Fisico heeft ons verteld dat Crane haar in een toekomstige Hongerspelen weer mee wil laten doen,’ legt Hitomi uit. ‘Zodra wij zeker weten dat dit gaat gebeuren zullen twee van ons zich vrijwillig aan diezelfde Hongerspelen opgeven. Het is belangrijk voor het moraal van de rebellie dat we haar helpen winnen.’
T.G laat zijn mond opvallen, met een stukje vlees er nog in.
‘Dat is niet erg netjes, T.G.’ Het is het eerste wat Cyntia tegen hem zegt.
T.G kauwt snel zijn mond leeg. ‘Sorry... maar weten jullie zeker dat jullie je levens voor zo’n doel willen opofferen?’
Op Cyntia na kijkt iedereen hem raar aan. T.G beseft al gauw dat hij iets verkeerds heeft gezegd.
‘Ik weet wat je denkt,’ reageert Fisico kalm. ‘Maar om een rebellie te laten slagen moet men tot veel bereid zijn. Dat is het eerste wat nieuwelingen moeten leren: offers zijn noodzakelijk.’
‘Maar… we hebben het over kinderen en tieners! Waarom moeten zij hun levens weggooien in de Hongerspelen? Dezelfde Hongerspelen die wij proberen te beëindigen, nota bene!?’
Plotseling begint Mitchel zich op te winden. ‘Jij weet van niets, T.G! Helemaal niets! Al jarenlang verdwijnt men ongewroken onder de grond door wat het Kapitool met ons doet. Al jarenlang wacht men met smart op de dag dat het Kapitool valt. Ik zou zonder aarzeling mijn leven als ik daarmee duizenden andere districtbewoners uit hun leiden zou kunnen verlossen! Jij weet van niets, jongeman! Eén enkel leven is niet belangrijker dan dat van meerderen! Je zou je moeten schamen voor je onwetendheid!’
Reina  wordt zichtbaar nerveus. ‘Mitchel, kalmeer, ik begrijp hoe je je voelt, maar je hoeft hem niet zo…’
‘Kop dicht!’ snauwt Mitchel. ‘Fisico zei het daarnet: wat is het speerpunt van de rebellie? Nou? Wat denk je?’
Reina klapt volledig dicht, maar Mitchel heeft totaal geen geduld met haar. ‘Als jij het niet kan zeggen, kan iemand anders het dan wel? Jij, bijvoorbeeld? Zeg jij het eens, Tessa.’
Tessa kijkt Mitchel twijfelend aan, maar geeft uiteindelijk toch antwoord.
‘Het belangrijke is altijd een offer waard.’
Mitchel wijst haar goedkeurend aan. ‘Hoor je dat? Dat is wat Fisico ons allemaal verteld heeft en daar moeten we ons aan houden. Schaam jezelf, Reina!’
De tranen worden zichtbaar in Reina ogen, waarop Hitomi meteen in de verdediging schiet.
‘Zo is het genoeg Mitchel! Je hebt misschien een punt, maar dat is geen reden om zo tekeer te gaan.’
‘Hitomi heeft gelijk,’ vult Fisico aan. ‘Als je je tafelgenoten niet met respect kan behandelen, dan stel ik voor dat jij je even terugtrekt.’
Mitchel kijkt Fisico nors aan. ‘Ach weet je, ik denk dat je gelijk hebt. Gezond verstand is tegenwoordig ver te zoeken. Ik ga er wel even tussenuit.’
Zonder pardon verlaat hij de tafel en trekt hij zich terug op zijn kamer. Reina snikt zachtjes in haar handen. T.G staart ongemakkelijk naar zijn bord.
‘Trek het je maar niet aan T.G,’ zegt Hitomi geruststellend. ‘Mitchel is niet echt een begripvol type. We zijn wel wat van hem gewend.’
Fisico werpt haar een strenge blik toe. ‘Vergis je niet, Hitomi. Ik stuurde hem alleen maar weg om de vrede te bewaren. Maar je moet hem toch wel gelijk geven: een rebellie is niet onder offers. Laat ons dat niet vergeten.’
‘Dat begrijp ik.’ Hitomi richt haar aandacht weer op haar maaltijd. Maar T.G heeft even geen eetlust meer. Hij staat op en loopt de eetkamer uit.
‘Wat ga je doen?’ vraagt Hitomi bezorgd.
‘Niks belangrijks. Gewoon even naar het toilet.’
‘Het is onbeleefd om tijdens het eten naar de WC te gaan,’ brengt Cyntia op een bijna lachwekkend droge toon uit. Maar T.G trekt zich niets van haar aan. Hij moet gewoon even weg.

T.G loopt instinctief de trap op, hopende dat Mitchel nog enigszins aanspreekbaar is.
‘Mitchel! Waar zit je?’
Geen antwoord.
‘Mitchel, je had niet zo hoeven reageren. Het was niemands bedoeling om jou te bele-’
Plotseling vliegt er een deur pal naast hem open. Mitchel’s rode gezicht kijkt hem doordringend aan.
‘Laat me met rust. Eet maar lekker verder zonder mij.’
‘Geloof me, dat doe ik ook liever, maar ik wilde gewoon weten waarom…’
‘Ik zei: OPROTTEN!’
Vervolgens knalt hij de deur van zijn kamer weer dicht. T.G blijft stomverbaasd stilstaan.
‘Let maar niet op hem,’ hoort hij een stem achter zich zeggen. Verschrikt draait T.G zich om. Achter hem staat de jongen die eerder door Fisico naar zijn kamer werd gestuurd.
‘Para? Dat was jouw naam, toch?’
‘Inderdaad. Alsjeblieft, voor je eigen bestwil, laat je niet teveel van je stuk brengen door Mitchel. Hij heeft gewoon… veel meegemaakt.’
‘Ach, ik neem aan dat de meesten van jullie wel iets hebben meegemaakt waardoor jullie nu hier zitten.’
Para staart sip naar de grond. ‘Mijn ouders werden zes jaar geleden gedood door het Kapitool vanwege hun steun aan de rebellen. Daarna leefde ik vijf jaar lang van diefstal totdat Fisico mij ruim een jaar geleden in huis nam. Ik ben hem eeuwig dankbaar.’
‘Dat kan ik begrijpen,’ antwoordt T.G medelevend. ‘Het spijt me om te horen hoeveel jij geleden hebt.’
‘Het Kapitool heeft al veel teveel leed veroorzaakt,’ zegt Para, zijn kaken op elkaar geklemd van woede. ‘Daarom ben ik ook zo blij dat Fisico mij deze kans heeft gegeven. De kans om een einde te maken aan de terreur waar Panem al jarenlang door geplaagd wordt. Ik zal Fisico volgen tot ik erbij neerval.’
Para richt zijn blik weer op T.G. ‘Jij bent hier ook met een reden, nietwaar? Jij hebt vast ook iets verloren waardoor jij hebt besloten je bij ons te voegen.’
T.G doet twijfelachtig zijn handen in zijn zakken. ‘Ik ben opgegroeid in een weeshuis. Mijn ouders heb ik nooit gekend. Ik kan mij nauwelijks voorstellen hoe het is om een ouder te hebben, laat staan om er een te verliezen. Een persoonlijke motivatie heb ik niet. Ik doe enkel mee vanwege het leed van anderen.’
‘Maar je hebt meegedaan aan de Hongerspelen, toch? Heb je daar geen nare ervaringen aan overgehouden?’
Met pijn in zijn hart denkt hij terug aan Raceneus, een van zijn weinige vrienden van het weeshuis. Het is een van zijn vele Hongerspelen-ervaringen die hij liever zou vergeten. Maar daarbij denkt hij ook terug aan Tuffie, zijn tegenstander in de finale, die vermoedelijk sinds de dood van zijn familie een doodswens had. Zijn eigen leed is niets vergeleken met dat van anderen.
‘Ja, de Hongerspelen zijn een wrede plaats. Maar het echte leven is niet anders. Iedere dag komen mensen om van de honger, dorst of wat dan ook. Daar moet net zo goed een einde aan komen.’
‘Precies wat ik ook denk.’
T.G’s ogen dwalen af naar een stuk papier in Para’s hand. Er is op geschreven in een slordig handschrift.
‘Wat heb je daar?’
Para lijkt enigszins beduusd. ‘Oh, je bedoelt dit stuk papier? Daar staan strafregels op. Als we ons niet aan de regels houden, dan laat Fisico ons strafregels schrijven.’
Zonder duidelijke reden begint T.G te lezen. Het papier bevat slechts één regel die keer op keer herhaald wordt. Een regel waar T.G’s nekharen van overeind gaan staan.

Het belangrijke is altijd een offer waard.

‘Ben jij het eens met Fisico’s aanpak?’ vraagt T.G. ‘Ik bedoel, hij heeft jou misschien gered, maar je baalt er vast van dat jij het vanavond zonder eten moet doen.’
‘Maak je maar geen zorgen,’ antwoordt Para. ‘Ik heb dit verdient. Ik had voorzichtiger moeten zijn. Fisico had gelijk. Ik moet het motto van de rebellie net zolang herhalen totdat ik er zeker van ben dat ik het niet meer zal vergeten. Alleen zo kan ik mijn doel bereiken.’
‘Zou je ook bereid zijn om je leven ervoor te geven?’
Even verschijnt er iets van twijfel op Para’s gezicht, maar uiteindelijk geeft hij toch het voorspelbare antwoord.
‘Altijd. Alles om het Kapitool een hak te zetten.’
‘T.G? Wat ben je aan het doen?’
T.G schrikt bij het horen van Hitomi’s stem. ‘Sorry, ik geloof dat ik weer naar beneden moet. Veel succes nog!’
Para kijkt hem glimlachend na. ‘Hetzelfde voor jou, partner. Moge jouw offers van groot belang zijn.’

Wanneer T.G beneden komt is de tafel inmiddels afgeruimd.
‘Sorry, ik was even afgeleid. Heb ik iets gemist?
‘Niet veel,’ antwoordt Hitomi. ‘Reina moest weer eens gekalmeerd worden, verder niets. Hoe dan ook, Fisico wilde jou nog ergens over spreken. Ik stel voor dat je dat niet nog verder uitstelt.’
‘Natuurlijk niet. Fisico, ik ben er weer!’
Fisico komt de keuken uitgelopen terwijl hij bezig is een bordje af te wassen.
‘Eindelijk ben je weer terug. Wat deed je daarboven eigenlijk?’
T.G besluit om de waarheid te vertellen. ‘Het spijt me dat ik jou heb laten wachten. Ik heb even met Para gesproken. We hebben even gepraat over onze motivatie voor de rebellie.’
Fisico kijkt hem verontwaardigd aan. ‘Dat is niet de bedoeling, T.G. Hij heeft straf gekregen, en daar mag je hem niet van afleiden. Boetedoening vergt concentratie.’
‘Nogmaals, mijn excuses, ik zal het niet nog een keer doen. Maar goed, jij wenste mij nog ergens over te spreken. Zullen we daar maar eens mee beginnen?’
‘Ik ben blij dat je er zo over denkt. Een momentje alsjeblieft.’
Fisico loopt de gang op en haalt iets uit het bergingshok. Even later komt hij terug met een grote doos.
‘Zozo, dat ziet er niet verkeerd uit,’ zegt T.G.
‘Deze doos zit vol met wapens,’ legt Fisico uit. ‘Kapitool-wapens, om precies te zijn. Tot voor kort hield ik mij grotendeels bezig met het verenigen en versterken van kleine rebellengroepjes, maar aangezien ik het momenteel zo druk heb met mijn eigen rebellengroepje kun jij voortaan wellicht als mijn contactpersoon dienen. Zou jij in mijn plaats met de overige rebellen kunnen communiceren?’
‘Natuurlijk, geen probleem.’
‘Op 21 augustus staat een ontmoeting gepland van de belangrijkste rebellenleiders van District 4, 6, 7 en 8. Opperhoofd en Mie de Hamster zullen daar ook bij aanwezig zijn. Ik had aanvankelijk beloofd deze doos met wapens daar mee naartoe te nemen, maar ik wil jou vragen om in mijn plaats te gaan. Zo kan ik mij tenminste met andere dingen bezighouden.’
‘Geen probleem hoor. Maar zeg eens, wat voor een wapens zitten er in die doos?’
‘Dat weet ik zelf ook niet precies. Ik heb ze eigenlijk alleen maar besteld omdat ik deze goederen met mijn overwinningssalaris veel makkelijker kan betalen. Uiteindelijk moeten ze bij de rebellenleiders terecht komen. Zij zijn immers degenen die de wapens nodig hebben.’
T.G bekijkt de doos aandachtig. Op de zijkant zit een stempel die de naam ‘Toadplaza’ weergeeft.
‘Toadplaza? Wat is dat?’
‘Dat is een illegale wapenhandel die wapens uit het Kapitool via geheime netwerken verkoopt aan klanten in de districten. Niemand weet precies wie erachter zit en hoe hij of zij toegang heeft tot de wapenvoorraad in het Kapitool, maar het wordt steeds vaker gebruikt. De oprichter gebruikt een speciaal telefoonnummer dat niet wordt afgetapt wordt door het Kapitool, en benut deze om zijn wapens te distribueren. Afgezien van een paar uitzonderingen weten enkel hoge rebellenleiders van het bestaan van Toadplaza af, maar de kennis ervan verspreid zich langzamerhand steeds verder. En zodoende wordt er ook steeds vaker misbruik van gemaakt. Zo gaat bijvoorbeeld het gerucht dat de schietpartij op die school in District 8 vorig jaar ook werd gepleegd met een wapen dat via Toadplaza gekocht was.’
‘Als dat zo is, is het dan wel veilig om er gebruik van te maken?’
Fisico zucht. ‘Geen enkel plan is zonder risico’s. De rebellen er over het algemeen heel veel aan gehad. Zonder die wapens zouden we nooit dit niveau bereikt hebben. En zonder de wapens in deze doos kunnen de rebellen hun plannen ook niet uitvoeren. Het is een noodzakelijke bron voor ons.’
‘Dan mag ik hopen dat de rebellen er moreler mee omgaan dan het Kapitool doet.’
T.G kijkt Fisico aan, op het punt staand om nog iets te zeggen, maar bedenkt zich uiteindelijk en gaat zonder tegenspraak akkoord.
‘Prima. Ik zal deze wapens afleveren.’
‘Hartelijk bedankt. Ik hoor achteraf wel hoe de ontmoeting verlopen is.’
‘Dat zal ik je wel vertellen. Tot later!’
‘Tot ziens.’

Terwijl T.G richting het station loopt probeert hij de behoorlijk zware doos niet teveel op te laten vallen. Hier en daar staan een paar peacekeepers, maar besteden geen aandacht aan hem. Ze lijken teveel afgeleid door een groepje inwoners die het station proberen te bereiken. Zodra T.G de trein terug naar huis instapt voelt hij zich echter alles behalve op zijn gemak. Hij twijfelt of de rebellie wel zo rooskleurig is als hij in het begin dacht. Offers zijn misschien noodzakelijk om een missie te doen slagen, maar een offer kan ook te groot zijn. Zeker als het om mensenlevens gaat. Hij had eigenlijk gehoopt dat hij dankzij de rebellie nooit meer zou hoeven zien hoe mensen de dood in gestuurd worden, maar als hij nu een blik op de toekomst werpt lijken de verliezen alleen maar groter te worden. Als de trein uiteindelijk District 6 uitrijdt kijkt hij vertwijfeld uit het raam, zich afvragend hoe het met Fisico's medebewoners zal aflopen.

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
4 JULI 2300

Jolien bleef alleen achter. Ze snikte luid. Ze konden toch nog een sponsorgift ontvangen of zo? Para kon niet doodgaan! Maar hij zag onderhand ook wel in dat hij het niet zou halen. Ondanks zijn enorme pijn kreeg hij een kalme uitdrukking op zijn gezicht. Hij probeerde te praten. “Jolien, mijn liefste Jolien. Het is voorbij, ik ga het niet meer halen. Lucoshi heeft me te hard geraakt. Maar stop nu niet met vechten! Voor jou is het nog niet te laat! Wreek je, op mijn moordenaar, en op iedereen. Ik wil dat je wint. Beloof je dat?” Met nog steeds tranende ogen knikte Jolien. Ze kon niet uitbrengen. Para’s stem werd zwakker. “Mooi zo. Weet -“ zijn stem verstrakte. “weet dat ik altijd van je gehouden heb…” Jolien snikte. “Ik ook van jou, Para…” Ze boog voorover en kuste hem, net zo lang totdat ze het kanonschot hoorde. Para was dood.

“Godverdomme!”
Met trillende handen keek Pascal naar het beeldscherm. Tuffie legde een troostende hand op zijn schouder.
“Hij was toch niet meer te redden, Pascal. Na die ontploffing was het slechts een kwestie van tijd tot zijn lichaam het zou begeven.”
Pascal staarde naar zijn voeten. De tranen stonden in zijn ogen.
“Ze had een kans! Ze hadden allemaal een kans! Daarstraks waren ze nog met drieën! Ze hadden de competitie met gemak kunnen verslaan! En nu is Para dood, en Necrodeus’ heeft zichzelf neergestoken…”
“Maar Jolien heeft nog een kans! Je kent je zusje toch? Ze kan nog steeds winnen!”
Pascal snoof.
“Tegen WM? In haar eentje? Ze maakt geen schijn van kans Tuffie. Godverdomme! Hoe kunnen mensen dit vermaak vinden? Hoe kunnen al die harteloze mensen toekijken hoe onschuldige kinderen elkaar moeten vermoorden? Ze zouden eens moeten weten hoe het is voor ons!”
Tuffie haalde twijfelend zijn schouders op.
“Ik weet niet of dat veel uit zou maken weet je? Kijk naar Hans de Struisvogel. Zijn broer heeft meegedaan, ik heb hem nota bene zelf gedood, maar toch is Hans een van de grootste aanhangers van de Hongerspelen. Opperhoofd heeft jarenlang zijn eigen zonen de Arena in gestuurd. Ik heb het zelf meegemaakt, en toch heb ik vorig jaar tributen getraind voor de slachtbank. Je ontwikkeld vanzelf een bepaalde harteloosheid.”
Pascal sprong woest op.
“Harteloosheid? Je hebt net gezien hoe een van je beste vrienden op live televisie vermoord is, is gestorven in de armen van mijn zusje! Hoe kun je daar in godsnaam niets bij voelen?”
Tuffie zuchtte.
“Ik heb 4 moorden gepleegd in de Arena, 5 als je die jongen die stierf door mijn vulkaanuitbarsting mee rekent. Mijn ouders zijn direct daarna gedood door het kapitool. Ik heb Ulysses en Goopmuin naar mijn beste kunnen getraind, om ze vervolgens te zien sterven. De dood is tamelijk betekenisloos geworden. Natuurlijk vind ik het vreselijk dat Para dood is, en ik zou het nog erger vinden als Jolien straks hetzelfde overkomt. Maar er is niets aan te doen. Vanaf het moment dat hun namen tevoorschijn kwamen bij de reaping, waren ze verdoemd.”
Pascal keek Tuffie wanhopig aan. De tranen liepen inmiddels over zijn wangen.
“Er moet toch iets te doen zijn? Het kan toch niet dat wij met heel Panem deze zinloze slachtpartij door laten gaan?”
“Dat doen we al jaren. Er zijn opstanden geweest, rebellie. Laatst had ik Fisico nog aan mijn deur, die probeerde me over te halen me bij zijn rebellengroepje aan te sluiten. Maar het Kapitool is veel sterker. Het Kapitool is altijd sterker.”
Pascal staarde eventjes bedenkelijk voor zich uit, en draaide zich toen abrupt om. Met ferme passen liep hij richting de deur. Tuffie trok zijn wenkbrauw op.
“Waar ga je heen?”
Pascal deed de deur open.
“Ik ga eventjes langs Haps Krabs. Ik wil wat met zijn vader bespreken.”
Tuffie haalde zijn schouders op.
“Je doet maar. Ik blijf hier, om te zien hoe het met je zusje afloopt. Doe Haps en Baby Krabs de groeten van me.”
Pascal knikte, en sloot de deur achter zich.


5 JULI 2300

Dit was  haar kans, voordat hij weer was bekomen, want dit was bij lange na niet genoeg om WM uit te schakelen. Met al haar kracht wierp ze in een vloeiende beweging de strijdbijl van haar rug naar WM. Een perfecte worp. De bijl kliefde zich dwars door WM’s borst, ongetwijfeld een enorme impact. WM draaide zich met een ruk om, en pakte zijn zwaard. Nee, onmogelijk, hij moest dood zijn! Na 2 schokkerige stappen viel hij inderdaad op de grond. Hij leek nu pas de bijl in zijn borst te ontdekken. Hij begon te grijnzen. Fluisterend wist hij nog enkele woorden uit te brengen. “Wow, dit had ik niet aan zien komen. Wat ben je toch een sluwe meid. Bijna net zoals Hitomi.” Zijn stem haperde bij dat laatste woord. Of het door de pijn of door verdriet kwam wist ze niet. Met een laatste beweging rukte WM zijn eigen hart eruit en propte het in zijn mond. Toen was het voorbij. Het drieëntwintigste kanonschot klonk. Jolien stond er bewegingloos bij. Had ze nu echt gewonnen?
Ze zag de hovercrafts aankomen. Verschillende belangrijk uitziende mannen kwamen op haar afgelopen. Een van hen herkende ze vaag als Admin, het hoofd van de Peacekeepers. Ze werd gefeliciteerd. Het ging allemaal een beetje langs haar heen. Ze wilde gewoon naar huis. Vaag was ze zich ervan bewust dat ze de hovercraft instapte. Tijdens de vlucht richting het Kapitool werd er van alles tegen haar gezegd, maar ze luisterde niet. Ze dacht terug aan de afgelopen dagen. Aan de moorden die ze gepleegd had. Aan de vrienden die ze gekregen en weer verloren had. En aan Para, die ze al kende sinds de kleuterschool, en die er nu niet meer was.
Toen ze uit de hovercraft stapte, werd ze opgewacht door twee vertrouwde gezichten. De een was TGL, haar mentor. De ander… was Tuffie. Een brede glimlach verscheen op Jolien’s gezicht, terwijlz e haar oude vriend omhelsde.
“Tuffie! Ik heb je zo gemist!”
Tuffie glimlachte.
“Ik jou ook. Je hebt het echt fantastisch gedaan Jolien!”
Jolien haalde haar schouders op.
“Ik heb gewoon geluk gehad. Team Groen en Team Geel waren veel te druk bezig met elkaar, waardoor mijn team met gemak ver kon komen. En de finale won ik puur met behulp van een stel konijnen.”
Tuffie grijnsde.
“Je hebt hem de genadeslag gegeven, dat is het enige dat telt. Je leeft. Je kunt weer naar huis.”
Jolien glimlachte.
“Over thuis gesproken, hoe gaat het met papa en mama? En met Pascal?”
Tuffie’s grijns veranderde in een treurige grimas.
“Dat wilde ik je nog vertellen. Jolien… Ze hebben je ouders opgepakt. Er zijn rellen ontstaan, en als voorzorgsmaatregel zijn alle ouders van tributen afgevoerd. In het beste geval zitten ze in de gevangenis. In het ergste geval…”
“Zijn ze dood” maakte Jolien zijn zin af. Stilletjes staarde ze voor zich uit.
“En Pascal? Hebben ze hem ook gevangen genomen?”
Tuffie keek haar peinzend aan.
“Ik weet het niet zeker. Volgens mij niet. Ik heb gezien hoe je ouders meegenomen werden door de peacekeepers, maar Pascal was nergens te bekennen. Maar ik heb geen idee waar hij wel uithangt.”
Voordat Jolien iets terug kon zeggen, werd ze op haar rug getikt. Ze draaide zich om en zag Seneca Crane, de hoofd Spelmaker. Met een brede grijns keek hij haar aan.
“Dag Jolien! Geweldig gedaan! Wat vond je van mijn Noémie-konijnen?”
Jolien keek hem chagrijnig aan.
“Walgelijk. Wat moet je van me?”
Seneca haalde een formulier tevoorschijn.
“Zou je hier eventjes een krabbeltje willen zetten? Ik heb zojuist groen licht gekregen voor een tekenfilmserie over de Hongerspelen, en uiteraard wil ik jou daarin gebruiken!”
Jolien haalde haar schouders op en zette een handtekening op het formulier. Seneca’s grijns werd nog breder, en hij wendde zich tot Tuffie.
“Tuffie? Een winnaar als jij kan natuurlijk niet ontbreken!”
Tuffie haalde zijn schouders op.
“Sorry Crane, maar mijn Hongerspelen avontuur is voorbij. Ook in getekende vorm.”


JULI 2303

Een hartelijk applaus klinkt voor Klas AD. Tuffie kijkt Hitomi en WM met opgetrokken wenkbrauwen aan. Wat is hier in godsnaam de bedoeling van? De leider van de Bolts staat ook op. Het is een knappe, gespierde man.
“Beste AD’ers, Bolts, ik ben Generaal Rikkert, generaal van het leger der Bolts, een van de sterkste en meest getrainde vechtgroepen van de Orde der Dertiende Spelen. Ik hoef niet veel te vertellen denk ik. Een massale aanval op deze gevangenis zou nooit werken, dat ging de vorige keer mis. Wij zijn een kleine groep specialisten, getraind om zo snel en effectief mogelijk onze missies te kunnen doen.”
Tuffie glijd met zijn ogen langs de Bolts. Net als Klas AD bestaat het team uit acht personen. Tuffie herkent Haps Krabs, de zoon van Baby Krabs, een van de kopstukken van de Rebellen. Maar zijn aandacht wordt vooral getrokken door een ander bekend gezicht. Hij kan zijn ogen haast niet geloven. Daar, achter Steve en Kill-Fighter, staat Pascal.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
21 AUGUSTUS 2300

Het is al laat op de avond als T.G aankomt op de ontmoetingsplaats die Fisico hem had doorgegeven. Vermomd als een doorsnee marktverkoper rijdt hij zijn kruiwagen vooruit, in de hoop dat de zware doos met wapens die erin ligt niet door de peacekeepers ontmaskerd wordt. Gelukkig zijn er momenteel geen peacekeepers in de buurt. T.G zet zijn kruiwagen stil om zijn armen even te laten rusten. Vol van ontzag kijkt hij in het rond. Dit is een deel van District 6 waar hij nog nooit eerder is geweest. Overal zijn verwoeste huizen te zien. Brokstukken en glasscherven liggen midden op de straat. Nergens is een levend wezen te bekennen. Hier hebben duidelijk zware gevechten plaatsgevonden. Instinctief loopt hij richting het midden van wat ooit een soort dorpsplein moet zijn geweest. Verbrijzelde of afgebrande restanten van huizen en winkels liggen kriskras over de grond verspreid. Hier en daar ligt een opgedroogde plas bloed tussen de ravage. T.G krijgt een onbehagelijk gevoel. Is dit echt de plaats van de ontmoeting?

‘Aha, daar ben je. Ik vroeg me al af waar je bleef.’
Na alle mensen die T.G in verband met de rebellie heeft leren kennen zou hij eigenlijk niet langer onder de indruk moeten zijn van nog een nieuw gezicht, maar toch schrikt hij als hij deze vreemde stem achter zich hoort. Hij kijkt om en ziet achter zich een man met een kaal hoofd, een woeste baard en een gedrongen maar stevige lichaamsbouw. Precies zoals Fisico omschreven had. Dit moet Generaal Nalyd Rats zijn, een van de belangrijkste rebellenleiders van District 6.
‘Hallo,’ antwoordt T.G kortaf. ‘Sorry dat ik wat later ben. Het is hier nogal moeilijk om de weg te vinden.’
Nalyd Rats kijkt hem beledigd aan. ‘Hallo? Ik ben een generaal, T.G. Zo wens ik niet aangesproken te worden.’
T.G slaakt een zucht. ‘Goedenavond, generaal.’
‘Dat klinkt beter. Zeg, heb jij de wapens bij je?’
'Ja, die heb ik.'
‘Mooi zo. Laten we ze meenemen naar mijn bunker. Ik leid je er wel naartoe.’
T.G kijkt nogmaals in het rond. ‘Weet jij iets van deze chaos af? Hoe is het zo gekomen?’
Nalyd Rats’ ogen worden groot van verbijstering. ‘Pardon? ’Jij?’ Weet je dan echt helemaal niks!? Ik ben een generaal, en daar hoort een andere aanspreekvorm bij!’
T.G slaakt een nog diepere zucht. ‘Oké, mijn excuses. Ik had niet verwacht dat het u zo gevoelig zou liggen. Fisico maakt het altijd weinig uit hoe ik hem aanspreek.’
Nalyd Rats snuift. ‘Laat ik jou bij deze dan iets duidelijk maken, jongeman. Ik ben Nalyd Rats, leider van de rebellengroep 08-10-09. Mijn acties zijn een bron van inspiratie voor kleinere rebellengroepen door het hele district. Ik laat het Kapitool zien dat ze niet zo almachtig zijn als ze denken. Dus, om jouw eerdere vraag te beantwoorden: deze chaos komt door het Kapitool. Dit is míjn grondgebied, en dat laat ik me niet zomaar afpakken.’
‘Oh, vandaar dat er hier zo weinig peacekeepers zijn.’
Een trotse grijns verschijnt op Nalyd Rats’ gezicht. ‘Inderdaad. We krijgen regelmatig bombardementen te verduren, en dan rest ons geen andere optie dan te schuilen in onze bunker. Iedereen die zijn leven hem lief was heeft het dorp inmiddels verlaten. Daarom is het ook zo uitgestorven: alleen de sterken zijn nog over.'
T.G schudt onverschillig zijn hoofd. ‘Hoe dan ook, sorry voor het misverstand. Ik stel voor dat we naar de bunker gaan. De andere rebellenleiders zitten waarschijnlijk al een tijdje te wachten.’
‘Ik ben blij dat je er zo over denkt. Kom op, het is vlakbij.’

Nalyd Rats leidt T.G door een smal steegje naar een groot, metalen luik in de grond. ‘Kijk, hier beneden is het.’ Met zijn gespierde armen trekt hij het luik open en laat T.G erdoor. Een smal trapje strekt zich voor hen uit, waar aan het einde een deur te zien is. Als T.G de deur opendoet loopt hij een kleine, doch goed verlichte ruimte binnen. Hij wordt geconfronteerd met meerdere nieuwe, maar ook een aantal bekende gezichten. Zoals Fisico al had aangekondigd is Mie de Hamster er inderdaad ook bij. Verder ziet hij Opperhoofd, die hij wel eens op TV gezien had. Daarnaast ziet hij nog een oudere man met een bol gezicht en zijn blonde, grijzende haar in een paardenstaart. Tenslotte is er nog een meisje dat aan haar uiterlijk te zien de 18 nog niet gepasseerd is. Ze ziet er zeer aantrekkelijk uit. T.G vraagt zich af hoe zij het tussen alle volwassen mannen weet uit te houden.
‘Goedenavond iedereen. Ik ben T.G, en ik neem vandaag waar in plaats van Fisico. Aangenaam.’
Opperhoofd is degene die als eerste opstaat. Plechtig schudt hij T.G’s hand. ‘Zeer aangenaam, Hongerspelen-winnaar. Ik ben blij dat je besloten hebt om met ons mee te doen. Het is geen makkelijk werk, dat verzeker ik je, maar het loont des te meer.’
Mie de Hamster is de volgende die zich aanbiedt. ‘Welkom terug. Wat een toeval dat jij dezelfde beslissing hebt genomen als ik.’
T.G kijkt naar de grond. ‘Dat blijkt wel, ja. Ik had echt niet verwacht dat jij je bij de rebellie zou aansluiten.’
‘Dat kan ik wel begrijpen. Soms moet je nu eenmaal een rol spelen om ervoor te zorgen dat mensen je niet gaan verdenken. Zo werkt deze wereld nu eenmaal.’
Vervolgens wendt T.G zich tot de twee overige personen. Hij steekt zijn hand uit naar de oudere man. ‘Goedenavond.’
‘Hallo, ik ben Generaal Goembario, rebellenleider uit District 8. Het verbaast me dat wij elkaar nog nooit eerder hebben gezien.’
T.G glimlacht. ‘Wat u zegt. Maar goed, voor alles een eerste keer.’
‘Zeg maar gewoon ‘je’ hoor, je hoeft niet zo formeel te zijn.’
Nalyd Rats, die net achter T.G met de wapendoos onder zijn arm binnenkomt, kijkt Goembario beduusd aan. ‘Dat zou ik je niet aanraden, Goembario. Die jongen is nieuw hier. Hij moet nog veel leren voordat hij zich onze gelijke kan noemen’
‘Waarom maakt dat uit? Fisico heeft dat toch ook nooit gehoeven?’
Het was de eerste keer dat het minderjarige meisje zich uitsprak.
‘Fisico is een geval apart, Jeanne. Hij heeft ons met elkaar in contact gebracht. Zonder hem zou een rebellie als deze nooit mogelijk zijn. Hij was de inspiratie voor ons verzet, en daarom verdient hij verdomme ook meer aanzien!’
‘Als T.G hier namens Fisico zit, dan verdient hij toch op z’n minst hetzelfde aanzien. Behandel hem toch eens redelijk. Hij heeft de Hongerspelen overleefd, dus hij heeft een betere reden om aan de rebellie deel te nemen dan wij allemaal. Laten we dat niet vergeten.’
Nalyd Rats kijkt Jeanne vuil aan, maar houdt zich toch gedeisd. ‘Vooruit dan. Ik ben het er niet mee eens, maar voor deze ene keer zal ik het toelaten. Voor deze ene keer, zeg ik je.’
T.G verbaast zich over Jeanne’s assertiviteit. Opeens begrijpt hij waarom ze in staat is om zo jong toch zo’n belangrijke functie te vervullen.
‘Uhm, oké, ik ben dus T.G. Bedankt dat je voor me opkwam.
‘Geen dank. Ik kan mij voorstellen dat je als Hongerspelen-winnaar veel geleden hebt.’
T.G begrijpt eigenlijk niet waarom mensen vanwege de Hongerspelen zoveel medelijden voor hem voelen. Hij heeft dan wel nare dingen meegemaakt, maar toch heeft hij het idee vergeleken met talloze niet-winnaars een stuk beter af te zijn. Desondanks is hij oprecht blij dat Jeanne het voor hem opnam. Door de geruststellende glimlacht op haar gezicht voelt hij zich al iets beter op zijn gemak.

‘Goed,’ zegt Opperhoofd. ‘Zullen we het overleg dan maar starten? Of wachten we nog totdat Baby Krabs arriveert?’
‘Ik heb geen zin om nog langer op die luiwammes te wachten,’ moppert Nalyd Rats. ‘Hij komt altijd te laat. Ik wil nu wel eens weten wat er in die doos ziet.’
‘Dan stel ik voor dat we beginnen. Tijd om de doos te openen.’
Met een zakmes snijdt Goembario de stevig verpakte doos open. Er zitten een hoop exotisch ogende wapens in. Opperhoofd’s ogen worden groot van verbazing.
‘Allemachtig, hoe komt Toadplaza aan al deze geavanceerde wapens? Dit zijn maar liefst 15 Rapenators!’
T.G fronst een wenkbrauw. ‘Een wat?’
‘Een Rapenator,’ legt Mie uit. ‘Dat zijn de standaardmachinegeweren van peacekeepers. Ze worden in District 3 geproduceerd en in het Kapitool opgeslagen. Althans, dat is de bedoeling.’
‘Deze wapens zijn essentieel voor het verzet,’ vertelt Jeanne verder. ‘Peacekeepers worden al vanaf een vroeg moment in de opleiding getraind om Rapenators te gebruiken, dus het is belangrijk dat onze vechters er ook mee leren omgaan.’
T.G kijkt twijfelend naar de buit die momenteel wordt rondgegeven. ‘Is het niet een beetje eng dat jullie zaken doen met iemand die niemand schijnt te kennen?’
Opperhoofd zucht. ‘Ergens is het dat ook wel. Ik spioneer al jaren in het Kapitool, en zelfs ik weet niet zeker wie erachter zit. Feit blijft echter dat we er allemaal van afhankelijk zijn. Zonder wapens kunnen we deze strijd onmogelijk winnen.’
‘Ik vermoed dat Admin erachter zit,’ merkt Mie op. ‘Hij is immers de hoofdpeacekeeper, dus hij heeft ongetwijfeld toegang tot deze wapens.’
‘Dat zou kunnen, hoewel ik dat ten sterkste betwijfel. Admin heeft inderdaad toegang tot deze wapens, maar vanwege zijn nauwe band met President Snow wordt hij constant in de gaten gehouden. Hij zou waarschijnlijk allang door de mand zijn gevallen.’
Mie haalt zijn schouders op. ‘Wie het ook is, het is in ieder geval iemand met een hoge functie binnen het Kapitool. Vroeg of laat moet hij wel door de mand vallen.’
‘Misschien is het Seneca Crane wel,’ zegt T.G. ‘Ik bedoel, als de technische rechterhand van Snow vermoed ik dat hij zijn sporen makkelijk zou kunnen uitwissen.’
‘Jaja, heel interessant allemaal, maar mag ik weten of de bommen die ik besteld heb ertussen zitten?’
Goembario haalt een paar zware, mijnachtige metalen voorwerpen uit de doos tevoorschijn. ‘Is dit wat je bedoelde?’
Een triomfantelijke grijns verschijnt op Nalyd Rats’ gezicht. ‘Jazeker is dat wat ik bedoelde. Een setje van 6 Expendable M24’s. Hiermee kan ik mijn geplande aanslag feilloos uitvoeren.’
‘Een aanslag? Hoezo dat?’
Nalyd Rats kijkt T.G nors aan. ‘Het gaat om het signaal, T.G. Als ik een trein uit District 6 het station in het Kapitool op laat rijden en hem daar laat ontploffen, kun je je voorstellen hoeveel indruk dat dan zou maken? De kranten zullen er vol van staan! Men zal weten dat het Kaptiool niet onschendbaar is! Waarom zou ik daarbij rekening houden met de levens van mensen die in de districten toch door iedereen gehaat worden!?’
T.G staat verontwaardigd op. ‘Er zijn anders wel betere manieren om een signaal af te geven. Waarom is het in vredesnaam nodig om…’
‘T.G, kalm aan.’ Goembario legt een hand op zijn schouder. ‘Wij hebben allemaal onze eigen manier van doen. Ik kan niet zeggen dat ik hetzelfde zou handelen, maar zulke dingen maken nu eenmaal deel uit van een rebellie. Daar kun je niet omheen.’
Teleurgesteld gaat T.G weet zitten.
‘Hij heeft gelijk, jongeman,’ reageert Nalyd Rats. ‘Ik hoop dat jij dit leert te beseffen naarmate je meer tijd met ons doorbrengt. Mensenlevens zijn niet altijd heilig.’
‘Prima. Dat weet ik dan ook weer.’ T.G doet weinig moeite om zijn ongenoegen te verbergen. Futloos zakt hij onderuit in zijn zitting.

‘Gaan we de rest van de Rapenators nog eerlijk verdelen?’ vraagt Goembario. ‘Jullie weten dat ik geen wapens besteld heb, dus ik vraag het vooral aan jullie.’
‘Ik sta mijn bestellingen af,’ verkondigt Jeanne. ‘Het spijt mij dat ik dit jullie nog niet eerder meegedeeld heb, maar ik ben sinds kort aan een groot aantal nieuwe wapens gekomen. Een nieuwe peacekeeper heeft mij in het geheim verklapt waar de wapenopslag van District 4 zich bevindt, en daar hebben wij natuurlijk gebruik van gemaakt. Meer wapens heb ik momenteel niet nodig.’
‘Dus jij ontvangt informatie van een rebelse peacekeeper?’ Opperhoofd krabt zichzelf achter zijn oren. ‘Wat is zijn naam, als ik vragen mag? Dan ga ik proberen contact met hem op te nemen. Misschien wil hij wel meer voor ons doen.’
‘Zijn naam is Rinus,’ vertelt Jeanne. ‘Ik denk dat het voor zijn eigen veiligheid beter is als je hem met rust laat. Hij helpt mij op dit moment al goed genoeg, en ik zou het heel erg voor hem vinden als hij betrapt wordt.’
‘Begrijpelijk. Ik zou echter nog iets voor hem kunnen doen hij in de problemen komt, dus houd hem goed in de gaten.
Nalyd Rats rolt met zijn ogen. ‘Nou nou, ik wou dat de peacekeepers in mijn district zo meegaand waren.’
Op T.G en Mie na schiet iedereen in de lach.
‘Maar goed, als niemand deze wapens nog wil hebben, zijn jullie het dat met mij eens dat ik ze meeneem? Ik denk namelijk dat mijn mannen dit wel op prijs zullen stellen.’
‘Ga je gang, zou ik zeggen,’ antwoordt Goembario. ‘Niemand houdt je tegen.’
‘Dit wordt een zeer mooie aanwinst.’ Nalyd Rats staat op het punt om de wapens terug in de doos te leggen.

‘Ho, wacht! Ik ben er ook nog.!’
Een onbekende stem weerklinkt bovenaan de trap. T.G kijkt verstoord om, terwijl Nalyd Rats, een diepe, geïrriteerde zucht slaakt.
‘Oh nee he, hij is dus toch gekomen.’
‘Wie?’
Op dat moment komt de indringer plotseling van de trap af gedonderd. T.G staat instinctief op om te helpen. ‘Gaat het?’
Goembario houdt hem tegen. ‘Laat hem maar. Waarschijnlijk is hij gewoon dronken. Dat is hij wel vaker.’
De man komt schokkerig overeind. Hij heeft lang, morsig bruin haar en een woeste baard, en stinkt vreselijk naar alcohol en sigaretten. In zijn ogen is een ietwat verwilderde blik af te lezen.
‘Waar is mijn bril gebleven? Hem ik ‘m daarnet laten vallen?’
‘Die heb je niet,’ verzucht Opperhoofd. ‘Hoe vaak moeten we jou dat nog vertellen?’
‘Oh ja, natuurlijk. Ik was er niet helemaal bij, hèhè.’
‘Ik had haast gehoopt dat je weg zou blijven, weet je dat?’ moppert Nalyd Rats. ‘Waarom moet jij ons altijd op deze manier storen?’
‘Hèhè, ik moet ook leren eens op tijd te komen.’
Vervolgens merkt de man T.G ineens op.
‘T.G! De allereerste Hongerspelen-winnaar! Wat een ongelofelijke eer jou te ontmoeten!’
Eh, bedankt,’ reageert T.G ietwat verlegen. ‘En jouw naam is?’
‘Baby Krabs, trotse rebellenleider van District 7. Zeer aangenaam.’
‘Dat denk je maar,’ sneert Jeanne. ‘Jij komt hier alleen maar voor de wapens. Zoveel mogelijk meenemen, en dan tegen een zo hoog mogelijke prijs doorverkopen, nietwaar?’
Baby Krabs kijkt haar ongelovig aan. ‘Wacht… hoe weten jullie dat?’
‘De vorige keer, weet je nog? Dat krijg je ervan als je in een dronken bui je mond voorbij praat. Of ben je dat ook alweer vergeten?’
Totaal onverwachts schiet Baby Krabs volkomen in de lach. ‘Oh, help! Ik ben ontmaskerd! Worden al mijn welverdiende privileges mij nu afgenomen? Ik dacht het niet!’ Hij zakt zowat op de grond van het lachen.
T.G kijkt verbijsterd naar de rest. ‘Doet hij altijd zo?’
‘Vaak wel,’ antwoordt Goembario. ‘Hij verschijnt zelden op de rebellenvergaderingen, en als hij toch komt doet hij het enkel als er nieuwe wapens besteld zijn. We vroegen ons al een tijd lang af waarom, maar tijdens de vorige ontmoeting heeft hij zichzelf dus verraden.’
‘Als dat zo is, waarom laten jullie hem hier dan überhaupt nog toe? Als hij toch niet nuttig is…’
‘Dat is hij wel. Tot op zekere hoogte dan.’ Opperhoofd zet zijn handen in zijn zij. ‘Hoezeer we hem ook verachten, hij is en blijft onze belangrijkste distributeur van wapens in District 7. Vele andere rebellen zijn van hem afhankelijk. Als we hem door iemand anders hadden kunnen vervangen hadden we dat allang gedaan, maar tot dusver is dat nooit mogelijk geweest. Helaas.’
Baby Krabs, doorkrijgende dat er over hem gepraat wordt, komt bij van zijn onbegrijpelijke lachbui en doet een poging tot serieus zijn.
‘Ach Opperhoofd, wees toch niet zo hard op me. Ik moet toch ook mijn brood ergens mee verdienen?’
‘Je mag blij zijn dat we jou nog steeds een rebel noemen,’ sist Nalyd Rats. ‘Volgens mij geef jij jouw geld alleen maar uit aan drank en sigaretten. Kun je niet gewoon een keer nuttig zijn voor jouw gelijken!?’
‘Oh, maar ik ben wel degelijk nuttig. Een nieuwe rebellengroep genaamd ‘The Bolts’ heeft te kennen gegeven mijn opgekochte wapens te willen gebruiken. Dus, als jullie mij niks geven krijgen zij ook niks. Dat wil een rebel in hart en nieren toch niet op zijn geweten hebben?’
Jeanne slaat zichzelf voor haar hoofd. ‘Als ze daar vervolgens honderden voor moeten betalen betwijfel ik of het wel zin heeft.’
Baby Krabs lacht. ‘Oh, maar geld loont, Jeanny! Ik geef ook wel eens veel uit aan iets als ik het nodig denk te hebben. Net zoals Fisico ook doet als hij voor ons wapens bij Toadplaza bestelt. Bovendien zou ik ook graag wat meer uitgeven als dat zou betekenen dat ik met jou naar bed kon!’
Met een ruk komt T.G overeind. ‘Let op je woorden, wil je!?’
Baby Krabs deinst op komische wijze terug.
‘Trek het je niet aan, T.G,’ onderbreekt Jeanne. ‘Ik ben wel wat gewend, geloof me.’
‘Goed, als jij het zegt…’

Baby Krabs schraapt zijn keel. ‘Dus… krijg ik nog iets van jullie?’
‘Wat denk je ervan om zelf ook te betalen?’ zegt Nalyd Rats. ‘Na al die doorverkochte wapens moet jij Fisico financieel makkelijk kunnen ondersteunen!’
‘Oh nee, liever niet. Fisico steekt zijn geld met hart in ziel in dit soort zaken, dus het zou ondankbaar zijn om te impliceren dat hij het niet alleen kan, toch? Toch!?’
Opperhoofd schudt afkeurend zijn hoofd. ‘Hoeveel wapens denk jij momenteel nodig te hebben, Baby Krabs?’
Nalyd Rats kijkt Opperhoofd ongelovig aan. ‘Wat!? Gaan we hem nu toch iets geven? Ben je gek geworden!?’
‘Als dat betekent dat zijn verdere contacten daarvan kunnen profiteren, dan moet dat maar. Het belangrijke is altijd een offer waard.’
‘Maar… luister even, ik wilde ook…’
‘Kijk, dat noem ik nou eens verantwoordelijkheid nemen!’ roept Baby Krabs ongewoon vrolijk uit. ‘Zie je nu wel dat ik jullie tijd waard ben? Kom maar op met die Rapenators. Een stuk of vijf moet genoeg zijn.’
Met enorme tegenzin geeft Nalyd Rats vijf Rapenators weg. ‘Hier. Doe er iets leuks mee, verdomme.’ Chagrijnig duwt hij de wapens in Baby Krabs’ handen.

‘Hoe dan ook, het lijkt mij tijd om deze ontmoeting af te ronden,’ verkondigt Jeanne. ‘Opperhoofd, heb jij nog bijzonderheden mee te delen?’
Opperhoofd schudt zijn hoofd. ‘In het Kapitool maakt men zich nog steeds gereed voor een mogelijke rebellie. Dat maakt de organisatie van grootschalige acties extra lastig. Zodra ik meer weet geef ik het jullie direct door.’
‘En jij, Mie?’
Mie rolt met zijn ogen. ‘Als ik zou beweren dat er de laatste tijd veel interessants gebeurd is, dan zou ik liegen. Seneca Crane bereid zich momenteel voor op de volgende Hongerspelen. Zoals altijd, min of meer.’
‘Zijn er verder nog belangrijke bespreekpunten?’ vraagt Goembario.
‘Ik zou zeggen van niet,’ antwoordt Opperhoofd. ‘Ik stel voor dat jullie gewoon verder gaan met de uitvoering van jullie rebelse agenda’s op districtsniveau. Ik zal nog kijken of ik Nalyd Rats kan helpen met het plegen van zijn aanslag in het Kapitool. Verder zijn er eigenlijk geen urgenties.’
‘Mooi zo,’ brengt Nalyd Rats verbeten uit. ‘Ik begon me al te vervelen. Vooruit, tijd om op te breken.’
Iedereen bereid zich voor om te vertrekken. Eén voor één begeven de rebellenleiders zich richting de uitgang.
‘Vaarwel iedereen! Het was leuk jullie weer eens gezien te hebben!’ Baby Krabs laat er een slap hikje op volgen.
Nalyd Rats tikt met zijn vinger tegen zijn voorhoofd. ‘Ik zweer het jullie, op een dag sla ik al zijn tanden uit zijn mond.’

T.G blijft als een van de laatsten achter. Alleen Jeanne en Goembario zitten nog bij hem in de bunker.
‘Zo… hoe vond je het om voor de eerste keer een rebellenoverleg mee te maken?’
T.G denkt even na voordat hij Jeanne’s vraag beantwoordt. ‘Nou… ik weet het eigenlijk niet zo goed. Begrijp me niet verkeerd, het is een goede zaak dat er zoveel tegen het Kapitool wordt gedaan, maar… de meeste mensen hier lijken vooral hun eigen weg te volgen.’
Jeanne fronst een wenkbrauw. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou… geen belediging of zo, echt niet, maar ik heb niet echt het idee dat er effectief wordt samengespannen. Nalyd Rats is alleen maar geïnteresseerd in macht en wapens, Baby Krabs wil alleen maar geld, Mie lijkt zich voor niets te interesseren en Opperhoofd heeft, ondanks zijn aangrijpende rebellenpropaganda, wel mooi drie van zijn kinderen de Hongerspelen in gestuurd. Hoe is het met al die verschillende persoonlijkheden mogelijk om tot gezamenlijke acties te komen?’
Goembario leunt achterover. ‘Ik begrijp wat je bedoelt T.G, maar zoals ik eerder al zei: iedereen heeft zijn eigen manier van doen. Ik zou bijvoorbeeld nooit een aanslag willen plegen zoals Nalyd Rats wil, maar daar heb ik niets over te zeggen. We voeren deze strijd allemaal op onze eigen manier. Het is onmogelijk om alles naar hetzelfde straatje om te gooien.’
T.G kijkt naar de grond. ‘Ik heb van Fisico expliciet de opdracht gekregen om rebellengroepen uit verschillende districten met elkaar te verenigen en zo hun slagkracht te vergroten. Als ik niet iedereen ervan kan overtuigen om écht samen te werken, dan betwijfel ik of we ooit iets zullen bereiken.’
Jeanne grijnst. ‘Fisico deed altijd erg zijn best om ons allemaal op een lijn te krijgen, maar hem lukte het ook nooit. Er zijn altijd wel mensen die het ergens niet mee eens zijn of iets op andere wijze willen volbrengen. Het heeft geen zin om te proberen het ons allemaal eens te laten worden. Ik denk dat je vooral moet handelen op een manier waar jijzelf in gelooft.’
‘Dus, T.G… waar geloof jij in?’ vervolgt Goembario.
T.G puft. ‘Dat is nogal lastig te bepalen. Vrijheid? Gerechtigheid? Gelijkheid? Ik denk allemaal wel.
‘Dat snap ik, maar in welke handelswijze geloof jij?’
‘Moraliteit. Ik geloof in moreel handelen.’
‘Precies wat ik ook denk.’
‘Dat kan wel zo zijn, maar niet iedereen gelooft daar in, helaas.’
‘Niet iedereen, maar wij wel.’ Jeanne staat op uit haar zitting. ‘Als je een morele rebellie wil promoten, dan staan wij in ieder geval achter je.’
‘Wat zij zegt,’ voegt Goembario toe. ‘Het maakt niet uit wat de rest vindt, op onze steun kun je hoe dan ook rekenen.’
T.G is blij dat hij eindelijk een keer serieus wordt genomen. Met een beetje geluk wordt het toch niet zo’n zware opgave voor hem als hij aanvankelijk dacht.
‘Heel erg bedankt. Ik zal het nog eens met Fisico over de samenwerking hebben. Verder hoop ik dat wij elkaar nog vaker zullen zien.’
‘Insgelijks.’ Met een knipoog neemt Jeanne afscheid. T.G voelt zich warm van binnen worden.
‘Tot ziens, T.G. Ik hoop in District 8 nog eens contact met je te kunnen opnemen.’
‘Dat doen we, Goembario. Voor de rebellie.’
Ze schudden elkaar plechtig de hand. Daarna lopen ze met z’n drieën weer naar buiten.



Laatst aangepast door T.G op vr 08 jan 2016, 23:07; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Je ouders en broertje zijn veilig bij ons. Ulysses zit in de gevangenis. Momenteel doet een team van ons, met onder andere WM, andere Hitomi en Tuffie, een inbraak om hem voor je te redden.”
“Waarom?”, vraagt Hitomi.
“Omdat winnaars elkaar nou eenmaal beschermen.”, zegt Jolien, met een kleine glimlach.
“Het gaat een zware tijd worden voor je, Hitomi. Ik kan het weten, ik heb ook een geliefde verloren in mijn Spelen. Maar wij zijn er nu voor je. Tijdens, maar ook na de revolutie. Vertrouw ons.”
Hitomi staart naar de grond.
“Gaat het ooit over?”
Jolien kijkt verbaasd.
“Wat bedoel je?”
“Dit gevoel. Deze leegte. Alsof ik nooit meer gelukkig zal zijn. Had jij dat ook nadat je won? En gaat het ooit over?”
Jolien aarzelt even voordat ze antwoord geeft.
“Het wordt minder.”
“Maar gaat het over?”
Jolien slaakt een diepe zucht, en schudt haar hoofd.
“Ik zou graag zeggen at het anders was, maar nee. Het gaat nooit over. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan terugdenk. Dan zie ik al die beelden weer voor me. De gezichten van de kinderen die ik gedood heb. Mijn teamgenoten. Lennard, aan stukken gescheurd door een IJsbeer. Necrodeus, opgehangen aan zijn eigen darmen. Para…”
Een traan rolt over Joliens wang. Hitomi slaat een arm om haar heen.
“Maar het wordt minder weet je?” Jolien glimlacht. “Natuurlijk zal ik Para nooit vergeten, maar ik heb het wel een plaats kunnen geven. Ik ben verder gegaan met mijn leven. We zijn allemaal verder gegaan. En dat zal jij ook doen.”
Hitomi schudt haar hoofd.
“Ik zal Lyne altijd trouw blijven!”
Jolien glimlacht.
“Dat zeg je nu. Je komt net uit de Arena. Alles is nog vers. Natuurlijk heb je nu nog gevoelens voor haar. Maar uiteindelijk zal je je beseffen dat dit slechts een korte periode uit je leven was. Een periode die je zo snel mogelijk achter je moet laten. Dan kun je weer verder met je leven. Straks zie je je ouders weer, en je broertje. Je zult je oude vrienden terugzien. Alles komt goed.”
Hitomi snuift.
“Dat zeg je alleen maar om me te troosten. Maar zeg eens eerlijk: kon jij terugkeren naar je oude leven? Of iemand van de andere winnaars? Kijk dan waar we nu zijn! Het is 10 jaar geleden datT.G meedeed aan de Hongerspelen, en hij heeft het nog steeds niet losgelaten! Jij en Tuffie en Hitomi en WM… Jullie gaan alleen maar om met elkaar! Waar zijn jouw oude vrienden nu?”
Joliens gezicht verstard.
“Als je het per sé wilt weten: Tuffie en ik zijn al jaren bevriend. Para is dood. En mijn broer is spoorloos verdwenen toen ik in de Arena zat. Wij met zijn vieren waren een hechte vriendengroep, en alleen ik en Tuffie zijn nog over. Hitomi en Tuffie hebben elkaar ontmoet tijdens de trainingen van Hongerspelen 8, en zijn daar bevriend geraakt, dus ook Hitomi kende ik al voordat ik zelf meedeed. WM is na zijn Hongerspelen door Hitomi opgevangen, ze werden verliefd en nu zijn wij inderdaad heel close met zijn vieren. Maar dat wil niet zeggen dat we ons oude leven hebben verlaten! WM had geen leven thuis, zijn ouders zin dood, zijn vrienden zijn dood, de ouders van zijn vrienden zijn dood… Hij had niets meer. Tuffie’s ouders zijn gedood toen hij in de Arena zat, zijn enige overgebleven vriend was ik. Hitomi’s volledige familie is gedood door het Kapitool, maar met haar oude vrienden heeft ze nog steeds contact. Mijn ouders zijn opgepakt of misschien wel vermoord toen ik in de Arena zat, dus ik heb alleen Tuffie nog. Maar jouw ouders leven, ze zijn veilig! Ik weet niet of je vriendinnen had vroeger, maar die kun je gewoon weer opzoeken! We brengen je puur in veiligheid nu, zodra dit alles over is hoef je ons nooit meer te zien.”
Hitomi is even uit het veld geslagen. Met tranen in haar ogen kijkt ze Jolien aan.
“Sorry, zo bedoelde ik het niet. Het is gewoon… Het is allemaal heel erg veel nu.”
Jolien glimlacht.
“Dat begrijp ik. Maar weet je-”
“Het is ze gelukt! Ze zijn binnen!”
Jolien springt op en rent naar T.G, die naar een beeldscherm staart.
“Dat meen je niet! Hoe dan?”
T.G grijnst.
“Tuffie heeft ze er doorheen geloodsd! Ze zijn binnen! Ze kunnen de mensen gaan bevrijden!”
Joliens gezicht klaart op.
“Maar dat is geweldig! Dat-”
T.G kijkt verbaasd naar Jolien, die halverwege haar zin stopte en nu met open mond naar het beeldscherm staart.
“Wat is er?”
Jolien kijkt T.G stralend aan.
“Dat is Pascal! Pascal is bij hen! Hij leeft!”


“Kill-Fighter, Klatergoud, Pascal, jullie gaan door Gang 12, hier zitten alle gevangen genomen Rebellen. Redt er zo veel mogelijk!”
“Ja baas!”
Killfighter, Klatergoud en Pascal rennen direct de gang in die Generaal Rikkert aanwees. Onderweg klampt Pascal Killfighter aan.
“Waarom deed je dat?”
Killfighter kijkt hem verbaasd aan.
“Wat bedoel je?”
“Dat met Tuffie. Waarom liep jij voorop?”
Killfighter haalt zijn schouders op.
“Om te voorkomen dat jij jezelf naar voren zou werpen. Stel dat het mis was gegaan, dan had Tuffie het zichzelf nooit vergeven als hij zijn beste vriend de pijp uit had geholpen.”
Pascal glimlacht dankbaar. Klatergoud kijkt verbaasd.
“Wat krijgen we nou Killfighter? Deze gevoelige kant van jou ken ik helemaal niet!”
Killfighter grijnst.
“Als dit voorbij is neem ik je wel een keer mee uit, dan zal ik héél gevoelig zijn!”
Pascal schudt lachend zijn hoofd.
“Hij blijft het proberen he?”
Killfighter grijnst.
“Geloof me Pascal, als jij de verhalen van Smeetske gehoord had, had jij hetzelfde gedaan!”
Pascal kijkt verbaasd.
“Smeetske?”
“Haar oude vriendje. Vermoord door die gare haakneus.”
Killfighter spuugt op de grond.
“Ik zal die WM nooit vergeven dat hij haakneus verkoos boven Itsot, weet je dat? Flappie was dan wel gestoord, hij had recht op wraak.”
Klatergoud knikt.
“Ja. Dat had hij zeker.”


VOORJAAR 2300

Gespannen zat Klatergoud op de harde, houten stoel. Ongeduldig keek ze door het raam voor haar, waar nog niets achter te zien was. Hoelang zou het nog duren? Plots ging de deur in de kamer achter het raam open. Twee gespierde Peacekeepers flankeerden een jongen in een grijze overal. De jongen had lang, warrig haar, een volle stoppelbaard en een bleek, uitgemergeld gezicht. Klatergoud herkende hem haast niet meer terug. Op het moment dat de jongen plaatsnam op de stoel aan de andere kant van het raam, liepen de Peacekeepers weer weg. Met een harde knal viel de deur dicht. Daar zaten ze dan. Er heerste een ongemakkelijke stilte. Na wat wel uren leek, schraapte Klatergoud haar keel.
“Hoe gaat het met je?”
Flappie reageerde niet. Hij keek haar niet eens aan.
“Ik hoorde dat je morgen wordt overgeplaatst naar de zwaarbewaakte cel… En dat je dan geen bezoek meer mag krijgen. Dus ik dacht…”
Flappie spuugde op de grond. Klatergoud voelde zich wanhopig. Wat moest ze in godsnaam zeggen tegen haar oude vriend? De laatste keer dat ze elkaar spraken, had hij nog niet hun hele klas vermoord.
“Heb je het gehoord van Nick? Wat er gebeurd is in de Hongerspelen?”
Even leek Flappie geïnteresseerd. Zijn ogen flitste omhoog, en voor een fractie van een seconde keek hij haar recht aan. Daarna keek hij weer naar de grond. Klatergoud wilde eigenlijk niet over Nick praten, maar als dat het enige was waarmee ze Flappie’s aandacht kon trekken dan moest ze wel.
“We dachten allemaal dat hij gek was geworden van verdriet na wat er gebeurt was. Hij deed zo raar. Alsof heel zijn leven een tv-programma was. Het was echt heel zielig. We vermoeden dat de spelmakers Nick als winnaar wilden. Dat had goede publiciteit opgeleverd, zo’n mentaal instabiele jongen die vlak na zoveel vreselijke gebeurtenissen de Hongerspelen wint! Niemand viel hem aan, en hij belandde met gemak in de final. Zelfs Adje, je weet wel, die jongen uit de klas boven ons die zo’n hekel aan Nick had? Zelfs die liet Nick met rust! Maar achteraf bleek dat Nick alles in scene had gezet. Hij heeft al die tijd een act opgevoerd, juist om die sympathie op te wekken. Hij verraadde allerlei mensen, het schijnt dat hij zelfs gif heeft weten te stelen bij de trainingen! Toen hebben de spelmakers alles op alles gezet om te voorkomen dat hij won. Uiteindelijk is hij in de finale neergeschoten door een pijl die ze aan de winnares, Hitomi, hadden gegeven. Verstopt in die stomme Elmo-knuffel, die hij als aandenken had meegenomen.”
Flappie’s gezicht kwam langzaam overeind. Met holle ogen keek hij Klatergoud aan.
“Nick is dood?”
Klatergoud slikte. Shit, dit was natuurlijk niet de beste manier om Flappie te vertellen dat zijn beste vriend was overleden. Voorzichtig knikte ze haar hoofd. Tot haar verbazing werd een brede grijns zichtbaar op Flappie’s gezicht.
“Goed zo. Dat is de verdiende loon van die klootzak!”
Klatergoud glimlachte onzeker.
“Hij was toch je vriend?”
Flappie spuugde weer op de grond.
“Was ja. Maar na wat hij mij geflikt heeft… Dit is de eerste keer dat ik blij ben dat de Hongerspelen bestaan!”
Klatergoud keek bedenkelijk.
“Wist je dat de rebellen aan het hergroeperen zijn? Ik en Killfighter zaten eraan te denken om-”
Klatergoud keek verbaasd naar Flappie, die zij hoofd schudde. Hij wees naar de deur waar de peacekeepers achter waren verdwenen. Klatergoud begreep wat hij bedoelde ze konden hen nog steeds horen.
“Uhm… Ik en Killfighter zaten eraan te denken om Nick een laatste eer te bewijzen. Weet jij nog mensen die we moeten uitnodigen?”
Flappie grijnsde.
“Probeer Baby Krabs, uit district 7. Ik en Nick hebben wel eens zaken met hem gedaan. Aardige vent, meestal dronken. Heeft ook een knappe dochter.”
Klatergoud grijnsde. Baby Krabs… Die naam moest ze onthouden. Ze keek naar Flappie. Hij grijnsde breed, en in zijn doffe ogen was een kleine fonkeling zichtbaar.
“Bedankt dat je bent gekomen, Klatergoud.”
Klatergoud glimlachte.
“Daar zijn we vrienden voor, toch? Is je moeder al eens langs geweest?”
Flappie schudde zijn hoofd.
“Nee, en dat gaat nu ook niet meer gebeuren. Als ik morgen wordt overgeplaatst, mag ik de rest van mijn tijd in complete isolatie doorbrengen. Totdat de dood volgt.”
De fonkeling verdween uit Flappie’s ogen, en zijn grijns verstarde. Klatergoud voelde ene brok in haar keel. In een poging hem nog even op te beuren zei ze:
“Dus ik ben de laatste persoon die je spreekt?”
Flappie schudde zijn hoofd.
“Er komt zo meteen ook nog een psychiater. Ik snap niet waarom ze die mensen op me af blijven sturen. Het is telkens hetzelfde liedje. Ze proberen medeleven te tonen, en dat soort onzin. In de hoop dat ik ga praten. Maar het gaat ze niets aan. Die gast die dadelijk komt is nog niet eens afgestudeerd! Die ziet mij blijkbaar als een interessant studieproject. Wat moet ik daar in godsnaam mee?”
Op dat moment ging achter Klatergoud een deur open. Een peacekeeper kwam binnengelopen.
“Jongedame, je tijd is om.”
Klatergoud schrok, en keek naar Flappie. Die glimlachte droevig naar haar.
“Fijn om je nog eens gesproken te hebben, Klatergoud. We zien elkaar in het hiernamaals.”
Klatergoud wilde iets terugzeggen, maar er kwam geen geluid uit haar keel. Met tranende ogen stond ze op, en liep naar de deur. Nog een keer keek ze achterom. Flappie staarde doods voor zich uit. Hij zou nog vier en half jaar in zijn eentje in een cel moeten zitten wachten op de dood. Klatergoud schudde haar hoofd. Dit klopte niet. Dit mocht niet. Op haar weg naar buiten botste ze tegen iemand op. Ze keek wie het was: een jongen, van ongeveer haar leeftijd, met warrige donkere haren, grote ogen en een notitieboek in zijn hand. Schattend keek ze hem aan.
“Bent u toevallig de psychiater die onderweg is naar Flappie Itsot?”
De jongen knikte overdreven blij. Klatergoud zuchtte.
“Bespaar je de moeite. Hij heeft het niet gedaan.”
Terwijl Klatergoud wegliep, keek de psychiater haar grijnzend na. Een manische lach galmde door de hal van de gevangenis.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
DISTRICT 8, 6 SEPTEMBER 2297

De gymzaal galmt van de stemmen. Killfighter en Smeetske zijn een balletje aan het trappen. Flappie en Nickmariourbanus kijken pratend vanaf de zijlijn toe. Marina, Klatergoud en een groepje andere meisjes zitten op de bank te kletsen. Iedereen gaat zijn eigen gang, totdat de gymleraar op zijn fluitje blaast.
‘Tijd om plaats te nemen op de bank! We gaan beginnen!’
Binnen ongeveer een minuut zit bijna iedereen op de bank. Killfighter houdt met zijn been de enige vrije plaats voor Tuffie bezet.
‘Sorry haakneus, maar het lijkt erop dat je op de grond moet zitten!’
‘Killfighter!’
De autoritaire stem van gymleraar Goembario galmt door de zaal. Killfighter kijkt direct op.
‘Aangezien jij toch niet aan het opletten bent kun je mij net zo goed even helpen. Ik heb een vrijwilliger nodig voor de oefening die ik nu wil gaan demonstreren, dus kom maar hier.’
Zonder tegen te sputteren staat Killfighter op en gaat naast Goembario staan. Tuffie neemt nerveus plaats naast een gemeen kijkende Smeetske. Ondertussen vervolgt Goembario zijn verhaal.
‘Het is alweer ruim twee maanden geleden sinds we elkaar voor het laatst hebben gezien, dus het is de hoogste tijd om weer in vorm te komen. Laten we beginnen een paar vechttechnieken van vorig jaar te herhalen.’

In de duisternis van de late avond begeven twee gedaantes zich richting het huis van Meester Danny.
‘Weet je zeker dat we hier op het goede adres zijn?’ vraagt Flappie
Nick geeft een subtiel knikje. ‘Geen twijfel mogelijk. Ik heb mijn vader erover horen praten. Sinds kort heeft hij zijn wapenvoorraad naar het huis van Meester Danny verplaatst.’
‘Dus hij zit ook al bij de rebellen? Blijkbaar zijn ze toch populairder dan ik dacht.’
‘Het zou je verbazen waar mensen zich ondergronds zoal mee bezig houden. Maar daarom zijn wij ook hier, toch? Wij zijn immers hetzelfde van plan.’
Flappie grijnst. ‘Ik ben benieuwd wat voor een wapens jouw vader allemaal binnenhaalt.’
De jongens grinniken zachtjes, en naderen de voordeur van hun geschiedenisleraar. Nick steekt een geïmproviseerde sleutel in het slot. ‘Gemaakt van gips,’ legt hij uit. ‘Op school heb ik met een stuk klei een afdruk van zijn huissleutel weten te maken, en daarmee heb ik mijn eigen kopiesleutel gemaakt. Ik ben al een keer binnen geweest, dus ik weet dat hij werkt.’
Nick draait de sleutel om in het slot, waarna de deur zich opent. Flappie kijkt aandachtig toe.
‘Man, ik kan niet vaak genoeg benadrukken hoe dom het is dat ik jou niet eerder hebben leren kennen!’
Zo stil mogelijk sluipen ze door de hal. Nick duwt voorzichtig de klink van de kelderdeur naar beneden, en samen sluipen ze achter elkaar de trap af.
‘Druk maar op de lichtknop,’ geeft Nick aan. ‘Hier zal hij ons waarschijnlijk toch niet opmerken.’
Flappie doet wat Nick zegt, en wordt overdonderd door wat hij vervolgens ziet. De hele kelder is uitgestald met geweren, granaten en mijnen van alle soorten en maten. Van ieder wapen dat hij kan onderscheiden lijken minstens een paar exemplaren aanwezig.
‘Dit is wat ik bedoelde,’ zegt Nick. ‘Iedereen van wie je het niet verwacht kan iets te verbergen hebben. Zolang je mensen kritisch bestudeert kun je al hun geheimen te weten komen.’
Flappie kan zijn ogen niet geloven. ‘Wow… is dit echt allemaal…?’
‘Eerlijk gezegd is dit nog niet alles. Kijk hier maar eens naar.’
Nick pikt een blaadje van de tafel midden in de kamer af. Op het blad staan meerdere telefoonnummers geschreven, met daarbij verschillende namen.
‘Dit zijn namen van rebellen waar mijn vader regelmatig contact mee heeft. Wij zouden hen eventueel ook een beetje in ons voordeel kunnen gebruiken. Ik heb wel eens uitgeprobeerd de naam ‘Baby Krabs’ op te bellen, en hij is in ieder geval veilig om mee te communiceren.’
Flappie staart verbijsterd de kamer rond. ‘Weet je zeker… dat dit veilig is?’
Nick grijnst. ‘Dat hangt helemaal van onszelf af, maar zolang we onze diefstal en onze zaken met de rebellen beperkt houden voorzie ik weinig problemen. We moeten in ieder geval aliassen gebruiken om niet door de mand te vallen.’
‘Klinkt heel redelijk,’ antwoordt Flappie.
Nick zet zijn handen in zijn zij. ‘Dus… wat denk je? Zie jij het zitten om met mijn illegale handeltje mee te doen?’
In Flappie’s ogen wordt een glinstering zichtbaar. Aan de ene kant ziet hij dit als een geweldige kans. Met zoveel wapens kan hij makkelijk aan geld of andere spullen komen, zij het op ethische of onethische wijze. Toch sommeert een zwak stemmetje in zijn hoofd, in de vorm van Klatergoud, hem om er niet verder in mee te gaan, om Nick niet te vertrouwen. Hij bevindt zich op onbekend gebied, en dat zou hem wel eens in de problemen kunnen brengen. Nick lijkt dit te merken, en gaat hier op in.
‘Wat valt er te betwijfelen? We kunnen hier een onvoorstelbare hoeveelheid geld mee verzamelen. Ik weet dat jij sinds de doodslag op jouw vader diep in de schulden zit, dus het is al helemaal gunstig voor jou. Ik zou zeggen: grijp deze kans en doe je voordeel ermee.’
Langzaam laat Flappie Nicks woorden op zich inwerken. Een brede grijns verschijnt op zijn gezicht.
‘Je hebt gelijk, Nick. Je hebt mij de perfecte kans gegeven. Ik doe zeker mee.’
‘Net wat ik verwachtte. Kom, laten we beginnen.’
De twee inbrekers geven elkaar een high-five. Daarna laden ze enkele wapens in hun meegenomen zakken en noteren ze een paar telefoonnummers.’

17 DECEMBER

‘Goembario!’
Meester Danny komt hijgend Goembario’s kantoor binnen gerend. Goembario kijkt verstoord op.
‘Goembario, kan ik jou even onder vier ogen spreken?’
‘Ik was eigenlijk net met iets bezig. Is het dringend?’
Meester Danny doet de deur achter zich dicht. ‘Het spijt me, ik had je dit eerder moeten vertellen. Er zijn de afgelopen tijd regelmatig wapens uit onze voorraad verdwenen.’
Goembario’s mond valt open. Geschokt komt hij achter zijn bureau vandaan.
‘Weet je het zeker? Je hebt de wapenvoorraad toch wel goed verstopt?’
‘Dat dacht ik ook ja, totdat ik laatst duidelijk opmerkte dat er minder Rapenators over waren dan dat we met onze rebellencollega’s verhandeld hadden. Ik had er eerder achter kunnen komen als ik de administratie beter had bijgehouden. Het spijt me echt.’
‘Danny, hoe heb je zoiets ernstigs over het hoofd kunnen zien!? Een inbreker laat duidelijke sporen achter!
‘Nogmaals, duizend maal excuses Goembario! Ik had beter op moeten letten, dat weet ik. Als ik ook maar iets minder laks was geweest…’
Goembario balt zijn vuisten. ‘Dit mag niet gebeuren… als die wapens in verkeerde handen vallen, dan kan het Kapitool ons ontmaskeren! We moeten die dief zo snel mogelijk te grazen nemen!’
Meester Danny kijkt Goembario zenuwachtig aan. ‘Eigenlijk is dat nog niet alles…’
Goembario’s gezicht staat op onweer. ‘Wat!? Je gaat me toch niet vertellen dat…’
‘De contactlijst was een paar centimeter verschoven. Het zou me niets verbazen als de inbreker die gebruikt heeft…’
Goembario moet zich inhouden om Meester Danny niet ter plekke te wurgen. Woedend slaat hij op tafel. ‘Verdomme, waarom…!’ Dan komt er in eens verontrustende gedachte bij hem op. Hij heeft iets cruciaals over het hoofd gezien.
‘Ik denk dat ik al weet wie hier achter zit. Laat het maar aan mij over.’
Meester Danny fronst een wenkbrauw. ‘Hoe kun je dat zo snel weten?’
‘Ik ken maar één iemand die hiertoe in staat is. Vertrouw me, ik heb het vaker meegemaakt. Vanmiddag ga ik hier meteen een stokje voor steken.’

‘Nick!’
Goembario komt briesend de woonkamer binnengelopen. Nick zit rustig aan een tafel huiswerk te maken, en reageert verrast als hij het rode hoofd van zijn vader ziet.
‘Pap? Is er iets?’
‘Oh, jazeker!’ Goembario buigt zijn gezicht naar Nick toe. ‘Jij hebt iets voor mij te verbergen, nietwaar!?’
Nick kijkt hem verward aan. ‘Wat zou dat dan moeten zijn? Je weet toch dat ik geen kwaad in de zin heb?’
‘Probeer me niet voor de gek te houden!’
Goembario kan zich nauwelijks meer inhouden. Hij moet en zal erachter komen wat zijn zoon de laatste tijd uitspookt.
‘Ik weet precies wat jij gedaan hebt, Nick. Jij hebt ingebroken in het huis van Meester Danny en wapens uit onze voorraad gestolen. En nee, ga mij niet wijsmaken dat je er niks mee te maken had, want ik weet dat jij al eens vaker wapens van mij hebt gestolen. Je denkt toch niet dat ik mijn wapenvoorraad voor de lol naar Meester Danny’s huis verplaatst heb, of wel soms!?
Nick staart beteuterd voor zich uit. ‘Pap, waarom blijf je mij daar de schuld van geven? Je hebt geen enkel bewijs dat ik het heb gedaan! Waarom doe je dan toch-‘
‘OMDAT IK NIET DOM BEN, BRUTALE HOND! DAAROM!’
Goembario hijgt hevig. Heel even voelt hij iets van spijt voor zijn boze uitval, maar hij laat zich niet van de kaart brengen. Ook al is hij zijn zoon, hij is verantwoordelijk voor de verdwijning van zijn wapens. Hij mag het hem niet makkelijk maken.
‘Luister goed Nick, ik weet niet wat jij met die wapens van plan bent, maar het bevalt me niet. Die dingen zijn geen speelgoed! Ben je wel goed bij je hoofd!? District 8 zit vol met rebellengroepen die van mijn wapenvoorraad afhankelijk zijn. Het is mijn taak om die wapens over het hele district te distribueren. Als de wapens in handen van het Kapitool vallen, dan zijn alle rebellen daarvan de pineut. Ik sta niet toe dat jij onze plannen in gevaar brengt, begrepen!?’
‘Maar…’
‘Geen gemaar! Ik vertrouw jou voor geen meter, en ik ga geen risico’s meer met jou nemen. Je hebt vanaf nu huisarrest. Totdat ik er absoluut zeker van ben dat jij je lesje geleerd hebt ga jij behalve voor school het huis niet meer uit, en dat ga ik zowel hier als op school controleren. Ik hou je in de gaten. En oh wee als je ooit nog eens in de buurt van Meester Danny’s huis komt, want dan zal ik er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat jij voortaan niks anders meer zal zien dan de binnenmuren van dit huis! Ben ik duidelijk!?
Heel even lijkt het alsof Nick in tranen gaat uitbarsten, maar hij houdt zich opmerkelijk kalm. Goembario zucht. Ergens doet het hem pijn dat hij zijn zoon zo streng moet straffen, maar hij ziet geen andere keus.
‘Heel duidelijk, pap. Ik zal jou laten zien dat ik niks op mijn geweten heb.’
‘Mooi zo. Oh, en nog iets... ik wil jouw mobieltje hebben. Je mag hem niet meer gebruiken.’
Nick kijkt hem verontwaardigd aan. ‘Huh? Vanwaar dat ineens? Je denkt toch niet serieus dat-‘
‘Hier met die telefoon, Nick! Nu!’
Mokkend staat Nick zijn mobieltje af. Goembario smijt hem meteen kapot op de grond.
‘Zo weet ik tenminste zeker dat je ‘m niet terug kunt krijgen.’
Nick kijkt ontdaan naar de restanten van zijn mobieltje. Goembario keert hem de rug toe. ‘Ga maar verder met je huiswerk. Je hebt vast een boel te doen.’ Vervolgens loopt hij de kamer uit.

‘En? Hoe ging het?’
Flappie staat voor het raam van Nicks kamer. Met een sarcastische lach op zijn gezicht kijkt Nick hem aan.
‘Hmpf… huisarrest, mobieltje kwijt, dat soort dingen. Verder niets.’
Flappie moet zijn lach inhouden. ‘Wauw, en ik maar denken dat mijn vader erg was!’
‘Ja man, ik mag het huis niet meer uit totdat hij er zeker van is dat ik mijn lesje geleerd heb. Echt kut is dat.’
‘Met andere woorden: ik sta er vanaf nu alleen voor.’
‘Ik vrees dat het daar inderdaad op neerkomt. Kan ik jou ons handeltje toevertrouwen?’
‘Reken maar. We doen dit al een tijdje samen. Ik kan het wel alleen aan.’
‘Zo mag ik het horen. Wees er wel alert op dat je iedere keer zo min mogelijk wapens meeneemt. Het feit dat mijn vader lucht heeft gekregen van onze praktijken maakt duidelijk dat we nóg voorzichtiger moeten zijn. En denk eraan om aan de telefoon consistent onze alias te blijven gebruiken. De rebellen moeten immers denken dat wij aan hun kant staan.’
‘Dat hoef je niet te herhalen. Ik heb de laatste tijd al een hoop over voorzichtigheid geleerd. Het gaat wel lukken.’
Nick grijnst. ‘Ik hoop dat jij meer geluk hebt dan ik.’
‘Ja, ik ook. Trouwens, weet jouw vader eigenlijk iets van mij af? Heeft hij het ook over mij gehad?’
Nick schudt zijn hoofd. ‘Hij weet dat wij samen rondhangen op school, maar meer volgens mij ook niet. Hij heeft zich nooit echt in mij verdiept. De rebellie was altijd belangrijker voor hem.’
‘Ach, trek het je niet aan. Des te beter voor mij.’
‘Wat je zegt. Maar goed, ga nu maar weer. Mijn vader zal zo wel terugkomen.’

21 MEI, 2298

Flappie sluipt door de gang. Zijn uitstapje naar Meester Danny’s kelder is inmiddels routine voor hem geworden, maar toch blijft hij uiterst voorzichtig. Stilletjes begeeft hij zich richting de kelder, en zoals altijd licht daar een aanzienlijke lading wapens klaar om van te kunnen stelen. Zoals Nick hem verteld had stopt hij slechts een handjevol wapens in zijn zak, van iedere soort één model. Zo is de kans het kleinst dat zijn bezigheden ontdekt worden. Hoe weinig het er ook zijn, het is hem in ieder geval genoeg om van te kunnen profiteren. Zowel als dreig- als verkoopmiddel zijn de wapens hem meerdere keren goed van pas gekomen. Terugdenkend aan de voordelen die zijn samenwerking met Nick hem heeft gebracht verschijnt er een grijns op zijn gezicht. Een grijns die als sneeuw voor de zon verdwijnt als hij voetstappen bovenaan de keldertrap hoort.
‘De inbreker is teruggekeerd, Sofia! Ik ga hem nu onmiddellijk te grazen nemen!’
‘Wees voorzichtig! Misschien is hij gewapend!’
Flappie slikt. Zijn gezicht trekt wit weg. Hij heeft een grote fout gemaakt. Was hij te luidruchtig? Had Meester Danny hem van het begin af aan in de gaten? Wat het ook was, hij mag zich er niet door uit het veld laten slaan. Het enige wat hij nu nog kan doen om zichzelf veilig te stellen is doen wat hij had gehoopt nooit te hoeven doen. Hij neemt diep adem, en pakt een wapen…



Laatst aangepast door T.G op za 09 jan 2016, 11:22; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Gespannen staren de spelmakers naar de live-beelden uit de Arena. Hitomi rent op BLF af, en omhelst hem.
“Wat heeft dit nu weer te betekenen?” mompelt Seneca Crane. Dan zien ze hoe Hitomi haar hand in de lucht steekt, en geraakt wordt door de bliksem. Zowel Hitomi als BLF vallen levenloos neer op de grond.
“Wat?”
Geschrokken springt Seneca op.
“Is die meid helemaal gek geworden? Zijn ze nu allebei dood? Dit kan niet! We moeten een winnaar hebben! We-”
Er klinkt een harde knal, en Seneca valt levenloos op de grond. Achter hem staan 4 gewapende mannen, aangevoerd door Admin, hoofd van de Peacekeepers. De spelmakers kijken verbluft.
“Wat… Wat heeft dit te betekenen?”
MR, een man van middelbare leeftijd die al sinds de allereerste Spelen spelmaker is, wil op de mannen aflopen, maar wordt ook zonder pardon doodgeschoten.
“Maak ze allemaal af, behalve Tosti!” schreeuwt Admin.
Met open mond kijkt Tosti hoe alle spelmakers neergeschoten worden, terwijl Admin naar de plaats van Seneca loopt, en plaatsneemt op de stoel van de hoofd-spelmaker.
“T.G, hoor je me? We zijn binnen!”
In eerste instantie denkt Tosti dat Admin tegen zichzelf praat, maar dan hoort hij de stem van mede-winnaar T.G uit een apparaatje komen dat Admin vast heeft.
“Ik hoor je, Admin. We staan in positie!”
Admin knikt goedkeurend.
“Goed, dan open ik nu de Arena!”
Admin drukt een knop in, en Tosti ziet op het beeldscherm hoe een hovercraft de Arena in komt gevlogen.
“Schiet een beetje op, de hovercraft van Snow is al onderweg!”
Terwijl de hovercraft van de Rebellen Hitomi meeneemt, wendt Admin zich tot Tosti.
“Luister Tosti, je wordt zo meteen naar de staatsgevangenis getransporteerd. Daar zal je een groep Rebellen treffen, waaronder enkele voormalige winnaars. Aan jou de keuze: óf je vecht eindelijk mee aan onze kant, óf je eindigt zoals je collega’s!”
Tosti knikt zachtjes. Admin wendt zich tot de andere Rebellen.
“Goed mannen, neem Tosti mee. Ik ga Snow inlichten over het verraad van Crane!”


“We zijn er!”
Onbegrijpend kijkt Hitomi naar Jolien.
“Waar zijn we?”
Jolien glimlacht.
“We zijn in district 6, bij de legerbasis van de Rebellen!”
De deur van de Hovercraft gaat open, en voor het eerst sinds ze gekozen was om deel te nemen aan de Hongerspelen, ziet Hitomi de buitenlucht weer. Tenminste, dat verwachte ze. Maar er scheen geen zonlicht. Nieuwsgierig stapt Hitomi de Hovercraft uit, en kijkt om zich heen. Jolien had gesproken over een legerbasis, maar de plek ziet er uit als een klein dorp. Hitomi ziet een kerk, verschillende winkeltjes, en kleine kinderen die door de straten rennen. Maar het meest opvallende, is het feit dat ze onder de grond zitten.
“Wat is dit voor plek?”
“Dit is ons thuis.”
T.G is naast Hitomi komen staan.
“Na onze aanval op de Arena twee jaar geleden, is de strijd tussen de Rebellen en het Kapitool geëscaleerd. Verschillende Rebellenleiders werden gevangen genomen of gedood, en de anderen werden voortvluchtig. Op deze plek was al enige jaren een legerbasis van de Rebellen gevestigd, waar onder leiding van Generaal Nalyd Rats jonge rebellen getraind werden voor de strijd. Jouw vriendin Dark Lisa was er daar 1 van. Langzaam maar zeker zochten steeds meer Rebellen hier hun toevlucht. Het is de enige plek in Panem waar we beschermd zijn tegen het Kapitool.”
“Maar hoe kan het dat het Kapitool jullie hier nog niet ontdekt heeft?”
T.G glimlacht.
“Het Kapitool heeft geen weet van het bestaan van deze plek. We bevinden ons onder de ruïnes van wat ooit het hart van District 6 was. Het Kapitool weet dat de huizen boven ons niet meer bewoond worden, en schenkt daarom geen enkele aandacht aan deze plaats.”
Hitomi wil nog meer vragen, maar wordt onderbroken door een onbekende stem.
“T.G! Je bent terug! En- Ah! Ik zie dat de missie geslaagd is!”
Hitomi kijkt naar het meisje dat aan komt lopen. Ze is klein van postuur, met kort, vuilblond haar en opvallend groene ogen. Haar gezicht staat vol littekens, en heeft de uitstraling van iemand die duidelijk veel heeft meegemaakt. Hitomi schat haar hooguit 2 of 3 jaar ouder in dan zijzelf. Het meisje glimlacht naar Hitomi, en steekt haar hand uit.
“Hoi! Ik ben Reina,”
Hitomi schudt Reina’s hand.
“Reina, neem jij Hitomi onder je hoede? Dan gaan ik en Jolien de rest inlichten over de huidige stand van zaken, en kijken of er al nieuws is vanuit Opperhoofd.”
“Komt goed, T.G!”
Terwijl T.G en Jolien weglopen, richt Reina zich weer op Hitomi.
“Kom, dan laat ik je je voorlopige huis zien!”
Reina loopt richting een zijstraat. Hitomi achtervolgd haar.
“Wat staat er nu eigenlijk te gebeuren?”
Reina glimlacht.
“Oorlog, dat staat er te gebeuren. Opperhoofd leidt op dit moment een uitbraak in de staatsgevangenis. Via Admin hebben we eindelijk voldoende informatie over de gevangenis om het dit keer succesvol te laten worden. Verschillende grote Rebellenleiders zitten daar nu nog gevangen, en daarnaast een heleboel simpele soldaten, of mensen die misschien nog niet formeel zijn aangesloten bij de Rebellie, maar absoluut tegen het Kapitool zijn. Als we al die mensen hier kunnen verenigen, hebben we een gigantisch leger, waarmee we het Kapitool zullen aanvallen.”
Hitomi knikt.
“En wat gebeurt er dan?”
“Dan wordt Panem eindelijk verlost van de greep van President Snow! Dan zal een van ons aan de macht komen, en zorgen voor gelijkheid binnen de districten. Geen dictatuur meer, maar een democratie! Geen armoede meer! Geen oorlog meer! Geen Hongerspelen meer! We zijn er.”
Ze staan voor een betonnen huis. Reina klopt op de deur. Tot Hitomi’s grote schok doet haar vader de deur open.
Papa!”
Hitomi rent naar haar vader toe en omhelst hem. Dan ziet ze over zijn schouder nog 2 bekende gezichten.
“Mama! Dylan!”
Ze omhelst haar moeder en broertje ook. De tranen lopen over haar moeder’s wangen.
“We waren zo bang dat we je nooit meer terug zouden zien! Je hebt het gewoon overleefd! Je hebt de Hongerspelen gewonnen!”
De Hongerspelen…
“Reina? Zijn de ouders van Lyne hier ook?”
Reina glimlacht.
“Ze wonen even verderop! Lyne’s moeder kan niet wachten om je eindelijk te ontmoeten!”
Hitomi ;acht breed, maar ze ziet de gezichten van haar ouders verstarren.
“Wat is er?”
Haar vader slaakt een diepe zucht.
“Luister Hitomi, ik begrijp dat de Hongerspelen zwaar was, en dat je er vreemde dingen door bent gaan doen. Je hebt weinig te eten, er is een constante dreiging… Je kunt niet helder nadenken. En we begrijpen heus wel dat je daardoor dacht dat je verliefd was op die Lyne, maar…”
“Maar wat?”
“Luister Hitomi. Als het goed is, is Ulysses hier binnenkort ook. Dan kunnen jullie gewoon trouwen, zoals we hebben afgesproken. En ik heb liever dat je die Lyne vergeet. Jij bent GEEN lesbienne!”
Hitomi kan haar oren niet geloven. Na alles wat er gebeurd is, weigeren haar ouders haar nog steeds haar eigen leven te laten bepalen. Zonder nog iets te zeggen, draait ze zich om en rent weg. Ze hoort haar moeder haar naam roepen, maar ze reageert niet. Uiteindelijk ziet ze een bankje staan. Ze ploft neer, en buigt haar hoofd. Tranen lopen over haar wangen. Plotseling voelt ze een arm om zich heen.
“Trek het je niet aan, Hitomi. Hij bedoelde het vast niet zo.”
Hitomi kijkt op, en ziet dat Reina naast haar zit.
“Ze moeten gewoon nog aan het idee wennen. Maar ik beloof je dat-”
“Reina!”
Een oudere man met een mank been en een gehavend oog komt aangerend. Reina springt op.
“Wat is er, Mitchell?”
Mitchell komt hevig hijgend tot stilstand.
“Slecht nieuws. Heel slecht nieuws.”
Reina pakt Mitchell bij zijn schouders.
“Zeg nu maar wat er is!”
Mitchell kijkt Reina aan. Een combinatie van schok, woede en verdriet is op zijn gezicht af te lezen.
“Admin. Ze hebben Admin te pakken.”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
22 MEI, 2298, District 8

Met een sip gezicht leest Goembario de zelfmoordadvertentie van Meester Danny in de krant. Blijkbaar had hij uit het niets besloten om zijn huis in brand te steken en zijn vrouw en zichzelf van het leven te beroven. De majoor van District 8 stuurde een troepenmacht van peacekeepers om de zaak nader te onderzoeken, en trof in de kelder de wapens aan, evenals het blaadje met telefoonnummers. Meteen hierna kondigde het Kapitool aan een aftapmechanisme op alle telefoonverbindingen in te voeren, om zogezegd ‘De Terroristen van Panem’ beter te kunnen opsporen. Voor de rebellen is dit een enorme tegenvaller. Hun telefoonverbinding was in één klap nutteloos geworden, en een aanzienlijk deel van hun wapenvoorraad is nu in beslag genomen. Hier gaat hij ongetwijfeld de schuld van krijgen. Gefrustreerd gooit Goembario de krant aan de kant. Wat bezielde Meester Danny dat hij zo abrupt een einde aan zijn leven maakte? Als gevolg daarvan staan alle rebellen in Panem er ineens een stuk slechter voor. Woedend komt hij overeind. Het kan niet waar zijn dat Meester Danny zomaar zelfmoord pleegde. Er moet iets achter zitten, dat voelt hij. Instinctief loopt hij naar de deur van de jongenskleedkamer, waar een hoop rumoer achter vandaan komt. Killfighter en Smeetske zijn druk in gesprek.
‘Heb je het al gehoord? Het schijnt dat Meester Danny bij de rebellen zat. Het Kapitool trof een mega-voorraad aan wapens in zijn kelder aan.’
Killfighter knikt. ‘Inderdaad, dat heb ik al gehoord. Wat ik overigens niet had verwacht van zo’n gare malloot die alleen maar Kapitoolpropaganda uitsloeg.’
Smeetske grijnst in overeenstemming. ‘Over propaganda gesproken, lijkt het jou niet wat om zelf ook ooit bij de rebellen te gaan, iets te doen aan de tirannie waar we in leven? Ik ben al die neppropaganda spuugzat. Het Kapitool geeft toch niets om ons.
Killfighter rolt met zijn ogen. ‘Tja, daar heb ik ook wel eens aan gedacht… maar hoe kun je nu eigenlijk met ze in contact komen? De rebellen zitten overal en nergens. Dat heeft Meester Danny wel bewezen.’
‘Dat betekent dat we naar ze op zoek moeten. Zo moeilijk moet het toch niet zijn? Kom op, je voelt je vast thuis in zo’n gevaarlijke omgeving.’
‘Huh? Vuurgevechten? Explosies? Pff, saai hoor.’
De jongens grinniken zachtjes. Op dat moment komt Tuffie voorbij gelopen. Smeetske kijkt hem dreigend aan.
‘Wat is er, haakneus? Zat je stiekem met ons mee te luisteren?’
‘Killfighter grijnst. ‘Misschien wil hij ook wel bij de rebellen. Ik zie het al helemaal voor me: haakneus tussen al die grote jongens. Dat wordt een ramp.’
‘Ach, vertel mij wat,’ grinnikt Smeetske. Hij richt zich weer op Tuffie. ‘Vind je jezelf niet een beetje overmoedig? Ik bedoel, kijk nou eens, met zo weinig spieren kun je waarschijnlijk niet eens een geweer vasthouden!’
De halve kleedkamer lacht Tuffie hardop uit. Dan doet Goembario de deur open.
‘Geen tijd voor geintjes, heren. De les begint over een paar minuten, dus maak voort. We hebben weer een actief programma voor de boeg.’

Even later lopen de jongens gezamenlijk de gymzaal in. Op zijn weg naar binnen wordt Nick tijdelijk apart genomen door Goembario. Hij kijkt verrast op.
‘Wat is er? Heb ik weer iets misdaan?’
Goembario schudt zijn hoofd. ‘Nee, Nick. Ik wilde alleen maar zeggen dat jouw huisarrest is opgeheven. Aangezien het Kapitool al mijn wapens in beslag heeft genomen is er toch niks meer over om te stelen. Bij deze dus.’
Nick fronst een wenkbrauw. ‘Waarom zeg je het zo kortaf? Je denkt toch niet dat ik verantwoordelijk ben voor Meester Danny’s zelfmoord?’
‘Nee Nick, luister naar me. Deze hele zelfmoordzaak bevalt mij niet. Er zit een luchtje aan. Ik weiger te geloven dat Meester Danny zijn vrouw en zichzelf zomaar zou ombrengen. Maar wie het ook was, jij kan het niet zijn geweest. Geloof me, ik heb jou scherp in de gaten gehouden, maar jij bent altijd netjes thuisgebleven. Blijkbaar zat ik er toch naast met mijn verdenkingen.’
Nick lijkt opgelucht. ‘Heel fijn. Ik was al bang dat je er nooit achter zou komen…’
‘Het spijt me, Nick. Het spijt me dat ik jou al die tijd onterecht hebt beschuldigd.’
‘Ik heb er wel flink voor moeten betalen. Vrijheid kwijt… mobieltje kwijt…’
‘Nogmaals: het spijt me. Je mag over een paar dagen gewoon naar het schoolfeest. Hopelijk verzacht dat de pijn een beetje…’
‘In ieder geval: bedankt. Maar goed, mag ik nu weer gaan? Dadelijk gaat iedereen nog denken dat jij écht mijn vader bent.’
‘Geen probleem. Niemand hoeft te weten dat jij mijn zoon bent. Ik wilde dit alleen maar even duidelijk maken.’
Nick kijkt hem nog één keer  beteuterd aan alvorens zich weer bij de rest te voegen. Goembario kijkt hem schattend na. Hij vertrouwt Nick nog steeds niet helemaal. De ware reden om hem uit zijn huisarrest te ontslaan is om te controleren of hij niet meteen weer in zijn oude gedragspatroon zal terugvallen. Daarnaast viel het hem laatst op dat hij sinds het begin van het schooljaar veel met Flappie omgaat; een jongen die zich al de hele dag opmerkelijk stil heeft gehouden. Wat er ook gebeurt, hij mag die twee niet uit het oog verliezen.
‘Hallo iedereen, fijn dat jullie er zijn. Ik wilde vandaag een paar nieuwe vechttechnieken met jullie doornemen. Zoals altijd beginnen we met een demonstratie. Flappie, kom maar hier.’

‘Dus je hebt geen huisarrest meer? Dat is chill, man!’
Nick zucht. ‘Ja, geen huisarrest meer. Maar hij vertrouwt mij nog steeds niet. Ik herken die blik uit duizenden.’
‘Ach ja, nu de wapenvoorraad in Meester Danny’s huis weg is hebben we toch niet veel meer om te stelen.’
‘Tja…’ Nick schopt tegen een steentje. ‘Maar serieus, je hebt wel iets ernstigs veroorzaakt. Heel Panem is in rep en roer over de ontdekking van die wapens. Wat is er eigenlijk gebeurd in die kelder?’
Flappie staart naar de grond. ‘Er was niets aan te doen. Ik had gehoopt dat het er nooit op aan zou komen, maar ik had geen keus. Ik greep naar een willekeurig wapen, en dat bleek een brander te zijn. Ik schrok er zelf ook nogal van. Gelukkig heb ik met het vuur mijn eigen sporen kunnen uitwissen.’
‘Maar we kunnen nu geen nieuwe wapens meer verhandelen. Ze zijn allemaal weg, en de weinigen die we nog hebben wil ik liever voor onszelf houden.’
‘Dan stel ik voor dat we ons onze focus bij iets anders leggen. Met die bierflessen die ik laatst gestolen heb moet ook genoeg te doen zijn.’
Nick grijnst. ‘Het bevalt mij wel dat jij zo koel onder dit alles blijft, Flappie. Misschien kan ik ook nog iets van jou leren.’
Het konkelende duo geeft elkaar een high-five.
‘Vanaf nu laat ik de handel maar aan jou over. Ik houd mijn vader wel op afstand.’
‘Mooi zo. Ik zal niet teleurstellen.’

De Kapilogus, Editie 22 Mei 2299

Van onze verslaggever, Hans van Petersburgen

Het onderzoek naar de zelfmoord van schoolmeester Danny Wellink en zijn vrouw, vandaag precies een jaar geleden, is opnieuw in leven geblazen na een spraakmakende ontdekking. In de gang van zijn afgebrande huis zijn namelijk sporen aangetroffen van een derde persoon, waaruit men afleidt dat de betreurenswaardige dood van Meneer en Mevrouw Wellink mogelijk toch een geval van moord was. Hoewel de exacte omstandigheden van dit incident vooralsnog onbekend zijn, vermoeden de autoriteiten dat het hier gaat om een afrekening tussen twee terroristische groeperingen, die erom bekend staan onderlinge geschillen met buitensporig geweld op te lossen. Tevens zeggen peacekeepers bewijs te hebben gevonden dat Meneer Wellink, voor zijn dood een ervaren geschiedenisleraar en een trouwe aanhanger van het Kapitool, waarschijnlijk gedwongen werd om zich bij dit gewetenloze pak van onruststokers aan te sluiten, aangezien hij altijd-


Goembario stopt met lezen en scheurt de krant in stukken. Hij heeft totaal geen zin om keer op keer dezelfde anti-rebellenpropaganda te lezen. Hij weet immers toch al genoeg. Een van zijn ergste vermoedens is zojuist waarheid geworden: Meester Danny’s dood was wel degelijk geen zelfmoord. Hij drinkt zijn koffiekopje leeg, brengt zijn ontbijtbordje naar de keuken en loopt vervolgens met luide passen de trap op, richting Nicks kamer. Met een harde klank draait hij de deurknop om en gooit hij de deur open. Nick beseft nauwelijks wat hem overkomt terwijl hij het slaapzand nog uit zijn ogen veegt. Gapend kijkt hij zijn vader aan.
‘Pap, het is zaterdag. Ik wil graag uitslapen.’
‘Helaas voor jou zit dat er niet in, jongeman.’ Hij gaat op Nicks bed zitten. ‘Ik heb mijn vergist, zoon. Ik dacht dat ik je kon vertrouwen, maar het lijkt erop dat ik het toch bij het verkeerde eind had.’
Nick kijkt hem ongelovig aan. ‘Waar heb je het over?! Ik dacht dat we hier eindelijk een punt achter gezet hadden…’
‘Ja, dat dacht ik ook ja! Maar blijkbaar heb jij nog steeds iets voor mij te verbergen, en ik ga er vandaag nog achter komen wat dat is!’
Nick wrijft nogmaals in zijn ogen. ‘Hoe ben je daar nu weer op gekomen?’
Goembario schraapt zijn keel. ‘Ik heb vanmorgen een krantenbericht gelezen over Meester Danny’s dood. Men heeft ontdekt dat hij waarschijnlijk toch vermoord is. Dat maakt jouw onschuld een stuk minder zeker.’
‘Hoezo!? Je vermoedt toch niet serieus dat ik een kloon van mezelf heb gemaakt die Meester Danny vermoord heeft? Ik had op dat moment huisarrest, weet je nog?’
‘Nee, ik vermoed iets anders. Het gaat om jouw vriendje, Flappie. Jullie twee werken in het geheim samen, nietwaar?
Nick kijkt hem aan alsof hij drie ogen heeft.
‘Kom op, ik heb jullie wel door. Ik had al langer het gevoel dat er iets tussen jullie speelde, maar nu weet ik het zeker. Jullie gaan al twee jaar bijna onafgebroken met elkaar om. Te vaak om een toeval te kunnen zijn.’
‘Pap, alsjeblieft… zoals altijd trek je veel te snel conclusies. Wees toch eens redelijk, ik kan helemaal niet-’
‘Hou je niet van den domme, Nick! Het maakt niet uit hoe vaak je dat probeert, ik trap er niet in!’
‘Maar ik ben helemaal niet schuldig! Snap je het dan niet!? Ik wil hier überhaupt niets mee te maken hebben!’
‘Heb je me niet gehoord? Ik trap er niet in! VOORUIT, VERTEL ME NU METEEN WAAR DIT GEDOE OP SLAAT!’
‘LUISTER NOU TOCH EENS! IK ZOU NOOIT ZOIETS DOEN! IK WILDE NIET… echt niet! Ik had geen keus!’
Plotseling worden er tranen in Nicks ogen zichtbaar. Goembario fronst een wenkbrauw.
‘Wat zullen we nu beleven!?’
‘Je snapt het ook niet hè? Je kent mij helemaal niet. De rebellie was altijd belangrijker voor jou dan jouw eigen zoon. Jij kan onmogelijk weten wat er in mijn leven speelt.’
Dan barst Nick in tranen uit. Goembario kan zijn ogen niet geloven. Sinds zijn peutertijd had hij Nick niet meer zien huilen. Een diep schuldgevoel vult zijn hart, maar daar weigert hij aan toe te geven. Hij moet de waarheid te weten komen.
‘Nick… ik weet niet wat er aan de hand is, maar ik weet dat jij in het verleden meerdere keren wapens van mij gestolen hebt. Je moet het niet gek vinden dat ik jou na zoiets niet meer vertrouw. Hoe zou jij het vinden als-‘
‘Het is waar, oké!? Ik heb inderdaad wapens van jou gestolen. Het spijt me.’
Goembario’s ogen worden groot van verbazing. Nog nooit had hij dit zijn zoon horen toegeven. Blijkbaar dringt zijn boodschap nu toch eindelijk tot hem door.
‘Ik moet je bedanken voor je eerlijkheid, Nick. Maar… waarom? Waarom deed je dat?’
‘In het begin was dit pure verveling. Buiten de rebellie om besteedde jij zelden aandacht aan mij. Ik wilde gewoon mijn grenzen verleggen, iets om te doen hebben. Na jouw eerste waarschuwing ging ik mijn fout inzien, en wilde ik er eigenlijk mee stoppen. Maar toen leerde ik Flappie kennen…
Goembario luistert aandachtig. ‘En?’
Nick begint weer luider te snikken. ‘In het eerste jaar zat ik ook bij hem in de klas, en toen had ik eigenlijk geen mening over hem. Nooit van mijn leven had ik verwacht dat hij in werkelijkheid zo’n monster zou zijn…’
‘Een monster? Heeft hij echt zulke ernstige gedragsproblemen?’
Nick geeft een schokkend knikje. ‘Zodra ik hem vertelde over jou en jouw handel met de rebellen wilde hij hier direct meer over weten. Hij wilde de wapenvoorraad met eigen ogen zien, en ik gaf hem zijn zin.’
Goembario’s mond valt open. ‘Nick, hoe kon je!?’
‘Ik had geen keus!’ snottert Nick. ‘Hij dreigde mij iets aan te doen als ik het hem niet zou vertellen. Ik durfde me niet tegen hem te verzetten. En later werd hij alleen maar erger. Hij dwong mij om samen met hem een illegaal handeltje op te zetten om makkelijk aan geld te kunnen komen. Iedereen die hem tegenwerkte werd ter plekke vermoord. Ik wilde hem wel tegenhouden, maar als ik niet zou meewerken of hem zou verraden, dan dreigde hij vaak om mij en soms zelfs jou op gruwelijke wijze te vermoorden. Ik kon niets tegen hem doen. Die gast is knettergek. Hij heeft nota bene zijn eigen vader vermoord.’
‘Weet je dat zeker?’
Nick knikt. ‘En Meester Danny ook. Hij had hem en zijn vrouw kunnen sparen, maar dat deed hij niet. Ik had hem eigenlijk willen waarschuwen, maar… ik had huisarrest, dus…’
Goembario wordt compleet overvallen door de informatie die hij nu binnenkrijgt. Altijd had hij Nick wantrouwt, hem verdacht van de kleinste tegenvallers op zijn werk als rebel… maar dit had hij nooit verwacht. Zou Nick buiten zijn gezichtsveld echt zo’n complex leven leiden? Nog steeds heeft hij moeite om hem te vertrouwen. Hij kan immers niet bewijzen of zijn hele verhaal klopt. Maar op dezelfde manier heeft hij nooit kunnen bewijzen dat hij 100 procent zeker verantwoordelijk was voor de diefstal van zijn wapens. Wat dat betreft had Nick gelijk: in feite weet hij ontzettend weinig over zijn eigen zoon. Daarnaast lijkt de blik in Nicks ogen voor de verandering eindelijk eens oprecht. Hoewel zijn verstand nog steeds de andere richting aanwijst kost het hem deze keer opvallend veel moeite om zijn zoon niet te vertrouwen.
‘Nick… het spijt me zeer om dit allemaal te horen, maar hoe weet ik of het klopt? Hoe weet ik zeker dat Flappie de psychopaat is die jij omschrijft? En hoe weet ik zeker dat hij Meester Danny vermoord heeft?’
‘Ik heb eens geprobeerd een brief naar Meester Danny te versturen toen jij niet thuis was,’ legt Nick uit. ‘Ik betwijfel of die ooit is aangekomen, maar aangezien het niet heeft geholpen denk ik van niet. En wat Flappie’s ware aard betreft…’
Nick kijkt hem weer aan. Zijn gezicht ziet inmiddels rood van de tranen. ‘Ik kan alleen maar hopen dat hij de wereld nooit laat zien wie hij in werkelijkheid is. Die jongen zit bomvol haat. Hij is een gevaar voor iedereen om hem heen. Hij heeft mij al een hoop ellende bezorgt, dus wie weet waar hij wel niet allemaal toe in staat is…’

5 JUNI

De aula is volgeladen met leerlingen, leraren, ouders en andere mensen uit het district, maar toch is het doodstil. Goembario kijkt aangeslagen de hele ruimte rond. Overal ziet hij betraande gezichten, huilende mensen en troostende vrijwilligers, die hun verdriet zelf ook moeilijk kunnen bedwingen. Het is een vreselijk tafereel. 25 leerlingen, die hij altijd met plezier lesgegeven had, zijn omgekomen in een gruwelijke schietpartij. Onvoorstelbaar dat zoiets vandaag de dag nog steeds kan gebeuren.
‘Zojuist heb ik bericht gekregen dat Flappie Itsot is opgepakt wegens verdenking van moord.’
Een schok gaat door Goembario’s lijf heen. Sinds zijn gesprek met Nick twee weken geleden heeft hij Flappie voor de zekerheid extra goed in de gaten gehouden, maar niets had hem op deze onthulling voorbereid. Nick had dus wel degelijk gelijk over hem. In een flits kijkt hij de ruimte rond of hij zijn zoon nog ergens kan zien, en ziet hem neerslachtig richting de uitgang lopen. Onmiddellijk gaat hij erachter aan. Eenmaal aangekomen op het schoolplein roept hij hem toe.
‘Nick! Waar ga je heen?’
Nick draait zich treurig om. ‘Waar ik naartoe ga? Naar huis, natuurlijk. Ik kan dit niet meer aan.’
‘Het spijt me, Nick. Het spijt me dat ik jou altijd zo erg wantrouwde. Ik had naar jou moeten luisteren.’
‘Dat besef je dan te laat,’ verzucht Nick. ‘Ik waarschuwde je twee weken geleden nog voor Flappie, maar zelfs toen twijfelde je aan me. Je bent alles behalve behulpzaam geweest. Niet alleen nu, maar altijd al. Je was er nooit voor mij. Nooit.’
De woorden raken Goembario als een hete, gloeiende spies in zijn onderbuik. Nick heeft gelijk. Volkomen gelijk. De rebellie had altijd prioriteit voor hem. Woorden schieten hem tekort.
‘Als er iets is wat ik kan doen om al die jaren van onverantwoordelijkheid goed te maken, zeg het mij dan. Weet in ieder geval dat ik ontzettend veel spijt heb. Het is gewoon zo dat… nadat jouw moeder gedood werd door het Kapitool heb ik…’
‘Dat is precies het probleem!’ snauwt Nick. ‘Jarenlang ben ik tweede geweest omdat jij wraak op het Kapitool belangrijker vond. Denk je dat mam dit zelf ook gewild zou hebben!?’
Goembario weet eigenlijk niet hoe hij moet reageren, maar zonder er duidelijk over na te denken voelt hij zijn hoofd zachtjes heen en weer schudden. Zelden had hij naar Nick geluisterd, zelden had hij hem serieus genomen, allemaal omdat hij zo erg uit was op vergelding. Langzaam komt hij dichterbij.
‘Nick… ik heb inderdaad een hoop fouten gemaakt, maar die zie ik nu glashelder in. Als je mij nog een kans wil geven…’
Nick staart futloos naar de grond. ‘Was ik maar nooit met Flappie bevriend geraakt… was dit allemaal maar nooit gebeurd… was ik maar nooit geboren…’
Goembario bijt op zijn lippen. Het doet hem enorm veel pijn om Nick zo te horen praten.
‘Dat wat gebeurd is kan niet meer veranderd worden, maar de toekomst staat altijd open voor verandering. We kunnen niet anders doen dan er simpelweg het beste van proberen te maken.’
‘Sorry, ik kan het niet. Echt niet.’
Een ongemakkelijke stilte volgt. Goembario weet totaal niet meer wat hij moet zeggen. Wat hij ook zegt, Nick lijkt er alleen maar depressiever van te worden.
‘Herinner je je nog hoe ik als kind altijd presentator wilde worden? Je weet wel, toen mam nog leefde?’
Goembario kijkt Nick aan, verrast dat hij ineens weer wat zegt.
‘Ik wou dat ik naar die tijd terug kon… dat ik mij nooit ergens zorgen over hoefde te maken, en gelukkig kon zijn met de kleinste dingen… na alles wat er gebeurd is verlang ik daar harder naar terug dan ooit tevoren.’
Opnieuw valt er een ongemakkelijke stilte. Na een tijdje probeert Goembario weer iets te zeggen, hoewel hij eigenlijk nog steeds geen complete zinnen weet te vormen.
‘Nick… zoals ik al zei… gebeurd is gebeurd, het verleden kan niet-’
Plotseling wordt hij onderbroken door een onverwachte uitbarsting van vrolijkheid. Nick gooit zijn armen op overdreven wijze in de lucht, en laat zijn stem over het uitgestorven schoolplein galmen.
‘Dames en heren, jongens en meisjes! Ik presenteer u een inkijk in mijn buitengewoon interessante leven! Mijn naam is NickMarioUrbanus, de ster van het programma en voor de komende jaren uw verslaggever!’

REAPING 2299

‘NickMarioUrbanus.’
Zodra zijn naam wordt omgeroepen gooit Nick zijn armen weer in de lucht.
‘U hoort het, dames en heren! NickMarioUrbanus krijgt de eer om aan de prestigieuze Hongerspelen te mogen meedoen! Geef hem een luid applaus!’
Goembario kijkt verdrietig toe. De laatste weken viel er niet meer te praten met zijn zoon. Hij bleef alsmaar vasthouden aan zijn presentatorgedrag, en praatte nooit zonder er extreem overdreven bij te bewegen of te gebaren. Hij vind het afschuwelijk om te zien hoe de gebeurtenissen van de afgelopen tijd Nicks verstand onherstelbaar hebben aangetast. Voorzichtig pikt hij een traantje weg. Het feit dat zijn zoon nu gereapt wordt vind hij niet eens zo heel erg verrassend. Hij weet dat het Kapitool er een hobby van maakt om personen met rare trekjes of opvallende achtergrondverhalen voor de Hongerspelen uit te kiezen. Nick voldoet aan allebei. Hij had het al zien aankomen. Maar toch doet het hem pijn. Na het observeren van zijn mentale aftakeling is dit de druppel die de emmer doet overlopen.
Hoofdschuddend keert hij het podium de rug toe. Ergens voelt hij zich verplicht om nog afscheid van Nick te nemen, maar dat zou toch geen zin hebben. Hij is toch niet meer voor rede vatbaar, en waarschijnlijk zou hij niet eens begrijpen waar hij het over had. In ieder geval hoeft hij nu niet lang meer te leiden. In zijn huidige toestand zal hij in de arena gegarandeerd snel vermoord worden. Misschien is het zelfs maar beter zo.

Goembario loopt terug naar huis. Hij herinnert zich hoe vrolijk Nick écht was voor de dood van zijn moeder. Hoe alles veranderde op de dag dat het Kapitool tijdens de oorlog een bom op hun oude huis dropte. Hoe hij de rest van zijn tijd had gewijd aan wraak in plaats van Nick, die juist na hun verlies zijn steun extra hard nodig had. Woest op zichzelf schopt hij een prullenbak omver. Hij was een waardeloze vader voor Nick geweest. Als hij meer aandacht had besteedt aan zijn opvoeding, dan had hij hem een hoop leed kunnen besparen. Dan had hij mogelijk kunnen voorkomen dat hij ging stelen, en hierdoor uiteindelijk met Flappie in contact kwam. Maar dat heeft hij allemaal nagelaten. Hij had gefaald.
Als hij bij zijn huis aankomt ziet hij een bekende voor zijn tuinhekje staan. Het is Tuffie, een van de weinige leerlingen uit de getroffen klas die nog in leven is. Ook hij zal ongetwijfeld beschadigd zijn door wat er met zijn klasgenoten gebeurd is.
‘Hallo Tuffie, ben je al enigszins van de schrik bekomen?’
‘Goedemiddag meneer, het gaat al wat beter, dank u.’
‘Gelukkig maar. Ik vind het ook verschrikkelijk wat er gebeurd is.’
Tuffie loopt op hem af. ‘Eigenlijk ben ik omdat ik iets aan u wilde vragen.’
‘Geen probleem, vraag maar.’
Tuffie schraapt zijn keel. ‘Ehm… ik vroeg mij af of u mij misschien wilde trainen in geavanceerde vechtsport.’
Goembario fronst een wenkbrauw. ‘Oh? En vanwaar dat ineens?’
‘Nou, kijk… ik zat te denken dat het wellicht nodig zou zijn. Mijn hele klas is uitgeroeid, en ik mag van geluk spreken dat ik nog leef. Daarom wil ik mezelf leren verdedigen. Niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen die een ander nodig heeft om voor hem of haar op te komen. Alstublieft meneer, zou u mij willen trainen?’
Goembario kijkt Tuffie recht in de ogen aan. Deze onschuldige, gepeste jongen, die altijd het pispaaltje van zijn oude klas was, heeft meer recht dan wie dan ook om te vragen om zijn coaching. Als ouder heeft hij altijd een slecht voorbeeld gegeven, en die fout wil hij ten koste wat het kost niet nog een keer maken. Hij zal Tuffie zijn assistentie verlenen, en de vader voor hem zijn die hij voor zijn bloedeigen zoon nooit was. Alleen zo kan hij zijn zonden uit het verleden goedmaken.
‘Prima. Het is bijna vakantie, dus dan heb ik toch genoeg tijd. Ik stel voor dat wij iedere dinsdag en vrijdag van 16:00 tot 18:00 uur in de schoolgymzaal afspreken. Ik zal streng zijn, dus bereid je goed voor. We gaan er flink tegenaan.’
‘Dank u meneer, ik zal u niet teleurstellen.’
‘Oh, en nog één ding…’
Tuffie kijkt hem vragend aan. ‘Ja?’
Goembario slaakt een diepe zucht. ‘Spreek mij alsjeblieft niet langer aan met ‘u’. Dat ben ik niet waard.’

Profiel bekijken

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
JULI 2295

Op dat moment ziet Fisico een vliegtoestel van het Kapitool naderen. Het land vlak naast hem, en er stappen een aantal Peacekeepers uit. Een van hen maakt een ontvangend gebaar. “Gefeliciteerd, Fisico. Jij bent de enige echte winnaar van de Hongerspelen. Je hebt jouw verblijf in het Kapitool meer dan verdiend.” Daar kwam dat woord weer. “Gefeliciteerd.” Niks gefeliciteerd, denkt hij. Hij zou hem het liefst ter plekke willen onthoofden. Maar hij is niet de persoon om zo irreëel te reageren, dus dat doet hij ook niet. Zonder een woord terug te zeggen laat hij zijn zwaard liggen, en stapt hij in. Zijn aderen zijn doorbloed met woede en haat. Hij voelt zich helemaal geen winnaar, noch heeft hij zin om terug te keren naar het Kapitool. Het Kapitool is de oorzaak van alle ellende die Panem overkomt. Alles. Ze doden onschuldige mensen om anderen daarmee angst in te boezemen, ze onderdrukken de 12 districten, die soms omkomen van de honger, terwijl de inwoners van het Kapitool zich nergens zorgen over hoeven te maken. En nu heeft het Kapitool zijn vriendin omgebracht. President Snow is vast de oorzaak. De klootzak. Wacht maar, denkt Fisico bij zichzelf. Op een dag zal hij wraak nemen. Hij weet nog niet hoe en wat en of het hem wel gaat lukken, maar hij kan het gewoon niet laten. Hij wil dat het hele Kapitool brandend aan zijn voeten ligt, met als haar inwoners dood. Hij wil President Snow’s gezicht zien, als hij zwaargewond aan zijn voeten ligt, en smeekt om gedood te worden. Hij wil zien hoe alle 12 districten zijn actie aanmoedigen en ondersteunen. Hij weet het, het is niet reëel, maar dat kan hem niets schelen. Niets kan hem nu nog iets schelen. Als hij zo dadelijk bij Caesar Flickerman zit, dan heeft hij absoluut geen zin om ook maar iets te vertellen. Hij komt de Hongerspelen totaal anders uit dan dat hij die binnenkwam, en dat zal voor altijd ook zo blijven. Terwijl het vliegtoestel opstijgt en weer terugvliegt naar het Kapitool, kijkt hij met een pijnlijk gevoel terug naar de arena.

De peacekeeper die hem eerder feliciteerde, komt naar hem toegelopen. Hij buigt zich voorover, en fluistert in Fisico’s oor: “We moeten snel zijn Fisico. Zo dadelijk zijn we in het Kapitool, en sta je onder constante bewaking.” Fisico kijkt de Peacekeeper verbaasd aan en wil zijn mond openen om iets te zeggen, maar de Peacekeeper snoert hem de mond. “Zeg maar niets, er kijken teveel mensen mee. Gewoon antwoorden door te knikken of schudden met je hoofd.” Fisico knikt langzaam. Waar gaat dit naartoe? De Peacekeeper glimlacht. “Goed, we hebben weinig tijd, dus laat ik maar direct ter zake komen. Mijn naam is Admin. Ik ben hoofd Peacekeeper van het Kapitool, en tevens al vele jaren leider van de Rebellie. Zoals je weet is de Rebellie door het Kapitool grotendeels de kop ingedrukt, maar ik en de andere nog levende, op vrije voeten verkerende Rebellen zijn altijd actief gebleven. Mijn vraag aan jou is: zou je je bij ons willen aansluiten?”



JANUARI 2296

“Wat!?”
Ongelovig kijkt Fisico Admin aan. “Dat kun je niet menen?” Admin slaakt een diepe zucht. “Luister Fisico, de kinderen die meedoen zijn toch al ten dode opgeschreven. Dan kunnen we daar toch net zo goed ons voordeel uit halen?” “Maar nu hebben ze tenminste nog een kans om te overleven! Een kans om zichzelf te bewijzen!” Admin tikt ongeduldig met zijn vingers op tafel. “1 dode meer of minder, wat maakt dat nu uit? De voordelen wegen op tegen de nadelen, Fisico! Snap het dan: maar liefst 36 kinderen zullen de Arena ingestuurd worden. Dat levert al extra weerstand op vanuit de districten. Door ze vervolgens alle 36 zonder pardon te laten sterven, direct na de start van de Hongerspelen, zal dat voor een heleboel mensen de druppel zijn die de emmer doet overlopen! En al die mensen zullen zich bij ons aansluiten!” Fisico staart naar Admin met tranen in zijn ogen. “Maar de zinloze moord op onschuldige kinderen is de hele reden dat ik überhaupt tegen het Kapitool ben! Door dit de doen, worden wij net zoals zij!” Admin plaatst zijn hand op Fisico’s schouder. “Deze actie zal er voor zorgen dat de Hongerspelen worden afgeschaft, en we voldoende mensen aan onze kant krijgen om Snow van zijn troon te stoten. Ja, er zullen nog 1 keer onschuldige kinderen sterven, maar bedenk: het belangrijke is altijd een offer waard.”



JUNI 2298

Alles leek te exploderen. De grond leek zich naar boven gerukt te worden en plantenmassa en modder spoten naar boven. Bomen en wolken ontploffen spontaan. Waarom zouden de gamemakers dit doen? Hebben we niet al genoeg pijn geleden? Zullen de tributen dit overleven? Een irritant geluid zoemde door de arena. Tosti keek op.
''Ja niemand interesseert zich in deze hongerspelen dus we blazen de boel op. Yoloooooo''


“WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN?”
Woedend stormt president Snow de controlekamer binnen, gevolgd door Admin. Een lijkbleke Seneca Crane staart met bevende handen naar het beeldscherm. “Ik- Ik begrijp er niets van. Hoe…” “Het was Fisico!” Verbaasd kijken zowel Crane als Snow naar MR. “Fisico? Maar hij… Ik bedoel… IK WIST HET!” Briesend kijkt Seneca naar president Snow. “Ik had u toch gewaarschuwd! Die jongen is een rebel!” Snow knikt langzaam, en wendt zich tot Admin. “Laat Fisico direct opsporen. En als hij gevonden wordt, dood hem dan onmiddellijk!” Admin knikt, en loopt glimlachend de controlekamer uit. Snow wendt zich weer tot Seneca. “En wat jou betreft: dit is je allerlaatste waarschuwing. Van de afgelopen 3 Hongerspelen zijn er 2 voortijdig beëindigd, en de enige die wél is afgemaakt, was zó slaapverwekkend dat we meerdere sponsoren zijn verloren. Als je het nog 1 keer verprutst, gaat de Hongerspelen van de buis, en eindig jij onder de guillotine! Hongerspelen 8 is je laatste kans Crane, dus die kan maar beter perfect worden!”



JUNI 2302

"Ah, Henk." zei Flappie geamuseerd. "Jammer dat het zo vroegtijdig voor jou aan een eind moet komen. Maar uit het diepste van mijn hart wil ik je bedanken om mijn plan af te ronden." Henk kijkt Flappie aan met een doodsbange blik. "Je bent echt het perfecte slachtoffer, Henk." gaat Flappie verder. "Je weet niet hoe hard ik begon te lachen toen ik Team Rood van op een afstand zag aankomen met jou, en je niet bleek te kunnen praten. En omdat je zo gewond bent, kun je je ook niet verzetten. Je weegt enkel wat zwaar, maar goed, we zijn er." Flappie stond met Henk voor een afgrond. "En ik dan snel die brief schrijven terwijl jij vol haat naar me zat te kijken! Maar je kon geen pap zeggen. Echt, ik weet niet wat voor onzin ik allemaal heb opgeschreven. Er is vast wel het een en het ander van waar, maar wat precies weet ik niet meer. Mijn opzet is in ieder geval geslaagd: men denkt dat ik zelfmoord gepleegd heb. Mijn eigen dood in scène zetten... waar haal ik het toch vandaan. Nu kan ik ongestoord rondlopen. Het enige dat me kan verraden is de uitslag 's avonds, waar mijn dood niet weergegeven wordt. Maar we kunnen enkel hopen dat ze zo druk bezig zijn, dat men daar geen tijd voor heeft. Men moet af en toe een gokje wagen in het leven. Ik heb helaas geen sympathie voor jou, Henk, en het kan me werkelijk ook totaal niet schelen dat je invalide bent. Je bent voor mij net zoals alle andere, een hypocriet wezen dat zich een 'mens' noemt. Niks dat waardig is om te leven. Dit heeft wel lang genoeg voor jou geduurd. Vaarwel." Flappie glimlacht nog even naar Henk, die met opengesperde ogen naar Flappie kijkt uit angst wat voor komen zal. Een klein duwtje, geen gegil, niks. Enkel een kanonschot dat binnen een paar seconden volgt. Henk is dood.

Tenminste, dat denkt hij. In werkelijkheid ligt hij in een coma, opgeborgen op een geheime plek in het Kapitool. Voordat hij de grond van het ravijn had kunnen raken, was hij door een hovercraft opgehaald en meegenomen. Het kanonschot dat geklonken had, was in scene gezet door de spelmakers. Dezelfde spelmakers die nu druk in de weer zijn met het plannen van de volgende Hongerspelen, die enkele dagen na de finale van Hongerspelen 12 zal beginnen. Allemaal een plan van het Kapitool, om de ingevroren Lazerstraal terug te brengen, en zo de Rebellen een hak te zetten. Nog diezelfde dag komt Admin aan in het verwoeste dorp van District 6. “Het is zover. Het Kapitool heeft een tweede tribuut gevonden om terug te brengen!” Fisico kijkt duister. “Goed, dan is het nu tijd om Operatie Lazerstraal in actie te zetten. Hoelang hebben we?” Admin wrijft over zijn kin. “Ze willen de volgende Hongerspelen zo snel mogelijk starten, dus ik vrees dat de reaping binnen enkele dagen zal plaatsvinden.” Fisico knikt. “Dat is geen probleem. Reina is helaas net 19 geworden en kan dus niet meedoen, maar Hitomi en Para zullen zich vrijwillig opgeven. Daarnaast begreep ik dat een van Opperhoofd’s zonen de beroepsopleiding inmiddels voltooid heeft, dus hopelijk kan die ook van pas komen. Bedankt voor de info, Admin!”



JULI 2303

Door 2 mannen wordt Ulysses de verhoorkamer ingeloodst, en geboeid op een stoel geplaatst. Voor hem staat Jeffrey Smit, een van de belangrijkste Peacekeepers. Jeffrey grijnst. “Zo, Ulysses. Dat was niet zo slim he, hoe je Hans aanviel tijdens een live-uitzending? En dat allemaal vanwege die smerige hoer van je, die voor de ogen van heel Panem is vreemdgegaan met een pot? Tut tut.” Ulysses kijkt Jeffrey nors aan. “Hij moest gewoon zijn mond houden! Niemand praat zo over mijn verloofde!” Jeffrey’s grijns wordt breder. “Ja, over je verloofde gesproken… Waar is haar familie?” Ulysses zwijgt. “Kom op, ik weet dat je weet waar ze zich bevinden. Zijn ze bij de rebellen? Want als dat zo is, dan zijn het misdadigers. En als jij ze in bescherming neemt, dan maakt dat jou ook een misdadiger. En weet je wat wij met misdadigers doen?” Ulysses zegt nog steeds niets, en staart zwijgend naar een donkere vlek op de grond. Jeffrey gebaard naar de twee andere Peacekeepers. “Jullie weten wat jullie te doen staat. Ga door tot je hem aan de praat krijgt.”

Enkele uren later komt Jeffrey weer terug de verhoorkamer in. Zwaar hijgend zit Ulysses op zijn stoel, het bloed druipend van zijn gezicht. Jeffrey grijnst breed. “Ja, dat was niet fijn he? En geloof me, dit was nog niets. Het Kapitool is gespecialiseerd in martelmethodes, weet je? Goed, vertel me nu: waar is de familie van Hitomi?” Ulysses spuugt op de grond. “Goed dan. Wat kan mij het ook schelen? Ik weiger me bij die onfatsoenlijke Rebellen aan te sluiten. Gisteren zijn ze opgehaald, door een groep Rebellen. Ik weet niet waar ze naartoe zijn.” Jeffrey’s grijns wordt breder. “Goed zo. En die Rebellen, wat kun je me over hen vertellen?” Ulysses fronst. “Het waren twee mannen, zwaar bewapend. Ze hadden bivakmutsen op, dus ik kon hun gezichten niet zien.” Jeffrey trappelt ongeduldig met zijn voet. “Is dat alles wat je ons te beiden hebt? Daar hebben we niets aan. Mannen, neem hem-” “Nee wacht!” Ulysses kijkt paniekerig naar de twee peacekeepers, die gevaarlijk dichterbij kwamen gelopen. Jeffrey steekt zijn hand op, om ze te stoppen. “Vertel?” Ulysses zucht. “Die rebellen, ze zeiden… Ze zeiden dat ze strijders waren van de Orde van de Dertiende Spelen. En dat ze orders hadden gekregen van hun leider.” Een fonkeling wordt zichtbaar in Jeffrey’s ogen. “En de naam van die leider?” “Admin. Hun leider heet Admin.”


Met een duivelse grijns kijkt president Snow naar Admin, die vastgebonden tussen 4 Peacekeepers in staat. “Kijk eens wie we hier hebben. Een van mijn trouwste onderdanen. Al jarenlang een vertrouweling. Vertel op Admin, hoelang ben jij al aangesloten bij de Rebellen?” Een trotse gloed schijnt in Admin’s ogen. “Al sinds het begin. Ik heb de Rebellen al die jaren gesteund. Nog voordat de Hongerspelen bestonden. Nog voordat ik hoofd Peacekeeper was. Ik heb al die jaren vlak onder uw neus de Rebellen gesteund, en u heeft nooit iets doorgehad!” Snow knikt langzaam. “Dat klopt. Je hebt het bewonderenswaardig gespeeld, Admin. Ik had nooit gedacht dat uitgerekend jij mij zo zou verraden. En dat maakt het verraad des te erger!” Admin snuift. “Het is te laat, Snow! De Rebellen zijn aan het winnen! Mijn dood zal daarin niets betekenen!” Snow loopt langzaam naar Admin toe. Zijn gezicht is slechts een paar centimeter van dat van Admin verwijderd. “Nee” fluistert Snow. “Jouw dood zal inderdaad weinig betekenen. Daarom zul je ook niet sterven. Tenminste, niet direct.” Admin trekt zijn wenkbrauw op. “Wat bedoel je?” Snow grijnst breed. “Ik ben iets véél leukers met jou van plan. Kijk, zolang de Rebellen niet weten dat jouw dekmantel doorbroken is, kun je héél veel voor ons betekenen.”Admin spuugt in Snow’s gezicht. “Ik zal nooit voor jou werken!” Snow lacht hardop. “O geloof me, dat zal je wel degelijk. Zie je, wij hebben zo onze manieren om mensen te laten doen wat wij willen. Herinner je je je goede vriend Rinus nog? Ook ooit een peacekeeper die zich bij de Rebellen aansloot. En toch deed hij daarna precies wat wij wilden!” Langzaam dringt tot Admin door wat Snow bedoeld. Zijn gezicht wordt lijkbleek. “Nee! Snow, dat kun je niet maken! Vermoord me!” Snow lacht nog harder, en wendt zich tot de Peacekeepers. “Neem hem mee, mannen! Jullie weten wat jullie te doen staat!” Hevig sputterend wordt Admin meegenomen. “Dit is nog niet voorbij, SNow! Je kunt dit niet winnen! De Rebellen zullen zegevieren!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
De Kapilogus, Editie 1 januari 2301

Van onze verslaggever, Hans van Petersburgen

Gisteren was een victorieus moment in de strijd tegen De Terroristen van Panem. Tijdens de Victory Tour van de negende jaarlijkse Hongerspelen in het Kapitool afgelopen oudjaarsavond vond een brute en uiterst barbaarse aanval op het treinkonvooi plaats. De laffe terroristen, die duidelijk geen enkele respect hadden voor de welwillendheid en de voorspoed die het Kapitool ons allen biedt, hadden zich aan boord van de trein vermomd als beveiligingsagenten, en begonnen bij aankomst in het Kapitool in de wilde weg te schieten. Een van deze anarchiezuchtige wildenaren probeerde zelfs het leven te nemen van Jolien Tijger, de nobele, elegante winnares van vorig jaar die in een spectaculaire laatste confrontatie de beruchte menseter-WM versloeg. Gelukkig traden onze peacekeepers daadkrachtig op, en konden ze, onder leiding van de dappere kolonel Hendrik de Pad, dit zinloze geweld op tijd een halt toe roepen. De terroristen werden tot overgave gedwongen, en zij die daartoe te arrogant waren werden ter plekke geëlimineerd. Later bleek zelfs dat ze van plan waren om op verschillende plaatsen in de trein bommen tot ontploffing te brengen, en daarmee nog meer onschuldige levens voortijdig te beëindigen. Door een vooralsnog niet-vastgestelde bron wisten onze peacekeepers echter precies waar deze bommen geplaatst zouden worden, en konden  ze zo allemaal tijdig onschadelijk maken zonder dat wij nietsvermoedende burgers er iets van wisten. Zoals gebruikelijk hebben onze beschermers weer laten zien hoe groot hun nobelheid en verantwoordelijkheidsgevoel is. Wij zijn hun onze levens voor altijd verschuldigd.


Hoofdschuddend leest T.G het artikel uit. Meestal walgt hij van de propagandistische toon van De Kapilogus, maar voor deze ene keer was hij het toch met hoofdredacteur Hans van Petersburgen eens. Hij herinnert zich wat Generaal Nalyd Rats bij hun vorige ontmoeting gezegd had: ‘Het gaat om het signaal, T.G. Als ik een trein uit District 6 het station in het Kapitool op laat rijden en hem daar laat ontploffen, kun je je voorstellen hoeveel indruk dat dan zou maken? De kranten zullen er vol van staan! Men zal weten dat het Kaptiool niet onschendbaar is! Waarom zou ik daarbij rekening houden met de levens van mensen die in de districten toch door iedereen gehaat worden!?’ De gebeurtenissen van gisteravond waren waarschijnlijk het gevolg daarvan. En het was blijkbaar helemaal fout gegaan.
Aan de ene kant bevalt het T.G wel dat Nalyd Rats door het mislukken van zijn aanslag zijn verdiende loon heeft gekregen. Aan de andere kant baart de ‘niet-vastgestelde bron’ hem grote zorgen. Het zou kunnen betekenen dat er zich een verrader onder de rebellen bevindt die hun plannen in de toekomst nog vaker zal dwarsbomen zolang hij of zij onontdekt blijft. Bovendien zal Nalyd Rats door zijn tegenslag ongetwijfeld in een erg slecht humeur zijn. Dat maakt het vooruitzicht naar de aanstaande ontmoeting des te onaangenamer.

Als de trein District 6 binnenrijdt en vaart mindert weet T.G dat hij onmogelijk onder zijn afspraak uit kan komen. Zuchtend komt hij overeind en begeeft zich naar de uitgang. Eenmaal tot stilstand gekomen opent de trein zijn deuren, en T.G wordt direct geconfronteerd met een frisse bries. Het had gesneeuwd in de noordelijke Districten, en niet zo’n beetje ook. In zijn dikke winterjas en zware sneeuwlaarzen slentert hij naar Fisico’s huis, waar de ontmoeting van vandaag zou plaatsvinden.
Zodra hij de oprit van Fisico’s huis oploopt zinkt de moed hem in de schoenen: Nalyd Rats is er al, samen met Fisico, die druk met hem overlegt, en Laser, die onbezorgd in de sneeuw aan het spelen is. Hij hoeft niet eens een stap dichterbij te zetten voordat Nalyd Rats zijn hoofd draait en hem razend aankijkt. T.G beseft meteen dat hij hier niet had moeten zijn. Hij wil zich omdraaien en wegrennen, maar voor die tijd heeft Nalyd Rats hem al bereikt en pakt hem ruw bij de kraag van zijn jas.
‘BLIJF STAAN, JIJ SMERIGE LAFAARD!’
Hij schudt T.G heftig door elkaar. Blijkbaar is hij in een wel héél slecht humeur.
‘Hé, hallo, wat heeft dit te bete-‘
‘DAT WEET JE ZELF OOK WEL!’
Nalyd Rats laat er een dreun op volgen. Laser ziet het gebeuren en zet zijn nekharen rechtop. Hij ontbloot zijn tanden en laat gedempt gegrom ontsnappen, maar Nalyd Rats negeert hem.
‘Heb je nou je zin, T.G!? Heb je nou je zin!? Mijn plan: mislukt! Mijn wapens: verspild! Ruim de helft van mijn soldaten: dood of gevangen genomen! Is dat wat je wilde!? In dat geval: GOED GEDAAN!’
‘Mijn God, waar heb je het over!? Ik ben helemaal niet-‘
‘Weet je het niet meer!? Het is ‘u’ voor jou! HOU JE KOP EN STERF GEWOON!’
Zijn vuist komt hard in aanraking met T.G’s neus. Bloedspetters spatten alle kanten op. T.G valt met een pijnlijk gezicht achterover in de sneeuw. Hij wil ontsnappen, maar de sterke greep van Nalyd Rats verhinderd dat. Hij bereid zich voor op nog een klap in zijn gezicht, totdat Nalyd Rats ineens een harde brul slaakt.
‘Fisico! Doe iets! Haal dat kutbeest van mij af!’
Laser had zijn tanden gezet in Nalyd Rats’ schouder. Fisico blijft echter beheerst.
‘Ik had hem kunnen tegenhouden als ik dat wilde. Maar ik deed het niet. Je ging te ver, Nalyd.’
‘Hoezo!? Die jongen is een verrader! Hij heeft… argh… mijn aanslag verpest!’
‘Daar is nul procent bewijs voor. Trek geen overhaaste conclusies.’
‘Oh nee!? Hij was de enige die het niet met mijn plan eens was! Hij moet het wel zijn geweest!’
‘Ik ken T.G al een lange tijd. Hij is een hoop dingen, maar geen leugenaar. Hij zou niemand van ons aan het Kapitool verraden.’
‘Wat!? Hoe kun je zo naïef zijn!? Zie je de waarheid dan niet!? Als jij hem niet zijn verdiende loon wil geven, dan… ARGH!’
Laser verstevigt zijn greep op Nalyd Rats’ schouder. Het bloed stroomt langs zijn arm omlaag en druppelt in de sneeuw.
‘Staak deze onredelijkheid nu onmiddellijk, Nalyd. Wees voorzichtig. Laser weet hoe hij een mens moet doden. Hij doet het niet gauw en niet graag, maar als je zijn vrienden bedreigt…’
Nalyd Rats zakt langzaam naar de grond van de pijn. De vrieskou verergert het bloeden steeds meer. Uiteindelijk geeft hij toe.
‘Oké… ik zal kalmeren… laat dat beest nu alsjeblieft ophouden…’
‘Prima. Laser, los.’
Laser luistert onmiddellijk naar zijn baasje en laat los. Nalyd Rats wrijft pijnlijk over zijn schouder. Allebei zijn handen zijn bedekt met bloed. Zonder aandacht te schenken aan T.G richt hij zich weer op Fisico.
‘Hoe dan ook… ik wil niet bij de pakken neerzitten terwijl de rest van de rebellen succes boekt. Je bent mij verplicht om-‘
Fisico kapt hem af. ‘Ik denk dat we uitgepraat zijn, Nalyd. Mijn huisgenoten zijn niet te koop. Ga nu.’
‘Maar… verdomme, ik moet…!’
Zodra hij nog eens de grom van Laser hoort geeft hij het op en keert hij Fisico de rug toe. Met een onvoorstelbaar chagrijnige tronie sjokt hij het woonerf uit. Bij het hek draait hij zich nog één keer om.
‘Als jij mij niet wil geven wat ik nodig heb, dan moet ik er zelf maar voor zorgen. Desnoods met geweld.’
Vervolgens verdwijnt hij uit zicht. T.G en Fisico blijven verbijsterd achter.

‘Godver…’ T.G houdt krampachtig een hand om zijn neus geklemd. ‘Die vent slaat hard, weet je dat?’
Fisico knikt. ‘Dat verbaast mij niks. Hij heeft vroeger namelijk gebokst.’
‘Oh ja, dat verklaart een hoop.’
De ijskoude wind snijdt langs zijn gezicht en veroorzaakt een nieuwe, verse pijnscheut. Heel even slaat hij dubbel van de pijn. Laser gaat liefkozend met zijn snuit langs zijn wang. Hierop brengt hij zijn hand naar Laser’s kin en begint hem zachtjes te strelen.
‘Bedankt, maatje. Je hebt mij gered.’
Laser kwispelt vrolijk met zijn staart. Fisico helpt T.G overeind.
‘Ik stel voor dat we naar binnen gaan. We hebben nog het een en ander te bespreken, en de kou is niet goed voor jouw neus. Hier, neem een zakdoekje.’
Dankbaar neemt T.G de zakdoek in ontvangst. Ondertussen lopen ze naar binnen, met Laser achter hen. Terwijl Fisico zijn jas aan de kapstok hangt ploft T.G neer op een bank, en probeert het bloeden te stoppen.
‘Wat deed Nalyd Rats hier eigenlijk. Waarom heeft hij überhaupt tot een ontmoeting opgeroepen?’
Fisico komt net de woonkamer binnengelopen. ‘Zijn reden was heel simpel: hij vond dat het verlies van zijn soldaten gecompenseerd moest worden, en vroeg mij of hij een van mijn huisgenoten mocht lenen. Ik heb hem geweigerd. Ik weet hoe hij is. Reina heeft in het verleden al eens met hem te maken gehad, en ik weet hoe dat haar beïnvloed heeft. Aan zoiets wil ik mijn huisgenoten niet wijden. Ze hebben wel betere dingen te doen.’
‘Ik ben blij dat je dat vindt. Na de vorige keer was ik even bang dat je misschien zijn kant zou kiezen.’
‘Wat bedoel je daar precies mee?’
‘Nou, kijk… “Het belangrijke is altijd een offer waard.” Zulke frasen maken mij gewoon nerveus, weet je?’
Fisico zucht. ‘Ik denk nog steeds dat het belangrijke altijd een offer waard is. Maar ik denk ook dat er een grens is die men ten koste wat het kost niet moet overschrijden. Zinloze verspilling van mensenlevens is niet waar ik voor sta.’
‘In dat geval moet ik eerlijk toegeven dat ik mij in jou vergist heb. Het spijt me.’
‘Geen probleem. Je zit nog niet zo lang bij de rebellie. Je moet waarschijnlijk nog wennen aan het idee dat er af en toe levens voor een hoger doel gegeven moeten worden. Dat had ik in het begin ook. Maar ik heb me er overheen gezet. Piekeren heeft geen zin. Zodra het Kapitool valt hoeft niemand meer te sterven.’
T.G weet dat Fisico gelijk heeft. Het belangrijke is inderdaad een offer waard. Als hij wil dat het Kapitool ooit ten val komt, dan heeft hij simpelweg geen andere keus dan regelmatig offers te maken. Het wordt eens tijd dat hij zich vermant en de waarheid accepteert. Maar toch kan hij zich er nauwelijks toe zetten. De mislukking van gisteravond heeft bewezen dat een ongeluk in een klein hoekje schuilt. Niet dat hij het erg vind voor Nalyd Rats, maar zijn soldaten die de aanslag uitvoerden hadden in principe niet hoeven sterven. En toch stierven ze.
‘Om even terug te komen op gisteren…’
Fisico fronst een wenkbrauw. ‘Ja? Wat is daarmee?’
‘De Kapilogus had het over een ‘niet-vastgestelde bron’ die de peacekeepers gewaarschuwd had. Wat vind jij daarvan? Zou het onzin zijn of heeft iemand wel degelijk het plan verraden?’
‘Daar had ik het net met Nalyd ook al over. Ik denk absoluut niet dat jij het hebt gedaan, maar ik weet zeker dat het iemand anders was. En dat is uiteraard een zeer ernstige zaak.’
‘Dat kun je wel zeggen, ja. Heb jij enig idee wie het zou kunnen zijn?’
Fisico haalt zijn schouders op. ‘Dat vragen heel veel rebellen zich af, maar ze tasten er allemaal over in het duister. Niemand heeft hard bewijs.’
‘Ik wil niet met het vingertje wijzen, maar vind je het niet verdacht dat het ineens zo erg misgaat nadat Mie de Hamster zich bij ons aansloot?’
‘Jij bent niet de enige die dat denkt. Het is ook niet ondenkbaar, maar toch betwijfel ik of hij het was. Hij zit nog amper een jaar bij de rebellie, en het is niet de eerste keer dat er zoiets gebeurt.’
‘Oh nee?’
‘Het is in het verleden meerdere keren voorgekomen dat onze plannen aan het Kapitool gelekt werden. Daarnaast kwam het vaak voor dat kleine rebellengroepjes zonder waarschuwing werden opgerold. Enkele oudere rebellen, inclusief ik, zijn hier al een tijdje van op de hoogte. Daarom proberen we ook zo voorzichtig mogelijk te zijn: we houden ontmoetingen zo klein mogelijk, delen belangrijke informatie alleen met andere leiders en gebruiken sinds kort ook wachtwoorden. Maar zelfs dat heeft in dit geval niet geholpen. Blijkbaar is de verrader prominenter binnen de rebellen dan gedacht.’
‘Oké…’ T.G kijkt twijfelachtig in het rond. ‘Wat betekent dat voor ons?’
‘Het betekent maar één ding: we moeten nóg voorzichtiger zijn. Wie deze verrader ook is, we mogen ons niet door hem laten ontmoedigen.’

Plotseling gaat Fisico’s telefoon over. T.G wil nog op Fisico ingaan, maar voordat hij dat kan doen heeft hij al opgenomen.
‘Hallo?’
T.G probeert mee te luisteren, maar hij verstaat er niet veel van.
‘Heb je het geld ontvangen? Mooi zo. Ik kom de wapens onmiddellijk ophalen.’
Dan verbreekt Fisico de verbinding. Hij wendt zich tot T.G.
‘Toadplaza heeft een nieuwe lading wapens voor mij klaargezet. Het lijkt erop dat ik even weg moet.’
‘Zal ik met jou meegaan? Ik wil wel eens zien waar je die wapens ophaalt.’
‘Het spijt me T.G, maar dat kan ik niet toelaten. Ik heb met Toadplaza afgesproken dat ik de ophaalplaats aan niemand doorgeef, en daar houd ik mij liever aan.’
‘Maar… is het niet beter als ik ook-‘
‘Nee T.G, dat kan gewoon niet.  Zoals ik al zei: we moeten zo voorzichtig mogelijk zijn. Ik wil niet dat wij in de problemen komen door onvoorzichtig te zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik vertrouw jou volkomen, maar ik moet dit alleen doen. Niet alleen voor mijn eigen veiligheid, maar ook voor die van jou.’
T.G overweegt om tegen te sputteren, maar besluit uiteindelijk om het er toch maar bij te houden.
‘Oké dan… dus ik kan weer gaan?’
‘Het spijt me om dit te vragen, maar ik heb liever dat je hier blijft zolang ik weg ben. Ik wilde namelijk ook nog wat algemene zaken met jou bespreken. Ik beloof dat ik zo snel mogelijk terugkom.’
‘Maar wat moet ik de tussentijd dan doen?’
Fisico haalt zijn schouders op. ‘Geen idee. Je kunt Laser even uitlaten. Hij is dol op de sneeuw.’
‘Laser uitlaten? Ik weet niet eens hoe-‘
Voordat hij zijn zin kan afmaken verschijnt een enthousiaste Laser voor zijn neus. Hij heeft een wandeltuigje in zijn bek.
‘Volgens mij heb je niet echt een keus,’ grinnikt Fisico. ‘Vooruit, probeer het eens. Zo lastig is hij niet.’
Vervolgens gaat hij de deur uit. T.G kijkt onzeker naar Laser.
‘Sorry maatje, maar weet niet zeker of het met jou wel gaat lukken.’
Dan zet Laser zijn voorpoten tegen de bank aan.
‘Hé! Dat mag niet! Af!’
Maar Laser luistert niet. In plaats daarvan springt hij op de bank.
‘Eraf! Nu meteen!’
‘Laser, eraf!’
Nu gaat Laser wel van de bank af. Nederig verlaat hij de kamer.
‘Wees maar niet bang. Hij kan nogal een druktemaker zijn.’
T.G kijkt op. Hij ziet Reina, het meisje dat hij de vorige keer ook zag.
‘Ik ben ook niet bang. Maar toch bedankt.’
Reina ziet de bebloede zakdoek in T.G’s hand. ‘Oei, dat ziet er heftig uit! Heb je je bezeerd?’
T.G knikt ‘Die mallotige zak van een Nalyd Rats heeft dit gedaan. Hij dacht dat ik zijn plan verraden had.’
Bij het horen van de naam ‘Nalyd Rats’ trekt er een schok door Reina’s lichaam.
‘Oké… ik zal wel even een nieuwe zakdoek pakken.’
Even later komt ze terug met een lap keukenrol.
'Dank je. Dat waardeer ik echt.'
'Graag gedaan!' antwoordt Reina opgewekt.
Even overweegt T.G om Reina naar haar verleden met Nalyd Rats te vragen, maar gezien haar gevoeligheid kan hij dat beter niet doen. Na een korte stilte hoort hij gejank uit de gang komen. Reina toont een smal glimlachje.
‘Ik geloof dat Laser een plas moet.’
T.G schudt zijn hoofd. ‘Dan zit er denk ik niets anders op. Jammer genoeg heb ik weinig ervaring met honden.’
‘Ik wel. Wil je dat ik mega?’
‘Dat is heel aardig van je, maar… jij mag het huis toch niet uit? Fisico zal je vast streng straffen als hij ontdekt dat je weg bent geweest.’
Reina glimlacht iets breder. ‘Ik en de anderen doen dit wel vaker als Fisico niet thuis is. We moeten het natuurlijk wel kort houden, maar het geeft ons tenminste een beetje vrijheid. Ik ga graag met je mee.’
T.G twijfelt nog even, maar gaat uiteindelijk akkoord. Hij kan Reina’s wens best begrijpen.
‘Mij best. Ik hoop alleen maar dat je weet wat je doet.’
‘Oh, dat weet ik, vertrouw me. Zolang wij allebei onze mond houden kan mij niks overkomen.’
Reina doet Laser zijn tuigje om, terwijl T.G alvast de deur opendoet. Fisico is vooralsnog nergens te bekennen. Samen met Laser lopen ze de deur uit, recht het spierwitte landschap in. T.G kijkt lijdzaam toe. Reina en Laser lijken de tijd van hun leven te hebben. Kon hij maar dezelfde onbezorgdheid voelen…



Laatst aangepast door T.G op za 16 jan 2016, 18:06; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 3]

Ga naar pagina : 1, 2, 3  Volgende

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum