Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen deel 14

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 2 van 3]

16 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op wo 29 okt 2014, 11:26

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
‘Ziezo!’ zegt Raceneus tevreden. ‘Hebben we dat toch nog mooi voor elkaar gekregen!’ Samen met Tosti heeft hij de terreinwagen uit weten te graven. Hijgend gooit Tosti zijn pan neer. ‘Ik stel voor dat we nog even een struisvogelei gaan eten voordat we gaan rijden. Ik rammel’ ‘Beter niet,’ antwoordt Raceneus. ‘Het is al gaan schemeren. Als we nog voor het donker de rivier willen bereiken, dan kunnen we nu maar beter teruggaan. Bovendien stikt het hier momenteel van de muggen.’ De zon is inmiddels achter de horizon weggezakt en Raceneus slaat een mug in zijn nek dood. Ook Tosti heeft inmiddels last van het gezoem rond zijn oren. Wuivend met zijn handen probeert hij de irritante beestjes rond zijn hoofd weg te slaan. ‘Ik zie dat onze vrienden jou erg dankbaar zijn geweest,’ zegt Raceneus grijnzend. Als Tosti probeert te begrijpen wat Raceneus bedoelt merkt hij ineens de dikke muggenbulten op zijn arm op. ‘Waarom moest je dat zo nodig zeggen?’ vraagt Tosti boos. Nu ben ik mij er bewust van en…’ op dat moment beginnen de muggenbeten te jeuken en Tosti houdt zich net op tijd in als hij wil gaan krabben. ‘Ik leef met je mee, Tosti,’ zegt Raceneus sarcastisch. ‘Jammer dat ze alleen jou moeten hebben. Ik zou graag wat leed met jou hebben gedeeld, maar het zit er niet in.’ Tosti kijkt Raceneus verontwaardigd aan. ‘Hoe dan ook, laten we maar gaan rijden. Ik heb geen zin om nog verder lek geprikt te worden.’ Het duo klimt via het dak in de auto en Raceneus gaat achter het stuur zitten. Hij draait de sleutel om en de motor begint luidruchtig te ronken. ‘Op naar huis,’ zegt Raceneus nonchalant. Hij geeft gas en brengt de terreinwagen in beweging, maar dan slaat de motor ineens af. Tosti heft een wenkbrauw. ‘Ik dacht dat je vertelde dat je wel kon rijden.’ ‘Jaja, ik weet wat je bedoelt,’ zegt Raceneus geïrriteerd. ‘Ik moet alleen nog even wennen aan die stomme versnellingsbak. Ik heb al mijn rijlessen in een automaat gereden, dus veroordeel me niet.’ Mokkend start hij de motor opnieuw op. Ditmaal lukt het Raceneus wel om te schakelen, maar al gauw loopt hij tegen een ander probleem aan. ‘Dit ding stuurt behoorlijk zwaar,’ klaagt hij. ‘Als dit zo doorgaat, dan kom ik dadelijk met vreselijke spierpijn bij de rivier aan.’ Tosti onderdrukt een lach. ‘Moet ik meehelpen?’ vraagt hij spottend. Raceneus negeert Tosti’s opmerking en probeert alleen verder te rijden. Kort daarna vult een kanonschot de arena.

Jihawk en Selletje staan gebogen over het lichaam van Henk. Selletje had Henk met haar mes in zijn knieholte geraakt, waarna Jihawk Henk de genadeklap in zijn achterhoofd had gegeven. ‘Wat een mislukkeling,’ zegt Selletje, terwijl ze een lik neemt van Henks bloed. ‘Altijd een grote mond hebben, maar uiteindelijk niets kunnen. Dat is nou precies het soort tribuut waar ik een hekel aan heb.’ ‘Ach, vertel mij wat,’ reageert Jihawk. ‘Iedere editie bevat wel een paar van dat soort opdondertjes. En altijd zorgen ze voor de nodige anticlimaxen. Ik snap niet dat ze niksnut als Henk een tweede kans hebben gegeven. Ik bedoel, kom op, je hebt zelf gezien hoe hij afgelopen maand nog door die Flappie in dat ravijn werd geworpen. Hij was weerloos! Dan ben je toch niet goed snik!?’ Selletje grijnst. ‘Om nog maar over de zwakkelingen van deze editie te spreken,’ gaat Jihawk verder. ‘Die rare Necrodeus bijvoorbeeld. Zijn zinloze gezwets over de natuur doet mijn maag altijd ineenkrimpen.’ ‘Ja, echt he!?’ antwoordt Selletje. ‘Waar denk je dat we hem zouden kunnen vinden?’ Jihawk denkt even na. ‘Sinds hij werd gered door die Ad Venture hebben we hem niet meer gezien. Over Ad Venture gesproken, dat is al helemaal een rare snijboon.’ Selletje knikt instemmend. ‘Was het wel een goed idee om een alliantie met hem te vormen? Voor hetzelfde geld verraad hij ons!’ Jihawk schiet in de lach. ‘Welnee joh. Wat denkt hij tegen ons te kunnen beginnen? Hij komt uit district 9, en daar komen alleen maar slappelingen vandaan. Daarbij, heb je die zielige smoel van hem wel eens bekeken? Te nep voor worden, als je het mij vraagt. Waarschijnlijk weet hij allang dat hij dit niet kan overleven en is dit besef een beetje naar zijn hoofd gestegen. Die arme jongen weet volgens mij niet eens wat liegen is.’ Lachend loopt het duo verder, niet lettend op de kudde nijlpaarden die achter hun rug uit de rivier komt.

Ondertussen rennen Lazerstraal, Noémie en Duck nog steeds verder, op de vlucht voor de twee careertributen die hen vermoedelijk op de hielen zitten. ‘Zitten ze nog steeds achter ons?’ vraagt Lazerstraal, hijgend van de uitputting. Noémie kijkt achterom. ‘Ik geloof dat ze ons niet achterna zijn gekomen. Ik heb ze niet de rivier over zien steken.’ Ondanks dit antwoord is Lazerstraal nog steeds niet helemaal zeker van haar veiligheid. Het besef dat er op haar gejaagd wordt houdt haar continu bezig. ‘Dat hoeft niets te betekenen!’ zegt Lazerstraal paniekerig. ‘Ze kunnen een sluiproute hebben genomen en zo een verrassingsaanval doen. Ik vertrouw het voor geen meter.’ Noémie zucht. ‘Je hoeft niet zo paranoïde te zijn, Lazerstraal. We hebben ze al een tijd lang niet meer gezien. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze in de buurt zijn.’ ‘Maar dan houden ze zich misschien wel schuil in de bush!’ antwoordt Lazerstraal. Op dat moment duwt Duck zachtjes tegen haar been aan. In haar paniek draait Lazerstraal zich om en wil ze naar Duck uithalen, totdat ze de affectieve blik in zijn ogen ziet. ‘Rustig maar,’ brengt hij op infantiele wijze uit. Lazerstraal kan nauwelijks geloven wat haar overkomt. Zou het kunnen dat Duck daadwerkelijk iets voor haar voelde? Daar wilde ze eigenlijk liever niet aan denken.

‘Kijk!’ roept Noémie opeens. Ze wijst naar een monument in de verte. ‘Dat ziet er interessant uit. Het lijkt mij geen slecht idee daar de nacht door te brengen.’ Het trio gaat akkoord en loopt er naartoe. Even wordt Lazerstraal overvallen door het idee dat Bandaka en Sushi zich daar misschien wel zouden kunnen ophouden, maar dat zou logischerwijs niet kunnen. Ze moet reëel zien te blijven. Eenmaal bij het monument aangekomen blijkt het om een kring van stenen te gaan. Een aantal rotsblokken zijn omgevallen en bieden beschutting tegen de eventuele gevaren van de aankomende nacht. De zon is al onder, waardoor een vage gloed aan de horizon nog het enige licht is waarmee ze zich kunnen oriënteren. ‘Dit noem ik nou fascinerend,’ brengt Noémie enigszins verwonderd uit. Lazerstraal knikt instemmend. ‘Het ziet eruit als de perfecte plaats om een wapen te verstoppen.’ ‘Daar zeg je zowat,’ geeft Noémie toe. ‘Ik denk dat ik maar even in het rond ga kijken.’ Lazerstraal belooft nog mee te zullen gaan zoeken, maar gaat daarna meteen op de grond zitten, veilig tussen twee omgevallen pilaren in zodat geen enkele tribuut of wat voor een roofdier dan ook haar zou kunnen ontdekken. Nogmaals overdenkt ze alle gebeurtenissen die haar op de eerste dag al zijn overkomen. Haar vlucht voor Bandaka heeft haar volledig uitgeput en ze weet nog steeds niet waarom die gast zo vastberaden achter haar aanzit. Tijdens de trainingen had hij Fisico genoemd. Zou hij soms een hekel aan hem hebben?

Lazertstraal wordt wakker geschud uit zijn overpeinzingen als Duck ineens bij haar komt zitten. Nieuwsgierig brengt hij zijn hoofd dichterbij dat van Lazerstraal totdat hij te dichtbij komt. ‘Ga weg,’ zegt Lazerstraal, iets bruusker dan eigenlijk de bedoeling is. Duck kijkt haar beteuterd aan. ‘Sorry,’ zegt Lazerstraal dan uiteindelijk. Maar ze durft hem nog steeds niet aan te kijken. Wat wil hij nou eigenlijk van haar? Waarom vertrouwt hij haar zo erg terwijl ze elkaar eigenlijk nog maar net ontmoet hebben? Net als ze weer wil opstaan om niet bij Duck te hoeven zijn hoort ze ineens een sissend geluid gevolgd harde gil. Met een schok komt ze overeind een raakt ze weer in paniek. ‘Noémie!’ gilt Lazerstraal. ‘Help me!’ hoort ze de stem van Noémie terugroepen. Onmiddellijk komen Lazerstraal en Duck in actie en rennen naar Noémie toe, die op de grond ligt. ‘Verdomme!’ roept Lazerstraal hardop. ‘Waar is Bandaka!? Hoe heeft hij je aangevallen!?’ Door het plotselinge gevaar is ze weer even de weg kwijt. ‘Dat bedoel ik niet…’ hijgt Noémie. Ze wijst naar haar arm, waar nu twee bloedende puntjes in zitten. Met haar andere arm wijst Noémie moeizaam in een bepaalde richting. Lazerstraal volgt haar vinger en ziet nog net een groefkopadder onder een rots wegglippen…

Profiel bekijken

17 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 30 okt 2014, 10:17

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Necrodeus liep doelloos door de Arena. Het idee klonk heel leuk: ga op zoek naar Hitomi. Maar hij had geen idee waar ze was. Was ze in het Noorden? Was ze misschien aan de overkant van de rivier? Leefde ze überhaupt nog? En wat als hij iemand anders tegenkwam? Als JiHawk en Selletje ineens voor zijn neus stonden? Dan was hij weerloos. Adje zou hem deze keer waarschijnlijk niet te hulp schieten, die was aan de andere kant van de Arena. Triest bedacht Necrodeus zich dat er een mes had gelegen bij het dode lichaam van Para. Was hij maar slim genoeg geweest om die mee te nemen… En het was nu te laat om nog terug te gaan en het mes te halen. Het lichaam van Para was inmiddels waarschijnlijk al lang opgehaald door de hovercrafts. Necrodeus werd even uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door een geritsel in een struik vlak naast hem. Hij keek en zag een hoofd uit de struik tevoorschijn komen. Necrodeus kon een brede glimlach niet onderdrukken toen hij het hoofd herkende als een stokstaartje. Nieuwsgierig liep Necrodeus richting de struik, en zag dat er nog meer stokstaartjes verstopt zaten. Toen Necrodeus voorzichtig neerknielde, schrok het stokstaartje dat duidelijk op wacht had gestaan, en zijn maatjes doken terug in hun hol. Necrodeus maakte voorzichtig geluidjes met zijn mond, en de uitkijkpost kwam nieuwsgierig dichterbij. Voorzichtig snoof het beestje aan de handen van Necrodeus. Al gauw kwam er nog eens tokstaartje naar Necrodeus, en nog een. Necrodeus dacht eventjes niet meer na over de Hongerspelen, hij was eventjes intens gelukkig. Hij pakte een steentje en rolde het een eindje verderop. Een van de stokstaartjes rende enthousiast achter het steentje aan.
 
Met gierende banden kwam de Jeep tot stilstand.
“Wat was dat?” vroeg Tosti verschrikt. “Wat hebben we geraakt?”
Raceneus haalde zijn schouders op. “Zo te zien was het een of ander beest. Het leek wel een soort eekhoorn ofzo.” Hij keek opzij, naar Necrodeus die in shock op de grond zat. “He, jij daar! Weet jij welke kant de rivier op is?”
Necrodeus antwoordde niet. Met grote ogen keek hij naar de twee tributen die plotseling in een jeep waren komen aanrijden, en het schattige stokstaartje hadden veranderd in een bergje haren in een plas bloed. Heel eventjes was hij met zijn hoofd weg geweest uit de Hongerspelen, maar nu zat hij er weer volledig in.
Raceneus werd ongeduldig. “Hallo? Ik praat tegen je!” Hij wendde zich tot Tosti. “Pak mijn speer maar van de achterbank en maak hem af, Tosti.”
Maar Tosti pakte de speer niet. “Hij heeft niets misdaan, WM. Laten we doorrijden.”
Raceneus draaide zijn ogen. “Prima, wat jij wilt. Kom, laten we doorrijden.”

En zo vertrok de jeep weer. Necrodeus stond perplex toe te kijken. Toen hij eenmaal van de shock bekomen was, keek hij achter zich, waar de andere stokstaartjes gescholen hadden toen de jeep aan kwam. Maar ze waren er niet meer. Toen Necrodeus weer voor zich keek, zag hij waar ze waren gebleven: treurig stonden de stokstaartjes om het lichaam van hun overreden maatje. Necrodeus kreeg tranen in zijn ogen. Toen stond hij op. Hij was vastberaden. Hij zou het stokstaartje wreken. Hij zou Tosti en WM  hun verdiende loon geven. En dat kon hij niet alleen. Daarom liep hij verder, richting de waterval in het Noord-Oosten van de Arena, in de hoop dat hij Hitomi daar zou vinden.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

18 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 06 nov 2014, 11:18

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
‘Dit wordt niks meer,’ verzucht Bandaka. ‘Het wordt te donker. Morgen gaan we wel verder.’ Kort geleden waren Sushi en hij de rivier overgestoken en achter Lazerstraal aangegaan, maar ze hebben haar voor het donker niet meer kunnen terugvinden. Daarom hebben ze besloten om ergens midden op de savanne de nacht door te gaan brengen. Ze zijn in een redelijk hoge acaciaboom geklommen om veilig te kunnen slapen. ‘Ik sta er wel op dat een van ons de wacht houdt,’ zegt Bandaka. ‘Ik deel mijn nachtelijke verblijf namelijk liever niet met een luipaard.’ ‘Ik houdt de wacht wel,’ biedt Sushi aan. ‘Dan kan ik lekker luipaarden doodschieten!’ Bandaka zucht. ‘Die beesten zijn redelijk schuw. De kans dat je er een aantreft is niet bijster groot.’ Maar Sushi luistert niet. Enthousiast houdt hij zijn geweer in gereedheid en begint het donker af te speuren naar enige tekenen van beweging. ‘Ach ja,’ zegt Bandaka vermoeid. ‘Schiet maar gewoon op alles wat beweegt. Dat begrijp je waarschijnlijk het beste.’ ‘Wat jij wil!’ antwoordt Sushi met kinderlijke vrolijkheid. Bandaka gaat vervolgens proberen te slapen, maar dat lukt niet. Sinds zijn aanvaring met Ad Venture heeft hij meerdere keren stemmen in zijn hoofd gehoord, en het houdt hem continu bezig. Stemmen die hem op de een of andere manier bekend voorkomen, maar die hij nooit eerder heeft gehoord. Of toch wel? Hij kan er werkelijk geen touw aan vastknopen, maar toch voelt het voor hem alsof het van buitengewoon belang is. Alsof hij iets cruciaals over het hoofd ziet of heeft gezien. Alsof hij amnesie lijdt. Zou dat echt zo zijn? Daar heeft hij geen bewijs voor, maar eigenlijk wil hij dat niet geloven. Dat zou alleen maar enorm veel ellende voor hem betekenen. Hij probeert het van zich af te zetten en valt uiteindelijk in slaap.

Bandaka bevindt zich in een verduisterde, ondergrondse ruimte. Aan zijn zijden staan verschillende mannen in witte kostuums. Hij wil zich bewegen, maar dat lukt hem niet. Hij heeft het gevoel alsof hij deze ruimte kent, maar toch is hij er nooit in geweest. Terwijl hij de situatie probeert op te maken gaat er ineens een door open ziet hij hoe twee andere mannen in witte kostuums een meisje naar binnen dragen. Het meisje wordt ruw in een stoel gegooid en erin vastgebonden, waarna haar hoofd bij haar haren naar achteren wordt getrokken. Nu kan Bandaka het gezicht goed zien: het gaat om een mooie, aantrekkelijke jongedame van naar eigen schatting ongeveer achttien jaar oud. De ogen van het meisje kijken Bandaka aan met een blik van herkenning. Bandaka heeft het gevoel haar ook te kennen, maar toch kan hij haar gezicht niet plaatsen, zoals dat met bijna alles het geval lijkt. Vervolgens komt een van de zojuist naar binnen gelopen mannen voor Bandaka staan en duwt hem een pistool in de hand. ‘Doe het,’ bijt de man hem toe. Bandaka weet wat hem te doen staat. Hij moet het meisje neerschieten, maar een deel van zijn persoonlijkheid weigert dat te doen. Alsof hij een band met het meisje heeft die hij zelf niet doorheeft. Aarzelend heft hij zijn geweer en richt het op haar. Nog één keer kijkt het meisje hem aan en zegt: ‘Het is niet jouw schuld. Ik neem het je niet kwalijk.’ Bij die woorden doorbreekt Bandaka de ban en haalt de trekker over. Hij hoort een knal.

Met een schok ontwaakt Bandaka uit zijn droom en valt bijna uit de boom. Hij zweet van top tot teen en kijkt vluchtig om zich heen, maar hij ziet alleen Sushi, die met een nog narokend jachtgeweer op een tak zit. ‘W… Wat heb je gedaan!?’ roept Bandaka. Sushi lacht. ‘Ik moest van jou schieten als ik ergens beweging zag. Dat heb ik gedaan. Ben je niet trots op me?’ Onmiddellijk wordt Bandaka overvallen door de behoefte om Sushi uit de boom te gooien. ‘Gast, hoeveel hersencellen heb jij!? Je hebt nu al vier van onze acht kostbare kogels verspild!’ ‘Oh, dus de kogel waarmee ik die cheeta doodde was ook een verspilling?’ grijnst Sushi. Nu is Bandaka er wel klaar mee. Als hij nog veel langer in de buurt van die gewelddadige idioot doorbrengt zal hij zijn doel nooit kunnen bereiken. ‘Ik neem de wacht wel over,’ zegt Bandaka ongeduldig. ‘Ik weet niet wat jij denkt, maar ik wil nog wat kogels overhouden Lazerstraal met te kunnen…’ Vlak voordat hij zijn zin kan afmaken hoort hij weer een vrouwenstem in zijn hoofd. Een stem die verdacht veel lijkt op de stem van het meisje dat hij in zijn droom zag. Het Kapitool is niet te vertrouwen, dat weet je. ‘…vermoorden,’ maakt Sushi Bandaka’s zin af.

Bandaka staart verbijstert voor zich uit. Hij had al meerdere malen getwijfeld of het nu echt zo belangrijk was dat Lazerstraal werd geëlimineerd, maar door de stem in zijn hoofd lijkt het nog minder geloofwaardig. Tot nu toe had hij al die dubbelzinnige gevoelens genegeerd, maar nu heeft zijn onwetendheid een punt bereikt waar hij niet meer onderuit kan komen. Bovendien droeg de man die hem vertelde hoe gevaarlijk Lazerstraal was eenzelfde soort kostuum als de mannen in zijn droom. Er is overduidelijk een verband tussen die twee zaken, denkt hij bij zichzelf. ‘Bij nader inzien betwijfel ik dat,’ brengt Bandaka vertwijfelt uit. Er verschijnt beteuterde uitdrukking op Sushi’s gezicht. ‘Hoezo?’ brengt hij uit. ‘Ze was toch een gevaar voor de natie? Ze moet toch dood?’ Bandaka schudt zijn hoofd. ‘Ik weet het niet meer.’ Hij twijfelt of hij aan Sushi moet vertellen wat er allemaal door zijn hoofd heengaat, maar aan het advies van zo’n debiel figuur zal hij vast weinig hebben. Uiteindelijk besluit het toch maar om het te vertellen. ‘Sushi, ik zit met een probleem,’ begint hij. ‘Ik denk dat ik aan geheugenverlies lijdt. Ik weet het niet zeker, maar alles wat mij is verteld komt op de een of andere manier erg onrealistisch over.’ Eindelijk heeft hij toegegeven aan zijn behoefte om het met iemand anders over zijn vermeende amnesie te hebben. ‘Iemand heeft mij verteld dat Lazerstraal een gevaar is voor Panem, maar ik weet niet waarom. Ze schijnt aan een eerdere Hongerspelen te hebben deelgenomen, maar die kan ik mij niet herinneren. Wat weet jij nog van de vierde Hongerspelen? Wat heeft Lazerstraal gedaan wat zo bedreigend voor iedereen is?’ Bij het vertellen van zijn verhaal valt het Bandaka op dat Sushi’s gebruikelijke debiele grijns in een verbaasde blik verandert. Alsof hij zojuist een heel schokkend verhaal heeft moeten aanhoren. Wat voor een invloed heeft het delen van zijn ervaringen op Sushi gemaakt? ‘Oh, ik weet misschien wel waarom!’ vertelt Sushi, die nu weer begint te grijnzen. ‘Ik was toen nog klein, maar ik herinner het mij nog een beetje. Lazerstraal en Fisico weigerden in hun finale met elkaar te vechten, waarop de spelmakers mulitanten op ze afstuurden. Fisico won en zweerde het Kapitool te zullen vernietigen als hij daar ooit de kans voor zou krijgen. Misschien is dat wat ze bedoelen!’ Bandaka staart nog steeds vertwijfelt naar de heldere volle maan, die de nachtelijke savanne van een spookachtig licht voorziet. ‘Maar waarom zou die Fisico Lazerstraal nodig hebben om het Kapitool te vernietigen? Het is gewoon niet logisch. Ik begrijp niet waarom ze Fisico gewoon geëxecuteerd hebben.’ ‘Oh, maar dat is niet gek!’ vertelt Sushi verder. ‘Winnaars kunnen niet vermoord worden. Daar zijn ze te belangrijk voor. Of zoiets. Maar goed, wie wil een persoon als Fisico nou zijn zin geven. Wie weet wat voor een duistere plannen hij samen met Lazerstraal wel niet zou kunnen maken! Waarschijnlijk had je gewoon gelijk, hoor. Die slet moet dood!’ Bandaka kijkt Sushi aan en denkt nogmaals iets intelligents in zijn blik te herkennen. Maar hij heeft geen zin meer om het er verder met hem over te hebben. Hij schiet er toch niks mee op. ‘Ga maar gewoon slapen,’ zegt Bandaka nors. ‘Morgenochtend zien we wel verder.’ ‘Vergeet niet: schiet op alles wat beweegt!’ zegt Sushi lachend voordat hij gaat liggen. Bandaka negeert Sushi’s opmerking en neemt het jachtgeweer over. Terwijl hij eenzaam over de savanne uitkijkt stelt hij zichzelf een nieuwe prioriteit: meer te weten komen over het gat in zijn geheugen. Lazerstraal kan wel even wachten. Eerst moet hij aan meer informatie zien te komen.



Laatst aangepast door T.G op di 18 aug 2015, 22:40; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken

19 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 06 nov 2014, 18:48

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Nog nalachend wegens de dood van Henk liepen Selletje en Jihawk verder. Nare grappen werden er gemaakt. “Het is toch te gek. Dan bezitten ze blijkbaar de techniek om tributen tot leven terug te brengen, en dan kiezen ze voor Henk!”, zei Jihawk. “Vertel mij wat! Ze hadden voor hetzelfde geldt de mensenvleesetende WM terug kunnen laten keren, of die kannibaal van de tweede Hongerspelen… dan is dit de meest gunstige keuze!”. “Tevens ook de grappigste. Henk is niet alleen een zwakke vechter, hij is ook compleet achterlijk. Wij zijn tenminste wel écht goede tributen. Samen kunnen we de wereld aan!”, vervolgde Jihawk. Selletje knikte. Wat er toen gebeurde, was één van de vaagste momenten van de Spelen tot nu toe. “KIJK UIT”, hoorde ze Jihawk schreeuwen. Jihawk duwde haar op de grond, en voordat ze viel hoorde ze ineens een doffe knal.

Selletje keek even naar het beeld om haar heen. Ze zag Jihawk vechten met een groot wezen. Selletje identificeerde het als een nijlpaard. Jihawk had blijkbaar een flinke wond en hij had de sabel vast. Het uiteinde van de sabel werd vastgebeten door de nijlpaard. Jihawk trok keihard aan zijn sabel om hem los te krijgen, maar het leek tevergeefs. Selletje wilde te hulp schieten, maar toen ze op stond voelde ze een stekende pijn aan haar heup. Blijkbaar was de knal op de grond toch wat harder. Ineens hoorde ze stampende geluiden. Selletje keek, en ze zag nog een gigantische groep nijlpaarden er aan komen. “JIHAWK, LAAT LOS”, schreeuwde Selletje. “NOOIT. DIT IS ONS STERKSTE WAPEN”. “Er komt nog een gigantische groep nijlpaarden aan Jihawk! Anders redden we het niet! “. “Ga maar alvast, ik kom later wel!”, zei Jihawk terwijl hij met gigantische moeite bleef trekken aan zijn sabel. “Maar Jihawk… ik heb pijn! Het lukt mij niet!” Even zag ze Jihawk zuchten, die vervolgens het zwaard los liet. Een woedende nijlpaard kwam op ze afstormen, samen met de hele kudde. Jihawk pakte Selletje snel op. “Wacht maar, ik ren ons naar een veilige plek!”

Jihawk en Selletje hadden de mazzel dat het niet de snelste soort nijlpaarden waren. Na een eindje rennen was de afstand dusdanig groot en waren de twee veilig. “Gaat hij?”, vroeg Jihawk, oprecht bezorgd. “Volgens mij wel.”, zei Selletje. “Je hebt mij gered…”, vervolgde ze. “Was niets, dat zijn we nou eenmaal verplicht aan elkaar.”. “Helemaal niet! Je bent je geweldige wapen kwijtgeraakt om mij te redden, en je hebt ook je zelf in gevaar gebracht. Als je mij niet had gered was ik nu dood geweest!”. Jihawk glimlachde. “Laat ik maar zeggen dat jij een beter wapen voor mij bent dan het sabel. Serieus, je bent zo’n heerlijk gemeen wijf. Na al die maanden samen trainen besef ik mij gewoon hoe belangrijk en leuk het is om met jou samen te werken.”. “Weet je nog die eerste dag, haha. Jij was boos omdat ik meer gewichten kon optillen”, zei Selletje grinnikend. “Haha, wat een dolle pret. Maar na al die maanden moet ik toch zeggen… ik heb het gevoel dat wij echt iets samen hebben”. “Ja, die connectie! We genieten allebei van dezelfde dingen. Andere kinderen vermoorden, anderen onderdrukken, winnen…”. “Ik had niet verwacht dat ik ooit iemand zou vinden die nog bloeddorstiger is dan ik, Selletje”. De twee bloosden naar elkaar.

“Over naar de orde van de dag”, zei Jihawk, duidelijk haastig om een ander onderwerp te beginnen. Ondanks het feit dat hij het flirten met Selletje leuk vond wist hij dat dit soort voor elkaar zijn einde zouden kunnen worden. Liefdesrelaties hebben nou nooit echt gewerkt binnen de Spelen. WM-Hitomi in de negende Hongerspelen, Adje-Jolien in de twaalfde, Fisico-Lazerstraal in de vierde… ineens dacht Jihawk aan Lazerstraal. “Ik denk dat wij Lazerstraal moeten vermoorden.” “Nu al?”, vroeg Selletje. “Dat meisje wordt continu beschermd! Dat gaat echt niet makkelijk worden. Daarbij ben je je sabel kwijt.” “Klopt, daarom moet ze weg. Lazerstraal speelt naar mijn gevoel in een groot team waar iedereen wil dat zij wint. Wij willen absoluut dat één van ons twee wint, toch? Dan moet Lazerstraal zo snel mogelijk sterven. Al haar ‘beschermers’ zullen geen idee meer hebben waar ze heen moeten.” “Klinkt goed. Maar als wij Lazerstraal vermoorden, zijn wij natuurlijk doelwit nummer één voor die mensen. Als hun missie gefaald is, zullen ze natuurlijk degenen willen verslaan die verantwoordelijk waren hiervoor.” “Goed punt. Misschien moeten we iemand anders ‘de moord’ laten plegen, of op zijn minst er voor laten opdraaien”, zei Jihawk. “Een domme en vreemde bondsgenoot misschien?”, zei Selletje, al wetend waar Jihawk naar heen wilde. “Jawel, dat bedoel ik precies. Ad ‘Venture’ gaat voor ons Lazerstraal vermoorden.”


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

20 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op vr 07 nov 2014, 11:15

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Oke, rustig blijven! Het komt allemaal goed!” Lazerstraal ratelt maar wat in een poging Noémie rustig te houden. In werkelijkheid heeft ze geen idee wat ze moet doen. Ze had nog nooit een slang gezien, laat staan een slangenbeet genezen! Ondertussen was Duck opzoek rondom de rots waar de groefkopadder zojuist onder was verdwenen. “Slang heeft Noémie pijn gedaan. Noémie vriend. Slang vijand!” Lazerstraal rolde met haar ogen. Waarom moest uitgerekend Duck haar bondgenoot zijn? Ze hoopte maar dat ze Hitomi snel zou tegenkomen. Ze was de woorden van Para nog niet vergeten. Hij en Hitomi wilden haar helpen om te winnen. Dan kon ze eindelijk weer gaan leven. Eindelijk herenigd worden met haar geliefde Fisico… Lazerstraal werd uit haar overpeinzingen opgeschrikt door een kreun van Noémie. Bezorgd keek Lazerstraal naar haar gewonde bondgenoot. “Hou je het nog vol?” Noémie kreunde weer. “Ik heb zo’n pijn” bracht ze er moeizaam uit. Lazerstraal aaide zachtjes over Noémie’s hoofd, dat gloeiend heet was geworden en vol zweetdruppels zat. “Ik ga o snel mogelijk op zoek naar een geneesmiddel, oke?” Noémie zei niets terug, maar knikte zachtjes. Lazerstraal stond op, en richtte zich tot Duck. “Duck, kun jij op Noémie passen? Dan ga ik op zoek naar een manier om haar te genezen.” Duck kwam onmiddellijk naar Noémie toe gerend, en bleef als een standbeeld naast haar staan. Lazerstraal knikte, en draaide zich toen om. Ze herinnerde zich vaag dat ze ooit iets gehoord had over planten die hielpen tegen slangengif. Misschien had ze geluk, en kon ze er een vinden…
 
Al nel ontdekte Lazerstraal dat het vergeefse moeite was. Niet alleen had ze geen idee wat ze moest zoeken, en waar, het begon ook nog eens donker te worden. Moedeloos besloot ze de moed maar op te geven, toen ze plots in haar ooghoek een kleine plant met paarse bloemen zag. De plant kwam haar vaag bekend voor. Zou het kunnen? Lazerstraal besefte zich heel goed dat de kans heel klein was dat dit de plant was die ze zocht, maar ze moest het proberen. Ze moest Noémie redden, toch? Snel liep ze naar de plant, en knielde er bij neer. Een zoete geur drong haar neusgaten binnen. Ze wilde net haar hand uitstrekken om de plant uit de aarde te rukken, toen ze plotseling een stem achter zich hoorde. “Dat is nog eens een bijzonder tafereel! We bevinden ons in de Hongerspelen, 11 kinderen zijn er al vermoord en de meest gezochte tribuut in de Arena besluit midden in de nacht in haar eentje bloemen te gaan plukken!” Verschrikt keek Lazerstraal achterom, verwachtend dat ze Bandaka en Sushi zou zien. In plaats daarvan zag ze een tribuut die ze niet kende, behalve dan vaag van de trainingen. Hij had lang blond haar, droeg een bandana en kauwde nonchalant op een spriet savannegras. Lazerstraal’s oog viel echter voornamelijk op de sabel die hij in zijn hand had. “Wie ben je? Wat moet je van me?” vroeg Lazerstraal. Ze probeerde haar angst te verbergen, maar vermoedde dat dat niet echt gelukt was. Breed grijnzend kwam de jongen op haar af. “Noem mij maar Ad Venture! Jij bent toch Lazerstraal?” Lazerstraal knikte. Ad Venture grijnsde nog breder. “Precies de persoon die ik zocht!” Hij kwam op har afgelopen, en stak zijn hand uit. Aarzelend pakte Lazerstraal deze aan. Ad Venture hielp haar omhoog, deed toen een stap achteruit en… bekeek haar? Ad Venture liet zijn ogen langs het lichaam van Lazerstraal lopen, waarbij hij naar Lazerstraals mening iets te lang bleef hangen in de omgeving van haar borsten. Er ging een rilling over Lazerstraals rug toen Ad Venture zachtjes floot. Stel je voor dat Fisico dit zou zien! Toen keek Ad Venture haar echter weer in de ogen, en vroeg: “Ga je me nog vertellen waarom je midden in de nacht in je eentje bloemen gaat plukken?” Lazerstraal vroeg zich af of ze het hem moest vertellen, maar de glanzende sabel overtuigde haar. “Ik ben opzoek naar  een geneesmiddel tegen slangengif. Mijn bondgenoot is gebeten, en-“ “Oke, stop daar.” Ad Venture schudde meewarig zijn hoofd. “Lazerstraal, er zijn nog 13 tributen in leven. Minstens 4 daarvan willen jou dood hebben. Minstens 1 andere wil jou misbruiken voor verkeerde doeleinden, en heeft daar versterking in gevonden. Er kan slechts 1 iemand winnen, en jij helpt de concurrentie om te overleven?” Lazerstraal schrok bij de woorden van Adje. 4 wilde haar dood hebben? Wie dan? Ze wist van Bandaka en Sushi, maar wie waren de andere 2? En wat bedoelde hij met “misbruiken voor verkeerde doeleinden”? In plaats van hem te vragen wat hij bedoelde, besloot ze echter te antwoorden op het laatste deel van zijn zin. “Noémie is mijn bondgenoot! Ik kan haar toch niet zomaar aan haar lot over laten?” Ad Venture haalde zijn schouder op. “Waarom niet? Ik zeg niet dat je haar moet vermoorden, maar om haar nu te redden terwijl ze praktisch dood is… Je verkleint je kansen om te winnen! En geloof je werkelijk dat zij hetzelfde voor jou zou doen?” Lazerstraal wilde het niet toegeven, maar ze besefte dat Ad Venture gelijk had. Dit waren de Hongerspelen. Bij haar vorige Hongerspelen had ze geluk gehad dat ze nauwelijks in gevaar was gekomen, en dat haar band met Fisico meer inhield dan gewoon een bondgenootschap. Maar hoe wist ze of ze Noémie kon vertrouwen? “Wat stel jij dan voor?” Ad Venture grijnsde breed. “Ik stel voor dat wij elkaar helpen. Geen bondgenootschap, maar gewoon een afspraak om elkaar niet te doden tenzij we in de finale komen. Ik kan je niet beloven dat ik je zal redden als je in gevaar bent, maar ik zal je ook niet in gevaar brengen, en geloof me: op dit moment is dat de beste optie die je hebt!” Lazerstraal snoof. “Nee dat is het niet! Noémie en Duck zullen dan misschien niet de beste bondgenoten zijn, maar er is ook nog Hitomi!” Ad Venture grinnikte. “Alsjeblieft. Ja, Hitomi wil jou in leven houden. Maar tegen welke prijs?” Lazerstraal begreep eht niet. ‘Wat bedoel je? Zij kent Fisico! Zij wil mij helpen winnen, zodat ik en Fisico herenigd kunnen worden!” Adje grijnsde breed. “Dat zal ik niet ontkennen. Maar is dat nu echt wat je wilt?” Lazerstraal had geen idee waar hij heen wilde. Natuurlijk wilde ze herenigd worden met Fisico! Ad Venture zuchtte diep. “Lazerstraal, denk eens na! Het is bijna 10 jaar geleden dat jij en Fisico samen in de Hongerspelen zaten! Jij bent tot leven gewekt en bent nu nog steeds even oud als je toen was, maar Fisico is inmiddels een volwassen man. Hij is niet meer de hulpeloze, gewonde jongen waar jij verliefd op werd. Hij is een rebellenleider, een harde man en bovendien een voormalig spelleider. De enige reden dat jij tot leven bent gewekt, is om het Kapitool een hak te zetten. De enige reden dat Fisico en de andere rebellen willen dat jij dit overleeft, is om het Kapitool opnieuw een hak te zetten.” Die woorden sloegen bij Lazerstraal in als een bom. Ze had dit nooit beseft. Al die tijd als ze aan Fisico dacht, dacht ze aan de lieve, verlegen jongen met wie ze bijna heel de Hongerspelen opgesloten had gezeten in een kasteel, die ze verzorgd had, met wie ze had kunnen praten en met wie ze de finale gehaald had. Maar Ad Venture had gelijk. Natuurlijk had hij gelijk. Fisico was inmiddels volwassen. Zij was verliefd op een herinnering, een herinnering die nooit terug zou keren. Ze kon het niet helpen: ze barstte in tranen uit. Ad Venture glimlachte triest, legde een hand op haar schouder en zei: “Denk nog eens na over mijn voorstel, oke?” Zonder op antwoord te wachten liep hij weer weg, de duisternis in. Lazerstraal bleef alleen achter.
 

Een kanonschot klonk door de Arena, gevolgd door een hoge jammerkreet die deed denken aan wolvengehuil. De hovercraft kwam aangevlogen om Noémie’s lijk op te halen, maar Duck weigerde opzij te gaan. Grommend keek hij naar het zwevende voertuig dat zijn vriendin voorgoed weg wilde brengen. Na ongeveer twee minuten gaf de Hovercraft het op, en vloog weer weg. Duck keek naar Noémie. Vlak nadat Lazerstraal was vertrokken, was ze bewusteloos geraakt. Duck had niets kunnen doen, en had daar maar gezeten, wachtend tot Lazerstraal terugkeerde met het geneesmiddel. Maar ze kwam niet, en Noémie stierf. Duck huilde opnieuw, zijn hoofd naar de maan gekeerd. Toen hoorde hij geritsel achter zich. Hij draaide zich vliegensvlug om, en zag twee donkere gedaantes zijn kant op komen. Grommend ging Duck in aanvalspositie staan, klaar om toe te slaan….

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

21 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op zo 09 nov 2014, 11:32

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
‘Pas op!’ roept Bandaka ineens. ‘Daar is iets!’ Kort geleden waren Sushi en hij weer op pad gegaan omdat Sushi beweerde geen zin te hebben in slapen en Bandaka met zijn overpeinzingen ook moeilijk een oog dicht kon doen , waarna ze hun jacht op Lazerstraal maar weer hervat hadden. Bandaka vond het eigenlijk nogal vreemd dat uitgerekend Sushi zich ineens zo druk maakte om Lazerstraal, maar hij besloot het maar over zich heen te laten komen. Op dit moment worden ze geconfronteerd met een grommende gedaante voor zich. ‘Zou het een leeuw zijn?’ vraagt Sushi zich af. ‘Welnee,’ antwoordt Bandaka. ‘Zo klinkt een leeuw niet, dat kun je toch wel horen?’ ‘Een hyena misschien dan?’ ‘Hyena’s jagen niet overnacht. Schei eens uit met die zinloze vragen.’ Als Bandaka een betere kijk neemt ziet hij dat de gedaante voor hen in essentie mensvormig is, alleen staat hij op handen en voeten. Het heldere maanlicht onthult een primitief gezicht: het is Duck die voor hen staat. ‘Duck?’ merkt Bandaka verbaasd op. ‘Dan kan Lazerstraal niet ver zijn. Ze had immers een bondgenootschap gevormd.’ ‘Vooruit!’ bijt Sushi hem toe. ‘Zoek haar! Ik lijdt dit monster hier wel af!’ Bandaka verspilt geen moment en zoekt de omgeving af. Ondertussen hoort hij achter zich hoe Sushi en Duck met elkaar in gevecht gaan.

Bandaka’s obsessie met Lazerstraal heeft een andere vorm aangenomen. Hij wil haar niet langer vermoorden, hij wil de waarheid van haar horen. Hij wil van haar horen waarom ze zo’n groot gevaar voor het Kapitool zou zijn. Alleen zo kan hij bepalen of Lazerstraal echt het vonnis verdient dat een onderliggend deel van Bandaka’s persoonlijkheid haar nog steeds toewenst. Hij moet weten wat haar de bedreiging maakt die hij aanvankelijk in haar zag. Zijn ogen speuren de duisternis af, en wonder boven wonder ziet hij al vrij gauw in de verte iemand in het gras neerknielen. Afgaand op het lange haar moet het wel een meisje zijn. Als Bandaka dichterbij komt kan hij haar horen snikken. Er is duidelijk iets niet in orde met haar. Als hij nog dichterbij komt herkent hij haar plotseling: hij herkent het figuur van het meisje dat hij eerst zo vurig poogde te vermoorden. Hij kijkt recht op Lazerstraal neer.

‘Kijk eens wie we hier hebben,’ zegt Bandaka tevreden. ‘Lazerstraal kijkt op. Ze herkent Bandaka, maar ze slaat niet op de vlucht. Haar gezicht is rood van de tranen. ‘Dus je hebt me gevonden, he?’ Ze laat haar blik weer zakken. ‘Dood me. Je hebt nu alle kans van de wereld.’ Bandaka is verbaasd dat Lazerstraal zich zo makkelijk overgeeft. Een paar uur geleden zette ze nog alles op alles om zichzelf in veiligheid te brengen. ‘Ik snap wat je denkt,’ vertelt Bandaka. ‘Ik heb geprobeerd jou te vermoorden. Maar ik denk dat dat een vergissing was. Ik wil iets van jou weten.’ Lazerstraal kijkt verrast op. ‘Je wil me niet langer vermoorden?’ brengt ze ongelovig uit. ‘Wat is er met jou gebeurd? Ik ben niet eens meer gemotiveerd om nog langer te blijven leven. Maak me gewoon af!’ Bandaka is verbijsterd. Hij kan haast niet geloven dat ze in de afgelopen uren ineens al haar wilskracht is kwijtgeraakt. Dan bedenkt hij zich dat hetzelfde min of meer voor hem opgaat, en probeert dus te doen alsof hij haar begrijpt. ‘Ik kan begrijpen dat je je nergens meer veilig voelde toen ik liet blijken jou ten koste van wat het kost dood te willen hebben,’ vertelt hij. ‘En daar heb ik spijt van. Ik heb me gerealiseerd dat jij allicht niet de bedreiging bent die ik dacht dat jij was, maar ik wil zekerheid hebben. Geef mij een goede reden waarom jij dood zou moeten.’ Opnieuw begint Lazerstraal te snikken. ‘Dat lijkt me simpel,’ zegt Lazerstraal. ‘Ik hoor niet eens te bestaan. Ik stierf acht jaar geleden. De enige reden voor mijn reïncarnatie is om het Kapitool te tarten. Alleen daarom heeft Fisico mij weer tot leven gewerkt. Hij is niet meer de jongen die ik destijds heb leren kennen. Ik ben dom geweest. Ik ben slechts een symbool van verzet. Mijn leven heeft geen waarde. Kom op, maak af waarvoor je naar mij toe bent gekomen!’ Bandaka kijkt twijfelachtig naar de grond. Hoe Lazerstraal tot deze conclusie is gekomen is hem een raadsel. ‘Ik weet niet wie jou dat verteld heeft, maar als je blijkbaar een psychologisch wapen bent voor een rebellie, dan denk ik…’ plotseling klinkt er een harde knal. Lazerstraal slaakt een gil en valt met een harde klap op de grond. Verschrikt draait Bandaka zich om en ziet Sushi staan. ‘Waar wacht je nog op!?’ vermaant hij Bandaka. ‘Kom op, doe het! Ze is een gevaar voor Panem!’ Bandaka’s blik schuift terug naar Lazerstraal, die nu met een bloedende wond in haar rug op de grond ligt. De kogel van Sushi’s jachtgeweer was dwars door haar torso heengegaan. Er komt een stroompje bloed uit haar mond. ‘Doe… het…’ herhaalt ze met uiterste moeite. Bandaka ziet nu geen andere optie meer. Hij trekt zijn mes en snijdt Lazerstraal’s keel door. Het kanonschot volgt snel. Lazerstraal is uit haar lijden verlost.

‘Goed gedaan!’ juicht Sushi. ‘Je hebt Panem van de ondergang gered! Je bent een held!’ Vrolijk springt hij in het rond. Maar Bandaka is momenteel alles behalve opgewekt. Hij heeft Lazerstraal uiteindelijk toch vermoord, maar niet op de manier zoals hij het zich zou voorstellen. Bovendien weet hij nog steeds niet zeker of hij het juiste gedaan had. Is het Kapitool wel echt zo perfect? Is de hele rebellie waar Lazerstraal uiteindelijk het resultaat van bleek te zijn wel echt zo slecht? Hij wordt geconfronteerd met allerlei tegenstrijdige zaken. Hij moet zijn verleden zien te achterhalen. ‘Waar is Duck? Heb je hem gedood?’ vraagt Bandaka. Sushi kijkt beteuterd. ‘Duck is helaas gevlucht. Gelukkig heb ik iets van hem weten af te pakken.’ Trots laat hij zijn lasso aan Bandaka zien. 'Daarnaast kwam ik ook Noémie's lijk tegen. Zij had een mes en een boog bij zich. Die zijn nu mooi voor ons!' Nu valt het Bandaka ook op dat Sushi een bloedende wond in zijn arm heeft. Waarschijnlijk heeft Duck dat gedaan. Vervolgens ziet hij dat Lazerstraal nog een pijlenkoker om haar nek heeft hangen. Hij haalt de koker los en hangt hem om zijn eigen schouder. ‘Mooi zo!’ zegt Sushi. ‘Hebben we weer wat wapens erbij om de volgende tributen te vermoorden!’ Bandaka kijkt verrast op. ‘Volgende tributen? Waar heb je het over? Ons bondgenootschap had als doel om Lazerstraal te doden. Dat hebben we nu bereikt. Het wordt tijd dat onze wegen zich scheiden.’ Sushi lijkt boos te worden. ‘Huh? Waarom? Wat dacht je van Hitomi? Zij werkte samen met Lazerstraal! Zij is ook gevaarlijk!’ Nu begint Bandaka zich te ergeren. ‘Wat heb jij ineens? Jij liep deze Hongerspelen continu achter mij aan en nu begin je je ineens zorgen te maken over andere tributen? Het enige potentiële gevaar ligt hier dood aan onze voeten. Ik ben er klaar mee. Ik heb nu wel andere dingen aan mijn hoofd.’ Zonder zich om te draaien loopt hij weg. Totdat hij ineens een klik achter zich hoort. ‘Dat dacht ik niet,’ zegt een zware stem achter hem. Bandaka draait zich om. Sushi heeft het jachtgeweer op hem gericht.

‘Wat heeft dit te betekenen?’ vraagt Bandaka geschokt. Sushi’s onintelligente grijns heeft plaatsgemaakt voor een kille, barse uitdrukking. ‘Ik begon me al zorgen te maken toen ik besefte dat jouw geheugen zich alweer aan het herstellen is. Het verbaast mij ook dat je nu al zo helder kan denken, maar verder zal ik het niet laten komen. In jouw huidige staat ben jij niet te manipuleren. Doe wat ik zeg of betaal met je leven.’ Bandaka’s ogen worden groot van verbijstering. Hij had niet verwacht dat Sushi’s idiote gedrag een act was en dat hij in feite zoveel van hem weet. Hij heeft zijn ergste vermoeden zojuist bevestigd: hij lijdt wel degelijk aan amnesie. ‘W… wat… waar heb je het over!? Ik weet van niks! Wat had ik dan moeten doen?’ ‘Vóór de aanvang van deze Hongerspelen heb ik bepaalde ‘opdrachten’ gekregen,’ antwoordt Sushi. ‘Wat voor een opdrachten? Van wie!?’ onderbreekt Bandaka hem. ‘Luister nou maar gewoon verder, oke?’ antwoordt Sushi op norse toon. ‘Maar goed, ik wist dat er een jongen met amnesie aan deze hongerspelen zou meedoen en dat ik samen met hem verschillende doelen moest bereiken. Lazerstraal’s dood was slechts een daarvan. Je kon het natuurlijk niet weten, maar dat was ook niet de bedoeling.’ Sushi's mond vormt langzaam een grijns, maar deze grijns is anders dan alle eerderen. Het is zelfvoldane, onheilspellende grijns. ‘J… jij…’ stamelt Bandaka. ‘Jij weet de dingen die ik wil weten!’ ‘Dat klopt,’ bevestigt Sushi. ‘Vertel meer!’ Sushi’s grijns wordt breder. ‘Heb je me niet gehoord? Sommige informatie niet voor jouw oren bestemd.’ ‘ZEG HET!’ schreeuwt Bandaka, wanhopig dat hij niet aan de voor hem cruciale informatie kan komen. ‘Ben je doof?’ reageert Sushi. ‘Dat hoor jij niet te weten. Jij kunt de waarheid niet aan.’

Op dat moment trekt Bandaka zijn mes en gaat hij in de aanval. Sushi, die deze plotselinge aanval niet verwacht, probeert nog een kogel af te vuren, maar dat lukt niet meer als Bandaka de loop van het geweer opzij duwt en met het mes naar Sushi’s schouder uithaalt. Sushi heft instinctief zijn arm en blokkeert Bandaka’s messteek, waardoor deze het mes laat vallen. Ter tegenaanval voert hij een kniestoot uit, maar Bandaka ontwijkt deze uithaal moeiteloos. Hij pakt Sushi's verdedigende arm vast, draait in een flits om hem heen en smijt hem zonder zich in te houden op de grond. Als hij dichterbij komt gooit Sushi zichzelf met een snelle trapbeweging overeind en krijgt Bandaka een stoot tegen zijn borst te verduren. In een fractie van een seconde wisselen de twee een vijandige blik. Sushi poogt Bandaka meerdere malen op zijn hoofd te slaan, maar die pareert al zijn aanvallen en schopt Sushi's benen onder hem vandaan. Onmiddellijk neemt Bandaka zijn mes terug en duikt bovenop zijn vijand, het mes tegen zijn keel gedrukt. 'De waarheid, Sushi! Ik wil het nu weten!' Sushi kijkt hem strak aan. 'De slechtste verliezer is degene die vóór het einde van het gevecht al gewonnen denkt te hebben!' Vervolgens spuugt hij Bandaka in zijn gezicht, en die ziet hierdoor niet dat hij zijn hand naar het jachtgeweer beweegt. Nog voor Bandaka er erg in heeft voelt hij de ijzeren loop tegen zijn hoofd klappen en zakt hij in elkaar. Als de sterretjes voor zijn ogen weer verdwijnen ziet hij Sushi over zich heen gebogen staan, het vizier op zijn hoofd richtend. ‘Let op mijn woorden,’ zegt hij. ‘Als je echt zo graag meer wilt weten over jou verleden, dan kan ik je alvast één ding vertellen: wij kennen elkaar langer dan je misschien zou denken.’ ‘Goh, dat wist ik nog niet,’ antwoordt Bandaka hatelijk. ‘Maar er is meer,’ gaat Sushi verder. ‘Onder huidige omstandigheden zijn wij eigenlijk nog steeds partners, dus ik doe je een belofte. Bij iedere opdracht die jij mij helpt te vervullen zal ik iets nieuws onthullen over jouw verleden. Maar dan moet je wel precies doen wat ik zeg. Besef dat ik jou in een oogwenk kan doden. En probeer vooral niet te ontsnappen: er lopen nog twee andere mensen in de arena rond die aan mijn kant staan en met mij meewerken. Doe geen domme dingen. Het zou namelijk zomaar kunnen dat er iets heel belangrijks op het spel staat.’ Bij het uitspreken van de laatste zin wordt Sushi’s gezicht opnieuw gepasseerd door een zelfvoldane grijns. Een grijns die een rilling over Bandaka's rug doet lopen. Hij zit als een rat in de val. Al van het begin af aan moest hij als een pion dienen om allerlei obscure opdrachten uit te voeren. Het is duidelijk dat iemand van buitenaf de uitkomst van de Hongerspelen probeert te beïnvloeden. Maar aan de andere wil hij ook per se over zijn amnesie heen komen. Momenteel is Sushi de enige die hem kan inlichten over zijn verleden, dus hij is van hem afhankelijk, of hij nou wil of niet. Hij gaat ongetwijfeld misbruikt worden, maar hij ziet geen andere optie dan samenwerken. ‘Dus…’ begint Bandaka. ‘Wat moeten we als eerste doen?’ Sushi strijkt zijn vingers over de loop van zijn geweer. ‘Het begin is simpel: Hitomi moet uit de weg geruimd worden.'



Laatst aangepast door T.G op wo 19 aug 2015, 22:09; in totaal 5 keer bewerkt

Profiel bekijken

22 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op zo 09 nov 2014, 13:17

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
WM begreep er niets van. Sinds het gevecht bij de Hoorn was hij niemand meer tegen gekomen. Tosti niet, Raceneus niet, helemaal niemand. Wel hoorde hij de kanonschoten. 18 tributen over. BAM! 17 tributen over. BAM! 16 tributen over… Het tempo lag ontzettend hoog. WM vroeg zich af of Tosti nog leefde. Zou het nu nog iets uitmaken? Ze hadden afgesproken een bondgenootschap te vormen, maar nu er steeds minder tributen in leven waren, stelde een bondgenootschap niet meer zoveel voor. Misschien was het beter als Tosti dood was, dan kon hij WM ook niet verraden. WM dacht ook aan Raceneus. Zijn broer. Ooit zijn beste maatje. En nu misschien dood. WM wilde er niet aan denken. Hij kon er niet aan denken. Natuurlijk kon WM alleen winnen als Raceneus dood ging, maar toch… Hij herinnerde zich hoe in eerdere Hongerspelen ook wel eens broers mee deden. Het kwam er vrijwel altijd op neer dat de een de ander doodde. En dat waren broers die een goede band hadden, die probeerden samen te werken. Stel je voor dat hij Raceneus nu tegen zou komen. Zou Raceneus hem vermoorden? Of andersom? WM werd uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door een stem. “Jij bent een van die tweelingbroers, toch?” Geschrokken draaide WM zich om, en zag een meisje achter hem staan. Hij herkende haar wel vaag van de trainingen. Hitomi, zo heette ze. Ze was ongeveer even oud als WM, met donkere, golvende haren en schitterende, diepbruine ogen. WM had zelden in zijn leven zo’n mooi meisje gezien. Maar wat moest ze van hem?
 
“Ja, dat klopt. Ik ben WM.” Hitomi glimlachte. Oke, tot zover ging het goed. Hij had haar nog niet proberen te vermoorden. In het gewone leven was dat vrij normaal, hier in de Arena was het een goed teken.
“Zou je mij willen helpen? Ik heb een doel, en om dat doel te bereiken heb ik bondgenoten nodig. Mensen die ik kan vertrouwen. Mensen zoals jij.”
Zonder het direct te beseffen, sprak Hitomi precies dezelfde woorden waarmee Fisico haar destijds benaderd had. En uiteraard reageerde WM vrijwel hetzelfde als zij destijds deed:
“Hoe weet je zo zeker dat ik te vertrouwen ben? Je kent me nauwelijks.”
“Als je niet te vertrouwen was, dan was ik nu al dood geweest.”
WM kon een lach niet onderdrukken, en Hitomi voelde zich steeds zelfverzekerder worden.
“Maar krijg ik nog antwoord op mijn vraag?”
WM keek haar schattend aan.
“Wat is je doel dan?”
Dit was het. Het moment. Nu moest ze hem overtuigen om zijn eigen leven op te offeren voor een meisje dat hij niet kende.
“Lazerstraal moet winnen.”
Zoals Hitomi al verwacht had, reageerde WM verbaasd.
“Wat bedoel je? Waarom zou ik proberen iemand anders te laten winnen? Ik wil winnen! Wat kan mij die Lazerstraal schelen?”
“Jouw leven is minder belangrijk dan dat van Lazerstraal!” Hitomi floepte die woorden eruit zonder er bij na te denken. Ze zag WM’s gezicht vertrekken. Kut. Ze moest de schade herstellen.
“Ik bedoel… Het is voor de Rebellen.”
WM trok zijn wenkbrauw op.
“De Rebellen?”
“Ja, je weet wel. Buiten. In de echte wereld.”
WM knikte langzaam. Uiteraard wist hij van de opstanden af. Daarom was deze Spelen zo vroeg na de vorige georganiseerd. Hitomi vervolgde haar verhaal.
“Ik, en ook Para, mijn districtgenoot, wij… Mijn ouders zijn gedood door het kapitool, omdat ze in opstand kwamen tegen het regime. Ik kwam op straat terecht. Ik leefde van diefstal. Tot ik op een dag, vlak na mijn 13e verjaardag, Fisico ontmoette. Fisico nam mij in huis. Ik was niet de enige: Fisico woonde in een gigantisch huis, dat hij overhield aan zijn overwinning in de Hongerspelen. Het huis werd bewoond door allerlei mensen, jong en oud, en ieder van ons was leed aangedaan door het Kapitool. Fisico was spelmaker in die tijd, en met het mechanisme waarin bij de vorige Hongerspelen NickMarioUrbanus tot leven werd gewekt, wist hij Lazerstraal terug te halen. Dat was de ultieme actie tegen het kapitool. Het was vanwege Lazerstraal dat Fisico zo’n grote rol binnen de opstanden was gaan spelen. Het kapitool stuurde Lazerstraal direct de Hongerspelen in, en Fisico vroeg mij en Para om ons vrijwillig op te geven, zodat we Lazerstraal konden beschermen.”
WM luisterde naar het verhaal. Eigenlijk zag hij het niet zitten. Hij gaf niet zoveel om politiek, dus die hele rebellie kon hem gestolen worden. Hij hoefde Lazerstraal niet te redden, hij wilde zelf blijven leven. Toch bleef hij luisteren. De stem van Hitomi hypnotiseerde hem.
Hitomi keek naar WM. Hij leek geïnteresseerd. Zou het haar gelukt zijn een bondgenoot te vinden? Nogmaals waagde ze het erop:
“Dus, wil je helpen? Wil jij samen met mij ervoor zorgen dat Lazerstraal blijft leven?”

Zonder er bij na te denken, zonder het te menen, voelde WM dat hij knikte. Hij zag Hitomi breed glimlachen, en wist dat het een goede keuze was. Hitomi stak haar hand naar hem uit. Op het moment dat hij die vastpakte om haar hand te schudden, klonk er een kanonschot. Alweer een dooie. Er waren nog maar 11 tributen over.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

23 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op zo 09 nov 2014, 14:41

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
"Waar zat hij nou zo verbijsterd naar te staren?" vroeg Raceneus aan Tosti, die op de achterbank zat.
"Geen idee." zei Tosti. "Maar ik voel er niet veel voor om hem te doden."
"Waarom niet? Hij stond daar maar. We hadden de perfecte kans om hem uit te schakelen. En vroeg of laat moet hij er toch wel aan geloven."
Langs de binnenspiegel kon Raceneus zien dat Tosti het niet zo had voor zijn houding.
"Waarom plotseling zo gefocust op doden? Ik dacht dat we afgesproken hadden om ons te concentreren op overleven, en niet op het uitmoorden van iedereen die we op ons pad tegenkomen, onafhankelijk van hoe sterk hij is."
"Hmph." dacht Raceneus. Typisch iets waar zijn broer mee zou hebben ingestemd. Nu moest hij enkel weten in te schatten hoe ver hij hier in kon gaan.
"Soms is de beste verdediging gewoon de aanval." verdedigde Raceneus zijn standpunt.
"Hmm, misschien. Maar dan nog, hij was ongewapend. Zoiets is gewoon tegen mijn principes."
"Had het uitgemaakt?"
"Dat had het zeker. Als hij een wapen had, had hij misschien nog een kans gehad."
"Dit is niet het moment om het over eer te hebben. Dit zijn de Hongerspelen. Daarbij waren we met z'n twee, hoezo is een 2 vs. 1 gevecht dan wel eervol?"
"Ok, waar." gaf Tosti toe. "Maar..."
"Maar wat? Moeten we dan voor de 'eer' maar een 1 vs. 1 gevecht houden terwijl we met z'n twee zijn?" grijnst Raceneus.
"Waarom zo bloeddorstig plots, WM?" bijt Tosti toe. "Ik dacht dat we over dit onderwerp wel op eenzelfde lijn zaten. Ik snap ook wel dat een eervol gevecht te idealistisch is om naartoe te streven, maar daarom ga ik nog niet een ongewapend iemand een kopje kleiner maken."
"Ok, al goed, wat jij wil." Raceneus liet de discussie liever niet uit de hand lopen. "Trouwens, er zijn hier belachelijk veel stokstaartjes. Het is net alsof die dieren zich aangetrokken voelen tot mijn banden, ook al probeer ik ze wel te ontwijken."
"Niet dat je er wat van merkt als je er eentje aanrijdt." merkt Tosti op. "Toen je remde om Necrodeus een vraag te stellen reed je er ook eentje aan."
"Ja, inderdaad. Misschien was hij daarom wel zo geshockeerd?"
"Wie weet. Ik heb wel kort een gesprek gehad met hem, hij houdt enorm veel van dieren."
"Straks komt hij nog achter ons aan om wraak te nemen." grijnst Raceneus. Het duo lacht bij het idee.
"Ja, en dan gaat hij een alliantie vormen met alle overlevende tributen om een stokstaartje te wreken. God, het idee alleen al. 'Ik zou graag een alliantie met je vormen om een stokstaartje te wreken, kom mee!'"
De sfeer lijkt weer enigszins hersteld in de wagen, tot Tosti iets opmerkt.
"Misschien gaan we nu beter uit de wagen." stelt hij voor.
"Waarom?" vroeg Raceneus af.
"Je weet maar nooit. Het is al donker. Wie weet wanneer deze wagen ontploft."
"Zit wat in." stemt Raceneus in. "Goed, ik plaats 'm wel hier." Langzaam vertraagt hij, en parkeert hij de wagen tegen een boom. Hij stapt uit en haalt al het gerief uit dat ze bij zich hebben, waaronder de twee koekenpannen, twee struisvogeleieren, wat kruiden, een aantal platgereden stokstaartjes en uiteraard de wapens, zijnde de pijlenkoker en de speer.

"Ik rammel." zei Tosti. "Hopelijk kunnen we nu eindelijk wat eten."
"Ik maak wel een vuur." zei Raceneus. "Moet vrij simpel te doen zijn. Maar eerst wil ik hier een eind vandaan, als dit ding explodeert wil ik er niet bij zijn."
Samen gaan ze een honderdtal meter verderop zitten, weeral bij een boom. Raceneus kraakt wat takken af van verschillende grootte. Hij vindt ook een groot stuk hout, iets wat hij ook zonder twijfel kan gebruiken. Hij legt het grote stuk in het midden, de kleine takjes en opgedroogde bladeren strooit hij om het grote blok heen.
"Tosti, geef me eens je speer aan." beval hij. Na het krijgen van de speer maakt hij een gat in het midden van het grote stuk, waarna hij vervolgens de speer terug geeft.
Hierna neemt hij een fijne maar stevige stok waarmee hij in het gemaakte gat zit te draaien.
"Watch and learn." zei Raceneus. "Dit heb ik jaren geleden op kamp geleerd." Na een paar minuten krijgt hij eindelijk een vonk. Iets later krijgt hij al gauw een degelijk vuurtje.
"Nog wat bladeren op en kijk eens aan, vuur!" Hij neemt de pannen, breekt de twee struisvogeleieren open en doet de inhoud elk in een aparte pan. De eieren zijn zo groot dat Raceneus nog een deel van de inhoud in een van de grote schalen bewaart, indien hij nog honger blijkt te hebben. Hij strooit wat kruiden over het geheel. Vervolgens neemt hij twee pijlen waaraan hij de stokstaartjes hangt, waarvan hij eerst het vel heeft af gedaan. Hij houdt ze in het brandende vuur. Na een eindje is het eten klaar en geniet het tweetal van een heerlijke maaltijd.
"Dit is geweldig." zegt Tosti. "Net alsof je dit al eerder hebt gedaan." Voldaan eet hij de laatste stukjes stokstaart op.
"Dat is omdat ik het al eerder heb gedaan. Ik deed eerst een koksopleiding, maar toen ben ik maar wat anders gaan studeren."
"Vreemd." zei Tosti. "Tijdens de training zei je namelijk iets anders." Hij grijpt zijn speer vast, duwt Raceneus op de grond en houdt zijn speer boven hem.
"Ik heb je door, Raceneus. Ik had moeten weten toen ik zag dat je een tattoo had van een kleine ster op je nek. Dat is zowat het enige wat de ene van de andere onderscheidt... of niet?"
Raceneus zweeg.
"We hadden die auto vast nog wel een uur of twee kunnen gebruiken, zo laat is het nog niet. Ik zag alleen veel te laat dat er iets aan de hand was, dus heb ik dat maar als excuus gebruikt."
"Ik was niks van plan." zei Raceneus. "Ik had alleen een bondgenootschap nodig, en aangezien ik een pesthekel heb aan mijn broertje had ik er niet echt een probleem mee om dit met hem uit te halen."
"Ik had al van WM gehoord dat jullie niet de beste vrienden meer waren, maar waarom in hemelsnaam?"
"Dat zijn je zaken niet." bijt Raceneus hem toe.
"Misschien niet, nee, maar ik ben niet degene die op de grond ligt."
"Kijk, ik was niet van plan om je wat aan te doen. Ik deed het puur uit haat voor mijn broer en om mezelf een extra voordeel te geven in de Spelen. En dat is het."
"Dus met andere woorden: je doet het omdat je je veilig voelt bij een Beroeps. Dat vind ik ontzettend laag van je, dat je zo'n laag beeld van mij hebt."
"Tosti, achter je!"
Plots wordt Tosti langs achter gegrepen door iemand. Het is duidelijk een sterk iemand, vermoedelijk een man, dacht hij. Raceneus zag dat deze persoon, die hij herkende als JiHawk, nog vergezeld werd door een meisje die met een gestoorde grijns zat te genieten van het schouwspel.
"Kijk eens wie we hier hebben! Een vriend uit District 3!" zegt JiHawk met een zelfzekere grijns. "Wat loop jij met deze niet-Beroeps rond te lopen? Loop jij niet liever rond met mensen van je eigen soort?"
Tosti zweeg. Hij vond het walgelijk hoe Jihawk de Beroeps een 'soort' noemde, maar in deze omstandigheden was het beter om er geen opmerking over te maken.
"Hij is anders wel van principes veranderd, blijkbaar!" giechelt Selletje.
"Ja, maar daarom gaan we hem nog niet sparen, toch?"
"Hij blijkt anders wel over een goede kok te beschikken. Jij daar, wat is je naam? Ben jij niet een van die tweelingbroertjes?"
Liever zou Raceneus het nu op een lopen zetten, maar hij vroeg zich af of het uit zou maken. De twee District 1-tributen konden hem in een mum van tijd inhalen. Het was hopeloos. Daarbij wilde hij Tosti ook niet in de steek laten, ondanks dat hij hem waarschijnlijk wel had vermoord als het tweetal niet op had komen dagen.
"Misschien kan hij wel wat heerlijks voor ons klaarmaken, toch?" stelt Selletje voor.
"Dat klinkt als een goed plan!" beaamt JiHawk. "Ik heb best wel honger. Maak dus maar wat klaar voor ons, dan blijft je goede vriend misschien nog wel een kwartier langer leven!" grijnst hij zelfvoldaan.
Raceneus dacht na, maar wist toen precies wat hij moest doen. Hij had hier voor het eten al over zitten nadenken, maar hij kon het niet. Nu zag hij nog een kans om zich uit deze hachelijke situatie te redden.
"Nou, goed dan. Zolang jullie hem in leven houden." stemt Raceneus in met het voorstel. Hij nam de lege pan van Tosti en goot er de overschot in die hij aan de kant had gezet indien hij of Tosti nog wat honger bleken te hebben. Hij strooit wat kruiden er over heen en maakt ook twee gebraden stokstaartjes klaar voor het tweetal.
"Goed, jij mag wel eerst proeven van het ei." stelt Selletje voor. "Ondertussen hou ik me wel bezig met Tosti."
"Ach, Selletje, wat ben je toch een geweldig wijf. Goed dan. En leef je gerust uit, zolang hij niet sterft tot we klaar zijn." Selletje leek in haar nopjes toen ze dat hoorde.
"Dat zal ik zeker doen!" zegt ze terwijl ze Tosti op de grond duwt. Ze zit bovenop hem met haar mes in haar mond, bestuderend waar ze eerst zal snijden. Na een hap van het ei valt JiHawk op de grond, waarna hij spastische aanvallen krijgt. Zijn zicht en gehoor verminderen, zijn spraak is volledig onduidelijk. Vervolgens grijpt Raceneus de speer die Tosti op de grond liet vallen toen hij vastgenomen werd. Hij houdt hem tegen JiHawk's keel zonder te steken.
"Wat doe je in hemelsnaam?" schreeuwt Selletje hysterisch. "Wat heb je gedaan?"
"Een onschuldig kruid in zijn ei verwerkt. Hij leidt nu vast wel een paar uur aan vreselijke aanvallen en hallucinaties, maar voor de rest is hij ok. Ik wil dat je Tosti los laat, want anders vrees ik dat hij minder ok is. Er is niks dat me belemmert om hem nu ter plekke neer te steken."
Selletje snapt al gauw de ernst van de situatie. Ze wilt JiHawk niet kwijt. "Wat wil je?"
"Zoals ik zei, laat Tosti los en laat ons gaan. Anders gaat JiHawk eraan. En ga niet achter ons aan, want geloof me: als jij hem niet goed verzorgt nu, sterft ie sowieso. In mijn rugzak zit ook een kruid dat zijn hallucinaties vermindert en zijn toestand iets beter kan maken, alleen is het niet zo sterk als het kruid dat het veroorzaakt."
Machteloos moest Selletje instemmen met het verzoek van Raceneus. Tosti kijkt hem dankbaar aan eenmaal Selletje van hem af is gegaan. Raceneus gooit haar het kruid toe.
"Fijn snijden, geef het hem met wat water. Veel plezier."
"Hier ga je nog spijt van krijgen, Raceneus."
"Ik zou je nu maar gaan bekommeren om je indiaantje." grijnst Raceneus. "Goede moed, je hebt geluk dat jullie nu toch eigenlijk moeten slapen, dus je zult er niet heel veel van merken. Geef hem z'n medicatie, hou z'n toestand in de gaten en het komt wel goed."
Selletje had zo'n zin om nu gewoon op Raceneus af te springen en hem te vierendelen met haar mes, maar dit was niet het moment ervoor. Maar ze zou hem hiervoor nog terug betalen.
Ondertussen was Tosti al weg gelopen. Raceneus besloot achter hem aan te gaan.
"WM of Raceneus, eerlijk is eerlijk, je hebt me gered."
"Dus ik blijf leven?"
"Ik was niet van plan je te vermoorden." zei Tosti. "Zoals ik al zei, dat is tegen mijn principes. Maar wat deed jij in godsnaam met zo'n kruid? Was je wat van plan?"
"Als ik werkelijk wat van plan was, lag jij nu spastisch op de grond en had ik je dood gestoken. Maar dat heb ik niet." Er viel een vreemde stilte.
"Kijk, het spijt me. Ik had dit niet mogen doen. Maar ik hoop dat we nog steeds kunnen samenwerken."
"Het is al in orde. Nu moeten we hier weg zien te komen. Selletje is duidelijk niet zo heel blij ermee dat je haar vriendje hebt vergiftigd."
"Hij overleeft het wel." grijnst Raceneus. "Kom, we gaan."


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

24 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op za 15 nov 2014, 10:54

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
Bandaka en Sushi lopen door het hoge gras. Af en toe doemen er wat kuddes van zebra’s of gnoes uit de nachtelijke duisternis op, maar daar besteden ze geen aandacht aan. Bandaka had van Sushi te horen gekregen dat hij hem moest volgen naar een bepaalde ‘ontmoetingsplaats’, waarvan hij geen idee heeft wat het inhoudt. Hij dacht dat het de bedoeling was om Hitomi te vermoorden, maar blijkbaar staat er nu toch iets anders op de agenda. Als Bandaka even aarzelt en een andere richting uitkijkt voelt hij meteen de loop van Sushi’s jachtgeweer in zijn nek. ‘Doorlopen. Je hebt me gehoord,’ zegt Sushi. Verbeten loopt Bandaka verder, niet wetende wat hij moet verwachten. Plotseling dreunt het volkslied van Panem door de arena heen en verschijnen één voor één alle tributen in de lucht die sinds het begin van de spelen gestorven zijn. Lazerstraal en Noémie komen als laatste in beeld. ‘Nog maar elf tributen over en we zijn nog niet eens 24 uur bezig. Dat moet een nieuw record zijn,’ grijnst Sushi. Bandaka snuift. ‘Waar gaan we nu eigenlijk heen? Dat kun je mij toch wel vertellen?’ ‘Ach, waarom niet,’ antwoordt Sushi nonchalant. ‘Ik heb voor iedere nacht een ontmoeting gepland staan met mijn twee medewerkers. Er zijn sinds het begin van de spelen namelijk al een hoop dingen gebeurd, dus we hebben wat te bespreken.’ ‘Wie zijn dat?’ vraagt Bandaka. Maar Sushi duwt de loop van het jachtgeweer opnieuw tegen Bandaka’s hals. ‘Teveel nieuwsgierigheid is ongezond, Bandaka. Zorg nu maar gewoon dat je doet wat ik zeg.’

Na even gelopen te hebben komen ze aan bij een grot, die volgens Sushi in de zuidwesthoek van de arena ligt. ‘Wacht, hoe wist je dat je hier moest zijn?’ vraagt Bandaka aan Sushi. ‘Dat is geheime informatie,’ antwoordt Sushi. ‘Ik doe aan dit spel mee voor een hoger doel, en dat is niet voor jouw oren geschikt. Nog niet, tenminste.’ ‘Wanneer dan wel?’ vraagt Bandaka verder, terwijl ze tegelijk de grot in lopen. Op dat moment duwt Sushi Bandaka tegen de muur en zet hij het jachtgeweer tegen zijn hoofd. ‘Ik ga het niet nog een keer uitleggen: pas op met wat je zegt. Nog één verkeerde vraag en je gaat eraan. Dan zal je nooit datgene te weten komen wat ik wel weet. Zou je dat willen riskeren?’ Een gemene grijns verschijnt op Sushi’s gezicht en Bandaka besluit met veel tegenzin om maar akkoord te gaan. Hij moet en zal over zijn amnesie heenkomen. Op dat moment klinken er nieuwe voetstappen bij de ingang van de grot. ‘Ah, daar zal je ze hebben,’ zegt Sushi tevreden. Jihawk en Selletje komen de grot in geslenterd. Jihawk schuimbekt en leunt hevig op Selletje. Ze bewegen zich maar langzaam voort. ‘Fijn dat jullie er zo snel zijn.’ Sushi’s ogen vestigen zich op Jihawk. ‘Wat is er met hem aan de hand?’ ‘Hij is vergiftigd door Raceneus,’ vertelt Selletje. Sushi fronst zijn wenkbrauw. ‘Raceneus? Een van de tweelingbroers?’ ‘We lieten hem iets te eten voor ons koken en had een giftig kruid in zijn gerecht gedaan. Hij gaf ons een ander kruid mee dat de symptomen zou moeten verminderen, maar ik merk nog niet veel verbetering. Alsjeblieft, als je iets voor hem kan doen, dan moet je…’ ‘Stommelingen!’ snoert Sushi Selletje de mond. ‘President Snow vertrouwt op ons. We kunnen ons geen vernederingen permitteren. Denk je nou echt dat iemand als Raceneus zich zomaar laat bedreigen? Onderschat niemand, begrepen!?’ Selletje staart beledigd voor zich uit. ‘Maar… hij leek zo zwak, en…’ ‘Laat maar,’ zegt Sushi nors. ‘Als jullie jezelf van die blunder willen verlossen, dan moeten jullie hoe dan ook wraak nemen.’ ‘Waren we ook van plan,’ antwoordt Selletje weer een beetje opgewekt. ‘Trouwens, hoe moeten we hier onze plannen overleggen? Dit zijn immers de Hongerspelen, dus…’ ‘Hier in de grot zitten geen verborgen microfoons of camera’s,’ onderbreekt Sushi Selletje alweer. ‘Dat heeft van de spelmakers mij verteld nadat ik hem omgekocht had. De Spelen moeten zo normaal mogelijk lijken, dus de kijkers mogen niet met ons meeluisteren.’ Bandaka kijkt Sushi uiterst verbaasd aan. ‘W… Wat? Jij hebt een spelmaker omgekocht!? En wat bedoelde je nu eigenlijk met dat Snow op ons vertrouwt? Heeft iemand van het Kapitool jou soms in het geheim een missie gegeven?’ Met een ruk draait Sushi zich om naar Bandaka. Gefrustreerd balt hij zijn handen tot vuisten. Hij was roekeloos. Nu heeft Bandaka nog meer om naar te vragen. ‘Mijn excuses, Bandaka,’ brengt Sushi koelbloedig uit. ‘Jij zal niet met ons meeluisteren. Ga maar lekker slapen.’ Sushi raapt een steen van de grond af en slaat Bandaka bewusteloos.

Na een tijdje wordt Bandaka weer wakker en hoort hij twee stemmen. Deze stemmen spelen zich niet af in zijn hoofd. Ze spelen zich af vlak naast hem. Daarnaast merkt Bandaka dat hij is vastgebonden. Hij doet zijn ogen een klein beetje open en merkt dat er een lasso om zijn midden gewikkeld zit. Meteen herinnerd hij zich weer in welke situatie hij zich bevindt en houdt zich zo stil mogelijk. Zo kan hij Sushi en Selletje zo effectief mogelijk afluisteren. ‘Dwaas,’ hoort Bandaka Sushi zeggen. ‘Weet je wel hoe erg je ons voor schut hebt gezet?’ Als reactie daarop klinkt er een kreun, die zo te horen uit Jihawk’s mond komt. Blijkbaar is zijn vergiftiging al weer een beetje aan het verbeteren. ‘Ik… sorry,’ stamelt hij. ‘Ik had gewoon honger… en ik liet me meeslepen… vergeef me alsjeblieft…’ ‘Dat moet je verdienen, Jihawk,’ antwoordt Sushi. Als je weer beter bent, dan sporen Selletje en jij die Raceneus weer zo snel mogelijk op en rekenen voorgoed met hem af. Alleen zo kunnen wij krijgen wat we willen.’ ‘Dat wilden we ook, Sushi,’ reageert Selletje. Bandaka probeert zijn ogen een weer klein beetje te openen zodat hij ook iets kan zien. Nog steeds probeert hij zo bewusteloos mogelijk te lijken. Tot nu toe is hij nog niet opgemerkt. Jihawk kreunt opnieuw. ‘Sorry… maar mijn bijl… die ben ik kwijt…’ Sushi kijkt Jihawk ongelovig aan. ‘Wat? Je bent je bijl kwijt?’ ‘Aan een nijlpaard!’ komt Selletje voor Jihawk op. ‘Die beesten zijn gevaarlijk! Ze waren bijna helemaal over hem heengelopen!’ Sushi bijt zijn kaken op elkaar van ongeloof. Hij pakt Jihawk bij de kraag van zijn savannekostuum vast en kijkt hem recht in de ogen aan. ‘Soms vraag ik me af of dit niet beter in mijn eentje had kunnen doen, weet je dat!?’ ‘Laat hem los, Sushi!’ reageert Selletje, terwijl ze dreigend haar mes heft. ‘Het is niet allemaal zijn schuld! Wij doen alleen maar met jou mee omdat jij ons geld beloofd hebt. Beter toon je ons voortaan wat meer waardering, begrepen?’ Met tegenzin laat Sushi Jihawk weer los en zucht diep. ‘Ik heb jullie uitgenodigd om met mij mee te doen omdat jullie ook careertributen zijn en ik dacht dat wij wel eensgezind zouden zijn over wat ik wil bereiken. Ik heb een goede reden om te doen wat ik doe. Alleen als alles gaat zoals gepland kunnen jullie meeprofiteren. Tot nu toe stellen jullie mij echter alleen maar teleur, en dat mag niet nog een keer gebeuren. Hebben jullie dat begrepen?’ Jihawk knikt terughoudend, maar Selletje geeft Sushi een gevaarlijke blik voordat ze uiteindelijk haar mes wegstopt.

‘Hoe dan ook,’ gaat Sushi verder, ‘onderweg hebben Bandaka en ik in ieder geval wat nieuwe wapens weten te verzamelen. Een pijl en boog, een mes en een mes welteverstaan. Laten we die maar eens opdelen.' Sushi geeft de pijl en boog aan Jihawk en geeft Selletje een mes. ‘Hopelijk is dat genoeg voor een tweede kans.’ Sushi schraapt zijn keel. ‘Goed, laten we even recapituleren.’ Bandaka spant zijn spieren aan. Hij voelt dat hij nu iets belangrijks gaat horen. Sushi spreekt verder. ‘Raceneus is een doelwit omdat hij ons in de weg heeft gezeten. Hitomi moet dood omdat zij volgens mij de laatste nog levende rebel is. En tot slot het belangrijkste: Duck moet winnen.’ Bandaka is verrast als hij dat hoort. ‘Ik snap nog steeds niet waarom dat een doel is,’ zegt Selletje enigszins ontdaan. ‘Duck is een enorme geldbron,’ legt Sushi uit. ‘Als het President Snow hem in bezit krijgt, dan kan hij er zakken geld mee verdienen. Althans, zo is het aan mijn uitgelegd. Als wij het Kapitool die gunst doen en Duck laten winnen, dan zullen wij als beloning gereïncarneerd worden. Dat hebben mijn superieuren mij beloofd, en aangezien jullie aan mijn kant staan moet dat ook voor jullie gelden. Maak je maar geen zorgen over jullie toekomst. Die is namelijk verzekerd. Tenminste, als jullie niet nog een keer falen. Zo dadelijk gaan jullie weer achter Raceneus aan en vervolgen Bandaka en ik onze jacht op Hitomi. Begrepen?’ Selletje kijkt Sushi instemmend aan. Bandaka moet zijn best doen om zich niet te verroeren. Er is blijkbaar van alles gaande waar hij niet van op de hoogte is. ‘Is er nog een andere tribuut waarvoor we moeten oppassen?’ vraagt Jihawk moeizaam, nog steeds niet helemaal genezen van het gif. ‘Wat dacht je van die Ad Venture?’ stelt Selletje voor. ‘Gatverdamme, wat een vies mannetje is dat zeg. Zag je hoe hij naar mij keek!?’ Sushi schiet in de lach. Je bedoelt Adje? Die rare snijboon met die bandana en dat lange haar? Laat me niet lachen. Wat kan hij nou tegen ons beginnen?’ ‘Vast niet veel, maar we hebben wel een bondgenootschap met hem gesloten,’ legt Jihawk uit. ‘We dachten dat hij ons misschien wel eens met een aantal zaken zou kunnen helpen.’ Sushi fronst zijn wenkbrauw als hij dat hoort. ‘Jullie hebben een bondgenootschap met hem gesloten? Vreemd, dat heeft hij ook met Bandaka en mij gedaan.’ De drie overleggers kijken elkaar verrast aan. ‘Wow,’ begint Selletje, ‘ik wist niet dat…’ ‘Ach, trek het je niet teveel aan,’ zegt Sushi. ‘De lafaard denkt waarschijnlijk te kunnen overleven door met iedereen die hij tegenkomt een bondgenootschap te sluiten. Dat is mooi om te weten. Hij is dus niet te vertrouwen. Maar goed, we hebben lang genoeg overlegd. Het wordt tijd dat onze wegen zich weer scheiden en we weer aan de slag gaan. Bandaka zal zo wel weer wakker worden, dus maak jezelf gereed. We hebben werk te doen.’ ‘Daar zou ik maar niet zo zeker van zijn,’ galmt een onbekende stem ineens door de grot. Het konkelende trio kijkt verrast op en Bandaka probeert zijn ogen nog iets verder te openen nu hij merkt dat er toch niet op hem gelet wordt. Zijn ogen worden bijna groot van verbazing als hij Ad Venture in de ingang van de grot ziet staan. ‘Wat een verstoorde gezichten toch!’ commenteert Adje grijzend. ‘Tref ik jullie soms op het verkeerde moment?’ Jihawk en Selletje zitten met hun mond vol tanden, terwijl Sushi kookt van woede. Hun plan is gelekt.



Laatst aangepast door T.G op wo 29 jul 2015, 20:26; in totaal 3 keer bewerkt

Profiel bekijken

25 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op za 15 nov 2014, 11:51

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zonder te twijfelen pakt Sushi zijn jachtgeweer en richt het op Ad Venture. Deze lijkt echter niet onder de indruk. “Ga je me neerschieten? Ga je gang, jouw keuze. Het lukt je vast wel in je eentje om Hitomi te vinden.” Sushi gromt, maar laat zijn geweer ietsje zakken. “Weet jij waar ze is?” Adje grijnst. “Toevallig wel. En ik weet óók waar jullie goede vriend Raceneus zich bevindt!” JiHawk kijkt geïnteresseerd. “Wat? Vertel op!” Adje grijnst nog breder. “Wat krijg ik er voor terug?” Haastig zegt JiHawk: “We zullen je laten leven! Jij kunt ook gereïncarneerd worden!” Sushi onderbreekt hem. “We laten je leven voor nu. Ik beloof niets over de toekomst.” Adje knikt instemmend. “Heel slim. Je weet nooit wat er in de toekomst zal gebeuren, dus moet je ook geen loze beloftes maken.” JiHawk en Selletje kijken verbaasd, maar Sushi grijnst. “Je bent slimmer dan je lijkt, Ad Venture. Nou, vertel op. Waar is Hitomi?” “En waar is Raceneus?” voegt Selletje toe. Adje’s grijns wordt nog breder. “Bij de waterval!” JiHawk kijkt verward. “Wie van de twee bedoel je nu?” “Allebei.”
 
*Flashback*
 
“Het wordt al donker! Laten we een slaapplaats zoeken voor de nacht!”
WM knikt instemmend. Heel veel meer dan dat heeft hij eigenlijk niet gedaan. Dat is ook niet nodig. Alles wat Hitomi zegt, klinkt volkomen logisch voor hem. Die meid is ongelofelijk. Eerst dacht WM dat ze alleen mooi was, maar ze blijkt ook nog heel aardig, grappig en bovendien onwijs getalenteerd te zijn. Ze kon zonder gemak in bomen klimmen, was ontzettend atletisch en had met zijn mes in 1 worp een stekelvarken weten te doden, waar ze daarna heerlijk van hadden gegeten. En nu sprong ze over de rotsen rondom de waterval, zonder zelfs maar een keer haar evenwicht te verliezen op het natte oppervlakte, op zoek naar een geschikte plek om te slapen. Wat een droomvrouw!
“WM! Ik heb een goede plek gevonden!”
Trots stond Hitomi op het plateau tussen de rotsen. WM glimlacht en klom stuntelig haar kant op. Hitomi schudde meewarig haar hoofd, en hielp hem om naar boven te komen. WM voelde een warme tinteling door zijn hele lichaam toen Hitomi zijn handen vastpakte en hem het plateau op trok, maar veel tijd om daar bij stil te staan had hij niet: Hitomi was inmiddels takken van een overhangende boom aan het slopen. “Om een kampvuur te maken!” zei ze knipogend toen ze WM verbluft zag kijken. WM knikte instemmend.
 
Necrodeus zag licht branden in de verte. Het leek wel een kampvuur. Zou hij Hitomi dan eindelijk gevonden hebben? Opgewonden liep hij dichterbij, tot hij zo dichtbij was dat hij de twee gedaantes bij het kampvuur kon zien. Een van hen was een meisje. Hitomi? Necrodeus vermoedde van wel. Zijn vermoeden werd bevestigd toen hij een stuk van het gesprek op ving, en een mannenstem duidelijk ‘Hitomi’ hoorde zeggen. De jongen die bij haar zat herkende hij wel. Hij had precies hetzelfde gezicht al eerder gezien, en aangezien hij wist dat WM bij Tosti was, moest dit wel Raceneus zijn. Necrodeus wilde net op de twee afstappen, toen hij een bekende stem achter zich hoorde. “Ha die professor! Heb je Hitomi al gevonden?” Necrodeus draaide zich om en zag Ad Venture staan. Waar kwam die nu weer vandaan? “Ja, ze zit daar op dat plateau met Raceneus, een van de tweelingbroers!” Ad Venture keek blij. “Goed bezig! Ga naar ze toe, kijk of we een bondgenootschap kunnen sluiten! Ik heb Lazerstraal daarstraks ook gesproken en volgens mij zag die het wel zitten. Dat gaat helemaal goedkomen!” En zonder verder nog iets te zeggen, verdween Adje weer in de duisternis. Necrodeus keek hem even na, en besloot toen om naar Hitomi en Raceneus te gaan. Terwijl hij de rotsen rondom de waterval beklom, begon ineens het volkslied te spelen. En in de lucht verschenen een voor een de gezichten van de overleden tributen. LPL, Para, Noémie en tot slot-
“Wat!? NEEEEE!!!”

Van schrik verloor Necrodeus zijn evenwicht, en viel hij in het water. Hij wist waarom Hitomi zo gegild had. Lazerstraal was dood. Voor Necrodeus betekende dat dat hij zijn belofte aan Para niet meer hoefde na te komen, dat hij weer vrij was. Maar voor Hitomi was het vreselijk.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

26 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 20 nov 2014, 15:03

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019

Jihawk had last. Hij was vergiftigd, en hij wist duidelijk noet wat hij moest doen. Hij voelde enorme pijn, en continu had hij het gevoel dat hij gek kon worden. Het enige wat hem tegenhield, was het feit dat hij continu een vertrouwde stem hoorde. De stem van Selletje. Een persoon waar hij zich voor wilde bewijzen, waar hij oprecht de Spelen voor zou willen winnen. Het liefste samen, ook al is dit onmogelijk. Stel je voor, twee winnaars van hetzelfde district, iets bijzonders als dat zou nog in geen 73 spelen gebeuren...

Jihawks is een beroepstribuut, die vrijwillig mee deed aan de Hongerspelen. Jihawk werd geboren vlak voor de oorlog tussen het Capitool en de districten. Jihawks vader staat bekend als een van de grootste oorlogshelden van de Rebellen, die later zou overstappen naar de troepen van het Capitool. Hij iseen man die meerdere geniale acties heeft uitgevoerd en de meest onmogelijke situaties door zijn heldendrang heeft gered. Het meest bijzondere: hij leeft nog steeds. Na de oorlog is Jihawks vader vrijgesproken van al zijn 'misdaden' tegen het Capitool omdat hij simpelweg te populair is. Wat niemand in het Capitool weet, is dat zijn vader als spion werd gestuurd van de rebellen naar het Capitool. Door het abrupte einde van de oorlog is dat nooit helemaal opgeklaard, maar Jihawks vader is nog steeds een rebel in hart en nieren. Jihawks vader is gek op de Hongerspelen. Hij ziet een dergelijke situatie als een 'geweldige kans' om je te bewijzen als sterk mens, zoals hij heeft gedaan. Jihawk heeft veel broers en zussen, en zijn ouders verwachten dan ook dat je namens district 1 vrijwillig mee doet aan de Spelen. Hiawatha, Jihawks oudste broer, deed mee aan de Derde hongerspelen, maar wist niet te winnen. De vierde Hongerspelen werd 'een soort van' gewonnen door WM, Jihawks tweede broer, maar door een incidentje waren zowel Fisico als Lazerstraal nog in leven en WM stierf eerder. Windowsfan was Jihawks derd broer die mee deed aan de vijfde spelen, maar de Arena was niet goed opgebouwd en binnen een paar uur stortte alles in. Gevolg: alle tributen waren dood. Na deze Spelen hadden al Jihawks grote broers een keer vrijwillig zonder succes meegedaan, en hun vader liet het even lopen. De zesde Hongerspelen werden minder populair, en de zevende hongerspelen duurden bizar kort doordat de Arena 'als verrassend geintje van de Gamemakers' ontplofte. Letcia was de enige overlevende. Hierna was er veel kritiek op de Gamemakers en de steeds minder populair wordende Spelen, dus er werd alles aan gedaan om de achtste Hongerspelen succesvol te laten lopen. Dit lukte dan ook, de achtste spelen waren ook een succes, net als de negende Hongerspelen.

Daarna begon er wat te broeien. Er ontstond een nieuwe groep rebellen, gemotiveerd om een einde te brengen aan de Hongerspelen. Leider van deze groep was Fisico, winnaar van de vierde Spelen. Een ander lid is T.G, de heldhaftige winnaar van de tweede Spelen. Hitomi en Jolien, twee andere populaire winnaars, werken niet mee aan de plannen van deze rebelse groep. Joliens reden is altijd onbekend gebleven, Hitomi is er altijd vrij duidelijk in geweest dat ze Fisico niet vertrouwt. De tiende Hongerspelen kon volledig afgelast worden na het gijzelen van één van de kleinzoons van president Snow. Ter vervanging kregen de mensen een cartoonserie met allemaal 'reïncarnaties' van oude tributen. De elfde Spelen gingen wel door, en om voor eens en altijd af te zijn van eventuele toekomstige slimme rebellen besloot het Capitool alleen maar intelligentere kinderen te selecteren. De rebelse groep van Fisico wist het TV-signaal te slopen, waardoor de Spelen vroegtijdig gestopt moesten worden. Alle deelnemende tributen werden gevangen genomen. Fisico's rebellen probeerde hen te bevrijden, maar dit werd een ramp. Bijna alle gevangen genomen tributen zijn afgemaakt, enkel Jelle en Jeanne konden gered worden. Jelle besloot vervolgens om doodleuk in het Capitool te gaan wonen en een opleiding te doen tot Gamemaker, Jeanne sloot zich aan bij de rebellen. Hier is allemaal heel weinig van bekend bij de bewoners van het Capitool, maar Jihawks vader heeft nog steeds in het geheim contact met enkele rebellen en kreeg op deze manier alles mee. Door de vele doden die bij de Rebellen zijn gevallen na de mislukte bevrijding van de tributen van de elfde editie kon de twaalfde editie zonder problemen doorgaan, en na de populariteit hiervan begon gelijk de veertiende Spelen. Jihawks vader zag dit als dé kans om zijn zoons weer mee te laten doen, om te beginnen zijn oudste levende zoon, de inmiddels 18-jarige Jihawk dus.

Jihawk had maar een paar maanden tijd om voor te bereiden, omdat Snow tijdens de 'Victory Tour' van WM graag even aankondigde dat de volgende Spelen over twee maanden waren. Jihawk is bij de eerstvolgende Spelen 19, dus dit was zijn laatste kans om mee te mogen doen. Vervolgens mocht hij twee maanden keihard trainen, samen met Selletje, een pittig meisje uit zijn district. Ze kenden elkaar nog niet, maar snel kwam hij er achter dat het 16-jarige meisje net zo gedreven en vrijwel net zo sterk was. Selletje was de jongste dochter uit een extreem arm gezin, die altijd voor zichzelf heeft moeten zorgen. Normaal gesproken zijn beroepstributen nooit meisjes, maar Selletje was een duidelijke uitzondering op de regel. In het begin hadden ze een hekel aan elkaar, wetende dat ze niet allebei konden winnen en dat ze dus concurrenten waren. Gaanderweg raakten ze steeds beter bevriend. Jihawk en Selletje hielpen elkaar. Het was al duidelijk dat ze, tenzij er iemand aanwezig zou zijn als WM uit de 9e Spelen, met afstand de sterkste tributen zouden zijn deze Spelen. Als ze samen zouden werken, kon niemand ze afstoppen. Ooit zou een van ze moeten sterven, en deze gedachte schrikt Jihawk heel erg af. Als dit een teamspelen was geweest en ze hadden in hetzelfde team gezeten, dan waren ze absoluut winnaars geworden. Logischerwijs werd er later een soort alliantie gevormd met de andere beroepstributen, maar Jihawk zou niet rouwen om hun dood. Het ging vooral om Selletje. Zij twee zijn het perfecte team.

Jihawk was al weer helemaal bij zinnen, ondanks een licht aanhoudende pijn, toen 'bondsgenoot' Adje langs kwam. Het was duidelijk dat hij het vuil wilde spelen. Nadat Adje onthulde dat hij wist waar Raceneus was, werd het ineens heel spannend. "Hij is bij de waterval", zei Adje, nadat er beloofd werd dat hij niet vermoord zou worden. "Dan gaan we daar naar toe", concludeerde Sushi. Selletje was het er niet mee eens, zeker niet nadat ze zojuist had gezien hoe vals Adje kan zijn. "Volgens mij is het een valstrik. Deze jongen valt absoluut niet te vertrouwen", concludeerde Selletje. "Ik bluf absoluut niet. Als jullie bewijs willen, kijk eens wie ik voor jullie heb meegenomen". Adje liep de grot uit. Vervolgens kwam hij weer naar binnen, en hij sleepte iets groots mee. Tot ieders verbazing bleek het niet zomaar iets te zijn, het was een tribuut, namelijk Tosti, volledig vastgebonden. Jihawk, die duidelijk geen idee had hoe Adje ooit zijn medeberoeps gevangen heeft kunnen nemen, vroeg het gelijk aan Adje. "Hoe heb je hem ooit..." "Dat is onbelangrijk. Wat belangrijk is, is dat ik duidelijk niet bluf. Tosti is immers een vriend van Raceneus, toch? Tosti staarde angstig, maar hij kon niets zeggen, omdat ook zijn mond was vastgebonden, met zijn eigen kleren nog wel. "Juist ja. Ik ga weer weg, zie Tosti maar als een bedankje, omdat jullie het over jullie hart haalden om mij in leven hebben gelaten. Vervolgens liep Adje de grot uit.

"Wat gebeurde hier nou weer?", zei Jihawk. "Geen idee, die kerel is knetter. Aan de andere kant, hij helpt ons wel.", zei Sushi. Vervolgens schoot hij Tosti met een simpele knal dood. Een kanonschot klonk "Geen idee hoe het hem is gelukt, maar ik vind het best", zei Selletje grijnzend. De Beroeps moesten lachen.


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

27 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op vr 21 nov 2014, 11:04

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
Als de careertributen zijn uitgelachen brengt Sushi het trio weer terug bij de werkelijkheid. ‘Kom op,’ zegt hij dwingend tegen Selletje. ‘We gaan naar de waterval toe. Ik stel voor dat jij en Jihawk alvast vooruit gaan. Als je de rivier stroomopwaarts volgt, dan kom je uiteindelijk bij de waterval uit. Ga maar gauw. Ik moet Bandaka nog even wakker maken.’ Jihawk en Selletje knikken. ‘We gaan direct op weg,’ antwoordt ze. Een momentje later lopen ze de grond uit, langs de rivier stroomopwaarts. Ondertussen wordt Bandaka benadert door Sushi, die nog steeds met gesloten ogen blijft liggen. ‘Zo…’ brengt Sushi opeens uit, alsof hij weet dat Bandaka eigenlijk weer wakker is. ‘Heb je veel nuttige informatie te horen gekregen?’ Bandaka schrikt. Heeft Sushi het toch doorgehad toen hij weer bij bewustzijn kwam? Dat kan niet mogelijk zijn. Bewegingsloos blijft hij liggen. Misschien is het maar een truc van Sushi om hem te intimideren. Op dat moment schopt Sushi tegen Bandaka’s knie aan, waarbij Bandaka zijn best moet doen om stil te blijven liggen. ‘Bandaka, hou op met deze act. Dacht je nou werkelijk dat ik jou niet door zou hebben?’ Bandaka voelt zich nerveus worden. Zou Sushi het dan toch hebben gezien toen Bandaka naar Ad Venture keek? Dan kan toch niet? Sushi keek immers de andere kant op. Nog steeds blijft hij met gesloten ogen liggen. ‘Schei toch uit,’ sist Sushi. ‘Je bent niet zo slim als je denkt.’ Terwijl Sushi die zin uitspreekt stampt hij Bandaka in zijn maag. Nu reageert Bandaka wel. Verschrikt kijkt hij in Sushi’s ogen, waar gek genoeg geen haat in te herkennen is. ‘Wees maar niet bang,’ gaat Sushi verder. ‘Geloof me, ik had het in de gaten toen je weer bij bewustzijn kwam. Je hebt het belangrijkste deel van de conversatie gemist, dus ik laat je in leven. De informatie die je nu hebt meegekregen kan jou zowaar nog van pas komen. Maar nu wordt het tijd om weer verder te gaan. Vooruit, sta op.’ ‘Dat gaat nogal moeilijk als ik vastgebonden ben,’ antwoordt Bandaka. Sushi grijnst. ‘Och ja, dat is waar. Vergeef me.’ Sushi tilt Bandaka overeind en maakt de lasso rond zijn armen en middel los. Vervolgens haalt Sushi weer zijn jachtgeweer tevoorschijn en zet hij die tegen Bandaka’s hals. ‘Lopen,’ beveelt hij kalm maar kordaat. Met Sushi vlak achter zich loopt Bandaka gehoorzaam de grot uit.

Inmiddels is Bandaka zich gaan afvragen of hij nu wel efficiënt bezig is. Wat kan hij eigenlijk bereiken door Sushi zo lijdzaam te blijven volgen? Hij weet dat Sushi de enige is die hem kan inlichten over zijn verleden en dat is ook zijn reden om zijn bevelen op te volgen, maar aan de andere kant vertrouwt hij hem voor geen meter. Misschien stuurt hij hem uiteindelijk wel de dood in om vermoord hij hem eigenhandig als hij niet oplet. In dat geval moet hij voorbereid zijn. Hij wil proberen om weer wat informatie uit Sushi los te puzzelen. Dat is een risico, maar anderzijds vond Sushi het blijkbaar niet erg dat hij een deel van de conversatie heeft opgepikt. ‘Dus ik begrijp dat Duck een enorme geldbron is?’ vraagt Bandaka enigszins voorzichtig. Sushi knikt. ‘Zeker. Die jongen is goud waard.’ Opgelucht haalt Bandaka adem. Over dit onderwerp mag hij dus wel vrijelijk vragen stellen. ‘Wat is er eigenlijk zo speciaal aan een beestachtige jongen in een kooi? Wat zouden de inwoners van het Kapitool nou met hem willen?’ Sushi grijnst. ‘Duck is niet zomaar een wolfjongen. Hij is het resultaat van een wetenschappelijk experiment.’ Bandaka fronst verbaasd zijn wenkbrauw. ‘Duck’s jeugd in District 12 is een zeer triest verhaal,’ vertelt Sushi verder. ‘Zijn ouders werden geëxecuteerd toen hij nog slechts enkele dagen oud was vanwege een paar misdaden. Dat maakte hem thet perfecte proefkonijn voor een historisch experiment. Wetenschappers van het Kapitool sloten hem op in een kooi met een paar wolven om de ontwikkeling van zijn gedrag te kunnen bestuderen. Op die manier hebben ze veel belangrijke bevindingen kunnen doen. Daarna mocht hij weer naar huis, maar zoals je wel hebt gezien heeft het experiment een nogal unieke uitwerking gehad op zijn karaktervorming. Hij kon niet zelfstandig leven, en daarom had een zekere professor Sven Window maar besloten om een toeristische attractie van hem te maken. Duck is puur voor de show en het geld van het ene naar het andere district afgereisd, maar daar kan hij zich niets van herinneren. Hij heeft het geheugen van een wolf. Hij kan zich vrijwel niets herinneren.’ Bandaka’s ogen worden groot van ontzag. Is het Kapitool nou echt zo slecht dat het mensen als proefkonijnen in een experiment gebruikt? Dat het mensen in dieren veranderd voor louter vermaak? Hij wil een boze uitroep doen, maar dan beseft hij dat de spelmakers dat waarschijnlijk niet zullen tolereren.

‘Is… is dat vaker gebeurd?’ vraagt Bandaka aarzelend. ‘Je weet wel, dat er zulke experimenten zijn uitgevoerd…’ Sushi kijkt even opzij, maar knikt uiteindelijk. ‘Duck is voortgekomen uit het eerste grote gedragsexperiment, maar er is één keer eerder een kleiner experiment in die trend uitgevoerd.’ ‘Mag ik dat weten?’ vraagt Bandaka. Sushi knikt. ‘Jij kunt het je niet herinneren, maar een aantal edities geleden deed een zeer memorabele tribuut aan de Hongerspelen mee. Hij staat ook wel bekend als ‘Menseneter WM’ ‘. Bandaka krijgt de kriebels bij het horen van die naam. Heeft er ooit een kannibaal meegedaan aan de Hongerspelen? ‘Eh… ja, wat is er met hem?’ vraagt Bandaka verder. ‘Hij kwam uit mijn district,’ vertelt Sushi verder. ‘Ik kan mij hem nog wel herinneren. Het was een arrogante, sadistische jongen die er van droomde ooit aan de Hongerspelen mee te doen. Op zijn achttiende deed hij vrijwillig mee, maar tijdens de trainingen hebben wetenschappers iets met zijn hersenen gedaan. Ze hebben bepaalde primaire hersengebieden gestimuleerd en anderen verzwakt om de uitwerking daarvan in de arena te kunnen bestuderen. Nou, ik kan je vertellen dat die uitwerking zeer uniek was. Hij staat niet voor niets bekend als een menseneter.’ Terwijl Sushi grijnst krijgt Bandaka opnieuw last van visioenen. Als hij zijn ogen sluit ziet hij voor zich hoe hij naar een beeldscherm kijkt waarop een sterke tribuut te zien is die zijn slachtoffer dwingt om zichzelf op te eten. Onmiddellijk moet Bandaka kokhalzen en doet hij zijn ogen weer open. Hij merkt dat zijn herinneringen aan de vorige Hongerspelen zich langzaam weer aan het herstellen zijn. Gelijktijdig beseft hij steeds meer dat zijn eerdere vertrouwen in het Kapitool volledig misplaatst was. Een regering die mensen als proefkonijnen ziet zou hij nooit willen volgen.

‘Hoe weet jij dit allemaal?’ vraagt Bandaka na een kort momentje stilte. ‘Ik wist dat je die vraag zou gaan stellen,’ zegt Sushi bars. ‘En aangezien het weinig zin heeft om nog veel langer om de pot heen te draaien vertel ik het je maar: ik ben geboren in het Kapitool.’ Bandaka kan zijn verbazing haast niet meer bedwingen als hij dat hoort. ‘J… jij? Geboren in het Kapitool? Maar als dat zo is, hoe kan het dan dat… jij komt toch uit District 2? Wat is er aan de hand?’ Voordat Bandaka verdere vragen kan stellen voelt hij de loop van het jachtgeweer tegen zijn hals aan. ‘Het is een lang en ellendig verhaal,’ zegt Sushi bloedserieus. ‘Misschien kom je het later nog wel te weten, maar voorlopig is het verboden informatie. Als je wilt blijven leven, dan kun je nu maar beter je mond houden. Bandaka houdt snel zijn mond. Maar hij kan niet geloven dat Sushi daadwerkelijk geboren is in het Kapitool. Als dat zo is, wat doet hij dan in de Hongerspelen? En hoe is hij uiteindelijk in District 2 terecht gekomen? Allemaal vragen waar hij geen antwoordt op weet. Om nog maar over de talloze gaten in zijn eigen geheugen te spreken. Inmiddels weet hij al ietsje meer, maar nog steeds weet hij niets over zijn eigen jeugd en zijn ouders. Het meisje dat afgelopen nacht in zijn droom verscheen houdt hem ook nog steeds bezig. Wat zou dat toch allemaal met elkaar te maken hebben? De antwoorden op die vragen kan hij alleen via Sushi verkrijgen, maar hij boekt nauwelijks voortgang.

Ondertussen hebben Bandaka en Sushi al een redelijke afstand langs de rivier afgelegd. ‘Ziezo,’ commenteert Sushi na een tijdje. ‘Ik wil dat jij iets voor mij doet, Bandaka. Als Hitomi en Raceneus zo dadelijk dood zijn en wij Jihawk en Selletje weer tegenkomen, dan vermoorden wij ze tegelijkertijd.’ Bandaka reageert verrast. ‘Wil je ze nou ineens vermoorden? Ik dacht dat je…’ ‘Nee Bandaka,’ antwoordt Sushi op valse toon. ‘Ik heb die twee niksnutten nooit als mijn bondgenoten beschouwt.’ Hoewel Bandaka Jihawk en Selletje eigenlijk niet mag maakt deze opmerking hem toch boos. ‘Hoe kom je daarbij!?’ brengt hij verontwaardigd uit. ‘Het zijn twee sterke tributen! Je kunt zeggen wat je wilt, maar ze zijn niet nutteloos!’ Sushi schiet in de lach. ‘Jazeker, ze zijn sterk. Maar ze zijn ook dom. Te dom om de overwinning waard te zijn. Tributen die niet hun hersenen gebruiken hebben evenveel nut als pionnen in een schaakspel. Zo simpel is het.’ Bandaka kijkt Sushi verachtend aan. ‘Je gebruikt ze,’ zegt hij hatelijk. ‘Wat kan jou dat nou schelen?’ reageert Sushi. ‘Als we willen dat Duck wint, dan moeten ze toch een keer dood. Net als jij en ik. Tot die tijd moorden we alle overige tributen uit.’ ‘En daarna mag jij samen met Jihawk en Selletje gezellig een tweede leven gaan lijden en ze uitleggen wat je met ze hebt gedaan,’ voegt Bandaka uitdagend toe. Opnieuw schiet Sushi in de lach. ‘Ik dacht het niet. Jihawk en Selletje mogen best geloven dat ik een reïncarnatie voor ze geregeld heb, maar daar blijft het ook bij. Die reïncarnatie-technologie is dit jaar pas uitgevonden. Heb je enig idee hoe duur het is om ook maar een nutteloze holbewoner uit District 10 of iets dergelijks een tweede leven te geven? Alleen al vanwege Henk en Lazerstraal zijn dit met afstand de duurste Hongerspelen ooit. Bovendien gaat het ook nog wel eens mis en dan is de geldverspilling nog veel groter. Nee, zoiets is alleen weggelegd voor waardige mensen. Mensen met Kapitoolbloed. Mensen zoals ik, dus. De spelmakers gaan echt geen miljarden weggooien voor een simpele, laagdrempelige districtbewoner. Vergeet het maar!’ Bandaka walgt van Sushi’s arrogantie. Zouden mensen die in het Kapitool zijn geboren echt zo erg neerkijken op de bewoners van de twaalf districten? Sushi heeft Jihawk en Selletje niet alleen gebruikt, hij is ook nog eens van plan om ze rechtstreeks de dood in te sturen zodra het hem uitkomt. Dat betekent waarschijnlijk dat hij later precies hetzelfde met Bandaka gaat doen. Hij kan Sushi niet meer vertrouwen. ‘Dus nogmaals,’ gaat Sushi verder. ‘Als Hitomi en Raceneus dadelijk dood zijn en we Jihawk en Selletje weer inhalen, dan maken we snel en soepel een einde aan hun levens. Ik schiet Jihawk neer en jij steekt Selletje neer met jouw mes. Begrepen?’ ‘Begrepen,’ verzucht Bandaka. Het zit hem helemaal niet lekker dat hij nu ineens onderdeel blijkt te zijn van een slinks complot. ‘Zorg er hoe dan ook voor dat het je lukt,’ grijnst Sushi. ‘Ik tolereer geen mislukking. Als onze aanval succesvol is, dan zal ik jou meer vertellen over jouw verleden. Zoals beloofd.’ Maar Bandaka maakt zich momenteel minder druk om zijn verloren geheugen. Er is van alles rondom Sushi gaande waar hij niet aan wil meedoen. Hoe graag hij ook over zijn amnesie heen zou willen komen, hij kan Sushi niet veel langer blijven volgen. Terwijl hij verder loopt probeert hij al het mogelijke te bedenken om Sushi dwars te liggen. Duck moet dood, Jihawk en Selletje moeten blijven leven en Sushi moet zijn verdere plannen niet meer kunnen voltooien. Maar allereerst moet hij zien te ontsnappen…



Laatst aangepast door T.G op zo 28 jun 2015, 20:53; in totaal 5 keer bewerkt

Profiel bekijken

28 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op vr 21 nov 2014, 13:26

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Hitomi zuchtte opgelucht toen het volkslied klonk en de overleden tributen aan de hemel verschenen. WM was angstaanjagend dichtbij komen zitten. Ze was hem nu alweer beu als bondgenoot, maar ze had weinig keus. Ze hadden afgesproken de volgende ochtend opzoek te gaan naar Lazerstraal, en haar vanaf dan te vergezellen. Hitomi hoopte dat Para er ook bij zou zijn. Ze keek omhoog, en zag de gezichten van de tributen die de eerste dag niet overleefd hadden. En dat waren er veel! Lennard, Tuffie, Lucoshi, Chris… Er bleven maar gezichten komen. Hitomi’s hard stond even stil toen na LPL het gezicht van Para in de lucht verscheen. Hij had de eerste dag niet overleefd… Ze wisten natuurlijk dat ze uiteindelijk allebei moesten sterven, en ze waren ook bereid om dat offer te brengen, maar toch… Na Para verscheen Henk in de lucht. Hitomi glimlachte bij de gedachte aan Henk. Ze had bijna met hem als bondgenoot opgescheept gezeten. Dan was WM nog beter. Na Henk verscheen Noémie, en als laatste… Nee. Dat kon niet. Hitomi merkte hoe haar ademhaling steeds sneller ging. Ze begon te bibberen. Lazerstraal kon niet dood zijn. Het mocht niet! Dan was alles voor niets! Dan was Para voor niets gestorven, was zij voor niets de Arena ingegaan. Ze dacht aan Fisico. Hij zou woest zijn als hij ontdekte dat het haar niet gelukt was om Lazerstraal te beschermen. Zelfs als ze won, zou hij haar laten lynchen. Ze was alles kwijt. Hitomi voelde hoe de tranen naar boven kwamen. Een warme hand plaatste zich op haar schouder, en zonder er bij na te denken vloog ze naar WM’s borst en begon te huilen. Ze mocht WM dan wel niet zo, maar hij was de enige die ze op dit moment had. Ze keek hem aan, en snikte zachtjes “Dank je.” WM glimlachte terug, en voor Hitomi het wist zoende hij haar.
 
Hitomi schrok, en duwde WM van zich af. “WM, wat doe je? Blijf van me af!” Nog voordat een geschokte WM kon reageren, klonk er een verbaasde stem achter Hitomi. “WM?” Hitomi draaide zich om, en zag een tribuut staan. Ze herkende hem vaag van de trainingen; volgens haar heette hij Necrodeus. Necrodeus keek verbaasd naar WM. “Ben jij WM?” WM keek al even verbaasd terug. “Ja, hoezo?” Necrodeus kwam schuifelend dichterbij gelopen. “Hoe kan dat? Jij en Tosti gingen richting het zuiden! Ik heb jullie zelf gezien!” WM glimlachte, en zei “Dat was waarschijnlijk Raceneus, mijn tweelingbro-” Plots verstarde WM’s gezicht. “Wacht, jij hebt Raceneus en Tosti gezien?” Necrodeus knikte. “Ze reden in een jeep. Ze-“ Necrodeus onderdrukte een snik bij de gedachte aan de stokstaartjes. WM stond op. Met het schijnsel van het kampvuur onder hem zag hij er indrukwekkend uit. “Die vuile klootzak! Hij wist van mijn afspraak met Tosti! Hij doet zich voor als mij!” Hitomi snapte er helemaal niets van. “WM, kun je even uitleggen wat er in godsnaam aan de hand is?” WM wilde zijn mond openen om iets te zeggen, maar wederom kreeg hij de kans niet. Er klonk getrappel, en uit de duisternis kwamen 3 gigantische gedaantes aangerend.
 

WM schrok en ging verdedigend voor Hitomi staan, maar die duwde hem geïrriteerd opzij. “Kijk eens goed idioot. Het zijn struisvogels!” Dat klopte. Recht voor hun neus stonden 3 struisvogels. Necrodeus liep geïnteresseerd dichterbij. “Hoe zijn die hier nu weer terechtgekomen?” WM keek angstig toen Necrodeus rustig naar de voorste vogel liep. “Kijk uit, straks bijt hij!” Hitomi keek geïrriteerd, maar Necrodeus glimlachte alleen maar. “Ben maar niet bang, ze doen niemand kwaad!” Hij ging met zijn hand langs de nek van het beest. “Hoi, ik ben NEcrodeus. En wie ben j-” Necrodeus kreeg plots een verbnaasde uitdrukking op zijn gezicht. “Wat is er?” vroeg Hitomi. “Er zit een briefje om zijn hals!” Hitomi liep dichterbij en zag dat Necrodeus gelijk had: om de nek van de struisvogel zat een klein briefje. “Wat staat er op?” Necrodeus haalde zijn schouders op, en haalde het briefje van de nek. Hij liep ermee naar het vuur, zodat hij het kon lezen. Hitomi keek met hem mee, en ook WM keek geïnteresseerd over Necrodeus’ schouder. Op het briefje, in grote hanenpoten, stond: “Tijd om te vluchten, professor!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

29 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op wo 26 nov 2014, 12:16

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019



"Reïncarnatie bij de winst van Duck... Zou het dan echt?", vroeg Selletje met een vragende stem. Het was duidelijk dat ze niet wist of ze Sushi moest vertrouwen. Jihawk wist het wel. Zijn vader, nog steeds in contact met de Rebellen, had namelijk veel gehoord over Project 'Reïncarnatie'. Het is allemaal een leugen. Omdat zijn vader op illegale wijze aan deze informatie was gekomen, wist hij niet of hij het met Selletje moest delen. "Ik vroeg je wat, Jihawk. Moeten we Sushi vertrouwen?" "Nee, absoluut niet." "Hoezo? Op zich klinkt het wel redelijk, een winst van Duck zou vrij geweldig..." "Omdat Sushi ook niet gereïncarneerd gaat worden." Selletje keek hem vragend aan. "Wacht, stuurt hij ons in de val dan? Dat wij ons leven gaan opgeven speciaal voor Duck, zodat hij ons kwijt is? Wat een achterlijke rat!" "Nee, volgens mij denkt Sushi echt dat hij gereïncarneerd gaat worden als hij wint." "Wat wil je dan zeggen?" "Ik wil zeggen dat reïncarnatie onmogelijk is". Selletje was geschokt. "Maar..." "Luister, wat zijn de redenen dat de Hongerspelen geörganiseerd worden?" "Nou, als straf voor de eerdere oorlog, en natuurlijk voor de entertainment." "Juist. Maar de belangrijkste reden is iets heel anders. Het is om te laten zien hoeveel macht het Kapitool heeft, tegenover zowel hun eigen volk als hun districten. Wat komt nou machtiger over dan mensen de illusie geven dat ze de macht hebben over iets als leven en dood?" Selletje had ondertussen wel in de gaten dat Jihawk dit wist via zijn vader, maar ze wist ook dat dit vertrouwelijke informatie was. "Klinkt oké, maar ik heb één probleem hiermee. We hebben toch Lazerstraal en Henk hier zien rondlopen, dat waren duidelijk de echte versies. Hoe verklaar je dat?" Jihawk keek benauwd. Het was namelijk bij de Rebellen al heel lang bekend dat Lazerstraal kunstmatig in leven werd gehouden, vlak na het einde van de Vierde Spelen. Wat er is gebeurd met Henk is voor hem onbekend. "Misschien zijn ze nooit dood geweest?" "We hebben ze zelf zien dood gaan" "Kijk, er is niks logisch aan de macht om iemand zonder problemen levend te maken. Vertrouw mij maar, de enige manier hoe wij hier levend uit gaan komen is door te winnen." "Oke, dus wat betreft Sushi. Zou hij ons dan voorliegen, of is hij zelf voorgelogen?" "Geen idee, misschien allebei wel. Ik denk wel dat hij voor ons een gevaar kan vormen, dus misschien moeten we hem op tijd vermoorden."

Necrodeus was net weggerend na een bizar briefje van een struisvogel, Hitomi en WM waren alleen over gebleven. Hitomi werd er alleen maar ongelukkiger van. Niet alleen was haar missie gefaald om Lazerstraal in leven te houden, ze zat ook nog vast in de arena, eigenlijk wachtend op haar dood, samen met de stalkerige WM. Toch besloot ze een gesprek te starten. "Was het wel zo handig om enkel Necrodeus weg te laten rennen? Wie weet komt er ook wel iets achter ons aan." WM staarde opzichtig naar haar. "Heb je wel iets gehoord van wat ik er net zei?" "Ja, blabla Necrodeus ofzoiets. Mij maakt het eigenlijk niks uit. Waarom zoende je mij zojuist niet?" "WM, gewoon je kop daarover houden, oke." WM probeerde het nog een keer. "Ik wil eerst antwoord." Hitomi zuchtte. "Oke, stel je voor dat ik je leuk had gevonden, en dat vind ik niet, ik vind je een eng ventje met een nog engere tweelingbroer, maar stel dat. Dan nog zijn dit de Hongerspelen! Ik heb wel wat beters te doen dan een romantiekdrama'tje, met nog het idee er achter dat wij toch niet samen de arena uit gaan. Stap uit die houding en hou je bezig met andere dingen!" "Zoals zowel jouw leven als die van 22 anderen willen geven om een of ander wijf te willen redden voor een propagandastuk?" Hitomi schrok. "Hoe..." Veel langer kon ze niet wachten. Jihawk en Selletje kwamen er aan.

"Kijk eens aan, onze vriend Adje had gelijk. Raceneus is bij de waterval!", zei Selletje. "Jullie moeten wel begrijpen dat we jullie gaan vermoorden, toch?", vertelde Jihawk. "Nee nee, niet zo snel", zei Selletje op gemene wijze. "We doen jullie niks als jullie gewoon blijven staan." Jihawk spande zijn pijl en boog. "Een raak schot en het is voorbij." Hitomi en WM schrokken. WM had duidelijk geen behoefte er aan om zich te veroeren, maar Hitomi werd steeds wantrouwender toen ze Jihawk en Selletje steeds dichter op zich af zag komen. "Nee, dit doe ik niet!", schreeuwde ze, alvorens ze keihard weg probeerde te rennen. Selletje rende achter haar aan, was veel sneller en zo'n 20 meter verder lag ze al de grond, met een gemene Selletje op haar rug. Snel voelde ze een scherpe pijn in haar enkel. Selletje had haar mes er in gestoken. "Maak je geen zorgen, we vermoorden je niet gelijk. We kunnen je nog gebruiken!", zei ze vals lachend. "Over naar jou, Raceneus. Jij probeerde mij te vergiftigen? Lach je ook zo hard als er een mes in je hart gestoken wordt?" Voor dat WM het wist greep Jihawk hem bij de keel vast. Zijn grip was veel te sterk, ontsnapping was niet meer mogelijk. "Ik ben Raceneus niet, ik ben WM!", schreeuwde hij er nog uit, terwijl Selletje op het punt stond een mes in zijn hart te steken. "O ja, de tweeling. Nou, hoe moet ik weten hoe je de waarheid spreekt? O ja, dat zien we zometeen wel, als je dood bent!", zei Selletje. Ineens hoorde hij een schreeuw. "WM!" Vervolgens zag WM iets op hen afvliegen. Het was iets kleins, en het kwam op het hoofd van Jihawk. "Aaargh!". Jihawks grip verzwakte, en WM kon ontsnappen. "WM!". Ineens zag WM Raceneus staan. Had hij zojuist WM geholpen? WM besloot op hem af te rennen, met de hoop dat hij samen met zijn broer kon ontsnappen aan Jihawk en Selletje. Hitomi boeide niet meer. Jihawk en Selletje vervloekten zichzelf. "Verdomm!", schreeuwde Jihawk. "Het is nog niet te laat, ren er achter aan! Ik vermaak Hitomi wel!"

WM en Raceneus kwamen elkaar tegemoet. "Waarom doe je dit? Waren wij geen vijanden geworden ofzo?", vroeg WM. "Klopt. Maar jij bent mijn broer. Er zijn nog maar 10 deelnemers, Tosti is weg en waarschijnlijk dood, een wapenstilstand lijkt mij het beste." WM kon amper er over nadnken. Hij zag al dat Jihawk op hen afgerend kwam. "Laten we maar eerst onze toekomst samen verzekeren", antwoordde WM. Jihawk komt er aan. WM en Raceneus probeerden keihard weg te rennen, maar ze wisten dat, ondanks dat ze een flinke voorsprong hadden op Jihawk, deze hen toch nog wel in ging halen. "Heb jij nog een plan?", vroeg WM tussen het rennen door. "Heb je wapens?", vroeg Raceneus. "Niks, jij toch wel?" "Alles is gejat, ik heb geen idee wat er vannacht gebeurd is." Ineens zag hij WM wijzen naar een grote kuil. "Daar kunnen we ons in verstoppen, wie weet raakt Jihawk ons dan kwijt!" "We kunnen het er op wagen." WM en Raceneus gingen de kuil in, waar ze samen ternauwernnood in pasten. Gebukt zaten ze daar, met de hoop dat Jihawk ze niet zou vinden.

Stille minuten gingen voorbij, WM en Raceneus kregen samen steeds meer hoop. Ineens hoorden ze iets op hen akomen. Het krakende geluid werd steeds harder. WM en Raceneus keken naar elkaar. "Laat het een dier zijn, laat het een dier zijn", dacht WM hoopgevend. Totdat hij ineens een stem hoorde. "Hallo jongens.'' Het was niet Jihawk. Het was Adje. WM keek hoopgevend toen hij de jongen zag waar hij van veronderstelde dat het zijn bondsgenoot was. "Is Jihawk in de buurt?", vroeg WM angstig. "Nee, die liep helemaal de verkeerde kant op. Een zucht van opluchting kwam er bij het tweetal van af. "Speelde jij niet samen met Tosti?", vroeg Adje aan het tweetal, waar hij niet van herkende wie precies wie was. "Nee, Tosti was een nacht geleden ineens weg, samen met al onze wapens en spullen." "Wat een ramp! En je weet niks van hem?" "Nee", zei Raceneus teleurgesteld. "Nou, ik weet wel waar Tosti is, en ik kan jullie naar hem toe brengen.", zei Adje met een vriendelijke glimlach. "Echt waar?" Natuurlijk. Ineens gaf Adje een schreeuw. "JIHAAAAAWK." WM en Raceneus keken naar elkaar. "Wat?" "Hij is in het hiernamaals. Jihawk wil jullie er vast naar toe brengen! Adje liep grijnzend weg. WM en Raceneus voelden zich verraden, maar eerst moesten ze zo snel mogelijk uit de kuil klimmen. Raceneus probeerde er uit te gaan, maar eenmaal boven zag hij al dat het te laat was. Ze waren gespot door Jihawk. "WAT NU!?", schreeuwde Raceneus panisch. WM slikte. "Het is voorbij, ben ik bang."

Jihawk keek naar beneden, en zag WM en Raceneus er in liggen. "Kijk eens aan, twee achterlijke broertjes, samen in een kuil! Wat een cadeautje." Jihawk grijnsde en spande zijn boog. WM en Raceneus keken elkaar aan. "Samen de wereld in, samen de wereld uit.", zei WM.

Achter elkaar kwamen twee kanonschoten. De schoten die respectievelijk de dood van Raceneus en WM aankondigden. Er waren nog maar acht tributen over.


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

30 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 27 nov 2014, 10:38

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Necrodeus’ hart stond even stil toen hij twee kanonschotten vlak achter elkaar hoorde. Zouden dat Hitomi en WM zijn? Hij begreep niet waarom ze niet met hem mee waren gegaan. De struisvogels, die overduidelijk door Ad Venture gestuurd waren, waren tenslotte met zijn drieën geweest. Het was duidelijk Adje’s bedoeling dat ze daar alle drie veilig weg zouden komen. Maar ze bleven, en Necrodeus was in zijn eentje weggereden, op de rug van een struisvogel. In het pikkedonker was het beest weggerend, wie weet waar naartoe. Misschien naar Ad Venture. Necrodeus hoopte van wel. Ad Venture was dan misschien een beetje een rare, maar hij had zich wel keer op keer bewezen als een goede bondgenoot. Vlak nadat Necrodeus weg was gereden, hoorde hij achter zich de stemmen van JiHawk en Selletje. Hij had er niet aan moeten denken wat er gebeurd was als Adje hem niet op tijd had gewaarschuwd en hij inde handen van die twee maniakken was beland. Plotseling bleef de struisvogel stil staan. Door de schok viel Necrodeus van het beest af, en belandde in een struik. Hij keek om zich heen. Hij had geen idee waar hij was, maar er waren in ieder geval geen andere tributen in de buurt. En het begon al laat te worden. Uitgeput sloot Necrodeus zijn ogen, en viel in slaap.
 
Necrodeus werd wakker door een vreemd gesnuf bij zijn oor. Hij opende zijn ogen, en zag tot zijn grote verbazing  een jongen over hem heen gebogen staan. Hij herkende de tribuut wel: het was Duck, een jongen die volgens de verhalen was opgevoed door wolven. Duck zag dat Necrodeus wakker was geworden, en begon te grommen. Necrodeus vroeg zich af of hij hem moest aanspreken als mens, of als wolf. Onhandig vroeg hij: “Rustig maar, ik doe je niets!” Duck leek niet volledig gerust gesteld, maar hield wel op met grommen. “Was jij niet samen met Noémie en Lazerstraal? Wat is er gebeurd?” Duck begon te huilen. Niet met tranen, zoals een normaal mens zou doen, maar als een wolf, zijn hoofd richting de (inmiddels door de opkomende zon haast onzichtbare)  maan. “Noémie dood. Lazerstraal dood. Duck geen vrienden meer!” Ondanks dat Necrodeus wist dat er nog maar een paar tributen over waren en dat Duck dus een van zijn tegenstanders was, kon hij niet anders dan medelijden voelen. Het was alsof hij tegen een puppy praatte. Voorzichtig legde hij zijn hand op Duck’s hoofd, en begon zachtjes te aaien. Duck stond dat toe. Necrodeus besefte zich wat een komisch gezicht dit zou moeten zijn. Stel je voor dat Ad Venture nu aan zou komen lopen, die zou hem waarschijnlijk keihard uitlachen. Maar dat maakte Necrodeus niet uit. Duck en hij zaten in hetzelfde schuitje: beiden waren ze bondgenoten verloren. Verdrietig vroeg Necrodeus zich af hoe het zou zijn afgelopen met Hitomi en Wm…
 

“Het is nog niet te laat, ren achter ze aan! Ik vermaak Hitomi wel!” Met een brede grijns liep Selletje richting Hitomi. Hitomi keek onbevreesd terug. Ze kon niets doen. Door het mes in haar enkel kon ze geen vin verroeren. Ze wist dat ze waarschijnlijk zou sterven, maar nu Lazerstraal dood was… Maakte dat eigenlijk niet zoveel uit. Selletje ging vlak voor Hitomi staan. “Zo, Hitomi. Heb je het grote nieuws al gehoord? Jouw lieve vriendinnetje Lazerstraal is dood! Wat zal Fisico daarvan vinden?” Hitomi antwoorde niet. Ze hield haar gezicht strak in de plooi en keek Selletje hatelijk aan. Selletje lachte, een hoge, kakelende lach waarvan Hitomi’s nekharen recht overeind gingen staan. “Wat moest Fisico überhaupt met haar? Ze is bijna 10 jaar jonger dan hij. Houdt die viesspeuk soms van jonge miesjes? Jij moet dat vast wel weten!” Het kostte Hitomi moeite om zich in te houden. Ze wist heel goed wat Selletje probeerde te insinueren. Ze wist heel goed hoe buitenstaanders over Fisico dachten. Selletje grijnsde nog breder, en opende haar mond om nog meer te zeggen, maar nog voordat ze de kans kreeg volgde er twee kanonschotten vlak achter elkaar. Hitomi schrok. Zouden dat-? Haar vermoeden werd bevestigd toen JiHawk breed grijnzend terug kwam lopen. “Zo, dat probleem is ook weer opgelost!” Hitomi kreeg een brok in zijn keel. Ze had WM niet zo gemogen, maar dit had hij niet verdiend. Niet net nu hij herenigd was met zijn tweelingbroer. JiHawk zag het geschokte gezicht van Hitomi, en barstte in lachen uit. “Sorry Hitomi, dat we jullie romantisch samenzijn zo hebben moeten verpesten! Ja, we hoorden jullie praten toen we aankwamen.” Vervolgde hij toen hij Hitomi’s verbaasde gezicht zag bij die uitspraak. Hitomi walgde van de twee beroepstributen. De gedachte dat haar afwijzing een van de laatste dingen was die WM had meegemaakt…. Plots werd ze hardhandig vastgegrepen door Selletje. “Weet je wat jij bent, Hitomi? Je bent een vuile slet! Met Fisico, met WM. We hebben je tijdens de trainingen ook wel met Para gezien, en je liep gisteren zelfs met die vieze, vette Henk te flirten! Ben je verslaafd aan seks ofzo?” JiHawk grijnsde breed. “In dat geval kunnen wij je wel helpen hoor!” Gevaarlijk grijnend kwam hij dichterbij gelopen. Voor het eerst voelde Hitomi écht iets van angst voor de twee beroepstributen. JiHawks gezicht stond slechts enkele centimeters van het hare, en ze voelde zijn hete adem toen hij zei: “Eigenlijk had ik dit liever met Lazerstraal willen doen, maar aangezien zij al dood is moet ik maar genoegen nemen met jou.” In een vloeiende beweging scheurde hij haar shirt kapot, waardoor ze in niets meer dan een BH voor hem stond. Een rilling ging over Hitomi’s lichaam toen JiHawk haar van top tot teen bekeek. “Niet verkeerd.” Een ritseling achter haar volgde, en twee handen ontdeden haar van haar bh. Ze hoorde de hoge stem van Selletje in haar oor. “Dit is wat wij doen met vuile sletjes als jij!” Selletjes handen sloten zich om haar borsten, en ze voelde de scherpe nagels in haar huid. Hitomi wilde schreeuwen, maar JiHawk snoerde haar de mond. Hij propte er savannegras in. Hitomi voelde zich misselijk worden. Ze probeerde over te geven, maar het lukte niet. JiHawk en Selletje lachte hard. Hitomi probeerde tegen te sputteren terwijl Selletje haar op de grond legde, maar de twee waren te sterk. Nadat hij ook haar broek had uitgetrokken, kwam JiHawk grijnzend boven haar staan. “Dit wordt een nacht om nooit te vergeten, Hitomi!” Hitomi wilde haar ogen sluiten, vluchten, gillen, maar ze kon niets als verdoofd keek ze toe hoe JiHawk zijn eigen broek omlaag deed, en langzaam grijnzend dichterbij kwam….

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

31 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op ma 01 dec 2014, 11:24

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
De ochtendzon stijgt geleidelijk aan steeds verder boven de oostelijke horizon uit. Een kanonschot galmt door de arena. Hitomi’s bebloede lichaam ligt in het gras. ‘Nou, dat was me toch een unieke ervaring,’ brengt Jihawk sarcastisch uit, terwijl hij zijn broek weer optrekt. ‘Zeg dat wel,’ antwoordt Selletje, haar bebloede mes aflikkend. Nadat Jihawk zich met Hitomi had bevredigd had Selletje Hitomi’s lichaam bewerkt met een paar messteken die haar uiteindelijk fataal werden. ‘Is ze uiteindelijk toch nog ergens goed voor geweest.’ Jihawk grinnikt. ‘Jazeker. Dat is immers het enige waar zwakkelingen in de Hongerspelen goed voor zijn: onschuldig vermaak.’ Het sadistische duo blijft lachen om hun transgressie totdat de verschijning van een gedaante in de verte hen weer terug bij de realiteit brengt. ‘Bandaka,’ merkt Jihawk op. Selletje’s gezicht vertrekt. ‘Bandaka? Voor hem hoeven we niet bang te zijn, toch?’ Jihawk's ogen weerspiegelen een serieuze blik. Zijn wrede houding van eerder is als sneeuw voor de zon verdwenen. ‘Wees op je hoede. Als Bandaka hier is, dan moet Sushi ook in de buurt zijn. Sushi zou Bandaka nooit zijn eigen gang laten gaan. Hij moet iets van plan zijn, dat voel ik.’ Snel brengen Jihawk en Selletje hun wapens in gereedheid.

Bandaka en Sushi hadden van een afstandje staan toekijken toen Jihawk en Selletje bezig waren Hitomi te verkrachten. Bandaka had met open mond toegekeken, terwijl Sushi met een neerbuigende glimlach op zijn gezicht de verkrachting aanschouwde. ‘Zie je wat ik bedoel, Bandaka?’ zegt Sushi minzaam. ‘Zie je nu wat jullie districtbewoners tot barbaren maakt? In het Kapitool zou zoiets nooit gebeuren.’ Bandaka kan niet geloven wat hij zojuist heeft gezien. Hij wist dat Jihawk en Selletje niet helemaal spoorden, maar hij had nooit durven hopen dan ze zo erg zouden zijn. Opeens vraagt hij zich af of Sushi niet gelijk zou hebben. ‘En dan nog iets,’ gaat Sushi verder. ‘We passen ons plan aan. Ik heb Jihawk’s blik daarnet wel gezien. Hij vertrouwt ons niet. Jij komt naar ze toe en valt een van hen aan. Op het moment dat ze met jou bezig zijn schiet ik ze neer. Akkoord?’ Bandaka kijkt Sushi verontwaardigd aan. Hij weet dat er eigenlijk helemaal geen sprake is van een akkoord tussen Sushi en hem. ‘Ben je gek geworden?’ antwoordt Bandaka. ‘Wat als ze mij vermoorden?’ Sushi grijnst zelfgenoegzaam. ‘Jij bent toch ook een goede vechter, Bandaka? Je hebt niet voor niets een 11 op je individuele beoordeling gekregen. Jouw kundigheid op het gebied van gevecht ligt hoger dan je denkt. Dat weet ik zeker, want ik heb jou opgeleid zien worden.’ Bij die woorden schiet er opnieuw een visioen voor Bandaka’s ogen voorbij. Hij herinnert zich weer hoe hij vechtkunsten aangeleerd kreeg in een Kapitool-instituut. Maar hij weet ook dat District 2 het enige district is waarin zulke vaardigheden worden beoefend. Zou hij dan soms in het geheim uit district 2 komen en heeft het Kapitool dit voor hem geheim proberen te houden? Is dat ook de reden dat Sushi zoveel van hem afweet? Het komt zeer geloofwaardig over. Hij weet zeker dat Sushi de enige is op wie hij kan vertrouwen als hij zijn verloren geheugen wil achterhalen, maar aan de andere kant voelt hij dat Sushi weinig goeds met hem van plan is. Hij vermoed dat Sushi hem, zodra de tijd rijp is, op dezelfde manier gaat ombrengen als hij nu met Jihawk en Selletje gaat doen. Misschien gaat hij hem nu wel vermoorden. Bandaka beseft dat hij uiterst alert moet blijven en op tijd tegen Sushi in opstand moet komen. Die tijd komt steeds dichterbij. ‘Je hebt gelijk, Sushi,’ antwoordt Bandaka uiteindelijk. ‘Ik moet doen wat jij zegt. Bovendien ben ik tenminste een van de weinige districtbewoners die wel gezond verstand heeft.’ Bandaka walgt van zijn eigen uitspraak, maar hij probeert over te komen alsof hij blindelings achter Sushi staat. ‘Wees nou ook maar weer niet te optimistisch, Bandaka,’ grijnst Sushi. ‘Maar goed, vooruit met de geit. Het hoeft niet lang te duren.’

Bandaka stapt op Jihawk en Selletje af. ‘Hallo, hoe gaat het?’ Een ontzettend droge uitspraak, maar Bandaka weet niks beters te verzinnen. Jihawk komt achterdochtig op hem af. ‘Wat denk jij met ons te gaan doen, Bandaka?’ ‘Niets speciaals,’ antwoordt Bandaka. ‘We hadden afgesproken elkaar weer te ontmoeten zodra Hitomi en Raceneus uitgeschakeld werden, en ik geloof dat jullie zojuist met Hitomi klaar zijn. Ik heb een paar kanonschoten gehoord, dus ik dacht dat jullie misschien…’ ‘Wacht eens even!’ onderbreekt Jihawk Bandaka. ‘Hoe weet jij van die afspraak af? Was jij bij bewustzijn toen wij het in de grot erover hadden!?’ Bandaka slikt. Hij heeft zijn mond voorbij gepraat. Jihawk richt zijn boog op Bandaka’s hoofd. ‘Ik wist wel dat Sushi niet te vertrouwen was. Jullie hebben onder vier ogen ook een paar geheime afspraken gemaakt, nietwaar?’ ‘Waar is Sushi trouwens?’ voegt Selletje toe, terwijl ze haar mes trekt en opnieuw aan likt. ‘Heeft hij zich verstopt? Probeert hij jou soms als een soort lokaas te gebruiken?’ Bandaka realiseert zich dat Selletje gelijk heeft: Sushi gebruikt hem inderdaad als lokaas. Sushi moet hem wel dood willen hebben. ‘Wacht even, trek niet te snel conclusies,’ werpt Bandaka tegen. ‘Ik heb jullie niet afgeluisterd. Sushi heeft mij alles verteld nadat ik wakker werd. En Sushi is zelf achter Duck aangegaan om zijn overleving veilig te stellen. Hij is hier niet in de buurt.’ ‘Je liegt,’ sist Jihawk. ‘Ik ben niet zo dom als Sushi denkt. Waar zit hij!?’ ‘Niet hier!’ probeert Bandaka nogmaals. Op dat moment valt Selletje hem aan met haar mes. In een reflex pareert Bandaka Selletje’s uithaal met de rug van zijn arm. Hij beseft dat liegen geen zin meer heeft en trekt snel zijn eigen mes. ‘Nu het hier toch op aankomt kan ik jullie maar beter uit de weg ruimen.’ Jihawk schiet in de lach. ‘Zozo, jij hebt lef! Denk je dat je ons allebei aankunt?’ Selletje lacht mee. ‘Ach ja, wat maakt het uit. Als wij willen winnen, dan moet jij toch een keer dood, nietwaar? Wat aardig van je dat je zo vrijgevig bent, Bandaka. Jouw leven is voor ons!’ Bij het uitspreken van die laatste zin haalt Selletje nog een keer uit en Bandaka weert de aanval met zijn eigen mes. Vervolgens geeft hij Selletje een trap tegen haar torso, waardoor ze plat op haar rug valt. Jihawk haalt uit met zijn vuist, waarop Bandaka opnieuw verdedigend zijn arm heft. meteen daarna geeft Jihawk nog een stoot, die Bandaka recht op zijn kin raakt. Selletje komt overeind, grijpt Bandaka van achteren bij zijn armen vast en trekt hem naar achteren. Tegelijkertijd geeft Jihawk een paar flinke tikken op Bandaka’s gezicht, waarna het Bandaka even zwart wordt voor de ogen.  ‘L… Lafaards!’ schreeuwt hij boven Jihawk’s gezichtsbewerking uit. ‘Met z’n tweeën tegen een!’ ‘Dit zijn de Hongerspelen, Bandaka,’ zegt Selletje sensueel. ‘Alles kan hier. Onthoudt dat.’ Bandaka sluit zijn ogen in agonie. Hij vraagt zich af of Sushi zich aan zijn afspraak gaat houden. Angstig wacht hij af.

Wonder boven wonder klinkt er ineens een knal en een kanonschot. Bandaka doet zijn ogen weer open. Hij ziet Selletje met een kogelwond in haar hoofd op de grond liggen. Dood. Jihawk kijkt geschokt op. In de verte ziet hij datgene wat zijn eerdere vermoeden bevestigt: Sushi hielt zich verborgen voor een verrassingsaanval. ‘J… JIJ!’ Schreeuwt hij woedend. ‘Ik wist dat je dit zou gaan doen!’ Sushi grijnst. ‘Oh, wist je dat? En toch kon je het niet voorkomen. Wat jammer voor je'. ‘JIJ GAAT ERAAN!’ brult Jihawk. Sushi wil nog een keer schieten, maar Jihawk ziet dit aankomen en duikt snel opzij. Hij haalt zijn boog tevoorschijn en vuurt een pijl af op Sushi. Deze mist hem op een haar na, maar brengt hem wel uit balans. Languit valt hij op Sushi rug. Vervolgens ziet hij JiHawk dreigend op hem afrennen en vuurt hij haastig zijn laatste kogel af. Met een ontnuchterend geluid komt de kogel in Jihawk’s knie terecht, waarna hij het uitschreeuwt uit van de pijn. Vol ongeloof zakt hij op de grond. Sushi komt tevreden overeind en richt zich op Bandaka. ‘Je stelt me teleur, Bandaka. Ik dacht dat je die twee holbewoners wel in je eentje zou aankunnen.’ De manier waarop Sushi hem aankijkt vertelt Bandaka dat hij beslist niet veilig van hem is. Met zijn linkerhand veegt hij het bloed van zijn gezicht af en loopt hij naar Jihawk toe, die op de grond ligt. Ook Sushi komt erbij staan. ‘Het maakt niet uit dat je mij doorhad, Jihawk,’ zegt Sushi tartend. ‘Daar had ik namelijk al rekening mee gehouden en mijn plan op aangepast. Dat was mogelijk omdat jullie districtbewoners altijd zo makkelijk te doorgronden zijn!’ Jihawk kijkt Sushi woedend aan. ‘Ik ga je vermoorden! Ik zal Selletje wre-’ Jihawk schreeuwt het uit als Sushi lachend tegen zijn gewonde knie aanschopt. ‘Eén kleine tip: maak geen dreigementen als je weet dat je ze niet kunt uitvoeren. Wat denk je met dat gat in jouw been tegen mij te kunnen beginnen? Bluffers zoals jij zijn ver beneden mijn stand.’ Op dat moment trekt Jihawk Sushi's been onder zijn lichaam vandaan, waardoor hij alweer valt. Daarna kruipt hij over Sushi heen en bereid hij zich voor om hem te wurgen. 'Bandaka! Help!' Met enorme tegenzin schopt Bandaka Jihawk van Sushi af. Ook hij voelt zich aangevallen door Sushi's uitspraken. 'Je weet niet met wie je werkt, Bandaka,' zegt Jihawk. 'Sushi heeft jouw ouders vermoord. Vertrouw hem niet.' Bij het horen van die woorden begint het weer te flitsen voor Bandaka's ogen. 'Wat... hoe...' Sushi's gezicht wordt lijkbleek. 'Sushi heeft jouw ouders vermoord!' herhaalt Jihawk. Dat zei hijzelf toen we in die grot...' opnieuw wordt hij onderbroken door een schop tegen zijn been. Sushi geniet zichtbaar van Jihawk's pijn. ‘Het is jammer dat die ene kogel mijn laatste was. Als ik jouw hoofd had geraakt, dan had je niet hoeven lijden. Maar nu moet ik jou ouderwets doodslaan! Eigen schuld. Dan had je je maar niet moeten verzetten.’ Grijnzend heft hij de loop van het jachtgeweer boven zijn hoofd. ‘Vaarwel, Jihawk. Doe Selletje de groeten van me.’

Maar voordat Sushi de loop kan laten neerkomen voelt hij een scherpe pijn in zijn arm en laat hij met een schreeuw het geweer los. Bandaka had zijn mes door zijn arm heen gestoken. Vervolgens geeft Bandaka Sushi een harde klap op zijn voorhoofd en valt hij huiverend achterover. Voordat Sushi weer op kan staan gaat Bandaka snel op zijn ongehavende arm staan. ‘Wat doe je!?’ brengt Sushi verbeten uit, terwijl hij zijn best doet om de pijn in zijn rechterarm te negeren. ‘Wij zijn partners. We hadden een afspraak gemaakt.’ ‘Ik geloof dat ik zojuist al iets heel belangrijks te weten ben gekomen,’ antwoordt Bandaka. ‘Heeft Jihawk gelijk? Heb jij mijn ouders vermoord!?’ 'Het is niet waar!' roept Sushi haastig. 'Hij liegt! Hij probeert jou tegen mij op te zetten! Zie je dat niet!?' 'Jij bent het die liegt Sushi, dat weet je zelf ook.' 'Hou je smerige districtkop!' 'Dat zou ik zelf ook maar eens doen als ik jou was!' Bandaka kijkt Sushi lijnrecht aan. 'Ik heb het helemaal gehad met jou, weet je dat? Hoe graag ik ook wil weten wat er in mijn verleden gebeurd is, ik weiger samen te werken met zo'n doortrapt individu als jij!' De minachting in Sushi's ogen neemt extreme vormen aan. 'Je weet niet was je zegt. De Bandaka die ik vroeger leerde kennen was een man die alles voor het Kapitool zou doen. Wat is er met jouw loyaliteit gebeurd?' 'Kop dicht,' snauwt Bandaka. 'Ik weet niet langer zeker of jij de waarheid spreekt, dus vanaf nu sta ik aan mijn eigen kant.' Hij pakt Sushi bij zijn kraag. ‘Wat heb jij toch met jouw suprematie!? Wat heb jij tegen districtbewoners!? Jij komt misschien uit het Kapitool, maar wij voorzien het Kapitool op alle mogelijke manieren. Hoe durf jij zo op ons neer te kijken!?’ Jihawk kijkt verrast op. ‘Sushi… kom jij uit het Kapitool? Meen je dat nou?’ Sushi kijkt verbittert opzij. ‘Het heeft weinig zin om het nu nog te ontkennen, lijkt me.’ Jihawk’s ogen worden groot van verbazing. ‘Maar… hoe!?

‘Ik zal het uitleggen,’ antwoordt Sushi. ‘Ik ben inderdaad geboren in het Kapitool. Toen ik tien jaar was, kwam mijn dwaas van een vader op het idiote besluit om naar de District 2 te verhuizen, met de logica dat hij als een normaal mens wilde leven. Daarmee gooide hij zijn menselijkheid juist weg!’ Bandaka trekt ruw aan Sushi’s kraag. ‘Pas op met wat je zegt,’ zegt hij hatelijk. Sushi snuift. ‘Het is de waarheid. Direct vanaf het moment dat mijn gezin in District 2 aankwam barstte de hel los. We kregen te maken met represailles van barbaarse districtbewoners die ons haatten vanwege ons voormalige Kapitoolburgerschap. Waar we ook gingen of waar we ook onderdak probeerden te zoeken, we waren nergens veilig. Overal werden we opgejaagd. Mijn moeder en mijn oudere broer werden op een gruwelijke manier vermoord en ik kon niks anders doe dan toekijken. Allemaal dankzij de beslissing van mijn vader. Toen ik twaalf jaar was vermoordde ik hem en toonde ik zijn lichaam aan de peacekeepers in de hoop dat het Kapitool mij weer zou toelaten. Maar het hielp niet. Vanaf dat moment werd het mijn levensdoel om weer terug naar het Kapitool te kunnen. Op zestienjarige leeftijd besloot ik een peacekeeper te worden. Dat is waar ik jou heb ontmoet, Bandaka.’ Op dat moment merkt Bandaka dat er een nieuw deel van zijn geheugen ontgrendeld wordt: hij herinnert zich weer hoe hij in District 2 heeft getraind om peacekeeper te worden. Zijn eerdere vermoeden dat hij uit District 2 kwam bleek dus te kloppen. Maar hoe was hij dan in District 4 terecht gekomen? En had Sushi werkelijk zijn ouders vermoord? Daar zou hij later wel achter komen.

‘Ik werd in District 4 gestationeerd, en daar deed ik alles om mijn loyaliteit aan het Kapitool kenbaar te maken,’ vertelt Sushi verder. ‘Maar ook dat hielp niet. Na de laatste rebellie werd ik zonder enige reden ontslagen en teruggestuurd naar District 2. Toen besloot ik maar mee te doen aan de Hongerspelen en de kracht van het Kapitoolbloed in de arena te tonen. En dat was een goed besluit, want als voormalig Kapitool-inwoner kreeg ik van de edelachtbare President Snow persoonlijk een brief opgestuurd! Als ik de juiste mensen zou doden en Duck’s overwinning zou verzekeren, dan zou ik gereïncarneerd worden en meer rijkdom krijgen dan ik me zou kunnen voorstellen! Dat is wat ik nu al de hele tijd probeer te bereiken!' Bandaka kan zijn oren niet geloven. Hij wist dat Sushi arrogant was, maar hij had nooit gedacht dat zijn motivatie zo arrogant van aard zou zijn. Hij wil blijkbaar terug naar het Kapitool omdat hij zich te goed voelt om tussen 'districtbewoners' te leven. 'In het begin speelde ik de rol van een typische district-randdebiel om in de ogen van de kijkers niet op te vallen en daarmee te voorkomen dat ik een doelwit zou worden van de rebellen. Maar nu besef ik dat het eigenlijk niets uitmaakt. Het Kapitool staat aan mijn kant, dus ik zal zegevieren. Ik wil terug naar mijn geboortegrond en daar gaan jullie mij niet in dwarsbomen!’ Jihawk luistert met open mond. Hij weet dankzij zijn vader dat het reïncarnatie-voorstel van President Snow een leugen moet zijn. Het Kapitool gebruikt Sushi dus als een pion, net zoals Sushi Jihawk en Selletje als pionnen gebruikte. Die gedachte stelt hem tevreden. ‘Nou nou,’ reageert Bandaka losjes. ‘Als je dit allemaal geheim wilde houden, waarom vertel je het nu dan toch?’ ‘Dat zei ik net: het maakt niets uit.’ antwoordt Sushi. ‘Ik heb het recht om naar mijn geboorteplaats terug te keren, en dat zal dus ook gebeuren. Het Kapitool-publiek zal mij daarin ongetwijfeld bijstaan. Duck moet een attractie van het Kapitool worden en ik zal herrijzen in het welvarende leven dat mij rechtmatig toebehoort!

‘Niet als ik er iets over te zeggen heb,’ antwoordt Bandaka. Om een reden die hij niet begrijpt begint Sushi weer te grijnzen. 'Wat ga je nu doen? Mij vermoorden? Dat heeft geen zin, hoor je me? Zolang Duck leeft zal ik...' Banaka onderbreekt Sushi met nog een dreun in zijn gezicht. Vervolgens pakt hij de lasso van Sushi af en tilt hem hardhandig op. Even later bind hij Sushi vast aan een boom. Daarna pakt hij Jihawk's pijl en boog en loopt hij weg. 'Ik weet niet wat je van plan bent, maar het gaat je hoe dan ook niet lukken!' hoort hij Sushi achter zijn rug roepen. Hij draait zich om. ‘Dat zullen we nog wel eens zien. Ik ga jouw schema dwarsbomen. Als Duck dit niet overleeft, dan heb jij in feite gefaald. En terwijl ik Duck vermoordt wordt jij misschien wel vermoord door een hongerige leeuw of hyena die op de geur van Jihawk’s bloed afkomt. En zo niet, dan kom ik later wel terug om jou af te maken. Ik heb jou niet meer nodig. Ik ga deze Hongerspelen winnen en ik zal zelf achterhalen wat er in mijn verleden gebeurd is.’ Sushi kijkt Bandaka geschrokken aan. ‘Besef je wel wat je doet? Het Kapitool wil dat Duck wint. Als je Duck vermoordt, dan zal jij de woede van de spelmakers aan den levende lijve ervaren. Ze zullen jou een pijnlijke dood laten sterven en iedereen zal jou uitlachen!’ Bandaka zucht. ‘Misschien. Dat neem ik voor mijn rekening. Maar ik sta niet toe dat jij jouw doel bereikt. Niet na alles wat jij hebt gezegd en gedaan. Trouwens, als Duck werkelijk zo belangrijk is voor het Kapitool, waarom zouden ze hem dan de Hongerspelen insturen met het risico dat hij vermoordt wordt?’ Sushi’s gezicht verstart. Daar heeft hij niet eerder bij stilgestaan. Zou het Kapitool hem dan gewoon als een pion zien? Zou het Kaptool de hele zaak rond Duck verzonnen hebben om hem te gebruiken? Dat is toch niet mogelijk? Terwijl Bandaka wegloopt blijft Sushi, vastgebonden en peinzend over zijn lot, achter samen met Jihawk, die langzaam maar dreigend op hem af kruipt.



Laatst aangepast door T.G op za 22 aug 2015, 23:32; in totaal 12 keer bewerkt

Profiel bekijken

32 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op ma 01 dec 2014, 17:26

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Uitgeput rust Duck in de armen van Necrodeus. Hij voelde zich veilig bij de jongen. Hij had weer een vriend. Duck was blij dat hij eindelijk weer vrienden had. Eerst Noémie en Lazerstraal, en nu Necrodeus. Thuis had Duck geen vrienden. Alleen professor Sven, maar die deed soms heel gemeen. Als Duck niet goed luisterde, of als professor Sven gewoon een slechte dag had, dan deed hij Duck pijn. Een keer had Duck hem gebeten. Toen was hij meegenomen door enge mannen, en die hadden hem opgesloten in een heel klein kooitje, nog kleiner dan zijn huis bij professor Sven. Duck was blij geweest toen hij weer terug naar huis mocht. Maar nu wilde Duck niet terug naar huis. Hij vond het hier in de arena veel leuker. Hij had nieuwe vrienden gemaakt, en hij kon weer rondrennen. Net als vroeger. Duck dacht nog vaak aan vroeger, toen hij nog bij zijn familie woonde. Duck’s vader was de leider van de wolven geweest, dus Duck was heel belangrijk. Hij vond het altijd leuk om te spelen en jagen met zijn wolvenbroers, en hij miste zijn moeder. De mensen hadden haar doodgeschoten, en toen hadden ze Duck meegenomen naar professor Sven. Daar had hij sindsdien gewoond, tot hij hier naar de Arena werd gestuurd. Hopelijk mocht hij hier blijven.

“Ah, hier ben je!” Necrodeus glimlachte toen hij die vertrouwde stem hoorde. Hij draaide zijn hoofd en zag Ad Venture aan komen lopen. “Ik ben blij dat mijn boodschap op tijd is aangekomen. Maar waar heb je Hitomi en Raceneus gelaten?” “Die wilden niet meekomen. Ik ben bang dat ze inmiddels dood zijn.” Alsof het zo gepland was, klonk er op dat moment een kanonschot. Necrodeus schrok, maar Adje leek het niet eens meer op te vallen. “En wie is onze nieuwe vriend?” Duck keek op; hij had door dat er over hem gepraat werd. “Dit is Duck. Je weet wel, uit district 12. De wolvenjongen!” Ad Venture grijnsde om het enthousiasme waarmee Necrodeus die woorden uitsprak. “De perfecte bondgenoot voor jou dus, professor!” Duck keek verbaasd naar Necrodeus. “Ben jij een professor?” Necrodeus schudde zijn hoofd. “Nee, zo noemt Ad Venture mij omdat ik veel van dieren af weet.” “Ad Venture?” Adje kwam met sierlijke passen richting Duck gelopen en stak zijn hand uit. “Aangenaam!” Duck snuffelde even aan Adje’s hand, en schudde hem toen. Necrodeus keek glimlachend toe. Totdat Adje zijn sabel trok. In een vloeiende beweging stak hij de sabel in Duck’s rug, waarna deze met een huivering neerviel. Dood.

“Wa- Wat doe je nou?” Necrodeus kon niet geloven wat hij zojuist gezien had. Adje trok zijn sabel terug, en met een vies gezicht veegde hij het bloed er vanaf. “Hij was onze bondgenoot! Hij heeft nooit iemand iets misdaan! Hoe kun je hem zo harteloos vermoorden?” Ad Venture keek Necrodeus meewarig, maar ook een beetje schuldbewust aan. Het lichaam van Duck negeerde hij. “Er zijn nog maar 6 tributen over, professor. Dit zijn de Hongerspelen. Tot nu toe heb ik het spel door kunnen komen zonder moorden te plegen, maar vroeg of laat houd dat op.” Necrodeus knikte. Hij begreep wat Adje bedoelde. En hij begreep ook heel goed wat dat betekende. “En ik dan? Waarom vermoord je mij niet?” Adje keek verbaasd. “We hebben toch een afspraak? Laatste twee! Daar houd ik me aan!” Necrodeus vertrouwde het nog niet helemaal. “Hoe weet ik dat je de waarheid spreekt?” Adje rolde zijn ogen. “Niet alleen heb ik je al meerdere keren gered, maar heb je me ooit op een leugen betrapt?” Necrodeus schudde zijn hoofd. Ad Venture had gelijk. Tot nu toe had hij zich aan zijn afspraak gehouden. Necrodeus moest hem gewoon vertrouwen.

Ad Venture probeerde zijn grijns te bedwingen. Het was hem gelukt. Hij had de laatste 5 gehaald, en al zijn tegenstanders waren er van overtuigd dat hij hun bondgenoot was. Hij had de Hongerspelen praktisch al gewonnen.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 2 van 3]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum