Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Toadplaza Hongerspelen: Deel 10

Ga naar pagina : Vorige  1, 2

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 2 van 2]

16 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op wo 28 aug 2013, 10:10

Necrodeus lag wat te soezen. Best vredig hier. En hij had bescherming. Waarschijnlijk was hij één van de enige tributen die zich nu al eenbeetje rust kon veroorloven. Hij keek op en zag Hitomi met haar speer wat in de lucht steken. Het zag er klungelig uit. Hij zuchtte en stond op. "Heb je bij de trainingen eigenlijk ooit deftig met een speer leren vechten?". Ze keek beschaamd en schudde haar hoofd. "Het zijn nochtans meestal één van de meest voorkomende wapens..." zei hij. "Wel sorry, ik heb het niet geleerd" snauwde ze. Maar ze had wel spijt. Ze was misschien net iets teveel bezig geweest met praten en had nooit veel zin gehad om met wapens te trainen. Een grote fout. "Wel... nooit te laat om te leren" zei Necrodeus bemoedigend. "Kun jij er wel mee vechten dan?" vroeg ze. "Ik ken de techniek. Kom op, laat eens zijn wat je kunt!". Ze richtte zich naar hem en hij schrok op. "Neenee, niet op mij! Op die boom daar ofzo".

Hitomi stond voor de boom en stak er maar eens naar. "Stop!" riep Necrodeus al. Hij liep naar haar toe. "Je basispositie is helemaal verkeerd. Je moet daar niet gewoon staan. Stel dat je snel naar achter moet kunnen springen, of naar voor voor een aanval". Hij zette haar voeten juist. Zo begon de eerste oefensessie. "Sta niet zo stijf als een hark, speervechten draait helemaal om flexibiliteit" "Buig door je knieën, maakt het springen makkelijker" "Niet zo dichtbij! Een speervechter bewaart altijd de afstand, dat is zijn enige troef tegen bijvoorbeeld zwaard- of mesvechters. Geen risico's nemen. Speel voor veilig en bewaar die afstand koste wat kost" "Niet zomaar bovenhands beginnen steken! Hou de speer altijd dicht tegen je lichaam en geef korte, snelle steken". Uiteindelijk viel Hitomi compleet uitgeput neer. "We zullen het hierbij laten" zei Necrodeus.

Hitomi dronk water en at eenbeetje. Waarom gaf hij haar eigenlijk les? Wat boeide het hem? Goh ja, het zou best wel van pas komen, hield hij zichzelf voor. Wat had hij aan een Hitomi die zichzelf niet kon verdedigen? Helemaal niets, toch? Dit was beter voor hen allebei... Ook knaagde bij hem het gevoel dat ze bekeken werden. Hij zag niets, maar er waren wel sporen. Een voetstap van iemand anders als hij naar eten zocht, onverklaarbare geluiden. Wie het ook was, hij waagde zich niet te dichtbij. Ze waren veilig nu, maar des te waakzamer.

Jolien liep met haar werpmes en een rugzak door het bos. Zo voelde zich bijzonder kwetsbaar. Ze was eerst eens naar het dorp geweest, maar daar voelde ze zich nog kwetsbaarder. Ze had altijd in een team gezeten (behalve tot op het allerlaatste moment) en ze vond het maar niets om alleen rond te lopen. En er was niemand in deze HS van het voormalige team blauw. Ze onderdrukte een snik. Para was toch wel boeiend genoeg geweest om terug te halen? Toch boeiender dan die stomme Adje, Pokéfan of WM (hoewel ze bij WM bedacht dat hij bij het publiek vast wel in de smaak was gevallen). Plots hoorde ze stemmen, en ze hield zich koest. De stemmen kwamen dichterbij. Het waren Pokefan, NMU en Goomuin. "Hoe kon ik ook zo stom zijn" zei Pokéfan. "Dat dacht ik ook" antwoordde NMU. Plots zwegen ze allemaal, en Jolien wist dat er iets niet juist zat. "Kom maar tevoorschijn Jolien" hoorde ze NMU zeggen "We doen je heus niks". Jolien stond op, maar ze hield wel afstand. "Kijk nu toch eens mensen, een echte teamspeelster helemaal alleen. Ze wil vast wel wat gezelschap. Kom maar!". Maar Jolien kwam niet. Ze had het wel gehoord over NMU, over zijn smerige trucjes, en voelde er niks voor om met hem samen te werken. NMU kon dit blijkbaar aan haar gezicht zien, want hij vervolgde: "Wat is me dit nu? Slaat Jolien dit prachtige voorstel echt af? Om zich bij zo'n groot team aan te sluiten. Dat is niet echt dankbaar. Een straf is gepast". Toen stormde hij naar voren. Jolien was al beginnen weglopen, maar hij haalde haar in. Ze hoorde Pokéfan en Goomuin ook achter haar aan komen. "Dit is het einde... voor de lieflijke Jolien" hoorde ze NMU nog hijgen. Toen voelde ze hoe hij haar bij haar lange haar vastnam en achteruit trok. "Zeg maar dag tegen je hoofd". Ze hoorde het zwaard door de lucht snijden, en met tranen in haar ogen wist ze haar hoofd nog net naar beneden te trekken. Het zwaard sneed haar haar door, en ze draaide zich om om uit te halen met haar mes, maar NMU was verbaasd achteruit gevallen en Goomuin en Pokéfan kwamen te dichtbij. Ze ging er weer vandoor.

Goomuin en Pokéfan stopten bij NMU en hielpen hem overeind. "Wat doen jullie, achter haar aan!" riep NMU na even op zijn pas te zijn gekomen. Pokéfan schudde zijn hoofd. "Ze is al verdwenen in het bos. Die vinden we niet meer". Gefrustreerd sloeg NMU met zijn vuist op de grond. Hij keek naar zijn vuist, en daar zat het haar van Jolien in. Hij grijnsde. "Maakt ook niet uit" zei hij. "Ik krijg haar nog wel".

Profiel bekijken

17 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op wo 28 aug 2013, 13:45

Sushi


GameDonut
DL en Sushi Liepen door de droge duinen, opzoek naar wat water en of wat te eten. Opeens merkte Sushi de rugzak om die Lisa bij zich had. 'Wat zit daar in?' Vroeg Sushi.’ ‘Ach joh daar zit een of ander stom klein mes in. Ik hoef dat niet te hebbe, geef mij maar en groot zwaard ofzo.’ Antwoorde Lisa, die het mes aan sushi gaf. Bij de duinen was het droog en warm, wat er toe leidde dat de twee nog meer dorst kregen, dus besloten ze een andere plek op te zoeken.

Onderweg hield Sushi zich in, hij wou niet dat het weer zo zou eindig als het incident met Tosti. Lisa  begon echter steeds meer te klagen: ‘Verdomme zijne hier helemaal geen kippe wat een kutplek hier.’ Lisa werd door de honger onderweg steeds vervelender en agressiever, wat Sushi steeds meer irriteerde.  ‘kan je nou niet ophouden met zeuren en gewoon doorgaan?’ Vroeg Sushi. De heethoofdige Lisa pikte dit niet: ‘Verdomme nou moet ge je bek houden, ik heb meer aan jou als voedsel dan aan jou als bondgenoot!’ Lisa liep opeens boos richting Sushi, die niet wist wat er aan de hand was. Ze pakte hem vast, en probeerde hem te wurgen. Echter kon Sushi op een behendige wijze loskomen en wegrennen. Echter kwam hij niet goed vooruit, door de pijn van zijn wond. Lisa kwam er opnieuw aan, en dook op Sushi af. Sushi ontweek de aanval, en besefte opeens dat het mes nog in zijn zak had. Uit een reflex haalde hij het mes uit zijn zak, en gooide het in de rug van een versufte Lisa, die in elkaar zakte. Verdomm…. Waren de laatste woorden van Lisa, die dood was. Sushi kon het niet geloven, had hij haar echt vermoord? Snel pakte hij de tas.

Even later viel er opeens een sponsorgift uit de lucht, als een geschenk uit de hemel werd Sushi beloond voor zijn moord op Lisa met een fles water. Hij dronk ongeveer een kwart uit het flesje, en stopte het in de rugzak, die eerst van Lisa was. Toen zag hij een muur, waar hij op af liep. Het was een stad, die opvallend afgelegen was. Sushi ging naar binnen. HALLO? Riep Sushi, die geen antwoord terug kreeg. Wel zag hij een oud stenen huisje. Hij besloot er naar binnen te gaan. Het was kaal en leeg, maar Sushi kon eindelijk even uitrusten. Sushi kwam tot de conclusie dat hij een heleboel gelukt hebt gehad, hij had de aanslag van Tosti overleeft, hij had Lisa gedood waar hij voor beloond werd, en uiteindelijk deze stad gevonden. Ook wist hij dat hij dapperder moest zijn, en niemand zomaar mocht vertrouwen. Als ik wil overleven, moet ik beter mijn best doen dan ooit. Uiteindelijk viel hij in slaap op de vloer....

Profiel bekijken

18 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op wo 28 aug 2013, 21:31

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Uitgeput liet Tosti zich vallen op de koude rotsen van de berg. Hij wist nog hoe hij op het begin van de Spelen totaal niet hierheen wilde. Maar toen had hij geen wandeltocht van een paar uur gehad, en had hij geen enorme dorst. Het enige waarvoor Tosti eigenlijk hierheen was gegaan was voor de sneeuw, die hij nu ook aan het opwarmen was boven een vuurtje van takken die hij onderweg verzameld had. Na nog een aardappel gepoft te hebben, was het een stuk aangenamer. Hij schatte dat het zo’n 5 uur was, maar hij kon er 2 uur naast zitten. Nog tijd genoeg voor zijn enigszins gewaagde plan. En daarvoor had hij hout nodig, wat er hier duidelijk niet was. Hij besloot door te lopen, naar ene klein kamp dat hij in de verte gezien had. Moest lukken, dacht hij nadat hij voor de zekerheid nog een fles gevuld had met sneeuw. Hij wist wat dorst kon doen, en het kon ongetwijfeld nog veel erger zijn. Tosti liep in een gemakkelijk tempo door, waardoor hij in een redelijk korte tijd en zonder al te moe te zijn bij het kamp aankwam. Onderweg had hij nog een mijn gezien, maar dat zag er iets te onbetrouwbaar uit, en ook iets te donker. Hij wilde zijn kostbare lucifers daarvoor niet verspillen. Hij keek snel rond of hij wel alleen was hier, wat het geval bleek te zijn Nu het lastigste plan, iets van hout maken met alleen een mes. Klungelig ging Tosti aan de slag. Het moest vooral licht worden, maar wel stevig. Geen enorme planken dus. Tot zijn verwondering zag hij in een van de hutten een flinke hoeveelheid riet liggen. Veel beter. Riet vlechten kon hij tenminste, dat had hij thuis vaak genoeg moeten doen, om uiteindelijk te verkopen. Snel ging Tosti aan de slag, hij wilde zo vele mogelijk van het daglicht gebruikmaken. Tosti ging helemaal op in zijn werk, en zag niet hoe Fisico nieuwsgierig tussen de bomen een blik op hem wierp, maar daarna weer ongeïnteresseerd weer de bomen in verdween. Tosti bleef werken, nadat het rieten gedeelte klaar was sloeg hij een smal stuk hout van een blok af, en begon daarmee het enorme zeil aan elkaar te binden, en stukken weg te snijden. Fisico was toch nog teruggekomen. Niet voor moordplannen, maar puur uit nieuwsgierigheid. Die tribuut daar deed het niet bepaald goed, maar hij liet zien dat hij niet alleen maar Capitooldingen gebruikte. Voorzichtig bleef hij een paar meter achter hem staan. Toen het leek alsof Tosti klaar was met zijn werk, besloot hij hem aan te spreken.
“Wat is dat?”
Tosti schrok duidelijk, en draaide zich meteen om. Hij had een mes in zijn hand, maar door de schrik hield hij hem verkeerd om.
“Wat moet jij hier?” zei hij.
“Rustig, ik heb niets kwaads in zin. Anders zou ik je gewoon in je rug gestoken hebben, denk je niet?”
Tosti kalmeerde iets, maar was nog niet helemaal gerustgesteld. Wat Fisico zei was waar, en eigenlijk had hij ook niet zo veel te vrezen van die gekke panfluitist.
“Het is een luchtballon!” antwoordde Tosti uiteindelijk, ietwat hooghartig.
“Een luchtballon? Wat moet je daar nou mee?” Fisico snapte het niet echt. Met zo’n zeil kon je veel betere dingen doen.
“Nou, vanaf boven kun je veel makkelijker mensen zien en neerschieten!” Fisico zag nu ook de pijlenkoker op Tosti’s rug. “En bovendien is dat heel origineel, de kijkers zullen het geweldig vinden! En niemand kan me raken! En-“
“Ja ja, ik snap het, je hebt er goed over nagedacht. Nou ja, veel succes dan maar. Ik heb nou niet echt zin om je te vermoorden, en het lijkt me wel een tof idee. Kijken of je het ook nog overleefd!”
Fisico grijnsde en verdween toen weer in de schaduwen van de bossen. Tosti keek verontwaardigd. Het was toch een hartstikke goed idee? Hoe kon dit nou fout gaan? Nou ja, het was nu toch te laat om nog op te stijgen. Hij verborg de ballon in een groter hok en probeerde lekker te gaan liggen in de mand. Morgen zou hij het doen. Kijken wie er dan nog zou lachen.



Laatst aangepast door Tosti op vr 30 aug 2013, 08:29; in totaal 2 keer bewerkt

Profiel bekijken http://google.nl

19 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op wo 28 aug 2013, 22:02

Tosti werd wakker van de honger. Hij knalde droog een mammoet neer. Fuck yeah.

'Dit is swag' reageerde de toevallig voorbijwandelende Lucoshi.

Tosti wist dat je hoorns voor veel geld kan verkopen en sneed ze af. Lucoshi en Tosti maakten vuur en deelden de maaltijd.

Profiel bekijken

20 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op do 29 aug 2013, 10:39

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
T.G klimt langzaam naar beneden om de uitrustende Necrodeus en Hitomi beter te kunnen observeren. Hitomi is al in slaap gevallen, maar Necrodeus houdt de wacht. Als T.G beter kijkt, ziet hij dat Necrodeus een speer achter zich heeft liggen. Hij moet dus erg voorzichtig zijn als hij met hem wil onderhandelen over zich toetreding tot hun alliantie.

Als T.G bijna de grond heeft bereikt, breekt hij per ongeluk een tak af, en valt hij op de grond. Necrodeus hoort dit, en draait zich om. Zodra hij ziet dat er een onbekende gedaante naast hem ligt wil hij onmiddellijk zijn speer pakken, maar T.G schopt die behendig een eindje weg en komt overeind. 'Hallo.' zegt hij droog, een beetje beschaamd door zijn klungelige verschijning. Pas nu herkent Necrodeus T.G. 'Wat doe jij hier? Kom je ons vermoorden?' 'Eigenlijk niet.' antwoordt T.G. 'Ik heb nu geen zin om te vechten. Laten we het over een alliantie hebben.' Necrodeus fronst zijn wenkbrauwen. Hij weet niet of hij T.G wel moet vertrouwen. Hij ziet dat hij ook een speer bij zich heeft, maar die houdt hij niet in de aanslag. 'Ik heb jouw hongerspelen tijdens de trainingen bekeken, Necrodeus.' gaat T.G verder. 'Je stierf een vernederende, oneerbiedige dood, maar afgeleid van jouw prestatie die ene keer verdien jij beter. Ik weet hoe het voelt. Ik ben zelf ook een slachtoffer geweest van verraad.' Necrodeus denkt terug aan hoe hij op de tapes had gezien hoe Para T.G een zwaard door zijn rug stak. Hij heeft inderdaad iets vergelijkbaars meegemaakt. Maar hij merkt hoe T.G hem probeert te manipuleren, en vertrouwt hem dus nog steeds niet helemaal.

'Vertelt eens, Necrodeus. Hoe graag zou jij jouw haat tegen Ulysess op hem willen botvieren?' vertelt T.G. 'Ik weet in ieder geval zeker dat ik dat op Para wil doen. Maar hoe zit dat met jou? Als dat ook jouw verlangen is, dan kunnen jij en ik, al dat niet samen met Hitomi, een alliantie vormen om  respectievelijk Ulysess en Para uit te schakelen. Samen lukt dat beter dan alleen, aangezien we dan twee speren hebben.' Necrodeus laat zijn blik naar de grond zakken. Natuurlijk haat hij Ulysess voor wat hij hem de vorige keer had aangedaan, maar hier had hij niet aan gedacht. Hij weet niet zeker wat hij wil. 'En om eerlijk te zijn heb ik ook nogal dorst. Als jullie weten of er ergens water in de buurt is, dan kan ik mijn waterfles misschien vullen.' Necrodeus vind het verdacht dat T.G nu ineens aangeeft water te willen, wat impliceert dat hij vooral op eigen voordeel uit is. Maar hij houdt hem niet gegijzeld, valt hem niet aan en komt redelijk betrouwbaar over. Maar ook dat kan een act zijn... hij weet het even niet meer. 'Maar ik wil wel een voorwaarde stellen.' gaat T.G verder. 'Als wij een alliantie vormen, dan eindigt deze weer zodra Ulysess en Para allebei dood zijn.' Necrodeus reageert verbaasd. 'Waarom stel je dat voor? Als jij mij een dolk in de rug zou willen geven, dan had je dat niet moeten zeggen, want nu ben ik daarop voorbereid.' Necrodeus begint T.G steeds meer te wantrouwen. 'Wie zegt dat ik daar op uit was?' zegt T.G. 'Ik wil dit spel op een eerlijke manier spelen. Ook daar heeft de audiëntie in het kapitool wel eens behoefte aan.' Door deze uitspraak wordt Necrodeus' wantrouwen weer wat getemperd. Hoe moet hij nu over T.G denken?

Hitomi is inmiddels wakker geworden van het lawaai, en ziet T.G bij Necrodeus staan. Meteen schiet ze in de verdediging. 'Wat doe jij met Necrodeus?!' Ze raapt de speer, die T.G in haar richting had geschopt, op en zet zich schrap voor een uithaal. T.G merkt haar op, probeert haar uithaalt af te buigen door met zijn eigen speer tegen de hare aan te slaan, maar dat voorkomt niet dat de speerpunt langs T.G's linkerheup schampt. Er ontstaat een snee en met een pijnlijk gezicht legt T.G zijn hand eroverheen. Hitomi wil nog een keer uithalen, maar dan pakt Necrodeus haar speer vast om haar speer vast om haar uithaal tegen te houden. 'Hitomi, wacht!' zegt hij. 'Hij viel mij niet aan. Hij vroeg alleen maar of hij zich bij onze alliantie mocht aansluiten.' Hitomi laat haar speer zakken. 'En? Doen we dat?' vraagt ze. 'Ik weet niet of hij wel te vertrouwen is.' 'Dat weet ik ook niet.' antwoordt Necrodeus. 'Dus, jullie gaan mij vermoorden?' vraagt T.G. 'Dat ligt inderdaad voor de hand.' zegt Hitomi dreigend, en ze richt haar speer weer op hem. 'Nee, wacht nou even!' onderbreekt Necrodeus haar weer. 'Geen me even de tijd om een besluit te nemen, oke? En tot die tijd verroer jij je geen vin, T.G. Besef dat mijn oordeel jouw dood kan betekenen.' 'Begrepen.' antwoordt T.G plechtig. In spanning wacht hij Necrodeus' definitieve antwoord af.

Profiel bekijken

21 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op do 29 aug 2013, 12:45

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Na het voorval met Tosti was Tuffie richting het noorden gelopen. Het was de enige richting waar hij niet meteen een gebied zag vanaf de Hoorn, en door zijn enorme nieuwsgierigheid kon hij het niet laten. Het leek hem ook de meest veilige plek voor nu om die reden. Het bos zou waarschijnlijk heel wat volk lokken door de grote voorraad hout die er te vinden is, de bergen waren de enige zekere bron van water die al vanaf de Hoorn te zien was door de sneeuw die zich op de top bevond... En de duinen zouden vermoedelijk populair zijn voor verstopplaatsen en het verzamelen van voedsel. Maar Tuffie was niet het type dat graag op veilig speelde en ging doen wat de anderen doen. Hij ging op zoek naar nieuwe uitdagingen, en het maakte niet uit hoe risicovol ze waren. Hij vroeg zich af of er tributen hetzelfde idee zouden gekregen hebben.

Na een anderhalf uur wandelen was er eindelijk wat te zien in de verte. En maar goed ook, Tuffie kreeg al last van z'n voeten. En een kleine beetje dorst. Hij wist dat hij meer had moeten drinken bij het laatste maal voor de Spelen begonnen waren. Hij had zich wel te goed gedaan aan het heerlijke buffet met de lekkerste gerechten. Dat was wel een van de geweldige zaken aan de Spelen: voor je de arena ingestuurd wordt, kun je eten zoals je nog nooit hebt gegeten. Hetgene hij in de verte zag, was een behoorlijk grote muur die rondom een gebied ging. Alhoewel de hoogte niet zo heel indrukwekkend leek, was Tuffie toch licht verrast door de dikte ervan. Vermoedelijk was dit zodat men gemakkelijk op de muur kon wandelen. Er waren meerdere ingangen zichtbaar die allemaal vrij groot waren. Tuffie begon te lopen naar de dichtsbijzijnde poort. Oorspronkelijk leek hij dicht te kunnen, daar waren duidelijk nog sporen van te zien, maar aangezien het Capitool vermoedde dat de tributen hierdoor net iets té veilig zouden kunnen zitten hebben ze ervoor gezorgd dat het mechanisme van de poort niet meer in werking kan worden gesteld. Of althans, dat was wat Tuffie dacht. Hij liep door.

Het dorp was prachtig. Hoe ze een middeleeuws dorp zo mooi hebben nagemaakt wist Tuffie niet, maar hij was onder de indruk. Van de dicht op elkaar staande houten huisjes die in werkelijkheid de middeleeuwse dorpen vulden tot de modderige straten met hier en daar paadjes belegd met kasseien, alles was af en zoals het hoort. Een eind verder, meer in het centrum van het dorp vond hij een waterput, waaraan een touw met een emmer bevestigd is. En nog gevuld ook. Geweldig, hij had een enorme dorst. Snel liet hij de emmer zakken en haalde hem op toen hij de bodem bereikt had. Het zag er behoorlijk fris en schoon uit. Hij begon te drinken. Eenmaal hij genoeg had, begon hij wat te roepen in de waterput, waardoor er een echo weerklonk. Tuffie vond het wel geinig, en begon met allerlei stemmen te experimenteren. "Echo!" riep hij met een piepstemmetje. De echo die terugkwam maakte hem aan het lachen. "Prachtig dorp, nietwaar, dappere manskerel?" Tuffie schrok. Blijkbaar was hij niet de enige hier. Hij draaide zich om.

"Ulysses." zei hij. "Den enige echte." antwoordde hij. "Dit middeleeuwschen dorp dat stamt uit vroeger tijden is in zeer mooie ende geweldige staat gebleven."
Ulysses maakte een niet al te dreigende indruk bij Tuffie, maar hij wist niet in welke mate hij Ulysses kon vertrouwen. "Wat zijn je bedoelingen, Ulysses?" vroeg Tuffie.
"Ick moge overkomen als ene schilderachtig heerschap, doch ick zou gaarne het voorstel willen doen met malkander te strijden, zij aan zij." Tuffie betrouwde het zaakje niet. Hij had wel wat tapes zitten kijken voor de Spelen, en hoe Ulysses Necrodeus, zijn vorige bondgenoot, vermoordde, beviel hem niet.
"Dat valt te bezien." zei Tuffie, om nog geen definitief antwoord te geven.
"Ach, ick zie dat gij ene zeer doorlucht persoon zijt, die niet zomaar iedereen vertrouwt ende liefhebt."
"Je slaat de spijker op z'n kop." antwoordde Tuffie. "Hoe weet ik dat ik niet hetzelfde lot onderga als Necrodeus?"
"Kijk, mijn vrind, mijn keus om die o zo charismatische ende sympathieke metgezel van mij te laten sneuvelen op zo'n wrede manier was omdat mijn kans op den winst te groot was ende dichtbij kwam. Ick heb Necrodeus niet gebruikt. Het was ene zeer aardige manskerel, maar spectaculair veel heeft hij niet gedaan ende uitgevoerd. Bij den start van de Spelen ben ick hem achterna gegaan met den intentie de vriendschappelycke band te herstellen met hem. Helaas, hij hoefde niet meer in het gezelschap van den Ulysses te verkeren."
"Dat is geen antwoord." zei Tuffie, die Ulysses z'n lange speech ondertussen beu was geworden.
"Kijk, vrind, wij hebben veel zaken met elkander gemeen. Beiden zijn wij gedurende onze Spelen gesneuveld tijdens den finale. Beiden zijn wij van mening dat het eergevoel, zelfs tijdens deze wrede Hongerspelen, nog steeds van grotere waarde is dan het redenloos doden ende afslachten van mensen voor het vermaak ende genot van het Capitool."
"Dat beantwoordt mijn vraag nog steeds niet." zei Tuffie. Ulysses z'n woorden zetten hem wel aan het denken: ze hebben veel met elkaar gemeen. Dat realiseerde hij zich zelf niet voor hij het opmerkte. Hij had gelijk. Vroeger had hij ook T.G in zijn editie van de Hongerspelen in leven gelaten. Zelfs toen hij de mogelijkheid had om hem te doden en z'n wapens mee te nemen.
"Hoe kan ik zeker weten dat je hetzelfde niet doet met mij?" herhaalde Tuffie.
"Omdat ick dat plechtig beloof." antwoordde Ulysses. "En ick ben ene man van mijn woord, vrind. Zijt gij nu bereid ene alliantie te vormen met mij?"
"... best." zei Tuffie. Hij nam het risico. Hij had wel het gevoel dat Ulysses meende wat hij zei, maar met hem wist je nooit. Wie weet was dit wel een sluw plan van hem...
"Ik moge verheugd zijn aan u zijde te strijden, mijn waarde." zei Ulysses. "Pakt gij uwen speer mee, we gaan dit dorp verkennen ende bezichtigen."
"Best." zei Tuffie, en hij volgde hem. Hij had al door een aantal straten gewandeld, maar nog nergens echt binnen gegaan. Maar voor ze effectief vertrokken, hield Tuffie Ulysses tegen. "Wacht." zei hij. Ik hoor wat. Het klinkt als... gesnurk...


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

22 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op do 29 aug 2013, 16:20

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Na zijn confrontatie met Tosti zag Lucoshi wel in dat hij zich beter niet nog een keer in de Hoornstrijd moest gooien. Hij greep dus een werpmes uit het zand en rende ervandoor. Dit zou zijn Hongerspelen worden. De vorige was helaas anders gelopen dan gedacht. Hij had gehoopt samen met Para te winnen. Para leek dat ook te willen, maar toen ze opeens weer bij andere teams zaten stak hij doodleuk een zwaard in zijn nek. Juist. Ook T.G had hij niet echt gemogen, maar hij kwam ook uit het andere team. En ten slotte Tosti, die ook vele te arrogant over was gekomen. Nu zijn het weer allemaal vijanden, geen complotten, geen nepvriendschappen, gewoon zekerheid. Terwijl hij daar stond te mijmeren zag hij zo’n honderd meter verderop, werd Para tegen de grond gedrukt door Koopalingsfan. Verderop lag een verdwaalde boog, Oshi’s favoriete wapen. Hij aarzelde niet, en rende op de boog af. Onhandig pakte hij tijdens het rennen de boog op. Para had hem intussen in de gaten, maar Koops nog niet. Helaas was hij nou degene die de pijlenkoker op zijn rug had. Tja, risico’s nemen hoorde erbij. Hij probeerde half om Koops te raken in zijn schouder, maar terwijl hij de pijlenkoker van zijn rug afsneed raakte hij Koops eigenlijk nauwelijks. Het touw van de pijlenkoker ging wel helemaal kapot, en behendig ving Oshi die op. Koops werd woest en zwaaide rond met zijn bijl. “Blijf van Pijlenman af! Hij is mijn vriend!” Juist, daar zat hij echt op te wachten, een gekke Koops achter zich aan. Para, die nu niet meer tegen de grond aangedrukt was, pakte zijn zwaard op en grijnsde. Snel en met soepele passen rende hij achter Koops aan en sneed hem vakkundig in zijn nek. Toen hij zich omdraaide om naar dit nieuwe gevaar te kijken, duwde Para meedogenloos zijn zwaard in zijn nek. Een kanonschot klonk. Para lachte en riep naar Lucoshi. “Tja, dat was gewoon een kwestie van wraak. Hou jij die pijlenkoker maar, ik ontferm me wel om deze mooie bijl. We zijn tenslotte wel broertjes hè!” Alsof hij vergeten was dat hij hem ooit vermoord had. Zwijgend stemde Oshi in. Hij kon hem nu toch niet verslaan. Maar dat zou nog komen. Para liep weg, richting de berg. Oshi besloot hem niet achterna te gaan, maar juist de tegenovergestelde kant op. Voor de zekerheid.

Na twee uurtjes joggen kwam Oshi al iets interessants tegen. Een grote, stenen muur, met poorten die verbazingwekkend genoeg gewoon open waren. Langzaam liep Oshi naar binnen. Hij verwachtte een hinderlaag, maar binnenin bleek gewoon een vredig dorpje te liggen. Prachtige huizen, mooie straten, in de verte zag Oshi zelfs een echte middeleeuwse kerk. De spelmakers hadden hier echt aandacht aan besteed. En dan zonder het open riool en de vreselijke stank, die in echte middeleeuwse dorpen wel aanwezig zouden zijn. Ach, het was beter zo. Lucoshi besloot het dorp te verkennen, en vond al gouw de waterput die midden op het centrale plein stond. Heerlijk, ijskoud water was net wat hij nodig had na zo’n vermoeiende tocht. Een snelle inspectie liet zien dat hij alleen was hier, en dat het toch niet zo’n indrukwekkend dorp was al hij dacht. 4 centrale straten, 3 naar de poorten en eentje naar de kerk. Elke straat werd doormidden gesneden door een kleinere straat, allemaal keurig georganiseerd. Als dit echt middeleeuws was, zouden er ook middeleeuwse huizen staan. Zoals een herberg. Lucoshi ging op zoek.
Na veel huizen onderzocht te hebben, die vanbinnen teleurstellend leeg waren, zag hij tot zijn grote vreugde een groot gebouw met een dak van stro opdoemen. Toen hij dichterbij kwam, zag hij ook een uithangbord van een everzwijn. Dit moest wel een herberg staan. Binnen was het donker en leeg, maar op de middelste tafel lag wel een enorm stuk vlees op een bord. Behoedzaam liep Lucoshi dichterbij. Er bleek een briefje bij te liggen. Lucoshi pakte het op en las het. “Beste tribuut. Gefeliciteerd met deze maaltijd. Je zal vast trek hebben! Helaas, dit is geen echte herberg, er zijn geen bedden, en dit is de enige maaltijd hier. Alhoewel, misschien ligt er beneden nog wat…” Juist ja. Lucoshi had nu te veel honger om er op te letten. En het zag er overheerlijk uit. Vast zo’n everzwijn, zoals op het uithangbord. Hij schoof snel aan en begon er een stuk af te snijden. Het aroma van vet vlees vulde zijn mond. Hij nam nog meer, en nog meer. Toen pas besefte hij hoe moe hij was. Hij wilde nog even een betere slaapplek opzoeken, maar hij kon zijn vermoeidheid niet eer bedwingen. Lucoshi viel in slaap.

Ulysses beaamde wat Tuffie had gezegd.
“Dit is vast ende zeker gesnurk van ene slapend persoon. Laten wy, als moedige kerels ende jongelui, hem moedig in zijn slaep doodsteken ende hakken!”
Tuffie gebaarde hem rustig te doen.
“Stil nou! Straks wordt hij nog wakker! Laten we eerst eens even kijken wie het überhaupt is.”
Ulysses wilde nog iets zeggen maar Tuffie kapte hem af, en wees naar binnen. Daar zagen ze een slapende gestalte op een stoel zitten. Voor hem stond een enorm bord met vlees. Tuffie keek Ulysses aan.
“Denkt gy wat ick denk, jonge manskerel?”
“Als je daarmee bedoeld dat je dat everzwijn daar wilt eten, dan wel ja!”
Zonder op een antwoord te wachten vloog Tuffie op het vlees af en was al aan het eten voordat hij überhaupt op zijn stoel zat. Ulysses volgde hem, wierp nog een korte blik op Oshi en begon toen ook te eten. Met twee uitgehongerde eters was het restant everzwijn snel op, en Tuffie leunde gelukkig naar achter. “Ah, dat was echt heerlijk!” Zijn stem wekte Oshi, die nog steeds lag te slapen, met zijn hoofd op zijn bord. Verward keek hij in het rond.
“Ach, onze maat is ook weer wakker. We hebben de restjes even opgegeten, als je het niet erg vind.”
Lucoshi keek twijfelachtig. “Bedoel je dat jullie me niet willen.. vermoorden?”
“Op het moment niet. Ik zag je op TV, en je leek me wel een aardige gozer die goed kan vechten. En je zorgt uitstekend voor eten, tot nu toe.” Tuffie grijnsde. Oshi ontspande zich wat. Hij kon deze mensen wel respecteren. Ulysses stond op, en begon onderzoekend in het rond te lopen. “Wat voor leuke ende mooie verrassingen zou den herberg nog meer kunnen verschaffen?” Lucoshi antwoordde aarzelend. “Nou, beneden is nog wat, maar ik weet niet echt precies wat het is..” Ulysses was al de kelder ingelopen. Hij riep vanaf beneden. “Kyk nou, wat een geluk! Ene hellebaard, en vele vaten ende tonnen! Wat zouden zy bevatten?” Tuffie en Oshi volgden hem naar beneden, waar Ulysses zijn hellebaard uittestte en een van de tonnen ermee openbrak. Een lichte vloeistof werd zichtbaar. Ulysses leek het te begrijpen, en greep een beker van een tafeltje dichtbij. Zonder aarzelen stak hij hem in de vloeistof en dronk hem in een teug leeg. “Wat ene pret, dit goedje blykt bier te zyn! De pret, de pret!” Verheugd vulde hij zijn beker opnieuw. Dit kon nog een lange nacht worden.

Profiel bekijken http://google.nl

23 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op do 29 aug 2013, 17:50

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
"Gadver." Moest Adje uiteraard weer overkomen dat zijn rugzak gejat werd, net toen hij eindelijk eens een kill kon maken. De snee was niet heel diep, maar wel lang, en er sijpelde een heleboel bloed uit. Maar zelfs al was hij niet diep en zou hij er vast niet van doodbloeden, hij had hij wel verzorging nodig. Tijdens de verdieping in survivaltechnieken had hij geleerd dat speeksel geneeskrachtig was en de huid sneller liet herstellen. Eigenlijk klonk het ook wel logisch: als je in je vingers snijdt, steek je je vinger ook altijd instinctief in je mond. Adje vond het vooral verrassend dat speeksel sterker kon genezen dan zout. Zout is, ondanks de zegswijze 'zout op de wonde strooien' wel degelijk goed tegen de meeste wonden, iets wat velen niet weten. Om het bloeden wat te stoppen scheurde hij een stuk van zijn broek af. Het was een grappig zicht om hem in deze toestand te zien, met een stuk broek rond zijn arm. En de broek was aan de linkerkant langer dan aan de rechterkant... Dus Adje besloot maar om het stuk aan de linkerkant ook af te scheuren. Voor de volgende keer dat zoiets zou gebeuren. Je weet maar nooit.

In ieder geval had hij een nieuwe rugzak nodig. Niet zo zeer voor het eten, dat kon ook gemakkelijk geregeld worden in dit bos. Maar uit vorige edities bleek dat die rugzakken altijd wat interessants bevatten. Een bril om 's nachts te kunnen kijken, een tent, een opblaasbare boot, lucifers, een kleine voorraad buskruit, drinkbussen, noem maar op. Zoiets zou het leven voor Adje hier een stuk dragelijker te maken. Hij had geen zin om T.G achterna te gaan, die zou toch al te ver weg zijn. Misschien had iemand nog wat bij de Hoorn laten rondslingeren, maar waarschijnlijk niet. Al gebeurt het wel vaker dat iets onder het zand of vlak onder de Hoorn terechtkomt. Hij zag het niet zitten, maar het was misschien slim om toch terug te keren. Je weet immers maar nooit... Zo ver was het niet, hij had maar ongeveer een uur zitten wandelen tot hij Lucoshi tegen het lijf liep. Toch leek het al behoorlijk donker te worden, maar dat kwam omdat de Spelen pas van start gingen om 16u.

Tot zijn grote verbazing lag er eigenlijk nog behoorlijk wat bóven het zand. En daar: jackpot, een feloranje fluorescerende rugzak, helemaal voor hem alleen. Hier en daar zag Adje nog wat in het zand, maar niks dat hij kon hanteren, en die wapens vernietigen zou teveel werk in beslag nemen. Hij wilde nog voor de zon onder ging de berg bereikt hebben. Hij liep richting de kolossale berg en raapte onderweg wat kleine, brandbare takjes op. Naarmate de nacht naderde begon het ook kouder te worden, dus dan was een vuur hebben wel aangenaam.

Het was een hele klus om de berg te bereiken, en hem dan ook nog eens te beklimmen. Adje zou maar tot de helft gaan, hij was uitgeput en het begon al donker te worden. Morgen zou weer een zware dag worden. Aan de zijkant van de berg besloot hij zijn kamp op te slaan. Ook nam hij voor het eerst de tijd om te kijken wat er zich in de rugzakken bevond. Hij vond twee appels, waarvan hij er een at. De andere stopte hij terug in de rugzak. Hij had sowieso niet zo heel veel honger, en de Spelen waren nog maar net gestart. Hij zou die andere appel nog hard nodig hebben. Ook vond hij vier aardappels, maar het leek hem beter om ze op te warmen, en het vuur zou 's avonds teveel opvallen, zeker op zo'n hoogte. Een doosje lucifers, ook altijd handig. Adje kon wel een vuur maken door stokjes tegen elkaar aan te wrijven, maar dit bespaarde hem heel wat tijd. Twee lege flessen. Het was blijkbaar weer teveel gevraagd om ze te vullen. Maakt niet uit, hij zou morgen wel een vuur maken en de sneeuw laten smelten. Daarmee zou hij de flessen wel vullen. Hij vond ook een bril, maar het was duidelijk geen gewone. Een gewone bril zou ook behoorlijk nutteloos zijn. Maar één manier om te weten wat ie doet: hem opdoen. Een nachtkijkbril, zo te zien. Mooi, als hij een boog zou maken en wat pijlen, zou hij ook 's avonds mensen kunnen beschieten. Een zeil! O god, dit was het meest geweldige wat hij kon krijgen. Hij had al tal van ideeën, en alhoewel hij niet wist hoe haalbaar ze waren, was hij heel blij ermee. Hij begon zich helemaal in het zeil te wikkelen. Ziezo, zo zou hij het tenminste warm hebben vanavond.


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

24 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op vr 30 aug 2013, 20:25

Tosti


Benjamin Falkenburg
Benjamin Falkenburg
Lennard genoot met volle teugen van het water dat hij nu eindelijk had. Hij lag relaxed op een boomstam die hij een beetje bijgeslepen had en nu in zijn tent had gezet. Hij had zo zijn plannen gemaakt, en besloot dat hij het beste ’s nachts te werk kon gaan. Met vechten had hij totaal geen ervaring, integendeel, hij zou zo in mootjes gehakt worden.. Dat, plus zijn nachtkijker, vormde zich tot een idee. Stiekem rondsluipen kon hij behoorlijk goed, zeker als de tributen sliepen. Moorden hoefden er niet gepleegd te worden, maar jatten kon altijd. Daarom had hij in de avond wat rondgekeken, en had zo al 3 duidelijke kampen ontdekt. Vlakbij zaten Necrodeus en Hitomi, redelijk goed bewapend. Een behoorlijk stuk verder zaten minstens 5 mensen bij een soort meertje. Te veel en te gevaarlijk. Ten slotte zag hij in het middeleeuwse dorp 3 gedaantes rondlopen Geen idee wie dat waren. In de nacht had hij besloten dat Necrodeus als eerste een bezoek kon verwachten. Gewoon, oude rekeningen verheffen, niets bijzonders. Hij was wel behoorlijk geschrokken toen hij opeens T.G daar zag liggen. Hij dacht even dat hij dood was, maar T.G bleek gewoon te slapen. Hmm, beter voorbereiden volgende keer. Veel tijd om te aarzelen had hij niet gehad, en hij had maar gewoon een dichtbij liggende fles gepakt. Waar hij nu dus uit zat te drinken. Hij besloot te stoppen toen hij ongeveer halfvol zat. Nu eens op een succesvolle missie gaan.

Dat had betekend dat hij die tributen in het dorp eens zou bekijken. Dat was een halfuurtje lopen, maar Lennard hield wel van de koele nachtlucht. Een heel ander gevoel dan overdag, waar het soms veel te benauwd kon worden. ’s Nachts vond Lennard het veel fijner, en hij had er geen probleem mee dat het koud was en dat hij overal geluiden om zich heen hoorde. Zijn nachtbril hielp ook enorm. Hierdoor kon hij alles scherp zien, al was het wel allemaal erg groen. Hij had tenminste een voordeel op zijn tegenstanders, waarvan hij er nu drie in beeld kreeg. Hij zoomde in, en kroop wat dichterbij om te horen wat ze zeiden.


“Ick kan deeze dranck toch niet voor myzelf houden ende bewaren? Drinck mee, mijn kornuiten!” Tuffie liet niet langer op zich wachten en pakte een mok van de tafel. Enthousiast begon hij mee te drinken. “Ik wed dat ik meer bier op kan dan jij!” zei hij overmoedig.” Ick denk het niet, manskerel. Sowieso heb jy geen goederen om te verwedden!” Ulysses merkte nu ook Oshi op, die aarzelend een paar meter van hen vandaan stond. Hij wenkte hem om te komen, waarbij hij onhandig een paar mokken omstootte en op de grond liet vallen. Hij liep ook al iets scheef. Oshi wilde er niet uit zien als een lafaard, dus liep hij ook naar de tonnen, pakte stoer een mok en liet hem vollopen. “Goedzo, wacht, wie was jy ook alweer? Oja, ick weet het al, Ossie. Hoe kon ick dat nou vergeten ende kwijtgeraken…” Hij keek een beetje vreemd naar Lucoshi. Die trok zich er niets van aan en nam een grote slok. Hij spuugde de helft weer uit. Het brandde in zijn keel en was behoorlijk bitter. Hoe kon Ulysses er de ene na de andere mok mee vullen? Tuffie mengde zich ook in het gesprek voor een tweede weddenschap. “Met zijn drieën is het leuker. Wie het eerst zijn mok leegheeft!” Meteen begon hij hem vol te gieten met bier. Dit keer hield Ulysses zich afzijdig, maar begon wel weer flink te drinken. Oshi nam aarzelend nog een slok, maar hij was veel te langzaam. “Kijk, Oshi heeft verloren! Nu moet je, eeuhm, tja, wat moet hij eigenlijk doen?” Ulysses wist wel wat. “Ick denk dat ick wel wat weet ende verzonnen heb. Kom ende volg mij, manskerels!” Ulysses zwalkte naar boven. Tuffie, die iets minder dronken was, sleurde Oshi mee. Oshi had angstige voorgevoelens.

“Ick heb op myn inspectieronde ene leuk voorwerp gezien. Kyk, daar is het!” Ulysses begon nu ook al te hikken. Oshi kon niet goed zien wat het was, maar Tuffie sleurde hem erheen, en duwde zijn hoof in een gat. Zijn armen werden ook vastgezet. Even dacht hij dat dit een guillotine was, maar nee. Toen het bovenste stuk hout vastgezet was, besefte hij dat hij vast zat aan de zogenoemde schandpaal. Hij had daar wel eens over gehoord. In de middeleeuwen werden mensen daaraan vastgemaakt, als ze iets schandelijks hadden gedaan, of gewoon omdat het leuk was. Ontsnappen ging niet. Tuffie en Ulysses gierden van het lachen. “Kyk onze metgezel hier eens staen! Dolkomisch ende zeer humoristisch. Laten wij als echte feestmakkers nu de rest van den hoeveelheid bier nuttigen, en deze knaap hier eens laten afkoelen ende wachten.” Omarmd en dronken zwalkten Ulysses en Tuffie weg. Lucoshi bleef wanhopig achter. Hoe kon hij hierin getrapt zijn? Dit waren tenslotte de Hongerspelen… Toen overviel zijn vermoeidheid hem, en viel hij in een ongemakkelijke positie in slaap. Nare dromen achtervolgden hem.

Lennard had genoeg gezien. Zeer interessant weer, allemaal. Vermoorden kon hij hem nu niet, dat zou opvallen. Zijn boog jatten, die Lucoshi nog altijd op zijn rug droeg, kon natuurlijk wel. Hij zou er toch niets over herinneren. Behendig sprong hij van de muur en griste de boog en pijlenkoker bij Oshi vandaan. Hij had stiekem wel een beetje medelijden met hem, maar ja, dit waren wel de Hongerspelen. Snel vulde Lennard zijn pas verkregen waterfles en flitste weg. Ook hij had wel eens rust nodig.

Vermoeid opende Tuffie zijn ogen. Hij kwam langzaam overeind. Een knallende hoofdpijn overviel hem, wat hem herinnerde hoe hij in deze positie was gekomen. Bier. Veel bier. De rest was een vage mist. Hoe hij hier in een varkensstal terecht was gekomen wist hij niet helemaal. Modder was er gelukkig niet, maar wel veel varkens, waarvan sommige naar alcohol roken. Ook de voerbak was besmeurd met bier. Ulysses was inmiddels ook opgestaan. “Was me dat even ene avond, manskerel!” Hij bracht het opgewekt, maar ook hij zag er chagrijnig uit. “Heel leuk, maar ik heb nu wel knallende hoofdpijn. Godverdomme.” Ulysses glimlachte. “Tja, daar moet gy aan wennen!” Tuffie mopperde en liep de stal uit. Vanwaar hij Lucoshi aan een paal vastgebonden zag. Hij keek verbaasd. “Hebben wij dit gedaan? “ zei hij. Ulysses antwoordde, minder verbaasd. “Zou kunnen. Het bevalt ende vermaakt me wel, eerlyk gezegd.” Daarna liep hij weg, richting de herberg. Hoofdschuddend volgde Tuffie hem. ’t Kon raar lopen hier.

Profiel bekijken http://google.nl

25 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op za 31 aug 2013, 11:39

Necrodeus zat weer de wacht te houden. Hij had er nu nog een bondgenoot bij, T.G. Maar hij wist niet wat hij van hem moest denken. Helemaal betrouwbaar kwam hij niet over (anders zou hij hem wel gevraagd hebben eens de wacht te houden) en zijn motieven tot het bondgenootschap maakten hem gevaarlijk. Hij wou persoonlijke wraak op Para. Maar Necrodeus zelf wou helemaal geen persoonlijke wraak op Ulysses. Natuurlijk mocht hij Ulysses niet, maar hij was echt niet zo stom heel deze HS geobsedeerd te zijn om hem terug te pakken. Zolang hij gewoon stierf, of het nou door hem of iemand anders was, was dat prima. En die iemand anders zou wel eens T.G kunnen zijn, nog zo handig. Maar wat als ze Para nu eens eerst vonden en hem vermoordden? Zou T.G dan zijn afspraak nakomen en het bondgenootschap netjes in stand houden tot Ulysses ook dood was? Om de één of andere reden twijfelde hij daar sterk aan. Plots zag hij iets bewegen in zijn ooghoek, en subtiel draaide hij zijn ogen in de richting van de beweging. Het was een andere tribuut die hen bespiedde. Hij dacht waarschijnlijk dat hij onopgemerkt was, want door de nachtkijkerbrillen kon je iemands ogen niet zien, dus ook niet wanneer die persoon je aankeek. Necrodeus bleef doodstil zitten. Als de tribuut aan zou vallen was hij er klaar voor. Maar hij ging er uiteindelijk gewoon vandoor. Wel, blijkbaar was die dus 's nachts op pad. Misschien helemaal niet zo'n slecht idee. Dat was uiteindelijk toch ook zijn beste kans. Hij maakte Hitomi wakker. Ze schrok op en greep haar speer, maar werd toen weer rustig. "Ik ben eventjes weg" zei Necrodeus "De nacht geeft een zekere bescherming die we overdag niet hebben. Jij blijft hier en houdt de wacht..." hij keek naar T.G "Ik vertrouw hem niet helemaal, dus hou je ogen open. En gebruik zijn nachtkijkerbril, hij heeft er ook één". Hitomi knikte en zette de nachtkijkerbril op. "Succes" fluisterde ze. Maar Necrodeus was al weg.

Necrodeus liep stilletjes door het bos de onbekende tribuut achterna. Hij was weer eventjes helemaal alleen. Geweldig. Het was nooit zijn bedoeling geweest een heel clubje bondgenoten rond hem te verzamelen, en één was eigenlijk al genoeg geweest. En zelfs die ene was tijdelijk. Hij hoefde geen bondgenoten. Misschien moest hij er maar eens één "opgebruiken" in een aanval. Hij was dit juist aan het bedenken toen hij bijna een tribuut miste, nog geen 5 meter van hem vandaan. Hij lag roerloos tegen een boom, blijkbaar in slaap. Oh, dit was gewoon perfect. Een weerloze tribuut die een tukje aan het doen was. Een gemakkelijke kill. En dat was de beste soort kill. Hij trok zijn mes en sloop op hem toe. Het was Timtamtom. Maar zijn naam maakte niet uit. Straks was het gewoon een dode tribuut. Plots deed Timtamtom slaperig zijn ogen open. Necrodeus greep hem vast en drukte zijn mes tegen zijn keel. "Watte..." riep Timtamtom verbaasd, en toen begon hij tegen te spartelen. Maar Necrodeus drukte zijn mes steviger tegen zijn keel. "Dom om zomaar eenbeetje te gaan maffen in het bos, vind je ook niet?" zei hij. Timtamtom zei niks terug. "Maar ik ben de kwaadste niet" zei Necrodeus "Ik werf wat bondgenoten aan, en jij bent net de man die we zoeken. Wat zeg je ervan?". "Me... Meen je dat?" stotterde Timtamtom angstig. "Ja, ja, natuurlijk wel" zei Necrodeus geruststellend. Timtamtom ontspande zich. "Pfff, nee" zei Necrodeus toen spottend. Timtamtom schrok op, maar toen sneed Necrodeus zijn keel over. Timtamtom spartelde na in zijn greep, maar uiteindelijk namen zijn krachten af en bleef hij stil liggen. Er klonk een kanonschot.

Necrodeus bleef nog eventjes zo zitten. Hij kon nu beter terugkeren naar de rest van zijn kleine team. Plots hoorde hij een geluid links van zich. Hij herkende dat geluid. Hij had het eerder gehoord. Nog net kon hij dekking zoeken achter Timtamtoms lijk, waar het werpmes in terecht kwam. "Zozo Jolien" zei hij "we ontmoeten elkaar weer". Toen zocht hij dekking achter een boom. Hij keek er voorzichtig langs. Daar zat ze. Ook met een nachtkijkerbril! Wat was dit, had iedereen er zo één ofzo? Hij zag iets blinken en verborg zich weer achter de boom, maar een tweede werpmes sneed door zijn arm. En Jolien had blijkbaar een oneindige voorraad werpmessen, fijn. Tijd om te doen waar hij het beste in was. Vluchten. Hij nam haar eigen werpmes van de grond, draaide zich om en smeet het naar Jolien, die net ook weer een werpmes klaarnam. Maar ze moest uit de weg duiken om het zijne te ontwijken. Toen begon hij te lopen. Zo snel hij kon. Hij drukte zijn mouw tegen de snee op zijn arm zodat hij geen bloedspoor achter zou laten. Maar Jolien leek niet meer achter hem aan te komen.

Jolien kwam bij het lijk van Timtamtom staan. Hij had een mes aan zijn riem. Ze nam het ervan. Nu had ze vier werpmessen. En gooien kon ze als de beste. Ze glimlachte. Misschien had ze bij nader inzien helemaal geen team nodig. Ze redde het prima op haar eentje.

Necrodeus kwam weer aan bij de rest van zijn team. T.G werd ervan wakker. "Wel" hijgde Necrodeus "tot zover Timtamtom". "Je bent gewond!" merkte Hitomi op. "Een heel ondiepe snee" zei Necrodeus schouderophalend "Geef het een nachtje en er is niks aan de hand. "Maar we hebben geen nachtje meer" zei T.G. Hij wees tussen de bomen door, en het eerste ochtendlicht scheen al door de bladeren.

Profiel bekijken

26 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op za 31 aug 2013, 17:26

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Adje werd wakker door de opkomende zon. Hij had een heerlijke nacht achter de rug, en dat met een reden. Net voor hij in slaap viel, had hij even een kijkje genomen wie er allemaal gestorven was die dag. Er was maar één persoon wiens dood hij werkelijk geweldig vond. WM. Alhoewel Adje liever zelf WM had willen vermoorden, wist hij dat hij het alleen waarschijnlijk niet had gekund zonder een plan te bedenken. In ieder geval was hij zeer blij. Zijn dag kon niet meer stuk. Hij wist niet wie het had gedaan, maar hij stond bij hem in het krijt. Of haar, wie weet. Hij had al bedacht wat hij zou doen vandaag. Nog een honderdtal meter klimmen, en hij had wat sneeuw, die hij kon smelten zodat hij wat te drinken had. Zijn keel was kurkdroog. Adje verzamelde al zijn materiaal, stak het in zijn rugzak en begon te klimmen.

Het berglandschap werd naarmate hij hoger klom moeilijker te beklimmen, en het gesteente voelde ijskoud aan. Er was momenteel maar één gedachte die steeds door hem heen ging. Kijk niet naar beneden. Toch kon hij de verleiding niet weerstaan om even te kijken. Adje wist dat hij dat beter niet had gedaan. Hij zat nu héél hoog. Een stuk steen, waarop Adje stond met zijn linkervoet, brak af en viel naar beneden. Snel verplaatste hij die voet naar de plaats waar zijn rechtervoet stond. Dat was op het nippertje. Het grote stuk steen stortte een stuk lager neer. Adje zag hoe het in honderden stukken brak. Op het moment dat het stuk steen de grond had bereikt maakte het een oorverdovend geluid. Hopelijk had niemand dat gehoord...

Hij had de top bereikt en vulde de twee plastic waterflessen met sneeuw. Als hij een vuur zou maken of naar beneden zou gaan, zou hij eindelijk wat kunnen drinken. Even zat Adje te genieten van het prachtige uitzicht op de top. Hij kon een groot stuk van de arena zien vanaf hier. Een bos, duinen... Maar ook aan de zijkant zag hij wat. Moest hij eens naartoe gaan als hij hier van af wist te komen. Al zag het er naar uit dat dat iets moeilijker zou worden nu. Voor het eerst zag hij het. Niet één, niet twee, maar liefst drie tributen kwamen langzaam maar zeker richting de top. En hij zat als een rat in de val. Het zou niet lang meer duren vooraleer ze er waren. Het enige wat hij had was een mes, terwijl hij zag dat één van de drie tributen een zwaard aan zijn riem had hangen. Wat moest hij doen? De zwaarste van het drietal had, samen met degene met z'n zwaard, bijna de top bereikt. De andere, die hij nu herkende als Poké Fan, volgde met een redelijke achterstand.

Een idee ging door hem heen. Hoewel het riskant was. Maar toen dacht hij aan het trio dat hem bijna bereikt had. Dan liever zijn manier. Snel nam hij het zeil uit zijn rugzak en begon het te ontvouwen. Adje nam de uiteinden van het zeil vast en deed z'n rugzak weer op z'n rug. Waarschijnlijk zou hij dit niet overleven, maar alles is beter dan aan een zwaard te eindigen. Hij nam een aanloop en sprong. Even was hij in paniek omdat hij aan het vallen was, maar dan ging het zeil toch open, waardoor zijn snelheid drastisch verminderde. Verbazingwekkend genoeg vond hij het, ondanks dat het behoorlijk eng was, ook wel gigantisch cool. Hij zat nu van een berg te zweven. Hoe geweldig is dat? Hij vond het zelfs jammer dat het al gedaan was toen hij eenmaal op de grond was geland. Even keek hij nog naar de top van de berg, waar twee mensen zaten te kijken naar wat hij gedaan had. Poké Fan zat nog steeds te klimmen.

"Is hij nu serieus gesprongen van deze berg...?" vroeg Goomuin. "Dit is wel een spectaculaire gebeurtenis voor onze kijkers thuis! Om de spanning voor het publiek thuis wat te verhogen, zal er nu een tweede persoon van deze berg afdalen!"
Goomuin keek hem aan. "Nick, je gaat toch niet van deze berg af springen...?" vroeg hij.
"Nee, ik niet." zei Nick met een grijns. "Maar... jij wel." Nick duwde hem van de berg af en zat te genieten van het beeld van Goomuin die de berg af zat te rollen. Een lang bloedspoor was zichtbaar op de berg, tot Goomuin op de grond aan kwam. Daar stopte het bloedspoor. Een kanonschot bevestigde zijn dood. Niet dat dat had gehoeven. Niemand kan dit overleven. Poké Fan had ondertussen de top bereikt. "Waar zijn Goomuin en Adje?" vroeg Poké Fan. "Adje sprong van de berg af met een zeil." beantwoordde Nick. "Goomuin gleed uit op het sneeuw dat hier ligt, viel en stierf een pijnlijke dood." Poké Fan leek het te geloven. Daar had hij weer een tribuut een leugen verteld, die Poké Fan slikte als zoete koek.


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

27 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op ma 02 sep 2013, 20:32

T.G


Bowser Jr
Bowser Jr
Ulysess en Tuffie gaan weer terug de herberg in en laten Lucoshi doodleuk aan de schandpaal vastzitten. Lucoshi voelt zich enorm vernederd en is er helemaal klaar mee. Wat moet hij nu met zulke bondgenoten beginnen? Als hij hier nog langer vast blijft zitten, dan is hij als hondenvoer voor andere tributen. En zodra hij daaraan denkt, ziet hij ineens een kleine, duistere gedaante uit een klein steegje opdoemen. De ochtendzon verblindt hem zodanig dat hij niet kan zien wie het is, maar als hij dichterbij komt ziet hij dat het Sushi is, die zich voor de nacht blijkbaar ook in het dorp verschanst had. Lucoshi ziet dat hij een mes bij zich heeft.

'Hallo.' zegt hij uiterst droog. Hij probeert grappig over te komen, ook al denkt hij dat dat eigenlijk geen zin heeft. Sushi zegt niks terug. Hij bekijkt Lucoshi aandachtig. 'Hoe ben jij hierin geëindigd?' vraagt hij dan. 'Ach, ik heb een beetje een bonte nacht achter de rug.' antwoordt Lucoshi. Sushi blijft stilstaan en gebruikt zijn mes niet. 'Nou? Waar wacht je nog op?' zegt Lucoshi. 'Ik kan niks terugdoen. Ik ben een gratis prooi.' Lucoshi gaat er vanuit dat hij er geweest is, en voelt dat ook wel terecht in zijn huidige verschijning. Maar Sushi vermoordt hem niet. In plaats daarvan maakt hij hem los, en Lucoshi is opgelucht om weer normaal adem te kunnen halen. 'Wauw... bedankt.' zegt Lucoshi. 'Waarom doodde je mij niet?' 'Omdat ik op zoek ben naar een bondgenoot.' antwoordt Sushi. Sushi weet maar al te goed dat hij al twee keer verraden is, maar nu hij zijn potentiële nieuwe bondgenoot heeft geholpen hoopt hij dat zijn dankbaarheid hem ervan weerhoudt hem een dolk in de rug te steken. Lucoshi kijkt geërgerd naar de herberg waar hij met Ulysess en Tuffie de nacht had doorgebracht. 'Alles beter dan Ulysess en Tuffie. Ik aanvaard het aanbod.' Sushi glimlacht tevreden en ze schudden elkaars hand.

Plotseling hoort Lucoshi er gerommel in de herberg en hoort hij de stemmen van Ulysess en Tuffie weer dichterbij komen. 'Shit, ze komen weer naar buiten.' zegt hij tegen Sushi. 'Ze zijn allebei gewapend met een speer, en ik weet niet hoe ze zullen reageren als ze jou zien. Laten we dekking zoeken.' Snel rennen ze het smalle steegje in waarin Sushi zich eerder verscholen hield, waar vanuit ze het drinkduo naar buiten zien komen.

Ulysess is nog steeds niet helemaal nuchter en zwaait de deur overdreven hard open. Als hij vervolgens de lege schandpaal ziet, valt zijn mond open van verbazing. 'Waar is onze manskerel ende bondgenoot nu eigenlyk gebleven?' 'Geen idee, maar ik heb eerlijk gezegd geen zin om hem te zoeken.' antwoordt Tuffie, die na Ulysess naar buiten komt en nog steeds in een slecht humeur is vanwege zijn kater. Maar Ulysess is het daar niet mee eens. 'Hoe kunt gij dat zomaar beweren, broeder! Een waere man hoort zyn medestryders ende kornuiten altyd in zyn eerbiedwaerdige gezelschap te houden!' Dat gezegd hebbende gaat Ulysess al wankelend en wiebelend op zoek terwijl Tuffie hem hoofdschuddend nakijkt. Ineens beseft Lucoshi dat hij een kans heeft hem neer te schieten. Hij wil zijn pijl en boog pakken, maar ontdekt dat die verdwenen zijn. 'Nee he, mijn boog is weg.' fluistert Lucoshi teleurgesteld. 'Zouden zij die soms afgepakt hebben?' 'Daar ziet het er niet naaruit.' antwoordt Sushi. 'Ik heb ze de afgelopen nacht een beetje geobserveerd, en het enige wat ze deden was drinken tot ze erbij neervielen. Ik stel voor dat we hier proberen weg te komen.' Lucoshi knikt met tegenzin en probeert samen met Sushi de uitgang van het dorp te vinden, terwijl ze hun best doen om niet door Ulysess of Tuffie gezien te worden.

Ondertussen is Lennard met de boog van Lucoshi richting de hoorn gerend om te kijken of er nog iets te halen valt. Hij kruipt subtiel door het gras met een pijl in de aanslag op de metalen constructie af, en oordeelt al snel dat hij de enige hier in de buurt is. Als hij beter kijkt, kan het geluk hem niet meer op: er liggen nog maar liefst drie rugzakken in de grond begraven. Waarom zouden alle andere tributen die hebben laten liggen? Nu is alles voor hem alleen! Hij opent alle rugzakken en probeert zoveel mogelijk aanwinsten in de rugzak te proppen die hij al langer bij zich heeft. Door de rugzak handig in te pakken weet hij de totale inhoudt van nog twee andere rugzakken erbij te stouwen, maar voor de spullen uit de laatste rugzak is er geen plaats meer. Maar goed, meer heeft hij ook niet nodig. De twee lege rugzakken laat hij liggen bij de hoorn. Een leuke verrassing voor tributen die hetzelfde idee als hem hebben. De inhoudt van de enige nog volle rugzak gooit hij leeg in een zelfgegraven kuil en graaft deze vervolgens dicht. In een kwestie van tijd zullen de appels en de aardappels wel verrotten, denkt hij. Tevreden komt hij weer overeind en merkt dan pas hoe zwaar zijn rugzak nu eigenlijk geworden is. Dat zou een flinke belasting voor zijn rug worden. Maar die handicap neemt hij voor lief. Hij weet zeker dat hij nu de best bevoorraadde tribuut is, en bij die gedachte beeld hij zich in hoe President Snow hem kroont tot winnaar. Hij glimlacht even, maar concentreert zich dan weer gauw op het hier en nu. Hij neemt de benen, met een overvolle rugzak op zijn rug...

Profiel bekijken

28 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op di 03 sep 2013, 08:58

Para had rechtsomkeer gemaakt bij zijn toch naar de berg. Hij had nu eenmaal wapens, en hoeveel mensen zouden er op de berg zijn? Niet veel dacht hij. Het bos was een betere plek. Daar was hij tegen het vallen van de avond aangekomen, en hij was eventjes gaan rusten tegen een boom. Maar hij was moe en lette niet goed op, en dommelde uiteindelijk in.

Para schrok wakker. Het was al ochtend. Had hij echt de hele nacht door kunnen slapen? Blijkbaar wel, en nu was hij goed uitgerust. Maar hij was van iets wakker geworden... Hij hoorde iemand door de bossen naar zich toe stampen. Waarom maakte die zoveel lawaai? Misschien was het Goomuin wel, die was nooit de meest elegante tribuut geweest. Para verborg zich in een groepje struiken en tuurde in de richting waar het geluid vandaan kwam. Plots kwam Lennard vanachter een boom. Met een enorme rugzak op zijn rug. Para wist een lach te onderdrukken, het was nu eenmaal belachelijk om te zien. Blijkbaar was Lennard niet de slimste. Para sprong tevoorschijn en haalde met zijn zwaard uit naar Lennard, maar die wist nog net opzij te springen. Daarbij kwam hij wel pijnlijk op de grond terecht. Para voelde een spreekwoord opkomen en kon het niet laten het te gebruiken. "Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het deksel op de neus, hé Lennard?" zei hij grijnzend. "Kijk eens naar al die voorraden, helemaal voor jou alleen". Lennard haalde van op de grond uit met zijn speer, maar met een zwaai van zijn zwaard hakte Para ze doormidden. Dan haalde hij uit naar Lennard. Die kon nog maar één ding doen om te ontkomen. Hij liet zijn rugzak voor wat het was en rolde uit de weg. Toen kwam hij haastig overeind en nam de benen.

Para ging hem niet achterna. Hij bekeek liever eens zijn voorraden. 4 appels, 8 aardappels, 4 lege waterflessen, 2 doosjes lucifers, 2 nachtkijkerbrillen en 2 zeilen. Veel te veel. Tijd om zijn voorraad eenbeetje uit te dunnen. Hij at 2 van de appels ter plekke al op. 4 waterflessen was ook veel te veel, dus hij sneed er 2 aan stukken. Die waren dan ook onbruikbaar. De zeilen en nachtkijkerbrillen hield hij, maar één van de doosjes lucifers liet hij verbranden. Nu had hij eigenlijk nog teveel bij. goh ja, hij was de hele nacht onopgemerkt gebleven. Hij maakte een klein vuurtje en maakte snel de helft van zijn aardappels klaar. Hij had nu eenmaal honger na al een hele dag niets gegeten te hebben. Hij at er 3 op en nam de laatste mee voor onderweg, want hier ging hij niet blijven, bij dat vuur.

Lennard hield hijgend halt. Of hij was Para kwijt, of die had hem nooit achtervolgd in de eerste plaats. Hij was nu weer alleen. Maar dan echt helemaal alleen. Hij was alles kwijtgeraakt. Zijn speer en al zijn voorraden. Hij had enkel zijn boog nog, maar geen pijlen. En hij zag zich die nog niet zo gemakkelijk zomaar met de hand maken. Para had gelijk gehad. Hij had teveel willen hebben, en nu had hij helemaal niks meer.

Profiel bekijken

29 Re: Toadplaza Hongerspelen: Deel 10 op za 21 sep 2013, 12:51

Adje Vanilla


Administrator
Administrator
Para zat rustig te wandelen doorheen het bos, terwijl hij af en toe eens een hap nam van zijn laatste aardappel, die nog heerlijk warm was. De stilte werd af en toe onderbroken door prachtige geluiden van de vele vogels, die hoog in de bomen zaten. Alhoewel Para niet veel voor de vogels voelde en als hij de kans had om ze te doden het ook had gedaan, zat hij voor het eerst te genieten van hetgene rond hem heen. Terwijl hij had verwacht dat het bos iets lawaaieriger zou zijn en er net meer tributen waren dan dat er bij de berg zouden zijn... Of ze zaten allemaal goed verstopt of ver van hem weg, dat kon ook. Hoge bomen genoeg hier, en de meesten zijn makkelijk te beklimmen door de sterke takken die dicht bij elkaar staan, zowel aan de grond als bij de top. Het bos was ook gigantisch, de kans dat hij hier iemand zou tegenkomen tijdens het eerste uur dat hij hier rond zat te wandelen was klein. Hij kwam aan bij een meer, waar hij de twee flessen vulde die hij door Lennard nu had. Ook nam hij een laatste hap van zijn aardappel, die nu op was. Een van de flessen dronk hij meteen leeg en vulde hij opnieuw. Para hield niet zo van water drinken, maar het was beter dan niks. Hij had een moord gedaan op dit moment voor een heerlijk glas bier. Hij stelde zich het hele meer voor, gevuld met bier. Zou toch geweldig zijn, niet? Para stopte met dagdromen, deed z'n shirt uit en sprong in het water. Zijn rugzak had hij tegen een boom geplaatst, samen met zijn zwaard. Zijn broek zou wel drogen. Hij had het heel erg warm gekregen, dus dit voelde geweldig aan. Maar toen viel hem iets op. Boven hem. Snel ging hij terug op het land, deed z'n shirt aan, nam zijn spullen en keek wat er boven hem zat.

---

(een eindje hiervoor)

Door een vreemd geluid en het lichtschijnsel van de zon werd Tosti wakker. Het klonk als een beer, maar bleek bij nader inzien het gesnurk van Fisico te zijn, die nog zat te slapen in zijn boomhut. Het perfecte moment om hem te vermoorden, maar zou dat niet wat oneerlijk zijn? Fisico ging hem toch ook niet vermoorden tijdens het maken van z'n luchtballon, zelfs al had hij de kans? Oh, ja, dat is ook waar, de luchtballon. Die zou hij vandaag uittesten. Maar eerst even eten. Hij at zijn twee appels op en alhoewel hij ook wel zin had in aardappels, besloot hij ze toch maar te houden voor later. Ze waren sowieso lekkerder als ze wat warmer zouden zijn. Dus hij verzamelde wat boomschors en begon ervan te eten. Niet lekker, maar hij mocht niet kieskeurig zijn. Een deel van het boomschors zou hij ook gebruiken om het vuur van de ballon brandende te houden. Want boomschors brandt ontzettend goed. Alles was klaar voor vertrek, maar hij vroeg zich af of Fisico hem misschien nog wou zien voor hij de lucht in. Hij plaatste zijn rugzak, boog, pijlen en voorraad boomschors in de mand die Tosti vakkundig met riet had gevlecht, in een apart vak speciaal gemaakt zodat de rugzak er mooi in past.. Hij was zeer stevig, en gelukkig maar, want dat was toch wel nodig. Hij schrok toen hij een herkenbaar deuntje hoorde. Fisico was al wakker. Mooi, hij hoefde hem dus niet meer wakker te maken.

"Dus... je vertrekt?" vroeg Fisico. "Inderdaad." antwoordde Tosti. "Nog iets te zeggen voor ik vertrek?"
"Nah, niet echt. Alhoewel..."
"Ja?"
"... zorg dat je niet neerstort." zei Fisico.
"Ach, komt goed joch!" antwoordde Tosti.
"Trouwens... wil je mijn nieuwe fluitdeuntje horen? Het heeft niet echt een naam, maar ik vind het wel een passend deuntje voor je vertrek."
"Noem het dan 'Tosti, de dappere ballonreiziger'." zei Tosti lachend.
"Neh, te lang." antwoordde Fisico. "Ik vind wel nog wat. Maar goed, wil je dat ik het speel of niet?"
"Mij goed." antwoordde Tosti. Hij vond Fisico's muziek best wel tof, al had hij dat nooit tegen hem gezegd. Hij neemt wat boomschors en een lucifer, en op die manier maakt hij een vuur. Het zeil vult zich met warme lucht, en Tosti gaat langzaam maar zeker omhoog.
"Succes." zei Fisico nog. En hij begon met zijn lied. Het stijgen ging steeds vlotter. Terwijl hij eerst maar een paar centimeter omhoog ging, ging hij plots heel snel de lucht in. Het was gelukt! Hij kon vliegen! Fisico's deuntje was zeer mooi trouwens, maar nadat hij ongeveer 30 meter hoog zat was er niks meer van te horen. Zo te zien ging de wind richting het noordwesten. Onder hem zag hij een heleboel bomen. Maar geen tributen. Toen hij na een eind een grote, blauwe vlakte zag, die volgens Tosti een meer was, kwam daar verandering in. Hij meende wat te zien aan de rand van het water. De wind zat goed, en hij zat er nu vlak boven. Toen hij op tien meter hoog zat leek het het perfecte moment om de tribuut, die hij door zijn hoogte niet herkende, te beschieten. Maar toen gebeurde het. De tribuut zag de ballon, ging aan land en nam z'n spullen. Verdorie, plan mislukt. En dat was nog niet alles. Het zeil vatte vlam, en de ballon viel, met Tosti erin, in het meer. De rugzak en boog kon hij nog op tijd nemen, maar zijn pijlen vielen uit de mand nog voor de ballon in het meer was terecht gekomen. Zijn acht pijlen, overal in het rond. Zijn boog was onbruikbaar zonder pijlen. Hij kon er nog vier verzamelen, maar de andere vier waren al lang op de diepe bodem van het meer. Tosti had geen zin om er achteraan te duiken en zwom naar de kant met hetgeen hij nog had gered, waar hem een kleine verrassing te wachten stond. Hij werd bij zijn nek vastgegrepen door een grote hand, en met de andere hand werden zijn twee handen op zijn rug gehouden. Daarna werd hij op de grond geduwd en hoorde hij een stem. "Heh, weet je wat de grap is?" zei hij. Tosti herkende de stem meteen. Het was Para.

Tosti zei geen woord.
"Zal ik je vertellen wat de grap is?" vroeg Para. Tosti antwoordde niet. Hij had moeite met ademhalen. "Dat dit heel bekend voorkomt, schat." ging Para verder. "Ik bedoel, jij, die in het water beland. Jij, die je pijlen verliest. Jij, die opnieuw zo dom bent om er achteraan te gaan zwemmen. Jij, weeral met een boog, die compleet onbruikbaar is momenteel door het natte hout en de natte elastiek. Het enige verschil is dan dat we niet in een raar ijsgebied zitten, en dat het dit keer iets makkelijker wordt om je pijnlijk te vermoorden. Roept het herinneringen op?"
Hij ging op Tosti's rugzak zitten. Het enorme gewicht deed Tosti enorm veel pijn. Hij voelde dat het gebrek aan zuurstof fataal zou worden voor hem als dit nog een eind zou blijven duren.
"Niet zo stoer nu, hè?" ging Para verder. "Had je mij maar de overwinning niet moeten ontzeggen. Ik was zo verdomd dichtbij... en dan..." Het bleef even stil. "... dan sterf ik. Door jou. Maar nu zal het omgekeerd zijn, Tosti. Hoor je me? Dit keer loopt het anders af." Dit zou het einde worden voor Tosti... Als er niet snel iets gebeurt, is het afgelopen met hem."

---

(nog een eindje hiervoor, ongeveer rond dezelfde tijd toen Tosti vertrok met z'n ballon)

"Wel..." hijgde Necrodeus. "...tot zover Timtamtom."
"Je bent gewond!" merkte Hitomi op. "Een heel ondiepe snee." zei Necrodeus schouderophalend. "Geef het een nachtje en er is niks aan de hand."Maar we hebben geen nachtje meer." zei T.G. Hij wees tussen de bomen door, en het eerste ochtendlicht scheen al door de bladeren. "Ah, nee hè." zei Necrodeus teleurgesteld. "Ik ben doodop van de hele nacht rond te wandelen. En die snee helpt ook niet echt... Ik probeer in ieder geval nog wat te slapen."
"Ik blijf wel bij je." zei Hitomi. Maar T.G had andere plannen, zo te zien. "T.G, waar ga je heen?" vroeg Necrodeus. "Ik maak even een ochtendwandeling." antwoordde T.G. Necrodeus vertrouwde het niet, maar hij had de kracht niet om het te weigeren. Als T.G zich tegen hem zou keren op dit moment, zou het zijn einde betekenen. Dat realiseerde hij zich maar al te goed. Hij moest rusten. En veel. Hitomi zou T.G niet aan kunnen, ondanks dat hij haar wat heeft leren vechten met een speer. Het enige wat hij kon uitbrengen, was: "Waarom?"
"Vind ik zeer rustgevend." antwoordde hij. "Tijdens een wandeling heb ik meestal ook inspiratie voor plannen. Plannen om bijvoorbeeld, zeg maar, Para te doden." Necrodeus keek hem aan. "... en Ulysses, natuurlijk." voegde T.G er nog haastig aan toe. "Misschien vind ik ook wat te eten. Wie weet." "Wacht." riep Necrodeus hem nog toe. T.G verwachtte een opmerking over Ulysses, maar dat was het absoluut niet. "Neem de lege flessen mee." zei Necrodeus. "Dan hebben we tenminste iets te drinken." Zo gezegd, zo gedaan, en T.G ging verder het bos in. Ondertussen zat hij te denken aan hoe hij Para zou vermoorden. Kort en krachtig? Langzaam maar pijnlijk? Met een list? Maar belangrijker, waar zou hij nu zitten? Maar het antwoord op die vraag kreeg hij meteen toen hij het meer had bereikt. Snel ging hij zich achter een groep struiken verschuilen en luisterde Para af. "... nu zal het omgekeerd zijn, Tosti. Hoor je me? Dit keer loopt het anders af." De andere persoon bleek Tosti te zijn. Dat leidde T.G af uit het gesprek. Wat moest hij nu doen? Hij wist waar Para was, en hij leek enorm gefocust op Tosti. Vreemd genoeg was hij onbewapend, maar T.G merkte al gauw zijn rugzak en zwaard op. Die lagen minstens 10 meter van hem vandaan. En T.G zelf had z'n speer nog. Dit was zijn kans. Een gelegenheid zoals deze zou hij nooit meer krijgen. In zijn hoofd had hij al bedacht hoe hij het zou aanpakken. Nu enkel nog uitvoeren. Hij liep op Para af, die niet eens doorhad dat hij op hem afkwam. Hij tackelde hem waardoor hij van Tosti afviel, die er als een pijl uit zijn eigen boog vandoor ging, nadat hij nog z'n boog en vier pijlen opraapte. Para en T.G rolden nog een eind, maar toen het rollen stopte zat T.G met z'n hele lichaam op Para. Hij drukte met z'n ene hand zijn hoofd tegen de grond zodat hij zou blijven liggen. Met z'n andere hield hij z'n speer tegen z'n nek. "Geen spijt dat je mij gewoon hebt laten gaan, lieverd?" zei T.G op sarcastische toon. Para probeerde T.G van zich af te gooien, maar zonder resultaat. "Nog één verdachte beweging en je gaat eraan." zei T.G. "En anders niet?" vroeg Para. "Laat ons het er op houden dat je iets vroegtijdiger richting het hiernamaals gaat dan." antwoordde T.G. Hij begon te lachen. "Wees maar gerust, ik zal je niet zo'n pijnlijke dood laten sterven als Tosti." ging hij verder. "Er is maar één ding dat ik nog even wil weten. Waarom? Waarom doodde je me? Wat was het nut, je doel? We konden samen naar huis."
"Dat antwoord weet je heus wel." antwoordde Para met moeite. "Je wilde Oshi dood."
"Klinkt nogal hypocriet voor iemand die zijn bloedeigen broer eigenhandig vermoord heeft, niet? Ach, Para, vertel nou maar gewoon wat je bedoeling was. Ik geloof werkelijk niks van dat hele roem- en rijkdomgelul. Ondanks dat gigantische ego van je." Para zweeg. "Ik snap de boodschap." ging T.G verder. "Goed, hou maar je koppig je mond dan. Dan zal ik je helaas moeten mededelen dat deze editie binnenkort een speler minder telt. Dus, met uw permissie, meneer." T.G heft zijn speer op en richt hem op Para's nek. Maar hij is zich niet bewust van de twee personen die een eind verder in het struikgewas alles zitten gade te slaan. Zowel de confrontatie tussen Tosti en Para en de confrontatie tussen Para en T.G die zich nu af speelt, hebben ze heel duidelijk gezien.

"Hij gaat Para vermoorden." fluistert Oshi. "Ja, zo te zien wel, ja." reageert Sushi. "Laat hem maar, dat bespaart ons het werk."
"Maar hij is mijn broer, Sushi..."
"Dus? Hij heeft je een paar edities terug gedood, Oshi."
"Ik weet niet." zei Oshi. "Hij blijft mijn broer..."
"Jij kiest, het is ten slotte mijn broer niet. Maar denk even goed na voor je handelt. Als je hem redt... wat dan? Kun je hem wel redden?"
Sushi had een punt. Wat als hij Para zou redden? Misschien gaat Para hem vroeg of laat wel opnieuw vermoorden. Sowieso kunnen ze niet alle twee naar huis deze editie. Hij wist niet wat hij moest doen en wat het goede was...


_________________

Para ik eis een leukere opmerking hier verdomme

ADJE IS EEN FLADJE o god why

ik zei leuker
Profiel bekijken

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 2 van 2]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum