Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen: Deel 11!

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 2 van 3]

16 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op do 31 okt 2013, 18:50

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Tevreden keek Fruitschaler naar de arena. Een wijds, verspreid terrein met zeker 4 verschillende landschappen. Kritisch bekeek hij de details; weinig bomen, geen waterbronnen, bergachtig terrein, maar ook gras, beesten, en een zeer brede oceaan. Vooral dat laatste was belangrijk, want water was een waardevol middel in de Hongerspelen. Ook eten viel niet te onderschatten, maar water had een permanente plek, die Fruitschaler moest uitbuiten. Als ‘aandenken’ had hij een kleine spons kunnen krijgen, onder het mom van fossiel. Maar deze spons werkte nog gewoon, en zou als het goed is uit het goorst mogelijke water nog drinkwater krijgen. De zee was dus overduidelijk Fruitschalers bestemming. Het vervelende was dat Fruitschaler niet zo best kon vechten. Thuis had hij er ook vrij weinig interesse in, in plaats daarvan hield hij ervan om dagenlang in boeken te lezen. Niet zomaar boeken, puur economische boeken. Door anderen werden ze ‘saai’ of ‘debiel’ gezien, maar zij snapten de onderliggende betekenis niet. Fruitschaler was ervan overtuigd dat het hem zou helpen.


Vanwege die gedachte was het eerste wat Fruitschaler zocht ook niet direct wapens, maar meer eten en water, wat vooral in het begin een geweldige start zou geven. Tot zijn opluchting zag hij tientallen flessen en trommels liggen, ongetwijfeld helemaal vol met drinken en eten. Fruitschaler nam nog even de tijd zijn medetributen te onderzoeken. Stuk voor stuk geconcentreerd, maar allemaal anders. Hij was van mening dat mensen dom waren, maar wel grappig, en ook zeker nuttig. Hij moest ervoor zorgen dat anderen deden wat hij gedaan wilde hebben. Was niet zo moeilijk. Vooral STNF had zijn belangstelling, een verlegen, magere jongen van 15. Ze waren leeftijdsgenoten, dus het was vast niet moeilijk om het ijs een beetje te breken. Wel zag hij er atletisch uit, en ook met een zekere intelligentie. Fruitschaler hoopte niet te veel, dat zou lastig kunnen worden. Zoals hij er nu uitzag, bezweet, ongekamde haren, maar vol concentratie, zag hij er niet heel gevaarlijk uit. Moest lukken, toch?


Tenslotte klonk het geluid van de gong door de arena, het teken dat de Hongerspelen officieel begonnen waren. Aangezien er toch geen wapens lagen, maakte Fruitschaler van de gelegenheid gebruik zoveel mogelijk trommels en drinkflessen mee te nemen. Zijn oog viel bovendien ook op een duikpak, een mooi, degelijk ding dat ongetwijfeld van pas zou kunnen komen, en vast ook wel te verkopen zou zijn. Hij griste het uit de handen van Adje, pakte nog 2 drinkflessen van de grond en zocht een veilige plek achter een steen om rustig het duikpak aan te doen. Het viel wat ruim, maar zou onmisbaar zijn voor de tocht naar de overkant van de zee, waar zijn bestemming lag. Hij keek naar de rest van zijn buit; 5 trommels en 4 drinkflessen. Kon er zeker mee door. Helaas was er geen plek voor al zijn schatten, waardoor hij genoodzaakt was alvast een broodtrommel leeg te eten en er 2 andere vast te houden. Hij zag er nu debiel uit, maar dat moest dan maar. Hij begon op te staan, maar stopte toen. Plots verscheen er een schaduw aan zijn linkerzijde, en Fruitschaler draaide zich om. STNF stond voor hem, met een strijdspeer in zijn hand, en keek hem vragend aan. Waar anderen doodsbang zouden zijn, zag Fruitschaler kansen.


Al tijdens de trainingstijd was Fruitschaler wat met STNF opgetrokken, en had gezegd dat hij wel een bondgenootschap met hem aan zou willen. Beetje gevleid, aardig voor hem geweest, zulke dingen, hadden hem zeker geholpen, en waarschijnlijk er ook wel voor gezorgd dat hij nu niet al op de grond lag te rotten. Het was hem al opgevallen dat STNF niet echt vrienden had, en zijn districtpartner liever meed. Blijkbaar was Fruitschaler de enige die kansen in hem zag. Beter zo.


Toen hij besefte dat STNF hem nog steeds vragend aankeek, stond hij snel op en sloeg een arm om zijn schouders.
“Ik wist dat ik je kon vertrouwen, man! Hier, een halve boterham, om onze vriendschap te bezegelen.”  Aarzelend nam STNF de boterham aan.
“Vind je me echt een vriend?”
“Natuurlijk man! Je bent me toch op komen zoeken, en nu kunnen we samen veel verder komen.”
“Nou, eh, bedankt dan maar. Zullen we nu naar de vulkaan gaan?”
“Met dit duikerspak?” Fruitschaler begon te lachen. “Nee, we gaan naar het ijsgebied. Vertrouw me maar, ik heb verstand van zulke zaken. Zo heeft ieder zijn ding. Wat is jou specialiteit, bijvoorbeeld?”
STNF begon te blozen. “Nou, eh, ik wil later heel graag architect worden, maar ik denk niet dat dat heel nuttig is hier…”
“Natuurlijk wel! Jij kan dan vast heel goed hutten maken, en je bent vast ook een geweldige speerwerper, zodat je mij kan beschermen! Ik neem de zware taak als leider wel op me, maar ik beloof je, je zal betaald krijgen, je zal het niet voor niets doen.”
“Betaald?” STNF keek verward. “Er is toch helemaal geen geld hier?”
“Nog niet… En bovendien kun je ook in eten betalen, of in kleding! Dat is het mooie van geld. En bovendien…”


Een lange relaas over het nut van economie, geld en handel volgde. STNF begreep er allemaal niets van, maar luisterde braaf en knikte af en toe, als hem iets gevraagd werd. Voor hij het wist zat hij op een afgebroken stuk ijs, peddelend naar het ijsgebied. Fruitschaler lag lekker op zijn gemak op het stuk ijs te liggen, af en toe wat pratend, tegen STNF of tegen zichzelf. Af en toe schoot de gedachte door zijn hoofd dat hij beter alleen kon gaan, maar hij stelde zichzelf gerust met het feit dat Fruitschaler het vast wel beter wist. Zwijgend roeide STNF verder.

Profiel bekijken http://google.nl

17 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op do 31 okt 2013, 19:42

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
"En, heb je het zwaard?"
"Nope."
"Sukkel." Noémie sloeg Adje op zijn wang. Het deed geen pijn, maar spontaan slaakte Adje toch een kreet van pijn.
"Dus waar moet ik me nu mee verdedigen?" zei Noémie op geërgerde toon.
"Ik kan je ook heus wel verdedigen, hoor." kaatste Adje terug. "Heb je dit schatje nog niet gezien?" Adje begon met zijn hamer in het rond te zwaaien. "Serieus, er is geen reden om je zorgen te maken."
"Pas toch maar op met dat wapen, straks laat je het vallen op je voet, of sla je tegen mij, of..."
"Doe rustig, Noémie, ik heb alles onder controle. Volg me nou gewoon maar."
"Adje?"
"Ja?"
"Ik wil hier weg." Ze barstte in huilen uit. Adje wist niet wat hij moest doen, dus hij drukte haar maar tegen zich aan. "Ik wil naar huis, Adje..." zei ze, met af en toe een snik. "Komt goed." zei Adje. "Ik breng je naar huis." Maar hij wist dat hij loog. Hij was absoluut niet aardig genoeg daarvoor. Als hij mocht kiezen tussen zijn leven en dat van haar, hoefde hij niet eens te twijfelen. Hij wilde gewoon dat ze stopte met huilen. In deze toestand had hij niks aan haar, en hij vond het ook niet leuk dat ze zat te huilen, want hij vond haar wel aardig, en haar bezorgdheid om hem ook schattig op de een of andere manier. Stiekem vindt hij Noémie een van de betere meisjes van zijn school. Samen zaten ze op school, in hetzelfde jaar nog wel. Ooit werd er een mengklas van haar klas en de zijne gemaakt, en toen moesten ze af en toe samenwerken, soms tegen hun zin. Naar verloop van tijd begonnen ze elkaar wel aardig te vinden, beetje bij beetje, maar niet zoveel dat er méér kwam dan vriendschap. Adje wist niet hoe Noémie er over dacht, maar hij had niet het gevoel dat er ooit meer zou komen. Hij vond het ook nogal onwennig om met haar om te gaan. Hij herinnert zich zijn twee beste en enige vrienden op school spreken over Noémie. "Hè, heb je Noémie al gezien! Man, wat een prachtige meid, ik zou er belachelijk veel voor over hebben om verkering met haar te hebben. Wat jij, Ad?" Maar Adje negeerde het maar in de mate van het mogelijke. "Kom, we gaan verder." zei Adje. Ze stopte met huilen. "We zijn er bijna. Nog even volhouden."

Daar was het, het begin van de vulkaan. Het was een heel eind teruglopen vanaf de bergen, maar volgens Adje was de vulkaan veiliger. Noémie zou willen weten waarom, maar dat vroeg ze hem niet. Ze had er wel vertrouwen in, ze had wel eerder eens met hem gekampeerd. Met de hele klas hadden ze besloten om te kamperen, maar uiteraard moest het die dag regenen. Ze hadden gevraagd met een vrachtwagen willekeurig gedropt te worden, zodat ze dan konden survivalen. Enkel: niemand wist hoe. Terwijl iedereen zat te prutsen met stokjes in de hoop een vuur te maken, ging Adje al gauw op zoek naar degelijk hout in de juiste vorm, en paste hij een techniek toe waardoor hij in no-time wat vuur had. Vervolgens had hij met eigen wapens gejaagd in het bos en had hij drie konijnen, die hij samen met de rest van de klas opgegeten heeft. Uiteindelijk moesten ze ook hun weg terug uit het bos vinden, waardoor Adje met een haarspeld van Noémie, wat water en een drijvend stukje kurk een kompas maakte. Hij wist dat District 2 in het noordwesten ligt vanaf hun locatie. Geen idee hoe hij het wist, maar hij wist het gewoon. Na een zware dag kwamen alle kinderen terug terecht bij hun families.

"Morgen gaan we rond de vulkaan wandelen." zei Adje kalm. "Het is tijd om een slaapplaats te vinden. De zon gaat onder..."
"Nou, dan moeten we dat maar eens gaan doen, niet? Waar wil jij liggen?"
"Daar lijkt me wel een goede plek, achter dat stuk rots. Is ook niet ver van een lavapoel, dus je zal zeker geen kou vatten."
"Lava?" zei Noémie op ongeruste toon.
"Wees gerust, de poel is ver genoeg om er niet in te vallen. Geloof me, het is veilig."
"Ik ben er toch niet gerust in... Kunnen we niet ergens anders?"
Adje zucht. "Hmpf, goed..." Hij liep nog even door en zag een gelijkaardige rots, maar dan zonder lavapoel in de buurt. Snel gaan ze zitten. Noémie probeert in een comfortabele houding te gaan liggen, al is rots nou niet zo aangenaam om op te liggen.
"Adje?"
"Ja?"
"Ik heb het koud."
"Daarnet waren we bij een warme lavapoel, maar tja, jij wilde per se verhuizen!"
"Wat als ik er in zou vallen? Of jij? Wat dan, hè Adje? Wat dan?"
"Noémie, de poel lag minstens vijftien meter van ons vandaan! Je moet al heel hard liggen woelen als je daar wilt..." Hij voelde dat hij te vermoeid was om deze discussie te voeren. Hij deed zijn trui uit en gaf hem aan haar. "Hier, neem maar." Hij forceerde een glimlach. "Ik hou wel de wacht. Ga maar slapen."
"Moet dat? Het is niet dat er iemand in de buurt is, hoor. Zou je zelf niet beter wat slapen?"
"Neh, het gaat wel." zei hij, maar hij wist dat hij loog. Als hij wilde kon hij nu meteen in slaap vallen, zo diep dat je hem met geen kanonschot zou wakker kunnen maken.
"Maar jij moet ook slapen, Adje, vroeg of laat. Je kunt niet eeuwig wakker blijven."
"Ik ga zo ook wel slapen. Na een uurtje ongeveer. Maak je geen zorgen om mij."
"Ok..." Noémie probeerde te slapen, maar dat ging moeizaam. Ze miste haar bed. Ze miste District 2 héél duidelijk.
Uiteindelijk bleef Adje vier uur wakker, en daarna volgde hij Noémie's voorbeeld...

Profiel bekijken

18 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 01 nov 2013, 11:27

Lazerstraal liep door het nachtelijke bos. Ze drukte haar mes tegen zich aan. Dat hadden zij en T.G gevonden, zomaar onder een rots, maar konden ze goed gebruiken voor hun plannen vanavond. Weldra zouden ze beiden bij het kamp van Necrodeus en Raceneus aankomen, en toeslaan. Ze kwam aan bij de open plek waar het kamp was. Vreemd genoeg kon ze T.G niet aan de andere kant van het bos vinden, ze gingen toch allebei uit een tegengestelde richting naderen? Dan maar wachten...

Na wat ongeveer 10 minuten moest zijn was er nog steeds geen teken van T.G. Ze begon zich zorgen te maken. Er moest iets gebeurd zijn. Misschien was hij van één van de vele kliffen hier gevallen, of in een gevecht terecht gekomen en gedood. Ze moest hem maar zoeken als het weer licht was, maar nu... nu kon ze evengoed het plan voortzetten. Waarom niet? Ze kon heus wel twee schijnbaar slapende tegenstanders aan. Stilletjes sloop ze op het kamp toe.

Toen gebeurde alles heel snel. Toen ze dicht genoeg was gekomen haalde ze uit naar Raceneus, die blijkbaar net op dat moment wakker schoot en uit de weg sprong. Helaas te laat, en het mes haalde zijn buik open. Hij schreeuwde het uit. Toen draaide ze zich om en...

Patstelling. Necrodeus had zijn bijl tegen haar gedrukt en zij haar mes tegen hem. Raceneus lag zacht kreunend op de grond, niet in staat om zijn bondgenoot te helpen. Lazerstraal wist niet wat ze moest doen. Als T.G nu gewoon eens kwam zou dit zo opgelost zijn.

Necrodeus glimlachte. Hier en nu was waar zijn echte talent tot zijn recht kwam. Het manipuleren van mensen. Best handig, vond hij zelf. Thuis kreeg hij altijd zijn zin. Dat kwam misschien door de combinatie van zijn uiterlijk, zijn woorden, en zijn informatie. Ja, informatie verzamelen was ook zijn talent. Je kon geen mensen manipuleren zonder informatie. Zelfs binnen het Capitool had hij zijn mannetjes gehad, en als hij het goed had zat hij hier nu voor Lazerstraal, 17 jaar, uit district 5. Trainingsscore 7, thuissituatie met een alleenstaande moeder en een hoop jongere broertjes en zusjes. Tijdens de trainingen was ze best close geweest met T.G. Enzoverder. Hij wist zogoed als alles over haar.

"Best een vervelende situatie waar we in zitten hé Lazerstraal" zie hij met een geamuseerde stem. Ze keek hem verbaasd aan. "Verbaasd dat ik je naam ken?" ging hij verder "Dat is niet zo vreemd. Je viel me ook zo op tijdens de training. Ik weet niet welke debielen hebben besloten jouw met een 7 te quoteren, maar ze zaten er duidelijk naast". Ondanks haar situatie moest Lazerstraal toch eenbeetje blozen, maar ze zei niks. Zij wist immers niks over hem, wat viel er te zeggen? "Jij was toch dat meisjes dat ook zoveel over flora en fauna wist? Gewoon over de natuur in het algemeen? En dit zijn de hongerspelen. Ze zijn ernaar vernoemd, naar voedsel. En jij hebt ongetwijfeld het minste problemen van alle tributen om dat te pakken te krijgen. Een geweldig voordeel. "Hij heeft gelijk" dacht Lazerstraal. Zij was nu eenmaal een biologie-genie. "En dat heeft me blijkbaar een bewonderaar opgeleverd" dacht ze tevreden. "Jij was thuis toch degene die jouw familie uit de armoede ging tillen?" ging Necrodeus verder. Ze slikte. Hoe wist hij dat? "Een eervol doel. Tenminste beter dat dat van de meeste andere tributen, zijn willen gewoon winnen voor de rijkdom en de roem. Baby Krabs, Jeanne, T.G..."

"T.G?" vroeg Lazerstraal verbaasd. Necrodeus knikte. "Hoewel het jou waarschijnlijk niet aan me opgevallen is" zei hij eenbeetje verdrietig "Heb ik alle tributen goed in de gaten gehouden, er eenbeetje mee gesocialized. Op een avond in het trainingscentrum heeft T.G me in een dronken bui alles opgebiecht, weet je? Zijn intenties. Hoe hij van plan was bondgenootschappen te sluiten met alle zwakkere spelers. "Vooral die Lazerstraal is geweldig" zei hij me "Ze heeft me zelfs al alles verteld over haar familie en leven, soms is het te gemakkelijk"". "Nee" zei Lazerstraal "T.G was elke avond bij mij". "Elke avond?" drong Necrodeus aan "Ook de voorlaatste van ons verblijf in het trainingscentrum?". Lazerstraal dacht terug. Dat was juist, die avond was hij niet komen opdagen voor het gezamenlijk avondmaal. "En hoe had ik anders kunnen weten over jouw gezin?" ging Necrodeus verder "Je hebt het toch enkel aan hem verteld hé. Sorry, maar hij heeft je vertrouwen geschaad. En daar haat ik hem ook om". Lazerstraal was met stomheid geslagen. Necrodeus moest gelijk hebben. Het kon gewoon niet anders. Ze had niemand naast T.G over haar thuissituatie verteld. Necrodeus' verhaal klopte gewoon. Haar handen sloten zich rond het mes. Maar ze wist wat ze moest doen nu, ze kon Necrodeus gemakkelijk uitbuiten.

"Ik weet de perfecte oplossing" zei Lazerstraal "een bondgenootschap". Zelfvoldaan zag ze Necrodeus' ogen oplichten bij dat voorstel. "Wel" mompelde "Dat is inderdaad een heel verstandige oplossing". Tegelijk namen ze hun wapens terug. "Wat doen we met Raceneus?" vroeg Necrodeus, maar op dat moment klonk er een kanonschot. Raceneus lag in een grote plas bloed, zijn ogen wijd open. Hij was dood. "Ach ja" zei Necrodeus verdrietig "Dan gaan we anders maar verhuizen? Het is niet veilig meer hier". "Normaal gingen ik en T.G jullie in een hinderlaag lokken hier vanavond" biechte Lazerstraal plots op. Necrodeus keek verbaasd. "Waar is die nu?" wou hij weten. "Ik weet het niet..." zei Lazerstraal "... misschien is hij dood". Necrodeus schudde zijn hoofd. "Dat was het eerste kanonschot vannacht. En ik gok dat sinds laatste keer dat je hem hebt gezien er nog geen andere zijn geweest. Dat was zo. "Dan heeft hij me nu misschien al verraden" dacht Lazerstraal grimmig. Maakt niet uit, ze had nu een voor haar veel handigere bondgenoot.

Necrodeus liep tevreden achter Lazerstraal aan. Ze trapte met open ogen in alles; zijn leugens, zijn verliefde act. Hij kon het haar niet kwalijk nemen natuurlijk, hij kon heel erg overtuigend zijn.

Profiel bekijken

19 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 01 nov 2013, 13:38

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
"Jij wakker worden, ugh." Door een vreemde stem werd T.G langzaam maar zeker wakker. Al gauw merkte hij dat hij in een oncomfortabele positie stond. Hij kon geen vin verroeren.
"Dus het bleekgezicht is wakker geworden, ugh. Mooi." Eindelijk werd duidelijk naar wie T.G zat te kijken. Zijn wazige blik werd scherp, en hij zag een vreemd gestalte met pijl en boog voor hem staan. Zonder twijfel was dit JiHawk. T.G herinnert zich JiHawk nog wel van de training. Hij was toch die jongen met zijn vreselijke getrommel?
"Wie bent u, meneer bleekgezicht? Vertel mij uw naam." Daar had T.G geen zin in, maar had hij een keus? Vlak voor hem stond JiHawk, hem aanstarend met een bedreigende blik en met een pijl en boog in zijn hand houdend. "Mijn naam is T.G." zei hij. "En jij bent vast JiHawk, de driftige trommelindiaan. Niet?"
"Jij bent best brutaal voor een zielig bleekgezicht." kaatste JiHawk terug. "Je weet dat ik je in je toestand nu gewoon meteen kan doden. Toch?" T.G realiseerde zich dat hij beter niet zo brutaal tegen hem was. Nu zag hij ook waarom hij zich niet kon bewegen: hij zat vastgebonden aan een stuk rots. JiHawk ging verder. "T.G vind ik trouwens geen mooie naam. Vanaf nu is het Grote Platvoet, dat is een veel geschiktere naam voor je."
Dat vond T.G maar niks, maar hij wist dat hij niet in de positie stond om tegen hem in te gaan.
"Wat wil je van me?"
"Ik wil helemaal niks van je, ugh. Ik heb enkel even wat spullen van je afgenomen. Zoals deze prachtige, zwarte broodtrommel. Er zat een behoorlijk stuk vlees in, wat ik deze avond plan te verorberen."
"Waarom hou je me dan vast? Je kunt me dan toch ook gewoon vermoorden? Waarom zou je me vast binden?"
"Ik wil het wat interessant maken." Daar verbaasde hij T.G even. JiHawk ging verder.
"Kijk, het is heel simpel. Die koorden zitten heel strak, die krijg je niet los. Daar ben ik zeker van, ugh. Maar je krijgt een kans. Als er je iemand bevrijdt voor middernacht, ben je vrij om te gaan."
"Dat is... best aardig van je." zei T.G.
"Maar let op. Ik doe vandaag een wandeling rond de vulkaan. Als je hier na middernacht nog staat als ik terug ben, jaag ik een pijl door je hoofd." T.G slikte, maar zag nog hoop. Vast komt Lazerstraal hem wel redden. Tenminste, als ze hem op tijd vindt. Hopelijk is ze niet zo dom om alleen op Raceneus en Necrodeus af te gaan. Dat is ze toch niet? Nee toch?
"Nou, mooi, dan hoef ik maar te wachten." zei T.G.
"Verwacht je iemand dan? Denk je werkelijk dat iemand je komt halen?"
"Ik ben er overtuigd van." zei T.G, al was er toch een lichte vorm van onzekerheid te horen in zijn stem.
"Hah, het kan nog interessant worden dus. Ik betwijfel het, ugh. Stel je even voor dat er al iemand is die je wilt redden, Grote Platvoet. Wie zegt dan dat je niet wordt verslonden door een wild beest, of gedood wordt door een andere tribuut? Als ik jou was zou ik helemaal niet gerust zijn. Integendeel, ik zou schreeuwen. Schreeuwen als een gek. Niet dat dat verstandig is, zo wordt je best makkelijk gevonden." T.G zweeg, maar hij had een punt, en dat wist hij.
"Als je me nu excuseert... Ik ga even een rustige wandeling maken. Ik hoop voor jou dat je het overleeft, Grote Platvoet. Maar ik zou er niet op rekenen. Je hebt best al wat zitten bloeden na die klap op je hoofd van gisteren. Raad eens wie je die klap heeft toebezorgd." Een luidkeelse, licht kwaadaardig klinkende lach volgt. JiHawk deed de broodtrommel met het stuk vlees in zijn broekzak, deed zijn pijlenkoker met ongeveer vijf pijlen aan zijn rug en spande één pijl, zodat wanneer er gevaar dreigt hij meteen zou kunnen schieten. Wat JiHawk niet wist, was dat aan de andere kant van de berg een duo langzaam T.G nadert...


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

20 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 01 nov 2013, 14:34

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Coolboy was ver weg gerend van het lijk van Tosti. Waarom had Adje hem gered? Coolboy wist het niet. Hij wist wel dat hij graag net zo goed wilde leren vechten als Adje. Coolboy was geen vechter. Tijdens de trainingen had hij vol verwondering gekeken naar de andere tributen. Vooral Fisico leek een hele goede vechter te zijn, maar ook Lennard viel op. Zonder het te merken was Coolboy in het Vulkaangebied terecht gekomen. Hier was hij in ieder geval veilig, dacht hij. Maar al snel zag hij dat hij het mis had: vlak voor hem liep Oshi, met een zwaard in zijn hand. Oshi had Coolboy gelukkig nog niet gezien, en liep recht op een plek tussen twee geisers in af. Coolboy besloot hem te volgen, benieuwd wat Oshi van plan was. Daar kwam hij al vrij snel achter: in de plek tussen de geisers zag hij Lennard staan, ongewapend.

Oshi rende op Lennard af en haalde uit, maar hij ontweek de slag en sloeg Oshi op zijn gezicht. Oshi viel om en het zwaard viel uit haar hand. "Dacht je nou echt dat ik die niet zag aankomen?" lachte Lennard terwijl hij het zwaard pakte. Hij wist niet precies waarom hij dat zei, en waarom hij dit deed. Het ging vanzelf. Met een sarcastische grijns keek hij naar Oshi. Deze was inmiddels opgestaan, en keek met een stalen gezicht naar lennard. Lennard liep met het Zwaard op Oshi af, klaar om toe te slaan, toen Oshi ineens van achter zijn rug een bijl tevoorschijn haalde. De twee wapens kletsten tegen elkaar. Lennard was eventjes verbaasd, maar grijnsde toen, terwijl hij een tweede aanval inzette en Oshi in zijn schouder raakte. Het bloed spatte eruit, en Oshi kon met moeite zijn bijl nog vasthouden. Lennard hief zijn zwaard op, klaar om de genadeslag te maken. Een kanonschot klonk. Oshi was dood.

Al die tijd had Coolboy vol verwondering staan toekijken van achter een rots. Hoe Lennard de slag van Oshi ontweek en zijn wapen afpakte, hoe Oshi vervolgens nog een wapen bleek te hebben maar vooral hoe Lennard hier totaal niet leek te schrikken en direct de slag van Oshi afweerde, om hem vervolgens te doden. Coolboy zou willen dat hij zo goed kon vechten. Hoe zou Lennard dat geleerd hebben? In een vlaag van overmoed stapte Coolboy achter de rots vandaan.

“Lennard?”
Lennard keek verbaasd op, en trok vervolgens meteen zijn zwaard, klaar om de volgende tribuut af te maken. Hij zag dat Coolboy schrok.
“Sorry, ik wilde niet- Maak me alsjeblieft niet dood! Ik wilde iets vragen!”
Lennard keek Coolboy vertwijfeld aan, maar liet het zwaard wel zakken.
“Wat wilde je vragen?”
Coolboy keek hem onzeker aan, zuchtte diep en vroeg toen:
“Zou jij me willen leren vechten?”
Dit had Lennard niet verwacht.
“Waarom zou ik dat doen? We zijn tegenstanders van elkaar, het zou behoorlijk stom zijn om mijn vijanden te trainen in de strijd.”
“Ik beloof dat ik het niet tegen je zal gebruiken!” zei Coolboy snel. “Ik wilde gewoon- Jij bent zo’n goede vechter! Zoals je Oshi vermoorde! Hoe deed je dat? Hoe wist je wat hij ging doen?”
Lennard dacht even na.
“Geen idee. Het was alsof ik dit al eerder had meegemaakt.”
Lennard probeerde zich te herinneren waar hij dit gevecht eerder meegemaakt had, en plotseling wist hij het. Hij imiteerde gewoonweg tributen uit eerdere Hongerspelen die in dezelfde situatie zaten.

Ondertussen keek Coolboy hem nog steeds vol verwachting aan. Lennard bleef nog even stil, maar uiteindelijk zei hij:
“Goed, ik zal je trainen.”

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

21 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 01 nov 2013, 17:38

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Zwijgend zat Fisico op een afgesleten boomstronk. Voor hem lag een prachtige, luxe messenset. Stuk voor stuk waren de messen vlijmscherp, stuk voor stuk waren ze echt vakmanschap. Voorzichtig liet hij zijn handen over het leer gaan van het omhulsel, en het koude staal van de lemmeten. Het waren er 5 in totaal; 2 kleine werpmessen, 2 kleine steekmessen, en een mes dat meer op een dolk leek. De band had om een boom gehangen, een willekeurige boom, en Fisico zou het niet gezien hebben als daar niet toevallig zijn waterfles uit zijn hand was gevallen. Onopvallend had hij om zich heen gekeken, maar er was niemand. Blijkbaar waren ze door de Spelmakers daar opgehangen. Een paar seconde later was er nergens meer een spoor van de messen of Fisico over. Dat was zijn twijfelachtige talent.

Fisico was zijn leven begonnen als een kleine jongen in een uitstekend gezin, redelijk rijke ouders, en 3 broers en zussen. Hij had een fijne jeugd gehad, met een duidelijk beeld naar de toekomst; opziener in het bos, net als zijn vader. Als hij al wist dat dat een nogal dubieus beroep was, en dat hij het bos behoorde te beschermen tegen mensen uit zijn eigen district, dan liet hij dat niet merken. Kortom; een goed leven, en de Hongerspelen waren niets meer dan vermaak.

Tot de opstand kwam. Of het nou gegrond was of niet, Fisico’s ouders werden beschuldigd tot verraad en aanzetting tot demonstraties, en in een gevangenis gegooid. De dag erna werden ze geëxecuteerd in het openbaar, aangezien hun familie niet geliefd was bij de burgers. Hij en zijn broers en zussen moesten er verplicht bij hun executie zijn. Hij vond dit lichtelijk verontrustend, en vluchtte de dag ervoor uit zijn huis. Van de rest van zijn familie had hij nooit meer iets gehoord. Hij was nog vaak teruggekomen naar de asresten van hun huis, maar nooit zag hij een bekende. Later had hij dat hoofdstuk van zijn leven uit zijn geheugen gewist. Zijn dode familieleden waren nog slechts vage bekenden.

Het leven voor Fisico was drastisch veranderd. Hij moest voortaan van het bos leven, en alles wat dat hem te bieden had. In die jaren had hij ook zijn voorliefde voor het bos, de dieren erin, de planten erin gekregen. Elk stukje bos was anders, en Fisico leerde steeds meer van het bos kennen. Eerst kwamen er nog regelmatig troepen soldaten om hem te zoeken, zodat Fisico ook steeds meer zichzelf leerde camoufleren en verstoppen, maar na een aantal jaar zag hij er nooit iemand meer. Dat was de tijd dat hij zich meer in de steden durfde te vertonen. Hij bleek vreselijk goed te kunnen stelen, maar soms werd hij ook betrapt. Toch ontkwam hij altijd, soms met behulp van een mes dat hij ooit als kind had gejat. In het bos had hij zichzelf aangeleerd met messen te gooien en te vechten, wat hij vaak in de praktijk uitvoerde op mensen die hem zo nodig moesten achtervolgen. Maar toen ging het mis.

Een kleine misstap was het maar, maar het had wel een enorme rotzooi veroorzaakt. Hij was in een valkuil getrapt, niet eens een voor mensen, maar eentje voor groot wild. Meteen kwamen er jagers bij hem, en sleurden hem het gat uit, Zichtbaar teleurgesteld hadden ze hem naar de opzichters gestuurd. Fisico had martelingen verwacht, een langzame, pijnlijke dood, maar kreeg een intelligentietest voorgeschoteld door een grinnikende bewaker. Verbaasd vulde hij hem in, en 2 dagen later zat hij in de trein naar het Capitool. Dit alles kwam bovendrijven toen hij de messenset zag.

Fisico schudde zijn hoofd om zijn gedachtes weg te krijgen. Hij moest zich concentreren, niet toegeven. Lenig sprong hij over 3 meter rots alsof het niets was, en rende vervolgens verder de bergen op. Hij had nog niet echt een idee waar hij heenging, maar zijn voeten deden het werk voor hem. Soepel als een kat kwam hij bij elke sprong weer neer, maar hij werd niet moe. Pas toen het donker begon te worden, keek hij rond voor een slaapplaats. Hij had nog niet gegeten vandaag, maar onderweg had hij een dikke duif te pakken kunnen krijgen. Met een paar snelle bewegingen met wat takjes kon hij een bescheiden vuur maken, waarboven hij de duif roosterde. Zijn maag rammelde; hij had echt te weinig gegeten vandaag. Maar ja, daar had hij ervaring mee. Hij wilde zijn hand uitsteken naar de duif, toen hij uit zijn ooghoek een beweging zag tussen de struiken. Stroosie kwam voorzichtig tevoorschijn, maar maakte geen aanstalten tot aanvallen. Een blik van herkenning schoot door Fisico heen, en hij nodigde Stroosie uit om bij het vuur te komen zitten. Lachend accepteerde Stroosie dat aanbod, hij had hem ook herkend. Man, hij was echt blij dat hij Stroosie weer terugzag, al had hij geen idee hoe die hier terecht was geraakt. Druk pratend aten ze gezamenlijk de duif op.

Profiel bekijken http://google.nl

22 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 01 nov 2013, 17:59

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Het is duister. Té duister. Een schim nadert. Heel langzaam. Het blijkt een gewapende tribuut te zijn. Gewapend met een zwaard, waar al meerdere tributen aan zijn gesneuveld. Hij komt dichter. En dichter. Sushi wilt vluchten, rennen alsof de dood achter hem aan zit. Maar het lukt niet. Hij voelt zich slap, niets, een waardeloos stuk afval. De adrenaline giert door zijn hele lijf. De angst die hij voelt verstikt hem bijna. Maar de schim blijft maar dichter en dichter komen. Tot Sushi plots... zijn ogen opent. Hij staat op, brengt een gil uit van paniek en kijkt rond, en is opgelucht als hij beseft dat het slechts een nachtmerrie was. Dat was het toch wel... Toch? Even kijkt hij naar Tuffie, die nog steeds in een diepe slaap verwikkeld zit. In zijn slaap lijkt hij nog vrediger dan op de ogenblikken dat ie wakker is. Nog even controleert hij of er in de omgeving nog wat te zien, om zo weer naar het land der dromen te gaan. Of in zijn geval: het land der nachtmerries. Maar het zag er naar uit dat dat nog even zou moeten wachten: in de verte zag hij twee personen, die blijkbaar hetzelfde idee hadden gekregen als hem: naar het polaire gebied gaan om te zien wat voor rijkdom er is.

"Dus zullen we de vier flesjes water maar inschrijven in de boekhouding onder vlottende activa?"
"Hmpf, fijn, doe maar." antwoordde STNF. Hij had geen idee over wat hij het had, maar hij zei gewoon ja op al hetgene dat Fruitschaler vroeg.
"Ok, dus dan open ik even een T-rekening en plaats ik de flesjes water onder handelsgoederen. Aan de debetzijde, geloof ik. Iedere fles lijkt ongeveer een waarde te hebben van 0,8541 euro, dus afgerond zou dat ongeveer 0,85 euro moeten zijn. Dan moeten we nog de trommels in de boekhouding inschrijven, maar daarvoor moeten we eerst de inhoud van naderbij bestuderen. Roei jij maar rustig verder, STNF, dan stel ik even de resultatenrekening op, waar we een overzicht maken van de totale opbrengen en de totale kosten, en kijken hoeveel winst we kunnen realiseren bij de verkoop hiervan. Helaas is er in de arena geen geld, dus zullen we aan ruilhandel moeten doen. Weet je, ik denk dat..."
En zo ging het door. STNF kon van de hele uitleg niks maken, maar zag een kans om eindelijk van zijn urenlange gepraat af te zijn. Al eerder had hij zich afgevraagd of hij hem niet beter gewoon in het water zou dumpen, maar dan deed hij het toch maar niet aangezien hij redelijk intelligent leek.
"Land in zicht, Fruitschaler! Kijk, eindelijk! We zijn er!" zei STNF enthousiast. Hij was het roeien werkelijk zat en was het gevoel in zijn armen verloren.
"Eindelijk, STNF, dat werd wel tijd." antwoordde Fruitschaler, licht geïrriteerd dat hij onderbroken werd, maar anderzijds ook wel blij. "Dit stuk ijs ligt absoluut niet comfortabel. Dan wordt het ook tijd dat ik je ga betalen, STNF. Je wordt beloond met een halve boterham met chocoladepasta op. Als extralegaal voordeel krijg je ook een flesje water dat al voor de helft leeg is. Bedenk wel dat je dit niet zomaar kunt weggooien: wij, als bedrijf, streven naar een ethisch verantwoord bedrijf dat zeer milieuvriendelijk is." Maar STNF lette niet op hem, hij lette enkel op zijn bestemming. Eenmaal de boord bereikt was botste het stuk ijs tegen de rand, waardoor het in twee stukken brak. STNF wist op tijd op het stuk land te springen, maar Fruitschaler lag daar nog steeds. Door de schok kwam hij in het ijskoude water terecht, samen met de vier trommels en flesjes bronwater. Ook het stuk papier waarop Fruitschaler de boekhouding had gedaan kwam in het ijskoude water terecht.
"Jij... Sukkel! Doorgedraaide gek! Kijk wat je gedaan hebt! Heel de boekhouding is naar de vaantjes!" Fruitschaler was door het dolle heen. Hij was razend.
"Pardon?" zei STNF geërgerd. "Je mag me best bedanken voor het roeien in plaats van zo tegen me te keer te gaan. En kijk eens aan, de vier trommels en flesjes drijven gewoon op het water, dus er is niks aan de hand, toch?"
"Weet je wel hoe belachelijk veel tijd ik in die boekhouding heb gestoken? Allemaal voor niks! Je realiseert je iets niet, STNF. Tijd is geld. Als je nog zo'n stommiteit uithaalt, ben ik al bijna een fortuin kwijt!"
"Jezus, rustig aan man, en kom uit het water, straks ga je misschien dood door de kou." STNF had werkelijk héél veel zin om hem nu te vermoorden. Hij was nutteloos. En hij kon in dat geval alles voor zichzelf houden. Maar nu was er maar één iets dat hij wilde, en dat was slapen. Ook Fruitschaler was te moe om hier mee verder te gaan. Hij zwom nog achter de laatste trommel aan en kwam uit het water. Af en toe zei hij nog wat, maar door Fruitschaler z'n klappergetand was hetgene wat hij zei niet meer verstaanbaar. Het enige wat nog redelijk verstaanbaar was, was toen hij zei dat STNF een slaapplaats moest zoeken.

"Psst, Tuffie." fluisterde Sushi. Hij zat ondertussen al ruim vijf minuten tikjes op zijn schouder te geven. En het leek eindelijk effect te hebben. Langzaam zag hij Tuffie z'n rechteroog openen, en al gauw daarna zijn linker. Sushi verwachtte nu een chagrijnige, licht geïrriteerde reactie, maar zelfs op dit moment was hij enorm sympathiek ten opzichte van Sushi. "Sorry, Tuffie." Hij begon te lachen toen hij besefte dat het rijmt. Tuffie keek hem vreemd aan, maar vroeg niet waarom hij begon te lachen. Misschien had hij al door waarom, al leek dat onwaarschijnlijk.
"Wat moge de reden zijn dat u mij heeft wakker gemaakt, Sushi?"
"Ik zie schimmen. Ver weg. Ze naderen. Een van de tributen is duidelijk gewapend, dus we gaan hier best weg."
"Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof." Sushi was even stil. Wat voor antwoord was dit nu weer? Kon deze man nooit eens duidelijk zijn in wat ie zei?
"Wat verwacht je dat ik doe, dan? Ik kan niet tegen twee man op."
"Laten we, in de verwachting dat de Heer ons zal redden, tot Hem om hulp roepen. Als het Hem behaagt, zal Hij ons verhoren."
Sushi had genoeg. Hij moest maken dat ie weg komt. Hij vroeg Tuffie mee te komen, maar die weigerde. Hij bleef. Sushi liep daarna snel uit de grot in z'n eentje, hopend dat hij door de schimmen niet werd opgemerkt. Na op veilige afstand te zijn van de schimmen blijft hij hen in de verte aanstaren. Hij vond het vreselijk dat hij Tuffie niet naast zich had staan, en ook heel laf van zichzelf dat hij het lef niet had om te blijven bij hem. Maar wat moest hij doen? Plots staan ze stil.

"Zo, Fruitschaler, lig jij hier maar. Ik hou wel even de wacht. Ik meende daarnet wat te zien bewegen daar." Maar STNF zag dat Fruitschaler na de eerste zin al op de grond was gevallen, in de zachte sneeuw.
"Man, wat moet ik met hem..." mompelde STNF."

Sushi zat nog steeds aandachtig te kijken naar het gebeuren. Een van de schimmen was neergevallen. Waarom? Had hij hem gedood? Nee, dat kon niet, want er was geen kanonschot. Een van de schimmen ging verder, richting Tuffie. Hij of zij ging de grot in. Ongeveer twee minuten was er geen teken van leven meer te zien, tot plots iemand weer naar buiten kwam. Tuffie. Hij leefde nog. Sushi liep terug. Dit kon niet Tuffie zijn. Nee, het was niet realistisch, verre van. Maar het kon niet anders, want hij had geen wapen in zijn hand. Hij stond nu recht voor Tuffie, en zag een lichaam in de grot op de grond liggen.
"Is hij..."
"Bewusteloos." antwoordde Tuffie.
"Maar... wat... hoe..."
"Geen vragen." zei Tuffie. "We verhuizen. Morgen leg ik het uit."
"Maar... moeten we hem niet..."
"Nee."
Sushi wilde protesteren, maar hij was sprakeloos, en wist nog steeds niet wat er gebeurd was. Een gewapende man kwam de grot binnen, en toch wist Tuffie hem bewusteloos te slaan. Bewusteloos, niet dood. Hij had inderdaad geen kanonschot gehoord. Maar waarom, hoe, wat, wie? Maar Sushi zei niks. Hij volgde Tuffie naar een andere grot, waar ze hun slaap weer hervatten.


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

23 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op za 02 nov 2013, 17:28

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Voorzichtig keek Henk om de ijsschotsen, verhuld in zijn natte duikpak, naar de omgeving, de ijsberen, de pinguïns, maar vooral naar één persoon; SNTF. Niet met moordneigingen, woedeaanvallen, of andere agressieve gedachten, Henk was niet agressief ingesteld, hij was totaal misplaatst hier. Hoe hij hier gekomen was kon hij wel raden. Bij de intelligentietest, waar Henk abnormaal scoorde op techniek en meteorologie, 2 van Henks grootste hobby’s, zat vast en zeker wel iets verborgen, maar hij had niet gedacht dat het zo ver zou gaan. Zijn districtpartner was Tuffie geweest, iemand waar hij van had horen zeggen, maar nooit echt had gesproken. Het was iemand, die overal kwam, maar nergens bleef. Henk had hem maar raadselachtig gevonden en niet echt met hem opgetrokken. Nee, dan STNF. Dromerig bleef Henk naar hem staren, maar hij kon moeilijk naar hem toelopen. Toch was dat zijn plan.

Thuis al was hij gepest omdat hij op jongens viel, maar daar had hij zich altijd kranig kunnen weren en er niets van aangetrokken. Toch, hij merkte vaak dat mensen afkerig waren tegen hem en hem zonder reden buitensloten. Hij wist dat hij anders was, maar wat maakte dat uit? Iedereen zou immers het recht moeten hebben om te doen wat hij wil. Henk had het geluk dat hij uit een rijke familie kwam, en dat hij daardoor toch wel met een zeker respect behandeld werd, maar hij besefte dit maar half. Mensen noemden hem naïef, maar dat vond Henk lichtelijk overdreven. Ze zeiden ook dat hij erg kalm en behulpzaam was, waar Henk het meer mee eens kon zijn. Het punt bleef dat hij toch erg misplaatst was hier, hoewel hij wel een boog met pijlen opgeduikeld had, en weinig kans maakte. Henk was daarom vastbesloten om een bondgenoot te vinden. Hij was niet compleet nutteloos, maar vechten, dat liet hij aan anderen over. Zoals STNF.

STNF was hem al opgevallen tijdens de treinreis, toen hij de ‘lotingen’ zag. Zonder vrees, maar een tikkeltje overmoedig, was hij het podium opgestapt. Geweldig had Henk dat gevonden, en STNF had meteen een diepe indruk op hem gemaakt. Hij had het fragment eindeloos herhaald, maar kon niet wachten om hem in het echt te zien, wat een paar dagen erna gebeurde. Hij sprak hem meteen aan, STNF reageerde eerst nogal terughouden, maar kon later wel goed meelachen met zijn grappen, want, toegegeven, Henk was behoorlijk sociaal. Ook de andere tributen had hij niet vermeden, wat hem wat respect opleverde. Toch had hij niemand verteld dat hij homo was. Mensen hoefden tenslotte niet alles te weten, en hij wilde de sfeer niet verpesten. Bovendien had hij het idee dat het Capitool het niet echt kon waarderen. Maar dat was de relatief veilige training. Dit waren de Hongerspelen, de bitterharde realiteit. Hij zou binnen een dag kunnen sterven. Dit zou zijn laatste kans kunnen zijn. Henk kwam achter de rotsen vandaan.

STNF zag hem eerst niet naderen, maar al snel kreeg hij Henk in het oog, en keek even lichtelijk verbaasd. Geruststellend zwaaide Henk even; hij had geen slechte bedoelingen, integendeel. Het laatste stuk legde hij rennend af; je wist maar nooit wie er op de loer lag. Glimlachend begon STNF een gesprek.
“Hé Henk, nooit gedacht dat ik jou nog zou zien! Gaat het een beetje? “
Henk werd een beetje rood. “Prima, eerlijk waar, mooie boog nog gevonden ook. Wat doe jij hier helemaal? ’t Is hier behoorlijk fris, niet echt fijn om te zijn!”
“Beter dan afgeslacht te worden, in ieder geval! En bovendien ben ik een beetje, tja, in dienst genomen van mijn grote vriend hier.” De sarcastische toon ontglipte Henk niet. “Maargoed, je scheen iets te willen zeggen, je rende zo hard. Komen er tributen aan of zo?”
Henk aarzelde even, maar dit wilde hij niet langer alleen houden. “STNF, ik weet dat dit wat raar gaat klinken, en misschien wil je me wel doodslaan, maar ik- ik hou van je.”

Profiel bekijken http://google.nl

24 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op ma 04 nov 2013, 14:04

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Het was een dag later, Jelle en Jeanne stonden opgewekt op. De eerste dag van de Hongerspelen zat er op, zij waren nog levend. Dat kon niet iedereen zeggen. In ieder geval Watermeloentje en Para niet. Jelle pakte zijn spullen, terwijl Jeanne een beetje stom zat te lachen om een raar gevormd stuk steen. "Hihihi, dat stukje steen lijkt op Necrodeus, hihihi". Jelle besloot te kijken, om er vervolgnes achter te komen dat het stuk steen echt heel erg leek op Necrodeus. Waarschijnlijk een geintje van de Gamemakers. Jeanne besloot het kleine steentje mee te nemen, waarna de twee zich klaar maakten voor het laatste stukje van de klim naar het zwevende eiland. Dit ging vrij vlekkeloos, er waren dan ook geen sporen van andere mensen die dezelfde klim hadden gemaakt. Een uurtje later kwamen Jelle en Jeanne, naar hun idee als eerste, aan op het zwevende eiland. Het weer was mooi, er lag voedsel voor het oprapen en er zullen vast wat wapens op het eiland liggen. Jelle besefte zich dat ze nu een flinke voorsprong konden nemen op de rest.

Echter, na een uurtje leek het eiland niet meer zo'n fijne plaats. De wolken werden donker, en het ging regenen. Jelle wilde eigenlijk weg van het eiland, maar Jeanne stond er op om te blijven. "Jeanne, het gaat mis, we moeten weg!" Jeanne reageerde hierop door tegen Jelle aan te liggen en zachtjes te zeggen "Bescherm me, Jelle, bescherm me". Jelle, duidelijk blij met deze aandacht, besloot te blijven op het eiland. Op een gegeven moment viel er een blikseminslag. Jelle en Jeanne schrokken, en ze zagen dat een van de weinige bomen in hun buurt geraakt was. Na de donder hoorde het tweetal ineens een stem. Een woedende stem. Namelijk de stem van Koopalingsfan. "Jeanne... Jij hebt mijn bondgenoot vermoord... En je gaat hiervoor betalen!". Jeanne leek te schrikken. Ze pakte haar mes, maar Koopalingsfan had een gevaarlijker wapen. Het waren een paar sterren. Jelle herkende ze direct als scherpe 'shuriken-sterren', gevaarlijke afstandswapens. Hoeveel Koopalingsfan er had wisten ze niet, maar Jelle en Jeanne renden uit instinct direct weg. Weer een blikseminslag. Een andere boom stortte in. Koopalingsfan gooide zijn eerste ster, en hij miste Jeanne op een haar verschil. Vervolgens leek hij als een soort machine te gooien, met dodelijke precisie. Jeanne en Jelle bleken over snelle reflexen te beschikken. Op een gegeven moment werd Jeanne in haar arm geraakt, waardoor ze instortte. "JEANNE, NEE", riep Jelle. Jelle boog zich voorover, terwijl Koopalingsfan de kans kreeg om de genadeslag voor beide tributen te geven. Fortuinlijk genoeg sloeg de bliksem net in... Op Koops. Terwijl hij aan een vlugge, enge dood leek te sterven, probeerde Jelle snel Jeanne te verzorgen. "Jeanne, we moeten van dit eiland af... Het moet!". Jeanne slikte en zei: "Jelle, bedankt voor de steun... Je was een goede jongen". Terwijl Jelle dacht dat Jeanne aan het sterven was en daarom in de verleden tijd sprak, bleek dit niet zo te zijn. Jeanne duwde Jelle weg, ze pakte zijn rugzak, ze rende een eind weg en ze sprong van de rand. Ze had Jelle beroofd van zijn parachute. Jelle schreeuwde nog wat na. "SCHURK. VALSE SCHURK! IK KOM JE ACHTERNA". Totdat hij iets voelde. Het was Koops. "Ken je dat gevoel? Dat gevoel wat Jeanne bij je achterlaat? Dat had ik ook". En we zullen haar achterna gaan. Koops gaf een rugzak aan Jelle, en hij hield nog een rugzak voor zichzelf over. Koops had blijkbaar de twee andere parachutes te pakken gekregen. Jelle vroeg nog een ding. "Koops... Hoe heb je die blikseminslag overleefd?". Koops toonde zijn dikke, rubberen sandalen. "Ik heb mazzel gehad"

Het tweetal ging naar de rand van het eiland, en ze sprongen van de rand, op hetzelfde punt als Jeanne. "Gaat snel!", riep Jelle. "Klopt zeker! Is het niet tijd om de parachute er uit te halen?", zei Koops. Jelle trok aan het touwtje, maar er gebeurde niks. "KOOPS... HET WERKT NIET! HET WERKT NIET!", zei Jeanne. Koops zei, ietwat nonchalant, nog een paar woorden tegen Jelle. "Je bent te naïef geweest, Jelle. Je vertrouwt mensen blindelings." Vervolgens activeerde hij zijn parachute. Jelle zag Koops naar beneden dwarrelen, terwijl hij neerstortte. Hij dacht snel na over de woorden van Koops. Hij besefte dat hij gelijk had, hij luisterde te veel en hij dacht niet meer voor zichzelf. Iedereen profiteerde maar van hem. Zijn familie, Koops, Jeanne... Op dat moment stortte hij ten aarde. Een kanonschot klonk. Koops zag de landing, en hij moest lachen. Hard lachen. Om een of andere reden was er iets geknapt bij Koops na de vroege dood van zijn districtgenoot, WM. Hij besefte zich dat hij moest overleven, en dat kon alleen als de rest eerder zou sterven. Hij besefte zich ook dat hij intelligenter was dan iedereen, inclusief hijzelf, dacht. Snel zou hij thuis zijn. Dan kon hij voor de rest van zijn leven onverstoord met zijn lego spelen.

Jeanne hoorde een enorme knal, en keek even wat het was. Zou het Jelle zijn, die ze moest verraden om levend te blijven, of Koops, of iets anders?


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

25 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 08 nov 2013, 11:30

Prins Para Vanilla


Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
Zijne koninklijke hoogheid Prins Para Mustafa Pinguïn andy Geweldig Bartholomeus III ofzoiets
"Als je me nu excuseert... Ik ga even een rustige wandeling maken. Ik hoop voor jou dat je het overleeft, Grote Platvoet. Maar ik zou er niet op rekenen. Je hebt best al wat zitten bloeden na die klap op je hoofd van gisteren. Raad eens wie je die klap heeft toebezorgd." Een luidkeelse, licht kwaadaardig klinkende lach volgt. JiHawk deed de broodtrommel met het stuk vlees in zijn broekzak, deed zijn pijlenkoker met ongeveer vijf pijlen aan zijn rug en spande één pijl, zodat wanneer er gevaar dreigt hij meteen zou kunnen schieten. Wat JiHawk niet wist, was dat aan de andere kant van de berg een duo langzaam T.G nadert...

“Lazerstraal!”
T.G was nog nooit zo opgelucht geweest. Zijn bondgenoot kwam hem redden! Maar al snel zag hij dat er iets mis was. Lazerstraal was namelijk niet alleen. Achter haar liep nog iemand. Necrodeus.
T.G herinnerde zich Necrodeus van de trainingen. Hij was een praatje met hem komen maken. Necrodeus was een arrogante, geniepige speler. Wat moest Lazerstraal in godsnaam met hem?
“Dag T.G!” zei Necrodeus, met een grote grijns op zijn gezicht.
“Wat is er gebeurd? Waarom hang je vastgebonden?”
Het viel T.G op dat Lazerstraal niet bepaald bezorgd klonk.
“JiHawk heeft me bewusteloos geslagen, en me vervolgens hier vastgebonden.” T.G zag tot zijn verbazing een kleine glimlach op Lazerstraal’s gezicht verschijnen. “Help me hier alsjeblieft uit. JiHawk heeft gezegd dat, als ik hier om middernacht nog steeds hang, hij me zal vermoorden.”
Lazerstraal keek even naar Necrodeus. Die knikte. Een zucht van opluchting kwam uit T.G toen de twee naar hem toe kwamen gelopen. Toen ze vlak voor hem stonden, pakte Necrodeus een bijl en gaf die aan T.G.
“Bedankt dat je- jullie me bevrijden.” T.G keek naar Necrodeus. Blijkbaar was die toch zo slecht nog niet. Hij verachte ieder moment de klap van de bijl te horen, die zijn touwen doorsneed. Zodra hij hieruit was zou hij, samen met Lazerstraal en Necrodeus, wraak gaan nemen op JiHawk. T.G kon niet wachten om het gezicht van de indiaan te zien als hij ineens met twee bondgenoten en een wapen voor diens neus stond. Op dat moment kwam de bijl neer. Een kanonschot galmde door de Arena. Necrodeus en Lazerstraal liepen verder, het levenloze lichaam van T.G achterlatend.

Al die tijd werden zij aanschouwt door Baby Krabs. Hij moest een grijns onderdrukken toen de vastgebonden tribuut door zijn bondgenoot werd vermoord. Die idioot was stom genoeg geweest om iemand te vertrouwen, en moest daar de prijs voor betalen. Maar het meisje zou ook nog wel haar verdiende loon krijgen. Baby Krabs vermoedde dat de jongen met de bijl haar binnen de kortste keren een mes (of bijl) in de rug zou steken. Daarom besloot hij achter hen aan te gaan. Wie weet zou het hem zelfs lukken om de bijl te bemachtigen. Als hij een wapen had, kon hij die idioten een voor een naar de andere wereld helpen.

Profiel bekijken http://www.xnxx.com/c/Lesbian-26

26 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 08 nov 2013, 17:44

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Baby Krabs wist dat hij Lazerstraal en Necrodeus nog bij lange na niet aan moest vallen. Ze waren nu gefocust en ze hadden net een mooie kill achter de rug. Eigenlijk zou op ze af komen pure zelfmoord zijn. Maar een stemmetje in hem vertelde dat hij nu de aanval in moest. Eerst wilde Baby Krabs zich daar tegen verzetten, immers zou een kwade genius als hij zo'n aanpak nooit gebruiken. Maar ergens wist hij dat het kleine stemmetje in zijn hoofd vaak gelijk had. Hij zag zijn twee nieuwe vijanden, die nog kennis moesten maken met Baby Krabs, rustig weg wandelen, duidelijk nog vooral bezig met de dood van hun gezamenlijke vijand, TG. Uit het niets voelde Baby Krabs zijn lichaam bewegen. Hij ging op Necrodeus en Lazerstraal af. Ze hadden niet door dat Baby Krabs op hen af kwam, en Baby Krabs haalde op een wel erg vreemde manier uit. Hij trok de broek van Necrodeus omlaag, schopte de kont van Lazerstraal en terwijl zij zich omdraaiden steelde Baby Krabs snel de bijl van Necrodeus, die verbaasd stond toe te kijken. Terwijl Lazerstraal nog een beetje probeerde te achterhalen wat er nou zojuist gebeurde, haalde Baby Krabs uit. Baby Krabs zijn bijl bereikte bijna Lazerstraal, totdat Necrodeus net op tijd zag wat er gebeurde en in een reflex Lazerstraal wegtrapte. Blijkbaar heel hard, want hij hoorde Lazerstraal een gigantische gil geven van pijn, maar in ieder geval was het beter dan een bijl door haar heen krijgen. Baby Krabs miste Lazerstraal hierdoor en sloeg keihard met zijn bijl in de grond. Terwijl hij hem er uit probeerde te trekken keek hij angstig naar Necrodeus, die van plan was snel een einde te maken aan zijn leven. Baby Krabs rende gillend en angstig weg, terwijl Necrodeus (die inmiddels zijn broek alweer omhoog had gehaald) verbaasd toekeek naar de ietwat vreemde tribuut. Hij zei voor de grap tegen Lazerstraal: "Nou, er zou een speciale soort Spelen moeten komen voor dit soort types, mijn broek er af trekken, zo'n tactiek heb ik nog nooit meegemaakt!". Geen respons. Necrodeus herhaalde zijn grap, maar nu kreeg hij wel een respons. Alleen niet van Lazerstraal. Het was een kanonschot.

Necrodeus keek naar Lazerstraal, die stil op de grond lag. "Gek he... Lazerstraal... precies op dit moment een kanonschot...". Geen reactie. Necrodeus wist onbewust al dat hij Lazerstraal vermoord had met zijn trap, maar hij probeerde het nog te ontkennen tegen zichzelf. Hij naderde het lichaam van Lazerstraal, en hij zag dat hij haar volledig verkeerd geraakt had, hij had Lazerstraal keihard tegen een rots aangetrapt, waarschijnlijk was ze met haar hoofd tegen die steen aangekomen. "Lazerstraal... je bent oké, toch, alsjeblieft?", vervolgde hij. Pas toen voelde hij de hartslag van Lazerstraal. Leeg. "Nee Lazerstraal... Nee! Niet nu al!". Terwijl de kijkers thuis dachten aan een romantisch idee, werd Necrodeus op dat moment ineens pissig. "Nee... NEE! GODVERDOMME!". Vervolgens trapte hij een paar keer tegen het het lijk van Lazerstraal. "MIJN HELE PLAN, IN EEN KEER VERZIEKT! GODVERDE-GODVERDEDOMME!". Necrodeus bleef er een eindje op door schelden en schreeuwen. Zijn geschreeuw galmde door de hele arena. Iedereen die de Hongerspelen thuis volgde keek met een dubbel gevoel naar de woede van Necrodeus. Hij leek zo perfect te zijn aan het begin van de Spelen: hij was slim, sterk, en kon geweldig manipuleren. Maar hij was ook een gigantische driftkop. En alhoewel hij het al een tijd kon verbergen, kwam het er nu in één keer uit.

Ondanks dat waarschijnlijk wel wat meer mensen Necrodeus zijn geschreeuw hadden gehoord, had één iemand alles live gevolgd. Nee, het was niet Baby Krabs, die was al een eindje weg. Het was Jeanne, die vlak in de buurt geland was. Ze hoorde de drift van Necrodeus, de vader van haar kind. Hoe moest ze hier mee omgaan?


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

27 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 08 nov 2013, 18:40

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Het zonlicht dat in de binnenkant van de grot weerkaatst laat Sushi uit zijn slaap ontwaken. Onder zijn benen lag een kleine plas, ontstaan door het smelten van de sneeuw door zijn lichaamswarmte. Exact 37° zou die moeten zijn, als Sushi zich de lessen van meneer Gadraajrev nog goed herinnert. Hij bleef nog even liggen, ondanks dat de nattigheid die hij voelde niet enorm aangenaam was. Hij was nog steeds behoorlijk slaperig, maar wist dat hij de slaap niet zou kunnen hervatten. Plotseling kwam er een gedachte bij hem op uit het niets: hij was vergeten dat het vandaag precies 15 jaar geleden werd geboren. Hij was jarig. Natuurlijk, hoe kon hij z'n eigen verjaardag bijna vergeten zijn? Onder normale omstandigheden zou hij dit met het hele gezin gevierd hebben, liefst met een overheerlijk stuk appeltaart zoals enkel zijn moeder dat kon bakken. Ieder jaar kreeg hij ook cadeau's, zelfs al vroeg hij daar niet expliciet om. Toch wisten zijn ouders er altijd in te slagen om het perfecte cadeau uit te kiezen voor hem, meestal precies wat hij graag wilde hebben. Hoe ze daar steeds in slaagden was voor hem een raadsel. Hij gaf steeds twee feesten, het eerste was voor zijn vrienden en het andere voor alle leden van de familie. Terwijl er op het feest voor de familie een massale toestroom aan volk was, en dat zowat ieder jaar, kwamen er zelden vrienden van hem opdagen, om de simpele reden dat hij die amper had. Zijn moeder dekte de tafel steeds voor ongeveer vijftien personen, maar daar werden maar drie plaatsen van gevuld. Sushi trok het zich niet aan, ondanks dat het aantal vrienden dat hij had beperkt was, voelde hij zich goed bij die mensen. Nu zou het vast helemaal anders gaan. Niemand weet hier dat hij jarig is om te beginnen, en dat niet alleen, als iemand het zou weten hoefde hij zeker geen cadeau's te verwachten. Met die sombere gedachte in zijn hoofd stond hij op, en keek hij voor het eerst rond zich heen. Tuffie was al buiten de grot zo te zien, want hij lag in ieder geval niet meer te slapen. Sushi liep de grot uit en zag dat Tuffie aan de rechterkant van de ingang van de grot stond.
"Eh, morgen, Tuffie." zei Sushi op aarzelende toon. Tuffie leek niet te luisteren. Hij bleef maar voor zich uitstaren, ver weg, richting de zee.
"Dus... goed geslapen? Ondanks de kou en de nachtelijke gebeurtenissen heb ik best wel goed geslapen, en jij? Weet je, de sneeuw, die ligt best wel nog comfortabel, comfortabeler dan ik..."
"Richt je blik naar het oosten." onderbrak Tuffie hem zonder verdere uitleg. Sushi, verbaasd door de plotselinge onderbreking en wat teleurgesteld dat Tuffie niet echt naar hem zat te luisteren, deed wat van hem gevraagd werd.
"... en wat nu?"
"Richt je blik naar het oosten. Zie welke vreugde God u brengt." Sushi zag niet het nut in van luisteren naar Tuffie, maar hij kon ook niet meteen een argument vinden om het niet te doen. Twee minuten stonden beide figuren naar de opkomende zon te staren. Na die twee minuten stopte Tuffie al gauw en ging hij zitten in de sneeuw, gevolgd door Sushi. Sushi nam zijn broodtrommel met het eten in en nam de resterende boterham met chocoladepasta, scheurde die in twee en gaf een deel aan Tuffie.
"U zult later rijkelijk beloond worden." zei Tuffie. "Er is genoeg werk in de tuinen van de Heer voor zij die de goedheid vinden met anderen te delen." Het bleef geruime tijd stil. Beide heren zaten te eten van hun deel van de boterham. Eerst at Sushi de korsten op en daarna het andere gedeelte, wat volgens hem ook het lekkerste deel was. Dit alles deed hij aan een behoorlijk snel tempo. Tuffie volgde zijn voorbeeld, maar at de boterham stukken trager op.
"We gaan weer. We hebben nog een lange dag voor de boeg."
"Naar?" vroeg Sushi.
"Uw bestemming." antwoordde Tuffie. "U kwam hier voor rijkdom, is het niet? Die rijkdom bevindt zich daar in de verte, broeder." Tuffie wees naar het grote, zwevende eiland. "Ziet u die ijsberg daar? Die is gekoppeld aan het eiland als u goed kijkt." Sushi keek, en hij had gelijk. Het viel hem nu pas op. "Gelukkig voor wie nederig van hart is. Want voor hen, en voor hen alleen, is het koninkrijk van de hemel."
Sushi snapte het niet. Tuffie sloeg de nagel op z'n kop toen hij het over rijkdom had, maar was dat eiland nou het waardevolste hier? Hier moet toch nog iets anders zijn? Is hij voor een alternatieve route naar dat vreemde eiland naar hier gekomen? Wat was daar het nut van?
"De tocht zal lang en zwaar zijn, dat kan ik u nu al vertellen. Het voordeel is wel dat u geen last heeft van andere hemelkinderen. Dus, volgt u mij?" Sushi leek te aarzelen.
"Sushi." zei Tuffie. "'Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden." Gauw stond Sushi op zonder al te veel over een van z'n vele bijbelcitaten na te denken. Hij achtervolgde hem.

Zo liepen ze door. Het tempo zat er goed in, en Sushi had zijn trui en t-shirt uit zijn tweede broodtrommel gehaald, die nog steeds kurkdroog waren. Hij deed ze over zijn duikpak heen. Hij vulde de tweede broodtrommel met wat ijswater, dronk het op, vulde hem opnieuw en gaf wat aan Tuffie, die ook behoorlijk dorstig leek. Vriendelijk nam hij het aanbod aan, en liet het goedje naar binnen stromen.
"En trouwens, Sushi. In naam van de hele christenheid moge ik hopen dat u een aangename verjaardag hebt vandaag. Ik heb weinig aan te bieden, ben ik bang."
Sushi was sprakeloos. Tuffie heeft al een aantal belachelijke, bijna bizarre zaken uitgehaald, met het hoogtepunt het bewusteloos slaan van STNF. Maar dit kan niet. Onmogelijk.
"Zes jaar. Zes jaar geleden is het. En toch nog steeds alsof het de dag van gisteren was. Ik vergeet nooit een gezicht."


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

28 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op vr 08 nov 2013, 21:42

Jeanne had besloten Necrodeus te volgen. Hoe de situatie ook zij, in deze hongerspelen was hij concurrentie voor haar, en in deze bui van razernij zou ze misschien wel een kans vinden om hem uit de weg te ruimen. Thuis had ze hem altijd goed gekend dacht ze, maar er was altijd iets wat toch niet helemaal juist zat. Alsof hij steeds dingen verborgen hield, dingen wist. Ze had ondertussen al besloten dat Necrodeus niet de persoon was waar ze hem voor hield, dat was wel al duidelijk geworden. Zo in gedachten verzonken schrok ze plotseling van iets. Of beter gezegd; van niets. Necrodeus was verdwenen! Schichtig keek ze in het rond. Net was hij nog vlakbij. Hij kon niet in rook opgegaan zijn. Ze was hem aan het zoeken toen ze plots een geluid hoorde, zich verstopte in de struiken en keek.

Het was niet Necrodeus. Het was een jongere tribuut, die ze herkende als JiHawk. Hij zat op een rots midden op een open plek naar de bomen te kijken, eenbeetje stenen in een afgrond te smijten. Hij zat vrij ver weg, en zag er ontspannen uit. Niet alsof hij in een arena op leven en dood moest strijden met andere kinderen. Er lag een boog aan zijn voeten. Ze besloot dat het verstandiger was bij hem uit de buurt te blijven, toen ze plots vastgegrepen werd.

Ze voelde hoe haar belager haar mes afpakte, tegen haar keel drukte en haar zo vasthield, verborgen in het struikgewas, uit het zicht van andere tributen en de camera's. "Necrodeus" zei ze met een verbaasd stemmetje "Waarom…". "Bespaar me die domme act van je" fluisterde Necrodeus. "We weten allebei dat jij en ik niet zijn wie we ons voordoen, dus relax, wees lekker jezelf". Jeanne was oprecht verbaasd nu. Dus zei ze met een veel ruwere stem: "Meh, jij bent toch niet wie ik dacht dat je was". Daar moest Necrodeus even om lachen. "Was die domme act blijkbaar niet toch zo gespeeld" zei hij spottend. "Wel haast je dan en maak me maar af hé" zei Jeanne schril. Ongewild kwamen er toch eenbeetje tranen in haar ogen. "En dan te bedenken dat…". "Tut tut tut…" onderbrak Necrodeus haar. "Waarom zou ik jou afmaken? Mijn vriendin? Waar zie je me voor aan…". Jeanne kon een hele hoop dingen bedenken om daarop te antwoorden, maar zei maar niks. "Ik maak niks kapot zolang het nut voor me heeft" zei Necrodeus toen met een kille stem. Hij trok haar hoofd in de richting van JiHawk. "Jij gaat die halvegare indiaan daar aanvallen en hem doden, ok? Hij heeft pijl en boog, maar dat zou geen probleem moeten zijn hé? En het is beter dan hier ter plekke sterven, dus ik zou zeggen dat het een eerlijk akkoord is". Jeanne snoof minachtend. "En waarom zou ik dat doen? Omdat jij het zegt?". "Niet alleen daarom" zei Necrodeus. "We zouden toch niet willen dat je lieve moeder iets overkwam?".

Jeanne wist even niet wat zeggen. "Wat… Hoe bedoel je?" stamelde ze. "Jeanne, we weten allebei over jouw undercover-acties tegen het kapitool. Je moeder weet er ook van, net zoals dat kleine groepje rebellenvriendjes van je. Zou het niet spijtig zijn mocht het kapitool te horen krijgen over dit hele geval?". Jeanne ontkende het niet. "Hoe weet je dit?" vroeg ze stilletjes. "Och Jeanne, jij bent toch zogoed als mijn vrouw, dat is geen geheim en weet het kapitool ook maar al te goed. Jij hebt het me gewoon verteld, natuurlijk!" zei hij lachend. "En we weten allebei dat het kapitool niks aan het toeval overlaat" voegde hij eraan toe. "Als je dat doet" zei Jeanne met een stem vol haat "dan haal ik jouw familie net zo makkelijk onderuit". "Be my guest" antwoordde Necrodeus "Jouw familie en vrienden voor de mijne". Daar zei ze niks op. "Dus…" zei Necrodeus "Dans nu mijn lief!". En hij duwde haar de open plek van JiHawk op.

Profiel bekijken

29 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op za 09 nov 2013, 10:51

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
"Verbaasd, niet?" zei Tuffie. Sushi stond nog steeds met zijn mond open naar Tuffie te gapen.
"Alle dingen hebben hun tijd. Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien. En het is tijd, Sushi. Tijd dat ik u mijn verhaal breng. Tenminste, als u bereid bent te luisteren naar mijn woord."
Sushi knikte, maar kon nog steeds geen woord uitbrengen. Maar dat hoefde ook niet. Het enige wat hij nu hoefde te doen is luisteren. Hij was eerlijk gezegd best nieuwsgierig naar wie Tuffie nu écht was.
"Uw stilte zegt meer dan duizend woorden." ging Tuffie verder. "Laat ik dan maar eens beginnen. Het begon allemaal op die ene zondagmorgen in november. Ik leefde toen, samen met mijn broer Ulysses en mijn twee ouders, in een klein houten huisje dat aan de zijkant van District 9 lag."
"District 9...?" mompelde Sushi.
"Oorspronkelijk was het een vakantiehuisje van mijn grootvader die zelf in District 4 woonde, maar die was een week daarvoor overleden in het bos dat even buiten District 4 lag. Er ontstond een hevige bosbrand, waar zelfs gruwelijke beelden van zijn, opgenomen vanuit een helikopter. Ik kon zelfs mijn eigen grootvader zien op de beelden, Sushi. Hij was plotseling ingesloten door de vlammen, die zich ongenadig bleven verder verspreiden. Halverwege de beelden ben ik gestopt met kijken. Mijn moeder haalde de cassette uit de videospeler, want toen was er nog niet genoeg geld voor een dvd-speler. Vlak daarna zag ik haar wegrennen naar buiten, een hamer uit het materiaalhok halen en de cassette te verbrijzelen in ontelbaar veel stukjes. En daar was ik haar eerlijk gezegd best dankbaar voor. Ook ik kon het niet meer aanzien op dat moment. Het was gruwelijk."
Even keek Tuffie of Sushi nog aan het luisteren was. Hij kreeg antwoord op die vraag toen Sushi hem vroeg om verder te gaan.
"Uiteraard." zei Tuffie, en hij ging verder. "Uiteindelijk zijn we dus even naar District 4 gegaan op kosten van het Kapitool. Althans, men had gezegd dat ze zelf de nodige onkosten zouden betalen, maar een paar dagen later kregen we toch een factuur in onze brievenbus. Mijn vader, met flinke tegenzin, betaalde dan die zeer gepeperde rekening. Treintickets waren behoorlijk duur in die tijd, want het transport met de trein was nog behoorlijk nieuw. In ieder geval kwamen we aan in District 4 na een lange treinrit om de plek te bekijken waar vroeger een prachtig bos was, vol met loofbomen. Voor het eerst liet ik mijn tranen de vrije loop gaan. Zoiets had ik nog nooit eerder mee gemaakt."
"... nog nooit?" vroeg Sushi. Hij dacht aan die ene keer dat hij had zitten huilen toen zijn vader hem dwong om zijn spruitjes op te eten. Dat was ondertussen ook alweer 9 jaar geleden. Hij had op de een of andere manier nog heel veel herinneringen aan zichzelf als kleuter.
"Nee, nog nooit." ging Tuffie verder. "Weet u, Sushi... Ik hield enorm veel van mijn grootvader. Tijdens de zomervakantie ging ik vaak bij hem op bezoek. Ik ben heel vaak in District 4 geweest. En ik hield van het bos. Mijn grootvader was bioloog. Hij kreeg de opdracht om de organismen en planten in de omgeving grondig te bestuderen. Vaak maakte hij aantekeningen over ze terwijl hij in het bos zat. Met mezelf vlak naast hem. Hij nam me heel vaak mee naar het bos, en ik vond het prachtig, iedere keer weer. De prachtige bomen die tal van vruchten droegen, allerlei planten die maar wat onkruid leken maar eigenlijk perfect eetbaar zijn, de talloze dieren en insecten die er leefden... Ik wilde net als mijn grootvader worden. Als we buiten het bos waren, zaten we meestal bij de open haard met een heerlijk glas warme chocolademelk. Mijn grootvader gaf de voorkeur aan koffie. Ach, ik zou op dit moment een heleboel willen doen voor een overheerlijk glas, gevuld met dat zwarte goedje, dat donkerder dan een avond zonder maanlicht is, en warmer en bitterder dan de diepste diepten van de hel. Maar een man mag niet kieskeurig zijn in deze omstandigheden. Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet."
Tuffie stopte met wandelen.
"Hier is het dan, het begin van het pad naar het koninkrijk des hemels. Wilt u verder naar mijn verhaal luisteren bij de beklimming? Of zal ik stoppen?"
"Nee, stop alsjeblieft niet, Tuffie." antwoordde Sushi. "Neem de tijd. Vertel alles."
"Zoals u wenst." zei Tuffie. Terwijl het duo de spekgladde berg begon op te klimmen met uiterste voorzichtigheid, vertelde Tuffie verder.
"Ik maakte toen ik in het bos zat, dat nu slechts nog een roetzwarte, afgebrande plek was, een ontdekking die een enorme haat door mijn hele lichaam opwekte. Ik vond een luciferdoos. En dat was niet alles. Toen ik verder liep door wat ooit een prachtig bos was, rook ik een verdacht vreemde geur. De geur van benzine."
"Dus... dat wilt zeggen..."
"Inderdaad. De brand was aangestoken, zonder twijfel. Ik vertelde het de politie, maar die deed alsof hun neus bloedde. Nochtans kon je de geur van benzine niet vermijden. Alsof het Kapitool hier wat mee te maken had..." Dat laatste zei hij op een bijna onverstaanbare toon, vermoedelijk omdat Tuffie wist dat er wel een aantal camera's zijn die hem in de gaten houden. "Er zat een geurtje aan... Letterlijk en figuurlijk. Ik heb er dagenlang mee in mijn hoofd gezeten, nachtenlang heb ik de slaap niet kunnen vatten... En toen had ik besloten om het hele voorval maar uit mijn hoofd te plaatsen, zodat het me niet stuk voor stuk kapot kon maken. Mijn ouders probeerden hetzelfde te doen en hadden al gauw het besluit genomen om hun woning in District 7 te verlaten. Al mijn vrienden die ik op de lagere school had gemaakt moest ik achterlaten. Maar misschien was dat het beste, dacht ik toen. De eerste dag ging ik meteen het dorp verkennen van District 9. Al gauw kwam ik langs een snoepwinkel. Een jongen met twee zeer rijk uitziende ouders zat continu op een verjaardagstoetertje te blazen. En die jongen waar ik het over heb... ben jij, Sushi."


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

30 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op zo 17 nov 2013, 00:47

Olivier Vanilla


Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Praeses Watermeloen, Blauwe Bes en Red Bull Wodka (MAAR NIET FRISTI) van 2009 t/m 2019
Jeanne zag het allemaal voorbij flitsen. Het pijnlijke gesprek met Necrodeus. Nu ineens staat ze tegenover Jihawk. Ze keken elkaar aan, twee verbaasde blikken. Jeanne had Jihawk zeker als een van de sterkere kandidaten verwacht in de voorbereiding, dit was ook de reden dat ze hem ontweek. Jihawk heeft haar goed geobserveerd. Hij had hetzelfde gedaan, hij heeft haar het hele spel ontweken. Het was zijn plan om Jeanne pas op het laatst uit te schakelen, het liefste als laatste. Allebei wisten ze van elkaar dat het eenlingen waren. Allebei de kandidaten waren goed voor meerdere moorden in het spel. Ze hadden veel werk voor elkaar kunnen verrichten. Maar door de inbreng van Necrodeus stonden ze al tegenover elkaar. Een paar korte, smekende blikken van Jeanne werden niet geaccepteerd door Jihawk. Het was al vanaf het begin aan zijn vastberaden blik te zien. Jihawk had geen moment het plan om samen te werken met iemand anders. Ook niet met de aantrekkelijke en op dit moment levensgevaarlijke Jeanne. Het zou een gevecht om leven en dood worden. Jihawk spande zijn boog, Jeanne schrok en de verstopte Necrodeus keek aandachtig. Immers was het zeer waarschijnlijk dat één van de twee zou overleven en een tegenstander van hem zou worden.

Jihawk schoot zijn eerste pijl en miste Jeanne vrij duidelijk. Hij was overduidelijk gespannen. Was het een minder sterk ogende kandidaat geweest, dan had hij waarschijnlijk in één klap er een einde aan gemaakt, maar het feit dat één van de favorieten zo snel tegenover hem stond maakte hem toch gespannen. Jeanne stormde naar Jihawk toe, terwijl hij aanspande voor een nieuwe pijl. Hij schoot deze keer wél scherp, maar via een katachtig reflex kon ze de aankomende pijl ontwijken. Jeanne besloot afstand te houden, iets waar Jihawk ook erg blij mee was, zijn pijlen gingen op deze manier aan de lopende band op. Necrodeus was zelfs stiekem al aan het tellen: stel dat Jihawk al zijn pijlen opraakte, dan kon hij snel de aanval in en een einde maken aan het leven van de jonge indiaan. Een boogschieter is voor hem het meest vervelende soort opponent en een snelle uitschakeling was altijd mooi meegekomen. Terwijl Jeanne afstand nam van Jihawk, wíst ze dat ze op dit moment geen schijn van kans had. Snel wegrennen was geen optie, Jihawk mist waarschijnlijk niet nog een keer en wanneer Jeanne snel weg moest rennen zou ze niet de pijl zien kunnen aankomen. Wapens had ze niet, ze was haar mes ergens verloren. Ontzettend onhandig... Er zat maar één ding op: ze moest een pijl te pakken krijgen en vervolgens Jihawk ontwapenen. De eerste pijl was ver weg geschoten en de tweede zat... in een boom. Klemvast. Als ze die pijl te pakken kon krijgen, had ze in ieder geval iets. Hij lag eigenlijk voor het grijpen, maar Jeanne zou hem er eerst hard moeten uit trekken. Wanneer ze hiermee bezig was, kon Jihawk simpel in haar rug schieten...

Jihawk was inmiddels de pijl ook opgevallen, en hij hield Jeanne onder schot. Wetend dat ze, hoe snel hij ook schoot, een schot zou ontwijken. Minuten lang stonden ze stil. Wachtend totdat óf Jihawk zou schieten, of dat Jeanne de pijl uit de boom zou trekken. "Wat nu?", zei Jeanne vragend. Het was voor het eerst dat Jihawk haar stem hoorde in dit gevecht. "Laat het. Ik ben in het voordeel." riep Jihawk opvallend vastberaden. Jeanne wist dat Jihawk niet de arrogantie van de meeste spelers hier bezit. De meesten waren slimme, charismatische, maar arrogante spelers. Te slim, eigenlijk. Ineens besefte Jeanne wat. Zou ze niet de enige slimme speelster zijn? Zouden alle districten op basis van een intelligentietest twee spelers moeten uitzenden? Het klonk best logisch, het zou een paar gevaarlijke mensen uitschakelen... ineens voelde Jeanne een pijl ternauwernood langs haar lichaam gaan. "O nee!", hoorde ze Jihawk zeggen. Dit was haar kans. Ze liep naar de boom toe, trok de pijl er uit en ze rende naar Jihawk toe. Hij had geen tijd meer om zijn boog op nieuw te spannen. Jeanne gaf een harde trap en ze sloeg de boog uit Jihawks handen, die een eind weg vloog hierdoor. Ineens stonden de twee spelers oog in oog tegen over elkaar, allebei met een pijl in hun handen. Een raar gevecht ontsprong hieruit, waarbij beide spelers elkaar probeerden te raken met een pijl. Jeanne bedacht een plan, en na een paar keer ontwijken sprong ze naar de boog toe. Ze lag op de grond, maar mét de boog van Jihawk in haar handen. Ondanks dat ze totaal niet bekwaam was met pijl en boog schoot ze zo snel mogelijk op Jihawk, die naar haar toe kwam, en... ze miste. Daar lag ze dan, op de grond, met een boog in haar handen. Voordat ze het wist stond Jihawk voor haar. Hij trapte op haar hand en hij pakte zijn boog terug.

Het leek een te vroeg einde voor Jeanne te worden deze Hongerspelen. Hopelijk ging het thuis bij haar allemaal goed. Of misschien niet. Wat als haar gesprek met Necrodeus wél gefilmd was? De kans dat dit was gebeurd was aanzienlijk groot... Nog steeds geen genadeklap. Jeanne deed haar ogen open, om vervolgens te zien dat Jihawk helemaal niet zijn boog spande op haar. Jeanne zag hoe Jihawk schoot. Ineens hoorde hij een pijnkreet, gevolgd door wat gevloek. Ze herkende de stem van... Necrodeus! Jeanne had geen tijd om na te denken, waarschijnlijk vond Jihawk Necrodeus een gevaarlijker, of in ieder geval onsympathieker. Misschien had hij Necrodeus allang gespot en was dit zijn oorspronkelijke plan? Voor een bekwaam boogschieter als Jihawk miste hij behoorlijk vaak, en zijn "O nee!" klonk niet erg gemeend. Terwijl Jeanne snel wegrende van Jihawk, hoorde ze flink wat gevloek van Necro. "Die rotindiaan! Met zijn rottige boog... wat een zwak en zielig wapen is het! Lekker laf in mijn schouder... ik krijg hem wel!". Jeanne hoorde geen kanonschot helaas (ze was dankbaar geweest als nu een kanonschot klonk), maar ze hoorde ook geen schot van een boog achter zich. Jihawk was dus toch puur gefocust op Necrodeus geweest. Alhoewel ze geen schoten van Jihawk meer hoorde... misschien was hij ver genoeg weggerend en wilde Jihawk het niet riskeren om meer pijlen te verliezen? In ieder geval leefden zowel zij en Jihawk nog, en was Necrodeus voorlopig verzwakt.


_________________
Hitomi keer Nalyd Rats ofzo je was met afstand mijn favoriete forumlid  Crying or Very sad Crying or Very sad Crying or Very sad 

En Necro Bandaka Lennard Toady02 Poké-Fanaticus HenkSpermatank Nickmariourbanus Rinus999  STNF Coolboy Neuz en Uly moeten ook Nalyd Rats
Profiel bekijken http://www.toadplaza.com

31 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op za 23 nov 2013, 11:48

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Sushi stond Tuffie met opengesperde ogen aan te kijken. Hoe bizar het ook mocht lijken, Tuffie had Sushi al eerder gezien. En niet op een foto, video of iets dergelijks, nee, in het echt nog wel.
"Ik zie dat u al geruime tijd met een verbaasde blik naar mij zit te staren." doorbrak Tuffie de stilte. "Ik doe er nog een schepje bovenop: we zaten zelfs op dezelfde school. In een andere klas, weliswaar. Maar ik ga er niet van uit dat u me heeft opgemerkt." Een tijdelijke stilte bevestigde Tuffie's vermoeden. "Ik herinner me mijn lagere schooltijd nog alsof het gisteren was. Niet het meest prachtige hoofdstuk uit mijn levensgeschiedenis tot nu toe. De lerares, mevrouw R. Oosjuh, was behoorlijk streng en liep frequent met een rothumeur door de gangen." Sushi dacht terug aan hoe zijn lagere schooltijd verliep. Hij had zelf niet heel veel vrienden, maar hij had er wel een paar. Zelf had hij twee jaar later ook mevrouw Oosjuh als leerkracht gehad, maar hij was haar lievelingetje, dus hij had er over het algemeen niet veel van gemerkt. "Regelmatig werd ik gepest, zowel fysiek als mentaal. Mijn moeder vond dat ik ze niet moest laten begaan, dat ik me moest kunnen verweren tegen hen. Tegen mijn zin had ze me ingeschreven voor een cursus zelfverdediging."
"Dus vandaar die..."
"Inderdaad." zei Tuffie. "Een van de basisverdedigingen die ik leerde destijds was het bewusteloos 'knijpen' van de tegenstander. Even knijpen in de monnikskapspier en het is gepiept. Die cursus heb ik trouwens blijven volgen tot aan het moment dat ik de middelbare school verliet. Ik deed het meestal tegen mijn zin, maar terwijl ik dat aan het doen was dacht ik even niet aan thuis, of aan school. Maar goed, ik had meteen door dat ik niet bij de groep hoorde, en dat waarschijnlijk nooit zou doen. Ondanks vele pogingen tot vrienden maken werd ik nooit in de groep geaccepteerd. Na ruim een maand gaf ik het op, en bracht ik mijn tijd in eenzaamheid door in de bibliotheek van de school. Daar kon je een naald horen vallen. Er was nooit iemand, behalve ik dan, en een willekeurige leerkracht die erop toekeek dat er geen boeken werden meegenomen naar huis. Ik ging me al gauw verdiepen in biologie en natuurkunde, twee vakken die ik met liefde studeerde. Vooral biologie dan, het was dan ook mijn grootvader z'n grootste passie. Waarschijnlijk heb ik mijn interesse voor de natuur via hem gekregen. Triest genoeg was dit mijn volledige lagere schooltijd, en ook al was het kort omdat ik al in het laatste jaar zat toen ik aankwam, het maakte het niet minder pijnlijk. Ik bleef op de achtergrond en trok me zo veel als mogelijk terug in de bibliotheek met een heerlijk glas warme chocolademelk. Dat gaf me het gevoel dat mijn grootvader nog steeds bij me was. De bitterharde realiteit is helaas anders, maar de gedachte alleen al wist me steeds door de zware dagen te helpen. Ik was geslaagd met een resultaat dat bijna perfect was, het hoogste van de hele klas. Maar ik voelde me niet gelukkig. Verre van. Dat jaar was een van de verschrikkelijkste jaren ooit. Het contact met mijn ouders thuis ging steeds slechter, en sinds de dood van mijn grootvader ontstonden er wat spanningen in ons gezin. Ieder huisje heeft z'n kruisje, beweert men wel. Het kruis van ons huis was loodzwaar. Misschien niet zo zwaar als de Zoon van de Heer zelf, maar nog steeds een last die net iets te zwaar was. Ruzie was een alledaags verschijnsel bij ons thuis. Vaak probeerden ze mij te betrekken in hun ruzies, maar dan ging ik gauw naar mijn kamer, sloot ik de deur, maakte mijn huiswerk en begon ik te huilen tot het oorverdovende gebrul en geschreeuw beneden, waar geen einde aan leek te komen eindelijk stopte. Op regelmatige basis vreesde ik voor een scheiding, maar de Heer heeft mij die ellende bespaard. Mijn middelbare schooltijd ging stukken beter, en al gauw had ik een boel vrienden gemaakt. De ruzies thuis waren op onverklaarbare wijze gestopt, wat meteen ook een invloed had op mijn humeur op school. Ik werd in een aangename klas geplaatst die net zoals mij een passie hadden voor het vak biologie. Logisch, want ik had biologie als mijn richting gekozen. Alles leek goed te gaan, het kon gewoon niet beter. Maar toen werd het nóg beter. Ik ontmoette iemand... en ik werd meteen verliefd.
"Oooh, Tuffie is verliefd!" flapte Sushi eruit voor hij wist wat hij zei. Pas toen het er effectief uit was realiseerde hij zich hoe stom het klonk. Toch ging hij verder en vroeg hij naar op wie hij verliefd was.
"Dat is het probleem." ging Tuffie verder. "Zelfs tot op de dag van vandaag weet ik haar naam nog steeds niet. Het is drie jaar geleden dat ik haar heb gezien."
"Dus het is..."
"Niks geworden." vulde Tuffie aan. "Na het moment dat ik haar zag heb ik maanden lang zitten dromen over haar. Prachtig was ze, van top tot teen. Ze straalde een soort van vrede uit, kalmte, haast onbeschrijflijk. Van haar glanzende blonde haren tot die donkerblauwe ogen waarin ik wel kon verdrinken. Ik had al een aantal keer met haar gesproken, maar om de een of andere reden durfde ik niet te vragen hoe ze heette. Maar ik vond nooit de moed om haar te vertellen wat ik van haar vond. Tot op die ene dinsdagmorgen. Ik had gewoon het gevoel dat ik het moest doen."
"En waarom deed je het dan niet?" vroeg Sushi.
"Omdat... het geen zin had." zei Tuffie. "Ik weet nog goed dat ik door de gang wandelde, en op het moment dat ik bij een hoek kwam zag ik haar schaduw. Maar ze was niet alleen. Er was iemand anders bij. Een man. Gauw ging ik me achter de hoek verschuilen. Ik zat hun gesprek af te luisteren, of althans, dat probeerde ik toch. Ik heb er amper wat van verstaan. Ze zaten dicht bij elkaar, af te leiden uit hoe dicht hun schaduwen bij elkaar waren. Verder was uit hun schaduwen ook af te leiden dat ze elkaars hand vasthielden. Vervolgens hoorde ik de man zeggen: "Dus, gaat het vannacht gebeuren?". En het schokkende was dat... ze er mee in stemde. Ik hoef u waarschijnlijk niet te vertellen over wat het ging, Sushi."
Sushi knikte. Hij wist vaak niet over wat Tuffie het had, zeker niet als hij een van z'n vele bijbelcitaten voorlas. Maar door de manier waarop hij het dit keer zei was het wel duidelijk over wat het ging. Het bleef even stil.
"Dus... wie was die... man...?" vroeg Sushi.
"Ik heb enkel naar hun schaduwen zitten kijken, uit vrees dat ik betrapt zou worden als ik naast de hoek zat te gluren. Maar..."
"... wat?"
"... niets. Laat maar. Ik weet niet wie het was. In ieder geval raakte het me zeer diep. En alhoewel het niet erger leek te kunnen... waren mijn ouders er eindelijk over uit. Ze waren van plan om te scheiden. Vanaf dat moment was mijn leven niks meer waard. Als ik plotseling aangevallen zou worden door een horde wilde kannibalen, had ik het vast niet erg meer gevonden. Ik voelde me zo leeg, zo triest, en toch kwam er niet eens één traan. Mijn ouders waren op dat moment nog ruzie aan het maken over wie nou voor mij zou zorgen, maar ik had die beslissing al gemaakt. Ik vertrok. Te voet. Terug naar District 7. Ik had teveel pijn geleden daar. De nacht na hun besluit had ik mijn spullen ingepakt. Een bruine mantel, genoeg eten en drinken voor een aantal dagen en drie boeken, waaronder twee over de natuur... en een Bijbel. Ik had het gekregen van mijn moeder een maand geleden, maar ik had tijd noch zin om het te lezen. Maar het was een behoorlijk dik boek waarmee ik best wel een tijdje zoet zou zijn. Een bijbel lees je niet in één dag uit. Ik glipte op de trein naar District 7, maar ik werd al gauw betrapt. Toch had ik geluk: ik werd er uitgetrapt in District 7 en de treinconducteur was zo aardig om de politie er niet bij te halen. Dus daar was ik dan, District 7. Maar ik had niks. Helemaal niks. Het oude huis van mijn ouders was al gesloopt. Maar toen dacht ik terug aan het bos dat buiten District 7 lag. Er is een deel waar niemand komt, dat je pas ziet na een lange wandeling doorheen het bos: het moeras. Ik had besloten me daar terug te trekken. Na een dag werken aan een moerasboot ben ik diep het moeras in getrokken. En het is een prachtige omgeving. Ik heb er nooit echt nood aan wat gehad: met de middelen van de natuur kan ik perfect overleven. De talloze diersoorten zijn minstens even geweldig. Ik at vanaf dat moment alleen nog vis en allerlei vruchten, kruiden en groenten, uit respect voor alle dieren daar. Iedere vorm van leven is spectaculair op zijn eigen manier, de schepping van God is werkelijk waar prachtig. Eenmaal ik ingetrokken was leefde ik een rustig bestaan: dagelijks deed ik een aantal zaken zoals voedsel verzamelen, drinkwater regelen, groenten planten, en in mijn vrije tijd las ik de Bijbel. Af en toe kwam ik nog eens in het centrum van District 7 om bepaalde spullen in te kopen met het geld dat ik verdiende door af en toe verhalen voor te lezen voor kleine kinderen."
Het duo kwam aan op het luchteiland na een zware wandeling.
"Dat was het dan, Sushi. Als er nog iets is, zegt u het nu maar."
"Er is één iets." zei Sushi. "Als de Bijbel slechts iets is dat je door zat te lezen in het moeras, waarom hecht je dan zoveel geloof aan?"
"Ik heb rust gevonden in de woorden van de Bijbel." zei Tuffie. "Na een maand had ik de Bijbel tot de helft uit. Toen had ik besloten om me te bekeren tot het christendom. Of er echt een God bestaat weet ik niet, maar het zou best kunnen. Maar ik ben niet christen geworden omdat ik in God geloof, maar omdat de Bijbel vaak een diepere betekenis heeft, een diepere werkelijkheid, een kern van waarheid. In het woord van God wilde ik rust vinden, en die heb ik gevonden. Rust om me niet door mijn verdriet of wraakgevoelens te laten leiden, ik wilde niet iemand worden die puur om wraak of verdriet draait. En ik wil ook niet dat er iemand medelijden met mij krijgt, ondanks mijn zwaar verleden. Er zijn mensen die het veel zwaarder hebben. Heel wat. Daarom wil ik u vragen om geen medelijden te hebben met me, Sushi. Ik ben nu in een fase van rust, ik heb vrede gevonden en mijn verleden geaccepteerd. Ik heb grote vreugde gevonden in de Heer, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden."
Het bleef even stil. Ze keken naar boven. Er zat duidelijk een onweer aan te komen.
"Kom." zei Tuffie. "We schuilen."


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

32 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 11! op za 21 dec 2013, 11:57

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Bump. Ik weet niet in hoeverre jullie nog zin hebben om dit terug op te nemen, maar ik heb in ieder geval genoeg vrije tijd hiervoor nu. happy


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 2 van 3]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3  Volgende

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum