Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen deel 14

Ga naar pagina : 1, 2, 3  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 3]

1 Toadplaza Hongerspelen deel 14 op ma 25 aug 2014, 11:51

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Dames en heren, jongens en meisjes, het is weer zover! De nieuwste editie van de Hongerspelen! Na teamspelen, All-star spelen, spelen met met intelligente mensjes en nog meer teamspelen, gaan we weer lekker back to basics met een ouderwetse, individuele Hongerspelen! En voor deze Hongerspelen verhuizen we met onze Arena naar Afrika!



De regels
De Toadplaza Hongerspelen zijn een doorschrijfverhaal, dus mensen schrijven om de beurt een verhaal. Waar het verhaal over gaat zal ondertussen wel duidelijk zijn: 24 tributen die in een arena worden gegooid om op leven en dood te vechten met elkaar, tot er één over blijft: de winnaar. In het midden van de arena staat (tot nu toe altijd) een hoorn: De hoorn des Overvloeds. Hier liggen wapens en voedsel, die de tributen kunnen pakken. Soms beginnen de tributen in een cirkel om de hoorn heen, maar andere keren staan ze compleet ergens anders in de arena, dit ligt aan het scenario die de spel-maker (ik, in dit geval) bedenkt. Als er een tribuut is vermoord, klinkt er een kanonschot door de arena. Verder kunnen de tributen de arena niet uit door een hindernis aan het einde (een krachtveld, een ravijn, etc.). Tributen kunnen onderling bondgenootschappen vormen, die uiteraard weer uiteen kunnen vallen. Als een tribuut erg geliefd is door de kijkers thuis (het wordt allemaal op televisie uitgezonden, dus er zijn overal onzichtbare camera's), kan een tribuut een sponsor gift ontvangen. Dit is vaak een medicijn, voedsel, en heel soms een wapen. Deze gifts worden verstuurd in een zilveren kokertje met een wit parachute eraan. Aan het einde van elke avond, worden de gezichten van de gedoodde tributen van die dag geprojecteerd in de lucht, zo kunnen de andere tributen zien wie nog leeft, en wie niet meer. Verder is het belangrijk om te weten wat een "Mutilant" is. Een Mutilant is een wezen gecreeërd door de spel-makers (Ja er zijn er zogenaamd meerdere, in een kantoortje onder de arena ofzo, niet belangrijk) in de arena zijn gestopt. Dit kunnen grote draken zijn, maar ook (zoals in de officiële Honger Spelen) Honden met kenmerken van vorige tributen.
Het maakt niet uit hoe lang je verhaaltje is, er is slechts één belangrijke regel: er mag maar één iemand dood in een verhaaltje.
Het feit dat ik Para ben, betekend niet dat ik over het personage met de naam "Para" moet schrijven, ik mag gewoon schrijven hoe WM Adje vermoord. 
De spel-maker zelf mag voortaan wel gewoon verhaaltjes schrijven, aangezien iedereen wel serieus om gaat met de spelen, dus de spel-maker zal het niet in zijn voordeel gebruiken, om zijn favoriet te laten winnen. (Ookal kunnen spel-makers niet veel meer dan de schrijvers, aangezien zij zelf ook sponsor gifts kunnen sturen en de arena kunnen laten veranderen enzo.)
Zodra we bij de finale zijn aangekomen (als er nog maar 2 personages over zijn gebleven, gaan alle schrijvers die de finale willen schrijven, dobbelen met dobbelsteen “de pot” degene die het hoogst gooit, schrijft de finale.

Nieuwe regels
Er is 1 belangrijke nieuwe regel deze Hongerspelen. Na 12 edities van de Hongerspelen komt dan toch de 1-dode-per-verhaal-regel te vervallen. Ik ga er vanuit dat iedereen die mee schrijft gewoon wil dat deze Hongerspelen succesvol wordt, en dat deze nieuwe regel dus niet misbruikt zal worden. Om toch het zekere voor het onzekere te nemen, gaat de 1-dode-per-verhaal-regel weer in op het moment dat er nog 12 tributen over zijn. Dit om te voorkomen dat binnen 3 verhaaltjes 9 hoofdpersonages sterven. Ik ga er vanuit dat niemand dat van plan is, maar als het wel zou gebeuren zou dat tamelijk balen zijn.

De Arena

Deze Hongerspelen speelt zich af op de Savanne. In het midden van de Arena staat een grote Baobao-boom. Deze vervangt als het ware de traditionele Hoorn. In de Baobaoboom zitten verschillende wapens verstopt, en de 24 tributen starten hun Hongerspelen rondom de boom.
Er zijn deze Hongerspelen geen specifieke gebieden zoals we in de meest recente Spelen wel vaak zagen, maar om het overzichtelijk te houden zijn er wel enkele herkenningspunten. In het Noordwesten staat een jeep, in het zuidoosten staat een soort kring van stenen pilaren, in het zuidwesten staat een grot en in het noordoosten staat een waterval, waaruit een rivier stroomt richting de grot.
Voor de verdere invulling van de Arena mogen jullie je fantasie gebruiken!
Wel een belangrijke toevoeging is de aanwezigheid van dieren. De arena is vrij groot, en naast de 24 tributen zullen er allerlei dieren rondlopen. Natuurlijk hebben we in de Hongerspelen vaker dieren gezien, maar hier gaat het echt om grote aantallen. Zebra's, Giraffen, Olifanten, Neushoorns, Antilopes, Struisvogels en zelfs Leeuwen en Hyena's leven op de Savanne.

De Wapens
De Baobao-boom is zoals gezegd een variatie op de Hoorn. Zoals bij iedere Spelen krijgen de tributen een aantal wapens tot hun beschikking. Er zullen dit keer GEEN voedselpakketten aanwezig zijn, dus om aan voedsel te komen zullen de tributen moeten jagen. De wapens:
-6 messen
-2 speren
-2 bogen
-2 pijlenkokers met ieder 8 pijlen
-1 bijl
-1 sabel
-1 jachtgeweer met 8 patronen
-1 extra set van 8 patronen
-1 lasso

De Tributen
Omdat de meningen hierover nogal verdeeld waren, zullen in deze Hongerspelen 22 nieuwe tributen het opnemen tegen 2 "All-stars". dit zijn 2 tributen die een Tweede kans krijgen om mee te spelen, nadat ze in een vorige editie onder oneerlijke omstandigheden verloren hebben. De 2 All-stars zijn:
-Lazerstraal uit Hongerspelen 4. Lazerstraal leek een capabele vechter te zijn, maar heeft de volledige Hongerspelen opgesloten doorgebracht, en weigerde in de finale, die ze door toeval haalde, te vechten omdat ze verliefd was op haar mede-finalist. Lazerstraal krijgt nu de kans om te bewijzen wat ze waard is als tribuut, en wie weet kan zij aan het einde van deze Spelen eindelijk herenigd worden met haar geliefde Fisico.
-Henk uit Hongerspelen 12. Henk was een spraakmakende figuur in Hongerspelen 12, maar vlak voor de Hongerspelen had hij een ongeluk gehad, waardoor hij tijdens de Hongerspelen in een rolstoel zat. Hierdoor heeft hij nooit een echte kans gekregen, en hij mag het nu, volledig gezond en wel, nog een keertje proberen!

De volledige tributenlijst:
District 1
JiHawk - Bondgenootschap met Selletje & Adje - Bijl
Selletje - Bondgenootschap met JiHawk & Adje - Mes

District 2
Sushi - Bondgenootschap met Bandaka & Adje - Jachtgeweer
Roosjuh - Dood door LPL

District 3
Lennard - Dood door Sushi
Tosti - Bondgenootschap met Raceneus maar denkt dat het WM is

District 4
Bandaka - Bondgenootschap met Sushi & Adje - Mes
LPL - Speer  - Dood door Cheetah

District 5
Watermeloentje - Tweelingbroer van Raceneus
Raceneus - Tweelingbroer van WM, Bondgenootschap met Tosti - Pijlenkoker & Speer

District 6
Para - Mes - Hand afgehakt door Bandaka - Dood
Hitomi - Bondgenootschap met Henk

District 7
Tuffie - Dood door Sushi
Henk (Hongerspelen 12) - Bondgenootschap met Hitomi - Boog & Mes

District 8
Lucoshi - Dood door JiHawk
Mario-99 - Dood door Bandaka

District 9
Adje (Ad Venture) - Bondgenootschap met Necrodeus, JiHawk, Selletje, Bandaka & Sushi - Sabel
Pokéfan - Dood door JiHawk

District 10
Necrodeus - Bondegenootschap met Adje 
Chris - Dood door JiHawk

District 11
T.G - Dood door Bandaka
Lazerstraal (Hongerspelen 4) - Bondgenootschap met Noémie & Duck - Pijlenkoker

District 12
Noémie - Bondgenootschap met Duck & Lazerstraal - Mes, Boog
Duck - Bondgenootschap met Noémie & Lazerstraal - Lasso

Als een goede host zal ik na ieder verhaaltje de Tributenlijst updaten met recente informatie.

MOGE DE KANSEN IMMER IN UW VOORDEEL ZIJN



Laatst aangepast door Prins Para op zo 26 okt 2014, 18:39; in totaal 6 keer bewerkt

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

2 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op di 26 aug 2014, 11:11

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
Het is weer zover. Voor de tweede keer wordt Lazerstraal een kans gegund om de hongerspelen te kunnen winnen. De vorige keer kwam ze op jammerlijke en oneerlijke wijze aan haar einde in de finale, maar wonder boven wonder had het Kapitool besloten haar weer tot leven te wekken en haar nog een kans te gunnen om voor altijd met haar grote liefde herenigd te kunnen worden. Erg logisch vind ze het eigenlijk niet. Ze had op beelden teruggezien hoe Fisico na haar dood het Kapitool vervloekte en uitriep alles te willen vernietigen. Meestal wordt iemand die zoiets zegt getrakteerd op een pijnlijke dood, maar omdat hij de winnaar was werd er blijkbaar een uitzondering voor hem gemaakt. Hoopvol kijkt ze omhoog naar de blauwe lucht op het moment dat dat lift haar naar de oppervlakte van de arena draagt. Ditmaal zou ze zeker de overwinning behalen. Voor Fisico. Om voor altijd weer met hem samen te kunnen zijn.

Het uitzicht waarmee ze begroet wordt bevalt haar ten zeerste. Ze ziet een uitgestrekt savannelandschap om haar heen, met daarin alle dieren die je je erin zou voorstellen. Lazerstraal wordt direct enthousiast. Ze houdt van dieren. Misschien zouden ze wel te temmen zijn. Dat zou enorm in haar voordeel kunnen werken. Normaliter houdt ze niet zo van vechten, dat was ook een van de redenen dat ze 8 jaar geleden weigerde ten strijde te trekken, maar nu is ze vastberadener dan ooit tevoren. Ze moet winnen. Vluchtig kijkt ze in het rond terwijl de teller vanaf 60 seconden terug begint te tellen. Voor zich ziet ze een grote baobao-boom, die ditmaal dienst doet als hoorn. Ze probeert de beschikbare wapens een beetje te onderscheiden. Ze is niet erg sterk, maar des te meer snel en bovendien een goede mikker. Daarom besluit ze al gauw dat ze een pijl en boog of een paar messen in handen moet zien te krijgen. Maar wat zie ze nu ineens liggen? Een jachtgeweer?! Perfect! Daarmee kan ze perfect jagen op dieren en bovendien haar medetributen een snelle dood laten sterven. Haar besluit staat vast. Ze zal alles geven om het jachtgeweer te pakken te krijgen. Erg veel ervaring heeft ze er niet mee, maar ze denkt snel te kunnen leren het wapen effectief te gebruiken.

Daarna kijkt ze nog eens naar haar enkele van haar medetributen. Links van haar staat Lennard op een metalen plaat. Tijdens de trainingen kwam hij nogal onopvallend over, maar hij heeft voor zijn trainingsscore wel een 7 gekregen. Ze mag hem niet onderschatten. Rechts van haar staat Necrodeus. Net als zij was hij niet bijster sterk, maar wel een expert met dieren. Met hem had ze tijdens de training een best wel interessant gesprek gevoerd over biologie. Misschien zou hij net als haar wel een poging wagen een aantal dieren te temmen. Dat maakt hem een potentiële concurrent. Schuin rechts van haar staat Bandaka, een achttienjarige tribuut met een pet op zijn hoofd en een strak gezicht. Iemand die ze absoluut niet vertrouwt. Hij heeft altijd een vreemde, stalen blik in zijn ogen en hij praat amper. Hij kan met vrijwel ieder denkbaar wapen goed overweg en lijkt bovendien nou niet bepaald iemand die zich inhoudt tegen zijn tegenstanders. Dat maakt hem een gevaarlijke tegenstander. Maar het meest verontrustende van alles was nog wel dat hij haar tijdens te trainingen een keer persoonlijk bedreigd had. Toen ze bezig was haar boogschuttersvaardigheden te oefenen kwam Bandaka ineens naast haar staan en fluisterde hij de volgende woorden in haar oor: ‘Het Kapitool wil jou dood hebben. Jouw herrijzenis had nooit mogen gebeuren. Je zal Fisico nooit meer terugzien. Dat verzeker ik je.’ Ze begreep er weinig van, maar het was zeer beangstigend om te horen. Ze kan hem maar beter vermijden. Tot slot ziet ze bijna recht tegenover haar T.G staan, haar districtgenoot. Iemand die een nogal vreemde obsessie met haar lijkt te hebben. Hij was opvallend nieuwsgierig naar haar liefdesgeschiedenis met Fisico en wilde zo’n beetje alles van haar weten. Deze eigenschap maakte hem tijdens de trainingen nogal irritant, maar verder is hij wel oké. Hij had tijdens de trainingen zelfs voorgesteld een bondgenootschap te stichten en samen zo ver mogelijk te komen. Lazerstraal ging ermee akkoord, ervan uitgaande dat dit haar ook goed zou uitkomen.

Op dat moment staat de teller op nul en klinkt het signaal dat de start van de Spelen markeert. Geen tijd te verspillen. Lazerstraal had al bedacht hoe ze het wilde aanpakken. Zo snel als ze kan rent ze naar de boom. Naast haar ziet ze Necrodeus afbuigen en Lennard aan haar zij mee rennen. Is hij ook op het jachtgeweer uit? In dat geval moet ze hem voor zien te blijven. Met alle energie in haar lichaam probeert ze haar sprint te versnellen. Ze bereikt als van de eersten de Baobao-boom en rent op het jachtgeweer af. Maar zodra ze haar hand op het geweer legt merkt ze dat zij niet de enige is die op het jachtgeweer uit is. Er wordt door twee handen aan haar getrokken en vervolgens wordt ze op de grond gegooid. Hierbij laat ze het geweer vallen. Onmiddellijk staat ze op en probeert ze het weer te pakken, maar Lennard pakt het andere uiteinde van het geweer vast. Ze beginnen er allebei aan te trekken. De fysiek sterkere Lennard dreigt continu Lazerstraal het geweer afhandig te maken, maar de snellere Lazerstraal verhindert dat door behendig om Lennard heen te draaien. Even lijkt het erop dat Lazerstraal het geweer bemachtigd heeft, maar dan wordt het ineens door LPL uit haar hand geschopt. In zijn frustratie probeert Lennard Lazerstraal nog eens aan te vallen, maar zakt in elkaar voor hij iets kan doen.

‘T.G!’ roept Lazerstraal opgelucht. ‘Ik dacht even dat ik je kwijt was!’ ‘Mij ben je nooit kwijt, Lizzy,’ reageert T.G. Hij heeft zojuist een pijl door Lennard’s been gestoken. ‘Ach, overdrijf niet zo, slijmbal,’ zegt Lazerstraal lachend terug. Eigenlijk mag ze hem wel, maar ze kan de gedachte dat Fisico op dit moment haar op TV ziet niet uit haar hoofd zetten. ‘Snel, pak het jachtgeweer! Die komt ons goed van pas!’ ‘Dat lijkt mij momenteel niet zo slim,’ zegt T.G. Hij wijst naar LPL, die het geweer inmiddels heeft opgeraapt en de loop op T.G’s hoofd richt. ‘Duiken!’ gilt Lazerstraal angstig. Maar voordat LPL kan vuren wordt de loop weer vastgegrepen door Sushi en probeert hij het geweer af te pakken. Bij deze strubbeling wordt per ongeluk de trekker overgehaald, waardoor er een harde knal klinkt en een wegstrompelende Lennard in zijn achterhoofd geraakt wordt. Een kanonschot volgt binnen enkele seconden. ‘Zie je wat ik bedoel?’ zegt T.G met zijn vertrouwde glimlach. 'Iedereen is op dat jachtgeweer uit. Je kunt beter je zinnen op iets anders zetten. Mij, bijvoorbeeld.’ ‘Nee T.G, even serieus! Dat ding kan ons helpen!’ ‘Niet als het ons een doelwit van andere tributen maakt. Pak aan, hier heb je meer aan.’ Hij geeft zijn pijlenkoker aan Lazerstraal. ‘Heb je ook een boog te pakken gekregen?’ vraagt Lazerstraal. ‘Die had ik wel, maar ik vrees dat Henk die van mij heeft afgepakt. Rottig ventje is dat.’ Lazerstraal zucht. ‘Dan kunnen we nu maar beter zorgen dat we er eentje in handen krijgen.’

Terwijl enkele vechtende tributen de hoorn al verlaten rennen Lazerstraal en T.G nog even rond om te kijken of er nog een boog te bemachtigen valt, terwijl ze elkaars ruggen dekken. Bij de ingang van de baobao-boom ziet Lazerstraal er ineens een liggen. Zelfvoldaan loopt ze erop af. ‘Rennen!’ roept T.G plotseling. Lazerstraal kijkt verschrikt op, en kijkt met grote ogen toe hoe de speer recht op haar af sjeest. Een stemmetje in haar hoofd beveelt haar om weg te rennen, maar het lukt haar niet. Ze is versteend van verrassing. Dan duwt T.G haar op de grond. Vol afschuw ziet Lazerstraal hoe de speer zich door zijn torso boort. ‘T.G!’ gilt ze. ‘Waarom doe je dit nu al?! We zijn nog maar net…’ ‘Mijn leven doet er niet toe, Lizzy. Zolang jij nog leeft… heb ik niets te verliezen.’ Dan stort T.G ter aarde. Een kanonschot volgt na enkele seconden. ‘T.G! NEE!’ de Hongerspelen zijn nog maar net begonnen, en nu is ze al haar districtgenoot verloren. Dat betekent voor haar nu al een kans minder om dit jaar als winnaar uit de bus te komen. Als ze vervolgens opkijkt, staart ze recht in de ogen van Bandaka, die de speer op haar afgegooid had. Zijn felle, intensieve blik intimideert Lazerstraal van top tot teen. Er is duidelijk iets niet in orde met hem. ‘Jij…’ brengt hij zwaar ademend uit. ‘JOU MOET IK HEBBEN!’ Voordat Lazerstraal er erg in heeft trekt Bandaka zijn speer uit T.G’s lijk en richt deze op haar. Met een luide schreeuw haalt hij uit naar haar hoofd en weet haar contributie aan haar tweede Hongerspelen bijna vroegtijdig te beëindigen, totdat hij ineens ruw op de grond wordt gebeukt. ‘Maak dat je hier wegkomt!’ hoort Lazerstraal een andere stem zeggen. Ze kijkt op en ziet Para staan. Met een verbaasde blik kijkt ze hem aan. Waarom doet hij dit nou? ‘Wat… wat heeft dit te betekenen?’ vraagt Lazerstraal. ‘Waarom doe je eigenlijk…’ ‘Ik heb nu geen tijd om een uitleg te doen,’ reageert Para. Op dat moment komt Bandaka overeind en probeert Lazerstraal nog een keer neer te halen, waarna Para hem opnieuw neerslaat. ‘Breng jezelf in veiligheid! Jij moet zover mogelijk zien te komen! Denk eraan dat Hitomi te vertrouwen is! Ren voor je leven!’ deze keer luistert Lazerstraal wel naar hem. Zo snel als ze kan rent ze bij de baobao-boom vandaan. Als ze nog een keer omdraait ziet ze hoe Para met twee messen het gevecht aangaat met Bandaka.

Half huilend komt Lazerstraal bij een rivier aan, waar ze zich op haar knieën laat zakken. Ze kan niet bevatten wat er zojuist gebeurd is. Aanvankelijk richtte ze al haar aandacht op het jachtgeweer, wat ondanks alle moeite toch vergeefs was, waarna T.G haar voorzag van een pijlenkoker. Kort daarna werd T.G vermoord door Bandaka, die om volstrekt onbekende redenen gevaarlijke obsessie lijkt te hebben met het beëindigen van haar leven, waarna ze gered werd door Para, die ze tijdens de trainingen nauwelijks had leren kennen. Ze herinnert zich dat Para het ook had over dat Hitomi, zijn districtgenoot, te vertrouwen zou zijn. Wat zouden Para en Hitomi dan toch met haar hebben? Momenteel zijn geen van beiden in zicht, dus ze weet niet wat ze ervan moet denken. Dan beseft ze ineens dat ze de boog die ze had gezien bij de baobao-boom was vergeten mee te nemen, waardoor ze nu dus effectief zonder wapen zit. Alles was tot nu toe in de soep gelopen. Ze bedenkt zich dat, als ze Fisico weer terug wil zien, er een uitzonderlijk zware Hongerspelen voor haar in het verschiet ligt.



Laatst aangepast door T.G op wo 08 jul 2015, 18:45; in totaal 4 keer bewerkt

Profiel bekijken

3 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op di 26 aug 2014, 14:13

Adje Vanilla

avatar
Administrator
Administrator
Na de spannende afloop van de twaalfde editie van de Hongerspelen ging het Kapitool uit zijn dak. De Hongerspelen waren zelden zo spannend geweest. Het was al sinds de negende editie van de Hongerspelen dat de spelmakers er niet in slaagden om een nieuwe, succesvolle Hongerspelen te starten. De vele rebellen die het opnamen tegen het Kapitool bleven maar een poging tot verzet doen tegen het vreselijke spel waarin vierentwintig jonge tributen het tegen elkaar opnemen in een arena, op leven en dood. Na de mislukte elfde editie had President Snow er wel genoeg van. Hij had besloten om zelf in actie te springen en er een einde aan te maken. Een einde aan de niet ophoudende rebellie. Dat lukte, gelukkig voor hem. Als straf besloot Snow om niet nog een jaar te wachten op de nieuwe editie, maar deze meteen te laten plaatsvinden na de twaalfde editie. Het Kapitool zat al tijden te wachten op een Spelen die wél weer een succes zouden worden, en nu men daar in geslaagd was kon men daar het best zo snel mogelijk op inspelen.

Het was avond. Noémie zat in haar eentje aan de bar. De bar was tijdens de training een plaats van ontmoeting, maar ook waar je gewoon rustig in je eentje kon zijn tegelijkertijd. Het was vreemd hoe het voelde, maar het was zeg maar een grote ruimte waar je eigenlijk niks te kort kwam. Dat was een van de weinige privéleges van deelnemen aan de Hongerspelen: vooraf had je altijd een overschot aan luxe. Maar daarna word je tegen je wil in een arena ingestuurd, onzeker over de evolutie van je lot. Noémie was niet het sociale type. Ze bracht haar tijd liever in haar eentje door. Die tijd gebruikte ze om na te denken. Over familie en het minimale aantal vrienden die ze had. Ze kwam uit District 12, dat bekend stond voor de mijnbouw en onderzoek naar eerdere historische gebeurtenissen. District 12 bestond hoofdzakelijk uit enerzijds de mijnwerkers, en anderzijds geleerden die onderzoek doen naar geschiedkundige gebeurtenissen. Het twaalfde district was vaak het district dat het meest tegen het Kapitool was en dat ook duidelijk liet merken. Daarom werden ze door het Kapitool behandeld als een goedkoop stuk vuil. Terwijl districten als het eerste en het tweede district redelijk welvarend leefden en niet zo heel veel tekort kwamen, was er in district 12 altijd de vraag of er überhaupt genoeg brood op de plank zou komen voor een gezin bestaande uit moeder, vader en kind. Daarom waren haar ouders verplicht om iedere dag maximaal te benutten en ontzettend veel te werken. Hierdoor kreeg Noémie vrij weinig aandacht thuis. Als er wat gebeurd was op school hield ze dat maar voor zichzelf. Haar moeder of vader zouden toch geen tijd hebben er voor, en ze wist ook wel hoe lastig ze het hadden. Ze wilde hun leven niet nog moeilijker maken dan het al is. Ze wist dat ze in haar eentje niet ver zou komen. Dat gaf ze niet graag toe, maar ze was niet idealistisch, eerder realistisch. Ze was niet bijzonder getalenteerd of gespierd, maar ze was wel slim en lenig. Of dit zou volstaan was maar de vraag. Gedurende de training heeft ze haar tijd besteed aan leren overleven, camouflage, plantenkunde en het zetten van vallen. Ze was behoorlijk goed met het werpen van messen en deze gebruiken om bepaalde dingen te maken uit hout. Wapens die eerder technisch waren, zoals bogen en messen, kon ze wel hanteren. Zolang ze maar niet een directe confrontatie aan zou gaan met iemand die een slagwapen heeft, zou ze wel een eindje kunnen overleven. Hopelijk. Langzaam nam ze een slok van haar ijskoude cola die ze had gevraagd aan de barman. Er waren een aantal mannelijke tributen die een praatje met elkaar aan het slaan waren. Ze zag de twee tweelingbroers uit District 5 praten met Necrodeus en Chris. Ze waren haast identiek. Zelfs hun stem kwam zo goed als hetzelfde over. Toch leken ze niet de beste vrienden te zijn. Maar ach, broederliefde. Niets vreemds aan. Daarbij zou er maar een van hen naar huis mogen gaan. Ze vroeg zich af hoe dat moest voelen. Zelf had ze enkel een klein broertje van vier jaar, maar die zou haar nu niet gaan missen. Waarschijnlijk zou hij, als ze stierf, niet eens herinneren dat hij ooit een zus heeft gehad.

Toen kwam haar districtgenoot Duck de bar ingewandeld. Hij kwam naast haar zitten, en dat beviel haar niet zo erg. Duck was vreemd. Hij wordt al jaren geobserveerd door een deskundige wegens zijn dierlijke gedrag. Als ze de verhalen mag geloven, is Duck opgegroeid tussen de wolven op zeer jonge leeftijd. Om die reden is zijn gedrag nogal vreemd. Het Kapitool had hem eerder opgeëist om hem ergens in een kooi te stoppen zodat iedereen hem kon zien, maar de professor die het onderzoek deed wist Snow te overtuigen dat dit in z'n huidige toestand niet zo'n slim idee was. Wel heel toevallig dat hij nu moet deelnemen aan de Spelen. Zou het toeval zijn? Noémie herinnert zich nog dat ze samen met haar moeder en vader op kerstavond voor de televisie zat en dat er een reportage over Duck werd gehouden.
"We doen ons best om de jongen op te voeden zodat hij een normaal leven kan leiden." De stem van professor Sven Window klinkt nog steeds door haar hoofd. Maar ze wist beter. Iedereen die in District 12 woonde, wist beter. In werkelijkheid onderging Duck nu al het lot dat hij zou dragen in handen van het Kapitool: opgesloten in een kooi, niet menselijk behandeld, maar als een wolf. Het enige wat ze hem hadden geleerd, was een basis van de Nederlandse taal. Ze had hem al eerder horen spreken, maar het was behoorlijk simplistisch en je zag dat hij er moeite mee had. Hij kan ook op twee voeten wandelen, maar af en toe heeft hij nog de neiging om op handen en voeten te wandelen. Zijn lichaam is zo ontwikkeld dat dat hem best wel goed af gaat. Professor Sven gebruikte Duck enkel voor één reden: geld. Hij ging met Duck van district tot district en werd overal goed betaald voor zijn bezoek. Duck was een goudmijn, en ze vermoedde dat Snow uit was op deze goudmijn. Alhoewel het verhaal van Duck zielig is en er niemand echt in staat is om er wat aan te doen, is er vrij weinig bekend over zijn verleden. Ook is iedereen bang van Duck. Nou ja, niet iedereen. Een aantal tributen denken dat het slechts een act is die Duck opvoert, maar dat gelooft ze niet. Ze moest toegeven dat ze eigenlijk zelf wat bang was voor hem. Plotseling schrok ze. Duck sprak haar aan.
"Ik Duck. Wie jij?"
Noémie wist niet hoe ze deze discussie zou moeten aanpakken, maar het leek niet alsof Duck vijandelijk tegen haar deed. Ze moest kalm zien te blijven.
"Ik ben... Noémie." zei ze. Ze wist niet of ze beter zelf ook simplistisch zou praten, maar dat leek haar momenteel niet nodig. Ze kon eventueel achteraf nog verduidelijken.
"Hoi, Noémie." zei hij met een lach op zijn gezicht. Het leek net alsof hij zich niet realiseerde wat er aan de hand was. Misschien was dit voor hem wel echt een spel.
"Duck wil cola. Duck dorst." zei hij tegen de barman. De barman had moeite om zijn lach in te houden, maar toen hij Duck zijn blik zag toen hij haast in lachen uitbarstte gedroeg hij zich maar serieus.
"Dank u." zei Duck beleefd. Gulzig nam hij een slok van de ijskoude cola die voor hem stond.
"Cola is goed. Barman goed. Barman vriend." Hij glimlachte.
"Dus, hoe gaat het, Duck?" vroeg Noémie in een poging om de barman de kans te geven om te vertrekken.
"Duck heeft cola. Cola goed. Duck goed zijn. En jij?"
"Het gaat wel goed." bevestigde ze.
"Mooi. Duck cola, jij cola. Ik goed, jij goed. Noémie vriend."
Het was moeilijk om een logica te zien in hoe Duck redeneert hoe iemand goed is, maar het leek haar het slimst om Duck te vriend te houden. Niet alleen wist ze dat hij misschien wel gevaarlijk kon zijn, hij had ook een formidabele score gehaald van 10.
"Jij vriend zijn. Duck Noémie helpen. Noémie vriend. Duck moet vriend helpen."
Als ze het goed begrepen had, wilde Duck een bondgenootschap vormen met haar. Dat zag ze niet zitten, maar ze wilde hem niet boos maken. Als ze nu zou zeggen dat ze dat niet wilde, zou hij misschien wel boos worden. Ze kon zich later wel verlossen van Duck.
"Is goed." zei ze met een glimlach. "We werken samen."

Noémie lag in bed. Ze kon de slaap niet vatten. Ze keek door het grote raam dat ze op haar kamer had. Er was nog tal van licht buiten van allerlei Kapitoolhuizen. Helemaal anders dan hetgene in District 12. Daar was het altijd volledig donker 's nachts. Door het weinige licht kon je altijd genieten van een prachtige sterrenhemel. Ze had er een gewoonte van gemaakt om iedere nacht te kijken naar de vele sterren die de lucht versierden. Het gaf haar altijd een gevoel van rust. Misschien kon ze daarom de slaap niet vatten: geen sterren te bekennen hier. Wat er haar te wachten stond morgen was een andere reden dat ze de slaap niet kon vatten. Maar het had geen zin om daarover al te zitten denken. Een goede nachtrust hebben is nu heel belangrijk. Ze probeerde nogmaals om naar het land der dromen te vertrekken.

In een gepaste outfit en met een klein rugzakje op haar rug kwam Noémie de lift uit. Aan haar linkerkant zag ze Duck, die zich aan het voorbereiden was op de spurt naar de gigantische boom die nu dienst deed als Hoorn. Ze kwam al gauw tot de conclusie dat de Arena een savanne was. Er leek niet meteen een ander soort gebied te zijn. Uit die conclusie vertrekkend had ze het vermoeden dat er een gelijkaardige structuur zou zijn zoals in HS8, dat hoofdzakelijk uit water bestond. Misschien zou er dus wat te vinden zijn in de hoeken van de Arena. In de Hoorn zelf was er niet veel soeps. Ze zag een aantal messen liggen, twee bogen, een tweetal pijlenkokers... tot zover de spullen die haar interesse wekten. Ze wilde in ieder geval een mes, eventueel een boog en misschien wel de lasso. Ze had het niet zo voor het jachtgeweer. Daarbij zou iedereen voor zo'n fantastisch wapen gaan. Ze wilde niet sterven aan de Hoorn. Alhoewel ze zichzelf niet echt als een bondgenoot van Duck zag, maakte ze toch duidelijk dat ze niet naar een slagwapen zocht.
"Duck, niet gaan voor het geweer of de zwaarden." zei ze.
"Is goed." bevestigde hij. "Zwaard slecht, geweer slecht, Noémie goed."
"Ja, precies." zei ze.
Toen er nog tien seconden over waren, nam ze Duck's voorbeeld aan en bereidde ze zich voor om naar de Hoorn te rennen. Drie, twee, een. De veertiende editie is officieel gestart. Alsof er vleesetende hyena's achter haar aan zaten liep ze naar de Hoorn. Duck was er als eerste en nam de lasso vast tussen zijn tanden. Als ze nu nog een mes en een boog met pijlen kon bemachtigen, zou dat enorm in hun voordeel werken. Ondertussen was Noémie er ook, maar ze was niet de enige. Er waren een zestal messen, en ze bleken populair. Toch moest ze er eentje hebben. Dat lukte haar: nu nog een boog en dan was haar boodschappenlijstje wel afgerond. Op het moment dat ze de boog vast nam, bleek Raceneus eveneens aan de boog te trekken. Toen het kanonschot klonk dat Lennard's dood bevestigde, schrok hij en liet hij los. Noémie grijnst. Maar Raceneus zet het uiteindelijk op een lopen met een pijlenkoker, met een gemene grijns op zijn gezicht. Daar had ze niet aan gedacht. De andere pijlenkoker was spoorloos verdwenen. "Wegwezen, Duck." zei ze gehaast. "Waar naartoe?" vroeg hij.
"Zuidoosten." zei ze. Verward keek Duck haar aan, maar hij volgde haar maar gewoon. Ze wist vast wel wat ze deed.

"Zo, dat hebben we er toch nog wel goed van af gebracht, hè Duck!" probeerde ze de sfeer goed te houden. Ze waren aan gekomen aan een vrij smalle rivier die een eindje doorloopt. "Ja, was goed." zei hij. "Maar geen pijlen. Niet goed."
"Ach, ik kan wel wat pijlen maken als ik hier ooit een boom vind." zei Noémie. "Daarbij, hout genoeg bij de Hoorn. Als alles wat rustiger is kunnen we eventueel terugkeren en de resterende spullen verzamelen, als die er zijn." Maar toen merkte het duo een meisje op dat aan de rivier zat, met een pijlenkoker op haar rug. "Kijk, daar pijlen zijn." zei Duck.


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

4 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op di 26 aug 2014, 23:10

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Toen hij de Arena zag, was Necrodeus heel eventjes in de zevende hemel. Hij keek uit over een gigantische Savanne, en overal waar hij keek, zag hij dieren. Zebra’s, Struisvogels, verschillende soorten Antilopen en Gazelles en hij dacht zelfs in de verte enkele Giraffen te spotten. Maar toen het aftellen begon, viel hij al snel weer van de Zevende Hemel waar hij zich voelde naar de hel waarin hij daadwerkelijk beland was. De Hongerspelen. Necrodeus was zó dichtbij geweest. Toen hij voor de laatste Hongerspelen weer niet gekozen werd, was hij opgelucht geweest. Hij was inmiddels achttien. Bij de volgende Hongerspelen zou hij negentien zijn, en dan kon hij niet meer gekozen worden. Maar het Kapitool had andere plannen. Om de districten te straffen voor de rellen die ervoor zorgden dat 2 Hongerspelen vroegtijdig moesten stoppen, werd besloten om direct na de finale van de 12e Hongerspelen een nieuwe Hongerspelen te starten. En omdat Caesar Flickerman na de finale gezegd had dat het jaar daarop de 13e Hongerspelen zouden plaatsvinden, werd deze editie spottend aangeduid als Hongerspelen 14. En Necrodeus was gekozen. Hij was geen sterke vechter. Hij was geen gladde prater. Necrodeus was een rustige jongen die zich voornamelijk bezighield met de natuur. Hij was dol op dieren, en dat zorgde ervoor dat hij tijdens de Trainingen een band kreeg met Lazerstraal. Lazerstraal. Nog zo’n zieke twist van de Spelmakers. Lazerstraal en Henk, twee Tributen die in eerdere Hongerspelen waren gestorven, werden opnieuw de Arena ingestuurd. Zogenaamd om ze een tweede kans te geven. Maar Necrodeus wist wel beter. De reden dat Lazerstraal een tweede kans kreeg, was omdat de Spelmakers hoopten dat Fisico, een voormalige winnaar van de Hongerspelen en een van de grote namen binnen de rebellen, zijn grote liefde opnieuw zou moeten zien sterven. Waarom Henk teruggekeerd was? Waarschijnlijk voor het nodige entertainment.
 
Nadat het startsein had geklonken, liep Necrodeus direct weg van de Baobao-boom, een gigantische, majestueuze boom die in deze Hongerspelen functioneerde als de Hoorn. Hij liep niet weg omdat hij bang was (al was hij dat uiteraard wel), maar omdat hij dat zo had afgesproken. Zijn districtgenoot, Chris, en hijzelf hadden afgesproken om samen te werken. Chris was een jaar jonger dan Necrodeus, en een van de populairdere jongens uit hun district. Chris was knap, gespierd en erg atletisch. Daarom zou Chris het gevecht bij de “Hoorn” aangaan, terwijl Necrodeus van een afstandje zou toekijken. En wachten. En dat wachten duurde lang. Hij hoorde kanonschot na kanonschot, en werd steeds banger dat Chris het misschien niet gehaald had. Necrodeus haalde dan ook opgelucht adem toen Chris uitgeput naar hem kwam gelopen. “Waar bleef je?” Chris keek chagrijnig. “Wat denk je? Blijkbaar was ik niet de enige die op zoek was naar wapens.” Necrodeus werd een beetje rood. “Sorry. Maar heb je wel een wapen weten te bemachtigen?” Chris schudde zijn hoofd. “Ik had bijna een bijl te pakken, maar die JiHawk van district 1 was me voor. En vervolgens begon die malloot van een Sushi met een jachtgeweer in het rond te zwaaien, dus toen ben ik er maar vandoor gegaan.” Necrodeus knikte begrijpend. “Wie zijn er allemaal gestorven?” “Ik heb niet iedereen gezien, maar ik weet dat in ieder geval Lennard en Pokéfan het niet gehaald hebben. Lennard werd neergeknald door Sushi, en hoewel ik Pokéfan niet heb zien sterven lijkt het erop dat JiHawk hem te pakken heeft gekregen. Ik zweer het je, die JiHawk is gevaarlijk. Ik hoop oprecht dat ik de kans krijg hem te doden.” “Dat hoorde ik!”
 
Geschrokken draaide Necrodeus en Chris zich om. Daar stonden JiHawk en Selletje. JiHawk grijnsde, met de bijl in zijn handen; Selletje likte sensueel aan het mes dat ze vast had. “Kijk eens aan, twee schattige, onbewapende tributen! Zijn jullie bang? Volgens mij zijn ze bang, JiHawk!” JiHawk lachtte. “Natuurlijk zijn ze bang! De Hongerspelen is toch geen plek voor keurige jongens als zij? Weet je wat jongens, we zullen jullie helpen! We kunnen jullie zo weg uit de Arena krijgen als jullie dat willen!” Necrodeus geloofde zijn oren niet. Zou JiHawk dat menen? Konden ze hem hier echt weg krijgen? “Meen je dat echt?” JiHawk grijnsde. “Natuurlijk! Weg uit de Arena, rechtstreeks het graf in!” Chris balde zijn vuisten en sprong op JiHawk af. Necrodeus verwachtte een enorm gevecht, zoals hij dat vaker gezien had. Maar in plaats daarvan sloeg JiHawk zonder enige moeite Chris’ hofd van zijn romp. Een kanonschot klonk. Necrodeus stond verbijsterd. Zo snel kon het dus gaan! Chris, de sportheld, de knappe jongen waar alle meiden in zijn district gek op waren, was met 1 welgemikte klap dood. “Zo” zei JiHawk, zonder de hoofdloze Chris nog een blik waardig te keuren. “En nu jij!” Selletje sprong gretig op en neer. “O! O! Mag ik?” JiHawk grijnsde. “Maar natuurlijk!” Selletje lachte, een hoge, kakelende lach die Necrodeus door merg en been ging, en ze liep naar Necrodeus, terwijl ze haar tong langs haar lippen bewoog. Necrodeus deed zijn ogen dicht. Dit was het dan. Het einde van zijn Hongerspelen. Hij wachtte op de messteek, maar die bleef uit. In plaats daarvan hoorde hij een stem: “Blijf staan waar je staat, chikita!”, gevolgd door JiHawk, die kreunend mompelde “O nee, niet díe malloot!”  Necrodeus opende zijn ogen, en zag een derde tribuut zijn kant op komen. Het was een jongen met lange, blonde haren, met een bandana om zijn hoofd en een sabel in zijn hand. Necrodeus herinnerde zich hem nog vaag van de Trainingen. Als hij het zich goed herinnerde, heette deze jongen Adje. “Wat wil je?” vroeg Selletje geïrriteerd. Adje keek Selletje smeuïg aan. “Ik wil jouw, schatje!” Selletje rilde, en JiHawk keek geïrriteerd. “Donder op, Adje!” Adje’s gezicht vertrok. “Laat die jongen met rust, of ik rijg je aan mijn Sabel!” Selletje snoof spottend, maar liet haar mes toch dalen. “Kom JiHawk! Ik heb geen zin om nog langer in de aanwezigheid van dat stuk ongedierte door te brengen.” JiHawk haalde zijn schouders op, en de twee liepen weg. Necrodeus stond al die tijd verbaasd toe te kijken. Waarom had Adje dit gedaan? Hij besloot het te vragen. “Waarom heb je mij gered?” Adje, die tot dat moment nog achter Selletje aan staarde, keek naar Necrodeus. Hij lachte. “Jij en ik, de laatste twee. Dat klinkt als een goed plan, toch?” Necrodeus moest toegeven dat dat wel als een goed plan klonk. Adje staarde over Necrodeus’ schouder. “Zeg, wat denk jij? Zouden we die herten kunnen eten?” Necrodeus keek om, en zei toen geïrriteerd: “Dat zijn geen herten, het zijn antilopen! Hippotragus niger, ook wel Zwarte Paardantilope of Sabelantilope genoemd.” Adje wuifde Necrodeus’ opmerking weg. “Jaja, héél boeiend Professor. Maar kunnen we ze eten?” Necrodeus keek geërgerd. “Ze behoren tot de zeldzaamste antilopesoorten ter wereld!” Adje keek blij. “Dus dat betekend dat er veel op ze gejaagd is, en dát betekend dat we ze kunnen eten! Let’s go, professor!” Adje wilde richting de Sabelantilopen rennen, maar Necrodeus hield hem tegen. “Er wordt op ze gejaagd vanwege hun hoorns, niet vanwege hun vlees. Ik ben trouwens Necrodeus. En jij bent Adje, toch?” Adje lachte. “Zo heeft min moeder me ooit genoemd, ja. Maar iedereen noemt me Ad Venture, omdat ik dol ben op avontuur!” Necrodeus keek verbaasd. Hij had werkelijk niemand Adje Ad Venture horen noemen tijdens de trainingen. “Wie noemen jou zo?” “Nou, ik. En jij hopelijk. En binnenkort de hele wereld!” Vervolgens rende “Ad Venture” weg. Necrodeus schrok. “Wacht, waar ga je naartoe?” Adje draaide zich grijnzend om. “De concurrentie wat verkleinen! De mensen hier gaan niet vanzelf dood weet je. En onthoud het, de laatste twee!” Necrodeus knikte, en Adje stak goedkeurend zijn duim op. Daarna was hij verdwenen.
 
“Hawkie, waarom stop je nu?” “Ik dacht dat ik iets hoorde! Volgens mij komt er iemand deze kant op! Snel, kleed je aan!”
JiHawk keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. “Is daar iemand?” Op dat moment kwam Adje grijnzend achter een boom vandaan. “Kijk eens aan! Lekker lichaam, Selletje!” JiHawk zuchtte. “Wat moet je, Venture?” “Ik heb een voorstel.” zei Adje grijnzend. “Wij drieën, de laatste drie! Dat klinkt als een goed plan, toch?”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

5 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op wo 27 aug 2014, 11:54

Adje Vanilla

avatar
Administrator
Administrator
"Nou, veel succes morgen, broertje!" grijnst Raceneus. Samen met zijn broer WM zit hij nog tot in de late uurtjes aan de bar van het Kapitool. Zijn jongere broertje WM had een cola besteld, hij had zichzelf te goed gedaan aan een goed gevuld glas bier. "Moet je ook eens proberen." zei Raceneus. "Wil je ook een slokje? Oh wacht, dat lust je niet. Blijf dan maar bij je miserabele cola." zei hij spottend.
"Raceneus, kappen alsjeblieft." zei hij dreigend. "We zijn broers. Je hoeft niet tegen iedereen zo rottig te doen."
"Aww, arm jochie." zei Raceneus sarcastisch. "Je snapt het niet."
"We zijn een identieke tweeling, en we zijn even oud." beet WM hem toe. "Noem me geen jochie."
"Hmm, misschien. Maar ik ben toch knapper dan jij." grijnst Raceneus. "Maar je blijkt je nog niet te realiseren dat dit een individuele Spelen is. Er gaat maar één iemand naar huis. En dat ben ik."
"Misschien wel. Maar dat is nog geen reden om de laatste dagen die je met je broer doorbrengt zo te verpesten."
"Misschien heb je gelijk." zei Raceneus snel. "Misschien wel, ja." Hij dronk het laatste beetje bier dat in zijn glas zat in een slok op. "Het spijt me, broer. Nou, in ieder geval veel succes, en moge de beste winnen, hmm?" Met dat gezegd te hebben ging Raceneus naar zijn kamer, om zijn roes uit te slapen. Raceneus had hem dan wel succes gewenst, WM wist dat zijn woorden meningloos waren. Maar hij is z'n tweelingbroer. Hij zou hem toch wel normaal behandelen tijdens zijn laatste dagen, toch? Ze zijn trouwens nog steeds familie...
Samen met zijn broer woont WM in het grote District 5, dat er bekend om staat om heel wat energie op te wekken. Maar alle energie is rechtstreeks in bezit van het Kapitool, daarom zijn dagen zonder elektriciteit niet vreemd. Gelukkig is District 5 er niet zo erg aan toe als de Districten van 6 tot 12. Ze leven nog steeds behoorlijk fijn en komen niet al te veel te kort. Toch kunnen ze niet van dezelfde privéleges genieten zoals de tributen van bijvoorbeeld District 1. Hun vader behoort tot een van de weinige mensen van hun District die men als 'rijk' kan bestempelen. De tweelingbroers komen zelden wat tekort. Ze leven niet in een ontzettend chique huis of hebben zeer dure spullen, maar ze hebben in tegenstelling tot de meesten nooit een gebrek aan voedsel en drank. Ondanks dat alles is WM niet gelukkig. Hij vindt het idee dat hij een tweelingbroer heeft geweldig, maar Raceneus denkt er anders over. Niet alleen dat, ook is zijn moeder gestorven toen hij 8 was. Daar is hij nog steeds niet helemaal overheen. Hij krijgt behoorlijk weinig aandacht thuis: zijn vader is continu in de weer en heeft zelden tijd voor hem. Zijn tweelingbroer Raceneus besteedt zijn tijd liever aan andere zaken. Hij haat het idee dat hij een tweelingbroer heeft, en dat weet WM heus wel. Dat verbergt hij ook niet. Hij herinnert zich Raceneus als een fijne broer, iemand waar hij alles kon tegen vertellen. Maar rond zijn achtste verjaardag veranderde dat volledig. Raceneus gaf hem waarschijnlijk de schuld van de dood van hun moeder. Maar hij wist het niet zeker, hij durfde het hem nooit te vragen. Maar goed, Raceneus is en blijft zijn broer. Hij mag dan wel onaangenaam zijn van tijd tot tijd, maar hij kan hem vertrouwen. Hij besluit zelf ook maar naar bed te gaan. Hij wil in topvorm zijn om morgenochtend naar de Hoorn te rennen. Hij had afgesproken om samen met Tosti uit District 3 samen te werken deze Spelen, een getalenteerde jongeman die eigenlijk vrij weinig tekortkomingen heeft. Hij is een getrainde tribuut net zoals alle andere tributen uit de eerste drie Districten, maar hij is niet zo'n arrogant type als zowat alle andere. Integendeel, hij is best wel aardig. Ze hadden afgesproken dat er één iemand richting de Hoorn zou gaan om de spullen te nemen. Tosti zou proberen een speer te regelen als deze in de arena aanwezig zijn. Of gewoon een wapen, zolang Tosti een wapen had kon hij z'n mannetje staan. WM zelf zou wachten ten noordoosten van de Hoorn, op een afstandje, tot Tosti komt en ze samen verder naar het noordoosten gaan.

De lift brengt de vierentwintig tributen de Arena in. Aan zijn rechterkant ziet WM Raceneus staan, die hem nogmaals op sarcastische wijze succes wenst. Misschien niet gemeend, maar dat kon hem vrij weinig schelen. Het deed hem geen plezier dat hij misschien ooit zijn broer zou moeten doden of dat iemand anders dat zou doen, maar hij had geen keus. Het startschot klonk, en met hoge snelheid loopt WM op de Hoorn af. Zowat iedereen lijkt geïnteresseerd in de messen en bogen, dus dat komt goed uit voor hem. Hij komt als een van de eersten aan, en maakt van de gelegenheid gebruik om een speer te nemen. Maar toen kwam Raceneus tegen hem aanlopen, waardoor hij zijn balans verloor en op de grond viel. Raceneus nam zijn speer en zette het op een lopen. "Bedankt, broertje!" riep hij van op een afstand. WM kon hem wel wurgen. Hij moest nu zien om iets anders te bemachtigen. Een speer zit er niet meer in, iemand anders heeft blijkbaar al een speer bemachtigd en die is vast niet van plan om deze zomaar af te geven. Hij neemt nog gauw een mes mee en rent dan richting het noordoosten, waar hij met Tosti afgesproken had. Na een eindje lopen komt hij tot de conclusie dat Tosti er niet is. Hij blijft nog even doorwandelen, maar geen spoor van Tosti te bekennen. Zou hij zich niet aan de afspraak gehouden hebben?

"Mooi, je hebt een speer voor me, WM! Goed gedaan!"
"Ja, het kostte me wel wat werk om het te regelen. Maar ik heb mijn best gedaan."
"Ik was zelfs eerst even vergeten waar het was. Gelukkig dat ik je 's avonds nog tegen het lijf liep onderweg naar je kamer. Ik dacht even 'noordoosten', maar je bedoelde dus 'noordwesten', hmm?"
"Ach, trek het je niet aan." zei Raceneus nonchalant. "Vergissen is menselijk. We zijn hier nu. Hier, je speer. Laat ons dan maar nu verder in noordwestelijke richting gaan, ok?"
"Klinkt goed." bevestigde Tosti.


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

6 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op wo 27 aug 2014, 20:28

Tosti

avatar
Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
De tafel van de Beroeps was drukker, voller, gezelliger dan de rest. En alleen de besten zaten er. LPL was tevreden. Het was altijd zijn droom geweest om aan de Hongerspelen mee te doen, zijn hele leven lang had hij er naar uitgekeken. De eerste jaren dat zijn naam in de pot zat was het spannend, maar hij wist de meeste jaren haast zeker dat als hij gekozen zou worden dat zijn plek ingenomen zou worden door een vrijwillige tribuut. Hij zou dat zelf ook gedaan kunnen hebben, maar hij had zichzelf beheerst. Hij was toen 12, niet sterk genoeg, te klein om een kans te maken. Jaar op jaar had hij gewacht, getraind, de Hongerspelen gekeken. Op een dag zou hij daar ook zijn, op televisie, zichtbaar in het hele land. En dit jaar was het zo ver. Hij werd niet gekozen, maar hij bood zich meteen aan. Niemand had hem tegengesproken. Zijn grote gestalte en vastberadenheid snoerde hen de mond, en de meeste waren al lang blij dat zij er niet heen hoefden. Maar hij deed mee.

Vooralsnog zat hij nog aan de Beroepstafel, de enige tafel waar meer dan 3 mensen aan zaten. Met de meesten kon hij het vinden, al was het besluit genomen om geen Beroepsteam te maken. Dat deerde LPL weinig, hij wilde zelf de roem opstrijken, want het was zijn Hongerspelen. Bovendien waren er ook zwakkelingen bij; Roosjuh en Lennard zeiden niks en zagen er ook niet uit alsof ze veel konden. Vanuit LPL’s logica konden ze dan ook niks en waren ze nutteloos. Slachtvoer. LPL grijnsde bij die gedachte. Hij zou een van hen misschien wel vermoorden, en ze zagen eruit alsof ze dat ook verwachtten. LPL liet zijn blik verder dwalen, naar Jihawk. Een tribuut die hij wél mocht. Ook hij leek een uitgebreide training gehad te hebben, en een doorzettingsvermogen te hebben. Naast hem zat Selletje, die LPL nooit van Jihawks zijde heeft zien gaan. Zij was niet veel bijzonders, maar ze kon vast wel wat vechten. Het enige aparte aan de tafel, op de zwakkelingen na, was Mario99. Hij kwam er ongevraagd bij zitten, zodat iedereen hem negeerde, maar zelf praatte hij wel mee. Hij leek er geen erg in te hebben dat niemand antwoordde. Rare gozer, maar niet zijn probleem.

Uiteindelijk kwam dat moment, het moment waar hij op had gewacht. LPL stapte de lift in, met zijn nauwsluitende pak met rugzakje dat hij zojuist ontvangen had. Met een zacht suizen ging de lift omhoog, draaide een aantal keer, en flitste open. De arena kwam LPL tegemoet; een wijd, open savannelandschap met wilde dieren, hier en daar wat natuur, maar vooral een enorme boom die als Hoorn dienstdeed. Daar was zijn aandacht op gericht, de arena was tamelijk onbelangrijk. En op de top van de wapenhoop lag een gloednieuw jachtgeweer. Hij had er wel eens mee geschoten, maar had nooit verwacht dat er zo’n wapen in de Hongerspelen zou zijn. Dat zou zijn wapen zijn, wat er ook gebeurde. De aftelling ging snel voorbij, alles gebeurde tegelijk, maar LPL was gefixeerd op het geweer. Hij rende, maar kwam niet snel genoeg bij de boom en kwam in de horde van tributen terecht. LPL bleek niet de enige te zijn die het jachtgeweer wilde.

Duwend en stotend kwam hij alsnog snel bij het geweer, waar hij het met een snelle trap uit de hand van een of ander wicht trapte. Hij pakte het snel op en richtte het op haar, om meteen een eerste kill te maken, maar hij werd opzij geduwd en het geweer werd opnieuw vastgegrepen. Het was Sushi, nog een Beroeps die hij niet mocht. Met snelle stoten probeerde hij het geweer te bemachtigen, maar die idioot haalde meteen de trekker over. LPL sprong achteruit, bang dat hij geraakt was. Met een knal kwam de kogel echter in het hoofd van iemand anders terecht. Maar hij was wel het geweer kwijt.

Vloekend ramde hij zichzelf weer in de mensenmassa bij de Hoorn. Een nieuw wapen, anders kwam hij nergens. Hij zou het eerste de beste wapen pakken dat hij zag, en dan verdomme een kill maken. Hij klemde zijn hand om een speer, waar Roosjuhs hand ook al om zat. Roosjuh, die bange trut aan de Beroepstafel. Wat zou hij haar graag vermoorden, alleen al omdat ze zo zwak was. Roosjuh had haar hand vrij lastig om de speerschacht geklemd, zodat LPL weinig moeite zou hebben om hem zelf te bemachtigen. Maar het moest natuurlijk spectaculair worden. Zijn linkerhand ramde LPL in haar gezicht, zodat ze achteruit strompelde. In een vloeiende beweging liet hij de speer in haar benen neerkomen, trok hem eruit en stak opnieuw. Met nog een laatste trap op haar gezicht liep LPL weg, dit keer met een wapen. En een kill. Hier had hij van gedroomd, voor getraind, voor gevochten, en hij was er!

Trots liep hij een eindje van de gevechten af, op zoek naar zijn volgende slachtoffer. Helaas waren de meeste tributen al als bange hazen gevlucht, slechts de sterkere waren er nog over. Het dichtst bij stond Bandaka, maar daar ging LPL geen gevecht mee aan. Niet nu, maar het zou niet lang duren en hij kon eindelijk een einde aan zijn leven maken. Maar niet nu, nee, er zou een beter moment komen. Met tegenzin liep hij verder weg, naar het noorden. Er zou nu een vervelender deel van de Spelen komen; het doelloos overleven.

Een paar uur verstreken, nors strompelend liep LPL nog steeds de wildernis in. Het was een dor, leeg gebied, met mul zand dat onder zijn schoenen zat en hem belemmerde goed te lopen, laat staan rennen. Een nutteloos gebied, een nutteloze arena. Waren er geen betere gebieden geweest? Hier was niks bijzonders, geen bomen, geen tributen, geen wapens. En geen eten. LPL merkte dat hij honger begon te krijgen. Niet gek, het was ondertussen al 12 uur geleden dat hij een behoorlijke maaltijd had gehad. Heerlijk, een malse biefstuk, een ring van gefrituurde aardappels eromheen, met als dessert een heerlijke vruchtensorbet. Dat was goed Capitoolvoedsel. Zouden ze vast niet hier in pakketjes leveren. Nee, hij zou zelf zijn eten moeten maken. Een verontrustende gedachte, dat had hij nog nooit gedaan. Hoe deed je dat überhaupt? In zijn ooghoeken zag LPL een wild beest. Een idee borrelde in hem op. Beesten, daar maakten ze vlees van, toch? En als het Capitool het kon, kon hij het ook. Met een paar passen en een krachtige zwaai doodde hij de gnoe in een keer, recht door het hart; niet verwonderlijk, hier had hij op getraind. En nu, eten? De gnoe zat vol met, tja, spul. Aarzelend greep hij een hoop vlees uit de gnoe, of wat hij dan ook pakte, en stopte het in zijn mond. Hij trok een grimas, dit was lang niet wat ze in het Capitool serveerden. Hij moest er het maar mee doen.

Profiel bekijken http://google.nl

7 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 28 aug 2014, 12:03

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
De metalen plaat onder zijn voeten stijgt de arena in. Bandaka neemt het omringende savannelandschap goed in zich op, en richt zijn aandacht daarna op de wapens bij de baobao-boom. Om zijn doel te bereiken zal hij iedere gelegenheid, iedere omstandigheid moeten zien uit te buiten. Hij kijkt nog één keer naar Lazerstraal. Het meisje dat ten koste wat het kost dood moet. Ze is een capabele tribuut, maar ze mag het niet overleven. Bandaka weet dat hij het verschil kan maken, en dus moet hij dat ook doen.

Bandaka’s geheugen is voor het grootste deel een zwart gat. Toen ene LPL hem tijdens de trainingen naar zijn jeugd in District 4 vroeg, had hij hem heel vreemd aangekeken. Hij wist dat District 4 een van de twaalf districten van Panem is en dat het zijn bedoeling was om District 4 op de Hongerspelen te vertegenwoordigen, maar hij kan zich werkelijk niks herinneren van zijn jeugd in zijn zogenaamde geboortedistrict. Slechts de laatste paar weken staan in zijn geheugen gegrift. Het had hem heel even aan het denken gezet. Wat zou LPL nou met die vraag bedoelen? Was het soms de bedoeling dat hij hem beter leerde kennen? Hij had het al weer gauw van zich afgeschud. Het deed er immers toch niet toe. Hij wist immers dat hij met slechts één doel de arena in gestuurd is: Lazerstraal ombrengen. Dat meisje vormt immers een gevaar voor de hele natie.

Ongeveer een maand geleden, hooguit een paar dagen voor zijn eerste herinnering, herinnerde hij zich hoe de twaalfde editie van de Hongerspelen aan zijn einde kwam. Een vreemde man in een wit kostuum had hem uitgelegd dat er daarvoor een langdurige periode van onrust in de districten van Panem aan de gang was. Hij vertelde hoe het Kapitool, de welwillende goedaardige regering van Panem, in het nauw werd gedreven door kwaadaardige rebellen met zelfzuchtige motieven. De rebellen hadden geprobeerd het Kapitool omver te werpen en een dictatuur te stichten waarin zij de enige personen met macht zouden zijn. Uiteindelijk had de moedige President Snow de rebellen weten te verslaan, maar zijn leger van peacekeepers was er niet in geslaagd de onruststokers volledig uit te roeien. Fisico, een schijnbare winnaar van een eerdere Hongerspelen uit District 6, een voormalig spelmaker en uiteindelijk onthuld werd als een van de belangrijke namen binnen de rebellen, had het voor elkaar gekregen om buiten de controle van de hoofdspelmaker om een van de eerder gestorven tributen uit zijn Hongerspelen te doen herrijzen. Dit was Lazerstraal. Als straf voor deze daad zou hij zijn geliefde nogmaals moeten zien sterven, maar het leed was al geschied. ‘Lazerstraal en Fisico mogen ten koste wat het kost niet herenigd worden,’ had de man in het witte kostuum hem uitgelegd. ‘Ze hebben het Kapitool al eerder geprobeerd te tarten en we weten dat ze uiterst slechte bedoelingen hebben. Als die twee weer bij elkaar komen, zal dat ongetwijfeld leiden tot een rebellie die nog veel groter is dan we tot nu toe hebben gezien.’ Bandaka had geschokt gereageerd. ‘Maar dat mag niet gebeuren!’ riep hij uit. Het Kapitool is onze beschermer! We mogen niet in handen vallen van zulke boosdoeners!’ ‘Dat weet ik ook,’ antwoorde de man in het wit triest. ‘Maar jij kan het verschil maken. Binnen een paar weken wordt de viertiende van de Hongerspelen georganiseerd, waaraan ook Lazerstraal meedoet. Je bent een goede vechter. Reken af met dat tuig. Jij kan Panem van de ondergang redden!’ Zodoende besloot hij vrijwillig mee te doen.

Tijdens de trainingen was het Bandaka opgevallen dat hij een opvallend ervaren vechter was. Hij kon goed overweg met vrijwel ieder wapen en haalde een verpletterende score van 11 op zijn individuele beoordeling. Hij had geen flauw idee van hoe of wanneer hij dit allemaal geleerd had, maar het deed er niet toe. Het kwam hem toch goed van pas. Omdat hij wist dat hij zo sterk mogelijk moest overkomen had hij een pet opgezet. Zo kon hij zijn onwaarschijnlijke hoofdwond afdekken voor het publiek. Wederom kon hij zich niet herinneren hoe hij die had opgelopen. Toen hij daaraan dacht drong er vaaglijk een verontrustend besef tot hem door. Hij merkte namelijk op dat hij zich opvallend veel zaken niet kon herinneren. Zou er soms meer achter zitten? Zou hij soms aan amnesie lijden? Nee, dat kan niet. Dan zou iemand hem dat wel verteld hebben. Hij verbeelde het zich waarschijnlijk alleen maar. Zijn enige doel is Lazerstraal vermoorden.

Het startsignaal doet Bandaka opschrikken uit zijn gedachten. Stom, denk hij, nu heeft hij niet staan opletten. Zo snel als hij kan rent hij richting de baobao-boom in de hoop nog een wapen te kunnen bemachtigen. Zijn sterke benen maken hem een stuk sneller dan de meeste andere tributen en rent er zodoende een paar voorbij. Ineens ziet hij een mooie speer in de holte van de Boom liggen er gaat er op af. Maar voordat hij zijn hand om het handvat kan sluiten wordt het wapen voor zijn ogen weggegrist door Mario-99. Bandaka snuift geïrriteerd. Dit mag hem niet gebeuren. Hij heeft een wapen nodig om Lazerstraal mee te kunnen doden. Mario-99 kijkt Bandaka zelfvoldaan aan. ‘Wat jammer nou, dat een sterke jongen zoals jij nu al moet afvallen!’ zegt hij, en hij haalt uit met zijn speer. Maar Bandaka is niet onder de indruk. Hij ontwijkt Mario-99’s uithaal, pakt het uiteinde van de speer vast en drukt het botte uiteinde van de speer volop in de keel van zijn tegenstander. Mario-99 wordt naar achteren gedwongen totdat hij met zijn hoofd tegen de wand van de bao-baoboom aankomt. Bandaka drukt met het botte uiteinde Mario-99’s keel plat tegen de boom, waarna hij al snel blauw aanloopt. Met al zijn kracht zet Bandaka nog eens wat extra druk, waarmee hij letterlijk het bloed uit Mario-99’s keel drukt. In een kwestie van seconden valt hij om en klinkt er een kanonschot. ‘Ziezo,’ zegt Bandaka sarcastisch. ‘Opgeruimd staat netjes.’

Bandaka begeeft zich bij de baobao-boom vandaan, op zoek naar Lazerstraal. Hij ziet haar al gauw. Samen met haar districtgenoot T.G probeert ze te ontsnappen. Maar het is vergeefs. Met een welgemikte worp gooit hij zijn speer naar Lazerstraal. Maar zijn poging mislukt: T.G gaat ertussen staan en vangt de klap op. Knarsetandend komt hij dichterbij om zijn speer terug te halen, terwijl Lazerstraal huilend in elkaar zakt. ‘Jij…’ brengt hij haatdragend uit. ‘JOU MOET IK HEBBEN!’ Hij pakt zijn speer weer en wil Lazerstraal neersteken, maar dan wordt hij ineens omver gebeukt door een andere tribuut. ‘Maak dat je wegkomt!’ hoort hij een stem zeggen. Bandaka beseft dat het Para is. Hij probeert overeind te komen, maar wordt opnieuw neergeslagen. Na een korte woordenwisseling met Lazerstraal weet Para haar te overtuigen om alleen verder te gaan. En zo ziet Bandaka zijn enige doelwit van deze Hongerspelen ontsnappen. Gefrustreerd slaat hij met zijn vuist op de grond. ‘Jij gaat mij niet dwarsbomen!’ roept Bandaka tegen Para. ‘Dat mens is gevaarlijk. Ze moet dood!’ Para is niet onder de indruk. ‘Als je haar zo graag dood wil hebben, zie mij eerst dan maar eens uit de weg te forceren.’ Bandaka verspilt geen moment en pakt zijn speer weer. Hij gaat met Para in gevecht.

Bandaka haalt verschillende keren verwoed uit met zijn speer, maar Para ontwijkt ls zijn slagen. Op een gegeven moment verliest Bandaka zijn geduld er zet hij zijn hele gewicht achter zijn volgende uithaal, maar scheert daarbij rakelings langs Para. Terwijl hij zijn oriëntatie probeert te hervinden steekt Para zijn mes in zijn onderarm en laat hij noodgedwongen zijn speer vallen. ‘Verdomme!’ roept hij hardop. Hij moet niet zo roekeloos zijn, hij moet zijn geduld zien te bewaren, denkt Bandaka bij zichzelf. Voor het eerst sinds het begin van hun gevecht gaat Para in de aanval en probeert zijn mes door Bandaka’s keel te steken. Bandaka doorziet deze beweging echter in een oogwenk. Hij pakt Para’s pols vast, maakt hem het mes afhandig en hakt zijn hand eraf. Para zakt op de grond van de pijn. ‘Laat dit de les zijn, Para,’ zegt Bandaka. ‘Bemoei je niet met mijn zaken.’ Hij wil zijn speer weer pakken om Para af te maken, maar ziet dat Roosjuh en LPL inmiddels in gevecht zijn om zijn speer. ‘Dan maar met het mes,’ zegt hij. Maar Para bevindt zich niet meer aan zijn voeten. Strompelend rent hij bij hem vandaan. Bandaka achtervolgt hem niet. Zijn dood is immers niet belangrijk. Nu hij een hand kwijt is zal hij hem bij een eventuele volgende confrontatie niet meer zo makkelijk aankunnen. Hij moet zo snel mogelijk Lazerstraal weer op het spoor komen. Maar in het hoge savannegras zijn amper voetsporen te onderscheiden.

Bandaka schreeuwt het uit van frustratie. Hij had misschien wel de best mogelijke kans gehad om Lazerstraal te vermoorden, maar zowel T.G als Para kwamen ertussen. En nu was hij ook nog eens zijn voornaamste wapen kwijt. Hij loopt terug naar de hoorn, in de hoop dat er nog een paar wapens over zouden zijn. Maar bijna alles is al weg. Het enige wat hij nog ziet is Sushi, die met het loop van het jachtgeweer hardnekkig Tuffie’s hoofd aan het bewerken is. Hij is allang dood, maar Sushi lijkt dat niets te kunnen schelen. Hij heeft er bovenal veel lol in. Bandaka weet dat Sushi iemand is die nogal tekortschiet qua gezond verstand, maar hij is wel een van de sterkste tributen in de arena. Een alliantie met hem zou niet zo’n gek idee zijn. ‘He, Sushi!’ roept Bandaka. ‘Heb je nog wat beters te doen dan schedelhouwen?’ Sushi kijkt verstoord op. ‘Wat moet je van me?’ Hij richt zijn geweer op Bandaka, maar die verroert geen vin. ‘Waarom zou ik jou niet gewoon ter plekke doodschieten?’ ‘Omdat we ook elkaars krachten kunnen bundelen,’ legt Bandaka verder uit. ‘Wij behaalde allebei een 11 op onze individuele training. Samen kunnen we een hoop andere potentievolle tributen uitschakelen.’ Sushi laat zijn geweer zakken. ‘Dat is eigenlijk geen slecht idee…’ brengt hij verrast uit. Bandaka glimlacht. ‘Dat wapen van jou kan ons allebei goed van pas komen,’ gaat hij verder. ‘Bovendien is er iemand die graag dood wil zien. En jij waarschijnlijk ook, als je de waarheid kent.’ ‘Vertel verder!’ roept Sushi uit, enthousiast dat hij zo dadelijk weer iemand mag vermoorden.

Even later schudden Bandaka en Sushi elkaar de hand. Ze zouden naar Lazerstraal op zoek gaan. Bandaka vraagt zich af hoe lang hij nog met die idioot van een Sushi zou moeten samenwerken, maar zolang het maar leidt tot de dood van Lazerstraal is hij bereid alles te ondergaan. Dan knaagt er ineens opnieuw het vreemde gevoel aan hem dat er iets klopt. Alsof zijn belevingswereld een grote zwakte bevat die hij zelf niet in de gaten heeft. Is Lazerstraal wel echt zo gevaarlijk als hem is verteld? Zijn de Hongerspelen wel echt zo glorieus als het Kapitool ze propageert? Hij negeert het. Zo’n gevoel zal wel iets onbenulligs zijn. Lazerstraal moet en zal sterven. Samen met Sushi gaat hij op pad.

Profiel bekijken

8 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op vr 29 aug 2014, 09:23

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Henk was terug. Terug in de Hongerspelen, en terug in het leven. En daar was hij dankbaar voor. Slechts een maand of 3 geleden was hij gestorven, met verlamde benen en een vergiftigde tong in een ravijn gedonderd. Hij had geen kans gekregen om zich te bewijzen, om te laten zien hoe geweldig hij kon vechten. Blijkbaar had het Kapitool dat ook ingezien, en dus hadden ze hem weer tot leven gewekt. Bizar dat zoiets mogelijk was natuurlijk, maar ach… Met de NickMarioUrbanus-mutilant had het Kapitool al laten zien dat ze de lichamen van de overleden tributen bewaarden, voor het geval dat. En nu was Henk dus, samen met Lazerstraal uit een van de eerste Hongerspelen, de eerste overleden tribuut in de geschiedenis die een tweede kans kreeg. Een kans om zich te bewijzen. Een kans om te winnen. Een kans om te blijven leven.
 
Zodra het startschot klonk, rende Henk naar de Baobaoboom. Het was heerlijk om zijn benen weer te kunnen gebruiken. Hij herinnerde zich nog hoe erg hij baalde toen hij, vlak voor de vorige Hongerspelen, werd aangereden, waardoor hij in een rolstoel belandde. Maar dat was toen, en dit is nu. Focus! Henk zag dat Lazerstraal probeerde een boog te pakken. Hij beukte haar opzij, en griste de boog voor haar neus weg. Heel eventjes was Henk euforisch; hij had een wapen! Toen besefte hij zich dat hij vergeten was een pijlenkoker te pakken. Te laat. Lazerstraal was er al vandoor met de pijlenkoker. “Godverdomme! Henk, jij teringklapperjosti!” mompelde Henk tegen zichzelf. Toen zag hij Lucoshi.
 

Lucoshi was een zwarte, lange jongen, met een vierkantvormig gezicht en een kleine krullige baard. Hij had een grote mond met dikke lippen en hij mistte zijn voortanden. Hij had een wipneus, en zijn ogen waren zwart en puilvormig. Hij was kaal. Wel was Lucoshi redelijk gespierd en hij had lange vingers, grote handen, en op zijn linkerelleboog zat een schaafwond. Hij had een sixpack en zijn benen waren opvallend lang. Zijn voeten waren maat 44 en hij mistte zijn linker kleine teen. O, en hij was dood. Henk zag het gebeuren, hij zag hoe JiHawk Lucoshi’s schedel in sloeg met een bijl. Lucoshi’s lijk lag nu op de grond, onbewaakt. Henk kreeg een idee. Hij had Lucoshi daarvoor ook al gezien, toen hij met Hitomi vocht. En hij had dus ook gezien dat Lucoshi een mes had weten te bemachtigen. Dat moest nog ergens zijn! Henk besloot het lijk van Lucoshi te onderzoeken, en inderdaad: hij vond een klein, maar vlijmscherp mes. Eventjes was Henk blij. Toen zag hij hoe Sushi en Bandaka zijn kant op kwamen, breed grijnzend en zwaar bewapend. Henk zuchtte. ‘Godverdegodver….”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

9 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op ma 01 sep 2014, 13:50

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
'Auw, jij... laat los!' Lazerstraal wordt wakkergeschud uit haar overpeinzingen als ze plotseling door iemand wordt vastgegrepen. 'Blijf van me af, gek!' Lazerstraal probeert op te staan en draait zich om, waar ze ziet hoe Duck haar pijlenkoker probeert af te pakken. 'Afblijven! Die zijn van mij!' schreeuwt ze. Ze had Duck wel gezien tijdens de trainingen. Een uiterst primitieve jongen die zich meer dierlijk dan menselijk gedroeg. Met hem wilde ze liever niets te maken hebben. Als Lazerstraal haar hand uitsteekt om Duck weg te duwen wordt ze gebeten. Even schreeuwt ze het uit. 'Duck, laat dat!' gilt Noémie, die inmiddels achter Duck aan is gerend. Uiteindelijk stoot Lazerstraal Duck omver en probeert ze te weg te komen door in de rivier te springen. Ze weet dat er krokodillen in kunnen zitten, maar ze is eeen goede zwemmer. Als ze de overkant snel bereikt loopt ze misschien geen gevaar. Duck springt echter gewoon achter haar aan. 'Duck, nee!' roept Noémie. 'Dat is gevaarlijk!' Maar voor Duck is het al te laat. Hij springt in het water en realiseert zich meteen daarna dat hij nog nooit heeft leren zwemmen. Wild spartelend gaat hij langzaam kopje onder. 'DUCK!' gilt Noémie nogmaals. Aanvankelijk zag ze het niet zitten Duck, maar nu voelt ze zich verplicht hem te redden. Ze springt zelf in het water en probeert hem te redden.

Lazerstraal kijkt om. Ze ziet hoe Noémie Duck probeert te redden. Maar Noémie heeft moeite om de wild spartelende Duck onder controle te krijgen. Ze krijgt medelijden. Eerst probeerde ze nog aan Duck te ontsnappen, maar nu dreigt hij een vreselijke en bovendien onnodige dood te sterven. Snel zwemt ze terug om te hulp te schieten. 'Ik pak zijn rechterarm wel!' roept Lazerstraal naar Noémie. Als jij zijn linkerarm vasthoudt, dan kunnen we hem samen terug naar de oever brengen!' 'Waarom help je mij?' reageert Noémie verrast. Lazerstraal weet wel waarom: ze had daarnet gezien dat Noémie een boog bij zich had. Als ze samen een alliantie vormen hebben ze samen een pijl en boog tot hun beschikking. Maar het lijkt haar gunstiger om wat minder zelfzuchtig over te komen. 'Ik kan het niet aanzien om hem zo te zien lijden,' zegt ze terug. Noémie ziet dat Lazerstraal dat niet echt meent, maar toch voelt ze iets van dankbaarheid. Samen brengen ze Duck naar de kant.

Eenmaal op het droge komt Duck weet tot rust. Hoestend en proestend braakt hij een paar beetjes water op. 'Dank je, Lazerstraal...' stamelt Noémie. Lazerstraal glimlacht. 'Het was een kleine moeite. Geen dank.' Vervolgens besluit ze dat het toch maar beter is om open kaarten te spelen. 'Bovendien denk ik dat wij allebei wel baat hebben bij een functionele pijl en boog!' Noémie knikt instemmend. Dit komt haar immers ook goed uit. 'Dan denk ik dat we voor nu een alliantie vormen.' Lazerstraal geeft nog een subtiel glimlachje weg. Ik stel voor dat wij ieder ons wapen houden. Dan kan geen van ons verraad plegen.' Noémie lacht bij die opmerking, hoewel ze niet helemaal zeker weet of het wel een grapje is. 'Lazerstraal goed!' horen ze plots een stem zeggen. Duck is inmiddels weer volledig bijgekomen. Blij komt hij overeind en likt hij Lazerstraal in haar gezicht. 'Iew, bah!' Noémie schiet in de lach. 'Stop daarmee, Duck!' Duck stopt onmiddellijk met likken. Noémie ziet hoe Duck zich eveneens aan Lazerstraal begint te hechten. Dit is goed. Zo kan ze hem in een later stadium van het spel misschien bij Lazerstraal achterlaten.

Dan hoort Lazerstraal opeens hoe nog iemand anders dichterbij komt gelopen. 'Wie is daar?' vraagt Lazerstraal verrast. 'Ik... ben het...' hoort ze een vermoeide jongensstem zeggen. Lazerstraal en Noémie kijken op. Het is Para die voor hun neus is opgedoken. 'Para!' roept Lazerstraal uit. 'Waarom heb jij mij daarnet gered?' Para kan maar moeilijk een woord uitbrengen. Dan merkt Lazerstraal ineens de grote hoeveelheid bloed op zijn kleding op. Er wa een deel van zijn arm afgehakt. 'Para!' brengt ze verafschuwd uit. 'Let daar maar niet op...' zegt Para met moeite. 'Ik heb het... in ieder geval gered.' Op dat moment stort Para ter aarde en Lazerstraal vangt hem paniekerig op. 'Para, nee! Houd nog even vol!' Inmiddels is Para het bewustzijn verloren. 'Alsjeblieft, blijf in leven! Ik begrijp nog niet eens waarom jij mij tegen Bandaka beschermde!' 'Laat mij maar, Lazerstraal,' onderbreekt Noémie haar. 'Mijn moeder is arts. Ik weet wel hoe ik hiermee om moet gaan.' Lazerstraal twijfelt even, maar besluit al gauw dat ze haar bondgenoot moet vertrouwen. Ze neemt afstand en laat Noémie vervolgens haar gang gaan. Met een blad van een grote plant aan de waterkant probeert ze de gapende verwonding in Para's arm een beetje te stulpen. Duck kijkt nieuwgierig toe. 'Hij heeft veel bloed verloren,' vertelt Noémie. 'Hij zal het naar alle waarschijnlijkheid wel overleven, maar dan is het van belang dat zijn wond stolt. Ook is het van belang dat het niet geïnfecteerd raakt. We moeten ervoor zorgen dat er geen vliegen bij kunnen.' Lazerstraal bibbert bij de gedachte. Zelf heeft ze in haar thuisdistrict wel eens gezien hoe iemand gewond raakte en uiteindelijk overleed omdat vliegen er hun eitjes in legden. Gatver, daar kan ze maar beter niet aan denken.

Dan merkt Lazerstraal ineens een bloedspoor op. Een spoor van het bloed dat Para heeft achtergelaten op het pad dat hij gelopen heeft. Het is niet heel duidelijk te zien in het gras, maar hier en daar zijn de donkerrode druppeltjes toch wel zichtbaar. Nerveus brengt Lazerstraal haar handen naar haar borst. Als een eventueel roofdier, of nog erger, Bandaka dat spoor zou volgen, dan zouden ze binnen de kortste keren dood zijn. 'Noémie... we moeten hier weg,' zegt Lazerstraal redelijk dringend. Noémie reageert verrast. 'Waarom? Als je wil dat Para overleeft, dan is het juist van belang dat hij rust krijgt. Zijn wond moet nog stollen, en hij heeft bovendien nog maar één hand. We moeten hem niet te veel belasten.' 'Dat weet ik wel, maar...' Lazerstraal aarzelt even omdat ze Para niet direct de schuld wil geven '...hij heeft een spoor van bloed achtergelaten. Iedereen die nu nog bij de hoorn is zou ons makkelijk kunnen vinden!' Noémie lijkt weinig onder de indruk. 'Ik denk niet dat ze dat zullen opmerken. We zitten hier voorlopig nog wel even veilig.' Lazerstraal maakt zich druk over Noémie's kalmte. 'Jij weet waarschijnlijk niet hoe er op mij gejaagd wordt. Bandaka zal er alles aan doen om mij te vinden. Laten we naar de overkant van de rivier gaan. Met een klein beetje geluk durft Bandaka die niet over te steken.' 'Dat is niet wenselijk,' antwoordt Noémie. 'Als we in het water gaan, dan zal Para's wond onmiddellijk weer gaan bloeden en verliest hij nog meer bloed. Als je wilt verplaatsen, dan moeten we maar langs de rivier verder trekken.' Dan geeft Noémie Lazerstraal ineens een argwanende blik. 'Wat is er trouwens zo speciaal aan Bandaka? Ik weet dat hij een sterkte tribuut is, maar...' op dat moment klinkt er een harde knal. Duck springt op van schrikt en zowel Noémie als Lazerstraal kijken geschokt in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ze zien in de verte twee gedaantes lopen. 'Dat schot leek nergens op Sushi!' roept Bandaka geïrriteerd tegen zijn bondgenoot. 'Kom op, leer dat ding eens behoorlijk te gebruiken. Die slet daar moet dood.' Sushi maakt zich gereed om nog een keer te schieten. Noémie en Lazerstraal kijken elkaar aan. 'Je had toch gelijk,' geeft Noémie toe. 'We moeten hier wegwezen. En gauw.'

Profiel bekijken

10 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op ma 08 sep 2014, 19:19

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
‘Godverdegodver….”
Henk zette zich schrap om aan te vallen, al wist hij dat het zinloos was: Sushi had een jachtgeweer in zijn handen. 1 kogel was genoeg om Henk’s leven opnieuw te beëindigen. Maar Henk is niet van plan zich zonder verzet over te geven. De vorige keer dat hij stierf, werd hij zonder dat hij zich kon verweren, zonder dat hij zelfs maar iets kon zeggen een ravijn in geflikkerd. Het was een vreselijke, oneervolle dood. Nee, als Henk nu moest sterven, dan zou hij sterven met opgeheven hoofd! Daarom trok Henk zijn mes, en richtte het met opgeheven hoofd richting Sushi en Bandaka. Sushi lachte en richtte zijn geweer op Henk’s hoofd. “Ben je klaar om te sterven, Henkie? Ik zou graag zeggen dat het geen pijn doet, maar dat weet jij beter dan ik!” Sushi lachte hardop om zijn eigen grap en wilde de trekker overhalen, maar hij werd tegengehouden door Bandaka. “Laat dat, idioot! Je moet die kogels bewaren voor Lazerstraal! Zij is de grootste bedreiging!” Sushi keek teleurgesteld, maar liet het jachtgeweer wel zakken. Henk nam opgelucht adem. “Goed zo, teringklapperjosti!” riep hij spottend naar Bandaka en Sushi. Dat had hij beter niet kunnen doen. Voordat Henk goed en wel doorhad wat er aan de hand was, had Bandaka een diepe snee gemaakt in zijn wang. Henk gilde het uit van de pijn, terwijl het bloed over zijn gezicht stroomde. Woedend keek hij naar Bandaka en Sushi, die wegliepen. Hij zag dat Bandaka zijn pet op de grond had laten liggen, en raapte hem op. Hij moest en zou wraak nemen op die twee!
 
“Je kunt veel zeggen over die Ad Venture, maar hij weet wel waar hij het over heeft.”
JiHawk en Selletje stonden gebogen over het lichaam van LPL, of wat daar nog van over was. Het lichaam was ernstig bloederig, en er misten verschillende happen uit het lijf. Naast het lichaam lag een Cheetah rustig te slapen. Selletje lachte hard. “Nou en of! Die kat heeft hem volledig aan stukken gereten! Moet je al dat bloed zien!” Selletje ging met haar vinger langs een van LPL’s wonden en likte het bloed van haar vinger. JiHawk keek geamuseerd toe. “Je bent een heerlijk gestoord mens, Selletje! Kom, laten we onze vriend Necrodeus opzoeken!” Selletje keek verbaasd. “Waarom? We hebben de panter nu toch?” JiHawk zuchtte. “Ben je nu echt zo stom? We hebben eerst de geur van Necrodeus nodig, anders weet dat beest toch niet wie hij moet hebben?” Selletje giechelde. “Oeps! Sorry!” En dus liepen JiHawk en Selletje weg. Op datzelfde moment kwam Henk vanachter een rots tevoorschijn. Hij grijnsde breed, en liep richting de slapende Cheetah. Onder diens neus legde hij de pet van Bandaka. De Cheetah werd wakker en snoof. Vervolgens stond hij op, en sprintte in de richting van de rivier. Henk keek tevreden.
 
Necrodeus zuchtte. Waar bleef Adje nu toch? Op deze manier had een bondgenootschap toch geen enkel nut? Niet dat Necrodeus het erg vond om te moeten wachten: hij kon eeuwig blijven kijken naar alle dieren om hem heen. Hij had zelfs al een Cheetah weten te spotten! Het dier sprintte over de Savanne. Necrodeus besloot niet langer op “Ad venture” te blijven wachten, en de Cheetah te volgen. Het dier bleek op weg te zijn naar de rivier. En Necrodeus kon zijn ogen niet geloven toen hij zag wat daar gebeurde.
 
'Dat schot leek nergens op Sushi!' roept Bandaka geïrriteerd tegen zijn bondgenoot. 'Kom op, leer dat ding eens behoorlijk te gebruiken. Die slet daar moet dood.' Sushi maakt zich gereed om nog een keer te schieten. Ze hadden Lazerstraal gevonden. Ze was bij de rivier, samen met 3 andere Tributen die volgens Bandaka Duck, Noémie en Para waren. Op het moment dat Sushi voor de tweede keer wilde schieten, werd Bandaka echter ineens afgeleid. Hij werd zelf namelijk aangevallen. En niet door een tribuut, maar door een Cheetah. Het dier sprong bovenop Bandaka, die de hete adem van het beest in zijn gezicht voelde. “Sushi! Help! Doe dan iets!” Bandaka deed zijn ogen dicht: hopelijk lukte het Sushi dit keer wél om goed te mikken. Hij hoorde het schot van het geweer, en voelde de Cheetah met zijn volle gewicht op hem vallen. Opgelucht haalde Bandaka adem. Hij duwde de dode kat ruw van zich af, en stond weer op. “Goed, waar waren we gebleven? Oja! VERMOORD LAZERSTRAAL!” Sushi grinnikte wrang. “Dat zal moeilijk gaan. Ze zijn er vandoor.” “Wat? Hoe bedoel je?” Toen zag Bandaka dat Sushi gelijk had: Lazerstraal, Noémie en Duck waren de rivier overgestoken toen Bandaka werd aangevallen, en waren inmiddels ver buiten schietafstand. “Nou, waar wachten we nog op dan? Achter hem aan!” “En die daar dan?” Sushi wees naar Para. Bandaka lachte. “Zie je niet hoe hij er aan toe is? Daar hoeven wij niets meer mee te doen!”
 
Op het moment dat Bandaka en Sushi achter Lazerstraal en de rest aan waren gegaan, durfde Necrodeus eindelijk weer overeind te komen. Nieuwsgierig liep hij naar het lichaam van de Cheetah. Het was wel echt een schitterend dier! Op dat moment werd Necrodeus uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door een zachte stem. “Help!” Necrodeus keek om en zag dat Para weer bij bewustzijn was gekomen. Snel rende hij naar de gewonde tribuut toe. Moest hij hem doden? Para greep Necrodeus’ kraag vast. “Luister! Ik weet niet wie je bent, ik weet niet of je te vertrouwen bent, maar dit is mijn enige kans! Zorg dat Lazerstraal blijft leven! Het voortbestaan van Panem hangt van haar leven af!” Necrodeus begreep er niets van. “Hoe bedoel je?” Para kuchte en Necrodeus schrok: er kwam bloed uit Para’s mond. Para keek smekend naar Necrodeus, en zei met rochelende stem: “Je moet me vertrouwen! Zoek Hitomi, zij kan je meer vertellen.” Necrodeus knikte, terwijl Para steeds langzamer begon te ademen en zijn ogen dichtvielen. Met moeite wist Para zijn laatste woorden eruit te pesten. “Alles voor jou, Fisico. Alles voor jou!” Necrodeus kuchte zenuwachtig. “Ik ehm, ik heet geen Fisico maar Necrodeus.” Para deed zijn ogen een klein beetje open en glimlachte. “Zoek Hitomi. En zorg dat Lazerstraal wint!” Toen viel Para weg, en zijn dood werd al snel bevestigd met een kanonschot. Necrodeus stond perplex. Wat moest hij nu doen? Moest hij doen wat Para had gezegd? Maar waarom? Hij kende Para niet, en Lazerstraal ook niet. Veel tijd om na te denken had Necrodeus echter niet: hij hoorde een bekende stem achter zich.

“Ha professor! Ik zocht je al! Waarom ben je-“ Adje keek met grote ogen naar het schouwspel voor zich: de lichamen van de Cheetah en Para, en Necrodeus die daar tussen zat. “Whoa, heb jij dit gedaan? Misschien heb ik je onderschat professor!”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

11 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op di 09 sep 2014, 12:58

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
*Begin van Flashback*

Hitomi komt omhoog uit de buis en proeft voor het eerst de sfeer van het savannelandschap. Ze weet wat haar te doen staat. Samen met haar districtgenoot Para had ze afgesproken zo veel mogelijk andere tributen te overtuigen om Lazerstraal bij te staan. Ze hadden niet de gelegenheid dit te doen tijdens de trainingen omdat ze daar continu door bewakers in de gaten werden gehouden, maar hier is de kans groter om onopgemerkt te blijven. Zolang er geen camera's of microfoons in de buurt zijn moet het lukken. Hitomi zet zich schrap als de teller bij de Baobao-Boom onder de tien komt. Ze moet Lazerstraal naar de overwinning zien te loodsen, en dat moet een reden. Lazerstraal is namelijk de herrezen geliefde van Fisico, en zowel Para als zij hebben veel aan Fisico te danken gehad...

Op dat moment bereikt de teller nul en gaan de spelen van start. Volgens de afspraak rent Hitomi bij de Boom vandaan, terwijl Para er naartoe rent om wapens te regelen. Ze ziet hoe Para in gevecht gaat met Adje om een sabel en de worsteling dreigt te verliezen. Op een gegeven moment wordt Para naar de grond gewerkt en krijgt Adje de sabel te pakken. 'Para!' gilt Hitomi, terwijl ze weer terug rent. Maar Adje gaat er vandoor zonder de genadeklap toe te dienen. 'Denk niet aan mij!' roept Para terug. 'Je kent de afspraak! Ga op zoek naar bondgenoten! Ik red mezelf wel!' Hitomi twijfelt nog steeds als ze vanuit haar ooghoek ziet hoe Pokéfan door dat gestoorde wijf van een Selletje herhaaldelijk wordt bestoken. 'Kom op, gaan met die banaan!' roept Para nogmaals. 'Je weet het toch? Het belangrijke is altijd een offer waard.' Bij het horen van die uitspraak schakelt Hitomi naar een andere versnelling. Van alle uitspraken van Fisico die nog in haar geheugen gegrift staan weegt deze misschien wel het zwaarst. Ze draait zich om en gaat weg bij de Baobao-Boom met het doel een alliantie te stichten.

*Einde van Flashback*

Na een tijd lang gelopen te hebben door het ogenschijnlijk eindeloos uitgespreide hooggras merkt Hitomi in de verte de vrij dikke gestalte van een andere tribuut op. Als ze dichterbij komt ziet ze dat het Henk is. Hij is gewapend met een boog en een mes. Ze weet niet zeker of ze een aanval van hem kan verwachten als ze haar aanwezigheid kenbaar maakt. Henk staat er sowieso om bekend niet erg aardig te zijn, dus hem kan ze maar beter met rust laten. Als ze zich omdraait ziet ze niet zo ver bij haar vandaan echter een stoet hyena's knagen aan het lichaam van de inmiddels gedode LPL, en slaakt van schrik een gedempt gilletje. 'Huh? Wat moet jij hier?' hoort ze achter zich. Hitomi verstijft. Nu heeft Henk haar toch opgemerkt. Ze heeft zelf geen wapens, dus het enige wat ze nu kan doen is proberen om hem over te halen.

'Ehm,' begint ze stotterend, 'Ik was eigenlijk op zoek naar iemand om een alliantie mee op te richten...' Henk lijkt beledigd. 'Dus jij verwacht dat ik mijn wapens met jou ga delen? Wat denk je wel niet, verdomme!?' Hitomi probeert het goed te maken. 'Oh nee, zo bedoelde ik het helemaal niet,' ging ze verder. 'Bovendien wilde ik een alliantie met mij eigenlijk helemaal niet voorstellen. Ik doelde op... Lazerstraal.' Henk fronst zijn wenkbrauwen. 'Lazerstraal? Je bedoelt dat meisje uit District 11? Wat probeer je me nu weer wijs te maken!?' Hitomi beseft dat hij het niet zou accepteren om de rest van zijn leven te moeten wijden aan Lazerstraal, dus ze probeert iets te verzinnen. 'Nou, kijk, ik dacht...' Hitomi valt even stil. 'Ik dacht dat het wel logisch zou zijn. Jij en Lazerstraal zijn immers twee tributen die in eerdere Hongerspelen hebben deelgenomen, maar door jullie omstandigheden hadden jullie weinig kansen. Het zou meer dan logisch zijn om nu jullie kansen te verdubbelen door samen te werken! Ben je het daar niet mee eens?' Hitomi lacht nerveus. Ze kan eigenlijk niet zo goed liegen, dus het moet wel enorm dom klinken. Dat is ook wat Henk lijkt te denken. 'Waarom kom jij daar uitgerekend mee? En waarom zou ik überhaupt samenwerken met iemand die eigenlijk hoor te vermoorden? Denk eraan Hitomi, ik haat het als mensen iets voor mij te verbergen hebben!' Hitomi deinst terug. Het loopt niet zoals ze het wilt.

'Duiken!' schreeuwt Hitomi dan opeens. In een reflex springt ze op Henk af en trekt ze hem naar beneden. Het mes mist Henk's hoofd op een haar na. 'Auw, Godver... wat doe je nou weer, teringlijdster!? Waarom moet je me nou zo nodig pijn doen!?' Hitomi wijst in de richting waar het mes vandaan werd gegooid. Daar staan Selletje en Jihawk, allebei met een zelfverzekerde grijs op hun gezicht. 'Ik dacht al dat ik iemand hoorde praten,' zegt Selletje hartstochtelijk. 'Deze zijn voor jou, Hawkie!' Jihawk komt dreigend dichterbij met zijn bijl. 'Opgerot, teringklapperjosti's!' roept Henk. In een wanhopige poging zichzelf te verdedigen spant Henk het mes dat Selletje gegooid had op zijn boog en probeert het af te schieten, maar dat blijkt voor geen meter te werken. 'Kop op, wegwezen!' maant Hitomi hem. 'Vechten heeft geen zin! Zij zijn veel sterker bewapend dan wij!' Ze trekt Henk overeind en samen zetten ze het op een lopen, terwijl Jihawk en Selletje hen op de hielen zitten. 'Godverdomme,' begint Henk, 'dit is allemaal jouw schuld! Als jij niet naar mij toe was gekomen, dan...' 'Ja ja, dan had je nu vast niet hoeven rennen,' onderbreekt Hitomi hem sarcastisch. 'Maar goed, wat denk je ervan? Van mijn eerdere voorstel?' 'Ik zal erover nadenken, als jij dat zo nodig vind!' roept Henk woedend. 'Maar dan moet je nu wel oprotten, oke!?' 'Wat jij wil,' antwoordt Hitomi, een beetje van haar stuk gebracht door Henk's grote mond. Zwijgend buigt ze van zijn route af.

Ondertussen achtervolgen Bandaka en Sushi nog steeds het groepje van Lazerstraal. Eenmaal bij de rivier aangekomen stoppen ze en proberen ze nog een keer te schieten. 'En denk eraan Sushi, haal de trekker pas over als je Lazerstraal in het vizier hebt,' vertelt Bandaka. 'Wat is een vizier?' is Sushi's antwoord. Bandaka slaat zichzelf voor zijn hoofd. 'Hier met dat ding,' zegt hij nors, terwijl hij het geweer uit Sushi's handen trekt. 'Ik los het zelf wel op.' Bandaka plaatst het geweer tegen zijn schouder en probeert op Lazerstraal te mikken. Het gaat echter niet zo makkelijk als hij zou willen. de cheeta van daarnet had hem immers een bijtwond in zijn rechterschouder toegebracht, waardoor hij steeds een pijnscheut voelt als hij zijn vizier bijstelt. Desondanks probeert hij uit alle macht goed te mikken en staat op het punt de trekker over te halen als hij een stem achter zich hoort. 'He, chikita's! Hoe brengt onze artillerie-eenheid het er vanaf?'

Bandaka kijkt woedend om. 'Stomme idioot! Je brengt me uit mijn concentratie! Ik probeer hier iemand neer te schieten en jij...' 'Oh jee, wat een schande!' onderbreekt Adje hem. 'Dat was absoluut niet bedoeling. Wil je dat ik het goedmaak door het schot voor jou te nemen?' 'Nee!' schreeuwt Bandaka door hem heen. 'Hou gewoon je klep en laat mij dit afmaken! Dan help je mij het meest!' Maar als hij zich weer omdraait naar waar hij het groepje van Lazerstraal voor het laatst zag kan hij niemand meer zien. Voor de derde keer in korte tijd zijn ze ontsnapt. In zijn frustratie gooit hij het geweer in de lucht, waarna Sushi het weer opvangt. 'KIJK!' schreeuwt Bandaka. 'Kijk nou wat je hebt gedaan! Dit was mijn kans om Panem definitief van de ondergang te redden. En nu heb je alles verknalt!' Er is helemaal niks verknald, Banda-boy!' antwoord Adje. 'Ik heb dat geweer niet horen knallen. Jij wel?' Als Bandaka op Adje wil afstappen om hem neer te steken met zijn mes merkt hij op dat hij een sabel bij zich draagt. Een gevecht zou waarschijnlijk alleen maar tot onnodig verlies leiden. 'Zal ik hem neerschieten?' vraagt Sushi. 'Nee,' antwoordt Bandaka. 'Ik zei daarnet al dat we alle kogels moeten bewaren voor Lazerstraal. Haar doden is onze hoogste prioriteit.' 'Mag ik hem dan wel slaan?' 'Je doet maar.' Sushi stapt op Adje af wil hem slaan met het geweer. Adje heft verdedigend zijn sabel. 'Sukkel, nee!' onderbreekt Bandaka Sushi. 'Wat nou als de loop beschadigd raakt? Dan kunnen we 'm niet meer gebruiken!' Sushi houdt zich teleurgesteld in terwijl Bandaka zich weer tot Adje wendt. 'Wat doe je hier eigenlijk? Heb je een doodswens of zo?' Adje grinnikt. Jullie en ik, de laatste drie. Dat klinkt als een goed plan, toch?' Dat brengt Bandaka op een idee. 'Ik hoef niet per se de laatste drie te halen, maar je kunt me wel ergens mee helpen.' Hij zet een ernstig gezicht op.

'Je vraagt je waarschijnlijk af waarom ik zo kwaad reageerde toen je mij lastig kwam vallen. Ik wilde Lazerstraal vermoorden. Dat mens is een gevaar voor de hele natie, dus het is van het grootste belang een einde aan haar leven te maken.' Adje fronst zijn wenkbrauwen. 'Lazerstraal? Dat leuke meisje uit de vierde Hongerspelen? Wat is er met haar?' Bandaka raakt in de war. Hij kan zich niets herinneren van een vierde Hongerspelen. 'Ik heb gehoord dat ze een rebel is en dat het haar doel is om te herenigen met een belangrijke rebellenleider genaamd Fisico uit de opstand van een paar weken geleden. Als die hereniging plaatsvind, dan zullen ze samen een nog veel grotere rebellie organiseren en dan wordt Panem ongetwijfeld in chaos gestort. Mijn doel is om dat ten koste wat het kost te voorkomen.' Adje kijkt verwonderd. 'Wat een vreemde theorie is dat zeg! Van wie heb je dat gehoord? Je vader?' Bandaka verstijft bij het woord 'vader'. Die zou hij natuurlijk ook moet hebben, maar ook daarvan kan hij niets terugvinden in zijn geheugen. 'Gewoon, van iemand...' brengt Bandaka twijfelachtig uit. Adje schiet in de lach. 'Dat lijkt mij een uiterst betrouwbare bron, Banda-boy! Maar goed, als wij nu afspreken met z'n drieën over te blijven, dan moet Lazerstraal ook een keer dood. Hebben we dan een akkoord bereikt?' 'Ja, we hebben een akkoord bereikt!' zegt Sushi in Bandaka's plaats. 'Prima!' zegt Adje. 'Dan peer ik 'm maar weer eens, jongens. Zorg er de volgende keer voor dat je niet afgeleid wordt!'

'Zo, dat is spannend he?' zegt Sushi enthousiast. 'We blijven samen met hem als laatste over! Ik ben benieuwd hoe sterk hij is.' Bandaka is inmiddels op zijn knieën gezakt. Keer op keer krijgt hij het signaal binnen dat er talloze dingen zijn waar hij niet vanaf blijkt te weten. Eigenlijk is het best vreemd om je niks van een ouderlijk figuur te kunnen herinneren, denkt hij bij zichzelf. Ook beseft hij allang dat hij deelneemt in de veertiende editie van de Hongerspelen, terwijl hij zich alleen maar een twaalfde editie kan herinneren. Zou zijn eerdere vermoeden dan toch kloppen? Zou hij toch aan amnesie lijden? Ineens hoort hij een stem in zijn hoofd die hij niet kan plaatsen. 'Pas op met waar je aan begint, Bandaka. Deze mensen zullen er alles aan doen om jou op het verkeerde been te brengen. Wat er ook gebeurd, wees kritisch. 'Argh, hou op!' roept Bandaka uit, terwijl hij met beide handen naar zijn hoofd grijpt. Sushi kijkt verbaasd op hem neer. 'Is er iets?' zegt hij onschuldig. Sushi's woorden brengen Bandaka weer bij zinnen. De stem in zijn hoofd is verdwenen. 'Er is niks,' antwoordt hij uiteindelijk. 'Kom op, we gaan weer achter Lazerstraal aan.'

Profiel bekijken

12 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op zo 26 okt 2014, 12:44

Adje Vanilla

avatar
Administrator
Administrator
"Het is zonde dat we geen boog hebben." zegt Tosti teleurgesteld. Verdoken achter een van de vele bomen die verspreid staan in de savanne zit hij met Raceneus een struisvogel te begluren.
"Het spijt me." zegt Raceneus. "Ik had niet veel tijd om een boog mee te nemen. Teveel Beroeps."
Raceneus kijkt even naar Tosti en realiseert zich dan wat hij net gezegd heeft. "Niet dat er iets mis is met het zijn van een Beroeps, maar..."
"Laat maar." zegt Tosti. "Het is in orde. Maar vergelijk me alsjeblieft niet met Beroeps uit District 1 en 2. Niet iedere 'Beroeps' komt hier voor de lol en de roem nadat ze iedereen hebben ingemaakt. Of tenminste, ze hopen dat ze iedereen inmaken. Kun jij je nog een spelen herinneren waarin er een Beroeps heeft gewonnen?"
"Nope." stemt Raceneus in. "De gespierde beroepstributen winnen zelden. Er zijn altijd wel wat vreemde winnaars geweest."
"Precies. Ik walg werkelijk van mensen zoals JiHawk en Selletje. Enkel er op uit om genadeloos te moorden. Het is zo'n stereotiep beeld van de 'betere districten'. Zo stereotiep dat iedereen gewoon maar aanneemt dat iedere tribuut van die districten hier komt om te doen wat dat gestoorde duo doet. Ik heb ook een familie en vrienden. Al van toen ik klein was, probeerde men in mijn district me voor te bereiden op een Hongerspelen waar ik mogelijk aan zou moeten deelnemen. Officieel mag het niet, maar het Kapitool kijkt met plezier de andere kant op als ze er genoeg voor betaald krijgen."
"Dat is wel een heel contrast met mijn district." onderbreekt Raceneus hem. "Alhoewel ik het wel behoorlijk goed heb, is er voor de meesten altijd een tekort aan voedsel."
"Dan stelt mijn gezeik waarschijnlijk niks voor." zegt Tosti. "Ik heb het heel goed. Maar het eentonige leven dat de meesten hebben is geestslopend."
"Kan ik best voorstellen." zegt Raceneus. "Maar goed, praten over de tekortkomingen van onze districten zal ons geen heerlijke struisvogel opleveren."
"Dat is waar." grijnst Tosti. "Goed dan. Hopelijk zal één worp volstaan." Tosti gooit met een krachtige worp de speer richting de reusachtige Afrikaanse loopvogel, maar mist deze. De struisvogel merkt het duo op en zet het op een lopen.
"Verdraaid." vloekt Tosti. "Er achteraan?"
"Hopeloos." houdt Raceneus hem tegen. "Dat ding loopt aan belachelijk grote snelheden. Die zijn we kwijt. Maar kijk eens aan wat we hier hebben." Raceneus wijst naar een aantal struisvogeleieren die tussen het lage gras van de savanne liggen.
"Zo te zien staat er struisvogelomelet op het menu." grijnst Raceneus. "Niet zo glorieus als een gebraden struisvogel, maar beter dan niks."
"We hebben niet echt een pot of schaal om hem in te bakken." merkt Tosti op.
"We vinden wel wat, hoop ik. We houden ze voor 's avonds. Ik heb behoorlijk wat gegeten de afgelopen dagen. Ik hou het wel een eindje uit. Hadden we maar drinken."
"Als we water willen moeten we terug vrees ik." zegt Tosti teleurgesteld. "Het ziet er naar uit dat de rivier de enige waterbron is."
"Laat ons nog een eind doorwandelen richting het noordwesten." dringt Raceneus aan. "Als we na een uur niks gevonden hebben, keren we wel terug."

De zon blijft maar schijnen. Het is snikheet. Op de zeldzame momenten dat het tweetal een boom ziet na is er vrij weinig in de omgeving. Af en toe zien ze een giraf of een olifant, maar zo'n beest aanvallen met hun huidige uitrusting had geen zin. De kans op een mals stukje vlees leek klein. Wel waren er heel wat kruiden in het gras die Raceneus af en toe plukte. Als Tosti vroeg waarvoor hij die plukte, zei hij gewoon "Kan nog van pas komen." Na een uur wordt het duo eindelijk beloond: in de verte zien ze een voertuig, vermoedelijk een jeep, die voor de helft is bedekt onder een hoop zand. Eenmaal aangekomen ziet men dat het inderdaad een jeep is. Wat dit voertuig hier in the middle of nowhere doet heeft men geen idee van, maar nu men hier toch is kan men het beste even een kijkje nemen.
"Laat ons hier een halfuurtje zoeken, zoiets." stelt Tosti voor. "Als we dan vertrekken halen we misschien nog de rivier als het donker wordt."
"Mee eens." bevestigt Raceneus. Met beide handen klautert hij bovenop de jeep, om zo tot aan de deur te komen en deze te openen. Eenmaal open laat hij zich naar binnen vallen. Hij komt terecht op het raam van de linkerdeur, of tenminste wat daarvan over is: er zit een vrij groot gat in. Door de voorruit ziet hij hoe Tosti eveneens probeert om langs de bovenkant erin te kruipen, maar dat raadt hij af. "Het is hier ontzettend klein." zegt Raceneus. "Laat mij maar." Al gauw merkt hij op dat er zich nog brandstof in het voertuig bevindt. Langs achter vindt hij twee flessen water, elk van een anderhalve liter. Meteen meldt hij zijn vondst aan Tosti. "Mooi, dan wordt de reis terug in ieder geval een stuk draagbaarder. Is er nog iets?"
"Denk het niet. Ik kijk wel nog eens." zegt Raceneus. Hij draait zich om en raakt per ongeluk een knop die zich aan de voorkant van het toestel bevindt.
"Gefeliciteerd!"
Tosti schrok. "Wat was dat?"
"Ik denk dat het de radio is. Vreemd dat die nog werkt." Maar al gauw wordt hij weer onderbroken door de radio.
"Luister goed, jullie zullen dit bericht slechts één keer kunnen beluisteren. Hierna zal de radio defect zijn. Deze wagen is volledig functioneel: de sleutel zit zelfs nog in het stopcontact. Er zit genoeg brandstof in voor een paar uur. Weet alleen dat deze wagen zal exploderen om 3u 13, op de tweede dag van de Spelen. Bij deze zijn jullie gewaarschuwd. Veel plezier met het opdelven van deze jeep."
"Euh, wat?" zegt Raceneus, ook al weet hij dat de radio hem niet kan horen.
"Spenderen we hier onze tijd aan?" vraagt Tosti.
"Ik weet niet. Ik wil wel de terugrit doen naar de rivier, maar ik zou daarna dit ding gewoon achterlaten. We hebben de flessen water en meer hoeven we eigenlijk niet. Daarna kunnen we de wagen achterlaten."
"Mee eens, maar... wat als iemand anders de achtergelaten wagen ontdekt en hij ontploft?"
"Hoe zelfzuchtig het ook mag klinken, het is niet ons probleem. Kijk, als jij vandaag de rivier nog wilt bereiken is deze jeep onze enige optie, we hebben al teveel tijd verknoeid hier."
"Kun je überhaupt wel rijden?" vroeg Tosti.
"Wel, ik ben geslaagd voor mijn theoretisch rijexamen. Daarbij kan het toch niet zo moeilijk zijn? Veel meer dan een paar bomen en dieren is er hier toch niet. Het landschap is vrij vlak in dit gebied.
"Als jij het zegt, WM..." zegt Tosti met toch nog enige twijfel in zijn stem. "Goed dan, graven maar. Niet dat we er het gerief voor hebben, maar goed."
"Ik vond twee pannen terwijl de radio afspeelde." zegt Raceneus. "Surprise. Lukt vast wel om het meeste zand mee weg te scheppen. Daarna wordt het gewoon een kwestie van de auto optillen tot hij recht staat."
"Dat worden zanderige omeletten." grijnst Tosti.
"Ach, zand schuurt de maag. Graven jij."


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

13 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op zo 26 okt 2014, 19:06

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
“Ha professor! Ik zocht je al! Waarom ben je-“ Adje keek met grote ogen naar het schouwspel voor zich: de lichamen van de Cheetah en Para, en Necrodeus die daar tussen zat. “Whoa, heb jij dit gedaan? Misschien heb ik je onderschat professor!”
Necrodeus draaide zich om.
“Ik heb dit niet gedaan, Adje. Die Cheetah is gedood door Sushi, en Para was al stervende toen ik hier aankwam. Waar was je eigenlijk?”
Ad Venture grijnsde.
“Dat had ik toch gezegd? Ik was de concurrentie aan het uitschakelen!”
Necrodeus vroeg zich af of Adje nog wa mensen had weten te doden. Misschien JiHawk wel, of Selletje. Of-
“Adje!”
Adje keek geïrriteerd.
“Wat had ik nu gezegd? E naam is Ad Venture.”
“Jaja, dat bedoel ik” zei Necrodeus haastig. “Ben je toevallig Hitomi ergens tegen gekomen?”
Ad Venture keek verbaasd.
“Hitomi? Niet dat ik weet, hoezo?”
Necrodeus legde uit wat er Para gezegd had. Hij zag Adje fronsen.
“Dus Para en Hitomi willen dat Lazerstraal wint? Lijkt me niet echt een ideale situatie, professor. Dat betekend namelijk dat wij eerst dood zullen moeten.”
Necrodeus moest toegeven dat Adje daar wel een punt had.
“Maar ik heb het Para beloofd! En Bandaka en Sushi zijn onderweg naar Lazerstraal, Noémie en Duck, om Lazerstraal neer te schieten. Sushi heeft een jachtgeweer, als we niet snel wat doen is het te laat!”
Adje knikte begrijpend.
“Weet je wat? Ga jij op zoek naar Hitomi, dan zorg ik er wel voor dat die twee mafkezen Lazerstraal niet te pakken krijgen.”
Necrodeus keek opgelucht.
“Meen je dat echt?”
“Natuurlijk! Ik kan me Lazerstraal nog herinneren van haar eerste Hongerspelen. Best wel een mooi meisje! En als jij zegt dat ze een bondgenootschap heeft met Noémie en Duck, en we hebben ook nog Hitomi aan onze kant staan, dan zijn we met z’n zessen! Maar goed, genoeg gebabbeld, ik heb nog een plicht te vervullen!”
En zo rende Ad Venture richting Bandaka en Sushi. Necrodeus keek hem bezorgd achterna. Wat als het mis ging? Wat als Sushi hem direct neerschoot? Of als Adje te laat kwam, en Lazerstraal al dood was? Op dat zelfde moment klonk de knal van het jachtgeweer. Necrodeus werd bleek, maar draaide zich toen toch vastberaden om. Hij moest Hitomi vinden. Waar kon ze zijn?
 

Ondertussen komt Hitomi uitgeput aan bij de waterval. JiHawk en Selletje waren achter Henk aan gegaan, waardoor zijn niets meer te vrezen had. Het nadeel was wel dat er nu nergens meer andere tributen te vinden waren. Hoe mest ze Lazerstraal nu helpen als er in de hele omgeving niemand te bekennen was? Ze kon zichzelf wel verborgen houden, maar daar had Lazerstraal niets aan. Hitomi had tijdens de trainingen gemerkt dat er ook deze editie van de Hongerspelen weer verschillende bloeddorstige maniakken meededen. Nu wist ze waar Jihawk en Selletje uithingen, maar wat nu als Sushi of LPL Lazerstraal wist te vinden? Of erger nog: wat als Lazerstraal in de handen van die enge Duck terecht zou komen? En zelfs als ze niet door andere tributen in de problemen werd gebracht, was er de Arena zelf nog. Hitomi had in de verte al een groepje leeuwen zien liggen, en het zou haar niets verbazen als de rivier stikt van de nijlpaarden en krokodillen. Nee, Hitomi kon hier niet blijven. Ze moest Lazerstraal zien te vinden. Dat hadden zij en Para aan Fisico beloofd. En haar belofte aan Fisico was Hitomi alles waard. Net op het moment dat ze besloot terug te lopen, in de hoop dat ze bij de Baobao-boom een goed overzicht over de Arena zou hebben, zag ze ineens in de verte een tribuut lopen. Ze herkende hem als een van de tweelingbroers uit District 5. Zo te zien was hij alleen, en op het eerste gezicht onbewapend. Zou ze moeten proberen hem over te halen mee te helpen om Lazerstraal te laten winnen? Hitomi probeerde zich te herinneren hoe de tweelingbroers waren. Ze wist dat de jongens WM en Raceneus heette, en dat ze niet veel met elkaar omgingen tijdens  de trainingen. Ze wist ook dat ze een van de twee jongens regelmatig met Tosti, een beroepstribuut, had zien praten. En Fisico had hen duidelijk gezegd dat de beroepstributen niet te vertrouwen waren. Maar misschien was dit wel de andere broer, of misschien stelde de gesprekken met Tosti niets voor. Ze moest het er op wagen. Hitomi zuchtte, en stapte toen op de jongen af.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

14 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op wo 29 okt 2014, 11:26

T.G

avatar
Bowser Jr
Bowser Jr
‘Ziezo!’ zegt Raceneus tevreden. ‘Hebben we dat toch nog mooi voor elkaar gekregen!’ Samen met Tosti heeft hij de terreinwagen uit weten te graven. Hijgend gooit Tosti zijn pan neer. ‘Ik stel voor dat we nog even een struisvogelei gaan eten voordat we gaan rijden. Ik rammel’ ‘Beter niet,’ antwoordt Raceneus. ‘Het is al gaan schemeren. Als we nog voor het donker de rivier willen bereiken, dan kunnen we nu maar beter teruggaan. Bovendien stikt het hier momenteel van de muggen.’ De zon is inmiddels achter de horizon weggezakt en Raceneus slaat een mug in zijn nek dood. Ook Tosti heeft inmiddels last van het gezoem rond zijn oren. Wuivend met zijn handen probeert hij de irritante beestjes rond zijn hoofd weg te slaan. ‘Ik zie dat onze vrienden jou erg dankbaar zijn geweest,’ zegt Raceneus grijnzend. Als Tosti probeert te begrijpen wat Raceneus bedoelt merkt hij ineens de dikke muggenbulten op zijn arm op. ‘Waarom moest je dat zo nodig zeggen?’ vraagt Tosti boos. Nu ben ik mij er bewust van en…’ op dat moment beginnen de muggenbeten te jeuken en Tosti houdt zich net op tijd in als hij wil gaan krabben. ‘Ik leef met je mee, Tosti,’ zegt Raceneus sarcastisch. ‘Jammer dat ze alleen jou moeten hebben. Ik zou graag wat leed met jou hebben gedeeld, maar het zit er niet in.’ Tosti kijkt Raceneus verontwaardigd aan. ‘Hoe dan ook, laten we maar gaan rijden. Ik heb geen zin om nog verder lek geprikt te worden.’ Het duo klimt via het dak in de auto en Raceneus gaat achter het stuur zitten. Hij draait de sleutel om en de motor begint luidruchtig te ronken. ‘Op naar huis,’ zegt Raceneus nonchalant. Hij geeft gas en brengt de terreinwagen in beweging, maar dan slaat de motor ineens af. Tosti heft een wenkbrauw. ‘Ik dacht dat je vertelde dat je wel kon rijden.’ ‘Jaja, ik weet wat je bedoelt,’ zegt Raceneus geïrriteerd. ‘Ik moet alleen nog even wennen aan die stomme versnellingsbak. Ik heb al mijn rijlessen in een automaat gereden, dus veroordeel me niet.’ Mokkend start hij de motor opnieuw op. Ditmaal lukt het Raceneus wel om te schakelen, maar al gauw loopt hij tegen een ander probleem aan. ‘Dit ding stuurt behoorlijk zwaar,’ klaagt hij. ‘Als dit zo doorgaat, dan kom ik dadelijk met vreselijke spierpijn bij de rivier aan.’ Tosti onderdrukt een lach. ‘Moet ik meehelpen?’ vraagt hij spottend. Raceneus negeert Tosti’s opmerking en probeert alleen verder te rijden. Kort daarna vult een kanonschot de arena.

Jihawk en Selletje staan gebogen over het lichaam van Henk. Selletje had Henk met haar mes in zijn knieholte geraakt, waarna Jihawk Henk de genadeklap in zijn achterhoofd had gegeven. ‘Wat een mislukkeling,’ zegt Selletje, terwijl ze een lik neemt van Henks bloed. ‘Altijd een grote mond hebben, maar uiteindelijk niets kunnen. Dat is nou precies het soort tribuut waar ik een hekel aan heb.’ ‘Ach, vertel mij wat,’ reageert Jihawk. ‘Iedere editie bevat wel een paar van dat soort opdondertjes. En altijd zorgen ze voor de nodige anticlimaxen. Ik snap niet dat ze niksnut als Henk een tweede kans hebben gegeven. Ik bedoel, kom op, je hebt zelf gezien hoe hij afgelopen maand nog door die Flappie in dat ravijn werd geworpen. Hij was weerloos! Dan ben je toch niet goed snik!?’ Selletje grijnst. ‘Om nog maar over de zwakkelingen van deze editie te spreken,’ gaat Jihawk verder. ‘Die rare Necrodeus bijvoorbeeld. Zijn zinloze gezwets over de natuur doet mijn maag altijd ineenkrimpen.’ ‘Ja, echt he!?’ antwoordt Selletje. ‘Waar denk je dat we hem zouden kunnen vinden?’ Jihawk denkt even na. ‘Sinds hij werd gered door die Ad Venture hebben we hem niet meer gezien. Over Ad Venture gesproken, dat is al helemaal een rare snijboon.’ Selletje knikt instemmend. ‘Was het wel een goed idee om een alliantie met hem te vormen? Voor hetzelfde geld verraad hij ons!’ Jihawk schiet in de lach. ‘Welnee joh. Wat denkt hij tegen ons te kunnen beginnen? Hij komt uit district 9, en daar komen alleen maar slappelingen vandaan. Daarbij, heb je die zielige smoel van hem wel eens bekeken? Te nep voor worden, als je het mij vraagt. Waarschijnlijk weet hij allang dat hij dit niet kan overleven en is dit besef een beetje naar zijn hoofd gestegen. Die arme jongen weet volgens mij niet eens wat liegen is.’ Lachend loopt het duo verder, niet lettend op de kudde nijlpaarden die achter hun rug uit de rivier komt.

Ondertussen rennen Lazerstraal, Noémie en Duck nog steeds verder, op de vlucht voor de twee careertributen die hen vermoedelijk op de hielen zitten. ‘Zitten ze nog steeds achter ons?’ vraagt Lazerstraal, hijgend van de uitputting. Noémie kijkt achterom. ‘Ik geloof dat ze ons niet achterna zijn gekomen. Ik heb ze niet de rivier over zien steken.’ Ondanks dit antwoord is Lazerstraal nog steeds niet helemaal zeker van haar veiligheid. Het besef dat er op haar gejaagd wordt houdt haar continu bezig. ‘Dat hoeft niets te betekenen!’ zegt Lazerstraal paniekerig. ‘Ze kunnen een sluiproute hebben genomen en zo een verrassingsaanval doen. Ik vertrouw het voor geen meter.’ Noémie zucht. ‘Je hoeft niet zo paranoïde te zijn, Lazerstraal. We hebben ze al een tijd lang niet meer gezien. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze in de buurt zijn.’ ‘Maar dan houden ze zich misschien wel schuil in de bush!’ antwoordt Lazerstraal. Op dat moment duwt Duck zachtjes tegen haar been aan. In haar paniek draait Lazerstraal zich om en wil ze naar Duck uithalen, totdat ze de affectieve blik in zijn ogen ziet. ‘Rustig maar,’ brengt hij op infantiele wijze uit. Lazerstraal kan nauwelijks geloven wat haar overkomt. Zou het kunnen dat Duck daadwerkelijk iets voor haar voelde? Daar wilde ze eigenlijk liever niet aan denken.

‘Kijk!’ roept Noémie opeens. Ze wijst naar een monument in de verte. ‘Dat ziet er interessant uit. Het lijkt mij geen slecht idee daar de nacht door te brengen.’ Het trio gaat akkoord en loopt er naartoe. Even wordt Lazerstraal overvallen door het idee dat Bandaka en Sushi zich daar misschien wel zouden kunnen ophouden, maar dat zou logischerwijs niet kunnen. Ze moet reëel zien te blijven. Eenmaal bij het monument aangekomen blijkt het om een kring van stenen te gaan. Een aantal rotsblokken zijn omgevallen en bieden beschutting tegen de eventuele gevaren van de aankomende nacht. De zon is al onder, waardoor een vage gloed aan de horizon nog het enige licht is waarmee ze zich kunnen oriënteren. ‘Dit noem ik nou fascinerend,’ brengt Noémie enigszins verwonderd uit. Lazerstraal knikt instemmend. ‘Het ziet eruit als de perfecte plaats om een wapen te verstoppen.’ ‘Daar zeg je zowat,’ geeft Noémie toe. ‘Ik denk dat ik maar even in het rond ga kijken.’ Lazerstraal belooft nog mee te zullen gaan zoeken, maar gaat daarna meteen op de grond zitten, veilig tussen twee omgevallen pilaren in zodat geen enkele tribuut of wat voor een roofdier dan ook haar zou kunnen ontdekken. Nogmaals overdenkt ze alle gebeurtenissen die haar op de eerste dag al zijn overkomen. Haar vlucht voor Bandaka heeft haar volledig uitgeput en ze weet nog steeds niet waarom die gast zo vastberaden achter haar aanzit. Tijdens de trainingen had hij Fisico genoemd. Zou hij soms een hekel aan hem hebben?

Lazertstraal wordt wakker geschud uit zijn overpeinzingen als Duck ineens bij haar komt zitten. Nieuwsgierig brengt hij zijn hoofd dichterbij dat van Lazerstraal totdat hij te dichtbij komt. ‘Ga weg,’ zegt Lazerstraal, iets bruusker dan eigenlijk de bedoeling is. Duck kijkt haar beteuterd aan. ‘Sorry,’ zegt Lazerstraal dan uiteindelijk. Maar ze durft hem nog steeds niet aan te kijken. Wat wil hij nou eigenlijk van haar? Waarom vertrouwt hij haar zo erg terwijl ze elkaar eigenlijk nog maar net ontmoet hebben? Net als ze weer wil opstaan om niet bij Duck te hoeven zijn hoort ze ineens een sissend geluid gevolgd harde gil. Met een schok komt ze overeind een raakt ze weer in paniek. ‘Noémie!’ gilt Lazerstraal. ‘Help me!’ hoort ze de stem van Noémie terugroepen. Onmiddellijk komen Lazerstraal en Duck in actie en rennen naar Noémie toe, die op de grond ligt. ‘Verdomme!’ roept Lazerstraal hardop. ‘Waar is Bandaka!? Hoe heeft hij je aangevallen!?’ Door het plotselinge gevaar is ze weer even de weg kwijt. ‘Dat bedoel ik niet…’ hijgt Noémie. Ze wijst naar haar arm, waar nu twee bloedende puntjes in zitten. Met haar andere arm wijst Noémie moeizaam in een bepaalde richting. Lazerstraal volgt haar vinger en ziet nog net een groefkopadder onder een rots wegglippen…

Profiel bekijken

15 Re: Toadplaza Hongerspelen deel 14 op do 30 okt 2014, 10:17

Prins Para Vanilla

avatar
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Necrodeus liep doelloos door de Arena. Het idee klonk heel leuk: ga op zoek naar Hitomi. Maar hij had geen idee waar ze was. Was ze in het Noorden? Was ze misschien aan de overkant van de rivier? Leefde ze überhaupt nog? En wat als hij iemand anders tegenkwam? Als JiHawk en Selletje ineens voor zijn neus stonden? Dan was hij weerloos. Adje zou hem deze keer waarschijnlijk niet te hulp schieten, die was aan de andere kant van de Arena. Triest bedacht Necrodeus zich dat er een mes had gelegen bij het dode lichaam van Para. Was hij maar slim genoeg geweest om die mee te nemen… En het was nu te laat om nog terug te gaan en het mes te halen. Het lichaam van Para was inmiddels waarschijnlijk al lang opgehaald door de hovercrafts. Necrodeus werd even uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door een geritsel in een struik vlak naast hem. Hij keek en zag een hoofd uit de struik tevoorschijn komen. Necrodeus kon een brede glimlach niet onderdrukken toen hij het hoofd herkende als een stokstaartje. Nieuwsgierig liep Necrodeus richting de struik, en zag dat er nog meer stokstaartjes verstopt zaten. Toen Necrodeus voorzichtig neerknielde, schrok het stokstaartje dat duidelijk op wacht had gestaan, en zijn maatjes doken terug in hun hol. Necrodeus maakte voorzichtig geluidjes met zijn mond, en de uitkijkpost kwam nieuwsgierig dichterbij. Voorzichtig snoof het beestje aan de handen van Necrodeus. Al gauw kwam er nog eens tokstaartje naar Necrodeus, en nog een. Necrodeus dacht eventjes niet meer na over de Hongerspelen, hij was eventjes intens gelukkig. Hij pakte een steentje en rolde het een eindje verderop. Een van de stokstaartjes rende enthousiast achter het steentje aan.
 
Met gierende banden kwam de Jeep tot stilstand.
“Wat was dat?” vroeg Tosti verschrikt. “Wat hebben we geraakt?”
Raceneus haalde zijn schouders op. “Zo te zien was het een of ander beest. Het leek wel een soort eekhoorn ofzo.” Hij keek opzij, naar Necrodeus die in shock op de grond zat. “He, jij daar! Weet jij welke kant de rivier op is?”
Necrodeus antwoordde niet. Met grote ogen keek hij naar de twee tributen die plotseling in een jeep waren komen aanrijden, en het schattige stokstaartje hadden veranderd in een bergje haren in een plas bloed. Heel eventjes was hij met zijn hoofd weg geweest uit de Hongerspelen, maar nu zat hij er weer volledig in.
Raceneus werd ongeduldig. “Hallo? Ik praat tegen je!” Hij wendde zich tot Tosti. “Pak mijn speer maar van de achterbank en maak hem af, Tosti.”
Maar Tosti pakte de speer niet. “Hij heeft niets misdaan, WM. Laten we doorrijden.”
Raceneus draaide zijn ogen. “Prima, wat jij wilt. Kom, laten we doorrijden.”

En zo vertrok de jeep weer. Necrodeus stond perplex toe te kijken. Toen hij eenmaal van de shock bekomen was, keek hij achter zich, waar de andere stokstaartjes gescholen hadden toen de jeep aan kwam. Maar ze waren er niet meer. Toen Necrodeus weer voor zich keek, zag hij waar ze waren gebleven: treurig stonden de stokstaartjes om het lichaam van hun overreden maatje. Necrodeus kreeg tranen in zijn ogen. Toen stond hij op. Hij was vastberaden. Hij zou het stokstaartje wreken. Hij zou Tosti en WM  hun verdiende loon geven. En dat kon hij niet alleen. Daarom liep hij verder, richting de waterval in het Noord-Oosten van de Arena, in de hoop dat hij Hitomi daar zou vinden.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 3]

Ga naar pagina : 1, 2, 3  Volgende

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum